Raadsvoorstel Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid ‘Gelijke kansen voor een zeker bestaan’ 2024-2028 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Werk en Inkomen Werk en Inkomen Moniek Bredenhoff en Nina Kox 11958034 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid “Gelijke kansen voor een zeker bestaan” 20242028 vast te stellen met de volgende ambitie en leidende principes: a. Ambitie: Alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenvrij. We zetten daarbij extra in op: i. Gezinnen met minderjarige kinderen en jongeren; ii. Het vergroten van het bereik van onze regelingen en het verbeteren van onze dienstverlening; iii. Het vereenvoudigen van onze regelingen en het systeem. b. Leidende principes: i. We zetten in op grondoorzaken ii. We werken stress-sensitief iii. Onze regels en processen zijn eenvoudig iv. Ongelijk investeren in gelijke kansen v. Ons beleid en onze dienstverlening zijn inclusief 2. Bij de aanpassing van de verordening individuele inkomstentoeslag, onder voorbehoud van besluitvorming in de Voorjaarsnota 2024, de volgende keuzes te maken: a. De voorwaarde voor de duur van een laag inkomen (referteperiode) te verkorten van 3 jaar naar 1 jaar. b. De hoogte van het laag inkomen voor alle huishoudtype te verhogen van 110% van het wettelijk sociaal minimum naar 125% van het wettelijke sociaal minimum. c.
Het aantal verschillende huishoudtypen voor de individuele inkomenstoeslag aan te passen naar huishoudens zonder kinderen), huishoudens met kinderen onder de 12 jaar en huishoudens met kinderen boven de 12 jaar. De bedragen voor de verschillende huishoudtypen worden op een later moment bepaald. 3. Bij de aanpassing van de verordening maatschappelijke ondersteuning voor 2025, de Regeling tegemoetkoming zorgkosten (RTZ) af te schaffen, waarmee de bijdrage aan jaarlijkse zorgkosten van 200 euro voor mensen met een jaarinkomen tot 35.000 euro vervalt per 1 april 2025.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de voorliggende beleidsnota staat hoe de gemeente Utrecht invulling geeft aan het armoede- en schuldenbeleid voor de komende vier jaar. Er wordt gekozen om in te zetten op: - Gezinnen met minderjarige kinderen en jongeren; - Het vergroten van het bereik van onze regelingen en het verbeteren van onze dienstverlening; - Het vereenvoudigen van onze regelingen en het systeem. We doen dit aan de hand van vijf leidende principes. Vanwege de financiële kaders moeten we hierbij keuzes maken. We kunnen niet op specifieke doelgroepen of onderdelen extra investeren zonder besparingen op andere onderdelen binnen de armoedebegroting. De uitwerking van de uitgangspunten in de nu voorliggende beleidsnota zullen ook leiden tot aanpassingen in de verordening individuele inkomenstoeslag. Daarnaast wordt ook de verordening maatschappelijke ontwikkeling aangepast als gevolg van de bezuinigingsopgave in het sociaal domein. Deze aanpassingen worden nu al aan de raad ter vaststelling voorgelegd, vanwege de samenhang met de beleidsnota (zie beslispunten 2 en 3). Omdat een aantal andere noodzakelijke aanpassingen in deze verordeningen pas in de loop van 2024 bekend zullen worden, worden de besluiten tot wijziging van deze verordeningen later dit jaar aan de raad ter vaststelling voorgesteld.
Context Aanleiding De actieagenda Utrecht Schuldenvrij (2019-2022) is afgerond. Na het afronden van de actieagenda zou er nieuw beleid opgesteld worden. Vanwege de energie- en koopkrachtcrisis in 2022 en 2023 waren er acute maatregelen nodig om onze inwoners zo snel mogelijk financieel te ondersteunen. Zo is onder andere de energietoeslag uitgekeerd, zijn er subsidies tijdelijk verhoogd en is de Sint-Maarten kledingpas ingezet. Nu de situatie gestabiliseerd lijkt is het een goed moment om vooruit te kijken en meerjarenbeleid op te stellen. Aanbevelingen Rekenkamerrapport Utrecht Pleisters plakken De Rekenkamer Utrecht heeft in het rapport “Pleisters Plakken’ het armoedebeleid van de gemeente Utrecht geëvalueerd en daarbij 5 aanbevelingen gedaan. De aanbevelingen zijn grotendeels overgenomen en als volgt terug te vinden in de nota: - Aanbeveling 1 is overgenomen in bijlage 3 van de beleidsnota. Deze bijlage beschrijft welke beleidsopties in de overweging zijn meegenomen; - Aanbeveling 2 is overgenomen in de doelstelling 1, subdoelstelling a: “Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben”; - Aanbeveling 3 is overgenomen in doelstelling 2 en 3. We zetten in op maatregelen om het gebruik en de effecten van de regelingen te verbeteren.
