CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2025

Raadsinformatiebijeenkomst 17 juni 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Ondersteuning van de Utrechtse leerling3.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Alian de Jong en Sanne Reijnen

E-mail

alian.de.jong@utrecht.nl

Bijlage

1

Datum

4 februari 2025

Kenmerk

12976065

Onderwerp

Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten

Beleidsveld

Onderwijs

Geachte leden van de raad, Middels deze brief rapporteren wij over de voortgang op het gebied van passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten en ontvangt u de definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten in 2022-2023 en het jaarverslag van Leerlingzaken (schooljaar 2023-2024). In april 2024 hebben wij uw raad in de kwartaalbrief onderwijs Q1 2024 geïnformeerd over het aantal voorlopige voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) in het schooljaar 2022-2023. Passend onderwijs De visie van Utrecht is dat we het belangrijk vinden dat alle kinderen aan voor hen passend onderwijs kunnen deelnemen. Regulier als dat kan, speciaal als dat nodig is. Inclusief onderwijs is daarmee onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. De samenwerking tussen onderwijs en zorgpartners en daarmee ook de zorg voor kinderen in onze stad, komt steeds meer onder druk te staan. Het lukt daardoor niet meer altijd om kinderen te helpen zoals we graag zouden willen. We zien dit terug in de cijfers. In deze brief staan we daarom stil bij een aantal actualiteiten die bij deze partners spelen. Ten eerste de financiële uitdagingen bij het Samenwerkingsverband PO, de trajectvoorzieningen binnen het VO.

Daarnaast presenteren we de cijfers over 2023-2024 van leerlingenzaken. Ook fysiek een beweging naar inclusiever onderwijs Inclusief onderwijs heeft een plek in de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden, echter de vertaling naar praktische consequenties op schoolniveau en in de huisvesting ontbreekt hierin. In de beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 die u ter besluitvorming is aangeboden is wel aandacht besteed aan de route naar inclusievere onderwijshuisvesting. In de eerste vier jaren van het IHP onderwijs zullen we bij ieder nieuwbouw- en renovatieprojecten in het uitvoeringsprogramma bij de projectdefinitie aangeven of en op welke wijze in dit project rekening wordt gehouden met inclusief onderwijs (inclusief het huisvesten van niet-onderwijs kindpartners).

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

Na vier jaar zullen we indien er meer duidelijkheid is, het IHP onderwijs daarop aanpassen. Daarnaast is in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) de afspraak opgenomen dat scholen voor speciaal onderwijs niet meer “stand alone” worden gebouwd, maar alleen nog in combinatie met een reguliere school. Doel van dit uitgangspunt is het inclusiever maken van het onderwijs. Stand van zaken SWV PO en complexe ondersteuningsvragen In oktober 2024 heeft het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs (SWV PO) aangekondigd het arrangeren voor de rest van het kalenderjaar anders te organiseren in verband met financiële krapte. Concreet houdt dit in dat in het laatste kwartaal van 2024 geen financiering meer was voor extra ondersteuning en scholen gevraagd werd om ondersteuning in de sterke basis te organiseren. Wij hebben u hier eerder over geïnformeerd in de kwartaalbrief Onderwijs van Q3 2024. Dit besluit in combinatie met de teruglopende budgetten in de jeugdzorg, dwingt tot scherpere keuzes en een onzekere situatie in het (gespecialiseerd) onderwijs. We zien dat scholen en zorgpartners onder druk staan en dat het steeds moeilijker wordt om oplossingen op maat te maken voor kinderen. Daarom houden we nauwe verbinding met de kernpartners, in het bijzonder de leerplichtambtenaren, om de consequenties goed in beeld te krijgen.

In een situatie waarin de verschillende partners te maken hebben met financiële krapte, bestaat het risico dat men zich terugtrekt in de eigen organisatie terwijl een gezamenlijke aanpak juist nu noodzakelijk is. Binnen diverse bestuurlijke gesprekken wordt deze urgentie gedeeld. We zetten ons in om de gezamenlijke visie op onderwijs en zorg verder uit te werken. Over de ontwikkelingen binnen de kernpartneraanpak, de toegezegde evaluatie en de doorontwikkeling van de routekaart voor thuiszittende kinderen, informeren wij u in een kwartaalbrief in 2025. Trajectvoorzieningen binnen Sterk VO Binnen Sterk VO loopt sinds eind 2023 de pilot trajectvoorzieningen. Het doel van de pilot is leerlingen te voorzien in hun ondersteuningsbehoeften en het waar mogelijk voorkomen van uitval (thuiszitten), wisseling van school en/of doorstroom naar het VSO. De pilot loopt uiterlijk tot december 2026. Trajectvoorzieningen zijn bedoeld voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte, welke zowel internaliserend als externaliserend van aard kan zijn. De leerlingen die gebruik maken van de klas hebben behoefte aan een tijdelijke (en gedeeltelijke) prikkelarme omgeving en extra ondersteuning binnen hun eigen school. Een trajectvoorziening binnen de school verbreedt de extra ondersteuningsmogelijkheden op de school en sluit aan bij de weg naar inclusiever onderwijs.

