Raadsbrief Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht (6).pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
M. van Leeuwen
Datum
25 november 2020
Doorkiesnummer
14 030
Kenmerk
7372324/20201125
m.van.leeuwen@utrecht.nl
Onderwerp
Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht
Bijlage(n)
4
Beleidsveld
Openbare Orde en Veiligheid
Geachte leden van de raad, In vervolg op onze brief van 11 november jl. informeren wij u over de laatste stand van zaken van de gevolgen en aanpak van het coronavirus in Utrecht. De extra maatregelen die op 4 november jl. zijn ingegaan, liepen op 18 november om 24.00 uur af. Dat betekent dat we inmiddels terug zijn gegaan naar de maatregelen van de gedeeltelijke lockdown van 13 oktober 2020. Begin december komt nader bericht over hoe lang deze maatregelen nog gelden. Het kabinet heeft nog geen uitspraken gedaan over welke maatregelen gelden rond Kerst en Oud & Nieuw. Ook daar wordt nog op terug gekomen. Het kabinet heeft een wijziging in het testbeleid ingevoerd, namelijk dat vanaf 1 december aanstaande iemand ook getest kan worden als er geen sprake is van klachten. Als de corona-app aangeeft dat je bij iemand in de buurt bent geweest die besmet is, of als dat uit bron- en contactonderzoek (BCO) naar voren komt, ga je in quarantaine. Na vijf dagen kan je je laten testen en bij een negatieve test en zonder klachten wordt de quarantaine opgeheven. Op 1 december 2020 wordt de COVID-wet van kracht. Belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige situatie is dat het dragen van een mondkapje in de publieke binnenruimte dan verplicht wordt en dat er een boete kan worden opgelegd als dat wordt nagelaten.
Volksgezondheid Aantal corona besmettingen in de stad en regio Na een flinke daling in de weken 43 – 46 is de sprake van een stagnatie in de afgelopen week (peildatum 23 november, zie figuur 1). In aantallen voor Utrecht blijkt dat het aantal infecties per 100.000 inwoners gedaald is tot onder de 200, ofwel vlak onder het risiconiveau ‘zeer ernstig’. Echter, als gevolg van de blijvend te hoge infectiedruk in de stad en regio in combinatie met de forse belasting in de ziekenhuizen, V&V, GHZ en GGZ instellingen en de schaarste aan personeel, is de
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
situatie nog steeds ‘zeer ernstig, Als illustraties daarvan: in week 47 bedroeg het vindpercentage positieve testen 11,3% (peildatum 23 november). En de meest actuele opgave van het reproductiegetal R0 (bron: RIVM, landelijke opgave op peildatum 6 november) laat een lichte stijging zien tot 1,02, ofwel hoger dan de 0,89 op peildatum 30 oktober en vlak boven de kritische grens van 1. Te zien is in de figuren 3 en 4 dat het aantal besmettingen per 100.000 inwoners min of meer gelijk is in alle wijken, met op dit moment Noord Oost en de Binnenstad op een iets lager niveau dan andere wijken. De verschillen tussen wijken zijn minder uitgesproken dan in voorgaande weken. In de weergave per leeftijdsklasse is te zien dat het aantal besmettingen per 100.000 onder 20-29 jarigen er niet langer bovenuit steekt. Met uitzonderingen van de leeftijdsklassen 0-10 jaar en 70-79 jaar is het aantal besmettingen per 100.000 per leeftijdsgroep min of meer op een vergelijkbaar niveau. In absolute aantallen is, ondanks de daling, nog steeds sprake van een besmettingsniveau op het inschalingsniveau ‘zeer ernstig’. De huidige stagnatie maakt het niet aannemelijk dat een spoedige verlichting van maatregelen op korte termijn verwacht kan worden.
Figuur 1 Coronaverspreiding in Utrecht stad, Utrecht regio en Nederland, in aantal positieve tests per 100.000 inwoners per week (bronnen: waar staat je gemeente, RIVM)
2/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Figuur 2: Coronaverspreiding in de G4, aantallen positieve testen per 100.000 inwoners per week (bronnen: waar staat je gemeente en RIVM)
Figuur 3: Coronaverspreiding in Utrecht, aantal positieve testen per 100.000 inwoners per wijk (bron: GGDrU)
3/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Figuur 4: Coronaverspreiding in Utrecht: aantal positieve tests per leeftijdsgroep; per 100.000 inwoners per week (bron: GGDrU)
Testen De XL-(snel)teststraat op het Parkeerterrein P2 van de Jaarbeurs is op maandag 16 oktober geopend. De locatie telt 40 straten waar maximaal 800 inwoners uit stad en regio per uur kunnen worden getest op het coronavirus. Het gaat om een testlocatie waarbij inwoners hun fiets of auto parkeren en lopend door de teststraat gaan. Gestart is met tien straten, een openstelling van 6,75 uur en met afname van de PCR-test. Vanaf de week van 23 november is gestart met acht straten voor antigeen sneltesten. Vanwege iets mindere accuraatheid van deze sneltest bij negatieven worden hoogrisicogroepen doorgeleid naar de PCR-straten. Dit voorkomt dat medische risicogroepen en zorgpersoneel een hertest moet aanvragen bij een negatief testresultaat. . De totale testcapaciteit in de regio bedraagt 5.600 en kan indien nodig snel opgeschaald worden naar 7.000 per dag. Het huidige aantal is hoger dan de vraag om testen door inwoners met milde klachten. Het is daarom mogelijk om binnen 24 uur na aanmelding getest te worden. De GGDrU opent in samenwerking met Kleurrijkzorg (wijkverpleging), net zoals in Overvecht, een mobiele testunit in Kanaleneiland op de locatie parkeerterrein Krachtstation (Amerikalaan). De start is op maandag 23 november. De mobiele testunit staat overdag in de regio en rijdt ’s avonds naar Kanaleneiland.
De openstelling is van 18-00 – 20.00 uur op maandag, woensdag en vrijdag. Met ingang van 1 december komt er een wijziging in het testbeleid van VWS. Ook mensen zonder klachten mogen zich dan laten testen, als zij voldoen aan één van de volgende criteria: • nauwe contacten van besmette mensen (die uit het BCO naar voren komen); • mensen die in beeld komen via de corona-app. Bron en contactonderzoek (BCO) Vanwege de daling van het aantal besmettingen is het bron- en contactonderzoek verder uitgebreid. Vanaf 16 november gaat GGDrU weer alle BCO-en volledig uitvoeren. Alle nauwe contacten worden gebeld en er is monitoring hoe het met de besmette persoon en diens (nauwe) contacten gaat. Er
4/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
wordt samengewerkt met de landelijke BCO-capaciteit. Hierdoor komen de clusters weer beter in beeld en zijn er betere mogelijkheden voor gerichte bestrijding. Over periode 19 oktober t/m 15 november rapporteert de GGDrU op basis van BCO het volgende over de plaats van besmetting. De meeste besmettingen vinden plaats in de gezinssituatie of is de bron niet bekend. Afgelopen week was 55,8% te herleiden tot de gezinssituatie. Bij 5,6% van de besmettingen was de bron onbekend. 12,8% van de besmettingen vond plaats in de werksituatie en 6,8% van de besmettingen vond plaats bij onderwijsinstellingen (voortgezet, beroeps- en universitair onderwijs). In 10,7% van de besmettingen zijn zorginstellingen de meest waarschijnlijke bron. In vergelijking met voorgaande weken is te zien dat het percentage ‘onbekend’ afneemt Clusters van besmettingen in de regio Voor zover mogelijk met het niet volledige BCO van de laatste weken heeft de GGDrU aandacht gevraagd voor clusters bij supermarkten, op scholen en in de sportsector. Relatief weinig besmettingen bij kapperszaken en supermarkten In een nadere analyse van besmettingen in kapperszaken blijkt de situatie rustig. In totaal zijn er 43 kapperszaken waar mensen met een besmetting zijn geweest, met in totaal 48 besmettingen. Geconcludeerd is dat kapperszaken geen bron van besmetting lijken te zijn.
