Raadsbrief Voortgang energielandschap Rijnenburg en Reijerscop.docx.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
H. Kraaij
Datum
10 december 2021
Doorkiesnummer
14 030
Kenmerk
4445445/20211207/HK
hans.kraaij@utrecht.nl
Onderwerp
Voortgang energielandschap Rijnenburg en Reijerscop
Bijlage(n)
2
Beleidsveld
Energie
Geachte leden van de raad, Utrecht werkt aan de overstap naar duurzame energie door bronnen en gebouwen te verduurzamen en de energie-infrastructuur daarop aan te passen. In Rijnenburg en Reijerscop ligt voor onze gemeente het grootste potentieel om duurzame energie op te wekken met windmolens en zonnevelden. Op 9 juli 2020 heeft uw raad hiervoor een visie en een uitnodigingskader vastgesteld. Op 19 februari 2021 bent u geïnformeerd over de selectie van het consortium Rijne Energie c.s. (bestaande uit de energiecoöperaties Rijne Energie en De Windvogel, windontwikkelaar Eneco en zonontwikkelaar BHM Solar) als initiatiefnemer. In deze brief informeren wij u over de start van de planologische procedure door: (1) ter inzage legging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure), (2) ondertekening van de Intentie- en plankostenovereenkomst (IPOK) en (3) de brief aan de provincie om af te zien van hun rol als bevoegd gezag. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Het realiseren van het plan van Rijne Energie c.s. is m.e.r.-plichtig. Het doel van de m.e.r. is de effecten op milieu, inclusief leefomgeving, natuur en landschap, volwaardig en integraal te betrekken bij de besluitvorming over een plan of project. Een plan-m.e.r.
is nodig voor de wijziging van het bestemmingsplan dat juridisch gezien een verantwoordelijkheid is van de gemeente. Een projectm.e.r. is nodig voor de omgevingsvergunning die door de initiatiefnemer Rijne Energie c.s. wordt aangevraagd. Voor het Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop wordt een gecombineerd plan/project-milieueffectrapport (MER) opgesteld, zodat ook voor de planologische besluitvorming een gecombineerde procedure gevolgd kan worden. Rijne Energie is opdrachtgever voor deze combiMER. De NRD is vandaag door de gemeente ter inzage gelegd. De communicatie over de NRD is een gezamenlijke actie van Rijne Energie en de gemeente. In de bijgesloten NRD staat welke milieueffecten worden onderzocht, waaronder slagschaduw, geluid en natuur. Hierbij zijn de toezeggingen aan uw raad (tijdens de besluitvorming over de visie en het
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
10 december 2021 4445445/20211207/HK
uitnodigingskader) over het onderzoek naar met name laagfrequent geluid meegenomen evenals motie 2020/192 “Zorg voor juridische houdbaarheid van eisen aan slagschaduw”. Het staat nu nog niet vast hoe groot het plan van Rijne Energie c.s. gaat zijn. Daarom worden in het MER meerdere varianten onderzocht, variërend van drie tot acht windmolens. Zonnevelden zijn tot een omvang van 125 ha niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, maar de effecten van zonnevelden op windmolens worden wel meegenomen. Door de uitspraak van de Raad van State, volgend op het Nevele-arrest, bestaat de kans dat uw raad zelf normen vast moet stellen voor geluid en slagschaduw van windmolens. We zorgen ervoor dat het MER voldoende onderbouwing bevat om deze normen vast te kunnen stellen. De ter inzage legging duurt zes weken. In deze periode wordt ook advies gevraagd aan de Commissie voor de m.e.r. en worden de provincie en waterschap en de buurgemeenten geconsulteerd. De binnengekomen reacties worden verwerkt in een Nota van Antwoord. Hierin wordt aangegeven welke wijzigingen worden doorgevoerd in de onderzoeksopzet voor het MER. Intentie- en plankostenovereenkomst Ons doel is om het energielandschap mogelijk te maken en de opbrengsten hiervan zo veel mogelijk ten goede te laten komen aan de omgeving en de omwonenden. Wij willen de financiële risico’s op een verantwoorde manier bij de initiatiefnemers leggen.
