Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040).docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040) Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Ruimtelijke Ordening Ontwikkelorganisatie Ruimte Viola Salemans 10726067 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De volgende principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad toe te voegen aan de principes zoals vastgesteld onder beslispunt 4 in het Raadsbesluit ‘Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, en daarmee aan de koers van de Omgevingsvisie Utrecht: a. De kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad; b. Groei in balans. 2. Rijnenburg toe te voegen aan de vier verstedelijkingsknooppunten zoals vastgesteld onder beslispunt 2 in het Raadsbesluit Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking, met als voorwaarden:. a. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035; b. De ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en LunettenKoningsweg niet schaden. 3. De oplegger RSU2040 toe te voegen aan de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ ter aanvulling van de ‘Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ als onderdeel van de koers van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de oplegger RSU2040 zijn de richtinggevende afspraken op de RSU2040 samengebracht. Door vaststelling worden deze aan de RSU2040 toegevoegd en vormt deze aanvulling basis voor verdere uitwerking van de RSU2040.
Context Aanleiding De coalitiepartijen hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat de aanvullende en richtinggevende afspraken m.b.t. de RSU2040 samengebracht worden in een oplegger RSU2040, welke aangeboden wordt ter besluitvorming aan de raad in Q4 van 2022. Met dit raadsvoorstel geven we invulling aan deze afspraak. Na besluitvorming wordt de oplegger RSU toegevoegd aan de RSU 2040 en daarmee onderdeel van het ruimtelijk koersdocument van de Omgevingsvisie Utrecht. De keuze die is gemaakt in het coalitieakkoord om Rijnenburg uit te werken conform scenario Klein Rijnenburg tot een compacte stedelijke wijk, geeft richting aan de uitwerking van de RSU2040 en specifiek de wijze waarop Rijnenburg ingevuld kan worden. Ook stelt het coalitieakkoord dat ‘kwaliteit en leefbaarheid’ en ‘groei in balans’ belangrijke ruimtelijke principes zijn in de ontwikkeling van de stad. Deze horen bij de ruimtelijke principes die zijn vastgesteld met het raadsbesluit ter vaststelling van de RSU2040. Om deze aanvullende afspraken op de RSU2040 vast te stellen en daarmee als kaderstellende besluiten toe te voegen aan de Omgevingsvisie Utrecht, ligt de oplegger RSU 2040 ter besluitvorming voor aan de raad. Juridische context De oplegger RSU2040 is een aanvulling op het koersdocument RSU2040 voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht.
De RSU 2040 geeft de koers aan voor de uitwerking van de omgevingsvisies van gebieden in de stad en van de uitwerkingen van de thema’s. De oplegger RSU2040 vult dat aan met richtinggevende afspraken in aanvulling op de RSU2040. Op grond van artikel 108, lid 1 Gemeentewet en artikel 147, lid 2 Gemeentewet is de raad bevoegd de oplegger RSU2040 vast te stellen. Beoogd effect Focus aanbrengen in de uitwerking van de RSU2040 door richtinggevende afspraken uit het coalitieakkoord vast te stellen, en daarmee toe te voegen aan de ruimtelijke koers van Utrecht zoals vastgesteld in de RSU2040. Daarmee bestendigen we de koers van de RSU2040 en leggen we vast op welke wijze we Rijnenburg als permanente energielocatie en als gemengde stedelijke wijk willen ontwikkelen. Ook zorgen we ervoor dat de kwaliteit en leefbaarheid van de stad en groei in balans nog steviger worden meegenomen in de uitwerking van de RSU2040 tot beleid en concrete plannen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Op 15 juli 2021 heeft de raad de visie Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad; de ruimtelijke visie voor Utrecht in 2040 vastgesteld. Dit besluit is op 30 september in werking getreden. • Op 14 oktober 2022 is raadsbrief Stedelijk Sturing op groei in balans verzonden.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De volgende principes voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad toe te voegen aan de principes zoals vastgesteld onder beslispunt 4 in het Raadsbesluit ‘Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, en daarmee aan de koers van de Omgevingsvisie Utrecht: a. De kwaliteit en leefbaarheid van de stad zijn leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad; b. Groei in balans.
