Raadsbrief Toelichting voorgestelde wijzigingen APV openlijk harddrugsgebruik en hinderlijk lachgasgebruik.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
F. Wind/J. Porton
Datum
9 mei 2023
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
11089244
fabienne.wind@utrecht.nl, j.porton@utrecht.nl
Onderwerp
Toelichting voorgestelde wijzigingen APV: openlijk harddrugsgebruik en hinderlijk lachgasgebruik
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Openbare Orde en Veiligheid
Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren wij u nader over het raadsvoorstel om bij de partiële herziening van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2023 een verbod op openlijk harddrugsgebruik op te nemen en het verbod op hinderlijk lachgasgebruik voort te zetten. 1. Zorgen over kwetsbare harddrugsgebruiker We zien op verschillende plekken in de binnenstad, maar ook in andere wijken, een toename van kwetsbare harddrugsgebruikers. Niet alleen het aantal harddrugsgebruikers is toegenomen, ook de overlast van het problematische harddrugsgebruik neemt toe. Hierbij wordt niet gedoeld op gelegenheidsgebruikers, maar op een kwetsbare groep die met excessief harddrugsgebruik hinder en overlast veroorzaakt. Ondernemers en hun personeel, omwonenden en studentenverenigingen ervaren dagelijks overlast (gebruikte naalden in de parken, intimidatie en heftige bedreigingen, stelen, vechtpartijen op straat enz..). Vorig jaar kwamen politie, handhaving, gemeente en zorgpartners samen tot een lijst van 56 mensen die veelvuldig overlast veroorzaakten door hun harddrugsgebruik. Voor deze 56 mensen is een intensieve groepsaanpak opgezet waarbij veiligheid en zorg hand in hand gaan. Ondanks deze intensieve inzet, is de groep nu gegroeid tot 122 harddrugsgebruikers, die veelvuldig in beeld zijn met betrekking tot harddrugsoverlast.
Het lukt onvoldoende om hen naar passende zorg toe te leiden. Zorgaanpak Door de zorgen over de kwetsbare harddrugsgebruikers en de hardnekkige, alsmaar toenemende overlast is sinds 2021 het overleg tussen de gemeente en zorginstellingen geïntensiveerd en is er een intensieve (groeps- en persoonsgerichte) aanpak opgestart. Onder regie van de gemeente vindt er coördinatie plaats tussen alle relevante partijen. In een gezamenlijke briefing met zorg- en veiligheidspartners wordt bepaald welke inzet nodig is. Centraal in deze aanpak staat het verhogen van de drempels om openlijk buiten harddrugs te gebruiken, en tegelijk de drempels voor gebruik binnen bij de daarvoor ingerichte voorzieningen in de stad te verlagen. Een aantal reeds genomen concrete acties zijn: - Sinds eind augustus 2022 is er meer inzet van veldwerk op overlastlocaties (vanuit Jellinek, Lister, Leger des Heils en de Stek) om personen te bewegen naar beschikbare zorg en gebruikersruimte. Veldwerkers trekken hierin samen op met politie en gemeentelijke handhavers.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
-
9 mei 2023 11089244
Ook zijn er sinds eind augustus 2022 nieuwe afspraken met hostels gemaakt over het toestaan van drugsgebruik op de kamers met meerdere personen. Sinds november 2022 is de toegang van de Stek verruimd, waardoor ook mensen met een eigen woning of verblijf in een hostel hier overdag welkom zijn. Er zijn persoonsgerichte aanpakken gestart voor mensen die actief in beeld blijven voor overlast en/of criminaliteit en bij wie de toeleiding naar zorg geen effect heeft. Voor deze personen wordt samen met zorg- en veiligheidspartners gekeken welk maatwerk nodig is. Momenteel lopen er 16 persoonsgerichte aanpakken.
