Raadsbrief Versnellingsaanpak Groene Schaalsprong
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Vera Dalm
Datum
11 september 2025
vera.dalm@utrecht.nl
Kenmerk
30247576
Type brief
Voortgangsbrief
Onderwerp
Versnellingsaanpak Groene Schaalsprong
Bijlage(n)
2 (onderaan bijgevoegd)
Beleidsveld
Groen en Openbare Ruimte
Geachte leden van de raad, Utrecht werkt aan een groene en klimaatbestendige stad waarin het prettig wonen, werken en leven is. Vraag Utrechters wat belangrijk is -zie de Utrecht Monitor- en klimaat en groen is bij een grote groep een van de eerste dingen die ze noemen. Vergroening is dus essentieel voor Utrecht: voor het versterken van biodiversiteit, het tegengaan van hitte-, droogtestress en wateroverlast, en voor het bevorderen van gezondheid en leefkwaliteit. Tegelijk draagt het bij aan een aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving. Utrecht kiest voor groei in balans, zoals is vastgelegd in het Coalitieakkoord. Onderdeel daarvan is een Groene Schaalsprong. In deze raadsbrief informeren wij u hoe wij hier uitvoering aan geven. Achtergrond en inleiding De strategie voor de Groene Schaalsprong is in de raadsbrief uit 2022 toegelicht. In de raadsbrieven strategie voor groen (2023) en voortgang Groene Schaalsprong en bomen informeerden we u over de voortgang. De Rekenkamer schetste in haar rapport ‘Vergroening, van droom naar daad’ het volgende: ‘Wij constateren dat het de gemeente Utrecht in de periode 2017 – 2023 niet is gelukt om het openbaar groen mee te laten groeien met de ontwikkeling van de stad. Projectleiders, (groen)adviseurs, uitvoerders en gedelegeerd opdrachtgevers weten onvoldoende wat hun taak is om de gestelde doelen te realiseren.
Ook blijkt de onderbouwing van de kaders voor de uitvoering – in de organisatie, het benodigde geld en de inzet van mensen – niet altijd op orde. Ruimte en Stadsbedrijven en de verschillende afdelingen daarbinnen pakken knelpunten in de organisatie vanuit hun eigen referentiekaders aan.’ Onze reactie hierop las u in november 2024 in de raadsbrief plan van aanpak, waarin wij uitspraken de vergroening van Utrecht zoveel mogelijk te versnellen. Tijdens de raadsbehandeling zegden wij een uitvoeringsprogramma Groene Schaalsprong toe. We kiezen nu voor een versnellingsaanpak, zodat het past bij de aanbevelingen van de Rekenkamer, die vooral gericht zijn op de processen in de gemeentelijke organisatie. De versnellingsaanpak richt zich op het verbeteren van de randvoorwaarden en processen, wat zorgt voor meer groene projecten en een versnelling van de uitvoering. Welke projecten dat zijn kunt u volgen in het MeerjarenProgramma Ruimte Gemeente Utrecht en specifiek het onderdeel Meerjaren Groen Programma. In bijlage 1 van deze brief beschrijven we de relatie tussen de besluiten van de raad naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek en de versnellingsaanpak. Daaronder (bijlage 2) staan alle huidige beleidskaders kort benoemd.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
Kansen en uitdagingen bij vergroening De urgentie voor vergroening is hoog: Utrecht groeit, het wordt warmer, droger én natter, en de verschillen in leefkwaliteit tussen wijken worden zichtbaarder. De afgelopen jaren zijn goede stappen gemaakt in de uitvoering op de verschillende schaalniveaus; van groen in buurten tot recreatie om de stad. Zo is het uitvoeringsprogramma oeverpark Rondje Stadseiland vastgesteld en nam de raad de startnotitie Natuurgebied Zuilen aan. De Laan van Puntenburg vergroenden we als eerste onderdeel van de Tuinen van Moreelse. In Overvecht ontstond een groen lint en in de hele stad is veel aandacht voor buurtgerichte vergroening, met name de kwaliteit van groene plekken. Bij de buurtpuzzel in Rivierenwijk vergroenen we door het opheffen van parkeerplaatsen. Het principe ‘Groen, tenzij’ passen we in steeds meer projecten toe, zoals bij de herinrichting van de Vasco da Gamalaan, Welgelegen en Orinocodreef. Deze resultaten laten zien dat vergroening kán in Utrecht, al is het tempo nog te laag. Vier factoren spelen daarin een rol: ruimte, processen, financiering en kosten. Ruimte De beschikbare ruimte voor extra groen is beperkt. We hebben bovengronds ruimte nodig voor onder andere rijbanen, trafohuisjes, afvalvoorzieningen en parkeerstroken en ondergronds voor kabels en leidingen.