Ook bij de supermarkten worden geen grote aantallen besmettingen geconstateerd. In totaal zijn er bij twaalf supermarkten twee of drie besmettingen geconstateerd. Eén supermarktketen had tot voor kort nog als beleid dat zij tot de cruciale sectoren behoorden, en daarom medewerkers in quarantaine mochten vragen om te komen werken. Deze werkwijze is inmiddels aangepast. Onderwijs en kinderdagverblijven De grote scholen voor voortgezet onderwijs (VO-scholen) die voor de herfstvakantie te maken hadden met dertig tot zeventig besmettingen hebben nu te maken met veel minder besmettingen. In veel gevallen gaat het om enkele leerlingen en medewerkers die nog in isolatie zijn. Ook het aantal leerlingen en medewerkers dat absent is vanwege quarantaine en corona gerelateerde klachten is duidelijk minder dan enkele weken geleden. Bij veel VO-scholen is sprake van een bezinning op of aanpassing van het onderwijsaanbod, met name door maatregelen die aantal leerlingen dat tegelijkertijd op school is te verminderen. Ook bij de kinderopvang en het basisonderwijs nemen de besmettingen af. Veelal gaat het hier om medewerkers. De kinderopvang en scholen zijn op dit moment nog onvoldoende op de hoogte van de beschikbare testcapaciteit van de GGD en maken nog veelvuldig gebruik van sneltestaanbieders.
In telefonisch contacten worden ze gewezen op mogelijkheden om zich ook snel via de GGD te laten testen. MBO, HBO en WO opleidingen hebben relatief stabiel lage besmettingscijfers, mede omdat veel onderwijs online wordt aangeboden (vooral HBO en WO). Sportsector Naar aanleiding van het BCO is de conclusie bij sportscholen, dat de bezoekersregistratie goed op orde is, maar dat door de afwezigheid van een receptie mensen met klachten toch gaan sporten. De meeste besmettingen op sportscholen zijn onder bezoekers. Verbanden tussen de besmettingen binnen sportscholen zijn niet altijd duidelijk. Daarnaast zijn er twintig sportverenigingen bekend in de regio met meer dan vijf besmette personen. Het is niet bekend of de besmetting op de vereniging heeft plaatsgevonden, of ergens anders. Het betreft voornamelijk voetbal- en hockeyverenigingen.
5/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Besmettingen in voorzieningen voor 24-uurs zorg Vanaf half september is er in absolute aantallen een toename te zien van besmettingen in de 24-uurs zorg. Qua aantallen is het aantal besmettingen vergelijkbaar met de eerste golf in het voorjaar. Een verschil met het voorjaar is wel dat er nu meer getest wordt binnen voorzieningen en vaker bij bewoners zonder klachten. De afgelopen twee weken lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen af te nemen. Van de 1.400 locaties in de regio die 24-uurszorg aanbieden zijn er 312 instellingen bekend bij de GGDrU met COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 22,3%. Hiervan hebben 195 instellingen twee of meer gelinkte besmettingen, ook wel cluster genoemd. (peildatum 17 november). Bij de GHOR zijn op 17 november moment 49 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn. Voorbereiding op vaccinaties COVID-19 In het verlengde van hoopvolle berichten over de beschikbaarheid van een vaccin lopen landelijk en regionaal de volgende ontwikkelingen. VWS heeft, in het verlengde van het advies van de Gezondheidsraad van 19 november, als vaccinatiestrategie geformuleerd om te starten met het vaccineren van ouderen (60-plussers), medische risicogroepen en zorgmedewerkers die met hen in contact komen.
Voor de uitvoering zijn de volgende keuzes op hoofdlijnen gemaakt : • Huisartsen voor de medische risicogroepen en ouderen (60+) (extramuraal); • Instellingsartsen voor medische risicogroepen en ouderen (60+)(intramuraal); • Werkgevers en arbodiensten/bedrijfsartsen voor zorgpersoneel; • GGD’en voor de rest van de bevolking en evt. als vangnet voor bovenstaande doelgroepen. In de regio Utrecht is de planvorming door de GGDrU, huisartsen, de veiligheidsregio en het RIVM) in volle gang. Gebruik wordt gemaakt van beschikbare draaiboeken voor grootschalige vaccinatiecampagnes. Contacten met gemeenten zullen volgen zodra voldoende bekend welke typen vaccins beschikbaar komen, voor welke doelgroepen, op welk moment en in welke aantallen. Bonussen voor zorgpersoneel In de behandeling van de zienswijze op de concept begrotingswijziging 2020_1 van de GGDrU is toegezegd na te gaan of de GGDrU de bonus voor zorgpersoneel ook heeft aangevraagd voor flexwerkers en inhuurkrachten. Dat blijkt het geval. Er is aangevraagd voor medewerkers met een arbeidsovereenkomst bij de GGD, voor uitzendkrachten en ZZP-ers, conform de handreiking van VWS.
Commerciële testfaciliteiten Mogelijkheden voor een sneltest via commerciële aanbieders trekken de laatste weken sterk de aandacht, onder meer vanwege de opening van een sneltestfaciliteit aan het Janskerkhof (de Woo) en misstanden die de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) constateerde bij een commerciële aanbieder in Leidsche Rijn. Deze aanbieder heeft van de IGJ twee weken de tijd gekregen om zaken op orde te krijgen. Lukt dat niet dan kan de IGJ een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang opleggen. Deze laatste aanbieder heeft van de IGJ twee weken de tijd gekregen om zaken op orde te krijgen. Lukt dat niet dan kan de IGJ een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang opleggen. De gemeentelijke verantwoordelijkheid bij dit soort initiatieven ligt op het vlak van vergunning (Wabo, brandveiligheid en een toets op parkeerdruk). De gemeente volgt bij commerciële partijen de normale route voor de behandeling van een vergunningsaanvraag. Bij het actief faciliteren van de ontwikkeling van testfaciliteiten volgen we het rijksbeleid. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn:
6/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Er is een (bedrijfs-)arts inhoudelijk betrokken bij de test. Een positief getest persoon wordt gemeld bij de regionale GGD. De (nieuwe) testen moeten gevalideerd zijn. Dat betekent dat ze uitvoerig getest zijn en geschikt zijn bevonden.
