Raadsbrief Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
J.W.J. van Zeijl
Datum
15 december 2020
Doorkiesnummer
030 - 2860262
Kenmerk
7169912
j.w.van.zeijl@utrecht.nl
Onderwerp
Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Groen
Geachte leden van de raad, In de raadsvergadering van 17 september jl. hebben wij toegezegd om u te informeren over de gesprekken die de recreatieschappen De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht voeren over hun eigen toekomst en daarmee ook over de toekomst van hun uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). De dagelijks besturen van de recreatieschappen hebben de betrokken raden en staten op 10 december jl. in een afzonderlijke brief geïnformeerd over de uitkomst van de gevoerde gesprekken. In deze brief lichten wij het proces, de uitkomsten en inzet vanuit Utrechts perspectief toe. Context Eind vorig jaar constateerden RMN en haar eigenaren (Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht) dat de situatie bij RMN ernstig is en dat stevig ingrijpen in de organisatie en in de uitvoering nodig is. In dit voorjaar vroeg RMN aan bureau Berenschot om te adviseren over toekomstperspectieven om deze ernstige situatie bij RMN te verhelpen (zie de brief van RMN aan uw raad van 15 juli 2020). De besturen van het recreatieschap de Stichtse Groenlanden en van het Plassenschap Loosdrecht besloten vervolgens om ook hun eigen toekomst met elkaar te bespreken alvorens een besluit over RMN te nemen. Voor Utrecht is recreëren in de omgeving van de stad belangrijk, omdat de stad weinig landelijk gebied binnen haar gemeentegrenzen heeft. Op 15 september jl.
stuurden wij u een brief over de “Transitie recreatieschappen en RMN" met een uitgebreide beschrijving van onze randvoorwaarden voor samenwerking en recreatie. Uw raad gaf in de raadsvergadering van 17 september jl. aan de nadruk te willen leggen op het gratis toegankelijk zijn van recreatieterreinen en op een efficiëntere uitvoering van de recreatietaken. Stand van zaken Dit najaar voerden de dagelijkse besturen van beide recreatieschappen twee zogenaamde dialoogsessies over de toekomst van hun samenwerking. De uitkomsten van de dialoogsessies zijn
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
15 december 2020 7169912
verwerkt in de notitie ‘Toekomstige samenwerking Recreatieschappen’ zoals op 10 december jl. aan de staten en raden is gestuurd.. Wij zetten de essenties uit de notitie voor u hieronder op een rij. In de eerste dialoogsessies benoemden de DB’s: 1. De motieven voor hun samenwerking: regionale solidariteit, efficiëntie door schaalvoordeel, risico delen over meerdere deelnemers. 2. De voorwaarden om met elkaar recreatiegebieden te beheren en te onderhouden, zoals: vanuit gebruikers denken bij het invullen van een gevarieerd aanbod, toegankelijkheid behouden voor iedereen, exploitatie van gebieden binnen grenzen optimaliseren, natuur zo mogelijk combineren met recreatie. 3. Hun nadrukkelijke wens voor de toekomst om de organisatiestructuur van de recreatieschappen en RMN ingrijpend te vereenvoudigen. De tweede dialoogsessie is georganiseerd rond de drie vragen die wij (zie ook raadsbrief "Transitie recreatieschappen en RMN") aandroegen voor de discussie: “Welke taken kunnen we beter collectief dan individueel als gemeente doen? Is er voor de uitvoering van collectieve taken een uitvoeringsorganisatie nodig of is zelf uitvoeren of uitbesteden van de collectieve taak een optie? Welke bestuurlijke sturing past het beste bij de collectief uit te voeren beheertaken?”. In de tweede dialoogsessies spraken de DB’s zich uit: 1.
Voor belangrijke taken en gebieden willen zij met elkaar willen blijven samenwerken, in de vorm van een opdrachtgevend collectief of collectieven. 2. De samenwerking kan in de vorm van één of meerdere stuurgroep(en) worden georganiseerd, met wellicht een onderliggend convenant. Een belangrijke voorwaarde voor een dergelijke samenwerking is het borgen van ‘regionale solidariteit’. Een voorbeeld van een lichtere organisatievorm is de bestuursovereenkomst voor het beheer van de Rods-gebieden (‘Recreatie om de stad’). Deze uitspraak impliceert de ontmanteling van één of beide gemeenschappelijke regelingen en het opbouwen van nieuwe collectieven. 3. Voor de uitvoering van de recreatietaken voor het Plassenschap is een centrumconstructie met de gemeente Wijdemeren denkbaar. Voor Stichtse Groenlanden kunnen beheer- en onderhoudstaken ofwel worden neergelegd bij een centrumconstructie met de provincie Utrecht ofwel bij niet-commerciële terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Stichting Erfgoed Utrecht. Voor ‘toezicht en handhaving’ kan de samenwerking met de Regionale Uitvoerings Dienst worden onderzocht. De taak ‘communicatie’ kan wellicht samen met Destinatie Management Organisaties (Visit Utrecht Region en Gooi en Vechtstreek).worden opgepakt.
