Raadsvoorstel Beleidsnota Utrecht Circulair 2030
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Circulaire Economie Ontwikkelorganisatie Ruimte Johan Boterenbrood 12697788 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vast te stellen met daarin de onderstaande overkoepelende transitie- en effectdoelstelling: a. Transitiedoelstelling: we werken aan de randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken, organiseren en doen voor iedereen mogelijk te maken. Zo geven we richting aan en versnellen we de transitie naar een circulaire stad; b. Effectdoelstelling: we gebruiken in 2030 maximaal de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen en waarin deze transitiedoelstelling en effectdoelstelling zijn uitgewerkt in subdoelstellingen voor elk van de volgende vier prioriteiten: a. Bedrijvigheid en ondernemerschap, b. Gebiedsontwikkeling en bouwen, c. Opdrachtgeven en inkopen, d. Materiaal- en reststromen. 2. De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht, als onderdeel van het thematisch beleid van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aan te passen. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 (hierna: de beleidsnota) is uitwerking gegeven aan de vier prioriteiten en elf ambities zoals vastgesteld in de Visie Utrecht Circulair 2050. De beleidsdoelstellingen en bijbehorende indicatoren en financiële dekking leggen de basis voor toekomstige inzet, sturing en verantwoording van de voortgang en het kader voor thema-specifieke uitvoeringsprogramma’s. De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is na vaststelling door de raad onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht.
Context Aanleiding In de stad worden nu veel grondstoffen en materialen gebruikt die eindig zijn, veel CO2-uitstoot veroorzaken, zorgen voor biodiversiteitsverlies, het milieu (lucht, bodem en water) op allerlei manieren belasten en waarvan de leveringszekerheid soms nu al maar zeker in de toekomst op het spel staat. Er komt nu jaarlijks circa 3.850 kiloton aan materialen de stad in. Hiervan wordt 1.270 kiloton gebruikt voor productie in de stad. 970 kiloton grondstoffen verlaat de stad in de vorm van afval. Het restant van 1.610 kiloton blijft als materiaal in de stad, bijvoorbeeld in de vorm van gebouwen of infrastructuur. In Utrecht hebben we de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn, in 2030 maximaal de helft aan primaire grondstoffen te gebruiken en onze maximale bijdrage te leveren aan het halen van nationale en internationale doelstellingen ten aanzien van CO2-reductie (Coalitieakkoord 2022-2026). Hiermee sluiten we aan op de ambitie van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2030 (NPCE). Op 29 februari 2024 stelde de raad de Visie Utrecht Circulair 2050 vast. In de visie zijn voor onze gemeentelijke inzet vier prioriteiten vastgesteld: bedrijvigheid en ondernemerschap, gebiedsontwikkeling en bouwen, opdrachtgeverschap en inkoop en materiaal- en reststromen (van afval naar grondstof).
Hierbij zijn de bouw-, voedsel- en zorgsector vastgesteld als sectoren die in Utrecht veel lokale waarde vertegenwoordigen en waarop met prioriteit wordt ingezet om kansen te verzilveren en uitdagingen te overwinnen. Conform de Utrechtse standaard voor beleidsdocumenten zijn in de beleidsnota Utrecht Circulair doelen met bijbehorende indicatoren en financiële dekking, uitgewerkt. Deze zijn in twee sporen opgedeeld: transitie- en effectdoelen. Dit is gedaan omdat de transitie naar een circulaire economie nog in de kinderschoenen staat; nog niet overal kan op een reductie in nieuw, niet-hernieuwbaar materiaalgebruik worden ingezet. Met transitiedoelen zetten we in op het scheppen van voorwaarden die de transitie versnellen. Bij de effectdoelen kan de gemeente zelf sturen op het behalen ervan. Denk daarbij aan onze eigen inkoop. We richten ons in het beleidsdocument specifiek op doelen en bijbehorende activiteiten die passen bij onze verantwoordelijkheid als lokale overheid en die binnen onze invloedsfeer liggen. Zo nemen we als gemeentelijke organisatie Utrecht onze verantwoordelijkheid in de transitie naar een circulaire stad. Net zoals alle partijen in de stad een verantwoordelijkheid en daarmee kans hebben om samen de overgang naar een circulaire stad zo gemakkelijk mogelijk te maken.
