CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadstoets Ondersteuning op maat - onderdelen WMO en vluchtelingen.pdf

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 6 juli 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadstoets Ondersteuning op maat - onderdelen WMO en vluchtelingen11.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

C. 5 en 6: Welke invloed hebben veranderingen (trends) Er werd in 2020 voor negen jaar ingekocht en in 2019 voor zes jaar Buurtteams en Sociaal in het werkveld, zoals trajecten die langer doorlopen, makelaars. Langlopende contracten als deze bieden ruimte voor ontwikkelopgaven en voor de-stigmatisering, het feit dat bepaalde problematiek onderwerpen waarop extra inzet wordt gewenst. Hieraan wordt aandacht besteed bij de meer zorg en aandacht nodig heeft op contracten en beantwoording van Motie 324, Aanbesteding sociaal domein. contractbeheer? De gemeente hecht juist belang aan de inzichten van de partners. Er wordt gestuurd in dialoog. Voorbeeld: in de overgang van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis zijn sturende Heeft de gemeente voldoende sturingsruimte binnen afspraken gemaakt met de aanbieders. De ambitie is in gezamenlijk overleg vastgesteld. de contracten? Uiteindelijk wordt dit dan in het contract opgenomen, maar niet anders dan na gezamenlijk overleg, want zo werkt het Utrechtse sturingsmodel: de gemeente ontwikkelt samen met partijen in de stad en de voortgang wordt via het dashboard gevolgd. Waar nodig worden de ambities bijgesteld. Als het de ene aanbieder niet lukt om aan de ambitie te voldoen en de andere aanbieder wel, dan wordt nagegaan hoe dat komt. De ambitie is ook vastgelegd in de Regiovisie waaraan partijen zich hebben gebonden.

Utrecht.nl 44

Bijlage 4: Beantwoording gestelde technische vragen raadstoets (10/13) Technische vraag

Antwoord

D – Kostenbeheersing en efficiëntie van dienstverlening / besteding van middelen

Het dashboard helpt bij het krijgen van inzicht in de voortgang van de afspraken. Zoals al werd aangegeven werd er in 2020 opnieuw ingekocht. Voor alle zorgvarianten werd de reële prijs conform de algemene maatregel van bestuur (AMvB) berekend en werd bekeken of de tarieven van de gemeente Utrecht daaraan voldoen. Grotere aanbieders hebben meer sturingsruimte en daar verlangt de gemeente ook wat meer inzet van. Vanaf €500.000 of dertig cliënten worden aanbieders als 'strategische partner' gezien. Zij moeten de visie van de gemeente uitdragen, verder ontwikkelen en innoveren. Als een kleine aanbieder er drie cliënten bij krijgt op een totaal van dertig, dan betekent dat 10% meer werk. In overleg met die aanbieder bekijkt de gemeente wat er nodig is om die drie plekken dan toch te kunnen leveren.

D.1: Hoe heeft de gemeente inzicht in de mate van kostenbeheersing en efficiëntie van dienstverlening? Hoe wordt dat gemeten en hoe wordt er bijgestuurd?

Hoe kan de raad weten dat de middelen efficiënt worden besteed?

Aangegeven wordt dat middelen efficiënt worden besteed, want er is het nodige aan vooraf gegaan. Erkend wordt dat dit niet gemakkelijk uit de jaarstukken af te leiden is. De afdeling kijkt vooral naar de stelselindicatoren (bereik, wachttijd, kwaliteit etc.). Zouden bijvoorbeeld de wachttijden toenemen maar het bereik niet, dan is er geen balans en dan moet er dus worden bijgestuurd.

Wanneer wordt de raad geïnformeerd over afwijkingen?

Als de wachttijden sterk oplopen, wordt dat expliciet gemeld, zoals vorig jaar bij Hulp bij Huishouding gebeurde. Dat gaat dan via een aparte brief of een apart memo, maar ook wel via de bestuurs- en maandrapportages.

Is procesmatig voldoende afgebakend waarover de raad wordt geïnformeerd en hoe die informatie bij de raad komt? Wanneer wordt er gekozen voor een brief en wanneer voor rapportage via de jaarstukken?

Daar zijn financiële regels voor; die zijn duidelijk en die zijn bekend. Voor concrete gebeurtenissen, zoals oplopende wachtlijsten, zijn niet van die strikte afspraken gemaakt. In gevallen als deze maakt het team een eigen afweging over het moment waarop de raad geïnformeerd zal worden.

