CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief speelveld Warmtetransitie

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 23 mei 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief speelveld Warmtetransitie4.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Dietje van Eif

Datum

24 april 2024

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

12304349/20240410/PM

E-mail

d.van.eif@utrecht.nl

Onderwerp

Speelveld warmtetransitie en voorbereidingen

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

publiek warmtebedrijf Energie en Klimaat

Geachte leden van de raad, Utrecht wil een schone en leefbare stad zijn. Daarom wekken we zoveel mogelijk schone energie op. Bijvoorbeeld met zonnepanelen op daken, windmolens, zonnevelden en warmte uit de bodem. We faciliteren oplossingen om een vol stroomnet tegen te gaan. We helpen inwoners en ondernemers met energie besparen en stappen buurt voor buurt over op aardgasvrij koken en verwarmen. Zo blijft Utrecht een prettige en gezonde stad voor iedereen, nu en in de toekomst. In deze brief nemen we uw raad mee in de ontwikkelingen van de warmtetransitie, die de laatste tijd in onze en andere gemeenten volop in de belangstelling staan. Op 4 april jl. informeerden we u over de impasse in Overvecht-Noord en dat het ons niet gelukt is om tot een haalbaar aanbod voor de inwoners daar te komen. Eerder, op 12 maart 2024 informeerden we uw raad al over de reactie van Eneco op onze vraag over samenwerking in een warmtebedrijf en dat we concluderen dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om op korte termijn in overleg te treden met Eneco over een publiek-private samenwerking. Ook landelijk staat de media vol met berichtgeving over de (niet-) betaalbare overstap naar warmtenetten; minister Jetten kwam onder andere met een spoedwet en de Tweede Kamer vraagt om waarborgen voor betaalbaarheid voor consumenten in de nieuwe wetgeving. Kortom, de transitie is in volle gang.

We gaan in deze brief als eerste in op het snel veranderende speelveld van warmte en hoe we daar als gemeente actief mee aan de slag zijn. Hiermee geven we onder meer verdere invulling aan de toezegging van 3 juni 2021 over de rol van de gemeente, warmtebedrijf en bewoners bij warmtenetten en de toezegging in de commissie EDVW van 23 november 2023 om een toelichting hoe te komen tot een ‘toegankelijk speelveld voor buurtinitiatieven’ te verbreden naar een reflectie op (de samenhang van) de rol van de overheid, de rol van de markt en de rol van bewonersinitiatieven.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

Hoe is het nu geregeld? In het speelveld van warmte tot nu toe, onderscheidden we grofweg drie rollen: • van de markt • van de overheid • van afnemers van warmte (bewoners en bedrijven). In Utrecht hebben we met het historische warmtenet een grote aanbieder van stadswarmte. In Utrecht en Nieuwegein zijn ongeveer 60.000 huishoudens aangesloten op het stadswarmtenet van Eneco. In de samenwerkingsovereenkomst hebben wij met Eneco afspraken gemaakt over de verduurzaming van de stadswarmte, maar we hebben geen basis om (privaatrechtelijke) afspraken met Eneco te maken over tarieven. In Utrecht heeft Eneco voor het stadswarmtenet geen concessie of andersoortige overeenkomst. De publiekrechtelijke rol voor de gemeente Utrecht beperkt zich tot die van vergunningverlener voor het gebruik van de ondergrond. De ACM stelt jaarlijks de tarieven vast voor het jaar daarna en houdt toezicht op de maximumtarieven. De rol van bewoners en bedrijven is er vooral één van consument/afnemer van warmte. Speelveld in beweging Sinds de afspraken in het Klimaatakkoord, groeit de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente in de verduurzamingsopgave van de gebouwde omgeving; als gemeente krijgen we de zogenaamde regierol. Vanuit het Klimaatakkoord kregen alle gemeenten de opdracht om een Transitievisie Warmte (TVW) op te stellen.