De beleidsdoelstellingen voor 2030 vormen een tussentijds ijkpunt, onderweg naar een circulaire stad in 2050. Om een volledig circulaire stad te worden, is meer nodig dan anders omgaan met grondstoffen en minder grondstoffen gebruiken. Het vraagt een verandering van onze huidige lineaire manier van organiseren, denken en doen. Enerzijds gaat dit vanzelf vanuit noodzaak, wanneer in de toekomst belangrijke grondstoffen zeer schaars worden. Anderzijds is het mogelijk en belangrijk richting te geven aan de veranderingen en deze te versnellen om negatieve gevolgen te voorkomen. Nadere toelichting op de vier prioriteiten Voor het behalen van de transitiedoelstelling geven we op de volgende wijze invulling aan de vier prioriteiten: 1. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap: a) Optimaliseren van fysieke en milieuruimte voor bedrijventerreinen ten behoeve van een circulaire stad met behoud van de huidige fysieke en milieuruimte als absoluut minimum. b) Gedragsverandering naar circulair gemakkelijker maken door Utrechters kennis te laten maken met circulaire activiteiten via behoud en creatie van ruimte voor circulaire activiteiten bij gebiedsontwikkelingsprojecten bij OV, winkelcentra en in woonwijken.
2
c) Een actieve rol nemen in versterking van circulair ondernemerschap via kennisdeling, ontmoeting en ondersteuning, bij het vinden van financiering voor circulaire businessmodellen, opschaling en het wegnemen van belemmeringen. d) Stimuleren van samenwerkingsverbanden tussen overheid, onderwijs en ondernemers, die bijdragen aan ontwikkeling van circulair opleidingsaanbod, waarbij we ook communiceren en informeren over veranderingen op de arbeidsmarkt en de benodigde vaardigheden als gevolg van de circulaire transitie. 2. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen: a) Waarderen van circulariteit, wegen van milieu-impact en werken volgens het principe ‘hergebruik, tenzij’. b) Stimuleren van hergebruik in de openbare ruimte door logistieke randvoorwaarden in te vullen. c) Actief bijdragen aan (regionale) ketensamenwerkingen om circulair bouwen te versnellen en op te schalen. d) Actief bijdragen aan landelijke indicatoren en raamwerken om circulair bouwen te versnellen en op te schalen. e) Ontwikkelen van intern opleidingsaanbod waarbij ambtenaren worden opgeleid in het vakgebied circulair bouwen. f) Werken met circulariteit als onderdeel van aanbestedingen van nieuwbouw en renovaties van maatschappelijk vastgoed.
g) Vergroten van betaalbaarheid van circulair bouwen door ontwikkeling van een circulair businessmodel, waarmee we een randvoorwaarde voor de realisatie van circulair maatschappelijk vastgoed scheppen. h) Vergroten van meetbaarheid van circulair bouwen door een circulair toetsingskader te ontwikkelen en hanteren, waarmee milieubaten van circulair bouwen integraal worden meegewogen in nieuwbouw en renovatie van maatschappelijk vastgoed. 3. Circulair opdrachtgeven en inkopen: a) Verhogen van bewustzijns- en kennisniveau over circulair opdrachtgeven en inkopen in de organisatie en helpen van interne opdrachtgevers met sturen op circulaire doelstellingen. b) Stapsgewijs introduceren en implementeren van effectmonitoring, zodat inzicht ontstaat in de ecologische voetafdruk en het grondstoffengebruik die gepaard gaan met onze inkopen en in de effectiviteit van ons beleid. c) Deelnemen aan samenwerkingsverbanden met zowel andere opdrachtgevers als met marktpartijen. Daarmee vergroten we marktkennis binnen onze organisatie en leidt het tot meer eenduidige sturing op circulariteit en verbeterde samenwerking met opdrachtnemers. 4.