Weerstand tegen het opheffen van parkeerplaatsen leidt tot minder ruimte voor groen. Het is bijna een onmogelijke opgave om de ruimteclaims in de afwegingen altijd dezelfde prioriteit te geven. Bij het vastgestelde ‘groen, tenzij’ blijkt het invullen van de ‘tenzij’ beperkend op de groenrealisaties te werken, zie hiervoor ook de antwoorden op de eerder gestelde schriftelijke vragen (2024/200 -Verhard Tenzij 2.0). Processen Woningbouw en infrastructuur zijn vaak initiatiefnemers voor ontwikkelingen en groen heeft daardoor soms onvoldoende positie aan het begin van een proces. Dit leidt tot ‘achteraf-repareren' en vertraging van de uitvoering. Het realiseren van kwalitatief goed groen in een verdichtende stad, vereist een vroegtijdige inbreng van de groenopgave en goed onderbouwde afwegingen. Financiering Vanuit het Coalitieakkoord 22-26 is jaarlijks (vanaf 2026) € 6,8 miljoen beschikbaar voor vergroening. Een verdubbeling ten opzichte van de vorige Collegeperiode, maar nog niet genoeg om het groen volledig te laten meegroeien. Zeker wordt ook geïnvesteerd vanuit andere opgaven; mobiliteitsprojecten, herontwikkelingen, groot onderhoud, etc. Maar andere bronnen zoals Rijk en particuliere ontwikkelaars zijn lastiger aan te boren. Groene investeringen zijn niet altijd verankerd in de bekostiging van ruimtelijke projecten.
Voor volledige realisatie is structureel te weinig budget beschikbaar, zoals ook de Rekenkamer aangaf. Kosten De kosten voor vergroening zijn fors toegenomen, zeker in de bestaande stad. Het verleggen van kabels en leidingen voor boomgroeiplaatsen is duur. Eerder opgestelde projectramingen blijken bij de uitvoering te laag of te optimistisch, wat leidt tot minder groen. De uitkomst hiervan is dat we, zelfs met een gelijkblijvend budget, minder groen dan verwacht kunnen realiseren. Te vaak moeten we door financiële krapte- vragen om budget voor extra vergroening met nee beantwoorden. Kortom; de keuze voor ‘groei in balans’ mét de vele claims op de openbare ruimte maken complexe, vroegtijdige (financiële) afwegingen noodzakelijk. Versnellingsaanpak en scope Vergroening vraagt om een aanpak die breed door de organisatie wordt gedragen. Een intensief traject van verandering van processen en aanpassing van ingesleten werkwijzen; ook de Rekenkamer refereerde daaraan. Een aantal trajecten loopt nu, zoals de herziening van het Utrechts Planproces. De voorliggende versnellingsaanpak geldt voor de komende twee jaar onder het motto; ‘groot genoeg om ambitieus te zijn, maar klein genoeg om direct mee aan de slag te gaan’. We bouwen voort op de aanpak van de afgelopen jaren, met de visie van de RSU 2040 als richtsnoer.
We beschrijven de versnellingsaanpak voor de korte (tot zomer 2026) en middellange termijn (tot en met eind 2027). Dit vormt het vliegwiel voor een volgende fase, waarin de nadruk meer zal liggen op
2/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
de langere termijn. We nemen nu de voorbereidende stappen. Met name de mobiliteits- en energietransitie zijn op de lange termijn essentieel. We investeren zowel op de kwantiteit aan groenareaal als op de kwaliteit daarvan. Want juist in de kwaliteit van het groen kunnen op kortere termijn grote slagen worden gemaakt. Denk aan het verhogen van de biodiversiteit, zoals in Natuurgebied Zuilen. Of aan het toegankelijk en beleefbaar maken van groen voor alle Utrechters, zoals het Groene Lint in Overvecht of het oeverpark Rondje Stadseiland. Daarbij komen verschillende beleidsdoelen samen: klimaatadaptatie, ruimte voor fiets en voetganger en recreatie. Het realiseren van extra vierkante meters vergt meer tijd en is afhankelijk van andere ontwikkelingen en ruimtelijke ingrepen, dat zijn langlopende processen. Waar we nu op voorsorteren en vanzelfsprekend geen kans op extra groen onbenut laten. Versnellingsaanpak We versnellen door: A. Groen te realiseren in samenwerking met inwoners en partners in de stad en regio, B. Een heldere financiële strategie, gericht op structurele financiering C. Meer en beter groen te realiseren in gemeentelijke opgaven en dit te borgen in processen D. Meer en betere groene projecten te realiseren (MGP) A.
Groen realiseren in samenwerking met inwoners en partners Vergroening is een gezamenlijke beweging en vereist samenwerking met inwoners, scholen, woningcorporaties, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partners. Het grote draagvlak voor groen en klimaatadaptatie (zie bijvoorbeeld Fysieke leefomgeving | Utrecht Monitor) en de vele groene activiteiten en initiatieven in de stad laten ook zien dat Utrechters meer en beter groen willen. In hun stad en óm hun stad. We hebben al vele succesvolle initiatieven, denk aan BuurtNatuur030, het Bomenbal, Waterproof030, het uitdelen van bomen met Meer Bomen Nu, Geveltuinenburendag, NK Tegelwippen en vele buurtgerichte programma’s, vaak vanuit sociale initiatieven. Korte termijn Het is noodzakelijk om het groene netwerk van de stad goed in kaart te hebben en met elkaar goed af te spreken wie aanspreekpunt is voor welke partijen. Een proactieve houding ten opzichte van inwoners en partijen moet leiden tot het sneller faciliteren van goede ideeën. Voor inwoners zijn meerdere (subsidie)regelingen. We brengen in kaart of we voldoende aan hun behoeften tegemoetkomen, wat effectief is en waar hiaten zijn. Zo nodig doen wij een voorstel tot verbetering en herziening. We voeren gerichte gesprekken met private partijen om mee te financieren aan projecten in de stad en zoeken structurele samenwerking met hen op.
