Raadsvoorstel Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Onderwijs Vastgoedorganisatie Utrecht Sophie Nauwelaerts de Agé 12845476 volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 met de volgende ambitie/ doelstellingen/ uitgangspunten vast te stellen: a. Ambitie: Moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen, die voldoende passend en duurzaam is. b. Doelstellingen: i) Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. ii) Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. c. Uitgangspunten: i) Ongelijk investeren voor gelijke kansen ii) Duurzame scholen iii) Samenwerking tussen scholen en 10 minuten stad iv) Inclusief onderwijs v) Flexibele huisvesting 2. In de programmabegroting 2026 bij doelstelling 2 ‘Huisvesting scholen’ uit het programma Kansrijk opgroeien, de daarbij behorende effectindicatoren te vervangen, zoals beschreven in de Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs bestaat uit deze beleidsnota onderwijshuisvesting en een uitvoeringsprogramma. Met het IHP geeft de gemeente samen met schoolbesturen invulling aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting en de gezamenlijke wens om voor alle Utrechtse leerlingen moderne en toekomstbestendige huisvesting te realiseren. Het gaat hierbij om huisvesting van scholen in het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en (voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO en gymzalen ten behoeve van het bewegingsonderwijs.
Context Aanleiding Het huidige Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting (MPOHV) loopt af in 2025, daarom stellen we het nieuwe Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs op voor de periode 2026-2041. Het IHP onderwijs bestaat uit de beleidsnota onderwijshuisvesting en het uitvoeringsprogramma onderwijshuisvesting. Met de beleidsnota geven we richting aan hoe we nieuwe Utrechtse scholen willen bouwen. Dit is vertaald naar een uitvoeringsprogramma, zodat er komende zestien jaar scholen ge- en verbouwd kunnen worden. Dit plan sluit aan op de ambities en de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Juridische context De gemeente Utrecht werkt al jarenlang met een meerjarig huisvestingsplan onderwijs. Het voorliggende plan is het derde plan dat meerjarig wordt vastgesteld, omdat het huidige MPOHV afloopt na 2025. Het is echter tot op heden geen juridische verplichting om een dergelijk meerjarenplan te hebben, maar gezien de huidige werkwijze past dit uiteraard wel bij de Utrechtse werkwijze en het daardoor zijn van een betrouwbare overheid. Het ministerie van OCW werkt echter al wel enkele jaren aan een wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting, de wet ‘planmatige aanpak onderwijshuisvesting’. Daarin worden gemeenten in de nabije toekomst verplicht om een meerjarig IHP onderwijs vast te stellen.
In de wet wordt bij een IHP onderwijs geen onderscheid gemaakt tussen een beleidsnota en een uitvoeringsprogramma, terwijl in Utrecht dit onderscheid wel wordt gemaakt volgens de DUS methode. Daarom is er een beleidsnota opgesteld, welke vervolgens alvast is vertaald in een uitvoeringsprogramma. Kaderstellende documenten zoals de beleidsnota moeten vastgesteld worden door de gemeenteraad. Ook op grond van de huidige wetgeving dient de gemeenteraad deze beleidsnota vast te stellen. Wij kwalificeren de beleidsnota daarmee als een IHP, onder het nieuwe wetsvoorstel. Het voornaamste doel van de beoogde wetswijziging is om schoolbesturen en gemeente meer planmatig met elkaar te laten samenwerken bij investeringen in schoolgebouwen. In de beleidsnota wordt nader ingegaan op de wettelijke verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting (zie hoofdstuk kaders). Daarin wordt aangegeven dat de gemeente moet zorgen voor voldoende onderwijsoppervlakte en de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor beheer en exploitatie van de schoolgebouwen. Dit samenspel maakt het ook des te noodzakelijker om meerjarige afspraken met elkaar te maken. Hiermee kunnen de partijen meerjarige vooruitkijken en programmeren, op basis van zoveel mogelijk zekerheid en duidelijkheid en met zo min mogelijk tussentijdse verrassingen.
