Raadsvoorstel Aanpassen huisvestingsverordening 2019 en intrekken verordeningen woon(ruimte)adviescommissie.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Wijziging Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht en intrekken verordeningen woonruimteadviescommissie en woonadviescommissie Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Wonen en Volkshuisvesting Ontwikkelorganisatie Ruimte Simea Knip | Ronald van de Hoef 11049164 volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het besluit tot wijziging van de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht vast te stellen, waarmee een technische aanpassing wordt doorgevoerd in het artikel over vrijstelling van het verbod op onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen. 2.
Dit besluit, op grond van artikel 5 lid 1 van de Verordening Raadgevend referendum gemeente Utrecht, in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.
3. Het besluit tot intrekking van de Verordening woonruimte-adviescommissie en de Verordening op de woonadviescommissie vast te stellen.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de huidige huisvestingsverordening wordt abusievelijk de indruk gewekt dat voor meer gevallen een vrijstelling van de vergunningsplicht voor het omzetten, onttrekken en dergelijke geldt dan bedoeld. De vrijstellingen konden dusdanig geïnterpreteerd worden dat ook situaties die zijn ontstaan op of na 1 juli 2019 vrijgesteld konden worden. Dit is nooit de bedoeling geweest, vanaf die datum werd juist beoogd de gehele voorraad vergunningsplichtig te maken. Als reparatie wordt nu limitatief en duidelijk benoemd welke situaties zijn uitgezonderd van de vergunningsplicht. Om eventueel misbruik door huisjesmelkers te voorkomen dient de reparatie daarom per omgaande te worden doorgevoerd in de verordening. Daarom wordt gebruik gemaakt van artikel 5 van de Verordening raadgevend referendum om onverwijlde inwerkingtreding mogelijk te maken. Tevens wordt een tweetal verordeningen ingetrokken die al geruime tijd niet meer van toepassing waren, maar die niet van rechtswege vervallen en waarvoor dus een besluit nodig is.
Context Aanleiding Door achtereenvolgende wijzigingen van de Huisvestingswet en Huisvestingsverordening, kan er discussie ontstaan over de interpretatie van de vrijstelling voor omzetten, onttrekken, samenvoegen en woningvormen. Met name door een kennelijke verschrijving in de huidige Huisvestingsverordening wordt abusievelijk de indruk gewekt dat in meer gevallen dan beoogd een vrijstelling van de vergunningplicht geldt. Met de voorgestelde aanpassing wordt dit hersteld en het aantal vrij te stellen situaties duidelijk afgebakend. In het overzicht van geldende Utrechtse regelingen blijken twee verordeningen te staan, die niet actueel meer zijn en dus kunnen worden ingetrokken. Wijziging huisvestingsverordening De nieuwe tekst omschrijft duidelijk en limitatief de situaties die uitgezonderd zijn van de vergunningplicht op grond van dit artikellid: Artikel 3.1.2, vierde lid onder a: i. Allereerst geldt een vrijstelling voor situaties waarin al vóór 1 mei 1975 werd onttrokken, samengevoegd, omgezet of sprake was van woningvorming. Vóór 1 mei 1975 was hiervoor geen vergunning vereist; vanaf 1 mei 1975 gold een vergunningplicht voor alle woonruimte. ii. Op 1 januari 2016 trad een wijziging van de Huisvestingsverordening in werking. Deze beperkte de vergunningplicht voor wijzigingen van de woningvoorraad tot woonruimte met een WOZ-waarde lager dan (per 1 januari 2015) € 305.000.
Dat betekende enerzijds dat wijzigingen van de woningvoorraad voor woningen boven die grens, die startten op of na 1 januari 2016, niet langer vergunningplichtig waren. Ook wijzigingen van de woningvoorraad voor woningen boven die grens die al voor die tijd gestart waren, en toen dus illegaal waren, werden nu alsnog legaal. iii. Op 8 februari 2019 wijzigde de Huisvestingsverordening opnieuw. De vergunningplicht werd nu uitgestrekt tot woonruimte met een WOZ-waarde lager dan (per 1 januari 2019) € 376.803. Dat kon betekenen dat een eigenaar wiens wijziging van de woningvoorraad daarvoor nog legaal was, alsnog vergunningplichtig werd. Met de vrijstellingen onder i, ii en iii wordt bereikt dat al deze situaties als legaal worden beschouwd en zijn vrijgesteld van vergunningplicht. Deze vrijstellingen bieden rechtszekerheid voor eigenaren die destijds zonder vergunning wijzigingen in de woonruimtevoorraad hebben aangebracht, toen dat legaal was of later werd. Op 1 juli 2019 werd de Huisvestingsverordening opnieuw gewijzigd. De schaarstegrens is toen vervallen. De hele woonruimtevoorraad werd nu vergunningplichtig, ongeacht de WOZ-waarde. Situaties die ontstaan zijn op of na 1 juli 2019 moeten dus voldoen aan de vergunningplicht. Daarvoor gelden bovenstaande vrijstellingen dus niet.