Dat lukt al, er is een overeenkomst met Trees for All en we bieden woningcorporaties, kerken en zorginstellingen aan om samen met ons bomen en zaailingen te planten op particulier en semi-openbaar terrein. Zo maken we het aantrekkelijk om bij te dragen aan meer groen. We ontwikkelen een participatieaanpak, waarin we het vergroenen van straten vastleggen, conform ‘Samen Stad maken’. Bewonersbetrokkenheid zorgt immers voor draagvlak en waardevolle input voor toekomstig beleid. We nemen deel aan het leer- en onderzoeksprogramma ‘Groen in en om de Stad’ en werken samen met Rotterdam en Den Haag aan mogelijkheden om bedrijven mee te laten betalen aan de groenopgave. Middellange termijn Het effectief met elkaar verbinden van partijen en bedrijven in de stad aan projecten kan leiden tot gedeeld eigenaarschap, wederzijds vertrouwen en dus meer ruimte om zelf te vergroenen. Het vraagt van ons soms een andere rol en een andere manier van werken dan we gewend zijn in de omgang met de stad. Daarom gaan we in de vorm van pilots en kortere projecten hiermee experimenteren en de geleerde lessen weer implementeren. Hiertoe ontwikkelen we een voorstel voor de aanpak, inclusief de financiering die daarvoor nodig is. B.
Een heldere financiële strategie Om de vergroening te versnellen moet een aantal financiële randvoorwaarden op orde zijn: goed inzicht in de benodigde investeringsbehoefte en structurele middelen voor het beheer van het groen
3/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
op langere termijn. Daarom moet vergroening een structureel onderdeel van de bredere stedelijke investeringsagenda blijven. Het nu beschikbare geld (in 2026 6,8 miljoen per jaar) is te weinig om de opgave volledig te realiseren. Dus al groeit het groenbudget, het leidt nog niet voldoende tot meegroeien van groen. Daarom boren we naast de reeds toegekende eigen groenmiddelen (oa in MGP), meerdere bronnen aan die passen bij de groenopgave, denk aan: - Medebekostiging vanuit andere opgaven zoals mobiliteit en energie - Inzet van de rioolheffing voor klimaatadaptatie - Middelen uit het Fonds Bovenwijkse Voorzieningen - Directe financiering van projecten waarbij Rijk en/of Provincie betrokken zijn. - Samenwerking met externe fondsen en subsidies vanuit Europa, Rijk en Provincie - Samenwerken met partners in de stad, zoals bedrijven en projectontwikkelaars. - Vergroening door bewoners, door bijvoorbeeld het initiatievenfonds. Korte termijn We verbeteren de nauwkeurigheid van de ramingen voor het hele traject van planvoorbereiding, uitvoering, aanleg én beheer en onderhoud van groen. Een overzicht van actuele en potentiële budgetten maakt dat vergroening een realistischer onderdeel van stedelijke investeringen wordt.
Voor de uitvoering van de groene schaalsprong werken we de financiële strategie verder uit, met de activiteiten die nodig zijn in het structureren en prioriteren van de financiering en de kosten. Nog in deze Collegeperiode verkennen we hoe vanuit de rioolheffing en beheergelden meer meebetaald kan worden aan de ontharding en vergroening van de stad. Zie Raadsbrief Programma Water en Riolering 2026-2030 voor een nadere toelichting. Nu al is ongeveer 3 miljoen euro per jaar uit de rioolheffing beschikbaar voor klimaatadaptatiemaatregelen (ontharding en vergroening). Dit besteden we aan de vervangingsprojecten en andere openbare ruimteprojecten, aan de groenblauwe subsidies voor particulieren, de tegelophaalservice en de geveltuinenacties. We verkennen wat we extra kunnen bekostigen vanuit de rioolheffing bij rioolvervangingen, bij niet-rioleringsprojecten in de openbare ruimte en bij maatregelen die andere eigenaren in de stad nemen. We zien mogelijkheden bij het vervangen van niet-functionele verharding door bomen en ander groen, om zo meer regenwater vast te houden. Dit werken we uit bij de herziening van de Visie Water en Riolering (start in 2026). Vooruitlopend op de herziening is voor 2026 al één miljoen euro extra voor projecten gereserveerd.