Beslistermijn Om de beoordeling van de aanvragen voor het HVP 2026 op basis van een vastgestelde beleidsnota te laten plaatsvinden, moet de beleidsnota uiterlijk in mei 2025 van kracht zijn. Dit betekent dat het plan uiterlijk 1 april 2025 vastgesteld moet zijn, rekening houdend met de mogelijkheid referendum voor een periode van 5 weken. Beoogd effect Met het IHP onderwijs beogen we voor de periode 2026 –2041 voldoende onderwijscapaciteit te realiseren zodat alle Utrechtse leerlingen gebruik kunnen maken van moderne en toekomstbestendige schoolgebouwen en gymzalen.
2
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Raadsvoorstel Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 - Raadsvoorstel Verordening onderwijshuisvesting - Raadsvoorstel Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; RSU 2040 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs Q1-2023 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs Q2-2023 - Raadsbrief Voortgangsrapportage onderwijshuisvesting 2023 - Raadsbrief kwartaalbrief onderwijs 4e kwartaal 2023 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 1e kwartaal 2024 - Raadsvoorstel Utrechtse Onderwijs Agenda 2024-2027 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 2e kwartaal 2024 - Raadsbrief Integraal huisvestingsplan onderwijs 2026-2041 - Raadsbrief Voortgangsrapportage onderwijshuisvesting 2024 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs derde kwartaal 2024
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 met de volgende ambitie/ doelstellingen/uitgangspunten vast te stellen: a. Ambitie: Moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen, die voldoende passend en duurzaam is. b. Doelstellingen: i) Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. ii) Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. c. Uitgangspunten i) Ongelijk investeren voor gelijke kansen ii) Duurzame scholen iii) Samenwerking tussen scholen en 10 minuten stad iv) Inclusief onderwijs v) Flexibele huisvesting
Argumenten 1.1
Dit beleid geeft invulling aan onze wettelijke taak en ambitie om voldoende goede onderwijshuisvesting te realiseren. We maken met schoolbesturen op basis van de beleidsnota onderwijshuisvesting lange termijn afspraken om een planmatige, duurzame en toekomstgerichte aanpak van onderwijshuisvesting mogelijk te maken. Hiermee voldoen we aan onze wettelijke taak en zorgen we voor voldoende kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. Deze plannen worden in het uitvoeringsprogramma door het college van B&W uitgewerkt. Op dit moment houden we rekening met financiële middelen voor: Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL)(wettelijk), Utrecht Standaard Toegankelijk (UST), frisse scholen klasse B, stedenbouwkundige eisen en energieneutraal bouwen (ENG) (bovenwettelijk).
1.2
Dit beleid geeft invulling aan een aantal vastgestelde moties. Zoals we ook hebben beschreven in de Raadsbrief Integraal huisvestingsplan onderwijs 2026-2041 zijn in de nota diverse moties verwerkt. We sluiten middels het uitgangspunt ongelijk investeren voor gelijke kansen aan bij de motie M2024/29 “Zet ook in op het bevorderen van kansengelijkheid in het afwegingskader bij Onderwijshuisvesting”. Dit wordt beschreven bij de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’. Op basis van de scheidslijnenmonitor brengen we prioritering aan in de programmering. Dit betekent dat een ruime meerderheid van de scholen uit de kwetsbare buurten 3
volgens de scheidslijnenmonitor in de eerste periode van het IHP aan bod komen. We sluiten middels het uitgangspunt ‘Samenwerking tussen scholen en 10 minuten stad’ aan bij de motie M2024/26 “Meer samenwerking, minder concurrentie”. Dit wordt beschreven bij de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’, in het subdoel verminderen leegstand en efficiënter inrichten van de portefeuille’. We sluiten middels het uitgangspunt ‘flexibele huisvesting’ aan bij de motie M2022/307, “Mixen maar!”. Dit wordt beschreven bij de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’, in het subdoel verminderen leegstand en efficiënter inrichten van de portefeuille’. 1.3