In 2021 heeft uw raad de TVW van Utrecht vastgesteld (deel I en deel II), waarin staat wanneer we in welke buurten aan de slag gaan met de overstap naar duurzame warmteoplossingen. Met de TVW heeft uw raad een aantal publieke waarden vastgesteld voor de warmtetransitie: betaalbaarheid, betrouwbaarheid, transparant en de aanvullende waarden open net en keuzevrijheid. Het Klimaatakkoord geeft aan dat het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten de voorkeur heeft. De Transitievisie Warmte I en II, met de publieke waarden, de resultaten van het onderzoek naar maatschappelijke kosten (tegenwoordig ook wel nationale kosten genoemd) en eindgebruikerskosten, waren voor ons het startpunt voor de Buurtaanpak aardgasvrij en daarmee richtinggevend voor blok 1. Onderdeel van deze aanpak is het vinden van een aanbieder van duurzame warmte, die voor iedereen een haalbaar en betaalbaar aanbod kan doen. Met de Buurtaanpak aardgasvrij zijn we inmiddels in verschillende buurten van blok 1 gestart. De TVW en de Buurtaanpak aardgasvrij zijn gemaakt met het speelveld en marktordening, zoals we die op dat moment kenden. Verandering in het speelveld De regierol voor de gemeente is nodig om elke inwoner en ondernemer stap voor stap klaar te maken voor de overstap naar duurzame warmteoplossingen. Om dat goed te kunnen doen, wordt er door het Rijk gewerkt aan nieuwe wetgeving.

Deze nieuwe wetten zorgen voor verschuivingen in het speelveld. In het kort gaat het om de volgende wetten: De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw, per 1/1/2025), in combinatie met de Omgevingswet, zijn de wetten die er voor zorgen dat: • gemeenten de plicht hebben om een Warmteprogramma (voorheen TVW) vast te stellen. • gemeenten het moment kunnen vaststellen dat buurten van het gas af gaan. De Wet collectieve warmte (Wcw, per 1/7/2025) is de wet die er voor zorgt dat: • klein- en grootverbruikers worden beschermd tegen te hoge tarieven.

2/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

• • •

24 april 2024 12304349/20240410/PM

de duurzaamheidseisen aan warmtenetten worden verankerd. warmtebedrijven (op termijn) voor een merendeel in handen komen van de overheid. gemeenten een warmtebedrijf of warmtegemeenschap aan kunnen wijzen voor realisatie van een collectief warmtesysteem.

Vanuit Europese wetgeving en in Nederland via de Energiewet: • krijgen Energiegemeenschappen (w.o. warmtegemeenschappen conform de Wcw) een stevigere positie in het speelveld van de energietransitie. De wetgeving is nog niet definitief en we moeten er ook rekening mee houden dat deze er mogelijk niet of slechts deels of in aangepaste vorm komt. We hebben de Wgiw nodig om buurten af te kunnen sluiten van het gas. We streven naar een breed draagvlak, maar zijn ons er van bewust dat we instrumenten nodig hebben om de laatste groep afnemers ook te kunnen afsluiten. Dit om te voorkomen dat we onevenredig veel moeten blijven investeren in de aardgasinfrastructuur. De Wcw helpt om de bovengenoemde vier doelen van deze wet te realiseren. Tegelijkertijd zien we in andere gemeenten dat het ook aardig lukt om deze doelen te bereiken met een publiek warmtebedrijf dat zonder formele aanwijzingen aan de slag gaat, op basis van een ambitieuze en uitvoerbare opdracht van de aandeelhouders. Dit gebeurt in Nederland nu op verschillende manieren: in Delft is net door verschillende partijen en de gemeente een overeenkomst gesloten met warmtenetwerkbedrijf NetVerder, een dochter van Stedin. Purmerend kent al langer een publiek warmtebedrijf: Stadsverwarming Purmerend (SVP) dat een lokaal warmtebedrijf is met de gemeente als 100% aandeelhouder.

