Raadsbrief Visie biomassagebruik in Utrecht.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en Wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
V.S. Haaksma
Datum
22 juli 2020
Doorkiesnummer
030-28 64119
Kenmerk
7768260/20200709/VH
v.haaksma@utrecht.nl
Onderwerp
Visie biomassagebruik in Utrecht
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Energie
Geachte leden van de raad, Op 6 juli jl. heeft de Sociaal Economische Raad een richtinggevend advies voor een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa vastgesteld en op 8 juli gepresenteerd. Het advies is gebaseerd op publicaties van het Planbureau voor de Leefomgeving en is een oproep aan het kabinet om een zorgvuldige inzet van biogrondstoffen en een herziening van de rol in de Nederlandse economie: Meer nadruk zou moeten komen te liggen op de inzet voor hoogwaardige toepassingen zoals in de chemische industrie en in materialen (beleid gericht op opbouw). In moeilijk te verduurzamen sectoren, zoals zwaar wegtransport en processen met hoge temperatuur, zijn biogrondstoffen te beschouwen als een overbruggingstechnologie en moet het beleid zich richten op de ombouw naar (en stimulering van) alternatieve technologieën. Voor laagwaardige toepassingen zoals elektriciteits- en lage temperatuur warmteopwekking dient de inzet zo ver mogelijk uitgefaseerd te worden (beleid gericht op afbouw). Bovendien breidt de SER de duurzaamheidscriteria uit met sociaaleconomische criteria en pleit voor een consistente toepassing op alle vormen van biomassa (dus ook voor gebruik als grondstof). Na de zomer komt het kabinet met een reactie op dit advies. In deze brief informeren wij u over onze visie op de rol en inzet van biomassa in de transitie naar een klimaat-neutrale stad Utrecht.
Visie op biomassa Ook wij zien de rol van biomassa vooral als een overbruggingstechnologie in de transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen, zolang duurzamere alternatieven niet op grote schaal toepasbaar zijn. Als energiebron is laagwaardige biomassa het minst favoriete alternatief voor fossiele brandstoffen, zoals aardgas. Bij verbranding van gecertificeerde biomassareststromen ontstaat veel minder CO2-uitstoot dan bij fossiele brandstoffen. De verbranding van biomassa veroorzaakt evenwel onwenselijke emissies voor gezondheid en luchtkwaliteit. Bij gebruik van nietgecertificeerde biomassa zijn naast de luchtkwaliteit ook nog andere duurzaamheidseisen in het geding.
Burgemeester en Wethouders Datum Ons kenmerk
22 juli 2020 7768260/20200709/VH
Kader Meer en meer zal biomassa een integraal onderdeel zijn van een circulaire economie, vooral als grondstof voor de chemische industrie en voor nieuwe biomaterialen. Biomassa of biogrondstof is plantaardig en dierlijk materiaal, zoals mest, gft-afval, algen, rioolslib, maaisel of snoeihout uit plantsoenen en hout dat vrijkomt bij bosbeheer. Het wordt eerst gebruikt voor hoogwaardige toepassingen, zoals meubels of grondstof voor de bouw. Reststromen van biomassa waar geen hoogwaardige toepassing voor is, kunnen onder strenge voorwaarden worden benut voor de opwekking van energie. Via vergisting en vergassing kan biogas gemaakt worden voor industriële processen met een hoge temperatuur, voor elektriciteit of voor warmte. Via verbranding kan uit biomassa direct warmte of elektriciteit worden opgewekt. Wij zien dat er rond Utrecht beperkt biomassa beschikbaar is. Er kunnen hierdoor niet onbeperkt extra biomassa-installaties worden neergezet in Utrecht en daarbuiten. Biomassa is echter in bepaalde processen voorlopig het enige alternatief voor fossiele brandstof, omdat er onvoldoende duurzame alternatieven voorhanden zijn. Op dit moment is het één van de weinige betaalbare bronnen voor processen met extreem hoge verbrandingstemperaturen in de industrie (bijv. 1000 graden).
Ook voor het opvangen van pieken in de vraag naar warmte (bijvoorbeeld op koude dagen) zijn er nu nauwelijks alternatieven beschikbaar. Hierover zegt het SER-advies dat ‘onder de juiste voorwaarden biogrondstoffen dus ook een overbruggingsoplossing kunnen zijn naar een CO2-neutrale economie, waar voorlopig onvoldoende alternatieve, duurzamere technologieën beschikbaar zijn’. Partijen met deze processen moeten rekening houden met ontwikkelingen in de toekomst, zodat het proces later kan worden omgezet in andere, meer duurzame alternatieven. Hiermee moet een lock-in effect worden voorkomen. Onderzoekers, energieleveranciers en andere partijen werken continu aan hernieuwbare, duurzame energiebronnen voor de toekomst, ook in onze stad. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van restwarmte van de rioolwaterzuivering in Overvecht, onderzoek naar de winning van aardwarmte (geothermie) en warmtewinning uit oppervlaktewater (aquathermie) zoals bij nieuwbouw in de Merwedekanaalzone. Onder voorwaarden Wij onderstrepen het advies van de SER voor een prioritaire inzet van biomassa voor hoogwaardige toepassingen en vinden de inzet van biomassa voor het opwekken van energie de minst wenselijke duurzame toepassing.