Daarnaast bepleit de rijksoverheid om zoveel mogelijk gebruik te maken van GGD-testfaciliteiten, omdat deze infrastructuur voldoet aan alle eisen van kwaliteit en veiligheid. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is de toezichthouder voor de testaanbieders buiten het GGD-circuit. De IGJ geeft de volgende adviezen aan klanten van testaanbieders: informeer jezelf vooraf goed via de website van de testaanbieder, controleer of er een arts betrokken is, of de testen CE-gemarkeerd zijn en of een zorgprofessional de testen uitvoert. Bij zorgen over een locatie voor sneltesten vraagt de IGJ om dit te melden bij het Landelijk Meldpunt Zorg. We zullen de bovenstaande informatie publiceren op de gemeentelijke website en in contacten met commerciële aanbieders wijzen op het voldoen aan de meldplicht van positieve tests. Dit is immers van groot belang om zicht te houden op de verspreiding van het virus. Landelijk onderzoek, regionale factsheet en fact sheet voor Utrecht over corona en welbevinden Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Sinds half april zijn er meerdere meetmomenten geweest. Landelijke resultaten zijn terug te vinden op de website van het RIVM. De GGDrU analyseert en publiceert ook regionale resultaten. Deze zijn terug te vinden in de wekelijkse regionale rapportages van de GGDrU.
Op 18 november is de laatste regionale factsheet met daarin informatie over onder andere gezondheid, mentaal welbevinden en leefstijl gepubliceerd, op 24 november ook een fact sheet voor Utrecht. De beide laatste fact sheets zijn als bijlagen toegevoegd. Als context: het gaat om resultaten van een digitale peiling van eind september – begin oktober. Dit leidt tot twee kanttekeningen. De resultaten zijn indicatief omdat er geen waarborgen zijn voor representativiteit. En het gaat om een peiling voor de afkondiging van de gedeeltelijke lock down op 13 oktober. Tegen deze achtergrond valt op dat er bij het panel nog draagvlak is voor maatregelen, maar dat een aanzienlijke groep de maatregelen niet altijd even logisch of begrijpelijk vindt. In de vergelijking tussen de stad en regio Utrecht valt op dat Utrechtse deelnemers verhoudingsgewijs meer somberheid en stress melden. Zowel in stad als regio valt op dat op het gebied van de gezonde leefstijl vooral druk staat op het blijven bewegen zoals men voor de coronaepidemie gewend was. Vanuit de wijken Op basis van signalen van partners en sleutelfiguren in enkele wijken is de coronacommunicatie daar versterkt. Zo hebben bewoners en professionals in Kanaleneiland en Noordwest een filmpje gemaakt om het belang van de coronamaatregelen extra onder de aandacht te brengen. Nu versterken we met de stad de coronacommunicatie in Overvecht.
In samenwerking met de GGDrU en mensen uit de wijk zoals een huisarts, schoolleider, ex-coronapatiënt en medewerkers van stichting Al-Amal en stichting Mowad maken we verschillende middelen: een filmpje met de boodschap ‘Wij beschermen jou. Bescherm jij ons?’, een speciaal katern in Dreefnieuws met verhalen en A2 posters. In de coronacommunicatie in Overvecht is een grote rol weggelegd voor persoonlijk contact: de film wordt voorzien van een persoonlijke boodschap verspreid in Whatsappgroepen en de poster worden opgehangen door vrijwilligers. De boodschap wordt ook in de formele en informele hulpverlening en ondersteuning gebracht.
7/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Openbare ruimte Motie 294 Op 1 oktober jl. heeft u bij de bespreking van de actualiteiten rondom de coronamaatregelen Motie 294 aangenomen. Hieronder gaan wij in op hoe wij uitvoering aan de motie geven. De motie draag het college drie zaken op: 1. Extra expertise zoals genoemd in de overwegingen, in te schakelen om de openbare ruimte in zowel de binnenstad als op andere drukke plekken in de stad, bijvoorbeeld rondom winkelcentra, anders in te richten en het voor mensen makkelijker te maken om hun gedrag aan te passen; 2. De Druktemonitor verder uit te breiden en actiever onder de aandacht te brengen; 3. Te onderzoeken hoe desinfectiepunten in de openbare ruimte (winkelstraten, beheerde speeltuinen, OV-haltes etc.) kunnen worden toegevoegd en dit zo mogelijk te realiseren. 1 Externe expertise inschakelen om de openbare ruimte anders in te richten en naleving makkelijker te maken Bij de herinrichting van de openbare ruimte maken we langs verschillende lijnen gebruik van externe expertise: We benutten de contacten met o.a. CMU, Klepierre en grootwinkelbedrijven voor advisering over de inrichting van de openbare ruimte. Via andere grote gemeenten, in het bijzonder de G4, worden kennis en ervaringen uitgewisseld. In voorkomende gevallen kunnen we het Denk Mee platform inzetten.
Onderdeel van de werkwijze bij de inrichting van openbare ruimte in de anderhalvemetersamenleving is dat we voortdurend monitoren hoe maatregelen functioneren en ze op basis daarvan waar nodig aanpassen. Bij die aanpassingen betrekken we ook de signalen van de bezoekers aan de binnenstad. In lijn met Motie 294 hebben we het Afwegingskader initiatieven en maatregelen inrichting en gebruik openbare ruimte in de anderhalvemetersamenleving aangepast en er twee uitgangspunten aan toegevoegd. Elders in deze brief informeren wij u daar nader over. 2 De Druktemonitor verder uit te breiden en actiever onder de aandacht te brengen De druktemonitor is een initiatief van de provincie en wordt uitgevoerd door Utrecht Marketing. Met hen hebben we afgesproken dat we voor vier locaties in het weekend de drukte doorgeven op een aantal momenten per dag. Het betreft de Neude en omgeving, Vredenburg en omgeving, Mariaplaats en omgeving en Stationsplein en omgeving. We maken daarbij gebruik van tellingen die door de verkeersregelaars in het voetgangersgebied worden uitgevoerd. Via meerdere websites worden bezoekers aan de regio via de druktemonitor geïnformeerd over de drukte. Vanuit de gemeente Utrecht brengen we de druktemonitor onder de aandacht via social media, advertenties in huis-aan-huiskranten en de digitale wijknieuwsbrieven.
We zoeken hierbij altijd een actueel haakje en focussen daarbij op de boodschap: kies bewust je moment, shop lokaal en doe tijdig je inkopen voor de feestdagen. Check voordat je van huis weggaat de druktemonitor. Voor Utrecht Centrum is er een specifieke campagne (kiesjemomentutrecht.nl) van Utrecht Marketing en CMU die focust op de rustige momenten om je boodschappen te doen. Dit is een onderdeel van de website bezoek-utrecht.nl die ook informatie over andere locaties in de stad geeft.
8/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
3 Desinfectiepunten in de openbare ruimte Het RIVM raadt af om in de openbare (buiten)ruimte desinfectiemiddelen te gebruiken. De kans is zeer klein dat iemand besmet wordt via bijvoorbeeld vloeren, bankjes, speeltoestellen in een speeltuin of relingen op het station. De kans om ziek te worden, is nog kleiner als je je gezicht niet aanraakt met je handen. Wel wordt geadviseerd handen met water en zeep te reinigen bij thuiskomst, op het werk of op school. Het college zal gelet op bovenstaande daarom geen uitvoering geven aan dit deel van de motie. Voor de warenmarkt op het Vredenburg en de overige markten maken we een uitzondering. Met het aanbieden van desinfecterende middelen geven wij -net als winkels- mede invulling aan het deurbeleid voor de markten. De desinfecterende middelen worden voor een korte periode in de week aangeboden en is er toezicht op het gebruik. De bezoekers van de markten stellen het aanbieden van desinfecterende middelen op prijs is ons gebleken.