HVC is op diverse plekken in het land actief en heeft 52 gemeenten en 8 waterschappen als aandeelhouders. Gelderland is de eerste provincie die een warmte-infrabedrijf is opgestart. Ook veel andere gemeenten (bijvoorbeeld Eindhoven) hebben inmiddels een eigen bedrijf opgericht of oriënteren zich daarop. Om te horen en door te praten over wat er nodig is bij de oprichting van een publiek warmtebedrijf, vindt er op 15 mei a.s. een werkbezoek plaats naar de gemeenten Groningen en Deventer die elk op eigen wijze een publiek warmtenet vormgeven. Ook vanuit de techniek zien we een verschuiving naar een meer decentraal en integraal energiesysteem In de raadsbrief ‘Sturen met onzekerheden’ van 21 november 2023 beschreven we dat er verschillende aanleidingen zijn waarom we de actualisatie van het Warmteprogramma zijn gestart. Eén van de belangrijke redenen is dat het aantal bronnen van hoge temperatuur (bijvoorbeeld restwarmte, geothermie en biomassa) schaarser is dan eerder gedacht. De belangrijkste warmtebron voor de toekomst is (duurzame) elektriciteit. Deze bron leent zich het beste om ingezet te worden voor de productie van lage temperatuur warmte met warmtepompen. Dat is efficiënter. Warmtepompen kunnen relatief goed lokaal en kleinschalig ingezet worden, waardoor er minder verliezen optreden door transport van warmte over grotere afstand.

Collectieve warmtepompen laten zich ook goed combineren met lokale opslag van warmte en integratie met elektriciteitssystemen. In de toekomst is er meer mogelijk voor samenhangende systemen van besparen, warmte, elektriciteit en mobiliteit, die mogelijk ook lokaal beheerd moeten worden. De uitrol en het beheer van integrale energiesystemen is een nieuwe rol die formeel nog nergens is belegd. Actieve rol van de overheid Op 21 oktober 2023 maakte minister Jetten zijn voornemen bekend dat gemeenten alleen warmtebedrijven voor een nieuw warmtekavel kunnen aanwijzen waarbij de infrastructuur in handen is

3/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

van publieke partijen of waarbij publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf doorslaggevende zeggenschap hebben over de infrastructuur. Op 17 mei 2023 bent u geïnformeerd over het collegebesluit om verkennende gesprekken met Eneco te voeren met als doel het oprichten van een publiek-privaat warmtebedrijf. Deze gesprekken waren lastig, omdat Eneco zich niet kan vinden in de conceptteksten van de Wcw. Op 28 november 2023 hebben wij Eneco een brief gestuurd met onder andere de vraag of Eneco de intentie heeft om te participeren in een publiek-privaat warmtebedrijf, op basis van de concept Wcw. Op 12 maart 2024 hebben wij u geïnformeerd over de reactie van Eneco op deze brief. Op basis van de reactie van Eneco concluderen wij dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om op korte termijn in overleg te treden met Eneco over een publiek-private samenwerking. Voorbereiding voor de oprichting van een publiek warmtebedrijf Het is van belang dat de warmtetransitie doorgaat, daarbij hebben we warmtenetten nodig. Daarom is het voor de gemeente Utrecht belangrijk dat we beschikken over een warmtebedrijf, die de publieke waarden, zoals vastgesteld in de TVW, kan borgen. Dat bedrijf is er nu niet en daarom hebben wij besloten om een raadsvoorstel voor het oprichten van een publiek warmtebedrijf voor te bereiden.

Dit bedrijf wordt dan eigenaar van (nieuwe) collectieve warmtesystemen in de stad. Het is onze intentie dat dit bedrijf verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van nieuwe collectieve warmtesystemen voor de bestaande bouw en nieuwbouw. Met het besluit om een publiek warmtebedrijf op te bouwen, gaan veel keuzes gepaard. Denk aan de precieze juridische vormgeving, of en hoe we hierin samenwerken met andere publieke partijen, hoe we met een competente warmte-exploitant gaan samenwerken, hoe we risico’s en investeringen organiseren, hoe breed het takenpakket is (alleen infra en levering, of ook bronnen, en eventueel andere rollen in de energietransitie). Op deze en vele andere afwegingen komen we in het vierde kwartaal van 2024 terug als wij uw raad een voorstel voorleggen over de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Hierover treden we in overleg met andere publieke partijen en met bewonersinitiatieven. Bij het raadsvoorstel wordt ook duidelijk welke activiteiten het warmtebedrijf kan en mag uitvoeren met het oog op integrale energiesystemen. Er is dus nog veel uit te werken. De rol van bewoners(-initiatieven) De warmtetransitie raakt natuurlijk ook de bewoners en ondernemers van de stad. Daarmee is de warmtetransitie ook een sociale transitie.

