Raadsbrief Reactie op de vragen Cie S&R van 2 september 2021 over de plannen MWKZ (1).pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
S.J. van Asperdt- Koren
Datum
17 september 2021
Doorkiesnummer
030 - 28 64988
Kenmerk
7103312/210917
s.van.asperdt@utrecht.nl
Onderwerp
Reactie op de vragen uit de commissie S&R van 2 september 2021 over de plannen voor de Merwedekanaalzone
Bijlage(n)
1 (geheim)
Beleidsveld
Merwedekanaalzone
Geachte leden van de raad, Op 2 september 2021 heeft u in de commissie Stad en Ruimte de raadsvoorstellen Omgevingsvisie deel 2 Merwedekanaalzone, het Stedenbouwkundig Plan Merwede en het raadsvoorstel Invoering betaald parkeren omgeving Merwedekanaalzone besproken. Ook de wensen en bedenkingen (inclusief de collegereactie) over de Samenwerkingsovereenkomst, het op te richten mobiliteitsbedrijf en het op te richten WKO-bedrijf maakten onderdeel uit van uw bespreking. Aan het einde van de bespreking heeft u besloten om op 23 september de tweede termijn van de commissiebespreking over de plannen voor de Merwedekanaalzone te houden. Wij hebben toegezegd om u voor 23 september te informeren over de vragen die u gesteld heeft in de commissie. Via deze brief informeren wij u daarover. Geheimhouding Op 6 juli 2021 hebben wij u, onder oplegging van geheimhouding, de ‘Notitie m.b.t. Addendum SOK Merwede’ toegestuurd. Deze notitie is aangevuld. In lijn met de op 6 juli 2021 opgelegde en op 8 juli 2021 bekrachtigde geheimhouding, hebben wij op de bijlage ‘Notitie m.b.t.
Addendum SOK, Aangevuld’ tijdelijke geheimhouding opgelegd op grond van artikel 55 lid 1, 86 lid 2 en 25 lid 2 van de Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 10 lid 2 sub b en g van de Wob tot het moment van sluiting van de grondexploitatie OPG + Busstalling Merwede of zoveel eerder als wij uw raad (gedeeltelijk) in openbaarheid kunnen informeren. 1. Wat is de uitkomst van het gesprek met de marktpartijen over oppervlakte betaalbare koopwoningen en inkomenseis bij middenhuurwoningen? De planvorming voor Merwede sluit aan op het bestaande woonbeleid. In de commissie van 2 september 2021 is in het debat, vooruitlopend op de vaststelling van het actieplan betaalbare koop en vooruitlopend op de evaluatie middenhuur, gevraagd om met de marktpartijen Merwede in gesprek te gaan over de ondergrens betaalbare koop en de inkomenseis middeldure huur.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
Eerder hebben de marktpartijen in een informatieve vertrouwelijk brief hun visie op betaalbare koop gegeven. Op basis van deze visie zijn de Marktpartijen bereid om zich voor betaalbare koop in Merwede te committeren aan een ondergrens van 45 m2 GO. Marktpartijen geven aan dat ze deze afspraak kunnen maken met de voorwaarde dat de NHG grens niet naar beneden wordt bijgesteld. Ook zijn de Marktpartijen bereid om voor de middeldure huurwoningen in Merwede een inkomenseis van 42 X de maandhuur te hanteren. Hierbij wordt aangegeven dat bij de uitwerking wel gekeken moet worden naar mensen die in een bijzondere financiële situatie zitten. Het gaat hier bijvoorbeeld over de wijze waarop het inkomen van de woningzoekende wordt bepaald, bijvoorbeeld als er sprake is van schulden of alimentatie. Immers, door verlaging van de inkomens eis zal het risico op huurachterstanden kunnen toenemen, zeker in situaties waarbij huurders bijvoorbeeld al schulden hebben. Institutionele investeerders hebben (net als hypotheekverstrekkers) een zorgplicht richting hun bewoners en ook vanuit die zorgplicht moeten voorkomen dat bewoners huurachterstanden oplopen of in het ergste geval uitgezet moeten worden. Zo geldt bij het afsluiten van een hypotheek veelal als uitgangspunt, gebaseerd op ervaringsgegevens Nibud, dat de maximale hypotheek maximaal 4,5 x jaarinkomen/54 X maandinkomen mag bedragen.