Conform het Utrechts Planproces (UPP) is het gebruikelijk om bij aanvang van de planologische procedure afspraken te maken over het planproces en plankostenverdeling. De Intentie- en Planovereenkomst (IPOK) is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en het consortium Rijne Energie c.s.. In de IPOK is afgesproken dat we: • de plankosten voorfinancieren tot vaststelling van het bestemmingsplan of omgevingsplan, omdat de plankosten door de maatschappelijke gevoeligheid hoog en onvoorspelbaar zijn; • de plankosten plafonneren tot 40.000 euro per windmolen en 1.000 euro per hectare zonneveld, gelet op de ruimte die hiervoor is in de business case. Het op deze wijze plafonneren van de plankosten betekent dat een steeds groter deel van de plankosten (geraamd op 432.000 euro) wordt verhaald, naar mate het plan groter wordt. Bij een plan van drie windmolens en zes ha zonneveld wordt 30% van de geraamde plankosten verhaald op de initiatiefnemers en wordt 70% bekostigd uit het programma duurzaamheid (onderdeel Energietransitie). Het is onze intentie om de van Rijne Energie terug te ontvangen plankosten te gebruiken voor de door uw raad gewenste landschapsontwikkeling. De kosten voor landschapsontwikkeling kunnen we namelijk naar verwachting niet volledig verhalen op Rijne Energie c.s..
Afspraken over de kostenverdeling voor de landschapsontwikkeling leggen we vast in de anterieure overeenkomst die wordt gesloten, voordat het bestemmingsplan of omgevingsplan wordt vastgesteld. Brief provincie Op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 is de provincie bevoegd gezag voor windmolenparken tussen 5 en 100 MW. Dit laat onverlet dat een gemeente zelf ook kan besluiten over een ruimtelijk plan voor een windmolenpark. Het college van Gedeputeerde Staten is niet verplicht toepassing te geven aan de bevoegdheid van de provincie, tenzij “een producent een voornemen tot de aanleg van windmolens schriftelijk bij hen heeft gemeld en de betrokken gemeente een aanvraag van die producent tot vaststelling dan wel wijziging van een bestemmingplan ten behoeve van de realisatie van dat voornemen heeft afgewezen”. In bijgesloten brief vragen wij Gedeputeerde Staten om af te zien van toepassing van de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van de benodigde besluiten, zodat duidelijk is dat de gemeente de rol van bevoegd gezag op zich neemt.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
10 december 2021 4445445/20211207/HK
Communicatie Leden van Rijne Energie, buurgemeenten, de roeiverenigingen en geïnteresseerde bewoners van de polders zijn geconsulteerd voor de totstandkoming van de NRD. In een nieuwbrief worden alle geïnteresseerde partijen geïnformeerd over met name de mogelijkheid om te reageren op de NRD. De provincie, het waterschap en de buurgemeenten zijn hier al over geïnformeerd. Vervolgproces De m.e.r.-procedure wordt gebruikt om te onderzoeken welke variant de voorkeur heeft en haalbaar is. Gelijktijdig vindt ook de Ontwerpstudie naar Rijnenburg plaats en wordt de planprocedure gestart voor renovatie en capaciteitsuitbreiding van het hoogspanningsstation Oudenrijn. De aanpak van het hoogspanningsstation is nodig om te voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit van onze stad en onze buurgemeenten. Stedin wil het energielandschap bij voorkeur aansluiten op dit hoogspanningsstation, nadat deze gerenoveerd is. De planprocedure voor het hoogspanningsstation wordt parallel aan de planprocedure voor het energielandschap doorlopen, omdat het om twee verschillende initiatiefnemers gaat en we willen voorkomen dat de beide projecten elkaar vertragen. Tijdens het opstellen van de MER komen ook ontwerpvragen aan de orde, maar het ontwerpen gebeurt na de keuze voor de voorkeursvariant.
De ontwerpfase eindigt volgens de huidige planning in de tweede helft van 2022 met een collegebesluit over het voorontwerp voor een energielandschap. Op dat moment is duidelijk welke grondposities beschikbaar zijn en zijn ook meer inzichten beschikbaar uit de Ontwerpstudie. Het voorontwerp is het startpunt voor de planologische procedure. Welke procedure precies doorlopen wordt, hangt af van de inhoud van het voorontwerp en de voortgang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vergunningverlening (en de daarbij horende besluitvorming) vindt volgens de huidige planning in 2023 plaats. Het energielandschap kan dan gerealiseerd worden in 2024. Wij vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3