2
Argumenten 1.1
Kwaliteit en leefbaarheid als principe voor ruimtelijke ontwikkeling vaststellen zorgt voor een stevigere focus op de kwaliteit van de bestaande stad, als basis voor de groei van de stad. We willen de grote vraag naar woningen faciliteren, en zetten daarom in op groei van de stad. De RSU beschrijft daarvoor de koers. Maar: de groei van de stad mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de bestaande stad. We zetten juist erop in om de groei van de stad bij te laten dragen aan de kwaliteit van de bestaande stad. Door dit als principe voor ruimtelijke ontwikkeling toe te voegen aan de RSU2040, verankeren we dit als basis voor verdere uitwerking van ruimtelijk beleid en ruimtelijke plannen.
1.2
Groei in balans als principe voor ruimtelijke ontwikkeling vaststellen zorgt ervoor dat we steviger kunnen sturen op de randvoorwaardelijke mobiliteits- en groenstructuren, werkgelegenheid en voorzieningen en energie als de ruimte en middelen schaars zijn. Bij de groei van de stad gaat het niet alleen om de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen. Dat moet gepaard gaat met de groei van groen, duurzame mobiliteit en energie en maatschappelijke voorzieningen. Bij het MPR 2022 constateerden wij dat we de randvoorwaarden voor groeien in balans nog beter op orde moeten en kunnen krijgen. Op basis van de huidige programmering groeien we namelijk nog niet in balans. Extra inspanning is nodig om groen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen en energievoorzieningen voldoende te laten meegroeien met de groei van het aantal woningen in de stad. Het opnemen van groei in balans als principe voor ruimtelijke ontwikkeling helpt ons in het maken van de afwegingen en keuzes die gemaakt moeten worden, omdat de beschikbare ruimte en financiële middelen beperkt zijn.
Kanttekeningen/ Risico’s 1.1
Omdat de ruimte en middelen beperkt zijn, kunnen niet alle opgaven in gelijke mate meegroeien met de groei van de stad We willen groeien in balans en sturen op de kwaliteit in de bestaande en groeiende stad. De beschikbare ruimte en financiële middelen zijn beperkt. Dat betekent dat afwegingen en keuzes noodzakelijk zijn om de ontwikkeling van de stad in goede banen te leiden. Het maken van keuzes kan ertoe leiden dat niet alle opgaven in gelijk mate meegroeien. De stand van zaken wordt jaarlijks gerapporteerd via het Meerjaren Perspectief Ruimte.
Beslispunt 2
Rijnenburg toe te voegen aan de vier verstedelijkingsknooppunten zoals vastgesteld onder beslispunt 2 in het Raadsbesluit Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040’, waarbij Rijnenburg verder uitgewerkt wordt conform scenario ‘Klein Rijnenburg’ tot een compacte gemengde stedelijke wijk in combinatie met permanente energieopwekking, met als voorwaarden:. a. De woningbouw in Rijnenburg start niet voor 2035; b. De ontwikkeling mag de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12zone en Lunetten-Koningsweg niet schaden.
Argumenten 2.1
Met het toevoegen van Rijnenburg als verstedelijkingslocatie verankeren we de afspraak in het coalitieakkoord 2022 dat Rijnenburg ontwikkeld wordt met energieopwekking en woningbouw, conform scenario Klein Rijnenburg. In de RSU2040 bleef de vraag of Rijnenburg wel of niet als woningbouwlocatie te ontwikkelen onbeantwoord. In het coalitieakkoord 2022 is daar een keuze in
3
gemaakt: we ontwikkelen Rijnenburg als locatie voor energieopwekking en woningbouwlocatie in een compacte gemengde stedelijke wijk, uiteraard in balans met andere onderdelen van de barcode. Door dit vast te stellen maken we dit onderdeel van de ruimtelijke koers van Utrecht, als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Uitgangspunt daarbij is dat het de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden, en de bouw in ieder geval niet voor 2035 zal starten. Kanttekeningen/ Risico’s 2.1
De invulling van Rijnenburg vraagt verdere uitwerking. In deze oplegger worden geen aanvullende keuzes gemaakt voor de invulling en het ontwerp van Rijnenburg t.o.v. de ontwerpstudie voor Rijnenburg die in februari ’22 met de raad is gedeeld. De uitwerking van Rijnenburg loopt via een apart proces, waarover de raad is geïnformeerd in de raadsbrief ‘invulling coalitieakkoord gebiedsontwikkeling Rijnenburg en mobiliteitsonderzoek ontsluiting Rijnenburg’ van 21 oktober ‘22.