Oproep zorginstellingen De zorginstellingen pleiten voor een verbod in de APV op openlijk harddrugsgebruik als onderdeel van de brede zorg- en veiligheidsaanpak (zie bijlage). Een verbod op gebruik in de openbare ruimte kan de kwetsbare harddrugsgebruiker meer naar zorg en begeleiding toe geleiden, waardoor meer bescherming kan worden geboden. Ondanks bovenstaande aanpak blijft de groep kwetsbare harddrugsgebruikers namelijk groeien. We zien en horen terug van professionals dat Utrecht een aantrekkingskracht heeft op gebruikers (en daarmee ook op dealers) van buiten de stad, omdat openlijk gebruik is toegestaan in Utrecht. Zo komen van de bovengenoemde 122 harddrugsgebruikers 52 gebruikers van buiten Utrecht. Het merendeel van de Nederlandse gemeenten kent namelijk wel een verbod op openlijk (hard)drugsgebruik.1 Een verbod op openlijk harddrugsgebruik biedt de mogelijkheid om ook de overlast van het problematische gebruik aan te pakken. Door de grote groepen harddrugsgebruikers die in de openbare ruimte samenkomen, wordt er op verschillende locaties, bijvoorbeeld op het Lucasbolwerk, de Mineurslaan en (eerder) het Hieronymusplantsoen veel overlast ervaren. De meldingen die bij gemeente en politie binnenkomen zijn zeer divers.
Het gaat om overlastgevende gedragingen, zoals intimidatie en agressie richting bewoners en ondernemers, in de nacht aanbellen bij woningen, urineren, (drugs)afval. Ook zijn er een aantal ernstige geweldsincidenten, zoals steekincidenten, geweest binnen de groep van gebruikers. Omwonenden en ondernemers van het Lucasbolwerk zien deze locatie de laatste jaren veranderen van een ‘park voor iedereen’ naar een ‘vrijstaat voor dealers en drugsverslaafden’. In een pamflet aan de gemeenteraad wordt door omwonenden, (horeca)ondernemers en studentenverenigingen ‘gepleit voor de inzet van zorg en het bieden van perspectief, gecombineerd met een gebruikersverbod op harddrugs (in de APV) in de publieke ruimte’. Verbod op openlijk harddrugsgebruik De Opiumwet verbiedt onder meer het vervaardigen, afleveren, verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van harddrugs ten behoeve van het beschermen van de volksgezondheid. In de Opiumwet wordt niet het gebruik van harddrugs strafbaar gesteld. In een APV-bepaling kan een verbod op openlijk harddrugsgebruik worden opgenomen. Om tegen het problematische harddrugsgebruik te kunnen optreden, stellen wij aan u voor om in de APV een artikel op te nemen om de drempels op openlijk gebruik buiten te verhogen en gebruikers te bewegen naar de beschikbare voorzieningen in de stad.
Ook stellen wij aan u voor het verbod op openlijk harddrugsgebruik voor de gehele gemeente te laten gelden. Een verbod dat alleen van toepassing is bij locaties waar overlast wordt ervaren, bijvoorbeeld rondom de hostels of in bepaalde wijken kan immers eenvoudig een waterbedeffect veroorzaken. Bij de aanpak voor de groep die in beeld is, is dit waterbedeffect gemerkt: de overlast verspreidde en verplaatste zich naar verschillende locaties, waaronder de Mineurslaan, (tijdelijk) het Hieronymusplantsoen en recentelijk de Van Sijpesteijntunnel. De verwachting is dat het instellen van een verbod op openlijk gebruik ook een belangrijke preventieve werking heeft en Utrecht minder aantrekkelijk maakt voor mensen die naar Utrecht komen om openlijk te gebruiken. Politie en gemeentelijke handhavers hebben de mogelijkheid om op te kunnen treden tegen excessen. Zo kan handhaving worden ingezet waar de hotspots zijn, daar waar grote groepen kwetsbare harddrugsgebruikers samenkomen en waar structurele overlast wordt ervaren in de openbare ruimte van de harddrugsgebruikers. Dit zijn over het algemeen niet de plaatsen waar gelegenheidsgebruikers zich begeven. Bij handhaving van het verbod is de eerste stap dat politie en/of gemeente altijd in gesprek gaat met de betreffende persoon en verzoekt om het gebruik naar binnen te verplaatsen. Bij herhaling kan er strafrechtelijk worden opgetreden.