Onder andere door de U-polis door te ontwikkelen naar een gemeentebrede polis met een betere dekking, het aanbod van de U-pas voor jongeren kinderen uit te breiden en de dienstverlening en aanbod beter aan te laten sluiten op de leefwereld van jongeren; - Aanbeveling 4 is verwerkt in hoofdstuk C, paragraaf 4 ‘Voortgang en verantwoording'; - Aanbeveling 5 is overgenomen in de doelstelling 2 sub c: “Het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen gericht op financiën sluit op elkaar aan, zodat Utrechters tijdig de best passende ondersteuning krijgen”. Juridische context Met vaststelling van de beleidsnota geven we invulling aan artikel 2 van de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS). De WGS geeft gemeenten de opdracht om een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. In deze beleidsnota wordt beschreven welke resultaten we de komende periode wensen te behalen. De raad is bevoegd kaderstellend beleid vast te stellen.
2
Relatie met andere gemeentelijke regelgeving en toekomstige aanpassingen Verordening Individuele Inkomstentoeslag In artikel 8 lid 1 sub b van de Participatiewet is opgenomen dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt rondom de verlening van individuele inkomenstoeslag. Onderdeel van de uitvoering van de nu voorliggende beleidsnota is de aanpassing van deze verordening. Vanwege de samenhang met de beleidsnota legt het college de inhoudelijke keuzes voor aanpassing van individuele inkomenstoeslag nu al aan de raad voor. Voorstel voor wijziging van de verordening zelf wordt later in 2024 aan de raad aangeboden. De doelgroep van de IIT wordt vergroot (door aanpassing van de referteperiode en de hogere inkomensgrens voor een laag inkomen). Hiervoor wordt het budget voor de IIT vanuit de armoedebegroting verhoogd. Deze impuls wordt gerealiseerd door een besparing op het budget voor de gemeentepolis en studietoeslag. Deze besparing wordt echter pas in 2025 gerealiseerd. De inwerkingtreding van de gewijzigde verordening individuele inkomenstoeslag is daarom ook per 2025. Studietoeslag De verordeningsplicht van de individuele studietoeslag (thans studietoeslag) is op 1 april 2022 vervallen. Daarmee is artikel 12 van de verordening re-integratie, studietoeslag en tegenprestatie Participatiewet 2015: Werken aan werk, niet meer in gebruik (van rechtswege vervallen).
Met de aanpassing van deze verordening, die later dit jaar aan de raad wordt voorgesteld, zal dit artikel daarom niet opnieuw worden opgenomen. Het voorstel voor aanpassing van deze verordening wordt in februari a.s. gelijktijdig aan de raad voorgesteld met het raadsvoorstel voor de beleidsnota Werk- en re-integratie. De uitwerking van de studietoeslag is thans geregeld in de beleidsregel Studietoeslag gemeente Utrecht. Deze beleidsregel past het college aan na vaststelling van de beleidsnota. Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten Beslispunt 3 stelt voor om de regeling tegemoetkoming zorgkosten (RTZ) af te schaffen door aanpassing van de verordening maatschappelijke ondersteuning voor 2025. Deze aanpassing is geen gevolg van de ambities en keuzes in de nota Financiële bestaanszekerheid maar het gevolg van de bezuinigingsopgave in het sociaal domein. Omdat afschaffing van de RTZ ook gevolgen heeft voor de doelgroep van de nota Financiële bestaanszekerheid wordt dit beslispunt ook voorgelegd in dit raadsvoorstel. Bijzondere Bijstand en U-Pas verordening Daarnaast kan het implementeren en uitvoeren van de beleidsnota leiden tot aanpassingen in andere gemeentelijke regelgeving zoals bijvoorbeeld de Richtlijn Bijzondere Bijstand Utrecht en de verordening U-pas.