Grotere projecten zoals de aanleg van nieuwe parken, scheggen en de vergroening om de stad vragen een andere bekostiging dan de rioolheffing . Om financiële bijdragen vanuit andere overheden te vergroten lobbyt Utrecht samen met 5 andere steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven en Groningen) bij o.a. het Rijk voor meer en structurele financiering van groen voor de steden. De middelen uit de Bouwimpuls zijn hier een voorbeeld van, of de extra financiering van de Provincie Utrecht voor de vergroening van straten. Middellange termijn Om groen te kunnen blijven financieren, is het belangrijk om de maatschappelijke baten van vergroening goed in beeld te hebben, zoals de effecten op gezondheid of op het stedelijk leefklimaat. Op welke wijze kunnen we deze baten productief maken? Met andere woorden; hoe kunnen we langs die weg financiering beschikbaar krijgen. Dit vraagstuk onderzoeken we samen met het Rijk, via Europese uitwisseling en samen met andere grote steden. C. Meer en beter groen realiseren in gemeentelijke opgaven Hoe vergroening terugkomt in ons beleid is o.a. te zien in de Omgevingsvisie Overvecht, de Visie Stedenbouw en de Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk. Tegelijk blijkt het lastig om duidelijk de slag naar de uitvoering te maken.
De versnippering over diverse thema’s (vergroening, biodiversiteit, klimaatadaptatie, water, sporten en spelen en gezondheid) helpt daarbij niet. De Rekenkamer concludeerde: meer samenhang tussen de gestelde doelen is nodig zodat een eenduidige aanpak en een gedeelde verantwoordelijkheid ontstaat.
4/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
We gaan daarom de eenduidigheid versterken: heldere uitgangspunten en een duidelijke vertaling van de doelen naar de praktijk. We sturen op een effectiever en efficiënter planproces, dat doorwerkt in de uitvoering. Bij gebiedsontwikkeling, herinrichting of rioolvervanging nemen we groen samen met o.a. energie, mobiliteit of klimaatadaptatie mee. In de uitvoering ligt de focus voor de komende jaren op gebieden waar groenaanleg prioriteit heeft vanuit klimaatadaptatie en op de noodzaak om samenhangende groene netwerken te realiseren voor natuur (planten en dieren), voetganger en fietser. Korte termijn Vergroening vraagt als eerste helderheid in visie en beleid. We bereiden daarom een voorstel voor, voor de integratie van beleidsstukken, zodat heldere kaders leiden tot een effectievere uitvoering. Waar nodig stellen we herziening van beleid voor. Voor de implementatie van beleidsdoelen benutten we de kaders van de Omgevingswet, zoals ons voorstel om de uitwerking van 40% groen op buurtniveau vast te leggen in planregels. Ook onderzoeken we het vastleggen van boomgroeiplaatsen in omgevingsplannen. We hebben opdracht gegeven om varianten voor een groennormering uit te werken, waarbij onder andere gekeken wordt naar de verschillende schaalniveaus.
Ook is differentiatie naar verschillende typen gebieden mogelijk, bijvoorbeeld door te werken met percentages groen voor de openbare ruimte. Dit geeft duidelijkheid welk niveau van vergroening bij een project of herinrichting past en houdt tegelijk rekening met wat haalbaar is in die buurt of wijk. Om te sturen op de doelen is monitoring beschikbaar via onder andere GIS-kaarten en de Monitor Groene Leefomgeving. We wegen vergroening eerder in het planproces mee en onderbouwen beter vanuit de gedeelde uitgangspunten. Dit vergt een verbetering van de werkwijzen tussen de verschillende beleidsvelden en de sturing door het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling (UPG). De richtlijnen voor de invulling van de Nota van Uitgangspunten (NvU) scherpen we verder aan, zodat het meenemen van groen en klimaatadaptatie in een vroeg stadium expliciet onderdeel wordt van elk plan. Voor een efficiëntere uitvoering gaan we werken met standaarden voor andere straatprofielen, zodat processen niet steeds opnieuw worden uitgedacht en de doorlooptijden verkorten. Hiermee wordt het Handboek Openbare Ruimte voortdurend aangevuld. Voor de komende jaren zijn o.a. de rioolvervanging en herinrichting van straten naar 30km/u grote ruimtelijke ingrepen waarbij groen in de realisatie wordt meegenomen, zoals de Orinocodreef en Welgelegen.
Die gezamenlijke programmering van zowel vergroening als rioolvervanging als mobiliteitsprojecten is een belangrijke versneller. Want ondanks de omvang en spreiding over de stad, vragen zij grotendeels dezelfde voorbereiding en uitvoering. Middellange termijn Op termijn werken we de Utrechtse groene ambities in verschillende scenario’s uit, waarbij gebiedsgerichte keuzes worden voorgelegd. Bij een goede integratie van de vergroeningsopgave in gebiedsontwikkelingen, ontstaat er geen spanning tussen de bouwopgave en leefkwaliteit. Dit voorkomt vertraging in planprocessen en er ontstaat een leefbare, aantrekkelijke stad. Voor die leefbaarheid en de gezondheid van de Utrechters is niet alleen vergroening noodzakelijk, ook de mobiliteitstransitie is een bepalende factor. Deze samenhang is essentieel, denk aan het opheffen van parkeerplaatsen en het aantrekkelijk maken van actieve mobiliteit door groene routes en ommetjes. Op korte termijn kosten een mobiliteitshub XL of extra fietsparkeerplekken groene ruimte, maar op langere termijn levert deze transitie ruimte voor groen op omdat de auto de stad verlaat. Door zowel fysiek op straat als ook in de middelen hierop in te zetten ontstaat ook nieuwe ruimte voor vergroening. Groen draagt ook bij aan de gestelde doelen op het gebied van gezondheid en het bredere sociale domein.