Artikel 3.1.2, vierde lid onder b: hier is een vrijstelling opgenomen voor situaties waarin voor de wijziging van de woningvoorraad een vergunning is verleend (geen omgevingsvergunning) of schriftelijke toestemming door burgemeester en wethouders is gegeven. Er zijn namelijk in het verleden onder meer, vanaf oktober 1992 tot en met 4 september 2009, gedoogverklaringen verstrekt 2
voor situaties van onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen. De vrijstelling onder b. biedt rechtszekerheid voor eigenaren die destijds zo’n gedoogverklaring of daaraan gelijk te stellen toestemming hebben verkregen. Wel geldt, zowel voor de vrijstellingen onder a. als voor die onder b., dat het gebruik onafgebroken moet zijn en sinds het ontstaan naar aard en omvang niet geïntensiveerd mag zijn door bijvoorbeeld meer personen te huisvesten of meer vierkante meters te onttrekken. Bovenstaande toelichting wordt ook opgenomen in de geconsolideerde versie van de toelichting bij de verordening die op www.overheid.nl te vinden is. Het is belangrijk dat de wijziging van de verordening zo snel mogelijk in werking treedt. Daarom wordt voorgesteld artikel 5, eerste lid van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 toe te passen, waarmee het mogelijk wordt het raadsvoorstel onverwijld in werking te laten treden. Het besluit tot wijziging zal zo spoedig mogelijk na het raadsbesluit worden bekendgemaakt in het gemeenteblad en treedt dan de dag erna in werking. Intrekkingsbesluit: In het overzicht van geldende regelingen van de gemeente Utrecht staan twee regelingen die niet meer gebruikt worden. De Verordening woonruimte-adviescommissie is op 9 september 1989 in werking getreden en de Verordening op de woonadviescommissie op 9 februari 2000.
Op grond van de Bekendmakingswet moet iedereen op overheid.nl volledig digitaal geïnformeerd worden over besluiten die impact hebben op hun leefomgeving. Die digitale informatie moet dan wel juist en actueel zijn. Daarom is intrekking van deze verordeningen wenselijk. Juridische context Wijzigingsbesluit: Op grond van artikel 4 van de Huisvestingswet is de gemeenteraad bevoegd tot het vaststellen en wijzigen van de Huisvestingsverordening. Op grond van artikel 5 eerste lid van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017 is het mogelijk het raadsbesluit onverwijld in werking te laten treden. Intrekkingsbesluit: De genoemde verordeningen zijn vastgesteld door de gemeenteraad en moeten dus ook door de gemeenteraad worden ingetrokken. Beslistermijn Het wijzigingsbesluit betreft het herstellen van een omissie en behoeft snelle besluitvorming. Beoogd effect - Verduidelijking van de vrijstellingsmogelijkheden in de Huisvestingsverordening, en daarmee het bieden van rechtszekerheid voor huiseigenaren - Actualisering van het overzicht van geldende Utrechtse regelingen op www.overheid.nl.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Raadsbesluit 23 mei 2019 Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht, in werking getreden op 7 juli 2019 met diverse vervolgwijzingen - Raadsbesluit 25 mei 1989 Verordening woonruimte-adviescommissie in werking getreden op 9 september 1989 - Raadsbesluit 13 januari 2000 Verordening op de woonadviescommissie in werking getreden op 9 februari 2000
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s
3
1
Het besluit tot wijziging van de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht vast te stellen, waarmee een technische aanpassing wordt doorgevoerd in het artikel over vrijstelling van het verbod op onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen.
Argumenten 1.1
Met de voorgestelde aanpassing wordt een duidelijke afbakening beoogd van het aantal vrij te stellen situaties. In de huidige Huisvestingsverordening zoals die geldt sinds 14 april 2022 is namelijk sprake van een kennelijke verschrijving, waardoor abusievelijk de indruk wordt gewekt dat in meer gevallen dan beoogd een vrijstelling van de vergunningplicht geldt.
1.2
Met de vrijstellingen onder i, ii en iii wordt bereikt dat al deze situaties als legaal worden beschouwd en zijn vrijgesteld van vergunningplicht. Deze vrijstellingen bieden rechtszekerheid voor eigenaren die destijds zonder vergunning wijzigingen in de woonruimtevoorraad hebben aangebracht, toen dat legaal was of later werd.
