CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief Reactie initiatiefvoorstel Utrecht Onbeperkt.pdf

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Reactie Initiatiefvoorstel Utrecht Onbeperkt Toegankelijk1.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

H.P. Tiemens

Datum

12 februari 2021

Doorkiesnummer

14 030

Kenmerk

8563665/210211SG

E-mail

herbert.tiemens@utrecht.nl

Onderwerp

Reactie Initiatiefvoorstel Utrecht Onbeperkt Toegankelijk

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Mobiliteit, Maatschappelijke Ondersteuning, Openbare Ruimte

Geachte leden van de raad, Op 8 december 2020 heeft de raadsfractie van de VVD het initiatiefvoorstel “Utrecht Onbeperkt Toegankelijk” ingediend. Wij hechten zeer aan een toegankelijke stad en bedanken de indieners voor de inzet op dit thema. Juist in deze periode van coronamaatregelen vraagt de inrichting van de openbare ruimte extra aandacht. Om ook in de openbare ruimte anderhalve meter afstand te kunnen houden, hebben we in de binnenstad en de aanloopstraten maatregelen genomen om de loopruimte te vergroten. Zo hebben we bijvoorbeeld in de Potterstraat de fietsenrekken weggehaald om voldoende ruimte voor de voetganger te creëren en handhaven we meer op uitstallingen en gevaarlijk gestalde fietsen die de doorgang belemmeren. In deze brief geven we onze eerste reactie op het initiatiefvoorstel. Voor de toegankelijkheid van de stad en die van de openbare ruimte zetten we ons als stad, samen met partners, al jaren in. Sinds 2007 werkt de gemeente aan een stad waar iedereen zich welkom voelt. Eerst met Agenda 22 en nu met het VN-verdrag handicap. In de door uw raad op 18 juni 2020 unaniem vastgestelde Agenda Utrecht voor iedereen toegankelijk staan onze ambitie en de kaders voor het verbeteren van de toegankelijkheid. In het Uitvoeringsprogramma staan hiervoor concrete acties beschreven waarvoor budget is toegekend.

Belangrijk onderdeel is het verbeteren van de toegankelijkheid van de openbare ruimte, inclusief de uitvoering van Motie 265. Bij het maken van keuzes of en waar extra geïnvesteerd gaat worden in de openbare ruimte, wegen we mee of die investeringen ook leiden tot een verbeterde toegankelijkheid van de openbare ruimte. Wij zien dit initiatiefvoorstel als een aanmoediging om te doen wat er in ons vermogen ligt om de toegankelijkheid van de openbare ruimte verder te verbeteren. We delen de ambitie, maar willen scherp bezien welk instrumentarium daarvoor reeds voorhanden is en waar aanpassingen nodig zijn. Het herinrichten van de stad is een zaak van lange adem, waarbij we een integrale afweging moeten maken in de prioritering om tot herinrichting te komen, rekening houdend met fysieke ruimtelijke

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

12 februari 2021 8563665/210211SG

mogelijkheden. Tevens brengen onderdelen van dit initiatiefvoorstel hoge financiële lasten met zich mee, die vooralsnog niet gedekt zijn. Eerder is al met uw raad afgesproken dat we bij elk nieuwe inrichting, looproutes geschikt maken voor mensen met een beperking. Zo is dat ook in de monitor bij de verantwoording opgenomen. Elk plan moet hieraan voldoen. Zo werken we continue aan de verbetering van de toegankelijkheid. Wanneer een herinrichting plaatsvindt, maken we gebruik van het handboek openbare ruimte. Als leidraad voor de ontwerpprincipes maken we gebruik van het “Handboek voetpaden voor iedereen”. In de ontwerpprincipes hebben we opgenomen hoe wij de belangenafweging maken bij herinrichtingen. In het handboek hebben we als richtinggevend beleid op dit moment een minimale obstakelvrije ruimte opgenomen van 1,50 meter, met een minimale maat van 0,90 meter bij verkeersborden en palen. We streven naar meer vrije ruimte, maar niet altijd zijn alle gewenste functies in de beperkte openbare ruimte te verenigen, met name het parkeren van auto’s en de doorgang van voertuigen neemt in het dwarsprofiel veel ruimte in. Daarbij bekijken we steeds wat nodig is om de toegankelijkheid voor voetgangers en fietsers met een beperking te optimaliseren.