Afhankelijk van de regeling wordt de raad hierover geïnformeerd of wordt het voorstel ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Beslistermijn De afgelopen periode is nagedacht over de toekomst van de U-polis. Het contract met Zorg en Zekerheid, de huidige aanbieder van de U-polis, loopt tot eind 2024. Dit contract kan nog één keer verlengd worden met één jaar. Dit dient uiterlijk voor 1 juni 2024 afgestemd te zijn. Er is een aanbesteding nodig voor het nieuwe contract voor de gemeentepolis. Er is minimaal 9 maanden nodig voor deze aanbesteding en de implementatie van de nieuwe polis. De ambities en financiële keuzes in deze nota hangen samen met de uitkomsten en inhoud van de aanbesteding. Om op tijd te starten met de aanbesteding is er uiterlijk maart 2024 besluitvorming nodig over de ambities en financiële keuzes binnen deze nota. Beoogd effect Het beoogd effect van de ambities in de nota is dat meer Utrechters kunnen rondkomen en meedoen ondanks een laag inkomen. Daarbij focussen we ons met name op gezinnen met minderjarige kinderen. Daarnaast willen we meer mensen bereiken met onze hulp- en dienstverlening. Het gaat hierbij zowel om hulpverlening van de gemeente, als die van onze partners en het informele aanbod in de stad. Er wordt een extra impuls gegeven aan (gezinnen met) minderjarige kinderen en jongeren, zodat zij beter kunnen rondkomen en meedoen.
Regelingen worden vereenvoudigd en er worden
3
meer inwoners bereikt die recht hebben op deze regelingen. Ten slotte is een betere aansluiting tussen het informele en formele aanbod van hulp bij financiën in de stad een beoogd effect. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De Raad is geïnformeerd over het fundament en de leidende principes van de deze nota. - Raadsbrief Leidende principes Nota financiële bestaanszekerheid Utrecht - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Financiële beeld armoedebegroting Financieel beeld armoedebegroting 2023 – 27 juni 2023 De voorloper van de onderhavige beleidsnota is de Actie agenda Utrecht schuldenvrij. - Raadsbrief Eindrapportage Actieagenda Utrechters Schuldenvrij Utrecht – 22 maart 2023 Tijdens de koopkrachtcrisis zijn er verschillende raadsbrieven verstuurd.
- Raadsbrief aanpak koopkrachtcrisis – 14 februari 2023 - Raadsbrief voortgang aanpak koopkracht- en energiecrisis- 09 mei 2023 - Raadsbrief Aanpak koopkrachtcrisis – 23 december 2022 - Raadsbrief Aanpak koopkrachtcrisis en toezeggingen commissie OWE – 12 oktober 2022 - Raadsbrief update koopkrachtcrisis en extra maatregelen – 28 september 2022 - Raadsbrief Aanpak koopkracht- en energiecrisis Utrecht - 16 september 2022 - Raadsbrief Minima Effectrapportage en Armoedemonitor Utrecht - 23 juni 2022 - Raadsbrief Start Energievergoeding voor minima – 30 maart 2022 Moties: - Motie 300 Voorkom armoedeval 21- 9-2023 - Motie 301 Ongelijk investeren is kijken naar de laagste inkomensgroepen 21-9-2023 - Motie 415 Schuldhulpverlening 9-11-2023 - Motie 383 Stop de armoedeval 9-11-2023
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid “Gelijke kansen voor een zeker bestaan” 2024-2028 vast te stellen met de volgende ambitie en leidende principes: a. Ambitie: Alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenvrij. We zetten daarbij extra in op: i. Gezinnen met minderjarige kinderen en jongeren; ii. Het vergroten van het bereik van onze regelingen en het verbeteren van onze dienstverlening; iii. Het vereenvoudigen van onze regelingen en het systeem. b. Leidende principes: i. We zetten in op grondoorzaken ii. We werken stress-sensitief iii. Onze regels en processen zijn eenvoudig iv. Ongelijk investeren in gelijke kansen v. Ons beleid en onze dienstverlening zijn inclusief