1 In 2019 hadden 218 van de (toen nog) 355 gemeenten in Nederland een verbod op openlijk (hard)drugsgebruik in de APV
opgenomen. Bron: NOS “ Van de wet mag het, maar ruim 200 gemeenten verbieden drugsgebruik op straat (nos.nl)”.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
9 mei 2023 11089244
2. Lachgasverbod Vanaf 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet en daarmee is het landelijk verboden om lachgas (kort gezegd) ‘binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, verkopen, afleveren, vervoeren of aanwezig te hebben’. Het gebruik is (net als bij andere drugs) in de Opiumwet niet strafbaar gesteld. Met het landelijke verbod wordt een signaal afgegeven over de schadelijke gevolgen van lachgasgebruik en het doel is om de brede beschikbaarheid van lachgas voor recreatief gebruik terug te dringen. De politie en het Openbaar Ministerie werken aan het inrichten van de organisatie om het landelijk verbod te handhaven (denk aan extra eisen voor opslag, vervoer en vernietiging van lachgastanks en aanpassingen werkprocessen en ICT-systemen). De verwachting is dat dit op 1 juli 2023 (landelijk) gereed is. Lachgas in de APV Op verzoek van uw raad is in 2019 een expliciet lachgasverbod artikel (2:28a) opgenomen in de APV waarmee het college gebieden kan aanwijzen waar hinderlijk lachgasgebruik is verboden. Vanaf februari 2020 zijn gebieden aangewezen. In 2021 heeft het college besloten om de verbodsgebieden op het niveau van een wijk in te stellen, waarna in 2022 het aantal verbodsgebieden is uitgebreid van 4 naar 8 wijken.
Door het toevoegen van lachgas aan lijst II van de Opiumwet hoeft niet langer te worden gewerkt met het aanwijzen van gebieden en kan in de gehele gemeente een verbod op het gebruik van lachgas worden ingevoerd. De Opiumwet verbiedt wel het bezit, maar niet het gebruik van lachgas. Alleen het gebruik van lachgas kan in de APV strafbaar worden gesteld vanwege de overlast die gepaard gaat met lachgasgebruik. De huidige APV-bepaling die naast het gebruik ook het bezit van lachgas(tanks) verbiedt, volstaat daarom niet langer. Handhaving Het is op dit moment nog niet duidelijk wat het landelijk verbod voor effect heeft op de beschikbaarheid van lachgas en de overlast in de stad. Tot op heden zien we nog steeds dat bewoners regelmatig overlast ervaren door lachgasgebruik. In de eerste twee maanden van 2023 heeft de gemeente 154 meldingen ontvangen met betrekking tot lachgas. Dit zijn meldingen die gaan over gevaarlijke verkeerssituaties, overlast door personen/groepen die lachgas op dat moment gebruiken en meldingen over afval door lachgasgebruik. Om de handhaving op overlastgevend lachgasgebruik voort te kunnen zetten is een wijziging in de APV nodig.
Met de voorgestelde wijziging blijven politie én gemeentelijke boa’s bevoegd om op overlastgevend lachgasgebruik te handhaven; het wegvallen van een verbod op lachgasgebruik betekent immers dat zowel politie als boa’s niet op het gebruik kunnen handhaven. Hiermee zou de handhaving op basis van de Opiumwet volledig bij de politie komt te liggen en kan niet langer worden gehandhaafd op lachgasgebruik. Gezien de aanwezige overlast en het verzoek van de politie om hierin gezamenlijk te blijven handhaven, vinden wij het wenselijk om een verbod in de APV te continueren door de voorgestelde APV-wijziging. Op basis van meldingen en tijdens de reguliere surveillance wordt het verbod gehandhaafd in samenwerking door politie en boa’s. Preventie en verslavingszorg De veldwerkers van Jellinek Verslavingszorg bezoeken plaatsen op straat, onder andere waar jongeren samenkomen en voorzien hen van informatie over middelengebruik en de gezondheidsrisico’s. De Jellinek werkt hierin samen met lokale partijen zoals het jongerenwerk en st. Krachtwijken. Het veldwerk en het jongerenwerk hebben hierdoor ook een actueel beeld van jongeren en het gebruik van middelen zoals lachgas. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3