Integratie van deze opgaven biedt kansen om meerwaarde te creëren én financiering te vinden. Om gelijke kansen te creëren zetten we nu al in op groen in wijken waar die het hardst nodig is. Zo wordt vergroening een middel tegen ruimtelijke én sociale ongelijkheid. D. Meer en betere groene projecten realiseren (MGP) Naast de samenwerking met andere opgaven en de integrale gebiedsontwikkelingen is er de mogelijkheid groen als aparte opgave te realiseren, vastgelegd in het Meerjaren Groen Programma
5/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
(MGP). Deze zelfstandige groene projecten bevinden zich vaak in gebieden waar geen grotere ruimtelijke opgaven spelen, maar waar wél sprake is van een duidelijke vergroeningsnoodzaak – bijvoorbeeld in groenarme wijken, gebieden met sociale problematiek of kwetsbare locaties ten aanzien van klimaatverandering. Ook dragen we vanuit het MGP bij aan projecten en ontwikkelingen waarbij zonder aparte financiering geen (extra) groen gerealiseerd kan worden. Zo is al in verschillende wijken -Noordwest, West en Rivierenwijk- meer groen gerealiseerd op basis van wensen van bewoners. Tijdelijke groene elementen, fietsvlonders en zitplekken zijn succesvol ingezet om bewoners te betrekken en te laten ervaren wat vergroening oplevert. Ook het Groene Lint Overvecht en diverse schoolpleinen zijn vergroend en biodiverser gemaakt. Innovatieve projecten voor stadsnatuur zoals de Wilgendome en een efficiënter soortenmanagement zijn in uitvoering. Samen met bewoners en partners ontwikkelen we nieuwe parken en groene verbindingen, zoals het Singelpark, oeverpark Rondje Stadseiland, Ringpark Dichterswijk en het Hooghiemstraplein. We vergroenen onder de Daphne Schippersbrug en de aansluiting op de Socratesbrug. Met deze en andere initiatieven en kansen gaan we vanzelfsprekend door.
Korte termijn Groene projecten realiseren is kostbaar en arbeidsintensief, ‘werk met werk maken’, is niet altijd mogelijk of wenselijk. Om het MGP-budget effectief in te zetten is prioritering dan ook noodzakelijk. Hiervoor is al een globaal afwegingskader, waarin onze doelen voor klimaatadaptatie zijn verwerkt. Voortbouwend hierop ontwikkelen wij een strategie voor het MGP die prioriteert in de vijf schaalniveaus en in de vitale stedelijke groenprojecten en -bijdragen aan- andere projecten. De aanpak van kleine groene ingrepen, zoals het omzetten van parkeerplekken naar groen, kan soepeler en sneller door in een vroegtijdig stadium de integratie tussen beleidsterreinen op te zoeken. Al blijft het lastig om in smalle straten voldoende ruimte te vinden voor waardevol groen. Bewonersparticipatie is essentieel en daarom verbeteren we de aanpak daarvan. In het komende jaar starten we met een vervolg op de Buurtpuzzel. We werken verkorte werkprocessen en nieuwe samenwerkingsvormen uit om vaart te houden in projecten en deze kostenefficiënt te realiseren. Als deze aanpak zijn vruchten afwerpt, willen we deze verbreden naar andere typen projecten, zoals scheggen, parken en kleinere plantsoenen. Vitale stedelijke groenprojecten voeren we verder uit. Zo bereiden we de aanleg van nieuwe parkgebieden voor; Fortlaan en Tuinen van Moreelse.
Voor de groengebieden aan de randen van de stad investeren we in de samenwerking met de buurgemeenten. Voorbeelden hiervan zijn het ontwikkelperspectief voor de Hollandse IJssel, het Kromme Rijn-LinieLandschap en de gebiedssamenwerking Noorderpark, waarin meerdere partijen samenwerken aan een gedeelde vergroeningsopgave. Middellange termijn Om effectief te sturen op het investeringsbudget werken we aan een sterkere koppeling van de beleidscyclus, de monitoring en de ruimtelijke programmering. Er is meer inzicht nodig in waar de grootste impact te behalen is, zodat we budgetten kunnen verdelen over de verschillende schaalniveaus en tussen vitale stedelijke groenprojecten en integrale gebiedsontwikkelingen. Alleen zo kunnen we de beschikbare capaciteit en het budget gericht inzetten waar de vergroening het hardst nodig én het meest kansrijk is. Wat kunt u nog deze Collegeperiode verwachten? De verantwoordelijkheid om ‘groei in balans’ te realiseren wordt breed gedeeld en leidt tot mooie resultaten. Tegelijk zijn er zijn nog vele slagen te maken. Deze versnellingsaanpak biedt richting, verbindt bestaande en nieuwe initiatieven, van interne acties tot samenwerking met de partijen in de stad. ‘Groen, tenzij' blijft het uitgangspunt, de versnellingsaanpak zorgt voor verdere uitwerking en een goede borging.