De genoemde punten in het initiatiefvoorstel willen we bezien op de noodzaak en mogelijkheden via een integrale afweging zoals beschreven in de vastgestelde Agenda voor iedereen toegankelijk. Daarbij toetsen we de inzet op de grootste impact voor Utrechters met een beperking. Binnen de financiële en ruimtelijke kaders kunnen we op basis van die integrale afweging bepalen waar we de beschikbare capaciteit en financiële middelen inzetten. Aangaande het initiatiefvoorstel hebben wij puntsgewijs de volgende overwegingen: 1. Ten behoeve van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor iedereen een toegankelijkheidsnorm te definiëren voor de vrije doorgang op het voor voetgangers gereserveerde gedeelte van de openbare weg, die inhoudt dat deze vrije doorgang tenminste 1,50 meter is. De afstand van 1,50 meter hanteren wij reeds als streefnorm, tenzij bestaande functies niet verplaatst kunnen worden. Als grensnorm bij plaatselijke versmallingen hanteren wij een minimale maat van 0,90 meter bij obstakels zoals verkeersborden en lichtmasten. De uitgangspunten voor toegankelijkheid zijn beschreven in de Kadernota Openbare Ruimte.

Wanneer dit beslispunt stringent zou worden toegepast, zou een groot deel van de openbare ruimte in de binnenstad en de vooroorlogse wijken heringericht moeten worden, wat met name tot een aanzienlijke afname van het aantal parkeerplekken voor auto’s zou leiden. Ook de inspanning voor toezicht en handhaving zijn op dit moment moeilijk in te schatten. De ruimtelijke en financiële consequenties hiervan kunnen wij niet overzien, maar zijn zondermeer substantieel. 2. Het college op te dragen om het gemeentelijk beleid voor uitstallingen, de inrichting van de openbare ruimte en overige regelingen aan deze toegankelijkheidsnorm aan te passen. Wij onderschrijven dit beslispunt, om de 1,50 meter als streefnorm te hanteren. Voor het plaatsen van uitstallingen en het goedkeuren van terrassen hebben wij al kaders gesteld. Specifiek voor uitstallingen hebben wij op 1 december 2009 het Besluit Uitstallingen vastgesteld, waarin uitstallingen binnen de singels verboden zijn en het daarbuiten verboden is om een uitstalling te plaatsen wanneer de vrije doorgang voor voetgangers bij plaatsing van de uitstalling minder dan 1,50 meter bedraagt. Eerder heeft u besloten geen financiële sancties bij handhaving van het uitstalverbod meer toe te passen (n.a.v. klachten in de ‘casus Zadelstraat’), op uw verzoek werden geen dwangsommen meer

2/4

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

12 februari 2021 8563665/210211SG

opgelegd waardoor het uitstallingsverbod verwaterde. Om gedurende de coronapandemie de loopruimte te kunnen waarborgen, handhaven we nu tijdelijk wel op uitstallingen, door winkeliers op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Desgewenst kan de handhaving na corona worden voortgezet. 3.

Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte te kiezen voor een inrichting waarbij:  de vrije doorgang van tenminste 1,50 meter zoveel mogelijk wordt gemarkeerd;  fietsenstallingen zo worden geplaatst dat rekening wordt gehouden met de minimale vrije doorgang. In de huidige werkwijze worden straatmeubilair en locaties van fietsenstallingen reeds zodanig gepland, dat een vrije loopruimte van 1,50 meter over blijft. Een recent voorbeeld van een herinrichting is de Voorstraat, waar de loopruimte aanzienlijk vergroot is en markering is aangebracht rond fietsparkeervakken. Het systematisch markeren van vrij te houden loopruimte vinden wij vanuit esthetisch en onderhoudstechnisch oogpunt minder wenselijk. 4. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een bevoegdheid voor het college op te nemen om gebieden aan te wijzen waar het verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. Wij hebben op grond van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens al de bevoegdheid om door middel van een verkeersbesluit een gebied aan te wijzen waar het verboden is om fietsen of bromfietsen te plaatsen. Op basis van een verbod kunnen we op alle gestalde (brom)fietsen handhaven.

Op basis van jurisprudentie kunnen wij alleen een handhaafbaar verbod instellen als er voldoende stallingsplaatsen in de directe omgeving zijn. Voor de Drift hebben wij in 2015 zo’n besluit genomen, om de toegankelijkheid voor hulpdiensten te garanderen. In de omgeving zijn voldoende stallingsplaatsen van bezoekers van de universiteit en andere bestemmingen. Rond het centraal station en de as Vredenburg-Lange Viestraat-Neude komen we nu in de situatie dat er voldoende stallingsplaatsen zijn. Het is aan uw raad om ons college (financieel) mandaat te geven om op deze plaatsen hinderlijk geplaatste fietsen te verwijderen. De financiële consequenties moeten nog in kaart worden gebracht. 5. Aan de APV toe te voegen dat het verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel te parkeren als daardoor:  de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt;  de doorgang en opbouw op een markt wordt gehinderd of belemmerd;  het in- en uitstappen bij tram, bus, taxi of gehandicaptenparkeerplaats gehinderd of belemmerd wordt. Het is niet nodig om de huidige regelgeving aan te passen omdat deze al voldoende mogelijkheden biedt. Via artikel 2:33 van de APV is het verboden om zich met een fiets of bromfiets op markten of evenemententerreinen te bevinden, als daartoe borden zijn geplaatst.