Circulaire materiaal- en reststromen: actieve samenwerking met partijen in de stad, regio en landelijk met als doel: a) Stimuleren van minimaal gebruik van (primaire) grondstoffen: door waarderen van circulariteit bij (her)inrichting van openbare ruimte en verankeren van circulair inkopen en opdrachtgeven in de gemeentelijke organisatie aan de voorkant van de keten. b) Hoogwaardig hergebruik van materiaal- en reststromen: door reststromen van huishoudens, uit de openbare ruimte, van bouwwerkzaamheden en bedrijven aan de achterkant van de keten op een zo duurzaam en circulair mogelijke manier te verwerken. Voor het behalen van de effectdoelstelling geven we op de volgende wijze invulling aan de vier prioriteiten: 1. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap: we werken aan randvoorwaarden voor het vergroten van het aantal circulaire bedrijven en ondernemers en versterken zo de arbeidsmarkt en daarmee de toekomstbestendige economie. Dit maakt het mogelijk voor consumenten, inclusief onze eigen organisatie, om steeds vaker te kiezen voor circulaire producten en diensten wat het gebruik van nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen verkleint. 2.
Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen: richting 2030 vergroten we het aandeel hernieuwbare en/of hergebruikte materialen in de openbare ruimte, bij tenders voor woning- en utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed tot respectievelijk 50, 55 en 55 procent. 3. Circulair opdrachtgeven en inkopen: zetten we in als krachtig middel binnen de meest impactvolle inkoopcategorieën (openbare ruimte, vastgoed en afvalstromen). Daarmee vermindert nieuw, niet-hernieuwbaar grondstofgebruik, in projecten binnen die categorieën.
3
4. Circulaire materiaal- en reststromen: door hoogwaardige inzameling en verwerking van grondstofstromen vergroten we de hoeveelheid beschikbare grondstoffen voor hergebruik en is er minder nieuw materiaal nodig. Juridische context De beleidsnota wordt een onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Hier is al het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving in opgenomen. De Omgevingsvisie Utrecht is een omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet. Omdat de Omgevingswet sinds 1 januari 2024 van kracht is, gelden voor deze beleidsnota de inhoudelijke en procedurele verplichtingen daaruit ten aanzien van het instrument omgevingsvisie. Zo is de gemeenteraad bevoegd tot het vaststellen van de beleidsnota. Omdat het college op grond van artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet bevoegd is de beslissingen van de raad voor te bereiden, heeft het college 2 juli 2024 besloten om deze beleidsnota vrij te geven voor inspraak. In de Omgevingswet is de verplichting opgenomen om de wettelijke inspraakprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht te volgen. Hierbij kan ‘eenieder’ zienswijzen op de nota indienen. De beleidsnota staat niet open voor beroep bij de rechter. De inspraak heeft tot vijf reacties geleid. Deze zijn beantwoord in de reactienota (zie bijlage). Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien.
Beoogd effect Het beoogde effect is een circulaire stad Utrecht die kan voorzien in de behoeften van de mens, zowel nu als in de toekomst, binnen de grenzen van de planeet. De circulaire stad Utrecht biedt daarmee een duurzaam, houdbaar toekomstperspectief, waarin ecologisch, economisch en sociale belangen in balans zijn. Met de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 zetten we stappen om in 2030 daar waar mogelijk minimaal 50% circulair te zijn. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • 30 september 2016, Commissiebrief S&R: Position paper circulair economie; • 11 november 2016, Commissiebrief S&R: Ondertekening City Deal Circulaire Stad; • 30 september 2016, Motie 252 Circulair bouwen; • 24 januari 2017, Raadsbrief ondertekening Nationaal Grondstoffenakkoord; • 15 december 2017, Raadsbrief Circulaire Economie, met daarin genoemd dat de ambitie en lijn uit het Rijksprogramma Nederland circulair 2050 wordt gevolgd; • 5 juli 2018 Motie 128 Informeren over duurzaam (ver)bouwen bij omgevingsvergunningen; • 5 juli 2018 motie 129 Duurzaam (ver)bouwen in de (stedelijke)omgevingsvisie; • 13 december 2018, Raadsbrief Stand van zaken circulair bouwen; • 8 mei 2019, SV 2019, nr.