De uitgangspunten zorgen voor een gezamenlijk kompas om maatschappelijke effecten te bereiken. Duurzaamheid: Uitgangspunt van de beleidsnota onderwijshuisvesting is om te blijven inzetten om schoolgebouwen zo energieneutraal mogelijk te maken. Schoolbesturen worden gestimuleerd te kiezen voor energetisch duurzame maatregelen boven de wettelijke kaders van Bijna Energieneutraal (BENG) naar energieneutraal (ENG) en te kiezen om vroegtijdig van gas naar elektriciteit over te stappen (Aardgasvrije scholen vergoeding). Samenwerking tussen scholen: In herschikkingsgesprekken met de PO schoolbesturen bespreken we op wijkniveau de beschikbare vierkante meters, het aantal té kleine scholen, de leegstand en de leerlingenprognoses per PO school. We komen tot herschikkingsafspraken, zodat we gebouwen optimaler benutten en de bezettingsgraden van de schoolgebouwen verhogen. Inclusief onderwijs: We vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren samen opgroeien, met en van elkaar leren en met elkaar omgaan. We willen segregatie tegengaan en integratie bevorderen, ook op school. Kinderen gaan zoveel mogelijk thuisnabij naar school. Flexibele huisvesting: Een belangrijke doelstelling in dit IHP onderwijs is slimmer ruimtegebruik. We stimuleren enerzijds zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en combineren anderzijds functies binnen één pand.
We geven invulling aan de flexibele huisvesting en multifunctionele faciliteiten door actief te zoeken naar koppelkansen om functies binnen gebouwen te combineren.
1.4
Met de beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 lopen we vooruit op de komende wetswijziging en kunnen we hier tijdig op anticiperen. Het ministerie van OCW werkt aan een wetswijziging die beoogt per 1 augustus 2025 gemeenten te verplichten een Integraal Huisvestingsplan (IHP) te hebben. Deze wijziging is gericht op het bevorderen van een planmatige samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen bij de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen. Door ons IHP nu vast te stellen, anticiperen we op deze aankomende verplichting en zorgen we ervoor dat we tijdig voorbereid zijn op de nieuwe wettelijke eisen. Bij de totstandkoming hebben we nauw samengewerkt met de schoolbesturen, waardoor we draagvlak hebben gecreëerd.
1.5
De beleidsnota betreft een plan voor een periode van zestien jaar In de beoogde wetswijziging wordt voorgesteld dat het IHP moet worden vastgesteld voor een periode van vier jaar, met een doorkijk van twaalf jaar. Het gaat in totaal om zestien jaar. Omdat bouwprojecten vaak een langere doorlooptijd hebben dan vier jaar, rekening houdend met de gesprekken die we vooraf met de schoolbesturen voeren, hebben wij ervoor gekozen om het plan voor zestien jaar te laten vaststellen. Bovendien hebben we in Utrecht met een groot aantal scholen te maken (in vergelijking met veel andere gemeentes) en op deze manier weten de schoolbesturen beter waar zij rekening mee moeten houden in hun meerjarenstrategie op onderwijshuisvesting.
Kanttekeningen/Risico’s
4
1.1
Het meerjarenprogramma IHP is (nog) niet volledig financieel gedekt. Er is dekking voor de periode 2026 tot en met 2035 en volgens de inzichten van nu zal vanaf 2035 een (structurele) oplossing gevonden moeten worden voor het tekort op het kapitaallastenbudget dat volgt uit de programmering die nu voorligt. Rekening houdend met planningsoptimisme ontstaat dit tekort naar verwachting wat later, vanaf 2038 oplopend naar 2,9 miljoen euro structureel. Belangrijk om te realiseren is dat het IHP is opgesteld met de kennis van nu, en hoe verder in de toekomst we kijken hoe minder zeker het wordt dat de uitgaven zich exact zo zullen voordoen als nu is opgenomen. Afhankelijk van bijstellingen die jaarlijks plaats zullen vinden is het uitgangspunt dat het tekort, uitgezonderd het uitbreidingsdeel, zoveel mogelijk binnen het IHP zelf opgevangen wordt (zie verder de toelichting Financiën).
