Raadsbrief Tussenrapportage uitvoeringsprogramma Overvecht-Noord Aardgasvrij en ontwikkelingen m.b.t. buurtinitiatieven
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Bram de Deugd
Datum
3 november 2023
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
11752467|20231025|BdD
bram.de.deugd@utrecht.nl
Onderwerp
Tussenrapportage uitvoeringsprogramma Overvecht-Noord Aardgasvrij en ontwikkelingen m.b.t. buurtinitiatieven
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Energie en Klimaat
Geachte leden van de raad, Utrecht wil een duurzame stad zijn. Daarom werken we aan schone energie. Dat doen we door onze energie duurzaam op te wekken, gebouwen te verduurzamen (door te besparen en te isoleren) én gebiedsgericht te werken aan alternatieven voor aardgas en het elektriciteitsnet te versterken. Deze brief gaat over het werken aan een alternatief voor aardgas in Overvecht-Noord. Daar zijn we in 2017 mee begonnen; samen met inwoners, ondernemers en stedelijke partners werken we toe naar een Uitvoeringsprogramma. Onlangs bent u via de voortgangsrapportage in het kader van de Regeling Risicovolle Projecten (RRP) geïnformeerd over de ’voortgang van het RRP-project Overvecht-Noord'. In deze rapportage noemden wij belangrijke risico’s, met name bij het rondkrijgen van de business case, en waarin de betaalbaarheid voor bewoners en het verkrijgen van de WIS-subsidie een belangrijke rol spelen (categorie risico’s stond als “rood” aangemerkt). Ook gaven wij aan dat wij begin 2024 in het kader van de RRP met een startdocument zouden komen waarin de betaalbaarheid en oplossingen verder uitgewerkt zouden zijn. Met deze tussenrapportage (conform Artikel 1f van de Regeling Risicovolle Projecten) informeren wij u over de laatste ontwikkelingen in het project. Achtergrond In 2017 zijn we met de energietransitie begonnen in Overvecht-Noord.
We hebben met succes een aanvraag gedaan om deel te kunnen nemen aan de landelijke regeling Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. Met deze rijksbijdrage en de coronagelden die de raad beschikbaar heeft gesteld, bereiden we een Uitvoeringsprogramma voor om heel Overvecht-Noord uiterlijk 2030 van het aardgas af te halen. In het Uitvoeringsprogramma beschrijven we hoe het voorkeursalternatief er per buurt uitziet en hoe de gemeente bewoners en ondernemers financieel ondersteunt en ontzorgt om de overstap naar aardgasvrij te maken.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 november 2023 11752467|20231025|BdD
Voor Overvecht-Noord is uit onderzoek gebleken dat uitbreiding van het stadswarmtenet het voorkeursalternatief is voor het grootste deel van de woningen (circa 1.900) die nog een aardgasaansluiting hebben. Voor circa 500 woningen en bedrijven is door de ligging en specifieke situatie van deze woningen en bedrijven een aansluiting niet kosteneffectief en daarmee te duur voor deze groep van eindgebruikers. Voor deze woningen en bedrijven is de warmtepomp het voorkeursalternatief. We doen in Overvecht-Noord veel ervaringen op, die zeer waardevol zijn voor de buurtaanpak in de rest van de stad. In een pilotproject als dit hebben we te maken met risico’s en onzekerheden, onder meer op het gebied van wetgeving en kaders, maar gezien de totale omvang van de opgave voor de stad is het belangrijk om door te gaan. De manier waarop we werken in Overvecht-Noord is overigens niet per se het kader voor de rest van de stad. De middelen van het Rijk en de coronagelden die de raad ter beschikking heeft gesteld voor Overvecht-Noord zijn immers vooralsnog niet beschikbaar voor de overige wijken. Ook zullen we in andere wijken niet net zo intensief kunnen werken, omdat we dat niet kunnen bemensen en bekostigen.