Het zorgt voor een lagere drempel voor leerlingen om naar school te (blijven) gaan en vergemakkelijkt de combinatie met reguliere lessen. Met een dergelijke in- en uitvoegstrook in school kan er sneller ingespeeld worden op gesignaleerde ondersteuningsbehoeften. Scholen die meedoen aan de pilot worden financieel ondersteund door Sterk VO. Naast de financiële ondersteuning ondersteunt Sterk VO scholen die deelnemen aan de pilot in de uitvoering door middel van kennis- en expertisedeling, zo nemen de scholen deel aan het kennisnetwerk Trajectvoorzieningen. De Universiteit Utrecht doet in samenwerking met Sterk VO en de scholen onderzoek naar de effectiviteit van de trajectklassen. Het onderzoek heeft een looptijd van minimaal een jaar en de eerste uitkomsten worden in de zomer van 2025 verwacht. De uitkomsten van het onderzoek worden

2/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

meegenomen in de besluitvorming over de opvolging van dit project, en de keuzes hierover worden opgenomen in het nieuwe Ondersteuningsplan van Sterk VO. Jaarverslag Leerlingzaken Dit schooljaar kende een mooie ontwikkeling in het vergroten van het aantal onderwijs-zorg combinaties voor leerlingen, het mogelijk maken van onderwijs voor nieuwkomers en zelfstandigheid in het leerlingenvervoer. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat we flinke uitdagingen kennen in het passende aanbod zodat alle leerlingen aan het onderwijs kunnen deelnemen en ook thuiszittende kinderen een passende plek krijgen. We zien bovendien dat de cijfers in het jaarverslag aanleiding geven om deze over een langere periode naast elkaar te leggen en te analyseren. We gaan dit doen over een periode van 6 jaar (dus terug te kijken tot en met schooljaar 2018-2019), per onderwijssector. En de hieruit voorvloeiende trends kwalitatief te duiden met de samenwerkingsverbanden PO en VO. De cijfers vanuit Leerplicht en het samenwerkingsverband zijn niet de enige cijfers die we hierbij willen betrekken: ook de cijfers van bijvoorbeeld wachtlijsten en knelpunten bij (speciaal) onderwijs en zorgpartners zijn van belang. Een gesprek over deze cijfers staat gepland voor de Stadstafel van april 2025. We komen hierover in kwartaalbrief Q2 onderwijs bij u op terug.

Als kanttekening bij het voorgaande moet worden opgemerkt dat Leerplicht aan de voorkant geen invloed heeft op de oorzaken van het verzuim. Verzuim is een ‘wicked problem’ waarbij tal van oorzaken met elkaar verweven zijn. Wel heeft leerplicht invloed en sturingsmogelijkheden op twee gebieden. Enerzijds is dit het tijdig oppakken van meldingen en vervolgens de juiste interventies inzetten volgens de methodische aanpak schoolverzuim. Anderzijds is dit de inzet via de kernpartneraanpak: aanwezigheid op de scholen met de tweeledige opdracht om in te zetten op individuele leerlingen én het versterken van de basis op de school zelf. Intensiveren van de inzet van leerplicht leidt niet een op een tot lagere verzuimcijfers. Bijvoorbeeld de inzet op het belang van vroeg signaleren en melden van (signaal)verzuim door scholen is gericht op de verbetering van de vroegtijdige hulp aan leerlingen, maar wordt in de cijfers zichtbaar als een toename van meldingen.

