CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Aanpassing kengetal binnensport

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel aanpassing kengetal binnensport; Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024-20301.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Raadsvoorstel aanpassing kengetal binnensport Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Sport Maatschappelijke Ontwikkeling Ton Wetselaar 11717330 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het huidige kengetal binnensport (1 sporthal per 17.500 inwoners) voor de periode tot en met 2030 aan te passen naar 1 sporthal per 15.000 inwoners, om de druk op sporthallen te verlagen en richting 2030 extra binnensportruimte te realiseren om meer Utrechters te laten sporten en bewegen.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Voorstel is het kengetal binnensport voor de periode tot en met 2030 aan te passen om te voorzien in de groeiende vraag naar sporthalruimte in de stad. Dit voorstel heeft samenhang met het uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024-2030 dat het college heeft opgesteld om te voorzien in het realiseren van voldoende en aantrekkelijke binnensportaccommodatie voor de Utrechtse verenigingen en sporters.

Context Aanleiding Binnen het programma Levendige en gezonde stad hanteert de gemeente Utrecht de volgende doelstelling: Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen. Daartoe hanteert de Gemeente Utrecht het planologisch kengetal binnensport van 1 sporthal per 17.500 inwoners, wat vastgesteld is in de Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. Naar aanleiding van de capaciteitsraming sportaccommodaties in 2019 gaven de Utrechtse binnensportverenigingen aan het kengetal niet meer passend te vinden bij de vraag naar binnensportaccommodaties die zij ervaren. Op basis van dit gesprek heeft gemeente Utrecht het Mulier Instituut gevraagd om te onderzoeken of het kengetal binnensport – zoals dat in Utrecht wordt gehanteerd – recht doet aan de Utrechtse situatie. Het betreffende onderzoek (Ruimte voor zaalsport Utrecht) is uitgevoerd in 2022. Hierin wordt geconstateerd dat het aanbod van en de behoefte aan sporthallen steeds verder uit de pas zal lopen door: - het relatief grote aantal zaalsporters in Utrecht t.o.v. het landelijke gemiddelde; - de (groei)ambities van (top)sportverenigingen; - de grote huidige en verwachte knelpunten in vooral het winterseizoen; - het verschil tussen gewenste en feitelijke trainingsduur; - en de verwachte verdere bevolkingsgroei in Utrecht.

Het Mulier Instituut concludeert; - dat het huidige kengetal niet meer passend is voor de Utrechtse situatie - dat een bijstelling van het kengetal richting het midden tussen 1:10.000 en 1:17.500 verdedigbaar is - dat het kengetal onderdeel moet zijn van een lange termijn visie voor de Utrechtse zaalsport. Het betreffende onderzoek heeft aangetoond dat met het hanteren van het huidige kengetal binnensport (1 sporthal per 17.500 inwoners) de eerder genoemde doelstelling niet gehaald wordt. In het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’ is het tekort aan binnensportaccommodatie onderkend en stelt het college zich de komende periode als doel om ‘een been bij te trekken’ op het realiseren van extra binnensportvoorzieningen. Met de huidige zeven extra sporthallen (waarvan één tijdelijke sporthal voor tien jaar op sportpark Loevenhout) die tussen 2023 en 2030 geprogrammeerd staan wordt hier uitvoering aangegeven en wordt richting 2030 de stap gemaakt naar een kengetal van 1:15.000. Aanvullend op dit raadsvoorstel aanpassing kengetal binnensport heeft het college het uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024-2030 opgesteld (in lijn met advies van het Mulier Instituut).

In het uitvoeringsprogramma wordt de inzet beschreven (naast het realiseren van de zeven extra sporthallen tussen 2023 en 2030) om zoveel mogelijk passende zaalsportruimte te realiseren: - Om de extra vraag naar binnensportruimte in de wintermaanden te accommoderen worden tijdelijke voorzieningen zoals blaashallen (vooral voor zaalhockey) gefaciliteerd. - Middels de richtlijn voor het aantal uur binnensport wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel uur sport en bewegen in gemeentelijk sporthallen wordt aangeboden. Dit helpt bij het monitoren (naast het kengetal) of sporthallen voldoen aan de vraag naar binnensportruimte. - De waarde van topsportprestaties en talentontwikkeling/topsportbeoefening voor Utrecht wordt onderschreven. Vanuit de ambitie om zoveel mogelijk Utrechters te laten sporten, wordt de voorkeur gegeven aan het accommoderen van de extra uren voor talentontwikkeling/ topsportbeoefening op die momenten waar daar nog ruimte voor is. - Met het sportcentrum Galgenwaard heeft Utrecht een voorziening voor topsport tot op het hoogste landelijke niveau. Zaalsportverenigingen die dit niveau bereiken wordt gelegenheid geboden om van deze voorziening gebruik te maken. 2

-

Het is van groot belang dat sporthallen naast plekken om te sporten en bewegen ook voorzieningen zijn waar Utrechtse verenigingen hun thuisbasis hebben en de sociale kant van sport kunnen organiseren. Bij de ontwikkeling van nieuwe voortgezet onderwijslocaties in Utrecht wordt gekozen voor het realiseren van een sporthal i.p.v. drie gymzalen.