1.2
De uitgangspunten inclusief onderwijs, flexibele huisvesting en duurzame schoolgebouwen passen op dit moment niet binnen het financieel kader. Wij staan voor grote uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting. In onze verdichtende steden is het vinden van een geschikte onderwijslocatie erg lastig. Stijgende marktprijzen en bouwkosten en aanvullende (zelfs Europese) eisen die worden gesteld aan de gebouwen vergroten bovendien de financiële druk op de begroting voor onderwijshuisvesting. Er is geen dekking voor flexibel en circulair bouwen (onderdeel duurzaam bouwen) en voor inclusief onderwijs voor de gehele doorlooptijd van de beleidsnota onderwijshuisvesting. Deze onderwerpen zijn geen onderdeel van de wettelijke taak. De beleidsnota heeft een doorlooptijd van zestien jaar. Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden voor deze uitgangspunten maakt de komende jaren onderdeel uit van de integrale afweging bij de Voorjaarsnota. We zoeken aansluiting bij ontwikkelingen van aanpalende beleidsvelden. We geven hierdoor nog geen invulling aan de motie M2024/27 “Inclusief & Adaptief”.
1.3
Projecten in buurten die niet als kwetsbaar worden beschreven komen later aan de beurt. Het uitgangspunt ongelijk investeren voor gelijke kansen gaat niet gepaard met extra benodigde financiële middelen, maar met het anders verdelen van middelen over de tijd op basis van dit criterium. Dit betekent dat projecten in andere buurten later aan de beurt komen. De scheidslijnenmonitor is hierbij het uitgangspunt.
1.4
Er zijn uitdagingen op het gebied van beheer en onderhoud bij multifunctionele gebouwen en meervoudig gebruik van gebouwen. Om ook een combinatie van bredere functies te laten slagen, is het noodzakelijk om goede afspraken te maken over het eigenaarschap, beheer en onderhoud van een dergelijk gebouw tussen gemeente en schoolbesturen. In de beleidsnota stellen we acties voor de komende jaren voor om concreet invulling te geven aan dit onderwerp.
1.5
Schaarste in netcapaciteit kan zorgen voor vertraging en/of extra kosten voor de bouwprojecten onderwijs. Voor de bouwprojecten onderwijs kan dit voor vertraging en/of extra kosten zorgen. Gelet op de wettelijke taak die de gemeente heeft voor Onderwijshuisvesting zijn wij op zoek naar maatwerkoplossingen voor onze (nieuwbouw) onderwijshuisvestingsprojecten die gepland staan op te leveren tussen 2024 en 2030 (verwachte einde netcongestie). Hiervoor zijn beleidsmatige, operationele en/of financiële oplossingen nodig. Voor renovatieprojecten is reeds door het college besloten bij renovaties te kiezen voor aardgasvrijready in plaats van volledig aardgasvrij.
5
1.6
De ambities voor circulair en klimaatadaptief bouwen voor onderwijshuisvesting moeten nog worden uitgewerkt. De ambities op dit vlak moeten voor onderwijshuisvesting nog in lijn worden gebracht met de uitwerking van het circulariteits- en klimaatadaptief beleid van Utrecht het komend jaar. Op dit moment wordt noch op landelijk noch op stedelijk niveau gestandaardiseerde methode gevolgd voor circulair en klimaatadapatief bouwen.
Beslispunt 2
In de programmabegroting 2026 bij doelstelling 2 ‘Huisvesting scholen’ uit het programma Kansrijk opgroeien, de daarbij behorende effectindicatoren te vervangen, zoals beschreven in de Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041.