De DB’s kiezen voor een koers met een nieuwe samenwerking, een vereenvoudigde opzet en een uitvoering door andere organisaties. De dagelijkse besturen van de recreatieschappen willen een nieuwe richting inslaan waarbij voor het voortbestaan van RMN als uitvoeringsorganisatie onvoldoende perspectief en draagvlak bestaat. Utrechts perspectief De richtinggevende uitspraken van de DB’s van de recreatieschappen sluiten goed aan op de gewenste inzet en randvoorwaarden die met uw raad zijn besproken. Bij een nadere uitwerking door de recreatieschappen van de richtinggevende uitspraken, hechten we aan het uitlijnen en actualiseren van de historisch gegroeide taken. Het tot stand komen van logische clusters van gebieden en taken is essentieel om eenduidige opdrachten te formuleren en om concreet overleg met potentiele opdrachtnemers te kunnen voeren. Deze uitwerking biedt Utrecht ook de mogelijkheid om de
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
15 december 2020 7169912
gemeentelijke recreatiegebieden bij deze clustervorming te betrekken. De recreatiegebieden in Utrecht zijn namelijk net als de gebieden van de recreatieschappen historisch ontstaan, met onderlinge verschillen in eigen of externe uitvoering, ligging op of buiten eigen grondgebied en wel of niet in eigendom van de gemeente. In ieder geval moet Utrecht zich buigen over een nieuwe contractnemer (nu: RMN) voor het zwemgedeelte van de Haarrijnse Plas. Een nieuwe, logische organisatie van recreatie biedt de gemeente Utrecht meer ruimte en flexibiliteit om hedendaagse coalities te vormen. Wij denken daarbij verder dan de discussie in de schappen over bestaande taken en gebieden; wat ons betreft gaat het ook om de ontwikkeling van nieuwe (recreatie)gebieden, routes en paden. De nieuwe koers voor recreatie kan ook de aanzet zijn tot een grotere betrokkenheid én verantwoordelijkheid van de provincie Utrecht bij de landschappen rondom Utrecht. Dit sluit goed aan bij onze inzet bij de ontwikkeling van de Pijler ‘Groen en Landschap’ die in het kader van het REP wordt opgesteld. De visie pleit immers voor een meer integrale benadering en programmering van de opgaven voor groen, landschap, landbouw, natuur én recreatie Vervolgstappen De besturen van de schappen vatten de uitkomsten van beide dialoogsessies samen in de Notitie Toekomstige samenwerking Recreatieschappen.
Zij willen de raden en staten eerder dan de formele besluitvorming betrekken en kozen ervoor om u alvast een reactie te vragen op hun notitie met richtinggevende besluiten over de toekomst van de schappen. De DB’s van de schappen willen meer inzicht krijgen in de gevolgen van hun richtinggevende uitspraken op de bestaande gemeenschappelijke regelingen. Zij laten ook de haalbaarheid van mogelijke, lichtere organisatievormen verkennen op aspecten als de eigendommen van de recreatieschappen, de verrekening van BTW en vanzelfsprekend op het borgen van de regionale solidariteit. Op aangeven van Utrecht stellen zij logische bundels van gebieden en taken samen en overleggen zij met mogelijke opdrachtnemers. Tenslotte zetten zij de voorbereiding van de ontmanteling van de uitvoeringsorganisatie RMN in gang door het opstellen van een zogenaamd liquidatieplan. Dit plan is ook nodig om zorgvuldig om te gaan met de belangen van de medewerkers en van de eigenaren. Vanzelfsprekend houden wij ook in deze uitwerkingsfase vast aan de inzet zoals besproken in de raadsvergadering van 17 september jl.. De planning van de schappen is om in het voorjaar van 2021 een besluit over de toekomst van RMN en de recreatieschappen voor te bereiden.
De voorziene besluiten van de algemene besturen van de recreatieschappen worden vanzelfsprekend voorgelegd aan de raden en staten, naar verwachting uiterlijk het derde kwartaal van 2021. Wij zullen de gevraagde reactie op de richtinggevende uitspraken van de recreatieschappen opstellen en in januari aan uw raad voorleggen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3