-

Juridische context De aanpassing van het kengetal binnensport is een wijziging van het bestaande beleid dat vastgelegd is in de Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. Aanpassing van beleid vraagt een besluit van de raad. (artikel 108 lid 1 onder a en artikel 147 lid 2 Gemeentewet). De verdere inhoud van het uitvoeringsprogramma en de daarin beschreven uitgangspunten zijn een college bevoegdheid (artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet). Beslistermijn Geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Met deze aanpassing van het beleid beogen we per direct en voor de toekomst voldoende binnensportruimte te realiseren zodat alle Utrechters de sport van hun voorkeur kunnen blijven beoefenen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening Het huidige beleid voor binnensport en het daaraan verbonden kengetal is vastgelegd in de Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. Het kengetal is opgenomen in het Koersdocument – Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen (utrecht.nl) dat in 2020 door de raad is vastgesteld. Naar aanleiding van de capaciteitsraming sportaccommodaties in 2019 is het Mulier Instituut gevraagd het kengetal binnensport te onderzoeken. Het uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 20242030 zal na behandeling van dit voorstel kengetal definitief worden vastgesteld door het college.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het huidige kengetal binnensport (1 sporthal per 17.500 inwoners) voor de periode tot en met 2030 aan te passen naar 1 sporthal per 15.000 inwoners, om de druk op sporthallen te verlagen en richting 2030 extra binnensportruimte te realiseren om meer Utrechters te laten sporten en bewegen.

Argumenten 1.1

Het huidige kengetal van 1:17.500 past niet langer bij de Utrechtse situatie. Uit het onderzoek van april 2022 is gebleken dat door het relatief grote aantal zaalsporters t.o.v. het landelijke gemiddelde in Utrecht, de (groei)ambities van (top)sportverenigingen, de grote huidige en verwachte knelpunten in vooral het winterseizoen, het verschil tussen gewenste en feitelijke trainingsduur en de verwachte verdere bevolkingsgroei in Utrecht het aanbod van en de behoefte aan sporthallen steeds verder uit de pas zal lopen.

1.2

Voldoende binnensport accommodaties is van belang om zoveel mogelijk Utrechters te laten sport en bewegen. Binnen het programma Levendige en gezonde stad hanteert de gemeente Utrecht de doelstelling: Gelijk aan de groei van de stad heeft Utrecht voldoende, goede en toegankelijke sportvoorzieningen. Het onderzoek van 2022 heeft inzichtelijk gemaakt dat het aantal binnensporters in Utrecht sneller stijgt dan het landelijke gemiddelde. Er is dus een aanpassing van het kengetal nodig om het aantal sporthallen mee te laten groeien met deze ontwikkeling om te voldoen aan de genoemde doelstelling en daarmee Utrechters de kans te geven de sport van hun voorkeur te blijven beoefenen, ook als dit een binnensport betreft.

3

1.3

In het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’ wordt het tekort aan binnensportaccommodatie onderkend. Met de huidige zeven extra sporthallen die voor de periode 2024-2030 gepland staan, geeft het college invulling aan ‘een been bij te trekken’ op het realiseren van extra binnensportvoorzieningen. In die lijn past het ook om het huidige kengetal van 1:17.500 voor de periode tot en met 2030 aan te passen naar 1:15.000 om ‘het been bijtrekken’ te verankeren in beleid.