Utrecht.nl 45

Bijlage 4: Beantwoording gestelde technische vragen raadstoets (11/13) Technische vraag

Antwoord

D.2: Wat wordt precies bedoeld met de “uitname” Wmo-budget?

Nu de Wet langdurige zorg (Wlz) ook van toepassing is op mensen met GGZproblematiek is een deel van de mensen die gebruikmaakten van de Wmo overgegaan naar de Wlz, inclusief middelen. In Utrecht is daarmee ongeveer 30% van het budget Beschermd Wonen afgeroomd. Dit wordt op landelijk niveau nagecalculeerd en dit traject is nog niet afgerond. Dit wordt berekend op basis van de werkelijke kosten uit 2019. Pas bij de Meicirculaire zijn de precieze bedragen bekend. Alle cliënten hebben inmiddels een beschikking voor Wlz-zorg ontvangen, maar het Zorgkantoor en het CIZ waren daar niet tijdig mee klaar. Om die reden heeft het ministerie van VWS de gemeente gevraagd om de zorg iets langer te blijven voortzetten. Het was wel veel werk om dat nog in te regelen, maar er is geen zorg bij cliënten weggevallen.

D.3 Bestaat inzicht in de mate van efficiëntie van de dienstverlening? Efficiëntie hangt vaak samen met betere samenwerking, wat tijd kost. Het kost samenwerkingspartners nu eenmaal wat tijd om elkaar goed te leren kennen. Als er moeilijke casussen spelen, overleggen alle partners daar gezamenlijk over in het kader van de Citydeal. Hoe beter de partners elkaar leren kennen en elkaar weten te vinden, hoe effectiever hulpvragers kunnen worden ondersteund. Vaak gaat het om heel simpele dingen: je kent de naam van je contactpersoon, je weet wie zij of hij is en je hebt een mailadres en een telefoonnummer. Onder meer dankzij dit soort informatie is het in 2020 zo goed gegaan met de bijzondere en acute corona-aanpak. D.5: Bijstelling begroting 2020.

Zie volgende pagina.

Onderdelen E (impact corona) en F (relatie uitgaven effectdoelen en taakvelden) zijn niet in het gesprek aan de orde gekomen. Aan E is in onderdeel A aandacht besteed en onderdeel F is op een andere manier getoetst en meegenomen in deze presentatie.

Utrecht.nl 46

Bijlage 4: Beantwoording gestelde technische vragen raadstoets (12/14) Technische vraag

Antwoord

D.5: mutaties in begroting 2020 De lasten in de nominale begroting 2020 zijn ruim 4,3 miljoen euro lager dan de lasten in de realisatie 2019 en vervolgens is de actuele begroting 2020 weer 9,0 miljoen euro hoger dan de nominale begroting. De vraag die dit oproept, was: is men wel in control?!

Om dit verschil te duiden is het goed om ook de baten mee te nemen. In 2019 waren de baten ook 1,7 miljoen euro hoger dan in de nominale begroting 2020 (2019 was het laatste jaar van de huishoudelijke-hulp-toelage, dit had hogere baten en hogere lasten tot gevolg). Per saldo is de nominale begroting 2020 dan ook niet 4,3 miljoen lager dan de realisatie 2019 maar zit hier 2,4 miljoen euro tussen. Dit verschil is ook het verschil dat is toegelicht in de jaarrekening 2019. Het betreft een nadeel op de WMO. Er zijn geen aanvullende middelen beschikbaar gekomen om de begroting voor deze doelstelling te verhogen, vandaar dat de nominale begroting min of meer gelijk is aan de actuele begroting 2019 (min de huishoudelijke-hulp-toelage).

Bij het overzicht van 24-uurs begeleiding zit tussen post 6694 (beschermd wonen) in de realisatie een afname van 8,7 mln. ten opzichte van de actuele begroting, terwijl bij 6695 (daklozenopvang) juist een plus zit van 8,1 mln. Hebben deze plus en min iets met elkaar te maken (verschuiven tussen programmaonderdelen?)

De knip tussen daklozenopvang en beschermd wonen is niet zo goed te maken, dus zijn deze sterk onderling uitwisselbaar. Voor het mooie zou het wellicht beter zijn om er een een begrotingswijziging van te maken zodat begroting en realisatie wat meer op elkaar aansluiten, maar intern schuiven wij de budgetten eigenlijk altijd bij elkaar.

Is het correct dat 6691 (maatschappelijke opvang) vanaf 2020 in Daklozenopvang (6695) is overgegaan?