Acties die Leerplicht nu al uitvoert zijn: - Binnen de kernpartneraanpak het benadrukken van het belang van melden van verzuim, invoeren verzuimbeleid op scholen - Evaluatie over de aanpak van kinderen die thuis zitten, met henzelf en hun ouders, scholen en de kernpartners - Initiëren van bestuurlijke overleggen waarbinnen we knelpunten met name daar waar het vastloopt tussen de systemen van onderwijs en zorg optillen en oplossen Leerplicht volgt nauw de landelijke en stedelijke ontwikkelingen op schoolaanwezigheid vanuit de UOA, met de wens om in de toekomst hier de inzet op uit te breiden. Leerlingaantallen en verzuim Het belangrijkste signaal waarop de leerplichtambtenaren in actie komen is verzuim. Scholen zijn verplicht om ongeoorloofd verzuim te melden bij de afdeling Leerlingzaken van de gemeente waar de leerling die verzuimt woont. Wanneer er een verzuimmelding binnenkomt neemt de leerplichtambtenaar contact op met de school om af te stemmen wat er nodig is. Soms worden kinderen en jongeren in één schooljaar vaker gemeld. Dit kan zijn omdat het verzuim aanhoudt of

3/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

omdat er later in het jaar opnieuw verzuim wordt gesignaleerd. Er is in 2023-2024 in totaal 5577 keer geconstateerd dat er sprake van ongeoorloofd verzuim bij leerlingen onder de 18, het ging hierbij om 2310 verschillende leerlingen. In 2022-2023 waren 4801 meldingen over in totaal 1948 verschillende leerlingen. Bij de leerlingen boven de 18 ging het om 3931 meldingen, van in totaal 1372 jongeren. Dit waren in 2022-2023 3586 meldingen, van in totaal 1349 verschillende leerlingen. Thuiszitters Wanneer een leerling mét een schoolinschrijving gedurende een periode van meer dan vier weken de school niet bezoekt, noemen we de leerling een thuiszitter en wordt dit als zodanig geregistreerd en worden de kernpartners betrokken om samen met ouders en leerling een plan te maken. De term thuiszitter hanteren we als zodanig, omdat het een landelijke definitie is. We zijn ons er van bewust dat deze term door ouders en kinderen als stigmatiserend kan worden ervaren. We maken hierbij geen onderscheid in de reden waarom een leerling niet aanwezig is, dus zowel ongeoorloofd verzuim als ziekteverzuim wordt geregistreerd. Regelmatig ziekteverzuim kan een signaal zijn voor een risico op schooluitval. Als we deze kinderen al vroeg signaleren kan vaak voorkomen worden dat zij gaan uitvallen.

In de meeste situaties lukt het om een oplossing te vinden en kan het kind uiteindelijk toch weer naar school. Er zijn in 2023-2024 in totaal op PO (incl SBO), Vo, SO en VSO en MBO 215 kinderen die een periode thuis hebben gezeten. Voor 143 van hen is een oplossing gevonden, voor 72 nog niet. In 2022-2023 waren dit er 187, waarbij voor 42 geen oplossing werd gevonden in dat jaar. Redenen voor deze toename (die landelijk ook zichtbaar is) zijn o.a. dat het aantal leerlingen met complexe ondersteuningsvragen groeit en dat daar bij de wachttijden voor ondersteuning vanuit jeugdhulp of het speciaal onderwijs lang zijn als gevolg van financiële en personele krapte. Het uitblijven van tijdige passende ondersteuning zorgt ervoor dat de ondersteuningsvragen toenemen in complexiteit en dat ondersteuning langer nodig is. Combinaties van onderwijs en zorg zijn moeilijk te maken binnen het huidige stelsel. Absoluut verzuim Wanneer een kind leerplichtig of kwalificatieplichtig is, maar geen schoolinschrijving heeft, spreken we van absoluut verzuim. In het schooljaar 2023 – 2024 waren er 148 kinderen waarbij sprake was van absoluut verzuim. 51 van hen heeft alsnog een plek op een school gevonden. Van de overige leerlingen is een deel te verklaren omdat het leerlingen zijn die verhuisd zijn en bij wie een adresonderzoek loopt.

