Raadsbrief reactie initiatiefvoorstel verbod hinder toegang tot medische zorg
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
F.T. Wind
Datum
14 januari 2026
fabienne.wind@utrecht.nl
Kenmerk
34050116
Type brief
reactiebrief
Onderwerp
Reactie initiatiefvoorstel verbod hinder toegang tot medische zorg
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Openbare Orde en Veiligheid
Geachte leden van de raad, Op 7 december 2025 heeft raadslid Charlotte Passier (VOLT) het initiatiefvoorstel voor een verbod op het hinderen van de toegang tot medische zorg ingediend. Wij waarderen dit initiatief en onderschrijven, zoals VOLT terecht aangeeft, het fundamentele belang dat iedereen in Utrecht vrije en veilige toegang heeft tot medische zorg. De toegang mag niet worden belemmerd of verhinderd door personen die zich opzettelijk in de nabijheid van zorginstellingen ophouden. Wij beschouwen het initiatiefvoorstel als een waardevolle bijdrage aan de bredere discussie over het recht op demonstratie en de vrije toegang tot abortusklinieken. Tegelijkertijd hebben wij enkele bedenkingen bij het voorgestelde initiatief. Hieronder geven wij onze reactie en aandachtspunten met betrekking tot het voorstel. Aandachtspunten initiatiefvoorstel In het initiatiefvoorstel wordt voorgesteld om in de APV een toevoeging (artikel 2:30a) op te nemen, waarmee kan worden opgetreden tegen gedragingen van personen die zich in de onmiddellijke nabijheid van de toegang van een gebouw of terrein waar medische zorg wordt verleend ophouden, op een manier die leidt tot hinder voor personen die medische zorg zoeken of ondergaan. Wij erkennen het belang van de mogelijkheid voor de burgemeester om op te treden tegen hinderlijke gedragingen bij de toegang tot zorginstellingen.
De recente uitspraak van de Raad van State en de huidige APV-bepalingen maken (handhavend) optreden al mogelijk. 1. Uitspraak Raad van State (3 december 2025) De uitspraak van de Raad van State van 3 december 2025 biedt een positieve verruiming voor burgemeesters om aan demonstraties in de nabijheid van abortusklinieken beperkingen te stellen. Zo oordeelde de Raad van State dat burgemeesters demonstraties bij abortusklinieken mogen beperken om wanordelijkheden te voorkomen, mits er een alternatieve locatie beschikbaar is voor demonstraties binnen zicht- en gehoorafstand van de kliniek. De uitspraak van de Raad van State benadrukt dat de aanwezigheid van demonstranten bij abortusklinieken vaak eerder een verstoring
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
14 januari 2026 34050116
van de openbare orde kan veroorzaken, gezien de kwetsbaarheid van de bezoekers. Het recht op zorg en de bescherming van grondrechten dienen zorgvuldig in balans te worden gebracht. Met deze uitspraak kan de burgemeester optreden op basis van de Wet Openbare Manifestaties (WOM) wanneer er twee of meer personen betogen bij een abortuskliniek. Gezien deze uitspraak is een aanvullende bepaling in de APV niet noodzakelijk, omdat de burgemeester reeds de bevoegdheden heeft om in dergelijke gevallen op te treden. 2. Handhaving op hinderlijk gedrag mogelijk Als het gaat om eenlingen is het ook al mogelijk om op te treden tegen aanwezigheid die doelgericht de toegang tot de zorginstelling belemmert. Dit hinderlijke gedrag valt onder de reikwijdte van artikel 2.2 van de APV. Zo is verstoring van de openbare orde door hinderlijk gedrag of door het lastigvallen van personen op openbare plaatsen verboden en wordt hierop gehandhaafd. Er zijn in het (recente) verleden aanhoudingen verricht voor hinderlijk gedrag dat werd veroorzaakt door een eenmansprotest bij een abortuskliniek. Mocht dit gedrag niet op een openbare plaats gebeuren, maar bijvoorbeeld onder de overkapping van een publiek toegankelijke ruimte, dan kan tegen dit gedrag met artikel 2:30 tegen worden opgetreden.
Hoewel wij het geheel eens zijn dat zorginstellingen altijd vrij toegankelijk moeten zijn, lijkt het voorstel geen toegevoegde waarde te hebben. De bescherming van toegankelijke en veilige zorg kan effectief worden gegarandeerd door handhaving van bestaande wetgeving. Het toevoegen van een nieuwe bepaling in de APV zou de regels onnodig uitbreiden en mogelijk leiden tot verwarring of fragmentatie van de wetgeving. Bovendien beschermt de voorgestelde bepaling alleen de personen die medische zorg zoeken of ondergaan, terwijl artikel 2.2 van de APV ook de zorgverleners beschermd. 3. Grondrechten De toegang tot zorg moet altijd vrij toegankelijk zijn. De rechten van de zorgbehoevenden zijn even fundamenteel als het recht op de vrijheid van meningsuiting en het recht op betoging. Tussen deze rechten is met de uitspraak van de Raad van State een balans worden gevonden. Alleen formele wetgeving kan een grondrecht beperken. De APV-bepaling kan daarmee, zoals de initiatiefnemers zelf erkennen, niet het recht op betoging of de vrijheid van meningsuiting inperken. Het recht op betoging en de vrijheid van meningsuiting gaat echter niet zo ver dat zorgbehoevenden kunnen worden lastiggevallen door betogers. In die gevallen kan er handhavend worden opgetreden. 4. Handhaving op de (voorgestelde) APV-bepaling De voorgestelde bepaling is een lex specialis.
Dat betekent dat de bepaling voorrang zou moeten krijgen boven de algemenere artikelen 2.2 en 2.30 van de APV. Alleen hebben wij ook over de uitvoerbaarheid van de voorgestelde APV-bepaling onze bedenkingen, omdat er hinder door middel van feitelijke dwang moet worden geconstateerd tegen personen die medische zorg zoeken of ondergaan. Dit vraagt om specifieke omstandigheden en specifieke gedragingen die moeten worden geconstateerd. Een handhaver moet namelijk ook vaststellen dat een persoon medische zorg zoekt of ondergaat. Het is daarmee een meer beperkende bepaling dan artikel 2.2 van de APV en geeft minder mogelijkheden te handhaven. Dit terwijl de handhaving op hinderlijk gedrag door een eenmansprotest bij een abortuskliniek laat zien dat er al (strafrechtelijk) kan worden opgetreden en (rechts)bescherming kan worden geboden. Samenvattend Hoewel we het belang van het initiatiefvoorstel erkennen, zien wij ons gesteund door de recente uitspraak van de Raad van State. Met de uitspraak van de Raad van State is een belangrijk middel en een belangrijk signaal gegeven om ook demonstraties te kunnen inperken voor vrije toegang tot zorg.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
14 januari 2026 34050116
Met deze jurisprudentie en bestaande wetgeving is er voldoende ruimte om de toegang tot zorg te beschermen tegen personen die zich daar hinderlijk gedragen. Om die reden zien wij juridisch geen meerwaarde om de voorgestelde APV-bepaling op te nemen. Een APV-bepaling kan geen grondrechten, zoals het recht om te demonstreren en de vrijheid van meningsuiting, inperken. Als de wens bestaat om de uitspraak van de Raad van State wettelijk vast te leggen, dan kunnen wij ons daarvoor blijven inspannen richting de wetgever. Wij verzoeken u om deze aandachtspunten mee te nemen in de verdere afwegingen bij het initiatiefvoorstel.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3