Argumenten 1.1
Daarmee verzacht de gemeente de gevolgen van armoede voor minderjarige kinderen en jongeren en doorbreken we intergenerationele armoede Door in te zetten op gezinnen met minderjarige kinderen dragen we bij aan het kansrijk opgroeien van Utrechtse kinderen en doorbreken we intergenerationele
4
armoede. Uit de minima effectrapportage van het Nibud blijkt al meerdere jaren dat inwoners met een laag inkomen met oudere kinderen niet- of zeer moeilijk kunnen rondkomen. Met de ambities in deze nota willen we realiseren wat nog niet eerder gelukt is, namelijk dat zij voldoende inkomen hebben om rond te kunnen komen. We zetten daarom meer budget in voor gezinnen met minderjarige kinderen. 1.2
Toegang tot hulp en regelingen wordt hierdoor eenvoudiger voor inwoners en sluit beter aan bij hun behoefte. Een belangrijke reden waarom inwoners niet rondkomen, is dat nog niet iedereen krijgt waar hij/zij/hen recht op heeft. Het systeem van regelingen is te complex. Denk hierbij aan toeslagen, armoederegelingen en fondsen. Voor deze regelingen gelden verschillende voorwaarden en bewijslast. Met deze nota wordt voorgesteld om (waar mogelijk) onze eigen regelgeving te vereenvoudigen, te werken vanuit vertrouwen en bewijslast te verminderen. Ook laten we de dienstverlening beter aansluiten op de leefwereld van jongeren. En we werken aan het beter aansluiten van het informele- en formele aanbod aan hulp bij geldzorgen.
1.3
Meer inwoners gaan hierdoor gebruik maken van de gemeentelijke regelingen en kunnen beter rondkomen. Onze armoederegelingen zorgen ervoor dat inwoners met een laag inkomen beter kunnen rondkomen en meedoen. Daarvoor is het echter noodzakelijk dat inwoners ook daadwerkelijk gebruik maken van onze regelingen. Met deze nota zetten we in op het vergroten van het bereik. Onder andere door het voortzetten van de communicatie-campagne, beter benutten van het informele netwerk in de stad, outreachend werken, zoveel mogelijk regelingen ambtshalve te verstrekken en het gelijktrekken van voorwaarden van regelingen.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Door de voorgestelde besparingen kan het zijn dat mensen met hoge zorgkosten of studenten met een medisch beperking minder goed kunnen rondkomen. We hebben geen extra middelen om de gestelde ambities te realiseren. Dat betekent dat elke extra ambitie of financiële impuls binnen de bestaande armoedebegroting opgelost moet worden. Om de extra impuls op kinderen en jongeren op te vangen, gaan we besparen op de gemeentelijke bijdrage aan de gemeentepolis, de studietoeslag en subsidies aan partijen. De besparing op de bijdrage aan de gemeentepolis en de studietoeslag kunnen gevolgen hebben voor mensen met hoge zorgkosten of studenten met een medische beperking. Betaalbaarheid gemeentepolis In 2024 gaan we de gemeentepolis opnieuw aanbesteden. We gaan besparen op de gemeentelijke bijdrage. Dit kan consequenties hebben voor de premie die inwoners gaan betalen. Dat weten we nu nog niet. We zetten in op een gemeentepolis voor iedereen. Een goede dekking en betaalbaarheid voor kwetsbare inwoners blijven belangrijke uitgangspunten in de aanbesteding. Daarnaast geven we in de nota een extra impuls aan de individuele bijzondere bijstand en wordt de aanvraag vereenvoudigd. Inwoners met hoge zorgkosten die niet vergoed worden, kunnen een beroep doen op bijzondere bijstand.