99 over Stappen zetten naar een circulaire economie; • 11 juli 2019, motie 150 Geef richting aan de circulaire economie in Utrecht; • 11 juli 2019, motie 129 Circulaire deals; • 27 januari 2020, schriftelijke vragen nr. 021 Houtbouw in Utrecht; • 5 november 2020, Raadsvoorstel en besluit Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023; • 15 juli 2021, Raadsvoorstel Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040; • 1 december 2021, Raadsbrief toezegging stimuleren circulair bouwen; • 29 februari 2024, Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050 Utrecht; • 2 april 2024, Raadsbrief Afronding Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 Utrecht; • 5 juli 2024, Raadsbrief Vrijgave voor inspraak ontwerp Beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vast te stellen met daarin de onderstaande overkoepelende transitie- en effectdoelstelling: a. Transitiedoelstelling: we werken aan de randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken, organiseren en doen voor iedereen mogelijk te maken. Zo geven we richting aan en versnellen we de transitie naar een circulaire stad; 4
b. Effectdoelstelling: we gebruiken in 2030 maximaal de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen en waarin deze transitiedoelstelling en effectdoelstelling zijn uitgewerkt in subdoelstellingen voor elk van de volgende vier prioriteiten: a. Bedrijvigheid en ondernemerschap, b. Gebiedsontwikkeling en bouwen, c. Opdrachtgeven en inkopen, d. Materiaal- en reststromen. Argumenten 1.1
Met de inzet op zowel een overkoepelend transitie- als een effectdoel werken we maximaal aan de overgang naar een circulaire stad in 2050 met alle belanghebbenden. De transitie naar een circulaire stad staat nog in de kinderschoenen. Daarom is het nog niet mogelijk overal te meten in welke mate er minder nieuwe, niethernieuwbare grondstoffen worden gebruikt. Waar dat wel mogelijk is, meten we dat, dat is het effectspoor. Waar effectmeting nog niet mogelijk is zetten we in op transitie-indicatoren; het transitiespoor. Met transitie-indicatoren scheppen we voorwaarden voor de versnelling van de transitie naar een circulaire stad. Denk aan het opzetten van samenwerkingsverbanden, stellen van randvoorwaarden in projecten, juridische kaders, doen van onderzoek, enzovoorts. Zo gebruiken we als gemeente Utrecht onze mogelijkheden (middelen en invloedsfeer) maximaal effectief en efficiënt om bij te dragen aan de ambitie om in 2050 een circulaire stad te zijn.
1.2
We inspireren consumenten, stimuleren producenten en scherpen de Utrechtse norm aan door als organisatie waar mogelijk het goede voorbeeld te geven. Met de inzet op effectdoelen verminderen we ons eigen nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffengebruik. Bij de jaarlijks 700 miljoen euro aan inkoop van producten, diensten en werken kiezen we waar mogelijk voor circulaire criteria en eisen. Dit doen we ook in tenders bij bouwplannen. Hiervoor zetten we in op het verankeren van circulaire denken en doen in onze gehele organisatie. We kopen in de toekomst niet alleen circulair in, maar zijn als organisatie herkenbaar voor de markt als een circulair opdrachtgever. Door te vragen naar circulaire oplossingen stimuleren we de markt om meer circulair aanbod te ontwikkelen. We vragen dit niet alleen passief uit, maar nemen ook actief deel in ketensamenwerkingen om circulaire innovatie- en kennisontwikkeling te versnellen. Dit maakt het stap voor stap mogelijk om de norm zowel aan de onder- als bovenkant telkens verder in de benodigde richting te krijgen. We delen de voorbeelden om marktpartijen, consumenten en medeoverheden te informeren over wat er mogelijk is en inspireren hen zo om ook circulaire keuzes te maken.