1.4

De behoefte aan binnensportruimte na 2030 is nog onduidelijk en benodigde middelen voor extra hallen na 2030 zijn nog niet voorzien Door de aanpassing van het kengetal van 1:17.500 naar 1:15.000 zouden voor de periode 2030-2040 (valt buiten dit raadsvoorstel) vijf extra sporthallen nodig zijn in plaats van één extra hal (bij 1:17.500). De vraag naar en aanbod van binnensportvoorzieningen wordt tweejaarlijks gemonitord zodat tijdig richting 2030 bepaald kan worden of het kengetal van 1:15.000 ook dan nog wenselijk is en of extra hallen nodig zijn. Voor mogelijke extra hallen is op dit moment nog geen dekking voorzien en moet op dat moment een brede afweging gemaakt binnen de ruimte van het groeikader (investeringsagenda groei). Binnen het programma Sport worden in het jaar voordat de realisatie van deze extra sporthallen start (T-1) middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ middelen geprioriteerd bij de voorjaarsnota. Hierbij aangevend dat op basis van de financiële middelen van de gemeente op dat moment een afweging gemaakt moet worden of alle ambities op het gebied van maatschappelijke voorzieningen uitgevoerd kunnen worden.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Deelname aan binnensport blijft trendgevoelig en daarmee ook het gebruik van binnensportvoorzieningen Ondanks dat dit niet in de verwachting ligt, blijft sportdeelname trendgevoelig. Sporthallen worden gerealiseerd voor een levensduur van 40 jaar, zonder dat we voor die periode volledige zekerheid hebben van het gebruik. Er bestaat altijd een risico dat bepaalde binnensporten afnemen in populariteit. Om de trend in sportdeelname en benodigde capaciteit te monitoren wordt een tweejaarlijkse capaciteitsraming uitgevoerd. Zo kan tijdig bijgestuurd worden in de planning en programmering van sporthallen.

Financiën De kosten (exploitatie- en kapitaallasten) voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma binnensport en de benodigde investeringen voor het realiseren van het beoogde kengetal m.b.t. sporthallen worden gedekt binnen het programma Sport. De middelen voor extra sporthallen in de stad worden meegewogen binnen de ruimte ‘investeringsagenda groei’. Binnen het programma Sport worden er in het jaar voordat de realisatie van een sporthal start middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ aangevraagd bij de voorjaarsnota. Zoals eerder gesteld wordt met de realisatie van de zeven extra sporthallen en extra blaashallen het aangepaste kengetal van 1:15.000 richting 2030 gehaald. De middelen voor deze hallen staan opgenomen in het groeikader. Binnen het programma Sport worden in het jaar voordat de realisatie van deze extra sporthallen start (T-1) middelen uit de ‘investeringsagenda groei’ middelen geprioriteerd bij de voorjaarsnota. Hierbij aangevend dat op basis van financiële middelen van de gemeente op dat moment een brede afweging gemaakt moet worden of alle ambities op het gebied van maatschappelijke voorzieningen uitgevoerd kunnen worden. Op basis van het prijspeil 2023 ligt de benodigde investering voor een sporthal gezien de stedenbouwkundige eisen in een verdichtende stad rond de € 18 miljoen incl. BTW.

4

Vervolg Na besluitvorming van uw raad over de aanpassing van het kengetal binnensport wordt het uitvoeringsprogramma aangepast (indien besluitvorming van de Raad daartoe aanleiding geeft) en wordt het definitief vastgesteld en gepubliceerd als aanvullend op de nota Capaciteitsbehoefte Sport 2018-2030. Het nieuwe kengetal wordt opgenomen in de nieuwe Beleidsnota sport (2024). Middels de tweejaarlijkse capaciteitsraming sportaccommodaties wordt gevolgd of de streefwaarde van het kengetal wordt gehaald en wordt eveneens gemonitord of op basis van de ontwikkeling van ledenaantallen en de bezettingsgraad de beschikbare capaciteit voldoet.

Participatie Het Uitvoeringsprogramma binnensport 2024-2030 (waar het voorstel aanpassing kengetal onderdeel van is) is opgesteld in samenspraak met SportUtrecht. SportUtrecht had hierbij een adviserende rol en heeft in de rol van belangenbehartiger voor sport en bewegen in de stad het conceptuitvoeringsprogramma getoetst de Utrechtse binnensportverenigingen. Vanuit de hiervoor genoemde rol heeft SportUtrecht als reactie op het uitvoeringsprogramma een adviesbrief aan het college van B&W opgesteld. Deze brief en de reactie erop van het college zijn ter informatie als bijlagen meegestuurd.

Communicatie Na vaststelling door uw raad worden belanghebbenden (voornamelijk Utrechtse binnensportaanbieders) door het gemeentelijke vastgoedloket en via SportUtrecht geïnformeerd over de uitkomsten.

Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing

Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming Bijlage informatief - Raadsbrief uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024-2030 - Uitvoeringsprogramma Utrechtse binnensport 2024-2030 - Advies SportUtrecht nota binnensport - Reactie college B&W op advies SportUtrecht nota binnensport

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5efc97ee-efb4-4c5d-9f01-0d29ac0ad0c0