Wij beschouwen hiermee Motie 294 als afgedaan Afwegingskader initiatieven en maatregelen inrichting en gebruik openbare ruimte in de anderhalvemetersamenleving Met het ‘Afwegingskader initiatieven en maatregelen inrichting en gebruik openbare ruimte in de anderhalvemetersamenleving’ kunnen activiteiten, initiatieven en maatregelen op hun wenselijkheid, haalbaarheid en hun onderlinge prioritering worden gewogen, rekening houdend met de landelijke en regionale (VRU) regelgeving en richtlijnen. Op 19 mei 2020 hebben wij een eerste afwegingskader vastgesteld. Van meet af aan is duidelijk gesteld dat het afwegingskader aangepast zou worden als nieuwe richtlijnen, ervaringen, inzichten in combinatie met voortdurende monitoring daartoe aanleiding zouden geven. Dat moment was een eerste keer aangebroken met de landelijke versoepelingen per 1 juli. Het afwegingskader is toen op 10 juli jl. in aangepaste vorm vastgesteld. Vanaf eind augustus was er landelijk sprake van weer een beduidende toename van het aantal besmettingen, er is sprake van een tweede coronagolf. Het aantal besmettingen in Utrecht is de afgelopen maanden ook flink toegenomen. De landelijke en regionale regelgeving en richtlijnen zijn daarop aangepast. Momenteel lijkt de tweede coronagolf weer op zijn retour, maar een derde golf is niet op voorhand uit te sluiten.
Het is wenselijk het afwegingskader aan te passen en daarmee toekomstbestendiger te maken. De huidige aanpassingen aan het afwegingskader hebben betrekking op vier punten: Op onderdelen als de inleiding en het juridisch kader is het afwegingskader meer op hoofdlijnen geformuleerd; daarmee wordt het meer toekomstbestendig en hoeft het niet steeds geactualiseerd te worden. Meer aandacht wordt besteed aan de samenwerking met partners in de stad; waar mogelijk stemmen we maatregelen op elkaar af. Als uitgangspunt is toegevoegd dat bij maatregelen in de openbare ruimte deze zo worden uitgevoerd dat daarmee het gewenste gedrag als vanzelfsprekend wordt gestimuleerd. Tevens is als uitgangspunt toegevoegd dat communicatie bijdraagt aan bewustwording van de maatregelen en het gewenste gedrag. De uitgangspunten waarmee activiteiten, initiatieven en maatregelen op hun wenselijkheid, haalbaarheid en hun onderlinge prioritering worden gewogen zijn nu als volgt: 1. Gezondheid, veiligheid en toegankelijkheid staan voorop 2. Voetganger en fiets krijgen prioriteit 3. We kiezen in de eerste plaats voor verplaatsen en daarna voor verblijven 4. We faciliteren waar het kan en reguleren waar nodig
9/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5. 6. 7. 8.
25 november 2020 7372324/20201125
We gaan de schaarse ruimte eerst herverdelen, zo nodig herinrichten Te treffen maatregelen stimuleren als vanzelfsprekend het gewenste gedrag (nieuw) Monitoring is de basis voor het nemen van maatregelen Communicatie draagt bij aan bewustwording (nieuw)
Het aangepaste afwegingskader is als bijlage bij deze brief gevoegd. Drukte openbare ruimte De afgelopen weekenden was de drukte in de stad goed beheersbaar. We bereiden ons voor op de feestdagen door de ruimte in de stad zoveel mogelijk te optimaliseren. Wanneer het drukker wordt liggen er maatregelen klaar om het naleven van de anderhalve meter afstand makkelijker te maken, zoals met behulp van verkeersregelaars, tekstkarren en borden in drukke straten éénrichtingsverkeer in te voeren. Op de zaterdagmiddag worden deze maatregelen al regelmatig ingezet. Ook zijn we in gesprek met ondernemers. Zij nemen daarbij hun verantwoordelijkheid om de drukte te spreiden. Acties worden gespreid over een langere periode en via campagnes als kiesjemoment.nl worden bezoekers van de binnenstad opgeroepen om hun inkopen op een rustig moment te doen. Wanneer het onverhoopt toch te druk wordt, zal worden opgeroepen niet meer naar de binnenstad te komen. In een uiterste geval zijn maatregelen voorbereid om locaties tijdelijk af te sluiten. Jeugd We zien dat de tweede golf een andere inzet van onze partners voor de jeugd vraagt door enerzijds de druk op het onderwijs en anderzijds het gebrek aan perspectief bij o.a. jongeren. Samen zoeken we naar oplossingen en ondersteuning van het onderwijs.
Dit doen wij door de volgende acties: We intensiveren de komende periode onze kernpartneraanpak op het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. We zorgen dat het jongerenwerk en de sociaal makelaars hier goed bij zijn aangesloten. Doel van de inzet is hulp bieden aan het onderwijs om gezamenlijk te werken aan de doorgang van het onderwijs, perspectief bieden en gezamenlijke inzet voor jongeren waarover zorgen zijn. We zetten aanvullende zorg in waar nodig. We zorgen voor het beter in beeld krijgen en houden van jongeren. Denk hierbij aan zicht krijgen op verzuim (bijvoorbeeld door ziekte, angst, thuissituatie, spijbelen). Met dit overzicht kunnen we de komende maanden samen goed handelen. De tweede golf vraagt ook veel flexibiliteit van onze partners onder andere vanwege uitval van personeel door corona. We zien dat iedereen dit zo goed mogelijk probeert op te vangen. We kunnen hierbij terugvallen op een sterke basis. Voor verschillende partners kan hun dienstverlening zonder grote problemen doorgaan. Dit doen zij fysiek als het nodig is, digitaal als het kan. Buurtcentra en Jongerenhuiskamers Naar aanleiding van de versoepeling van de coronamaatregelen van 17 november gaan de gemeentelijke buurtcentra, buurtcentra in zelfbeheer en jongerenhuiskamers vanaf 19 november weer open.
Het openstellen gebeurt onder voorwaarden dat het beheer van de buurtcentra en jongerenhuiskamers de inrichting en faciliteiten heeft aangepast. Dit gebeurt in de vorm van looproutes, huisregels, 1,5 meter afstand, maximaal dertig personen per ruimte inclusief kinderen tot twaalf jaar, gebruik van alcoholische dranken zijn verboden en registratie. De informatie en communicatie naar gebruikers voor zowel zelfbeheer als overige buurtcentra en jongerenhuiskamers is gelijktijdig. Daar waar ondersteuning nodig is, wordt dit geboden. Bezoekers worden bij de ingang verzocht hun handen te wassen of te desinfecteren. Voor diverse activiteiten zoals zang en dans zijn de landelijke richtlijnen als voorwaarden opgenomen voor het gebruik van een buurtcentrum. De
10/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
bewegingsactiviteiten in de buurtcentra kunnen doorgaan, onder voorwaarden dat er niet meer dan vier groepjes van tweetallen aanwezig zijn. Het buurtcentrum kan gezien worden als een publieke ruimte waarvoor het dringende advies geldt om mondkapjes te gebruiken op de momenten van verplaatsing. Dit betekent dat gebruikers bij binnenkomst en op alle momenten dat zij naar een andere ruimte gaan, dringend worden verzocht om een mondkapje te dragen. Onderwijs Schoolkeuze en open dagen In het najaar oriënteren leerlingen en hun ouders zich traditiegetrouw op een nieuwe school of studie. Door de coronamaatregelen is in Utrecht afgesproken om in ieder geval tot na de kerstvakantievakantie geen fysieke open dagen te organiseren, niet in het voortgezet onderwijs en ook niet voor vervolgstudies aan het mbo, hbo of universiteit. Enige uitzondering hierop is het vmbo. Ervaring leert dat ouders een goed beeld moeten krijgen van deze vorm van praktijkonderwijs en dat dat eigenlijk alleen kan door dit te ervaren. Uiteraard zullen bij deze open dagen de corona maatregelen worden nageleefd. Inlopen onderwijsachterstanden Sinds de lockdown op 16 maart jl. is er een intensieve samenwerking met de onderwijspartners om te zorgen dat alle leerlingen onderwijs kunnen volgen.