Ook zitten er in de groep van kinderen waarbij sprake is van absoluut verzuim leerlingen die voorheen werden vrijgesteld van leerplicht, maar die nu met een onderwijs-/zorgplan in beeld blijven. Deze leerlingen staan dus niet stil. Ter vergelijking waren dit in 2022-2023 117 leerlingen, waarvan er 43 alsnog een plek op een school hebben gevonden. Aantal vrijstellingen De leerplichtwet kent drie gronden voor ouders om vrijgesteld te worden van de plicht om hun kind in te schrijven op een school, hierbij gaat het om: - Artikel 5a: omdat een kind om psychische of lichamelijke redenen niet naar school kan. - Artikel 5b: omdat ouders overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs, op alle binnen redelijke afstand van de woning gelegen scholen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden. - Artikel 5c: omdat de leerling een school in het buitenland bezoekt. Bij vrijstellingen is geen sprake van een besluit. Ouders tonen aan dat er een grond bestaat en dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege. Bij dit proces is altijd een leerplichtambtenaar betrokken, en in het geval van artikel 5a ook een jeugdarts. Om het perspectief van het kind te borgen, onderzoeken

4/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

we altijd de mogelijkheid tot een onderwijs-/zorgplan in het geval van een beroep op artikel 5a, waarin onderwijs en zorgpartners samenwerken om ervoor te zorgen dat een kind toch tot ontwikkeling kan komen. De vrijstellingen op grond van artikel 5b nemen landelijk toe. Ook in Utrecht zien we een lichte stijging, al blijft deze beperkt in relatie tot het landelijke beeld. We nodigen ouders die zich beroepen op dit artikel altijd uit voor een gesprek. In dit gesprek toetst de leerplichtambtenaar of er aan de vereisten voor de vrijstelling wordt voldaan en gaan we uitgebreid in op hoe ouders het onderwijs willen vormgeven en borgen. In totaal zijn er in 2023-2024 188 vrijstellingen op grond van artikel 5a ontstaan, 24 op grond van artikel 5b en 151 op grond van artikel 5c. In de meeste gevallen voor maximaal een jaar, zodat er jaarlijks opnieuw bekeken kan worden of de vrijstelling nog nodig is. In 2022-2023 waren er 179 vrijstellingen op grond van artikel 5a, 18 op grond van 5b en 126 op grond van artikel 5c. Leerlingenvervoer In het jaarverslag van Leerlingzaken leest u dat we in het leerlingenvervoer een toename zien van kinderen die zelfstandiger reizen met bijvoorbeeld een vergoeding of een e-bike. Dit is in lijn met de gewenste beweging om leerlingen met recht op leerlingenvervoer, die dat kunnen (leren), zelf naar school te laten reizen in plaats van met de taxibus.

We hebben het afgelopen jaar meer ingezet op het bevorderen van zelfstandig reizen, zoals o.a. aangegeven in de Raadsbrief Korte termijn plan van aanpak Leerlingenvervoer Utrecht en de . De eerste effecten van dit beleid zijn in de cijfers van het jaarverslag terug te zien. De verwachting is dat het zelfstandig reizen in het komend jaar nog verder zal toenemen vanwege de recent aangepaste regelgeving van het leerlingenvervoer in Utrecht. Over de verdere stand van zaken in het vervoer, evenals de effecten van de wijzigingen in de regelgeving, informeren wij uw raad in de kwartaalbrieven en de kwartaalmonitor leerlingenvervoer. Voortijdig schoolverlaten In de kwartaalbrief onderwijs Q1 2024 van 10 april jl. is uw raad geïnformeerd over het aantal voorlopige voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) van het schooljaar 2022-2023. Onderstaand vindt u de inmiddels definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten voor het schooljaar 2022-2023. Deze cijfers verschillen in kleine mate van de voorlopige cijfers. Het percentage jongeren t/m 23 jaar dat zonder startkwalificatie1 het onderwijs heeft verlaten is in de gemeente Utrecht gedaald met 0,12%, van 2,25% naar 2,13%. In absolute aantallen betekent dit dat er, van de in totaal 23.506 Utrechtse jongeren, 500 Utrechtse jongeren (25 minder dan het jaar ervoor) voortijdig het onderwijs hebben verlaten.

Ook in de Doorstroomregio Utrecht, waarbinnen Utrecht de contactgemeente is, zien we een lichte daling in het percentage voortijdig schoolverlaters (0,06%) ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Landelijk zien we een vergelijkbare minimale daling van het aantal vsv’ers van 2,37% naar 2,34%. Utrecht (stad) Totaal

2018-2019 vóór corona 22.173

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

22.644

23.046

23.345

23.506

1 Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger)