Stand van zaken ontwikkelen aanbod voor bewoners en ondernemers Uit de marktconsultatie, waarover uw raad op 7 juni 2023 is geïnformeerd (Raadsbrief Marktconsultatie warmtenetten bestaande bouw), bleek dat er naast Eneco geen concrete interesse van andere warmteleveranciers voor Overvecht-Noord was. Vanaf mei dit jaar hebben we samen met woningcorporaties en Eneco hard gewerkt om te komen tot een haalbare en betaalbare warmteoplossing in Overvecht-Noord. Onlangs is gebleken dat we momenteel nog niet in staat zijn om een aanbod voor te leggen aan bewoners en ondernemers dat voldoet aan onze huidige wensen rond betaalbaarheid. Eigen bijdrage bij een aansluiting op een warmtenet Bij de realisatie van een warmtenet is het gebruikelijk om de eigenaar van aan te sluiten panden een eenmalige eigen bijdrage te vragen. De reden is dat bij de aanleg van warmtenetten in de regel een onrendabele top overblijft, die wordt verdeeld over de aan te sluiten panden. Boven op de onrendabele top komen nog kosten voor de overstap naar elektrisch koken en de bouwkundige kosten voor het inpassen van de afleverset voor de aansluiting op het warmtenet. De inzet is om een zo groot mogelijk deel van de onrendabele top en de overige kosten af te dekken met subsidies. In veel gevallen blijft er desondanks een eigen bijdrage per aansluiting over.
Voor een huurder zal de verhuurder deze kosten voor zijn rekening nemen. Eigenaar-bewoners staan zelf aan de lat voor deze bijdrage. De eigen bijdrage verschilt per project. Uit een inventarisatie blijkt dat eigen bijdragen in projecten in verschillende gemeenten variëren tussen de €0 en €8.000 per woning. De hoogte van de eigen bijdrage is, zo menen wij, bepalend of een aanbod voor een aansluiting op het warmtenet betaalbaar en daarmee aantrekkelijk genoeg is. Wat subsidiëren we als gemeente en wat kunnen we van ondernemers en bewoners verwachten? We voeren veel gesprekken met bewoners en ondernemers om inzicht te krijgen in hun verwachtingen en behoeften en hebben contact met andere gemeenten over hun ervaringen. Voor betaalbaarheid is er op dit moment geen landelijk kader waar we bij aan kunnen sluiten. We spannen ons in, in VNGverband, om het Rijk te bewegen tot zo'n landelijk kader te komen, zodat we ons daar in de toekomst aan kunnen conformeren. We zien in de businesscase dat we nu uitkomen op een eigen bijdrage tussen de €1.500 en de €2.000. Dat vinden we, zeker voor Overvecht-Noord met de beschikbare subsidies en vanwege de financiële kwetsbaarheid bij veel bewoners, te hoog. In Overvecht-Noord streven we naar een eenmalige eigen bijdrage van €0 voor de eigenaar-bewoners. Voor de huurders
2/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 november 2023 11752467|20231025|BdD
van de corporatiewoningen geldt er geen eigen bijdrage. De woningbouwcorporatie betaalt in dit geval de overstap naar aardgasvrij, met behulp van landelijke subsidies. Met onze inzet op een eigen bijdrage van €0 gaan we vooruitlopend op een landelijk kader aan de veilige kant zitten. Voor de overige wijken sluiten we aan bij het landelijk kader, als dat er dan is. Het komen tot een lage eigen bijdrage is complex. Besparingen gaan in sommige gevallen gepaard met bijbehorende risico's en het mitigeren of verdelen daarvan neemt veel tijd in beslag. We zullen daarom in het najaar nog geen aanbod kunnen voorleggen aan bewoners. In het eerste kwartaal van 2024 komen we hier bij uw raad op terug. Het is op dit moment t nog geen uitgemaakte zaak dat we onze inzet, samen met de andere betrokken partijen, weten te realiseren. Buurtinitiatieven In Overvecht-Noord zijn twee bewonersinitiatieven actief (Nieuwe Energie voor de Vechtzoom en Klopvaart Aardgasvrij), die de afgelopen jaren verschillende plannen hebben ontwikkeld in reactie op het collectieve stadswarmteplan van de gemeente. Vanaf 2019 heeft Nieuwe Energie voor de Vechtzoom een grote en gewaardeerde rol in het proces gehad. Dat is het jaar waarop ze hun manifest in hun buurt en aan ons kenbaar hebben gemaakt. Gedurende het proces is door hen intensief samengewerkt met het initiatief in de Klopvaartbuurt.