Een inkomenseis van 42X de maandhuur is dus minder stringent dan de eisen die bij een hypotheek worden gesteld. Teven zijn partijen overeengekomen om na de evaluatie van het Actieplan Middenhuur te bespreken in hoeverre een aanpassing van de inkomenseis voor de middeldure huurwoningen ook in Merwede kan worden toegepast. De bovengenoemde afspraken zijn toegevoegd in de ‘Notitie m.b.t. Addendum SOK, Aangevuld’ (zie geheime bijlage) 2. Hoe verhouden de mobiliteitsontwikkelingen zich tot het planologisch – juridische traject? In de commissie heeft u gevraagd naar de mobiliteitsontwikkelingen in relatie tot de juridische planologische mogelijkheden. Hieronder lichten wij dat toe. De bereikbaarheid van de zuidwestflank van Utrecht staat momenteel onder druk, terwijl er tegelijkertijd forse ontwikkelingen beoogd zijn in o.a. de Merwedekanaalzone, Papendorp en Beurskwartier. Deels hebben die ontwikkelingen een gunstig effect vanwege het transformeren van kantoren en voorzieningen naar woningen (een evenwichtige mix van wonen en werken heeft een positief effect als het gaat om verkeersafwikkeling), maar netto voegen ze over de volle breedte ook extra programma en dus verkeersbewegingen op de al zwaarbelaste wegen toe.
Daar staat een schuivende trend tegenover, waaruit blijkt dat inwoners en bezoekers van Utrecht steeds vaker kiezen voor de fiets en het OV en steeds minder vaak voor de (eigen) auto. Voor deelgebied 5 van de Merwedekanaalzone is, in het kader van een integraal verkeersonderzoek uit 2019 voor de hele zone, een bovengrens van 1.200 motorvoertuigbewegingen in het drukste, maatgevende spitsuur (gedurende de avondspits) vastgesteld. In het kader van het Bestemminsplan en op basis van de meest recente inzichten m.b.t. zowel het programma als het mobiliteitsconcept is in beeld gebracht hoeveel autoverkeersbewegingen van en naar Merwede te verwachten zijn als gevolg van de ontwikkeling van fase 1 van deelgebied 5. Die komt niet boven de 800 motorvoertuigen in het drukste avondspitsuur uit, blijkt uit een rapport van adviesbureau Goudappel. Het is daarbij van belang dat we bij bovenstaande berekende verkeersintensiteit rekening houden met de planruimte die het Bestemmingsplan mogelijk zal maken. Deze is waar het gaat om het voorzieningenprogramma
2/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
ruimer dan we op basis van de afspraken in de SOK in fase 1 verwachten te gaan bouwen. Vrijwel alle voorzieningen worden in één keer planologisch mogelijk gemaakt, ook die in fase 2. Deze planologische marge is aangebracht ten behoeve van de flexibiliteit in de uitvoering en om het kunnen realiseren van met name het maatschappelijk voorzieningenprogramma veilig te stellen. De verdere toename als gevolg van het toevoegen van fase 2 zal beperkt zijn, aangezien het minder dan een derde van de totale aantallen woningen betreft en in fase 1 al rekening is gehouden met vrijwel het gehele voorzieningenprogramma. Omdat het gebied dan al functioneert en nieuwe inwoners dus ook bewust zullen kiezen voor het concept voor de wijk, zullen ze nog bewuster kiezen voor het wonen in een autoluw gebied en de bijbehorende consequenties. Het totaal zal naar onze huidige inzichten (op basis van het advies van Goudappel) niet boven de gestelde grens van 1.200 motorvoertuigbewegingen uitkomen, waarschijnlijk een stuk lager. Daarmee is er geen reden om aan te nemen dat fase 2 van deelgebied 5 niet gerealiseerd kan worden als gevolg van een te hoge verkeersproductie. Desondanks wordt, vanuit zorgvuldigheidsoverwegingen, de realisatie van Merwede in 2 fasen geknipt.