5/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

Nieuwe vsv

512

438

441

525

500

% Nieuwe vsv

2,31%

1,93%

1,91%

2,25%

2,13%

Doorstroomregio Utrecht Totaal

2018-2019 vóór corona 73.128

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

72.914

72.098

71.593

70.822

Nieuwe vsv

1.367

1081

1.183

1.462

1400

% Nieuwe vsv

1,87%

1,48%

1,64%

2,04%

1,98%

Tabel 1. Definitieve vsv-cijfers schooljaren 2018-2019, 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 20222023 In de vsv-cijfers zien we dat er op mbo entree een daling is in het aantal voortijdig schoolverlaters. Op mbo-2, mbo-3 en mbo-4 blijft het percentage vsv’ers nagenoeg gelijk. In het voortgezet onderwijs zien we een opvallende stijging in het percentage vsv’ers op havo/vwo bovenbouw. Dit betreft met name jongeren uit havo 4 en 5. In vmbo bovenbouw zien we een lichte daling. Met name in het voortgezet algemeen volwassenonderwijs (vavo) zien we, net als in 2021-2022, een stijging in het percentage vsv’ers. Voortijdig schoolverlaten en uitval in Utrecht Zoals eerder benoemd in de kwartaalbrief onderwijs Q1 2024 maken we naast de jaarlijkse vsv-cijfers gebruik van maandelijkse uitvalcijfers. Dit biedt een actueel beeld van jongeren zonder startkwalificatie die gedurende het schooljaar worden uitgeschreven van de opleiding, en daarmee ook een vooruitblik op de vsv-cijfers voor het schooljaar 2023-2024. Daarnaast zetten we continu in op het voorkomen van uitval en voortijdig schoolverlaten aan de hand van actuele signalen uit de praktijk, een goede samenwerking binnen het regionale programma en gesprekken met de onderwijsinstellingen. De afgelopen twee jaar is er een stijging te zien in het percentage vsv’ers uit Utrecht op het vavo.

Het gaat hier specifiek om jongeren die zichzelf hebben aangemeld bij het vavo (en dus geen jongeren die vanuit het vo zijn aangemeld). De voornaamste redenen voor uitval van deze leerlingen zijn persoonlijke omstandigheden. Sinds dit schooljaar zetten we vanuit het doorstroompunt (trajectbegeleiding mbo en focus-aanpak) preventiever in op het vavo, om zo dreigende uitval vroegtijdig te kunnen signaleren en waar nodig studenten te kunnen begeleiden naar een voor hen passende plek. Ook voert het ministerie van OCW op dit moment een landelijk onderzoek uit naar de uitval in het vavo. Op basis van de resultaten van het onderzoek en onze eigen analyses zullen we wanneer nodig aanvullende maatregelen nemen. Wat verder opvalt in de uitvalcijfers is een stijging in de uitval op mbo-2. De meest voorkomende redenen voor uitval bij deze doelgroep zijn een niet passende studiekeuze, het hebben van onvoldoende beroeps- en studievaardigheden en persoonlijke omstandigheden (o.a. financiële problematiek). Overigens lijken persoonlijke omstandigheden bij alle studenten een steeds grotere rol te spelen bij uitval. Een persoonlijke relatie met de student is een belangrijke manier om deze omstandigheden vroegtijdig te signaleren.

Door de mbo’s wordt daarbij benoemd dat het goed is om altijd verder te kijken dan de geregistreerde uitvalreden, omdat er sprake kan zijn van onderliggende (multi)problematiek. Tot slot zien we ook een stijging in het aantal studenten dat gaat werken. Er is bij deze doelgroep niet zozeer sprake van groenpluk2, maar van jongeren die zelf vaker kiezen voor het 2 Er is sprake van groenpluk wanneer een bedrijf jongeren in dienst neemt die hun opleiding nog niet hebben

voltooid

6/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

opzetten van een eigen bedrijf. Vanuit de regio zien we het belang van inzet op professionalisering binnen de onderwijsinstelling en van partners om deze jongeren goed op weg te kunnen helpen. Wet van school naar duurzaam werk In september jl. werd bekend dat de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’ is uitgesteld van 1 augustus 2025 naar 1 januari 2026. Het doel van dit wetsvoorstel is om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Hiervoor zijn vier samenhangende maatregelen bedacht. Er dient (1) aanvullende loopbaanbegeleiding ingeregeld te worden tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Daarnaast wordt (2) de maximumleeftijd van de doelgroep van de Doorstroompunt-functie verhoogd van 23 naar 27 jaar. Ook krijgen we (3) als gemeente (Werk en Inkomen) binnen de Participatiewet een meer preventieve rol bij het ondersteunen van jongeren naar werk. Tot slot (4) stimuleert het wetsvoorstel de samenwerking tussen het onderwijs, de Doorstroompunten en gemeenten (Werk en Inkomen) per jongere en binnen het regionaal programma.