Er is onder andere inzet geweest op het faciliteren van devices en internet om deel te nemen aan onderwijs op afstand, er is het stadsnetwerk gelijke kansen ingericht om leerlingen in de thuissituatie te ondersteunen en is er ingezet om achterstanden die zijn ontstaan in te lopen onder andere met de zomerschool. Voor leerlingen die problemen ondervonden om thuis onderwijs te volgen, hebben scholen, bibliotheken en buurthuizen plekken aangeboden. Ook de (ouders van) peuters die deelnemen aan de voorschoolse educatie is extra thuisondersteuning aangeboden en zij kunnen maken van de zomer- en de herfstschool. In het kader van de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) hebben wij kennisgenomen van het landelijke onderzoek van de Oxford University en besloten een onderzoek te starten naar onderwijsachterstanden die zijn opgelopen door de coronamaatregelen specifiek in Utrecht. Over de stand van zaken en de verdere aanpak hebben wij toegezegd u te informeren in het eerste kwartaal van 2021. Parallel daaraan blijven we inzetten op het inlopen van onderwijsachterstanden. Evaluatie zomerschool De zomerschool, specifiek ingericht als gevolg van het corona virus, is geëvalueerd. De organiserende partij heeft deze evaluatie samen met betrokkenen opgesteld. Uit de evaluatie blijkt dat het niet mogelijk is om uitspraken te doen over de feitelijke ingelopen leerachterstanden in de week zomerschool.
De waardering van ouders en kinderen voor de zomerweek is met een gemiddelde van 7,9 goed. Ouders en kinderen geven aan dat het een fijne, leerzame week was tijdens een lange periode van thuisblijven; een week met een gevarieerd aanbod en aandacht voor taal. De twee belangrijkste geleerde lessen zijn allereerst om eerder te beginnen met de organisatie, om de logistiek en het kwalitatieve programma te verbeteren. En ten tweede om vrijwilligers te selecteren op onderwijservaring en in de opleiding van vrijwilligers aandacht besteden aan het pedagogisch klimaat. De resultaten en geleerde lessen vormen input voor het besluit om de zomerschool opnieuw te organiseren. Hierbij is brede consensus en afstemming met schoolbesturen en schoolleiders over het doel van de zomerschool voorwaarde. Afgelopen zomer is de zomerschool gefinancierd met rijksmiddelen die de schoolbesturen bij OCW konden aanvragen. Diverse scholen in Utrecht hebben een aanvraag gedaan voor de 2de tranche bij het ministerie van OCW. Met deze middelen organiseren zij extra ondersteuning op en rond school om opgelopen
11/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
achterstanden door corona in te lopen. Het is aan de scholen zelf of dat al dan niet met een programma in de kerstvakantie is, dit wordt niet op stedelijke niveau georganiseerd in dit geval. Aanvragen eerste en tweede tranche Rijkssubsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s Tijdens de eerste tranche van de Rijkssubsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020-2021 hebben vijfenveertig scholen voor primair onderwijs, tien scholen voor voortgezet onderwijs, vier mbo’s en volwasseneducatie een aanvraag ingediend voor de subsidie om opgelopen leerachterstanden in te lopen. Dit is inclusief de scholen voor primair- en voortgezet onderwijs die deze middelen hebben ingezet voor de gezamenlijke zomerschool. Bij de tweede tranche van deze zelfde Rijkssubsidieregeling hebben vijfenvijftig scholen voor primair onderwijs, negen scholen voor voortgezet onderwijs en twee mbo’s een aanvraag ingediend. 210 miljoen euro voor extra hulp op school Naast de bovengenoemde middelen stelt het kabinet 210 miljoen euro beschikbaar waarmee scholen voor primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs extra hulp kunnen inschakelen in deze coronatijd. Met dit geld kunnen scholen extra bevoegd personeel inzetten, ondersteuners laten meehelpen en meer gastlessen mogelijk maken, bijvoorbeeld op het gebied van sport, techniek en cultuur.
Scholen en mbo-instellingen krijgen hiermee een tegemoetkoming in de kosten die zij moeten maken voor vervanging van bijvoorbeeld docenten. De middelen komen in januari 2021 beschikbaar. Schoolbesturen worden zo snel mogelijk over de spelregels geïnformeerd. Als gemeente stimuleren we de inzet van partners uit de stad die hier een rol in kunnen spelen voor scholen, zoals het Stadsnetwerk Gelijke Kansen en partners uit de sociale basis. Cultuureducatieprogramma De scholen voor primair en voortgezet onderwijs hebben tijdens de coronabeperkingen in het onderwijs het programma voor cultuureducatie zoveel mogelijk fysiek of digitaal laten doorgaan. We hebben waardering voor de creativiteit waarmee dit programma is aangeboden. Middelen die niet zijn besteed voor cultuureducatie in 2020 worden volgens de Algemene Subsidie Verordening en de handreiking teruggevorderd. Om de schoolbesturen van het primair onderwijs tegemoet te komen, zijn zij in de gelegenheid gesteld om een extra aanvraag in te dienen voor 2021 voor de niet gerealiseerde activiteiten (en daarmee bestede middelen) in 2020. Dit wordt toegevoegd aan het aangevraagde subsidiebedrag voor 2021. Studentenzaken Quarantainehotels Op vrijdag 20 november is overleg met vertegenwoordigers van de GGDrU en de gemeente Utrecht over quarantainehotels.