Dat klopt en is het gevolg van aanpassingen in de programmastructuur.

tav 18-2-4-1 (vluchtelingen). Waarom is deze post nominaal

Hier worden steeds incidentele middelen aan toegevoegd, het rijk komt eigenlijk nooit met extra structureel geld. Dat nominale bedrag is het structurele budget dat Utrecht heeft voor deze doelstelling.

zo laag begroot (kijkend naar uitgaven eerdere jaren)?

tav 18-2-1-1 (buurtteams): Wat verklaart het verschil tussen Door de wijziging in structuur was het budget voor belangbehartiging van 3,6 miljoen nominale en actuele begroting op de post 6369 (informatie, euro in eerste instantie op het programma samenleven en sport begroot. Dit is later bij advies en onafhankelijke client) van 3,7 mln.? een begrotingswijziging rechtgezet. Tav 18-2-3-1 (24 uurs begeleiding / beschermd wonen), wat verklaart het verschil tussen de nominale begroting (lasten 116,5 mln) en actuele begroting (lasten 130 mln)? En dan in het bijzonder de toename op de post beschermd wonen.

Dit is voornamelijk te verklaren door de corresponderende posten (bijlagen zijn ter info meegestuurd). Dit zijn toevoegingen van het Rijk aan het Gemeentefonds t.b.v. nieuwe taken of uitbreiding van taken en in sommige gevallen, zoals bij beschermd wonen, zit er ook compensatie bij voor gestegen kosten.

Utrecht.nl 47

Bijlage 4: Beantwoording gestelde technische vragen raadstoets (13/13) Technische vraag

Antwoord

G – proces klachten en signalen G.1: Op welke wijze is het proces georganiseerd om klachten te ontvangen, registreren, verwerken en af te handelen?

Voor klachten over de aanbieders moeten wij verwijzen naar de aanbieders zelf. Zij zijn degenen die de klacht in behandeling moeten nemen. Een keer per jaar vragen wij in de kwartaalgesprekken inzicht in de aard, omvang en afhandeling van de klachten. Voor complexe klachten hebben wij een procedure (zie bijgaand schema). Er zijn afgelopen jaar geen klachten voor deze procedure binnengekomen. Daarnaast kunnen er klachten over de afdeling binnenkomen. Die worden meegenomen in het totaaloverzicht van klachten dat jaarlijks naar de raad wordt gestuurd. Wij hebben begrepen dat dat binnenkort weer gebeurt en dat er geen klachten over de uitvoering van de Wmo zijn binnengekomen. Ook is het nog mogelijk dat cliënten klachten indienen bij/over het Wmo-loket. Daar staat deze vraag nog uit.

G.2: Welke kernsignalen worden hieruit gehaald?

Het gaat om geen of een enkele klacht per aanbieder. Ook zijn ze divers van aard. We zien dat het vooral om individuele casuïstiek gaat. Wij willen vooral ook weten wat er met de klacht is gebeurd, wat de organisatie ervan heeft geleerd en of dit aanleiding is geweest om proces of hulp aan te passen.

G.3: Wat wordt daarmee gedaan?

Zoals aangegeven, wordt er eenmaal per jaar inzicht gevraagd in de aard, omvang en afhandeling van de klachten en besproken wat er naar aanleiding van deze klachten is geleerd in de organisatie zelf.

G.4: Op welke wijze wordt geleerd van klachten en signalen? Zie hierboven. Verschilt dus ook per organisatie.

G.5: Waarom is hierover geen informatie opgenomen in de jaarstukken?

Hier speelt mee dat het nogal divers is. Het gaat zowel om klachten die bij ons als om klachten die bij de aanbieders binnenkomen. Het is moeilijk om daar een rode draad uit te halen en kort te benoemen in de Verantwoording.

G.6: Hoe wordt de cliëntbetrokkenheid bij de door de gemeente geleverde dienstverlening beoordeeld?

De gemeente levert zelf eigenlijk geen dienstverlening, maar cliënten en ervaringsdeskundigen worden op vele manieren bij onze beleidsvorming en uitvoering betrokken. Met veel verschillende cliëntorganisaties hebben wij contact en in principe worden zij bij sessies over beleidsontwikkelingen betrokken. Ook bij inkoop- en subsidietenders wordt hun mening gevraagd. Die is ook meegenomen in het oordeel.

Utrecht.nl 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0cd337ab-916b-42e1-ae4b-2b07bbcc6560