Argumenten 2.1
Met de nieuwe effectindicatoren kunnen we de nieuwe beleidsmatige subdoelstellingen beter monitoren. De verantwoording sluit door de aanpassing van de indicatoren en subdoelstellingen aan bij de Planning & Control-cyclus van Voorjaarsnota en Programmabegroting, wat de monitoring en realisatie van beleidsdoelen verder ondersteunt. Om de monitoring verder te versterken, richten we ons op: minder rapporteren, hoogwaardiger rapporteren waardoor sturingsmomenten beter benut kunnen worden. Door minder te rapporteren, voorkomen we overbelasting met onnodige informatie en houden we de focus op de essentie. Hoogwaardiger rapporteren zorgt voor nauwkeurige en strategisch relevante informatie. Dit biedt meer inzicht waardoor het bij cruciale sturingsmomenten (Voorjaarsnota en Programmabegroting) duidelijker is wat de situatie is, zodat de gemeenteraad beter in positie komt om bij te sturen als zij dat nodig vindt. Deze indicatoren geven uw raad meer mogelijkheden tot sturing.
2.2
Door de indicatoren te vervangen sluiten we aan op de nieuwe subdoelstellingen. De indicatoren hebben betrekking op de onderwerpen waar wij als ‘onderwijshuisvesting’ verantwoordelijk voor zijn.
Kanttekeningen/Risico’s 2.1
De nulmeting voor de indicator ‘leegstand’ is nog niet beschikbaar. Het jaar 2025 gebruiken we om de leegstand inzichtelijk te maken. Deze indicator sluit aan op de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’ en de subdoelstelling ‘het verminderen van leegstand’. Er wordt door scholen vaak samengewerkt met BSO en VE. Dit betekent vaak dat er ruimtes in de schoolgebouwen ingezet worden voor kinderen buiten de reguliere schooltijden. Soms is hier sprake van dubbel gebruik van ruimtes, maar soms ook niet. Dit maakt het lastig om de leegstand goed inzichtelijk te maken. Tot die tijd kunnen we de gegevens zoals we nu beschikbaar hebben gebruiken, maar daarbij hebben we nog geen zicht op dubbelgebruik van ruimtes.
6
Financiën De totaal benodigde investering voor de volledige looptijd van het IHP bedraagt ruim € 900 mln. en is als volgt opgebouwd: Omschrijving investering (* 1.000.000)
Fase 1
€ € Subtotaal projecten conform nieuw normbedrag € ENG (ambitie) € Stedenbouwkundige eisen € Onvoorzien € Totale geprogrammeerde uitgaven € Raming projecten niveau bouwbesluit Opslag frisse scholen (ambitie)
Fase 2
388,6 € 4,3 € 392,9 € 10,1 € 23,8 € 4,0 € 430,8 €
Fase 3
Fase 4
Totale raming
164,0 € 140,7 € 107,8 € 3,2 € 2,9 € 2,0 € 167,2 € 143,7 € 109,8 € 1,6 € 1,8 € 1,6 € 13,1 € 10,5 € 8,3 € 4,0 € 4,0 € 5,0 € 185,9 € 159,9 € 124,7 €
801,1 12,5 813,6 15,1 55,7 17,0 901,3
Fase 1 2026 – 2029, fase 2 2030 – 2033, fase 3 2034 – 2037, fase 4 2038 – einde plan
Deze benodigde investering gaat zowel over de beleidsnota als het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma geeft hierbij de concrete projecten weer, welke onderdeel zijn geworden van dit uitvoeringsprogramma op basis van de beleidsnota onderwijshuisvesting. De investering per project wordt alleen als geheime bijlage opgenomen bij het uitvoeringsprogramma. Bij de beleidsnota wordt enkel het overzicht van projecten beschreven, zonder investeringsbedrag. Dit in verband met de bevoegdheden van het college en de raad. Er bevindt zich een aanzienlijke piek in de geprogrammeerde uitgaven van fase 1. Dit heeft te maken met het feit dat verschillende omvangrijke projecten vanuit het MPOHV zijn vertraagd, en nu pas tot uitvoering komen, tegelijk met nieuwe IHP projecten voor met name het Voortgezet Onderwijs. Veelal gaat het om scholen in de nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals Merwedekanaalzone, Cartesius en Beurskwartier, maar ook om bijvoorbeeld de Internationale School Utrecht. Of uitvoering daadwerkelijk plaats gaat vinden conform deze programmering hangt met vele externe factoren samen. Wij monitoren de planningen elk jaar en zullen indien nodig de programmering elk jaar bijstellen. Overigens zal de daadwerkelijke cashflow afwijken van het beschikken van bedragen.