Beslispunt 2
Dit besluit, op grond van artikel 5 lid 1 van de Verordening Raadgevend referendum gemeente Utrecht, in werking te laten treden op de dag na bekendmaking..
Argumenten 2.1
Langer uitstel van de reparatie kan leiden tot ongewenste omzettingen die niet handhaafbaar zijn Hoewel al op 1 juli 2023 een nieuwe verordening in werking moet treden waarin dezelfde reparatie is doorgevoerd, is het van belang vooruitlopend hierop nu al de wijziging door te voeren. Deze periode geeft huisjesmelkers te veel tijd misbruik te maken van de huidige omissie, die onlangs aan het licht is gekomen. Door deze afzonderlijke ingreep wordt binnen enkele dagen na behandeling in de raad de omissie verholpen en is de kans op misbruik vele malen kleiner.
Beslispunt 3
Het besluit tot intrekking van de Verordening woonruimte-adviescommissie en de Verordening op de woonadviescommissie vast te stellen.
Argumenten 3.1
Beide verordeningen worden in de praktijk niet meer gebruikt De twee genoemde regelingen van de raad zijn niet actueel meer. De Verordening woonruimte-adviescommissie is op 9 september 1989 in werking getreden en de Verordening op de woonadviescommissie op 9 februari 2000. In nieuwe verordeningen wordt, door het gebruik van standaarddocumenten, tegenwoordig altijd een einddatum meegegeven of een intrekkingsbepaling opgenomen. In het verleden gebeurde dit minder. Deze beide verordeningen zijn dus nooit ingetrokken. De woonadviescommissie had tot taak burgemeester en wethouders te adviseren over gebruikskwaliteit en duurzaamheid van woningen en openbare ruimte. De woonruimte-adviescommissie had tot taak een rechtvaardig en een doelmatig woonruimteverdelingsbeleid te bevorderen, met inachtneming van de belangen en de verantwoordelijkheden van de lokale overheid, de beheerders, de woningzoekenden en de huurders. De hier beschreven taken worden tegenwoordig anders ingevuld. Er valt niet te achterhalen wanneer deze commissies voor het laatst daadwerkelijk ingeschakeld werden, feit is dat er nu niet meer mee gewerkt wordt, er geen jaarlijkse rapportages worden overgelegd, er in de verordeningen verwezen wordt naar oude regelgeving, oude organisatieonderdelen, en dat de benoemingstermijnen al lang
4
geleden geëindigd zijn en er sindsdien geen sprake is geweest van nieuwe benoemingen. Op grond van de Bekendmakingswet moet iedereen op overheid.nl volledig digitaal geïnformeerd worden over besluiten die impact hebben op hun leefomgeving. Die digitale informatie moet dan wel juist en actueel zijn. Daarom is intrekking van deze verordeningen wenselijk.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Vervolg Het besluit tot vaststelling van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht 2023 kan op 20 april worden besproken in de commissie EDVW en op 11 mei ter vaststelling voorliggen bij de raad. Daarna wordt het zo snel mogelijk bekend gemaakt en kan dan de dag na bekendmaking in werking treden. Het besluit tot intrekking van de twee verordeningen treedt in werking na afloop van de referendumtermijn.
Participatie Er heeft geen participatie over dit voorstel plaatsgevonden.
Communicatie De gewijzigde verordening zal worden gecommuniceerd via de gemeentelijke website, de U10 en via WoningNet Regio Utrecht. Daarnaast wordt deze, evenals het intrekkingsbesluit, gepubliceerd in de landelijke portalen voor wet- en regelgeving.
(Niet)Referendabel Voor het wijzigingsbesluit wordt voorgesteld gebruik te maken van artikel 5, eerste lid van de Verordening raadgevend referendum, zodat de wijziging direct in kan gaan. Bij toepassing van artikel 5.1 blijft de mogelijkheid bestaan over het raadsbesluit een raadgevend referendum te houden. Op basis van de uitkomst van een eventueel referendum kan worden voorgesteld het raadsbesluit in te trekken. Voor het intrekkingsbesluit wordt de gebruikelijke referendumtermijn in acht genomen.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Besluit tot wijziging van de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht - Besluit tot intrekking van de Verordening woonruimte-adviescommissie en de Verordening op de woonadviescommissie. Bijlagen informatief - Geconsolideerde Huisvestingsverordening met wijzigingen zichtbaar - Geconsolideerde toelichting met wijzigingen zichtbaar
5