Besparing Studietoeslag Studenten die niet kunnen werken naast hun studie door een medische beperking, kunnen aanspraak maken op de studietoeslag. Op dit moment overschrijden we het budget vanuit het Rijk voor deze regeling met € 1 miljoen. Deze overschrijding drukt op de armoedebegroting. Om de ambities in de beleidsnota te realiseren willen we deze uitgaven meer in lijn brengen met de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Dit betekent dat we de 5
voorwaarden terugbrengen naar het wettelijk minimum en het bedrag lager wordt. Ook gaan we beter toezien op het rechtmatig gebruik van de regeling. Gevolg hiervan kan zijn dat studenten met een medische beperking minder vaak gaan studeren. Dit kan een negatieve invloed hebben op hun kansen op de arbeidsmarkt. De studietoeslag blijft echter beschikbaar voor studenten die daar recht op hebben. Daarnaast zetten we in op een lobby richting Rijk voor het verhogen van het budget. Samenloop afschaffing Regeling tegemoetkoming zorgkosten (RTZ) Het besluit om de RTZ af te schaffen is een besparing die buiten de armoedebegroting valt, maar wel tot gevolg kan hebben dat Utrechters met een laag inkomen en hoge zorgkosten minder goed kunnen rondkomen. We zien in de minima effect rapportage dat huishoudens met hoge zorgkosten bij een inkomen van 100 en 110 % van het sociaal minimum een negatief saldo hebben. Het verhogen van het budget voor de bijzondere bijstand en vereenvoudigen van de aanvraagprocedure vangen een deel van de consequenties voor deze doelgroep op. 1.2
De uitvoering van de armoederegelingen en schuldhulpverlening sluit financieel nog niet structureel. Het financiële beeld is verbeterd maar nog niet structureel sluitend. Met de bij de Voorjaarsnota 2023 ingestelde reserve Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening kan dit tekort incidenteel worden opgevangen. Het structurele tekort zal de komende jaren worden opgelost, met in het uiterste geval een versobering van het beleid.
1.3
De besluitvorming integrale afweging Voorjaarsnota 2024 is mogelijk van invloed op het voorgestelde beleid De hervormingen sociaal domein en maatregelen om het gemeentebrede structurele tekort vanaf 2026 op te lossen worden bij de integrale afweging Voorjaarsnota 2024 afgewogen. Deze besluitvorming is mogelijk van invloed op het nu voorgestelde beleid in de zin dat dit tot versobering van het voorliggend beleid kan leiden en, indien dat zich voordoet, teruggekomen moet worden op het voorgestelde beleid. De voorgestelde besparing op de U-polis zou bijvoorbeeld ook kunnen worden ingezet voor de invulling van het gemeentebrede tekort. In dat geval is de verruiming van de individuele inkomenstoeslag (IIT) niet meer mogelijk. Het voorgestelde beleid is echter niet onomkeerbaar. Zo gaat de voorgestelde verruiming van de IIT pas in vanaf 2025. Afwijkende besluitvorming bij de Voorjaarsnota 2024 is technisch gezien dus goed mogelijk.
1.4
Door de armoedeval niet te verkleinen gaan inwoners er in sommige gevallen netto op achteruit of niet op vooruit als hun inkomen stijgt Moties 300 en 383 roepen op om te onderzoeken hoe de armoedeval verkleind kan worden. In bijlage 2 is inzichtelijk voor welke huishoudtypen bij welke inkomensgrenzen er sprake is van een armoedeval. De armoedeval wordt kleiner wanneer gebruik gemaakt wordt van verschillende inkomensgrenzen binnen eenzelfde regeling (‘glijdende schalen’). Glijdende schalen maken de aanvraag en toekenning ingewikkelder. Met het voorgenomen beleid kiezen we voor eenvoudige voorwaarden en regelingen. Dat betekent dat we niet kiezen voor een glijdende schaal en daarmee de armoedeval niet verkleinen. Daarnaast zien we dat de armoedeval maar in een paar gevallen voorkomt en dan ook bij specifieke inkomensstijgingen. We zien dat met name de U-pas leidt tot een armoedeval voor een aantal huishoudtypen. Het stopzetten van de U-Pas is niet opportuun.
Beslispunt
6
2
Argumenten 2.1
2.2
Bij de aanpassing van de verordening individuele inkomstentoeslag, onder voorbehoud van besluitvorming in de Voorjaarsnota 2024, de volgende keuzes te maken: a. De voorwaarde voor de duur van een laag inkomen (referteperiode) te verkorten van 3 jaar naar 1 jaar. b. De hoogte van het laag inkomen voor alle huishoudtype te verhogen van 110% van het wettelijk sociaal minimum naar 125% van het wettelijke sociaal minimum. c. Het aantal verschillende huishoudtypen voor de individuele inkomenstoeslag aan te passen naar huishoudens zonder kinderen), huishoudens met kinderen onder de 12 jaar en huishoudens met kinderen boven de 12 jaar. De bedragen voor de verschillende huishoudtypen worden op een later moment bepaald.