De cashflow wordt jaarlijks in beeld gebracht bij de Programmabegroting en is van invloed op de bepaling van de gemeentelijke schuldquote en solvabiliteit. De eerste herijking van dit IHP inclusief actuele cashflow informatie zal plaats gaan vinden bij de Programmabegroting 2026. De investering voor de volledige looptijd van het IHP is niet volledig gedekt. Er resteert een tekort van € 138 mln. Dit is ondanks, zoals aangegeven, dat de ambities naar beneden zijn bijgesteld en we inzetten op een minimaal kwaliteitsniveau. Omschrijving dekking (* 1.000.000)
Bedrag
Dekking doorloop MPOHV projecten Investeringsruimte kapitaallastenbudget OHV Reserve MPOHV* Budget programma Sport Budget Voorjaarsnota 2024 Extra huuropbrengsten zorg/kinderopvang ENG budget (energieneutraal) Subtotaal dekkingen
€ € € € € € € €
293,6 189,8 7,4 9,2 247,2 6,9 8,4 762,5
Totale uitgaven
€
901,3
Tekort
€
138,8
In de eerste tien jaren is er voldoende dekking beschikbaar, het tekort fluctueert tussen de jaren en ontstaat met name vanaf het jaar 2035. 7
Bij de omrekening naar kapitaallasten houden we rekening met planningsoptimisme. In de afgelopen jaren is vaak gebleken dat geraamde investeringen op een later moment tot uitvoering kwamen dan geprogrammeerd. Ook al is de insteek om zo reëel mogelijk te ramen, enige mate van discrepantie hiertussen is niet geheel te voorkomen. Daarom gaan we ervan uit dat elke geprogrammeerde investering pas drie jaar later tot een benodigde kapitaallast zal leiden. Het gevolg hiervan is dat we ervan uit gaan dat er pas vanaf 2038 een tekort ontstaat om het plan in deze vorm geheel uit te kunnen voeren. De kapitaallast horend bij het investeringstekort ad € 138,8 mln. bedraagt € 5,1 mln. structureel, bij het huidige rekenrentepercentage van 2%. Er wordt verwacht dat de ontwikkeling van de omslagrente langzaam zal toenemen naar circa 3,5% vanaf 2040. Belangrijk om te realiseren is dat het plan opgesteld is met de kennis van nu, en hoe verder in de toekomst we kijken hoe minder zeker het wordt dat de uitgaven zich exact zo zullen voordoen als nu opgenomen. In dit IHP hebben we uitbreidingsinvesteringen tot en met 2043 opgenomen in de programmering. Die programmering van uitbreidingsinvesteringen sluit aan bij de bevolkingsprognose voor de stad. Als de daadwerkelijke bevolkingsontwikkeling significant afwijkt van de prognoses zal aanpassing nodig zijn van de programmering.
En dat zal doorwerken in de kosten en de benodigde dekking. Voor de uitbreidingsinvesteringen die in dit IHP zijn opgenomen is de dekking nog niet volledig beschikbaar. Voor de periode 2035 – 2044 is nog € 58,8 mln. extra nodig voor uitbreidingsinvesteringen. Dit betekent dat er op basis van de huidige inzichten vanaf 2038 een tekort op het kapitaallastenbudget ontstaat dat oploopt tot € 2,2 mln. structureel. Voor de dekking hiervan doen we te zijner tijd een beroep op de groeimiddelen. Dit betreft o.a. de extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb die voortkomen uit groei van de stad. Of de middelen hiervoor ontvangt de gemeente in de toekomst via het gemeentefonds, en kunnen nu nog niet aan de begroting van programma Onderwijs worden toegevoegd. Of we kunnen de ambities ook op lange termijn niet waarmaken. Zij maken daarom nog geen onderdeel uit van de dekking, terwijl de uitgaven wel meegenomen zijn in de programmering. Behalve voor de uitbreidingsinvesteringen is er in de periode 2035 – 2044 ook extra budget nodig voor vervangende nieuwbouw en renovatie. Met de kennis van vandaag voorzien we daar een tekort van € 80 miljoen. Dit betekent dat er op basis van de huidige inzichten vanaf 2038 een tekort op het kapitaallastenbudget ontstaat dat oploopt tot € 2,9 mln. structureel.