Met de medische expertise van de GGD zal een kader en randvoorwaarden worden vastgesteld waarbinnen dit idee een kans van slagen heeft. Studieplekken voor studenten De Hogeschool Utrecht (HU) stelt 150 studieplekken beschikbaar. Volgens de hogeschool voldoet deze hoeveelheid aan de huidige vraag. Daarnaast kunnen de instituten van de HU zelf besluiten om hun onderwijsruimtes beschikbaar te stellen als studieplek. Momenteel wordt er onderzocht hoe dit in de praktijk gebeurt. De Universiteit Utrecht heeft 300 studieplekken beschikbaar in hun bibliotheken. Deze week heeft de UU een nieuw reserveringssysteem gelanceerd dat het reserveren van studieplekken laagdrempeliger moet maken. Naast de studieplekken in de bibliotheek zijn er 700 extra studieplekken beschikbaar in
12/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
de onderwijsgebouwen. Deze worden volgens de Universiteit Utrecht gebruikt, maar zitten niet vol, met uitzondering van enkele populaire (en relatief kleine) panden in de binnenstad. Sommige faculteiten stellen daarom (gecontroleerd) onderwijsruimtes beschikbaar als studieplek. Er vindt een toegangscontrole plaats om te kunnen verifiëren dat de plekken aan UU-studenten worden uitgegeven. Dit wordt goed gebruikt en op prijs gesteld door de studenten. Tot slot is de UU begonnen met een pilot met het reserveren van kleinere ruimtes voor samenwerken en zelfstudie. Bij succes wordt dit verder uitgebreid. Studentenverenigingen hebben deze week bekendgemaakt studieplekken beschikbaar te stellen voor haar leden. De aantallen liggen tussen vijf en vijftien plekken per sociëteit. Werk en Inkomen Tozo – dienstverlening ondernemers Vooruitlopend op de definitieve invulling van de dienstverlening aan ondernemers vanuit de Tozo, zijn er inmiddels drie pilots gestart. Deze pilots zijn gekoppeld aan de drie belangrijkste vraagstukken waar ondernemers als gevolg van de crisis tegenaan lopen of ondersteuning bij nodig hebben: -
Schuldenproblematiek; Bedrijfscoaching; Heroriëntatie en omscholing.
De pilots worden vormgegeven met partners als Solvid ondernemen, Ureca en Menzing en Partners. Ondernemers die meedoen in deze pilots zijn ondernemers die bij het Tozo-aanvraagformulier hebben aangegeven in contact te willen met de gemeente over deze onderwerpen. Economie Publieke locaties weer geopend Na een sluiting van twee weken mogen onder meer musea, theaters, bibliotheken, zwembaden en pretparken (de zogenoemde doorstroomlocaties) weer open. Om het aantal keren dat mensen in contact met elkaar komen te beperken, blijven evenementen verboden en is er een algehele sluiting van de horeca. Regionale kwartaalcijfers Op 18 november kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met de regionale kwartaalcijfers. Met een economische krimp van zes tot 7 procent in het tweede kwartaal en een krimp van één tot twee procent in het stadsgewest Utrecht, bevindt Utrecht zich in de economische middenmoot. Enkele belangrijke ontwikkelingen: In oktober 2020 waren er 5.950 lopende WW-uitkeringen in de gemeente Utrecht. Dit is 0.5% meer dan een maand eerder. In vergelijking met vorig jaar oktober is dit een stijging van 23,3%. Utrecht is de grootste gemeente binnen de arbeidsregio Midden Utrecht waar via de NOW-regeling meer dan 75.000 banen met staatsteun worden ondersteund. Dit is het op twee na hoogste aantal binnen Nederland. Alleen Amsterdam en Rijnmond scoren hoger.
Van deze 75.000 banen komen er meer dan 26.000 uit de horeca en cateringbranche en 15.000 uit de commerciële dienstverlening. De ondersteuning vanuit de NOW-regeling loopt tot 1 juli 2021. Het ondersteuningspercentage wordt elk kwartaal iets gekort waarbij de mogelijkheid voor ontslag steeds iets wordt vergroot. Inmiddels ontvangen meer dan 2.300 ZZP’ers in de gemeente Utrecht ondersteuning in hun levensonderhoud via de tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (TOZO). Zowel de belastingdienst als banken hebben in het eerste half jaar van de coronacrisis ruimhartig uitstel van betaling verstrekt. Daarnaast hebben banken waar nodig extra kredietruimte aan bedrijven
13/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
gegeven. Dit was vaak voor een periode van zes maanden. Dit betekent dat de eerste bedrijven nu moeten terugbetalen. De prognoses voor de komende periode zijn nog onduidelijk en verschillen. Volgens het tweede golf scenario van het Centraal Planbureau (september 2020), loopt de werkloosheid in 2021 op naar 8,5%. De Europese Commissie (EU) ging in haar ramingen van 5 november jl. uit van een stijging van de werkloosheid naar 6,4%. Op 9 december ontvangt u de uitgebreide derde Trendrapportage Coronavirus. Hierbij wordt verder ingezoomd op de recente ontwikkelingen in de stad en regio Utrecht als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en de maatregelen die daaromheen genomen zijn. Extra aandacht voor ‘Dag van de Ondernemer’ Vrijdag 20 november was het de Dag van de Ondernemer. Gezien het uitdagende jaar voor veel ondernemers extra belangrijk om hierbij stil te staan. Afgelopen week hebben burgemeester en wethouders verschillende ondernemers uit de stad digitaal ontmoet of telefonisch gesproken. In totaal zijn gesprekken gevoerd met meer dan veertig ondernemers verspreid over alle Utrechtse wijken en verschillend in aard en omvang. De insteek van de gesprekken was om persoonlijk te horen hoe het met de ondernemers gaat en waar ze tegenaan lopen tijdens deze coronacrisis. Soms was het nodig een hart onder de riem te steken, want het zijn voor velen zware tijden.
Zo geeft een recent gestarte ondernemer aan al meerdere keren het bedrijfsplan te hebben moeten aanpassen en gebruik te maken van de Coronaoverbruggingslening. Desondanks blijven veel ondernemers in kansen denken en gaan zij creatief om met alle wisselende maatregelen. Ondernemers gaven aan de persoonlijke gesprekken zeer te waarderen. Derde ondernemerspeiling Afgelopen maanden zijn ondernemers op verschillende manieren geconsulteerd om te horen hoe het met hen gaat en hoe we hen optimaal kunnen ondersteunen in deze coronatijd. Sinds 11 november staat de derde ondernemerspeiling uit bij ondernemers in de provincie Utrecht. De vragenlijst kan tot december worden ingevuld. De resultaten van de derde peiling worden in januari 2021 verwacht. De peilingen worden uitgevoerd in een samenwerking tussen provincie Utrecht, gemeenten Utrecht, Amersfoort, Nieuwegein en Hilversum, regio Gooi en Vechtstreek, Economic Board Utrecht, VNO-NCW provincie Utrecht en MKB-Nederland Midden. De resultaten van de eerdere peilingen zijn hier te vinden. Cultuur Tweede steunpakket cultuur richt zich op makers en artiesten De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 16 november jl. een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, met daarin de uitwerking van het reeds eerder aangekondigde tweede steunpakket van € 482 miljoen voor de culturele en creatieve sector.
Het pakket is nadrukkelijk bedoeld om makers en artiesten aan het werk te houden. Instellingen hebben de verantwoordelijkheid om werk te genereren voor regisseurs, scriptschrijvers, acteurs, ontwerpers, muzikanten, kunstenaars en theatermakers en alle andere makers in de culturele en creatieve sector. Dit steunpakket is een vervolg op het eerste steunpakket van € 300 miljoen voor cultuur voor 2020. Het tweede steunpakket zal ingezet worden in de eerste helft van 2021. Naast de € 482 miljoen is er ook € 40 miljoen extra uitgetrokken voor vrije theaterproducenten.