Bewoners en ondernemers doen steeds vaker actief mee in de discussies over en onderzoeken naar warmteoplossingen in hun buurt. Vaak georganiseerd in bewonersinitiatieven en energiecoöperaties geven deze partijen aan zich vrijwillig te willen inzetten om de overgang naar een duurzame stad succesvol te laten zijn. Bewoners geven aan zeggenschap en mede-eigenaarschap in de warmtetransitie samen met de gemeente te willen vormgeven. De afgelopen jaren zijn er in Utrecht meerdere bewonersinitiatieven (zie kader hieronder) ontstaan die aangeven mee te willen denken over warmteoplossingen in hun buurt. We merken dat de drijfveren van deze bewonersinitiatieven verschillend zijn. Voor sommigen is het initiatief ontstaan vanuit betrokkenheid en hun zorgen bij het slagen van de energietransitie, anderen hebben twijfels bij het huidige systeem, weer andere initiatieven hebben het over zeggenschap en zelfs eigendom. Naast de verschillende drijfveren, zien we ook een onderscheid in de scope van de initiatieven in welke doelen ze nastreven en in de organisatiegraad. De verschillende verschijningen van initiatieven, vragen van ons een gedifferentieerde aanpak.

4/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

Ervaringen met buurtinitiatieven in Overvecht-Noord Ons voornemen om aan de slag te gaan met het onderzoek in Overvecht-Noord om van het aardgas te gaan, heeft geleid tot verschillende bewonersinitiatieven die zelf ook aan de slag wilden gaan. De gemeente heeft de afgelopen jaren in Overvecht-Noord samengewerkt met de twee buurtinitiatieven: Nieuwe Energie voor de Vechtzoom en Klopvaart Aardgasvrij. Deze initiatieven hebben een belangrijke rol gekregen in de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd naar de meest geschikte warmteoplossing. De belangen van de gemeente en de buurtinitiatieven zijn in grote mate gelijk. Allebei vinden we betaalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid belangrijk. Uiteindelijk hebben wij geen steun gegeven aan deze bewonersinitiatieven, omdat wij op dat moment kozen voor het alternatief (voor aardgas) met de laagste maatschappelijke kosten voor de wijk als geheel: aansluiting op stadswarmte. Helaas blijkt het plan dat we met Eneco de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, niet uitvoerbaar te zijn. Nu moeten we zoeken naar een andere haalbare alternatieven voor de hele wijk en daarover treden we graag wederom in overleg met bewoners. Een nieuwe start in een gewijzigd speelveld. Wettelijke positie van energiegemeenschappen Energiegemeenschappen (w.o.

warmtegemeenschappen en energiecoöperaties) krijgen vanuit de Europese wetgeving positie in het speelveld van de energietransitie. In Nederland wordt dit nu in de Energiewet geregeld. In de concept Wcw krijgen warmtegemeenschappen de mogelijkheid om als een buurt zelf een warmtenet te ontwikkelen en/of te exploiteren. Een warmtegemeenschap is conform de Wcw een juridische entiteit die: • ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders actief is als warmtebedrijf; • als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is; • niet is gericht op het maken van winst, • gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebron en • een open en vrijwillige participatie heeft (recht om gemeenschap te verlaten). Rol van de gemeente verschuift Gedurende de voorbereidingen van de oprichting van een publiek warmtebedrijf, kunnen de bewonersinitiatieven uitvinden wat hun rol in het speelveld van warmte kan zijn; willen ze een warmtegemeenschap worden of op een andere manier hun invloed uitoefenen? Elke rol vraagt om een andere manier van ondersteuning door of samenwerking met de gemeente. Voor een deel van de initiatieven hebben we de ondersteuning op orde.

