CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief Resultaten juridisch onderzoek Islamitische begraafplaats.pdf

Raadsinformatiebijeenkomst 20 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Resultaten juridisch onderzoek Islamitische begraafplaats1.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Martijn van Randwijk

Datum

9 april 2021

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

8700539

E-mail

Martijn.van.randwijk@utrecht.nl

Onderwerp

Resultaten juridisch onderzoek Islamitische begraafplaats

Bijlage(n)

1

Beleidsveld

Openbare ruimte

Geachte leden van de raad, Op 2 december 2020 hebben wij uw raad schriftelijk geïnformeerd over het onderzoek naar de haalbaarheid van een Islamitische begraafplaats in Utrecht. We hebben u daarbij de Startnotitie Islamitische begraafplaats aangeboden. We hebben u toen ook toegezegd dat wij u in maart 2021 zullen informeren over de resultaten van een uit te voeren juridisch onderzoek. Met enige vertraging bieden wij u hierbij deze informatie over het juridisch onderzoek en over het vervolgproces aan. Behoefte aan Islamitische begraafplaats Binnen de Utrechtse moslimgemeenschap is de behoefte aan een eigen (particuliere) Islamitische begraafplaats groot. De behoefte is er al lang en deze is door de strenge coronamaatregelen, waarbij repatriëring naar land van herkomst niet altijd mogelijk is, toegenomen. Sinds de behandeling van actuele motie M91 Een Islamitische begraafplaats met eeuwige grafrust in Utrecht doorlopen wij een intensief proces om een Islamitische begraafplaats in Utrecht te helpen realiseren. Een eigen begraafplaats stelt moslims in de gelegenheid om de overledenen zo veel mogelijk volgens eigen traditie in de ‘thuisgemeente’ te begraven.

Startnotitie In onze brief van 2 december 2020 meldden wij u dat wij, gezien de geschetste behoefte, het maatschappelijk draagvlak en de daarvoor geschikte locatie op een deel van begraafplaats Tolsteeg, de totstandkoming van een Islamitische begraafplaats in Utrecht kansrijk vinden. Er is sprake van twee tot nog toe afzonderlijk optredende initiatiefnemers. Dat zijn stichting BIBIN en een samenwerkingsverband van Utrechtse moskeeën (SMUO) met partners. Beide partijen hebben ons in de verkenningsfase in 2020 ter onderbouwing van hun afzonderlijke initiatief documenten aangeboden. Deze zijn als bijlagen in de Startnotitie opgenomen. Uit deze documenten blijkt dat er nog geen sprake is van gedetailleerd uitgewerkte plannen. Dat was ook niet mogelijk, omdat ten tijde van het opstellen van die documenten bijvoorbeeld de beoogde locatie op Tolsteeg nog niet aan de orde was. Daarnaast hebben we geconstateerd dat het noodzakelijk is om de juridische mogelijkheden verder te onderzoeken. Het realiseren van een begraafplaats vraagt namelijk om een zorgvuldig proces. In de raadsbrief van 2 december 2020 hebben wij uw raad geïnformeerd dat we

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 april 2021 8700539

daarom als vervolgstap op de door ons college vastgestelde Startnotitie een juridisch onderzoek zullen uitvoeren. Dit juridisch onderzoek is begin 2021 uitgevoerd. Als bijlage bij deze brief treft u het resultaat van dat onderzoek aan: de ‘Notitie Advies met betrekking tot uitgifte begraafplaats’ van 15 maart 2021. De voorkeurslocatie voor een beschikbaar deel op begraafplaats Tolsteeg is overigens ongewijzigd. Hieronder informeren wij u op hoofdlijnen over de resultaten van het juridisch onderzoek en over de verdere procedure. Belangrijkste conclusies van het juridisch onderzoek Het juridisch onderzoek bevestigt dat het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet op de lijkbezorging (hierna: Wlb). De Wlb is een wet uit 1869. De wet is sindsdien enkele malen uitgebreid en geactualiseerd, maar ongewijzigd is dat de wet vanaf het begin aan alle kerkgenootschappen, of een samenwerkingsverband van kerkgenootschappen, een specifiek recht toekent. De wetgever biedt een kerkgenootschap een recht op het hebben van een eigen (particuliere) begraafplaats voor eigen rekening en risico óf de mogelijkheid om aan de gemeente een verzoek te doen om een deel van de gemeentelijke begraafplaats ter beschikking te stellen. Het is aan het kerkgenootschap zelf om te bepalen welke keuze het maakt.