Beslispunt 3
De oplegger RSU2040 toe te voegen aan de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ ter aanvulling van de ‘Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ als onderdeel van de koers van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/
Argumenten 3.1
Hiermee blijft de Omgevingsvisie actueel De ‘Omgevingsvisie Utrecht’ bevat het overkoepelende integrale beleid over de fysieke leefomgeving en het stedelijk beleid over diverse beleidsvelden van gemeente Utrecht. De ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 maakt onderdeel uit van de koers van de Omgevingsvisie. De oplegger RSU2040 is daar een aanvulling op.
Financiën Uitvoering van de RSU gaat gepaard met een grote publieke investeringsopgave, ook in de fasen 1 tot en met 3 (de periode tot circa 2035). Voor ongeveer de helft van deze investeringsopgave zijn al budgetten begroot of gereserveerd. Om de resterende opgave te overbruggen passen we diverse strategieën toe, die per opgave en per project op verschillende manieren kunnen worden gecombineerd. De voornaamste strategieën zijn (in willekeurige volgorde): • Baathebbers betalen mee (gebruikers en/of ontwikkelende partijen, bijvoorbeeld via kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen) • Inzet van toekomstige extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb (“Groeikader”) • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (denk aan: grondexploitaties, erfpacht) • (Aanvullende) bijdragen van andere overheden • Bijsturing in projecten en/of combineren van investeringen met andere opgaven.
Vervolg Het college monitort en rapporteert periodiek over de kwaliteit en leefbaarheid en de groei van de stad in balans via het Meerjarenperspectief Ruimte. Het MPR,s het monitoringsinstrument voor ambities uit de RSU2040. Om het MPR hiervoor optimaal te kunnen gebruiken, werken we aan de doorontwikkeling van het MPR2023, onder meer door de leesbaarheid te verbeteren en gebruik te maken van visualisaties. In het MPR2022 heeft de monitoring vorm gekregen in een beschrijving van opgaven per gebied, aansluitend bij de onderdelen van de barcode. In het MPR 2023 scherpen we deze beschrijving verder aan, met meer aandacht voor de kwalitatieve ontwikkeling van de stad en groei in balans. Informatie uit de monitoring wordt gebruikt voor eventuele bijsturing in daaropvolgende jaren, zowel voor thematische opgaven als voor investeringen in de verschillende gebieden in de stad. Het college doet hiertoe voorstellen aan de raad. 4
Bijsturingsvoorstellen die relevant zijn voor de financiële kaders voor de programmabegroting worden opgenomen in de Voorjaarsnota. Ook doet het college voorstellen tot besluitvorming over specifieke elementen in het MPR, waar deze de bevoegdheid van de raad betreffen. Een belangrijke notie hierbij is dat de mogelijkheid tot bijsturen mede wordt bepaald door de fase waarin een plan zich bevindt. Een plan in beginfase heeft meer ruimte om in bij te sturen dan een plan waarover reeds afspraken zijn gemaakt met andere partijen, of wanneer een plan in uitvoering is. Dan zijn de kosten voor bijsturen namelijk substantieel hoger en daardoor minder reëel. Daarnaast werkt het college aan verschillende producten ten behoeve van de stedelijke sturing zoals beschreven in de oplegger RSU2040. Het college zal de raad regelmatig informeren en betrekken bij de uitwerking van de stedelijke sturing en de keuzes die hierin te maken zijn. Ondertussen werken we ook, samen met de stad, door aan de toekomstige plannen en projecten om Utrecht klaar te maken voor de toekomst.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. In maart ’22 hebben gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. In juni ’22 hebben de coalitiepartijen haar coalitieakkoord gepresenteerd. De afspraken in dit coalitieakkoord met invloed op de koers van de RSU2040 zijn samengebracht in deze oplegger. Momenteel werken we een aanpak uit om toekomstgesprekken met de stad te organiseren, over de kwaliteit van de stad. We gaan in gesprek met de Utrechtse inwoners en ondernemers, want de ontwikkeling van de stad gaat niet alleen over toekomstige Utrechters, maar juist ook over de huidige inwoners en ondernemers. Deze toekomstgesprekken gaan over de stad als geheel, en zijn een aanvulling op de participatie die op gebieds- en projectniveau wordt georganiseerd.
Communicatie De oplegger RSU2040 zal te vinden zijn op de website van de Omgevingsvisie Utrecht, op de pagina van de RSU2040 zelf. Daarbij voegen we een paragraaf toe hoe deze oplegger tot stand is gekomen en vatten we samen welke besluiten bij deze oplegger genomen zijn.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Oplegger RSU2040 Bijlagen informatief -
5