Voorafgaand aan de start van de coalitieperiode 2034 – 2038 zal hiervoor een (structurele) oplossing gevonden moeten worden, voor zover wij nu kunnen overzien. Afhankelijk van bijstellingen die jaarlijks plaats zullen vinden is het uitgangspunt dat het tekort, uitgezonderd het uitbreidingsdeel, zoveel mogelijk binnen het IHP zelf opgevangen wordt. Mogelijk wordt tegen die tijd opnieuw afgewogen of de bovenwettelijke ambities Frisse scholen klasse B en ENG nog steeds toegepast kunnen blijven worden. Bij de Voorjaarsnota 2024 is er geen indexatie op het kapitaallastenbudget doorgevoerd. Het is nodig om dat vanaf begroting 2026 wel weer te doen. Zonder deze indexatie zal het tekort jaarlijks oplopen met tientallen miljoenen, aangezien de uitgaven nu op prijspeil 2025 zijn weergegeven en jaarlijks zullen worden geïndexeerd naar een volgend prijspeil. Tenslotte is een aandachtspunt de realisatie van extra vierkante meters voor kinderopvang en/of zorg. In het uitvoeringsprogramma zijn projecten opgenomen waarin we, conform beleid (uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra), willen investeren in Utrechtse Kindcentra. Voor het kinderopvangdeel zijn we bereid de investering voor te financieren voor de kinderopvangpartner. De kosten hiervan moeten worden gedekt uit de huuropbrengsten van de kinderopvang.
Er zit een risico in deze voorfinanciering dat de investeringskosten niet volledig en /of kostendekkend worden terug ontvangen. De betreffende partner kan bijv. failliet gaan. Ook is het mogelijk dat huurders de hoogte van de huurprijs niet kunnen betalen. Uitgangspunt is het in rekening brengen van een marktconforme huurprijs. Gevolg van de stijgende budgetten voor de bouw van het maatschappelijk vastgoed is het effect op de toekomstige structurele exploitatie: de hogere benodigde verhuurprijzen kunnen het vinden van maatschappelijke en commerciële huurders bemoeilijken. 8
Het gaat om de volgende projecten, reeds verwerkt in het Meerjaren Perspectief Onderwijshuisvesting (MPOHV), waarbij we voorfinancieren: Haarrijn, Cartesius, Kleine Vliegenier, Groenewoud, Sint Maarten, Rietendakschool, en Beurskwartier. En om de volgende projecten, nog niet eerder verwerkt in het MPOHV, met een voorfinanciering component: Auriscollege en Merwedekanaalzone blok 17. Van de ruim € 900 mln. geprogrammeerde uitgaven heeft € 46 mln. betrekking op voorfinancieringen. Volledigheidshalve merken wij op dat in dit bedrag ook de Internationale School Utrecht is inbegrepen, Deze voorfinanciering loopt via een ander individueel traject en niet volgens de lijn van het uitvoeringsplan. Door vooraf het goede gesprek erover te voeren, een heldere meerjarige overeenkomst op te stellen en actief in gesprek te blijven met de (kinderopvang)partner wordt het risico op inkomstenderving geminimaliseerd. Voorafgaand aan de voorfinanciering wordt getoetst of er sprake is van een financieel haalbare businesscase, voor zowel de gemeente als de (kinderopvang)partner.