De versnellingsaanpak voor de korte en middellange termijn heeft een looptijd van twee jaar. Over de voortgang houden we u in een jaarlijkse brief op de hoogte. Daarnaast kan uw raad volgen hoe deze aanpak zijn vruchten afwerpt, middels jaarstukken en het duurzaamheidsverslag. Gezien de grote urgentie van de vergroeningsopgave willen we nog deze Collegeperiode de volgende resultaten bereiken:
6/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
A. Groen realiseren in samenwerking met inwoners en partners a. Vanuit de werkwijze Samen Stad Maken een speciale aanpak voor vergroening. b. Een inventarisatie voor het verbeteren van (subsidie)regelingen voor inwoners. c. Het stimuleren van zelfbeheer en deelname aan o.a. Waterproof030, Buurtnatuur030 etc. We ontwikkelen een voorstel voor het intensiveren van de aanpak, inclusief de financiering die daarvoor nodig is. B. Een heldere financiële strategie a. Een financiële strategie voor de vergroeningsopgave met daarin beschreven de investeringen, kosten en baten. b. De resultaten van de verkenning om de inzet van de rioolheffing te vergroten. C. Meer en beter groen realiseren in gemeentelijke opgaven a. In de context van het Rekenkameronderzoek maken we een analyse van de doelen vanuit verschillende beleidsstukken en een voorstel voor de integratie van beleidsstukken, zodat heldere kaders leiden tot een effectievere uitvoering. b. Een voorstel hoe klimaatadaptatie kan worden vastgelegd in omgevingsplanregels. c. Het toegankelijk maken van informatie en monitoring, oa door GIS-kaarten breder te ontsluiten, waarmee we de advisering in gebieden verbeteren. d. Het aanvullen van het Handboek Openbare Ruimte met standaarden voor straten. e. Integratie van de aanpak voor groene ommetjes, fietsroutes en vergroenen straten. D. Meer en betere groene projecten realiseren (MGP) a.
Een afwegingskader om de programmering aan te scherpen en helder te prioriteren. b. Het structureren van bewonersparticipatie. Uw raad heeft bij de behandeling van het rekenkameronderzoek, motie M176 ‘hou vast aan je groene ambities of wees er eerlijk over’ aangenomen. Wij zouden voor het zomerreces reageren op deze motie. De beschikbaarheid van data binnen de huidige planprocessen en planproducten is hier echter niet op ingericht. We hebben tijd nodig om te onderzoeken hoe we aan de strekking van de motie tegemoet kunnen komen. En ook wat dit betekent aan capaciteit en benodigde financiële middelen. We verwachten u in Q4 van dit jaar hierover nader te informeren. Tot slot We realiseren ons dat we voor een grote opgave staan. We zien echter vele mogelijkheden om in de verdichtende stad slimmer met groen om te gaan, extern en intern de middelen te prioriteren en beter samen te werken met de stad. Zo creëren we de versnelling: van enkele straten naar tientallen vergroende straten per jaar. Van losse projecten en pilots naar scherpere afwegingen, betere samenwerking en structurele financiering. De inzet is erop gericht om gezamenlijk te komen tot een stad waarin de vele ruimtelijke ambities elkaar vinden en versterken: een leefbare, gezonde en veerkrachtige stad voor alle Utrechters. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,
de burgemeester,
7/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
Bijlage 1 Relatie tussen besluiten van de raad naar aanleiding van het rekenkameronderzoek en de Versnellingsaanpak In november 2024 heeft u onze raadsbrief plan van aanpak ontvangen. De verschillende besluiten van de raad naar aanleiding van het rekenkamerrapport worden uitgevoerd in de versnellingsaanpak. Hieronder schetsen we de samenhang tussen de besluiten van de raad en de versnellingsaanpak. In het algemeen geldt dat we zorgen dat het beleid duidelijk wordt voor alle betrokkenen in de uitvoering en dat samenhang aanwezig is. We zorgen voor voldoende (juridische) instrumentarium om aan de slag te gaan en borgen dit waar nodig. Gevolgd door monitoring om meer inzicht te krijgen in de voortgang van de vergroening, de opgave(n) beter stuurbaar maken voor het management en de informatie aan bestuur en externe partners. Bij de jaarstukken over 2025 wordt u weer nader geïnformeerd over de uitvoering van het plan van aanpak. Besluit 1: Breng samenhang aan in de gestelde doelen voor openbaar groen. Stel als ruimte en Stadsbedrijven gezamenlijk de prioriteiten vast voor ontwikkeling, beheer en onderhoud. We brengen samenhang aan in de doelen voor openbaar groen door deze expliciet te maken en te verbinden aan het lopende ontwikkeltraject ‘Roadmap Integraal en Stedelijk Programmeren’.