Op dit moment werken we dan ook in gezamenlijkheid aan een nieuw regionaal programma en zoeken we daarbij de aansluiting met de ontwikkelingen binnen de arbeidsmarktregio (o.a. het regionaal werkcentrum). Binnen de gemeente Utrecht zijn we gestart om samen met de afdelingen Werk en Inkomen en Onderwijs/Leerlingzaken de huidige dienstverlening voor jongeren te analyseren. Zo wordt er een plan van aanpak opgesteld om de dienstverlening aan te laten sluiten bij wat er gevraagd wordt binnen de wet ‘Van school naar duurzaam werk’. Het wetsvoorstel is in december 2024 ingediend bij de Tweede Kamer. In Q1 2025 verwachten we de publicatie van de concept-regeling voor het nieuwe regionale programma en in Q3 2025 de publicatie van het wetsvoorstel. In de volgende raadsbrieven informeren wij u over nieuwe ontwikkelingen en wat dit betekent voor de gemeente en regio Utrecht. Focus aanpak De outreachende aanpak Focus valt onder de wettelijke doorstroomtaak van Leerlingzaken. Focus monitort, benadert en begeleidt Utrechtse jongeren tussen de 18-23 jaar die geen opleiding (meer) volgen en nog geen startkwalificatie hebben behaald. Vanuit monitoring hebben we al deze jongeren continu in beeld. Daarnaast benaderen we alle jongeren met een inkomen onder €580,- per maand outreachend. Dit drempelbedrag is per 1 januari 2024 bijgesteld en bedroeg daarvoor €473,- per maand.

Met deze verhoging volgen we het inlichtingenbureau dat op dezelfde datum het drempelbedrag heeft verhoogd naar €580,- per maand. Jongeren die een hoger inkomen hebben, mogen bij scholingsvragen altijd gebruik maken van de begeleiding van Focus, maar worden niet actief benaderd. Elke maand worden deze jongeren in beeld gebracht waardoor het totaal aantal jongeren binnen de Focusdoelgroep varieert: sommige jongeren vallen de ene maand wel in de doelgroep en de andere maand niet meer, omdat zij dan een (hoger) inkomen of schoolinschrijving hebben. We maken onderscheid tussen het benaderen van jongeren (waarmee we hen op de hoogte brengen van ons begeleidingsaanbod), het bereiken van jongeren (door middel van persoonlijk contact) en het daadwerkelijk begeleiden van jongeren met tenminste één adviesgesprek of traject. Het streefcijfer voor benadering is vastgesteld op 1.000 jongeren per schooljaar. In schooljaar 2023-2024 zijn er 1.830 jongeren benaderd, waarvan er 359 begeleid zijn of nog in begeleiding zijn. Hiervan hebben 121 jongeren een (scholings)adviesgesprek gevoerd en 238 jongeren een intensief begeleidingstraject gevolgd. Van deze laatste groep hebben 48 jongeren een schoolinschrijving, 70

7/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2025 12976065

jongeren werk en 50 jongeren zijn begeleid richting een traject bij Werk en Inkomen (18), passende hulpverlening (24) of arbeidsmatige activering (8). Het overige deel is nog actief in begeleiding (16) of heeft de begeleiding gestopt (54). Focus begeleidt naast bovenstaande doelgroep ook de jongeren die vanuit het praktijkonderwijs, het speciaal voortgezet onderwijs en de entree opleidingen de overstap gaan maken naar vervolgonderwijs, werk of arbeidsmatige activering. Dit doen we in samenwerking met Werk en Inkomen. In het schooljaar 2023-2024 zijn er door Focus 377 jongeren begeleid die deze overstap hebben gemaakt. In de bijlage, ‘Jaarverslag Leerlingzaken Gemeente Utrecht 2023-2024’ kunt u een verdere verdieping op de cijfers vinden. Tot slot Zodra wij de voorlopige cijfers voortijdig schoolverlaten van 2023-2024 in maart of april 2025 ontvangen, zullen wij u daarover informeren. In Q1 2026 ontvangt u de voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten met daarin de definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten 2023-2024 en het jaarverslag van Leerlingzaken 2024-2025. Wij vertrouwen erop u door middel van deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6d59ba83-ed19-4192-8c33-160b51cb745a