Daarbij monitoren en toetsen we of we de doelen op het gebied van leefbaarheid, gezonde verstedelijking, mobiliteit en het beperken van impact op de omgeving bereiken. Op onderdelen zal het desalniettemin wel zo zijn dat verkeer andere routes gaat rijden, waardoor op plekken waar het verkeer nu nog goed doorrijdt toch knelpunten kunnen ontstaan. Om deze ongewenste effecten tegen te gaan is in het kader van de studie Zuidwest een set aan maatregelen gedefinieerd die de bereikbaarheid gedurende de ontwikkelingen in Merwede en daarbuiten op peil moeten houden. Onder andere vanuit de bovenplanse kosten Merwede zijn daarom ook middelen gereserveerd om deze negatieve effecten te beperken en de eerdergenoemde verschuiving naar fiets en OV te bespoedigen, o.a. door gerichte investeringen in fiets- en OV-infrastructuur, Parkeren op Afstand en in Dynamisch Verkeersmanagement (DVM). De tijdige realisatie van de Merwedelijn is wel een aandachtspunt. Voor de ontwikkeling van Merwede is deze schaalspong in het OV weliswaar niet noodzakelijk en kunnen we uit de voeten met de geplande busbaan op de Europalaan. Maar gelet op de lange voorbereidingstijd die gemoeid is met de realisatie van lightrailverbindingen en de verdere groei van Zuidwest is het van belang dat de planuitwerking van deze verbinding voortvarend ter hand wordt genomen.
U ontvangt daarover, zoals toegezegd in het raadsdebat over het groeifonds, binnenkort een raadsvoorstel. 3. Hoe zijn de bruggen bij deelgebied 6 van de Merwedekanaalzone opgenomen in de besluitvorming? In het voorstel Omgevingsvisie MWKZ deel 2 stellen wij u voor om voor de ontwikkelingen in de MWKZ en in de omgeving, als onderdeel van een fijnmazig fietsnetwerk, 3 wandel- en fietsbruggen aan te leggen: Wandel- en fietsbrug bij de Heycopstraat in Dichterswijk (deelgebied 4 MWKZ) Wandel- en fietsbrug bij de Waalstraat in Rivierenwijk (deelgebied 5 MWKZ) Wandel- en fietsbrug bij de Zijldiepstraat in de Rivierenwijk (deelgebied 5 MWKZ) Met dit besluit komen er middelen beschikbaar voor realisatie en worden de bruggen verder uitgewerkt en opgenomen in een bestemmingsplan. De bruggen naar de Waalstraat en Zijldiepstraat worden meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan Merwede
3/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
Voor de brug naar de Heycopstraat bij deelgebied 4 is een afzonderlijke procedure nodig. Voordat deze in gang wordt gezet, zullen de inpassing en de routes naar de brug met omwonenden worden besproken. De raad wordt hierover geïnformeerd.