Meer mensen hebben hierdoor recht op de individuele inkomstenstoeslag en de regeling wordt eenvoudiger, waarmee één van de ambities van de nota wordt geconcretiseerd. Met aanpassing van de referteperiode naar 1 jaar en het verhogen van de inkomensgrens naar 125% wordt doelgroep voor de IIT groter. Dit zorgt ervoor dat deze groep beter kan rondkomen en eerder recht heeft op de IIT. Met deze voorwaarden wordt het ook eenvoudiger om de regeling aan te vragen. In principe hebben alle mensen met een U-pas ook recht op de IIT. Door de uniformering wordt het makkelijker om de doelgroep te bereiken en de regelingen, waar mogelijk, automatisch te gaan verstrekken. Hiermee wordt een integraal besluit genomen over de uitgangspunten van de beleidsnota en de concretisering daarvan De beleidsnota is kaderstellend en bevat nog geen concrete acties. Door nu te besluiten hoe de verordeningen (op hoofdlijnen) worden gewijzigd wordt er inzicht verschaft in de wijzigingen die worden voorbereid om het beleid uit te gaan voeren. Om een integraal besluit te nemen over de ambities, doelstellingen en besparingen die onderdeel zijn van de beleidsnota, wordt het inhoudelijk voorstel tot aanpassing van de verordening individuele inkomenstoeslag (IIT) nu al voorgelegd aan de raad.
Vanwege de noodzakelijk besparingen voor de realisatie van de extra impuls voor de IIT kunnen de wijzigingen pas per 1-1-2025 ingaan. Eerdere aanpassing van de verordening met een latere datum van inwerkingtreding kan zou mogelijk ook verwarrend zijn voor inwoners. Zij nemen mogelijk kennis van het bericht dat de raad heeft besloten om de IIT te verruimen maar er wijzigt praktisch nog niets voor hen nu. Verder verwachten we dat er komend jaar nog technische wijzigingen in de verordening noodzakelijk zijn. Deze aanpassingen willen gelijktijdig doen en aan de raad voorleggen ter besluitvorming.
2.3
De verruiming is alleen mogelijk voor zover bij de Voorjaarsnota 2024 niet afwijkend wordt besloten De besluitvorming over de hervormingen sociaal domein en maatregelen om het gemeentebrede structurele tekort vanaf 2026 op te lossen worden, vindt bij de integrale afweging Voorjaarsnota 2024 plaats. Deze besluitvorming kan van invloed zijn op het beschikbare budget voor deze beleidsnota. De verruiming van de IIT kan alleen doorgaan als er ook na de besluitvorming Voorjaarsnota 2024 voldoende dekking beschikbaar is. Daarmee is dus sprake van een voorbehoud.
Kanttekeningen/Risico’s
7
Beslispunt 3
Argumenten 3.1
Bij de aanpassing van de verordening maatschappelijke ondersteuning voor 2025, de Regeling tegemoetkoming zorgkosten (RTZ) af te schaffen, waarmee de bijdrage aan jaarlijkse zorgkosten van 200 euro voor mensen met een jaarinkomen tot 35.000 euro vervalt per 1 april 2025.
Hiermee wordt de meest effectieve bijdrage geleverd aan de bezuinigingsopgave in het sociaal domein In de voorjaarsnota 2021 is de raad geïnformeerd over de lopende opdracht om door middel van vernieuwing in het sociaal domein 0,8 miljoen euro te besparen per 2023. Inmiddels is deze besparingsopgave opgenomen in de grotere besparingsopgave in het sociaal domein zoals beschreven in de voorjaarsnota 2023. Er zijn in 2021 vier zoekrichtingen genoemd die invulling moesten geven aan de toen genoemde besparingsopgave. Dit zijn de Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten, Dyslexiezorg, Social Return (SROI) en MBO-buurtteams. De vier opties zijn onderzocht op haalbaarheid van een aanpassing, versobering of afschaffing en de impact op de transformatie binnen het sociaal domein. Aan de hand van deze afweging wordt voorgesteld om de RTZ af te schaffen. Dyslexiezorg Dyslexiezorg is geen optionele jeugdhulpvorm voor de gemeente. Dit is al meerdere keren door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. Dit betekent dat de gemeente bij een aanvraag die wordt toegekend moet zorgen voor dyslexiebehandeling van de jeugdige. Daarbij is de vraag naar dyslexiezorg toegenomen. MBO-buurtteams De inzet van het MBO-buurtteam betreft alle studenten van MBO Utrecht en ROC midden Nederland, locaties Utrecht. De studenten van het MBO hebben hele diverse hulpvragen.