1.3
We werken aan de randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken en doen (zo makkelijk) mogelijk te maken voor iedereen. Het is op dit moment lang nog niet altijd mogelijk om de meeste gewenste of benodigde circulaire keuzes te maken. Circulaire producten en diensten zijn nog niet altijd (kostenneutraal) beschikbaar voor de consument en producenten hebben nu soms nog moeite hun circulaire business cases te sluiten. Ook ontbreekt soms de ruimte in Utrecht voor circulaire bedrijven om zich te vestigen of verder te ontwikkelen en zit landelijke (afval)wet- en regelgeving hergebruik in de weg. Als gemeente Utrecht zetten we ons in om deze drempels zelf weg te nemen en vragen we bijvoorbeeld bij het Rijk ze weg te nemen. Dit doen we zelf via verschillende bestaande instrumenten zoals het toewijzen van gemeentelijke grond, financiële stimuleringsregelingen, participeren in samenwerkingsverbanden of het ontwikkelen van circulaire financieringsmodellen voor het maatschappelijk vastgoed, het ontwikkelen van een hoogwaardig gescheiden inzamelingssysteem 5
voor huishoudelijk afval. Daarnaast zetten we in op lobby en samenwerking met de regionale en landelijke overheid. Zo helpen we inwoners en ondernemers om de overgang naar circulair denken en doen te maken. 1.4
Circulaire bedrijven en ondernemers blijven de hoeksteen van onze toekomstbestendige economie en onze sterke concurrentiepositie in Europa. Circulair denken, organiseren en doen zal in 2050 de standaard zijn. Dat is nu nog niet het geval. Ongeveer 10% van de bedrijven in de provincie Utrecht is circulair (Utrecht NEx, 2023). Het behouden en optimaliseren van bestaande fysieke en milieu-ruimte is hierbij een randvoorwaarde. Om de vraagkant te stimuleren maken we ook ruimte om consumenten te inspireren circulaire keuzes te maken. We blijven circulaire ondernemers in Utrecht actief steunen, zowel in het vinden van financiering, locatie als via kennisdeling. Ook blijven we samenwerkingsverbanden stimuleren tussen onderwijsinstellingen, marktpartijen en wij als overheid die het circulaire opleidingsaanbod vergroten en informatie delen over relevante veranderingen in de arbeidsmarkt. Zo nemen we drempels weg zodat circulaire bedrijven in Utrecht op eigen kracht aan een circulair bedrijfsmodel kunnen bouwen. En we net als nu een toekomstbestendige economie en sterke concurrentiepositie in Europa behouden.
1.5
We zetten samen met ketenpartners de volgende stap – van leren en experimenteren – naar opschaling en standaardisering in circulair (ver)bouwen en onderhouden in de gemeente Utrecht. Na een periode van leren en experimenten, waarin ontzettend veel is bereikt en geleerd (zoals benoemd in de raadsbrief afronding actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023) komt de transitie naar circulair bouwen in een volgende fase. Circulariteit wordt steeds meer integraal onderdeel van het denken en doen binnen onze organisatie. We concretiseren de benodigde randvoorwaarden, zoals de logistieke randvoorwaarden voor hoogwaardig hergebruik in de openbare ruimte. We ontwikkelen samen met de markt de benodigde ketensamenwerkingen, indicatoren en raamwerken en passend opleidingsaanbod voor een circulaire en duurzame versnelling van de woning- en utiliteitsbouw. Binnen ons maatschappelijk vastgoed passen we circulaire criteria en eisen toe in onze aanbestedingen, werken we aan de ontwikkeling van een circulair businessmodel én vergroten we de meetbaarheid van circulair bouwen door een toetsingskader te ontwikkelen en te hanteren waarmee de milieubaten van circulair bouwen integraal worden meegewogen. In 2030 willen we dat in de openbare ruimte minimaal 50% van de materialen hernieuwbaar en hergebruikt is.
Voor het materiaalgebruik via tenders voor woning- en utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed willen we dat dit in 2030 minimaal 55% is.