Zo hebben we een vast contactpersoon, faciliteren we bijeenkomsten om de opgave toe te lichten, en organiseren we een Community of Practice (CoP) waarin de buurtinitiatieven hun ervaringen delen en samen kennis ontwikkelen. In de samenwerking met buurtinitiatieven afgelopen jaren, kwamen al verschillende dilemma’s en vragen aan de orde. De initiatieven hebben zelf in februari 2021 in ‘Bijdragen aan warmtetransitie – manifest Utrechtse Buurtinitiatieven’ aandacht gevraagd voor invloed en zeggenschap van bewonersinitiatieven in de warmtetransitie. In de gesprekken die hierop volgden hebben we het bijvoorbeeld gehad over representativiteit in de buurt: hoe ziet het draagvlak eruit, zijn er misschien nog ander initiatieven in de buurt en is dit het initiatief dat door de buurt gedragen is en wat is dan ‘de buurt’? We hebben het ook gehad over continuïteit: wat komt er bij kijken om een warmtebedrijf te exploiteren, welke verantwoordelijkheid brengt dat met zich mee? De laatste tijd hebben wel het gehad over organisatiestructuren: wie is er eigenaar en hoe zorgt die voor financiering, hoe worden beslissingen genomen en welke verantwoordelijkheid hoort daar bij? In de gesprekken met

5/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

bewonersinitiatieven benadrukken wij onze verantwoordelijkheid voor energierechtvaardigheid en de borging van eerder genoemde publieke waarden voor de warmtetransitie. De gesprekken zijn goed en constructief en wij willen de buurtinitiatieven de door hun gevraagde opgroeiruimte bieden om een . volwaardige partner te worden in de warmtetransitie. Vanuit het ministerie van Economische Zaken wordt er gewerkt aan een fonds om coöperatieve warmtenetten op te laten groeien. Dit fonds is ondergebracht bij het Nationaal Groenfonds en wordt beheerd door EnergieSamen. Ook de provincie Utrecht ontwikkelt instrumentarium voor de ondersteuning van buurtinitiatieven. Plek van bewonersinitiatieven in publiek warmtebedrijf Met een publiek warmtebedrijf nemen we een actieve positie in het speelveld in; dat kan in samenwerking met bewonersinitiatieven. Over de vorm van die samenwerking willen we de komende periode in gesprek met bewonersinitiatieven. Uit eerdere gesprekken met drie bewonersinitiatieven (Oog voor Warmte, Warm Lunetten en Griftstroom), Energie-U en EnergieSamen bleek dat de buurtinitiatieven nog geen duidelijk beeld hebben bij de verantwoordelijkheden die een warmtegemeenschap in de Wcw kan krijgen.

De genoemde partijen zijn enthousiast over het idee om samen met ons te verkennen wat het betekent om in een publiek warmtebedrijf te stappen, waarin ze de ruimte krijgen om een steeds grotere rol in te vullen (‘in te groeien’). Het is nodig om gezamenlijk te verkennen hoe we de samenwerking vorm zouden kunnen geven en welke consequenties dit heeft. Waar we bij bewonersinitiatieven bij opwek van schone energie de taken en verantwoordelijkheden inmiddels aardig kennen, zijn die voor buurtinitiatieven bij de warmtetransitie nog veel minder helder. In Nederland zijn er ook nog weinig voorbeelden van succesvolle buurtinitiatieven die als volwaardig warmtebedrijf in een buurt verantwoordelijk zijn voor de realisatie, de exploitatie en het beheer van een warmtesysteem.