Begin 2020 hebben de bureaus CE Delft en APPM in opdracht van de gemeente de maatschappelijke kosten en de eindgebruikerskosten voor verschillende technische oplossingen in beeld gebracht. Vertegenwoordigers van beide initiatieven zijn nauw betrokken geweest bij dat onderzoek en hebben in diverse sessies hun inbreng geleverd op de aanpak en de rapportage. In 2021 heeft Greenvis de opdracht gekregen om nog eens meer in detail de eindgebruikerskosten in kaart te brengen. In dat onderzoek van Greenvis is ook de toen actuele optie ‘aquathermie’ van de initiatieven meegenomen. Samen met de gemeente zijn zij betrokken geweest bij de aansturing van het onderzoek. Dat hield onder meer in zeer frequent overleg over de voortgang en tussenresultaten (in de periode februari 2021-juli 2021, circa tweewekelijks). Tevens zijn door Greenvis op drie momenten met een bredere afvaardiging uit de buurten (digitale) bijeenkomsten georganiseerd. Mede op basis van dat onderzoek is door Eneco een onderzoek uitgevoerd naar een lokaal warmtenet met inzet van aquathermie. Hieruit bleek dat dit geen haalbare oplossing zou opleveren, die bij zou dragen aan een betaalbaar plan voor de gehele wijk. Ook hebben we in samenwerking met de buurtinitiatieven onderzocht welke isolatiemaatregelen het meest effect hebben voor de huizen in de twee buurten.
Een energieadviseur heeft de huizen in de Klopvaarbuurt en Vechtzoom nader onderzocht en met de buurtinitiatieven zijn verschillende mogelijkheden in kaart gebracht. Ten slotte is er begin van dit jaar een technische sessie georganiseerd voor de gemeenteraad om de twee onderzoeken van CE Delft (2020) en Greenvis (2021) nader toe te lichten en de conclusies te verduidelijken. Daaropvolgend is er in april van dit jaar een raadsinformatiebijeenkomst georganiseerd over lokale energie-initiatieven. Op basis van de onderzoeken van CE Delft en Greenvis hebben we aangegeven dat vanuit betaalbaarheid en duurzaamheid stadswarmte de voorkeursoplossing is. De buurtinitiatieven zijn blijven zoeken naar een alternatief voor stadswarmte. In hun zoektocht is een collectieve bodemlus nog aan de orde geweest, maar uiteindelijk hebben de buurten de oplossing met een warmtepomp verder uitgewerkt. Elke zes weken is er op ambtelijk niveau overleg met de buurtinitiatieven en één keer per kwartaal zijn ook bestuurders van gemeente, netbeheerder en Energie-U aanwezig. Vanaf het begin hebben we aangegeven dat stadswarmte de voorkeursoplossing is voor de gemeente en dat dit wordt uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma.
3/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 november 2023 11752467|20231025|BdD
Het huidige plan “Een warmtepomp voor iedereen” van de bewonersinitiatieven gaat uit van een individuele oplossing, waarbij alle deelnemende bewoners in plaats van een aansluiting op het warmtenet een warmtepomp laten installeren. De buurtinitiatieven hebben ons gevraagd om dit plan financieel te faciliteren en te ondersteunen. De keuze voor uitbreiding van het stadswarmtenet vinden wij, op grond van een aantal overwegingen, een beter antwoord op de vraag hoe we de doelstelling van Overvecht-Noord Aardgasvrij in 2030 kunnen bereiken. We kiezen er op dit moment daarom voor om ons voorkeursalternatief van stadswarmte verder uit te werken. Aangezien de buurtinitiatieven het met ons eens zijn dat de plannen niet naast elkaar kunnen bestaan, betekent dit automatisch dat de gemeentelijke financiële steun is voorbehouden aan het gemeentelijke plan. Op 9 oktober zijn de vertegenwoordigers van de buurtinitiatieven hierover geïnformeerd. De overwegingen zijn de volgende: Haalbaarheid en betaalbaarheid: we geloven dat het succes van de transitie in onze gemeente afhangt van de haalbaarheid en betaalbaarheid van het aanbod dat we aan bewoners voorleggen. Bewoners kunnen op dit moment immers alleen worden verleid om over te stappen bij een aantrekkelijk aanbod.
De Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie (Wgiw) is nog niet in werking getreden, waardoor er nog geen dwingend juridisch kader is. Als we erin slagen om de eigen bijdrage richting €0 te brengen, en de maandelijkse energielasten zijn vergelijkbaar met de huidige rekening, hebben we een aanbod waarvan we verwachten dat het overeenkomt met de wensen en behoeften van heel veel bewoners. Betaalbaarheid is een van de publieke waarden waar we vanuit de Transitievisie Warmte deel I op sturen. Belangrijk voordeel is dat voor een aansluiting op stadswarmte de woning niet op voorhand hoeft te worden geïsoleerd. De bewoner kan daar de komende twintig jaar in stapjes mee aan de slag en hoeft niet ineens een groot bedrag te investeren. Dit is een belangrijk verschil met het plan van de buurtinitiatieven, waarbij bewoners een grote investering van ordegrootte €20.000 tot 50.000 ineens moeten doen. In aanloop naar de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw) onderzoeken we hoe we toe zouden kunnen werken naar een publiekprivaat warmtebedrijf voor het warmtenet van Utrecht. Naar verwachting (het is immers nog een conceptwet) kunnen we met de Wcw meer sturing geven aan de tariefvorming. De tarieven zijn op dat moment namelijk wettelijk gebaseerd op de kosten plus een gemaximeerd rendement.