De overige voorstellen vallen naar onze mening samen met het verbod zoals beschreven in artikel 2:32 lid 1 onder c (‘op of aan een openbare plaats hinder, overlast of schade ontstaat’). Deze verboden worden niet gehandhaafd, omdat op 30 juni 2016 bij behandeling van de Voorjaarsnota 2016 uw raad via amendement A27 de daarvoor bedoelde middelen heeft weg bestemd. Op dit moment handhaven we op fietsen die de brandveiligheid in gevaar brengen en die de doorgang voor het verkeer beperken. We doen dit in gebieden waar de druk op de beschikbare openbare ruimte zeer groot is en waar zeer grote aantallen fietsen aanwezig zijn. Fietsen die op een breed voetpad of plein staan, maar die de doorgang niet belemmeren, beoordelen wij als hinderlijk gestalde fietsen en worden niet gehandhaafd (zie voor meer informatie de website). Het is aan u om

3/4

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

12 februari 2021 8563665/210211SG

aan te geven of het wenselijk is om op hinderlijk gestalde fietsen te handhaven in gebieden waar voldoende stallingsruimte is en daarvoor budget beschikbaar te stellen. 6. De toelichting op artikel 2:32 van de APV uit te breiden en daarin op te nemen wanneer sprake is van ‘gevaarlijk gestalde fietsen’. Wij adviseren over dit punt negatief, omdat dit onderscheid relevant is voor de handhavingsstrategie en niet voor het verbod zelf. Het onderscheid wordt gemaakt om directe bestuursdwang te kunnen toepassen. Dit houdt in dat als een fiets gevaarlijk staat, de fiets direct verwijderd kan worden. Direct verwijderen doen wij om de toegankelijkheid te waarborgen als een fiets bijvoorbeeld op een blindegeleidelijn, een inrit of voor een nooditgang is geparkeerd. 7. De “Verordening tot wijziging van de APV Utrecht 2010: Utrecht Onbeperkt toegankelijk” vast te stellen. Zie antwoorden bij de vragen 4, 5 en 6. Wij adviseren om geen wijzigingen op te nemen dan wel vast te stellen, alle benodigde regelgeving is voorhanden. 8. Het college op te dragen op basis van de nieuwe bevoegdheid in de APV voor de duur van 2 jaar een proef te starten in een nader te bepalen deel van het Stationsgebied. Binnen het stationsgebied vindt dagelijks handhaving op gevaarlijk gestalde fietsen plaats, om de buitenruimte toegankelijk te houden in het geval van calamiteiten.

Als uw raad daar voorstander van is, kunnen wij nu al het gebied rond CS door middel van een verkeersbesluit aanwijzen als gebied waar het verboden is om fietsen te stallen. Zoals aangegeven in reactie op punt 4, 5 en 6 achten wij de aanpassing van de APV niet van toegevoegde waarde. Wij gaan graag, op basis van genoemde overwegingen, met u in gesprek om te bezien welke kansen en mogelijkheden we kunnen benutten voor het bevorderen van de toegankelijkheid in de openbare ruimte. Alles overziend ontbreekt het niet aan kaderstelling – zoals het VVD-initiatief verondersteld – maar aan financiële middelen en raadskeuzes om bijvoorbeeld te handhaven op het verbod op uitstallingen of hinderlijk gestalde fietsen in gebieden met voldoende stallingsmogelijkheden. De komende tijd nemen we de geleerde lessen vanwege de coronamaatregelen en de anderhalve metersamenleving mee. Niet alleen met betrekking tot de openbare ruimte maar ook op andere vlakken, hebben de gevolgen van corona en de coronamaatregelen specifieke effecten op mensen met een beperking. Daarom komen we medio 2021 in een tussentijdse update van het uitvoeringsprogramma Utrecht voor iedereen toegankelijk bij u terug met acties voor het verder verbeteren van de toegankelijkheid in het licht van dit initiatiefvoorstel en de gevolgen van de coronamaatregelen. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f2146203-6574-44eb-a1ce-fbf2e709c7c7