6/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

De samenwerking met drie initiatieven in Utrecht uitgelicht Energiecoöperatie Oog voor Warmte: De Energiecoöperatie werkt samen met de gemeente aan de 1e fase van de Buurtaanpak aardgasvrij. We organiseren samen met hen bijeenkomsten over het aardgasvrij worden van Oog in Al en doen (en financieren) samen het haalbaarheidsonderzoek van de verschillende alternatieven voor aardgas in de buurt. Bijna één derde van de 1500 huishoudens in de buurt Oog in Al is ondertussen betalend lid of vriend van de Buurtcoöperatie. In de volgende fase wordt een projectleider/ adviseur ingezet om Oog voor Warmte te helpen bij de eerste stappen in de ontwikkelfase. Het binnenhalen van subsidie maakt daar onderdeel van uit. De projectleider wordt deels gefinancierd door de gemeente. Energiecoöperatie Griftstroom: de wijk Noordoost heeft het hoogste aantal buurtinitiatieven energie en warmte van alle wijken in Utrecht. Zij hebben zich verenigd in de Energiecoöperatie Griftstroom. Met gezamenlijke ervaring, expertise en netwerken in de wijk startten zij in januari 2024 met het traject om te komen tot een gedeelde energievisie voor alle buurten van Noordoost. Vanuit de gemeente zijn we inhoudelijk aangesloten en hebben we middelen beschikbaar gesteld voor een projectleider om het proces te begeleiden in de wijk.

Voor de drie buurten in Noordoost die in Blok 1 liggen, is dit onderdeel van de 1e fase van de buurtaanpak. Interessant is dat de scope van de Energievisie niet alleen Warmte is, maar een combinatie van elektriciteit, warmte en besparen. Warm Lunetten: Lunetten is een goed georganiseerde buurt in Utrecht en heeft een brede wijkcoöperatie die ondertussen zo’n vijf jaar succesvol opereert. Warm Lunetten is één van de onderdelen van de Wijkcoöperatie en is ontstaan vanuit het Lunettense warmte-initiatief Expeditie Tirol (3e plek in Expeditie Warmte). In de samenwerking met de gemeente delen we de uitkomsten van onderzoeken over technische en economische alternatieven in de wijk. Warm Lunetten doet met het prijzengeld dat ze gewonnen hebben tijdens Expeditie Tirol een bronnenstudie in de wijk die aanvullend is op de onderzoeken van de gemeente.

Bij de besluitvorming over de daadwerkelijke oprichting van een publiek warmtebedrijf, zullen we uw raad ook een besluit voorleggen over hoe de samenwerking met bewoners(initiatieven) en andere publieke partijen eruit gaat zien. Samenwerking kan de vorm hebben van een deelneming, maar dat hoeft niet persé. Ook geven wij dan aan welke activiteiten binnen het publieke warmtebedrijf plaatsvinden en welke diensten het publieke warmtebedrijf gaat inkopen bij private partijen. Kaders voor de samenwerking met bewonersinitiatieven willen we nu nog niet vaststellen, maar in de komende gesprekken met bewoners hierover, zullen we de volgende publieke belangen benadrukken: - Bij het aanbod van warmte in een buurt heeft de gemeente altijd een rol, omdat alleen de gemeente het belang van alle (toekomstige) bewoners van een buurt kan vertegenwoordigen. Daarin neemt de gemeente ook het stedelijk en bovenstedelijk belang mee. - Aan bewoners gunnen we opgroeiruimte voor wat betreft hun deelneming/zeggenschap in een publiek warmtebedrijf. - Eventuele verdeling van schaarse bronnen is een publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de gemeente.

7/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

Vooralsnog zijn wij niet voornemens om warmtegemeenschappen te ondersteunen die niet samen willen werken met een publiek warmtebedrijf. Met de hiervoor geschetste aanpak houden we ons aan het vertrekpunt dat is vastgesteld in de Transitievisie Warmte (deel II p40): …het lokale initiatief mag er niet toe leiden dat oplossingen in andere gebieden onmogelijk of onevenredig duur worden. We stimuleren een constructieve samenwerking tussen bewonersinitiatief en gemeente. Hierbij bekijken we of het buurtinitiatief een goed alternatief biedt aan alle bewoners in de buurt, ook aan hen die geen lid zijn van het betreffende initiatief. Het initiatief moet minimaal zo goed zijn als via de reguliere buurtaanpak onder regie van de gemeente. Het bewonersinitiatief toetsen we aan dezelfde uitgangspunten als de uitwerkingen uit de gemeentelijke wijkaanpak…. Kaveltoewijzing en socialiseren van tarieven De meest gestelde vragen over warmtenetten, gaan op dit moment over de betaalbaarheid voor iedereen, vooral of er dan verschillen gaan ontstaan in tarieven tussen de verschillende systemen in de stad en of het mogelijk is om die verschillen te socialiseren. Op basis van de voorliggende concept regelgeving zijn voorzichtige conclusies te trekken. Echter als de Wcw niet wordt aangenomen, zullen we hier opnieuw naar moeten kijken.