Deze roadmap (intern) biedt inzicht in wat nodig is op inhoud, proces, werkwijze en financiën om tot integrale programmering in de openbare ruimte te komen. Binnen dit kader werken Ruimte en Stadsbedrijven actief samen aan het vaststellen van gezamenlijke prioriteiten voor ontwikkeling, beheer en onderhoud. Dit gebeurt op basis van een gedeelde programmering waarin beleidsdoelen, beheervraagstukken en ruimtelijke opgaven bij elkaar komen. We zetten de stap om groen structureel onderdeel te maken van ruimtelijk projecten en beleid, zoals ook in de versnellingsaanpak staat. Dit doen we door groen te verankeren in ander thematisch beleid dan groen zelf. Dit is al gebeurd in onder meer de Stedenbouwvisie, beleidsnota ondergrond, en in omgevingsvisies (Omgevingsvisies Kanaleneiland en Transwijk, Binnenstad, USP, Overvecht. Deze lijn zetten we door in nieuw of herzien themabeleid. We zorgen ervoor dat de Motie ‘Groen, tenzij’ actief wordt ingebracht bij andere thema’s, en dragen eraan bij de consequenties daarvan te overzien en oplossingen te implementeren. Zo ontstaat een stevige en samenhangende basis waarin strategie, beleid en uitvoering elkaar versterken. Besluit 2: Maak een concrete vertaling van de prioriteiten naar indicatoren en activiteiten op operationeel niveau, zodat voor alle medewerkers en uitvoerders duidelijk is wat zij moeten doen om de doelen te bereiken.
Zoals we al eerder aangaven beginnen we niet vanaf nul. We zorgen dat het beleid duidelijk en compleet is en dat samenhang aanwezig is. We zorgen voor voldoende (juridische) instrumentarium om aan de slag te gaan en borgen dit waar nodig. Het groenbeleid is gebruiksvriendelijk beschikbaar voor medewerkers die met en in het groen werken. Vanuit de versnellingsaanpak streven we ernaar om groen vanaf de ontwerpfase standaard onderdeel te maken van ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij maken we een duidelijke vertaalslag van de gezamenlijke prioriteiten naar indicatoren en activiteiten op operationeel niveau. Per prioriteit ontwikkelen we meetbare indicatoren – bijvoorbeeld vergroening van versteende plekken, toename van boomdekking of verbeterde toegankelijkheid van groen – die we koppelen aan uitvoeringsrichtlijnen voor ontwerp, aanleg en beheer (hangt samen met besluit 3). Deze worden verder geborgd in handzame werkdocumenten, werkwijzen en standaarden die breed beschikbaar zijn voor medewerkers in projectteams én de uitvoering. Door samenhang te organiseren van strategie tot uitvoering, ontstaat er duidelijkheid voor betrokken medewerkers over hun rol en bijdrage – op strategisch, tactisch én operationeel niveau.
Besluit 3: Zorg voor een nulmeting en monitoring van het areaal en de kwaliteit(en) van het openbaar groen die aansluit bij de doelen en de voortgang inzichtelijk maakt. We beschikken over veel data over het thema groen. Deze zijn inzichtelijk via de Monitor Groene Leefomgeving, dat is gekoppeld aan Utrecht in cijfers. In de versnellingsaanpak zetten we in op een sluitende beleidscyclus (planning & control), waarbij monitoring een essentieel onderdeel is. We brengen de monitoring verder op orde. Daarbij gaan we de bestaande indicatoren aanscherpen en
8/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
brengen deze vervolgens in directe samenhang met de gestelde doelen. Denk hierbij aan indicatoren zoals boomkroonbedekking en -volume, bereikbaarheid van groen, 2021 (jaar vaststelling RSU) als nulmeting en gebruikswaarde voor bewoners. Door deze indicatoren te verbinden aan het plan-do-check-act-principe ontstaat een lerende cyclus, waarmee we voortgang structureel kunnen meten, beoordelen en bijsturen. De samenwerking tussen de verschillende organisatieonderdelen, die met de uitvoering bezig zijn, onder meer via Beheer Openbare Ruimte (BOR), is hierin cruciaal – zowel voor de betrouwbaarheid van de data als voor de praktische vertaling naar beheer en onderhoud. Besluit 4: Stuur in de planvorming en uitvoering van de stedelijke opgaven stevig op de ontwikkeling, het beheer en onderhoud van het openbaar groen. In de planvorming en uitvoering van stedelijke opgaven sturen we nadrukkelijk op de ontwikkeling, het beheer en onderhoud van het openbaar groen. De versnellingsaanpak richt zich daarbij op het stroomlijnen van beleid en interne werkdocumenten, zodat alle betrokkenen- van beleidsmakers tot ontwerpers en uitvoerders – werken met dezelfde informatie. Denk aan het Handboek Openbare Ruimte, het Basisboek voor groenadviseurs en landschapsontwerpers en andere -deels internedocumenten.