Een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon (niet zijnde een kerkgenootschap) heeft het genoemde recht niet, maar kan wel bij de gemeenteraad een verzoek indienen om te kunnen beschikken over een eigen begraafplaats. Hieronder is de procedure op basis van de Wlb nader benoemd. Voor de details verwijzen wij u graag naar de bijlage bij deze brief.  Als een kerkgenootschap aan de gemeenteraad te kennen geeft aanspraak te willen maken op haar recht op een kerkelijke begraafplaats, dan staat de Wlb niet toe dat het kerkgenootschap voor het kunnen verkrijgen van haar grondpositie hiervoor moet concurreren, door bijvoorbeeld een biedingsproces, met een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon (niet zijnde een kerkgenootschap). Dit recht is opgenomen in artikel 38 van de Wlb.  De gemeenteraad wijst de grond aan voor gebruik als bijzondere, kerkelijke, begraafplaats. Dit is opgenomen in artikel 40, lid 1, van de Wlb. Als een kerkgenootschap conform artikel 38 haar eigen begraafplaats wenst maar niet over de hiervoor benodigde grond beschikt, dan draagt het college op verzoek van het kerkgenootschap ervoor zorg dat het kerkgenootschap onder redelijke voorwaarden de vereiste grond kan verwerven. Dit is opgenomen in artikel 40, lid 3, van de Wlb.

 Als het kerkgenootschap geen gebruik maakt van het recht volgens artikel 38, dan kan het aan het college verzoeken om een deel van een gemeentelijke begraafplaats te gebruiken. Op dat af te scheiden deel kunnen dan de leden van het kerkgenootschap bij elkaar worden begraven, maar de gemeente blijft belast met het beheer, het onderhoud en de administratie. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 39 van de Wlb. De genoemde procedure en het daaraan gekoppelde tijdspad kunnen worden beïnvloed door een eventuele beroepsprocedure tegen de college- en raadsbesluiten. De stappen in deze beroepsprocedure zijn respectievelijk bij gedeputeerde staten (GS), bij de bestuursrechter tegen het besluit van GS en hoger beroep bij de Raad van State. De Wlb stelt dat een raadsbesluit en/of collegebesluit niet in werking treedt zolang de beroepsprocedure loopt. De besluiten treden dus pas in werking als zij onherroepelijk zijn.

Verdere procedure

2/3

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

9 april 2021 8700539

Voordat wij deze raadsbrief stuurden hebben wij de twee initiatiefnemers geïnformeerd over de resultaten van het juridisch onderzoek en het vervolgproces. Wij hebben de twee initiatiefnemers daarbij nogmaals verzocht de mogelijkheden van onderlinge samenwerking te verkennen. Per slot van rekening is er een gezamenlijk maatschappelijk belang en is er een mogelijke locatie beschikbaar. Het is nu aan de initiatiefnemers zelf om te bepalen of zij afzonderlijk of gezamenlijk een beroep kunnen en willen doen op de Wlb en zo ja, welke keuzes ze dan maken als bedoeld in de artikelen 38, 39 en 40 van de Wlb. We zullen hen daarbij zo nodig in de gelegenheid stellen om het verzoek aan ons te verduidelijken. Wij verwachten dat wij uw raad in de zomer van 2021 nader kunnen informeren en u daarbij op basis van (een) verzoek(en) een raadsvoorstel kunnen aanbieden om te komen tot de exploitant en de realisatie van de Islamitische begraafplaats in onze gemeente.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ce65452b-1a7a-45ad-bc08-d4a2f4be3bf8