14/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Verdeling van het steunpakket van € 482 miljoen Ruim € 200 miljoen gaat naar verlenging van de maatregelen uit het eerste steunpakket. In verhouding gaat een groot deel hiervan naar kunstenaars en creatieve professionals, namelijk € 49,75 miljoen. Zo’n € 100 miljoen is bestemd voor instellingen en festivals in de Basisinfrastructuur 20212024 en de Erfgoedwet en instellingen en festivals die meerjarig financiering krijgen via de rijkscultuurfondsen. Voor de gemeente Utrecht gaat dit om zo’n dertig instellingen. Naar verwachting wordt in het eerste kwartaal van 2021 de hoogte van de bijdragen aan de individuele instellingen bekend. De overige middelen zijn bestemd voor verschillende leenfaciliteiten, filmproducenten, het Kickstartfonds Cultuurfonds en het Nationaal Theaterweekend. Naast de verlenging van het eerste steunpakket met nieuwe accenten voor makers en artiesten, volgen nog een aantal nieuwe maatregelen: - € 150 miljoen stelt gemeenten in staat om de cruciale lokale culturele infrastructuur te ondersteunen. Dit is naast de € 68 miljoen die beschikbaar komt voor de schade die gemeenten en provincies hebben opgelopen. Voor de gemeente Utrecht gaat dit om een bedrag van € 6 miljoen.
Gemeenten ondersteunen de lokale en regionale infrastructuur van (pop)podia, gezelschappen, bibliotheken, musea, kunst- en cultuureducatie, beeldende kunstinstellingen, filmtheaters, amateurkunstinstellingen en festivals. Voor het landelijke gesubsidieerde aanbod zijn de lokale podia en organisaties essentieel als speel- en vertoningsplekken. Het is aan de gemeenten zelf om de middelen in te zetten op die plekken van de culturele infrastructuur waar de steun het hardst nodig is. Daarbij adviseert de minister in lijn met de adviezen van de Raad voor Cultuur en het eerder verschenen advies van Berenschot aan de gemeente Utrecht om de middelen niet alleen in te zetten voor noodhulp, maar tevens voor de noodzakelijke vernieuwing en innovatie van de sector. Wij zullen begin 2021 voorstellen uitwerken voor de verdeling van de middelen op basis van de evaluatie van de noodsteun in 2020 en de verdere ontwikkeling van de crisis. - € 11,2 miljoen komt beschikbaar om instellingen die jong talent begeleiden, te ondersteunen voor een half jaar. Het gaat om instellingen waarvan de activiteiten een positieve beoordeling kregen van de Raad voor Cultuur of één van de zes rijkscultuurfondsen, maar waar geen budget voor beschikbaar is. - € 20 miljoen is voor het behoud van private musea en kunstcollecties van nationaal belang.
Hiervoor is vanuit Utrecht het Spoorwegmuseum een belangrijke gegadigde. - € 10 miljoen voor de ontwikkeling van een garantieregeling voor filmproducties en € 5 miljoen voor het uit laten voeren van fieldlabs die de wendbaarheid en weerbaarheid van de sector vergroten. Het advies van de Raad van Cultuur, de sector en de stedelijke regio’s zullen betrokken worden bij de keuze en opzet van de fieldlabs. - Ten slotte is er € 15 miljoen beschikbaar voor behoud van het varend erfgoed. Advies Raad voor Cultuur ‘Onderweg naar overmorgen’ Eveneens op 16 november jl. presenteerde de Raad voor Cultuur haar advies ‘Onderweg naar overmorgen’ over de wendbaarheid en weerbaarheid van de cultuursector aan de minister van OCW. De Raad voor Cultuur doet een dringende oproep aan de minister om de culturele en creatieve sector tijd, vertrouwen en middelen te geven om te experimenteren met nieuwe werkwijzen en nieuwe verdienmodellen. Daarnaast is een ruimer cultuurbudget en een breder palet aan financieringsinstrumenten noodzakelijk om de sector op langere termijn gezond te maken. De minister had om het advies gevraagd naar aanleiding van de coronacrisis en de steunpakketten voor de culturele sector.
15/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
De coronacrisis treft de culturele sector hard. Dit tast niet alleen de werkgelegenheid in de sector aan, maar ook die in aanpalende sectoren, zoals horeca, beveiliging en infrastructuur. Daarnaast is het wegvallen van cultureel aanbod van negatieve invloed op de sociale cohesie, de mentale gezondheid, de vrijetijdsbesteding, de ontwikkelmogelijkheden en de fysieke leefomgeving. Daarbij heeft cultuur een aanjaagfunctie in een periode van herstel na de crisis. Een sterke culturele en creatieve sector gaat daarom de hele samenleving aan, aldus de raad. Juist vanwege het overheidsbeleid, waarin is ingezet op meer eigen inkomsten, komt de klap voor de sector nu extra hard aan. De raad constateert dat er in de sector al veel nieuwe ideeën en initiatieven ontwikkeld zijn om het publiek te blijven bereiken. Deze initiatieven zijn echter versnipperd en brengen nog lang niet voldoende geld in het laatje. De sector toont zich wendbaar, maar is niet weerbaar. Om hier verbetering in te brengen blijft noodsteun onontbeerlijk en is een routekaart nodig die helderheid en perspectief biedt. Daarnaast is het van belang op grotere schaal te experimenteren met nieuwe werkmethoden en nieuwe verdienmodellen. De raad adviseert om een drietal fieldlabs in te richten met experimenten gericht op innovaties in digitalisering, ruimtegebruik en differentiatie van artistieke vormen.
Het is de bedoeling dat naast de (rijks-)cultuurfondsen, ondersteunende en gesubsidieerde instellingen steeds ook niet-gesubsidieerde instellingen en individuele makers betrokken worden bij de fieldlabs. De raad ziet ook een belangrijke rol voor stedelijke cultuurregio’s weggelegd in de noodzakelijke transitie. Een nieuw op te richten “Taskforce Stedelijke Cultuurregio” kan de samenwerking binnen en tussen stedelijke cultuurregio’s verbeteren en borgen dat goede initiatieven, die bijdragen aan weerbaarheid, onderling worden gedeeld en nagevolgd. De raad adviseert de minister verder om de gehele komende subsidieperiode andere eisen te stellen aan instellingen die rijkssubsidie ontvangen. Het is nu niet mogelijk om hen te beoordelen op harde prestatienormen. Het is vooral van belang dat zij de ruimte krijgen zich te verantwoorden over hoe zij onder steeds wisselende omstandigheden invulling geven aan hun kernmissie en -visie en hun publiek blijven bereiken. BIS-instellingen moeten uiterlijk medio 2021 aangeven hoe ze hiermee omgaan. Verlenging van de BIS-periode De huidige crisis maakt dat de nadelen van het bestaande cultuursubsidiebestel scherper naar voren komen. Het bestel knelt. De raad wil de komende kunstenplanperiode benutten om alternatieven voor het huidige bestel te verkennen en te komen tot een nieuw en verbeterd bestelontwerp.
De inzichten en resultaten uit de fieldlabs, de Taskforce Stedelijke Cultuurregio en de monitoring komen hierbij van pas, maar ook hier is voldoende tijd voor nodig. Daarom adviseert de raad om de komende BISperiode met één of twee jaar te verlengen en roept provincies en gemeenten op hetzelfde te doen. Naast ruimte voor experimenten, samenwerking in de regio’s, aanpassing van subsidievoorwaarden in de BIS en aandacht voor de noodzakelijke aanpassingen in het bestel adviseert de raad ook de financiële basis van de sector te versterken. Enerzijds met de inzet van meer overheidsmiddelen zoals garantiefonds en een ruimer subsidiekader, anderzijds door de inzet van maatregelen die de markt voor cultuur aan de private kant versterken zoals een taxshelter en een revolverend productiefonds. Wij gaan de adviezen en de daarmee samenhangende consequenties in de komende tijd nader bestuderen en zullen dat uiteraard doen in overleg met minister Van Engelshoven, de G4 en met onze partners binnen de Stedelijk Regio Utrecht. Mocht dit consequenties hebben voor de situatie in de gemeente Utrecht, dan gaan wij daarover uiteraard met u in gesprek.