Vervolg Na vaststelling van de beleidsnota onderwijshuisvesting worden de eventueel benodigde aanpassingen in het uitvoeringsprogramma verwerkt en definitief vastgesteld. Vervolgens worden aanpassingen gedaan volgens de reguliere cyclus sturen en verantwoorden. Jaarlijks komen we terug met verantwoording op basis van de programmabegroting. En over vier jaar evalueren we de eerste fase van het IHP onderwijs. Vervolgens passen we de beleidsnota aan na de eerste fase en kijken we vooruit naar de daaropvolgende periode. Het nieuwe IHP maakt het ook noodzakelijk om de verordening Onderwijshuisvesting aan te passen. In deze aanpassingen worden de doelstellingen uit de beleidsnota vertaald naar concrete regels, criteria en kaders, zodat hier uitvoering aan kan worden gegeven. Het gaat om aanpassingen zoals de herziening van normbedragen, het aanpassen van de verwijsafstanden (deze worden langer) en mogelijke uitwerkingen van de herschikkingsopgave. In het tweede deel van 2025 worden de aanpassingen aan de verordening ter besluitvorming voorgelegd aan uw raad. Sturen en verantwoorden Het IHP wordt in voorbereiding op nieuwe landelijke wetgeving opgesteld voor een periode van 4 jaar met een doorkijkperiode van de opvolgende 12 jaar waar onze voornemens uit blijken. Het IHP is daarom opgebouwd uit vier fases van vier jaar.
Elke vier jaar wordt de beleidsnota gewijzigd en opnieuw vastgesteld. Deze herijking geeft uw raad gelegenheid om te sturen, naast dat uw raad ook om de vier jaar wordt geïnformeerd over de inhoudelijke verantwoording/ evaluatie van de beleidsnota over de voorgaande periode. Daarnaast heeft uw raad de mogelijkheid om te sturen bij de besluitvorming via de P&C cyclus en via de kwartaalbrief onderwijs over mijlpalen van projecten, moties en toezeggingen. Dit wordt weergegeven in de figuur hieronder.
9
Participatie Bij het opstellen van het integraal huisvestingsplan onderwijs hebben we uitgebreid gesproken met de schoolbesturen om hun behoeften en inzichten mee te nemen in het proces. Ten eerste hebben de schoolbesturen zitting genomen in de stuurgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van schoolbesturen uit het Primair Onderwijs, Speciaal Onderwijs en Voortgezet Onderwijs. Enerzijds dragen zij hiermee direct bij aan de totstandkoming van de beleidsnota. Anderzijds waren zij als vertegenwoordigers in de stuurgroep verantwoordelijk voor het informeren en updaten van hun collega-besturen en het adviseren op ambities en uitgangspunten. De schoolbesturen hebben ingestemd met de beleidsnota en het uitvoeringsprogramma. Daarnaast hebben we de betrokkenheid van de besturen en huisvestingsadviseurs verzekerd door middel van themateams met belangrijke onderwerpen die in gezamenlijkheid zijn vastgesteld. Het ging in deze themateams bijvoorbeeld veel over flexibele huisvesting, duurzaamheid en gezond stedelijk leven. In deze themateams werkten vertegenwoordigers van de besturen samen met de gemeente om analyses te maken en aanbevelingen te doen. De themateams hebben geleid tot twee adviezen die in de bijlage van het IHP zijn opgenomen.
Ten slotte hebben we ook gesprekken gevoerd met de schoolbesturen op wijk(overstijgend)niveau om de specifieke behoeften en uitdagingen van verschillende wijken in kaart te brengen en te bespreken hoe deze kunnen worden aangepakt binnen het IHP. We hebben gesproken over de beschikbare capaciteit op wijkniveau, het aantal té kleine scholen, de leegstand en de leerlingenprognoses per PO school. We streven met deze gesprekken na om tot herschikkingsafspraken te komen zodat we gebouwen optimaler benutten en de bezettingsgraden van de schoolgebouwen verhogen.
Communicatie Na vaststelling van de Beleidsnota onderwijshuisvesting wordt een persbericht opgesteld en worden belanghebbenden (voornamelijk Utrechtse schoolbesturen) geïnformeerd.
Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 inclusief bijlagen: o Afkortingenlijst o Overzicht projecten (uitvoeringsprogramma) o Wijkportretten/ profielen o Adviezen themateams duurzaamheid en flexibele huisvesting Bijlagen informatief -
10