Als inzet van biomassa aan de orde is en voor zover we daarvoor in de positie zijn, willen we daar de volgende voorwaarden aan stellen: De inzet van biomassa moet substantieel bijdragen aan CO2-reductie (substantieel beter dan fossiele brandstoffen). De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (o.a. fijnstof) moet zoveel mogelijk geminimaliseerd worden. Utrecht streeft naar de hogere advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Als er houtige reststromen worden gebruikt, mag dat alleen gecertificeerde biomassa zijn uit duurzaam beheerd bos van Europese herkomst. Inzet voor warmteopwekking In het coalitieakkoord is als maatregel opgenomen dat het Utrechtse systeem van stadsverwarming in 2030 is verduurzaamd. Biomassa is hiervoor op dit moment nog de meest concreet beschikbare techniek. De gemeente ziet, net als alle warmtebedrijven, biomassa echter vooral als een tijdelijke oplossing. Nu wordt biomassa ingezet voor de basisvoorziening, later alleen voor de piekvraag (op 2/4
Burgemeester en Wethouders Datum Ons kenmerk
22 juli 2020 7768260/20200709/VH
momenten dat het kouder is en er extra warmtevraag is). Als er een beter alternatief is voor de pieken in de warmtevraag, zal het gebruik van biomassa verder worden afgebouwd. Dit staat ook in het warmtepact dat warmtebedrijven met Stichting Natuur en Milieu hebben opgesteld. Eneco heeft hieraan in haar routekaart verder invulling gegeven. Na biomassa zijn afvalwater, restwarmte uit de industrie en geothermie de eerste opties waar Eneco mee aan de slag gaat. De afbouw van het gebruik van biomassa is ook in lijn met de visie van de raad, zoals die voor de Regionale Energie Strategie van de U16-gemeenten is meegegeven in motie 300. Certificering We vinden het belangrijk dat de duurzaamheid van biomassa wordt gewaarborgd met certificering, waardoor alleen echte restproducten worden ingezet waar geen hoogwaardiger toepassing voor is. Biomassa bestaat in veel verschillende kwaliteiten en presteert verschillend op het gebied van duurzaamheid. De landelijke accreditatie-eisen van biomassacertificering zijn mede opgesteld door Greenpeace, Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu. Zo is gezorgd dat alleen de beste certificeringsschema’s, zoals ‘Better Biomass’, in Nederland worden geaccepteerd.
Certificering adresseert een breed scala aan aspecten, zoals ecologische effecten maar ook het niet toestaan van verdringing van voedsel, of lokale vraagstukken zoals welvaart en goede arbeidsomstandigheden. Ook wordt bijvoorbeeld in ‘Better Biomass’ een minimale reductie van 80% CO2, ten opzichte van het gebruik van aardgas, gegarandeerd. Het Rijk stelt deze certificering als voorwaarde voor nieuwe projecten om in aanmerking te komen voor SDE (Stimulering Duurzame Energietransitie)-subsidie. Waar mogelijk zal de gemeente Utrecht certificering ook als voorwaarde opnemen in vergunningaanvragen. Grootschalige versus kleinschalige inzet Bij grootschalige verbranding van biomassa, is de uitstoot van luchtvervuilende stoffen te beperken door de rookgassen te reinigen. De controle op de uitstoot gebeurt via metingen, afspraken in de vergunning of directe afspraken met de gebruikers van biomassa (zoals Eneco). Om deze reden heeft de gemeente onderzoeken laten uitvoeren om de luchtkwaliteit, CO2-reductie en duurzaamheid te verifiëren. Bij kleinschalige inzet van biomassa voor warmtevoorziening, zoals bij een pelletkachel (voor één of een aantal woningen) of open haard, is de luchtkwaliteit en herkomst van de biomassa niet voldoende te waarborgen.
Voor dezelfde hoeveelheid energie is bij een open haard 100x meer fijnstof uitstoot dan bij een pelletkachel (zie rapportage RVO) en zelfs 1.000x meer fijnstof uitstoot dan bij grootschalige inzet van biomassa voor het warmtenet in Utrecht. Dat komt omdat bij grootschalige inzet verregaande rookgasreiniging mogelijk en betaalbaar is. De gemeente start in 2021 met een campagne om de particuliere houtstook te ontmoedigen. Inzet voor industriële processen met hoge temperaturen Voor het bereiken van hoge verbrandingstemperaturen op grote schaal (zoals een asfaltcentrale), zijn op dit moment weinig duurzame mogelijkheden. Ook voor deze industriële processen zien we biomassa als een tijdelijke oplossing. Zodra andere duurzamere brandstoffen beschikbaar komen met een haalbare businesscase, moet het binnen het bedrijfsproces mogelijk zijn om hierop over te stappen. Ook een verbetering of innovatie in een bedrijfsproces moet de ruimte bieden voor een overstap op duurzame energie. Als er subsidie- of vergunningaanvragen voor de industrie binnenkomen, wegen we zorgvuldig af hoe in die specifieke situatie zo goed mogelijk aan onze voorwaarden kan worden voldaan. Een andere hoogwaardige brandstof die ingezet zou kunnen worden, is groene waterstof. Dit is echter voor 2030 nog niet op grote schaal beschikbaar, omdat er weinig overschot is uit duurzame bronnen voor elektriciteit.
Vanwege de hoge kosten voor het maken van waterstof uit duurzame elektriciteit, is 3/4
Burgemeester en Wethouders Datum Ons kenmerk
22 juli 2020 7768260/20200709/VH
het op dit moment nog geen betaalbare oplossing. Conform het SER-advies is de inzet van biomassa hierin als overbruggingstechnologie te beschouwen. Onze uitgangspunten voor het gebruik van biomassa zijn in de raadsbrief over de asfaltcentrale herhaald. Tot slot houdt de gemeente de ontwikkelingen en kennis over biogrondstoffen en andere alternatieve bronnen of dragers van energie (zoals waterstof en geothermie), evenals de kabinetsreactie op het SER-advies na de zomer, nauwgezet in de gaten. Zo kunnen we steeds een zorgvuldige afweging maken voor de inzet van biogrondstoffen in Utrecht.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4/4