16/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
Geen stad zonder kunst, geen culturele top zonder keten In motie 209 ‘Geen stad zonder kunst, geen culturele top zonder keten’ vraagt u om een analyse van de financiële positie van broedplaatsen, oefenplekken en ateliers. In de bijlage treft u een analyse van het Broedplaatsen Netwerk Utrecht. Uit de analyse (zie bijlage) wordt duidelijk dat de financiële effecten van de crisis voor kunstenaars, creatieve ondernemers en culturele initiatieven nu nog gedeeltelijk wordt opgevangen door regelingen als TOZO, NOW en TOGS. Velen van hen doen er op dit moment alles aan om hun (werk)ruimte te behouden en het aantal opzeggingen dat de broedplaatsen ontvangen is daardoor relatief beperkt. Het Broedplaatsen Netwerk Utrecht verwacht dat de echte effecten voor broedplaatsen en creatieve bedrijfsverzamelgebouwen pas later doorwerken, wanneer de regelingen op termijn worden afgebouwd of stopgezet. Wij zullen dit de komende periode dit nauwlettend blijven volgen en waar nodig betrekken bij de voorstellen voor de verdeling van de noodsteun in 2021. Tevens kunnen wij u melden dat in overeenstemming met de motie bij Utrecht Marketing het belang van promotie voor ook de niet gesubsidieerde podia onder de aandacht is gebracht. En dat met de broedplaatsen en ongesubsidieerde podia inmiddels periodiek overleggen zijn gestart over wat zij nodig hebben in deze tijd.
Ruimere reserves culturele instellingen Tijdens de commissievergadering van 18 november jl. is door de VVD gevraagd rekening te houden met het feit dat instellingen in deze bijzondere tijden in sommige gevallen meer reserve nodig hebben, dan de norm van maximaal 15% die normaal gesproken wordt gehanteerd en waarboven wij een deel van de middelen kunnen terugvorderen. Wij hebben de cultuurnota instellingen daarover laten weten dat wij bij de beoordeling van het verslagjaar 2020 zullen uitgaan van het reguliere jaarresultaat en eventueel opgebouwd vermogen dat samenhangt met de noodsteun vanuit Rijk, provincie of gemeente Utrecht buiten beschouwing laten. Ook het deel van het resultaat dat wordt gedoteerd in bestemmingsreserves die nodig zijn voor de continuering van de organisatie (zoals groot onderhoud en meerjaren investeringsplanning) zal buiten beschouwing worden gelaten. Mogelijkheid tot verbreden impulssubsidieregeling Tijdens de commissievergadering van 18 november jl. is tevens gevraagd hoe het college kijkt naar de mogelijkheid om de impulssubsidies tijdelijk open te stellen voor studiotijd voor dj’s en producers, zodat talentontwikkeling niet stagneert. Het effect op talentontwikkeling is groot in de hele culturele sector.
De impulssubsidieregeling is gericht op makers in alle kunstdisciplines en is op dit moment bedoeld voor de organisatie van openbaar toegankelijke culturele activiteiten en niet voor opzichzelfstaande repetitietijd. Dat betekent dat wanneer repetitietijd nodig is als onderdeel van een project dat leidt tot een openbaar toegankelijke culturele activiteiten, dat onderdeel kan worden meegenomen in een aanvraag voor impulssubsidie. Communicatie Update jongerenaanpak Zoals u weet werken we langs meerdere sporen om de Utrechtse jongeren te bereiken om hen te motiveren zich aan de basisregels te houden. Eind oktober hebben we een brief gestuurd naar partners in het middelbaar, hoger en wetenschappelijk onderwijs om hen te faciliteren bij het motiveren van hun leerlingen en studenten. Uit eerdere gesprekken bleek dat men in het onderwijs behoefte heeft aan materiaal dat helpt het gesprek over Corona te kunnen voeren in de klas. Ook bleken docenten belangrijk rolmodellen te zijn voor jongeren waardoor het juiste gesprek in de klas nog belangrijker werd. We hebben toen het hele onderwijsveld per onderdeel met specifieke informatie aangeschreven. Een voorbeeld is dat we scholen voor voortgezet onderwijs gewezen
17/18
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 november 2020 7372324/20201125
hebben op het lespakket ‘Hygiëne Helpt’. Dit zijn kant en klare lessen van vijfenveertig minuten, waarin op aansprekende wijze wordt uitgelegd waarom het zo belangrijk is om handen te wassen. Verder starten we op 30 november met de verspreiding van een digitale toolbox onder scholen, onderwijsinstellingen, sportverenigingen (via SportUtrecht), wijkbureaus, JOU, studentenverenigingen en Utrecht Marketing. Hierin zitten de materialen voor twee campagnes die we bij hen onder de aandacht brengen. De eerste is de landelijke campagne ‘Daar doe ik het voor’, die is vertaald met Utrechtse quotes en gezichten. Onder andere voetballer Bart Ramselaar, acteur Barry Atsma, alle jongerenwerkers uit Utrecht, prof worstelaar Adam El Kandoussie en de voorzitter van de Centrale Studentenraad van het ROC werken mee aan deze campagne. Alle uitingen worden online aangeboden aan de stad via een online omgeving: www.utrecht.communicatie-toolkit.nl. Voordeel hiervan is dat er eenvoudig nieuwe informatie en campagnes kunnen worden gedeeld. Iedereen kan de informatie op ieder moment van de dag raadplegen, downloaden en inzetten. In december worden ook posters verspreid en worden de uitingen vertoond in de buitenruimte via digitale schermen in de stad. In de toolbox zit ook de campagne de social challenge.
Een online-wedstrijd van vier weken waarbij studenten worden uitgedaagd goede, originele, gekke voorbeelden te laten zien hoe je met elkaar 1,5 meter afstand kunt bewaren. Iedere vier weken zijn er passende prijzen te winnen: haal de sportschool in huis of je krijgt een week eten thuisbezorgd. Deze actie is tot stand gekomen samen met de studentenkoepelverenigingen. Deze campagne wordt online aangejaagd via een digitale mailing en offline worden onder de doelgroep 1.5 meter posters verspreid. Hiervoor worden ook kanalen van de studentenverenigingen ingezet. Vastgoed Wij zullen u volgende week informeren over de stand van zaken huurmaatregelen van het gemeentelijk vastgoed. Tot slot Na twee weken van aangescherpte maatregelen, keren we terug naar de situatie van de gedeeltelijke lockdown. Het dalende aantal besmettingen biedt de mogelijkheid tot deze beperkte versoepeling. We zijn er echter nog niet. Onzekerheid blijft vooralsnog bestaan over hoe we de feestdagen in december kunnen invullen. Met u hopen wij, juist doordat we volhouden, op iets meer perspectief aan het eind van dit bijzondere jaar. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester
18/18