1.6
Als circulair opdrachtgever kopen we alleen in wat echt nodig is én geven we in nauwe samenwerking met de markt aantoonbaar het goede voorbeeld. We worden er steeds beter in om onze inkoop in te zetten als krachtig middel om bij te dragen aan maatschappelijke doelen. Dit is belangrijk omdat we met de circa 700 miljoen euro die we jaarlijks inkopen een enorme impact maken. Na een periode van uiteenlopende succesvolle en leerzame voorbeelden zetten we de volgende stap naar de integratie van circulair denken en doen binnen de inkoopafdeling, alle interne opdrachtgevers en uiteindelijk de gehele organisatie. De ontwikkeling en inzet van indicatoren (zoals de milieukostenindicator, MKI) en onderzoek naar onze eigen impact maakt dat we steeds gerichter en doeltreffender werken aan het verminderen van ons grondstoffengebruik én onze ecologische voetafdruk. Ook blijven we nauw samenwerken met de markt om onze kennis te vergroten, de ontwikkeling van circulaire producten en diensten te versnellen én om de samenwerking met opdrachtnemers continue te verbeteren. Door de huidige inspanningsmonitoring door te ontwikkelen naar effectmonitoring maken we onze impact en bijdrage aan de effectdoelstelling steeds beter meet- en stuurbaar.
6
1.7
Door nauwe samenwerking met partijen in de stad, regio en landelijk voorkomen we steeds vaker onnodig afval en hergebruiken we reststromen steeds vaker als hoogwaardige grondstof. In 2050 zijn we in de gemeente Utrecht afvalvrij. Hiervoor zetten we in op zowel de preventie van afval aan de voorkant van de keten – waarvoor we grotendeels afhankelijk zijn van consumenten, producenten en landelijke en Europese wet- en regelgeving – als op het hoogwaardig hergebruik van gescheiden ingezamelde reststromen aan de achterkant van de keten. We brengen focus aan op vier reststromen waar we direct en indirect invloed op kunnen uitoefenen. Dit zijn: huishoudelijke reststromen, materialen uit de openbare ruimte van de gemeente Utrecht, materialen uit demontage- en bouwwerkzaamheden en bedrijfsreststromen. Naast de lobby en samenwerking met medeoverheden vergroten we de zichtbaarheid van het thema bij consumenten. Dit doen we bijvoorbeeld door optimalisatie van het huidige inzamelsysteem, het onderzoek van de Gebiedsaanpak Grondstoffeninzameling Binnenstad 2023-2040, via communicatie rondom (grofvuil)afvalinzameling en door de ontwikkeling van twee fysieke upcyclecenta.
1.8
De inzet op de overkoepelende transitie- en effectdoelstelling creëert meervoudige maatschappelijke waarde door de bijdrage aan meerdere maatschappelijke doelen. Het werken aan de transitie van de samenleving richting een circulaire stad en samenleving daarin draagt bij aan het loskomen van de huidige manier van denken, organiseren en doen. Dit helpt ook voor het versnellen van de klimaat-, energie-, voeding-, gezondheids-transities. Daarbovenop draagt het verminderen van het gebruik van nieuwe niet-hernieuwbare grondstoffen ook significant bij aan concrete maatschappelijke doelstellingen, zoals het verminderen van schadelijke uitstoot en biodiversiteitsverlies. Om deze voordelen optimaal te benutten wordt ingezet op een integrale benadering en aanpak van de verschillende geldende maatschappelijke beleidsdoelstellingen. Zo vormt de Utrecht Circulair nu en in de toekomst een belangrijke hoeksteen in de gezonde en duurzame gemeente Utrecht.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Onvoldoende sturing en coördinatie vanuit de landelijk overheid remt de transitie. Voor het behalen van de ambities en doelstellingen blijven het bedrijfsleven en lokale overheden deels afhankelijk van stevige sturing, coördinatie, normen, weten regelgeving vanuit de landelijke overheid. Via lobby en samenwerkingen, onder andere met de grote- en koplopers gemeenten en de Vereniging van Nederlandse gemeenten, agenderen we de noodzakelijke sturing. In 2024 tot Prinsjesdag 2025 is daarbij de benodigde samenwerking tussen overheden ten aanzien van de actualisatie van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2030 van groot belang.