Ontzorgen: De meeste bewoners willen volledig ontzorgd worden bij de overstap naar een aardgasvrije woning. ‘Zo min mogelijk overlast en gedoe voor gebouweigenaren en gebruikers’ is ook een van de criteria uit de Transitievisie Warmte deel I voor het starten van de gebiedsgerichte aanpak. Eneco heeft de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan in dit soort ontzorgingstrajecten. Het voordeel van een woning aansluiten op stadswarmte, is dat de werkzaamheden in de woning beperkt zijn. Zeker als we kiezen voor een aanpak waardoor de werkzaamheden binnenshuis zeer worden beperkt. Onderdeel van het aanbod voor stadswarmte is de noodzakelijke overstap naar inductiekoken, waarbij bewoners, als ze dit willen, een compleet aanbod krijgen en alles wordt geregeld. Bij stadsverwarming neemt de installatie bovendien niet meer ruimte in beslag dan de cvinstallatie. Ook bij het functioneren van de installatie wordt de bewoner ontzorgd. De installatie (afleverset) blijft namelijk in eigendom bij Eneco, dus er is geen sprake van kosten die samenhangen met onderhoud of vervanging. Wel wordt een vastrecht in rekening gebracht. Schaalbaarheid: de opgave om te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving tot aan 2050 is enorm. Stadsbreed gaat het om circa 18 woningen gemiddeld per dag.
Dit vraagt om een schaalbare aanpak, waarbij woningen op een efficiënte manier overgaan op een aardgasvrije warmte-oplossing. Voor Overvecht-Noord hebben we met Eneco een professionele partner met ervaring met warmtenetprojecten, die in staat is om in hoog tempo woningen aan te sluiten. We weten vanuit de
4/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 november 2023 11752467|20231025|BdD
ervaringen bij de Vechtdijk, de Klopvaart-Zuid en het Antoniuskwartier (die niet op het warmtenet kunnen worden aangesloten en dus met een warmtepomp moeten worden verwarmd), dat dit intensieve trajecten zijn die veel tijd en capaciteit vergen. Deze capaciteit moet worden ingekocht en dat maakt dit soort trajecten kostbaar. We geloven daarom dat het uitbreiden van het warmtenet de beste manier is om de doelstellingen uit de door uw raad vastgestelde Transitievisie Warmte te halen. Netcongestie: De afgelopen jaren is netcongestie een steeds groter probleem geworden. Zoals we u recent hebben gemeld in de raadsbrief Aanvullend onderzoek transportschaarste elektriciteitsnet zal het elektriciteitsverbruik de komende jaren alleen maar verder toenemen en bestaat het risico dat ontwikkelingen op slot gezet worden. En dat betreft niet alleen de energietransitie, maar ook woningen utiliteitsbouw en andere opgaven. Het is daarom zaak om in deze context te kiezen voor ‘netbewust verwarmen’, met oplossingen die een zo beperkt mogelijk beslag leggen op het elektriciteitsnetwerk. Bijkomend voordeel van het kiezen van warmte boven elektriciteit is dat warmte lokaal wordt geproduceerd. Los van de problemen op het elektriciteitsnetwerk, willen we onze duurzame energie zoveel mogelijk binnen de eigen gemeentegrenzen opwekken.