Besparen op de huidige ondersteuning kan de problematiek vergroten en daarmee een stijging veroorzaken van het aantal voortijdig schoolverlaters. We zien deze laatste groep landelijk stijgen. Ook in Utrecht stijgen momenteel de aantallen voortijdig schoolverlaters. Daarnaast komt er waarschijnlijk per 1-8-2025 een wettelijke taak voor begeleiding en ondersteuning van jongeren (wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’). SROI Besparingen op SROI vallen vaak buiten de gemeenten. Daarom is het in de praktijk vrijwel onmogelijk om hierop te besparen. SROI leidt maar voor een klein deel tot een besparing op de bijstandsuitgaven. Als gevolg van de werking van het BUIG-verdeelmodel zijn deze voordelen echter niet goed te kwantificeren. Bovendien zijn deze vanwege de aard van de SROI-afspraken ook tijdelijk.
3.2
En er is gekeken wat de impact van de besparing is op inwoners en de zorg die we bieden. Het afschaffen van de RTZ zorgt voor een besparing van 0,459 miljoen euro. De RTZ is een complexe regeling en het is onduidelijk of deze bij de juiste doelgroep terecht komt. Door besluit van de raad is de regeling ook beschikbaar voor inwoners met een middeninkomen. Daarom wordt de regeling uitgevoerd onder de WMOverordening. Inwoners moeten inkomensgegevens en informatie over gemaakte zorgkosten aanleveren bij aanvraag van de regeling. Vanuit de WMO is er namelijk geen grond om inkomenssystemen te raadplegen.
8
In de uitvoering van de regeling is niet vast te stellen of er sprake is van noodzakelijke zorgkosten en of deze kosten het gevolg zijn van een chronische ziekte of beperking. Daarnaast is het niet eenvoudig te bepalen of deze zorgkosten ook niet op een andere manier (konden) worden vergoed. Bijvoorbeeld vanuit de zorgverzekering. Samenloop met meerdere regelingen (dubbele vergoedingen) kan daardoor niet worden uitgesloten. Kanttekeningen/Risico’s 3.1
De afschaffing van de RTZ en de besparing op de gemeentelijke bijdrage aan de gemeentepolis raken allebei Utrechters met hoge zorgkosten. De afschaffing van de RTZ heeft direct negatieve financiële consequenties voor Utrechters met hoge zorgkosten en een laag inkomen. De consequenties van de besparing op de gemeentelijke bijdrage aan de gemeentepolis is voor deze groep nog niet duidelijk. Om deze mogelijke negatieve consequenties op te vangen verhogen we het budget voor de bijzondere bijstand en vereenvoudigen we de aanvraagprocedure.