1.2
Beperkt beschikbare ruimte voor bedrijven in de stad wordt niet of suboptimaal benut voor circulaire bedrijven. Bedrijven zijn de motor van de Utrechtse economie én de werkgelegenheid en innovatie om maatschappelijke doelen te behalen. Zonder ruimtelijk beleid voor circulaire bedrijven is de circulaire transitie niet goed mogelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat zelfs dat tot 2050 40% meer ruimte nodig is voor circulaire bedrijven met onder andere opslag en schuifruimte. Regelmatig wordt ervoor gekozen om bedrijfsruimte te benutten voor woningbouw. Daarnaast wordt bestaande milieuruimte op bedrijfskavels niet optimaal benut. Dit, in combinatie met een historisch laag leegstandscijfer in Utrecht van 1,6%, maakt dat circulaire bedrijven zich vaak nog niet goed kunnen vestigen, verplaatsen of uitbreiden. Met de beleidsnota is ingezet op een transitiedoel om de huidige bedrijfsruimte te behouden en daarbij met hogere urgentie en prioritering de gewenste transitie te
7
realiseren. Ook maken we, met het nieuwe te realiseren circulaire bedrijfsterrein Strijkviertel ruimte voor circulaire bedrijven. 1.3
Maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, leveringszekerheid of vervuiling van lucht, bodem en water zijn beperkt eenduidig tegen elkaar af te wegen. De grote maatschappelijk opgaven van deze tijd zijn onlosmakelijk verbonden en elk van groot belang voor het realiseren van een gezonde leefomgeving in gemeente Utrecht. Criteria op de genoemde opgaven zijn te definiëren, maar niet altijd eenduidig te kwantificeren. Ook is het vaak persoonlijk en subjectief welke criteria zwaarder dan andere criteria moeten wegen. Dit vormt een risico, omdat de behoefte aan een zo objectief mogelijke integrale afweging daadkrachtige besluitvorming in de weg kan staan. Waar mogelijk zoeken we via Utrecht Circulair de integratie en afstemming om keuzes zo eenduidig mogelijk te onderbouwen. Daarnaast blijft daadkracht in het maken van keuzes, ook bij het ontbreken van volledige stuurinformatie of draagvlak, noodzakelijk.
1.4
De inzet voor het behalen van meerdere beleidsdoelen is (nog) ongedekt. De beleidsnota is geschreven vanuit het perspectief om in beeld te krijgen wat nodig is om de doelen voor 2030 te bereiken. Er staan daarom doelen in waarvoor nog geen of niet volledige dekking is georganiseerd. Ook zal vanaf 2026 een deel van de huidige tijdelijke dekking voor Utrecht Circulair vervallen. Mocht er in de toekomst dekking vrijkomen, bijvoorbeeld vanuit een EU-subsidie, dan kan er snel gestart worden met de betreffende beleidsdoelen. We onderzoeken doorlopend welke aanvullende dekkingsbronnen mogelijk zijn. Ook is daarbij de samenwerking met de Provincie Utrecht geïntensiveerd op basis van haar Middellange Termijn Strategie (MTS) Circulaire Economie. Daarbij is naar ons idee ‘werk met werk’ te maken.
Beslispunt 2
De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht, als onderdeel van het thematisch beleid van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aan te passen.
Argumenten 2.1
In de omgevingsvisie is al het gemeentelijk beleid over de fysieke leefomgeving opgenomen. Beleid over het thema circulariteit raakt de fysieke leefomgeving, en hoort daarom thuis in de omgevingsvisie. Door de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vast te stellen en op te nemen, wordt het onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Dit betekent dat de gemeentelijke website met de Utrechtse omgevingsvisie moet worden geactualiseerd.
Kanttekeningen / Risico’s 2.1
De Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 vormt een beperkt integraal karakter zoals omschreven in artikel 3.2 van de Omgevingswet. De beleidsnota specialiseert zich op het thema circulariteit. Daarmee vormt het een beperkt integraal karakter zoals omschreven in artikel 3.2 van de Omgevingswet.
