Raadsbrief Stand van zaken Herijking Gemeentefonds.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
J.M.W. Koolenbrander
Datum
4 februari 2021
Doorkiesnummer
030 - 28 61619
Kenmerk
8528353
a.koolenbrander@utrecht.nl
Onderwerp
Stand van zaken herijking gemeentefonds
Bijlage(n)
2
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, Zoals u weet loopt sinds 2019 het traject van de herijking van het gemeentefonds (BZK en Financiën) met als doel een nieuwe geactualiseerde en verbeterde verdeling van het gemeentefonds te bewerkstelligen. De bedoelde afronding vóór de zomer van 2020 heeft om verschillende redenen vertraging opgelopen. Gelet op de druk op de gemeentefinanciën door onder andere knelpunten in het sociale domein en de opschalingskorting, vinden wij net als de andere gemeenten dat eerst het gemeentefonds moet worden vergroot, voordat herverdeling aan de orde kan zijn. De VNG draagt dit standpunt krachtig uit. Al vóór het aftreden van het kabinet is daarom door BZK besloten de definitieve besluitvorming over de nieuwe verdeling aan een nieuw kabinet te laten. De extra tijd die hiermee ontstaat wordt benut om de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) om advies te vragen over het nieuwe verdeelmodel. Deze adviesaanvraag is op 2 februari gepubliceerd. Na dit advies zal het (aangepaste) voorstel – vermoedelijk in de tweede helft van maart – ter consultatie aan de VNG worden voorgelegd. Indien een nieuw kabinet besluit tot invoering over te gaan, zal de nieuwe verdeling op zijn vroegst per 1 januari 2023 van kracht worden.
Wij hebben u tot nu toe in cyclusdocumenten geïnformeerd over de stand van zaken en de voortgang van de herijking, het meest recent bij de Programmabegroting 2021. Het financiële risico dat de herijking van het gemeentefonds met zich meebrengt is verwerkt in het risicomodel. Inzet G4 tot nu toe Vanuit de G4 is het proces van de herijking nauwlettend gevolgd, omdat de G4 met hun vaste bedragen een bijzondere positie hebben in het verdeelmodel. Bij de start van het proces, in december 2019, hebben de colleges van de G4 gezamenlijk hun standpunt gedeeld met de fondsbeheerders. De G4 zijn uiteraard voorstander van een verdeelmodel dat middelen op basis van objectieve maatstaven verdeelt, maar de ervaring leert dat het de vraag is of alle extra uitgaven van de G4 kunnen worden geobjectiveerd. Daarnaast is gewezen op het feit dat tegenover onze hogere inkomsten ook (fors) hogere uitgaven staan. Hier dient de nieuwe verdeling rekening mee te houden. Deze lijn hebben wij in een brief naar aanleiding van het AO Financiële verhoudingen op 2 juli 2020 nogmaals onder de aandacht gebracht van de fondsbeheerders. Daarin hebben wij ook onze verwachting verduidelijkt dat het gemeentefonds integraal wordt herijkt, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken en problematiek van onze steden.
Wij benadrukten in deze brief dat een grotere omvang van het gemeentefonds daarbij noodzakelijk is, omdat verdelen van schaarste de invoering van een nieuwe verdeling zal belemmeren.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2021 8528353
Het onderzoek naar een nieuwe verdeling van het Gemeentefonds heeft in hoofdlijn plaatsgevonden langs twee sporen: sociaal domein en klassiek domein. Daarnaast is in de adviesaanvraag te lezen hoe de fondsbeheerders met de eigen inkomsten en de invoering willen omgaan. Het onderzoek naar de nieuwe verdeling van het sociaal domein is begin 2020 afgerond. De fondsbeheerders constateerden toen dat voor het nieuwe verdeelmodel voor het klassiek domein nader onderzoek noodzakelijk was. Er zijn destijds herverdeeleffecten voor het sociaal domein gepubliceerd, maar niet voor de verdeling als geheel. In september 2020 is het onderzoek naar de verdeling voor het klassiek domein afgerond. De Minister heeft beide modellen op 7 december 2020 met de Tweede Kamer gedeeld. De gehanteerde aanpak in het klassieke domein riep bij de G4 vragen op, voornamelijk over de wijze waarop met het vaste bedrag en de eigen inkomsten wordt omgegaan. Op deze punten hebben de fondsbeheerders keuzes gemaakt die invloed hebben op de verdeling, maar geen expliciete uitkomst zijn van het onderzoek. In november 2020 hebben de G4 wethouders Financiën deze punten en vragen over de onderbouwing van de objectivering van de specifieke vaste bedragen besproken met de minister van BZK. Daarbij hebben zij afgesproken, dat deze vragen en keuzes worden meegenomen in de adviesaanvraag aan de ROB.
Tegelijkertijd heeft de G4 aan onderzoeksbureau Panteia een second opinion gevraagd op de gehanteerde methoden en gemaakte keuzes. Het onderzoeksrapport en een beknopte samenvatting zijn als bijlagen bij deze brief opgenomen. Adviesaanvraag ROB en herverdeeleffecten Aan de ROB is gevraagd om de nieuwe verdeelmodellen te beoordelen. Conform de gemaakte afspraken zijn de vragen van de G4 hierin goed opgenomen. De ROB neemt deze vragen dus mee in haar beoordeling. Uiteraard deelt de G4 het onderzoeksrapport met de ROB als de achtergrond bij onze vragen. Bij de adviesaanvraag zijn ook de voorlopige herverdeeleffecten van de beoogde nieuwe verdeling voor alle gemeenten opgenomen. Op dit moment is het voorlopige beeld voor de G4 als volgt: Gemeente Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht G4 totaal
Bedrag in miljoenen euro’s -41 -42 -60 +1 -142
Bedrag per inwoner in euro’s -49 -66 -115 +4 -61
Dit zijn voorlopige herverdeeleffecten, op basis van data uit 2017. Het advies van de ROB kan voor de fondsbeheerders aanleiding zijn om andere keuzes te maken. Ook wijzigen de herverdeeleffecten als de gebruikte data wordt geactualiseerd. Gelet op de stand van zaken zijn conclusies voor de gevolgen voor de Utrechtse begroting op dit moment voorbarig. Vervolg Na publicatie van het ROB-advies stellen de fondsbeheerders een definitief verdeelvoorstel op. Dit voorstel biedt BZK vervolgens – vermoedelijk in maart 2021 – ter consultatie aan de VNG aan. De uitkomsten hiervan zijn onderdeel van de formatie van een nieuw kabinet – samen met de uitdrukkelijke wens van gemeenten voor voldoende middelen voor de uitvoering van onze taken en het wegnemen van de bestaande tekorten in het sociaal domein. Vanzelfsprekend informeren wij u opnieuw indien daartoe aanleiding is. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2/2