De bruggen ter hoogte van deelgebied 6 (bij de Jutfasepunt en Overijssellaan) zijn onderdeel van de omgevingsvisie Merwedekanaalzone en opgenomen in het Mobiliteitsplan 2040. Dit vanwege hun bijdrage aan de verfijning van het stedelijk fietsnetwerk en het faciliteren van het fietsverkeer bij de toekomstige ontwikkeling van deelgebied 6 en dit deel van de stad. Er wordt nu nog geen realisatiebesluit genomen over de aanleg of verdere uitwerking van het ontwerp of opstellen van het bestemmingsplan. Dat gebeurt in een latere fase. De gemeenteraad is bij het realisatiebesluit aan zet. Brug naar Jutfasepunt De brug van de Zeehaenkade naar de Jutfasepunt is een fiets-wandelbrug, die een belangrijke aanvulling vormt voor het stedelijke fietsnetwerk en voor de ontwikkeling van deelgebied 6. Uit de Integrale Mobiliteitskoers Utrecht Zuidwest een (bijlage van het Mobiliteitsplan 2040) bleek dat deze brug in combinatie met de fietsvriendelijke Jutfaseweg op stedelijk niveau veel waarde heeft. Deze brug ligt ideaal in het netwerk en zorgt daarmee voor een flink kwaliteitsimpuls. Het vormt een aantrekkelijk alternatief voor fietsers naar de binnenstad en Station Vaartsche Rijn (ontlasten Utrecht Centraal). Deze verbinding draagt sterk bij aan het temperen van de drukte op de Kanaalweg en Socratesbrug.
De brug naar de Jutfasepunt kan vóór de herontwikkeling van deelgebied 6 relevant zijn vanuit het stedelijke fietsnetwerk als alternatief voor fietsers naar de binnenstad. Brug naar Overijssellaan De brug ter hoogte van de Overijssellaan is een fiets-wandelbrug, die vooral is gekoppeld aan de ontwikkeling van deelgebied 6 en de mogelijke verdere groei van dit deel van de stad. De bruggen ter hoogte van deelgebied 6 hebben dus een verschillend karakter en functie; de brug naar de Jutfasepunt vervult, in tegenstelling tot de brug ter hoogte van de Overijssellaan, een functie in het stedelijk netwerk. Daarmee kan de brug naar de Jutfasepunt al vooruitlopend op de realisatie van deelgebied 6 van waarde zijn. Omdat er op dit moment nog geen zicht is op de exacte invulling van programma in deelgebied 6, zal het besluit over de aanleg of verdere uitwerking van het ontwerp van de brug ter hoogte van de Overijssellaan, of opstellen van het bestemmingsplan pas bij de ontwikkeling van deelgebied 6 plaatsvinden. 4. Welke afspraken zijn er gemaakt met de roeiers? Met de drie Utrechtse roeiverenigingen wordt op dit moment gewerkt aan een bestuurlijk afsprakenkader/convenant. De concept inhoud hiervan is besproken in een bestuurlijk overleg op 26 augustus met besturen van de roeiverenigingen en de wethouders van Ooijen en Diepeveen.
Belangrijkste punten die nog nader besproken zijn: het coachpad, de veiligheidscheck en de alternatieve locatie. Het afsprakenkader/convenant is zowel procesmatig als inhoudelijk en gaat verder dan de afspraken in het kader van het project Merwedekanaalzone kunnen worden gemaakt. Het gaat ook om afspraken, die worden meegenomen in bijvoorbeeld de Visie stadswater en over een alternatieve locatie voor de toproeiers. Over de afspraken in het kader van de Merwedekanaalzone - pijlerloze bruggen, doorvaartbreedte en – hoogte en (proces) is geen discussie meer, nadere afspraken over het coachpad en veiligheidsonderzoek worden gemaakt.