Met warmte zien we daarvoor de potentie, maar voor elektriciteit geldt dat we dat niet binnen de eigen grenzen kunnen bewerkstelligen. Volloop: Bij een collectieve warmteoplossing, zoals een warmtenet, geldt voor de financiële haalbaarheid dat er sprake moet zijn van een minimaal aantal aansluitingen. Als de gemeente een andere warmteoplossing dan het warmtenet financieel gaat stimuleren, zouden we hiermee de voorkeursoplossing nadelig belasten. Dit leidt tot een slechter resultaat van de businesscase en daarmee tot een hogere eigen bijdrage voor de bewoners die willen aansluiten op het warmtenet. Opt-out: wanneer bewoners willen afzien van het gemeentelijk aanbod, is er een alternatief. Zij kunnen kiezen voor een alternatieve optie (opt-out), mits het alternatief ook in 2030 gerealiseerd is en het net zo duurzaam is als het aanbod voor stadswarmte. In de praktijk is de warmtepomp het enige logische individuele alternatief. Omgekeerd is er bij de, weliswaar collectief georganiseerde, individuele keuze voor een plan met een warmtepomp van de bewonersinitiatieven, geen keuze voor een collectieve oplossing zoals het stadswarmtenet mogelijk. Dan hebben bewoners dus helemaal geen keuze. We verwachten dat het aanbod voor een aansluiting op stadswarmte in Overvecht-Noord zoals we nu aan het voorbereiden zijn, aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners.
De buurtinitiatieven hebben daar voor hun buurten het plan “Een warmtepomp voor iedereen” tegenover gezet. Ze willen dit aanbod graag in samenwerking met de gemeente uitwerken en het als gelijkwaardige plan opnemen in het Uitvoeringsprogramma, inclusief financiële ondersteuning. Met de zes overwegingen zoals hierboven staan opgesomd, geven we aan waarom we uitbreiding van het stadswarmtenet beter vinden aansluiten bij de kaders uit de Transitievisie Warmte uit 2021. Dat is de reden om geen financiële steun te geven aan het plan van de buurtinitiatieven. We benadrukken het belang om uit te gaan van één hoofdalternatief waar we onze middelen op inzetten. Om dezelfde redenen nemen we het verzoek van de buurtinitiatieven voor een gezamenlijk proces ook niet over. Hiermee zou de gemeente het signaal richting bewoners geven dat we als gemeente dit initiatief vergelijkbaar achten, terwijl dat niet het geval is. Door een individuele bewoner, als invulling van de opt-out, kan dit plan worden uitgevoerd. Maar als collectief plan is het niet haalbaar binnen het gekozen uitgangspunt van Overvecht-Noord aardgasvrij in 2030 en ook niet betaalbaar voor iedereen.
5/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 november 2023 11752467|20231025|BdD
We hebben waardering voor de inzet en het enthousiasme van buurtinitiatieven. Het is echter de rol van de gemeente en ook van u als raad om stadsbrede belangen mee te wegen. Daarbij spelen. naast betaalbaarheid, onder meer snelheid, belasting van het stroomnet en beschikbaarheid van bronnen een belangrijke rol. Alternatieve scenario's Zoals gezegd is de inzet gericht op een haalbaar en betaalbaar aanbod voor iedereen. Samen met Portaal, Woonin en Eneco willen we alles op alles zetten om het warmtenet te laten slagen. Mocht het desondanks onverhoopt niet lukken om tot een haalbaar en betaalbaar aanbod te komen, dan moeten we nadenken over alternatieve scenario's. Daarom gaan we verkennen hoe alternatieve scenario's voor Overvecht-Noord eruit kunnen zien. We hebben de buurtinitiatieven uitgenodigd om hierover mee te denken. Gezien de problemen op het elektriciteitsnet gaat het hier om scenario's die niet uitsluitend uitgaan van all electric-oplossingen. De buurtinitiatieven hebben aangegeven dat ze hier open voor staan. Zodra duidelijk is dat er een noodzaak bestaat om alternatieve scenario's te ontwikkelen, zullen we uw raad daarover zo spoedig mogelijk informeren.
Vervolg In de raadsbrief van 27 juni 2023 over de brede ontwikkelingen in de Utrechtse warmtetransitie hebben we gemeld dat we het raadsvoorstel voor dit project in het eerste kwartaal van 2024 aan uw raad wilden voorleggen. De beschreven ontwikkelingen betekenen een verschuiving van het besluitvormingsproces en de projectplanning: we streven ernaar om de kaders voor een alternatief voor aardgas in Overvecht-Noord in de eerste helft van 2024 ter besluitvorming aan uw raad voor te leggen, samen met het startdocument dat in het kader van de Regeling Risicovolle Projecten wordt opgesteld. Op basis van uw besluit werken we daarna een Uitvoeringsprogramma uit. Belangrijkste voorwaarde voor het uitvoeringsprogramma is dat Portaal, Woonin, Eneco en de gemeente erin slagen om een betaalbaar aanbod te ontwikkelen. Zodra er nieuwe informatie beschikbaar komt, zullen wij u opnieuw informeren.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
6/6