Raadsbrief Verlenging huidige cultuursubsidieperiode bij rijk en gemeente.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
L. van Woersem
Datum
25 oktober 2022
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
10578534
lisa.van.woersem@utrecht.nl
Onderwerp
Verlenging huidige cultuursubsidieperiode bij rijk en gemeente
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Cultuur
Geachte leden van de raad, Op 20 oktober 2022 heeft staatssecretaris Uslu van Cultuur en Media een kamerbrief aan de Tweede Kamer gestuurd. Zij geeft daarin aan dat ze besloten heeft de komende kunstenplanperiode niet te verlengen, omdat een verlenging op juridische grenzen stuit. Zowel voor de BIS (Basisinfrastructuur, alle door het Rijk meerjarige gesubsidieerde instellingen) als voor subsidie vanuit de Rijkscultuurfondsen zal een aanvraagronde plaatsvinden voor de periode 2025-2028. Daarbij blijft de inrichting grotendeels dezelfde als bij de vorige aanvraagronde. Dit moet zorgen voor minder administratieve lasten bij de instellingen, terwijl er ook ruimte blijft voor nieuwkomers. Wij zijn blij dat de staatssecretaris hier een besluit over heeft genomen. Gezien het belang van het besluit voor de cultuursector hadden we hier graag eerder duidelijkheid over gezien, maar we hebben begrepen dat er veel tijd nodig was om te komen tot een zorgvuldig afgewogen besluit. Meerdere gemeenten, waaronder Utrecht, hebben intensief en langdurig overleg gevoerd met het ministerie, omdat we als gemeenten mede afhankelijk zijn van het besluit van de staatssecretaris.
Dit vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de cultuursector als geheel en vanwege het feit dat een groot aantal instellingen zowel via de BIS en de Rijkscultuurfondsen als via onze eigen cultuurnota gefinancierd worden. Er worden 63 instellingen in Utrecht meerjarig gefinancierd vanuit onze cultuurnota 2021-2024, hierover is uw raad middels raadsbrief Nota subsidieverdeling Cultuurnota 2021-2024 geïnformeerd op 10 juli 2020. Hiervan worden 13 instellingen ook gefinancierd uit de landelijke BIS. Aanleiding In juni 2021 werd de motie Ploumen c.s. aangenomen, waarin de regering werd verzocht te verkennen of de cultuursubsidieperiode eenmalig verlengd kon worden met een periode van twee jaar en deze tijd te benutten om het bestel te evalueren. Aanleiding voor deze motie was de constatering dat door de coronacrisis de uitvoering van plannen door gesubsidieerde organisaties vertraging had opgelopen. Het rijk heeft de Raad voor Cultuur gevraagd om advies. In het advies ‘Beweging in het bestel’ van de Raad voor Cultuur van maart 2022 werd verlenging met vier jaar genoemd als te
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 oktober 2022 10578534
overwegen (door Rijksoverheid en decentrale overheden) maar werd verlenging met twee jaar als voorkeursoptie beschouwd om rust en ruimte te creëren in de sector. Tegelijkertijd gaf de Raad voor Cultuur aan te beseffen dat een verlenging gepaard gaat met enkele uitvoeringsvragen en financieringsbehoeften. Vervolgstappen Naast de afwegingen op landelijk niveau spelen op stedelijk niveau uiteraard eigen afwegingen en een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het lokale cultuurbeleid. In afwachting van het besluit van het Rijk hebben we onze afwegingen gemaakt over de wenselijkheid, haalbaarheid en juridische mogelijkheden van een eventuele verlenging in het licht van de huidige ontwikkelingen in de samenleving. Er waren sterke bedenkingen over de mogelijkheden voor en consequenties van een verlenging, waaronder een ongewenste tweedeling in het cultuurveld op stedelijk niveau door een uitzonderingspositie van de rijks gefinancierde instellingen bij een verlenging. Daarbij zouden de mogelijkheden voor ‘nieuwe’ instellingen om in te stromen in de bis hiermee lange tijd uitgesteld worden. Rijk en gemeenten hebben de cultuursector ondersteund waar nodig.
Maar de aanhoudende effecten van corona met veranderd publieksgedrag, de energiecrisis en de opgaven op gebied van inclusie en fair pay vragen niet om bevriezing van de huidige situatie, die is gebaseerd op aanvragen en plannen uit 2019. De sector moet niet “op slot” worden gezet tot 2026 of 2028. We moeten ons verhouden tot deze ontwikkelingen en daarbij open staan voor doorstroom/instroom van nieuwkomers. Gezien de juridische grenzen aan uitzonderingsposities en bovengenoemde beleidsmatige overwegingen richten wij dan ook voor de cultuurnotaperiode 2025-2028 een nieuwe aanvraagprocedure in, die voor alle huidige meerjarig gesubsidieerde instellingen en nieuwe aanvragers gelijk is. Daarbij staat voorop, dat we begrip hebben voor de sector die het zwaar heeft na 2,5 jaar corona en met nieuwe crises in het vooruitzicht. We streven ernaar de procedures te vereenvoudigen binnen de grenzen van wat juridisch mogelijk is en waarbij een goede beoordeling van alle aanvragers overeind blijft. Daarnaast kiezen we ervoor om in de uitgangspunten voor de cultuurnota 2025-2028, die wij in september 2023 aan u voorleggen, geen grote wijzigingen door te voeren ten opzichte van de cultuurnota 2021-2024 Kunst kleurt de stad. Daarmee maken we de aanvraagprocedure zo makkelijk mogelijk, zowel voor bestaande instellingen als voor nieuwkomers.
Vanuit onze kennis en expertise van de lokale culturele infrastructuur en onze rol als grote medefinancier van de culturele sector leveren we daarnaast graag een actieve bijdrage aan de discussie met het Rijk over de vorming van een eventueel nieuw cultuurbestel vanaf 2028. Vanzelfsprekend houden wij u hierover op de hoogte. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2/2