4/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
Het college erkent de bijzondere positie van de roeisport in Utrecht. Exclusiviteit voor de roeiers is niet haalbaar met alle andere gebruikers van het kanaal, maar de bijzondere status van de sport komt tot uitdrukking in de afspraken die we met de roeiers maken. We gaan ook de mogelijkheden van het Merwedekanaal als sportzone/sportlandschap onderzoeken. Wat betreft de bruggen over het Merwedekanaal is een vaste doorvaarbreedte van 25 meter uitgangspunt van het ontwerp. Dit betekent dat er pijlerloze bruggen komen, met een minimale doorvaarhoogte van 1.60 m., conform de eisen van de roeiers. De veiligheidssituatie op het water voor de roeiers en andere watergebruikers, wordt nader onderzocht om te bekijken welke aanvullende maatregelen er nodig zijn bijvoorbeeld ten aanzien van regulering van drukte op het water of specifiek drukte rondom de bruggen Het coachpad langs het roeiwater is voor de roeiers een belangrijk aandachtspunt. Uitgangspunt is dat de coaches gebruik maken van het fietspad. In sommige gevallen – bijvoorbeeld omdat het fietspad te veel afwijkt van het water – kunnen coaches worden toegestaan op het voetpad. Hierover worden afspraken gemaakt bij de uitwerking van de plannen. Ook bij de uitwerking van het beplantingsplan worden de roeiers betrokken. In de lijn met de aanscherpingen uit het bestuurlijk overleg worden de stukken nu inhoudelijk aangevuld.
Tenslotte vindt er een juridische toets plaats en kan na instemming van het college het stuk getekend worden met de roeiverenigingen. 5. Kunt u inzicht geven in de parkeertarieven voor mindervaliden, gekoppeld aan de module mindervaliden en toegankelijkheid? Doordat er geen straatparkeerplekken in de openbare ruimte van Merwede komen, is de doelgroep met een Gehandicapten Parkeer Kaart (GPK) aangewezen op garageabonnementen. Het prijsverschil tussen een straatvergunning en een garageabonnement (200,- euro per maand) is groot, met name voor mensen die zijn aangewezen op een eigen auto vanwege een handicap én die geen hoog inkomen hebben. Daarom zijn wij voornemens om huurders van sociale huurwoningen en middensegment huurwoningen met een GPK een aangepast, lager tarief te bieden. De komende periode gaan we in kaart brengen hoe de bijdrage wordt vormgegeven, brengen we de kosten hiervan in beeld en doen we een voorstel voor de dekking.
6. Wat is het Merwedelab precies en hoe zit het in elkaar? De ontwikkeling van Merwede is een langdurig proces. Daarom is gezamenlijk door alle eigenaren van Merwede, het Merwede LAB geïnitieerd om impactvolle, praktisch toepasbare, duurzame innovaties en interventies binnen de thema’s duurzame energie, circulair bouwen, social design (gemeenschapsopbouw) en gezond stedelijk leven (mens en natuur) in te brengen in het planproces van Merwede. Doel hiervan is om de nieuwste ontwikkelingen en inzichten mee te kunnen nemen in de bouw van Merwede en zo een zo duurzaam, gezond, levendig en geliefd mogelijke stadswijk te creëren. Deelnemers aan het Merwedelab zijn gemeente en betrokken eigenaren. Ook worden experts van universiteit en provincie betrokken en verder komt er een raad met vertegenwoordigers van toekomstige eigenaren: gemeente, betrokken corporaties en beleggers. Het LAB zoekt nadrukkelijk naar integrale oplossingen die bijdragen aan meerdere LAB thema’s en bij voorkeur impact hebben op zowel gebouw, de buiten- en openbare ruimte als gebiedsniveau. Door integraal naar meerdere duurzaamheidsthema’s te kijken, wordt zichtbaar wat de onderlinge afhankelijkheid en de gezamenlijke meerwaarde is. Deze integrale benadering zorgt zowel voor de
5/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
juiste afweging tussen de thema’s (het ene thema zal niet ten koste gaan van de ander) als voor efficiënte inzet van het LAB budget. Het Merwede LAB heeft een formele status bij de beoordeling van de bouwplannen; het voorlopig ontwerp ("VO") moet voldoen aan de in de sok opgenomen criteria op de vier verschillende thema’s van het LAB. Daarnaast brengt het LAB gevraagd en ongevraagd advies uit over recente ontwikkelingen, inzichten en innovaties op de vier LAB thema’s. Elk plan wordt beoordeeld door het C-team, het Merwede LAB doet dit voor de afgesproken duurzaamheidsaspecten. Het kwaliteitsteam en de supervisor borgen de kwaliteit en in de integraliteit van de plannen. In het kwaliteitsteam zit een adviseur duurzaamheid die de duurzaamheid en innovatie borgt mede op basis van beoordeling Merwedelab. Het Merwede LAB krijgt na een positief raadsbesluit de beschikking over een vast budget. Dit is in de sok vastgelegd. Vooruitlopende op het raadsbesluit is al gestart met de voorbereiding op het Merwede LAB wat ertoe heeft geleid dat een EFRO subsidie toegezegd is als co-financiering. Het Merwede LAB krijgt na een positief raadsbesluit zowel het mandaat als de (financiële) slagkracht om de in het stedenbouwkundigplan genoemde kennisopbouw te borgen én te kunnen bijdragen aan de toepassing van de nieuwste duurzame en sociale innovaties in Merwede. 7.