8
Financiën Het realiseren van de doelen uit de beleidsnota vraagt tot 2030 ongeveer 15 miljoen euro. Op dit moment is hiervan circa 7,7 miljoen euro gedekt vanuit verschillende programma’s en subsidies. Dit betekent dat middelen ontbreken om alle activiteiten uit te voeren die wenselijk zijn voor het behalen van de doelstellingen. Met name vanaf 2027 zijn er minder middelen beschikbaar. Ongedekte activiteiten worden niet uitgevoerd. Dat betekent dat een deel van de huidige doelen niet behaald worden tenzij er extra middelen worden gevonden, bijvoorbeeld via een EU-subsidie. We zetten in op het vinden van extra dergelijke middelen de komende jaren. Zie voor meer informatie hoofdstuk C.4 in de Ontwerp Beleidsnota.
Vervolg Na besluitvorming over de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 geven we daar verder uitwerking aan via het opstellen van verschillende uitvoeringsprogramma’s, het verder uitvoeren van al bestaande uitvoeringsprogramma’s of projecten en activiteiten. In de uitvoeringsprogramma’s worden de concrete activiteiten voor de komende één tot twee jaar vastgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met EUregelgeving (waaronder de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen met betrekking tot de juridische status afval-grondstof), Omgevingswet-AMvB's (in het bijzonder het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving) en het privaat- en aanbestedingsrecht. Sommige uitvoeringsprogramma’s zijn vooruitlopend op (en in samenhang met) de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 op- en/of vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) is daar een voorbeeld van.
Participatie en inspraak De gemeente moet – op grond van de Omgevingswet - motiveren hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Ook moet de gemeente aangegeven op welke manier invulling is gegeven aan dit participatiebeleid. In dit verband is ook de gemeentelijke Utrechtse participatie- en inspraakverordening met de bijbehorende Utrechtse participatieleiddraad van belang. In lijn met de geldende participatieleidraad en in afstemming met ‘Samen stad maken’ is tweemaal een externe groep experts benaderd om conceptteksten van de beleidsnota inhoudelijk te beoordelen. In maart 2024 de eerste groep, in mei 2024 de tweede groep. Dit zijn partijen als medeoverheden op ambtelijk niveau, adviesbureaus, kennisinstellingen, non-profit organisaties en verenigingen actief binnen de circulaire economie. Feedback vanuit deze twee participatierondes heeft geleid tot aanscherping in de tekst en ambities. Per participant is schriftelijk teruggekoppeld wat concreet met de feedback is gedaan binnen de beleidsnota.
De participanten zijn: Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, bedrijventerrein Lage Weide, NMU, ROM Utrecht, Universiteit Utrecht, Circular Finance Lab, Vereniging Nederlandse Gemeenten, PowerdByMeaning, Copper8, Rabobank, provincie Utrecht, Utrecht4GlobalGoals, Cirkelstad, Building Balance, W/E Adviseurs, Alba Concepts, gemeente Amersfoort, Merosch, ROC Midden Nederland, VNO-NCW Midden, Circle Pioneer, GBN. Met de vrijgave voor inspraak is een inspraakprocedure doorlopen. De ontwerp beleidsnota heeft van 5 juli tot en met 16 augustus ter inzage gelegen; in die periode vijf zienswijzen op de ontwerp-beleidsnota ingediend. De reacties zijn verwerkt in bijgevoegde reactienota.
Communicatie Via een mix aan communicatiemiddelen communiceren we intern en extern over de Beleidsnota Utrecht Circulair 2050. Denk aan: - Een melding op www.overheid.nl; - Berichtgeving op de gemeentelijke website (www.utrecht.nl); - Sociale mediakanalen van de gemeente; - Relevante, interne nieuwsbrieven; - Persoonlijk contact met relevante stakeholders zoals medeoverheden, private partijen, non-profits, onderzoeksinstellingen.
9
Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming - Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 Bijlagen informatief - Reactienota Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 - Bevat persoonsgegevens – NAW-gegevens bij zienswijzen
10