In de concept Wcw, is straks binnen een warmtekavel een warmtebedrijf verantwoordelijk voor het aanbod en geldt één tarief. De totstandkoming van tarieven wordt wettelijk gereguleerd via de kostprijs-plusmethode. Hoe deze in de praktijk precies gaat werken, is nog niet bekend. Binnen een kavel lijkt het dus mogelijk prijzen onderling te vereffenen. De oplossing 'één groot kavel voor heel Utrecht’ is echter niet mogelijk; de eisen die in de Wcw worden gesteld aan een voorlopig kavelplan zijn dusdanig hoog, dat dit niet uitvoerbaar is. Er lijken dus verschillen te gaan ontstaan, tussen de verschillende kavels. Of het straks mogelijk is dat eenzelfde aanbieder in verschillende kavels de tarieven onderling mag vereffenen, blijkt nu nog niet duidelijk uit de conceptteksten. Consequenties voor de Buurtaanpak aardgasvrij De verschuivingen van rollen en verantwoordelijkheden heeft ook invloed op de Buurtaanpak aardgasvrij. De Buurtaanpak aardgasvrij heeft als uitgangspunt het opstellen van een uitvoeringsprogramma, met als belangrijk onderdeel een aanbod van een warmtebedrijf dat past bij onze publieke waarden. Nu de samenwerking met Eneco over de uitbreiding van het stadswarmtenet in Overvecht-Noord is beëindigd, willen we de rol van het huidige stadswarmtenet heroverwegen.

Belangrijke vraag is welke ruimte we Eneco nog kunnen én willen geven in een (kleinschaliger) aanpak om woningen aan te sluiten op het bestaande net. Conclusies van deze heroverweging zullen terugkomen in het nog op te stellen Warmteprogramma (i.c. herijking van de Transitievisie Warmte). Ondanks deze onzekerheden is er volop reden om door te gaan met een gebiedsgerichte aanpak. We blijven onderzoeken welke duurzame alternatieven het meest geschikt zijn. Met deze informatie kan een publiek warmtebedrijf werken aan een (publiek) aanbod van warmte. Ondertussen blijft het van groot belang dat de wetgeving op orde komt en vooral dat er een passende tariefstructuur komt die ervoor zorgt dat de alternatieven voor aardgas goedkoper zijn dan aardgas.

8/9

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 april 2024 12304349/20240410/PM

Verwachtingen voor de komende tijd Komende maanden werken we onder andere aan de volgende zaken: - De impact van de verschillende ontwikkelingen op de Buurtaanpak aardgasvrij - Een raadsvoorstel voor de oprichting van een publiek warmtebedrijf (Q4 2024) - Actualisatie Warmteprogramma In deze brief hebben we een overzicht geschetst van het veranderende speelveld van warmte, hoe de verschillende rollen op dat speelveld aan het verschuiven zijn en welke onzekerheden dat met zich meebrengt. In alle gesprekken die we voeren, merken we dat het complex is, en dat er voorlopig nog veel vragen zijn. De warmtetransitie heeft in die zin ook het karakter van een ontdekkingstocht. We gaan hier graag met uw raad over in gesprek, mogelijk al in de RIB van 14 mei. Ook zien we u graag tijdens het werkbezoek aan de warmtebedrijven in Deventer en Groningen op 15 mei aanstaande.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c4fed2a8-13b5-4e82-bd99-1abe1aa9d8fe