Wat wordt bedoeld met de formulering “een kwalitatieve verplichting en/of kettingbeding” en hoe lang geldt de verplichting (context: openbare toegankelijkheid binnentuinen)? Het antwoord op deze vraag vloeit rechtstreeks voort uit de wet (artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek). Een kwalitatieve verplichting moet gaan om een verplichting om a) iets te dulden of niet te doen, en b) met betrekking tot een registergoed. Verplichtingen die een rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid om het goed te vervreemden of te bezwaren zijn uitgezonderd. Je kunt dus geen kwalitatieve verplichting opleggen die inhoudt dat een partij iets moet doen. Daarom kan bij verplichtingen om te doen en aan verplichtingen ten aanzien van nietregistergoederen geen kwalitatieve werking worden verleend. In de juridische praktijk wordt dit vaak opgelost met een kettingbeding, waarbij de wederpartij zich verplicht om de overeengekomen verplichting op te leggen aan zijn rechtsopvolgers met de verplichting voor die rechtsopvolgers om op hun beurt die verplichting weer door te leggen. Een kettingbeding heeft – zoals wij het in Merwede gebruiken – ook het karakter van een derdenbeding, in dit geval ten behoeve van de gemeente.
We hebben daarom in de SOK Merwede bewust de formulering kwalitatieve verplichting en/of kettingbeding gebruikt (bijvoorbeeld bij het opleggen van verplichtingen ten aanzien van sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) om het hele spectrum van doen/dulden juridisch af te dekken. Als het om niet doen/dulden gaat, dan een kwalitatieve verplichting, als het om “doen” gaat dan een kettingbeding. Omdat er vaak sprake is van een combinatie van verplichtingen om te dulden en te doen is de en/of formulering daarbij gehanteerd. Naar aanleiding van de door de Raad gemaakte opmerkingen in de wensen en bedenkingenprocedure gaat het college artikel 8.2 van de SOK aanvullen en de nadere afspraken (tussen de gemeente en de grondeigenaren) over onder meer de openbare toegankelijkheid van de binnentuinen vast leggen in een uit te werken kwalitatieve verplichting en/of kettingbeding. Het
6/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
kettingbeding moet net als een kwalitatieve verplichting doorwerken naar rechtsopvolgers en is naar aard en bedoeling van partijen in dit geval niet in tijd begrensd of opzegbaar. Het is dus niet zo dat een kettingbeding in tijd begrensd is. Dat kan wel, maar is in dit geval niet wenselijk gezien de aard en bedoeling van partijen bij het vastleggen van verplichtingen. Het kettingbeding moet worden doorgegeven (als derdenbeding ten behoeve van de gemeente in dit geval). Als een partij dat op enig moment niet doet kan er sprake zijn van een onrechtmatige daad. Concluderend; de aanleg van de toegankelijke binnenterreinen is vastgelegd in de SOK en met de kwalitatieve verplichting en/of kettingbeding wordt vastgelegd dat dit zo moet blijven bij doorverkoop en niet na een aantal jaren verloopt. 8. Wanneer kan het plan van aanpak voor gemeenschapsopbouw verwacht worden? Voor Merwede erkennen we het belang van gemeenschapsopbouw. In de toelichting op het Merwede LAB kunt u lezen dat het Merwede LAB bijdraagt aan eigenaarschap en gemeenschapsopbouw via het thema social design. Net als voor het Merwede LAB zijn we vooruitlopend op een besluit van de gemeenteraad gestart met de voorbereiding met als doel dat het plan van aanpak uiterlijk zes maanden na positieve besluitvorming door de raad beschikbaar is.