Financiën In de beleidsnota zijn de financiën weergegeven. Concreet betreft dit de onderdelen minimabeleid en schulddienstverlening van de doelstelling Inkomenszekerheid van het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid. Zie de tabel hieronder. Op een aantal onderdelen zetten we meer in. Hier staan ook een aantal besparingen tegenover (U-polis, studietoeslag en subsidies). De komende jaren is er nog wel sprake van een structureel tekort. Dit tekort kan met de reserve worden opgevangen. Het financiële beeld ziet er in vergelijking met 2023 wel aanmerkelijk beter uit door de indexatie en toevoeging van het groeikader 2024. Door niet wettelijk regelingen (zoals de U-pas) niet te indexeren ontstaat ruimte om het tekort terug te brengen. Dit is ook de belangrijkste draaiknop om het structurele tekort op te lossen. In 2025 en volgende jaren zal immers normaliter ook indexatie en groeikader worden toegevoegd. Als de indexatie onvoldoende blijkt te zijn en er geen aanvullend budget gevonden kan worden (zoals rijksbudgetten, private financiering, integrale afweging voorjaarsnota) zal het beleid versoberd moeten worden om uiteindelijk structureel binnen budget te blijven. Financiën (in € 1.000) 2024
2025
2026
2027
Structureel jaarbedrag
0
1.350
1.350
1.350
1.350
0
900
900
900
900
250
450
450
450
450
25.280
22.945
22.945
22.945
22.945
25.530
25.645
25.645
25.645
25.645
Programma inkomenszekerheid
25.280
25.080
25.080
25.080
25.080
Reeds in begroting gedekt (B)
25.280
25.080
25.080
25.080
25.080
0
0
0
0
0
Vereenvoudiging en hoger bereik armoederegelingen (doelstelling Minimabeleid) Meer budget voor kinderen (sport en cultuur) (doelstelling minimabeleid) Dienstverlening en samenwerking stad (doelstelling Minimabeleid) Overige activiteiten programma Inkomenszekerheid Totaal benodigd budget (A) Reeds in begroting gedekt 1
Bijdragen van derden (C)
9
Nog niet gedekte kosten (A-B-C)
250
565
565
565
565
250
565
565
565
0
1 Exclusief kostentoerekening
Te dekken uit de reserve armoede en schulden
Afschaffing Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten Het afschaffen van de RTZ zorgt voor een besparing van 0,459 miljoen euro per jaar binnen het programma Passende ondersteuning en opvang. Deze besparing wordt meegenomen in de hervormingsopgave sociaal domein.
Vervolg Op basis van deze beleidsnota zal een periodiek uitvoeringsprogramma opgesteld en vastgesteld worden door het college. De verordening individuele inkomenstoeslag, de verordening WMO en de Re-integratie verordening worden komend jaar ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Daarnaast worden er verschillende beleidsregels in lijn met de ambities van de beleidsnota aangepast. De raad wordt over deze aanpassingen geïnformeerd. Na vaststelling van de beleidsnota gaan we komend jaar ook al aan de slag met het verbeteren van de dienstverlening van Werk en Inkomen en de samenwerking in de stad. Een aantal indicatoren uit de beleidsnota komen terug in de P&C cyclus. Daarnaast zal er elke twee jaar een voortgangsrapportage worden opgesteld waarin de monitoring van het voorgestelde beleid wordt toegelicht. In deze rapportage wordt over de beleidsnota Financiële bestaanszekerheid, de nota Werk- en Re-integratie en de doelstellingen uit de nota Gezond030 op het thema bestaanszekerheid gerapporteerd.
Participatie De beleidsnota is opgesteld met de input van veel verschillende organisaties in de stad. Er zijn inwonersbijeenkomsten bijgewoond in Overvecht, Kanaleneiland en Noordwest. Via enquêtes die we bij maatschappelijke organisaties hebben uitgezet hebben we informatie opgehaald hoe de inwoners die zij ondersteunen, kunnen rondkomen. Ook hebben we (meerdere) gesprekken gevoerd met de Armoedecoalitie, het sleutelpersonennetwerk, de Geldzaak, het Buurtteam, Dock, Solgu, bewonersverbinders en U-Centraal. Het cliëntenplatform Participatiewet heeft ons geadviseerd over de inhoud van de nota. Hierna zijn we met het Cliëntenplatform in gesprek gegaan om te bespreken hoe we het advies hebben kunnen verwerken en hebben we openstaande vragen beantwoord. De input van deze organisaties en inwoners hebben geholpen in het maken van keuzes, het inschatten van de gevolgen van het voorgestelde beleid en gaven ons richting. We blijven met deze partijen in gesprek op het moment dat we het uitvoeringsprogramma opstellen en concrete acties gaan voorbereiden en uitvoeren.
Communicatie Na vaststelling van de beleidsnota informeert de gemeente de belangenbehartigers en maatschappelijke partners in het sociaal domein. Dit zijn onze partners die ook input hebben gegeven op de nota. Zij worden tevens betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast wordt de nota gepubliceerd op de website van de gemeente Utrecht.
(Niet-)referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid “Gelijke kansen voor een zeker bestaan” 2024-2028
10
Bijlagen informatief - Gevolgen ambities en keuzes voor het saldo van huishoudens
11