Deze instrumenten helpen om vroegtijdig de juiste keuzes te maken en zorgen voor consistentie in de uitvoering. In het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling en het geplande Utrechts Planproces voor de Openbare Ruimte (UPOR) stimuleren we integrale besluitvorming aan de voorkant, zodat groen volwaardig en tijdig wordt meegenomen in ontwerp en uitvoering – in plaats van als correctie achteraf. Daarnaast sturen we steviger op kosten, verdeeld over drie onderdelen: plankosten, uitvoeringskosten en de kosten in de beheerfase. Dit zorgt ervoor dat op termijn de volledige levenscyclus van openbaar groen wordt meegewogen in besluitvorming over stedelijke opgaven, en dat ambities op ontwikkeling, beheer en onderhoud ook financieel gedragen kunnen worden Besluit 5: Breng nauwkeurig in kaart hoeveel geld en personeel er voor ontwikkeling, beheer en onderhoud van de groenopgave (tot 2040) nodig is, hoe deze kosten zullen worden gedekt en op welke wijze de personele bezetting zal worden georganiseerd en Besluit 6: Zorg voor evenwicht tussen de doelen en de beschikbare middelen. In het kader van de versnellingsaanpak en naar aanleiding van het raadsbesluit over het rekenkameronderzoek stellen we dit jaar een integrale financiële strategie op voor de groenopgave tot 2040.
Hierin brengen we in kaart hoeveel middelen – financieel én personele inzet – nodig zijn voor de ontwikkeling, het beheer en het onderhoud van openbaar groen. We baseren ons daarbij op de eerdere raming uit de RSU (2020), die we verder verfijnen op basis van drie kostencategorieën: realisatiekosten, beheerkosten en de kosten die de organisatie maakt voor regie, beleid, advies en uitvoering (onderhoud en beheer). Daarnaast analyseren we welke (interne) budgetten nu al bijdragen aan de groenopgave en welk groen hiermee daadwerkelijk wordt gerealiseerd. In Q2 van 2026 komen we in de jaarstukken hierop terug. Dit maakt het mogelijk om transparant inzicht te geven in zowel de huidige inzet als de toekomstige opgave. Daarmee geven we uitvoering aan de aanbeveling uit het rekenkamerrapport om de financiële onderbouwing van de groenambities te versterken. Het doel is om te komen tot een realistisch en uitvoerbaar financieel kader dat recht doet aan de ambities én rekening houdt met wat op basis van beschikbare middelen haalbaar is. We streven daarbij naar een duurzaam evenwicht tussen de doelen die we als stad stellen en de middelen die beschikbaar zijn of beschikbaar gemaakt kunnen worden. Daarbij gaat het niet alleen om financiële middelen, maar ook om de capaciteit qua mensen.
Zeker in onze uitvoeringskracht zijn tekorten en zullen we als Utrecht fors moeten inzetten op het behouden en aantrekken van de juiste mensen.
9/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 september 2025 30247576
Bijlage 2 Huidige kaders De Utrechtse visie op groen veranderde de afgelopen decennia van groen als ornament naar groen als fundament, de basis voor gezond leven in de stad. De Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) 2040, legde dit in 2021 vast. De RSU introduceerde de ‘barcode’, richtinggevend voor ingrepen om het aantal inwoners en stenen in balans te houden met het groen en de leefbaarheid van de stad. recreatie en gezondheid. In 2022 volgde de Visie Klimaatadaptatie met de ambitie in 2050 klimaatbestendig te zijn en in elke buurt 40% groen te bereiken in het horizontale vlak, dus het maaiveld, boomkronen en daken. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is daaraan toegevoegd dat we onder het motto ‘groen, tenzij’ willen dat de groene buitenruimte en het aantal bomen in de stad meegroei met het aantal nieuwe woningen. En om in deze Collegeperiode 45 hectare extra groen te ontwikkelen. Ruimtelijke strategie Utrecht (RSU) In de RSU is opgenomen dat het raamwerk van groen, water en landschap als basis dient voor een gezonde en klimaatbestendige verstedelijking en wil ‘vergroenen’ op alle schaalniveaus. Dat begint dicht bij huis, bij groen voor de deur, op daken, in de tuin en loopt via groene verbindingen (straten) naar plantsoenen en buurtgroen, stadsparken, groene scheggen naar het landschap om de stad. Dit is uitgewerkt in negen uitgangspunten en in vijf schaalniveaus.
Eén van de uitgangspunten staat ook in de Visie Klimaatadaptatie. Visie Klimaatadaptatie De ambitie op klimaatadaptatie is dat we in 2050 klimaatbestendig willen zijn. Een van de doelstellingen die we daar voor gebruiken is, dat we in elke buurt streven naar minimaal 40% groen in het horizontale vlak, dus het maaiveld, boomkronen en daken, zowel in de openbare ruimte als particuliere terreinen. Actualisatie Groenstructuurplan (GSP) In het GSP uit 2017, zijn vijf pijlers opgenomen, waarbij de laatste twee zijn toegevoegd bij de actualisatie: o Het vergroten van de ecologische, recreatieve en landschappelijke kwaliteit van het bestaande stedelijk groen van Utrecht voor mensen, planten en dieren; o Verbeteren van de bereikbaarheid van de groengebieden rond Utrecht door recreatieve en ecologische verbindingen aan te leggen; o Uitbreiden van groene buitenruimte door aanleg grootschalige groengebieden om de stad o Gezonde verstedelijking; o Klimaatadaptatie.
10/10