Het plan van aanpak voor het gebiedsmanagement wordt in samenhang gemaakt met het thema social design (gemeenschapsopbouw) van het Merwede LAB. In de SOK hebben we met alle eigenaren afspraken gemaakt over gebiedsmanagement. 9. Wat is de stand van zaken rondom Mobach? Mobach is een waardevol bedrijf dat al meer dan 100 jaar op de locatie aan de Kanaalweg in Utrecht in industrieel erfgoed functioneert. De afgelopen jaren is regelmatig met Mobach gesproken over de plannen voor Merwede en zijn mogelijkheden tot inpassing van het bedrijf gezamenlijk bekeken. Op 31 augustus 2021 heeft het college een brief van Mobach ontvangen waarin zij concludeert dat als de plannen voor de Merwedekanaalzone doorgang vinden, voortzetting van haar bedrijfsvoering niet zonder meer mogelijk is. Zij willen in gesprek om alternatieven voor de korte en lange termijn te verkennen. Naar aanleiding hiervan is er contact geweest met Mobach, waarbij de gemeente heeft aangegeven open te staan voor dit gesprek. Partijen zullen samen in vertrouwelijkheid onderzoeken of er alternatieven zijn en nagaan of er zicht bestaat op een oplossing. Deze tekst over de stand van zaken rondom Mobach is afgestemd met Mobach. 10. Komt er een instructie zwembad in Merwede? In het Stedenbouwkundig plan zijn alle voorzieningen, die gerealiseerd worden opgenomen in de tabel op pagina 68.
Aanvullend is in het Stedenbouwkundig plan de ambitie genoemd. om een commercieel zwembad te realiseren. Het eventuele zwembad is geen onderdeel van de maatschappelijke voorzieningen en geen onderdeel van gemeentelijk zwemwater. Het gaat in het SP dan ook niet om een instructiebad, maar om een eventueel zwembad als vrijetijdsvoorziening (pagina 75 van het SP), mogelijk te combineren met preventieve zorg (pagina 78 van het SP). 11. Is het mogelijk om meters bestaande kantoorruimte te schuiven binnen de Merwedekanaalzone?
7/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 september 2021 7103312/210914
Ja, dit is mogelijk onder voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat er geen extra oppervlak aan kantoorruimte wordt toegevoegd. De regeling is opgenomen in de Interim Omgevingsvergunning provincie Utrecht. Over 2 vragen hebben wij u toegezegd op een later moment bij u terug te komen. Dat betreft de volgende toezeggingen: 1. Het college informeert de raad over de definitieve locaties van de maatschappelijke voorzieningen in Merwede, deelgebied 5 Jaarlijks rapporteren we bij de Voorjaarsnota over het maatschappelijk vastgoed in het MPUV. De definitieve locaties in de Merwedekanaalzone nemen we jaarlijks mee in het MPUV. 2. Het college informeert de raad voorafgaand aan het bestemmingsplan voor de Heycopbrug over de inpassing van de geplande brug in de omgeving. Voor de brug naar de Heycopstraat bij deelgebied 4 is een afzonderlijke procedure nodig. Voordat deze in gang wordt gezet, zullen de inpassing en de routes naar de brug met omwonenden worden besproken. De raad wordt hierover geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
8/8