Raadsbrief Reactie initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Hamelink
Datum
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
3 juni 2024 12410820
elske.hamelink@utrecht.nl
Onderwerp
Reactie initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Openbare Orde en Veiligheid
Geachte leden van de raad, Op 11 april jl. heeft Bert van Steeg (CDA) het initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen aangeboden. Wij waarderen het zeer dat vanuit de raad op wijze betrokkenheid wordt getoond bij dit onderwerp en het toenemende belang ervan. Het is van belang dat voor iedereen in onze stad duidelijk is dat je niet oproept tot ordeverstoringen of dit nu offline of online is. Ook zijn we het met het CDA eens dat iedereen een eigen verantwoordelijkheid hierin heeft en erkennen we het belang van bewustwording. Wij zien het initiatiefvoorstel als een waardevolle bijdrage en steun in de rug bij de discussie over (online) omgangsvormen en normoverschrijdend gedrag. Dat betekent niet dat wij het voorstel en de daarin voorgestelde maatregelen zonder meer over kunnen nemen. Hieronder gaan wij hier nader op in. Aandachtspunten initiatiefvoorstel Wat betreft de financiële dekking van het voorstel; de opbrengst van de doorverkoop van niet afgehaalde fietsen is jaarlijks zo'n € 34.000. Het ophogen van deze opbrengst met € 100.000 achten we niet haalbaar, dit zou een verhoging van 294% zijn. Gelet op de waarde van deze veelal gammele fietsen, verwachten we dat er geen fietsenhandelaar zal zijn die een hoger bod doet dan het bestaande contract. In de tweede helft van het jaar zal dit opnieuw aanbesteed worden.
APV-wijziging In het initiatiefvoorstel wordt voorgesteld om in de APV een toevoeging (artikel 2:2a) op te nemen waarbij achteraf kan worden opgetreden tegen online uitingen met dreiging voor een verstoring van de openbare orde. Hoewel wij het belang dat de burgemeester kan optreden bij online aangejaagde ordeverstoringen ondersteunen, zien we een aantal juridische knelpunten. De constructie waarbij een situatie zoals bedoeld in art. 175 Gemeentewet zich moet voordoen (oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen dan wel de ernstige vrees daarvoor) waarna onder verwijzing naar de APV-bepaling een noodbevel kan worden gegeven,
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 juni 2024 12410820
combineert op oneigenlijke wijze twee verschillende soorten regelgeving met elkaar. Het noodbevel is een bevoegdheid van de burgemeester uit de Gemeentewet dat een separaat besluit inhoudt dat los staat van de APV. Het toevoegen van een verbodsbepaling in de APV brengt met zich mee dat deze zelfstandig handhaafbaar wordt geacht met de strafbepaling uit hoofdstuk 6 van de APV. Daarmee worden echter grondrechten (vrijheid van meningsuiting) ingeperkt in een lokale verordening, iets dat door de wetgever is verboden. Inperken van grondrechten is alleen mogelijk met een wet in formele zin. Het beperken van het verspreidingsrecht, waarbij de betrokkene wordt gelast de gewraakte uitingen niet opnieuw te plaatsen op een concreet te benoemen medium en er daarmee voldoende ruimte blijft voor betrokkene om zich te uiten, is eventueel wel mogelijk met de APV. De verwachting is wel dat de rechter hier kritisch naar zal kijken. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat de voorgestelde APV-bepaling van invloed kan zijn op het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak van 3 februari 2023 over het ‘online gebiedsverbod'. Wij pleiten daarom nog steeds voor landelijke wetgeving – in een wet in formele zin – waarbij de burgemeester de bevoegdheid krijgt om op te kunnen treden bij online aangejaagde ordeverstoringen.
Protocol ‘niet delen maakt echt content’ Het voorstel is dat bij grootschalige incidenten het ‘protocol sociale media’ in gang wordt gezet. Dit protocol is gericht op het ontmoedigen van het ‘live’ publiekelijk verspreiden van informatie/beelden van veiligheidsincidenten die bewust of onbewust bijdragen aan verdere escalatie. In het protocol is opgenomen het instellen van een tijdelijke zone waarbij wordt uitgedragen om geen gevoelige beelden en informatie te delen. Ter plaatse wordt men geattendeerd bijvoorbeeld online of met tekstborden. Het is van belang dat we uiterst zorgvuldig om gaan met wat we oproepen om te doen of na te laten, ook als dit geen hard verbod betreft. Dit raakt immers de vrijheid van meningsuiting en mogelijk persvrijheid. Tegelijkertijd zien we dat het verspreiden van informatie/ beeldmateriaal erg schadelijk kan zijn voor slachtoffers en zelfs de veiligheid van mensen in geding kan brengen of kan leiden tot openbare orde incidenten. We steunen de wens om mensen meer bewust te maken van de gevolgen hiervan. De eerste hulp en afhandeling van incidenten ter plaatse ligt primair bij de hulpverlenende instanties als politie, ambulancedienst en brandweer. En bij bijvoorbeeld gijzelingen en misdrijven valt dit onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Zij nemen op dit moment al een aantal maatregelen, zo kunnen zij (afhankelijk van de situatie) bij statische incidenten het incident en slachtoffers afschermen. Ook wijst de politie ter plaatse mensen soms op hun verantwoordelijkheid indien er foto's gemaakt worden of gefilmd wordt. De focus ligt uiteraard primair bij de afhandeling van het incident zelf. In de Tweede Kamer is er een initiatiefvoorstel ingediend door het CDA en de PvdA om het willens en wetens openbaar maken van beeldmateriaal van personen die dringend hulp behoeven of inmiddels zijn overleden, strafbaar te stellen. Een dergelijk verbod zal de politie meer handvatten geven om op te kunnen treden en ook bijdragen aan bewustwording. Wij willen met hulpverlenende instanties (VRU, politie) en het Openbaar Ministerie in gesprek over op welke wijze er vormgegeven zou kunnen worden aan het voorstel en hoe we dit kunnen betrekken bij de planvorming voor verschillende incidenttypes. Ook de rol van de gemeente en of wij de meest geëigende partner zijn om te communiceren (over het niet verspreiden van informatie) op het moment dat zich een incident voordoet, zullen we hierbij betrekken.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 juni 2024 12410820
Daarnaast kunnen we een oproep over het niet verspreiden van informatie, standaard opnemen in de ‘gereedschapskist’ van de gemeente (in die gevallen waarbij de gemeente betrokken is). Hierbij is het van belang om te realiseren dat communicatie rondom incidenten maatwerk vraagt. Per geval, afhankelijk van type incident en context, zal beoordeeld moeten worden in hoeverre het ontmoedigen van het delen van (beeld)informatie over het incident/ slachtoffers een passende, wenselijke interventie is. We kunnen hierbij ook de meerwaarde van het instellen van een tijdelijke zone en de wijze van attenderen verkennen. Het inzetten op bewustwording digitale omgangsvormen Het voorstel tot het vergroten van bewustwording over digitale omgangsvormen aan de hand van online burgerschapsvorming, bijeenkomsten in de buurt en campagnes sluit aan bij de bestaande programma’s Utrecht Zijn We Samen (UZWS) en het uitvoeringsprogramma Vergroten digitale weerbaarheid waar de online aanpak en digitaal burgerschap onderdeel van uitmaken. Inzet op bewustwording digitale omgangsvormen is sinds 2017 onderdeel van UZWS. Het gedachtegoed van “niet delen, maakt écht content” (/morele aspecten van online informatie delen) zullen we opnemen in de bestaande aanpakken.
Onder leiding van een kwartiermaker Online aanpak onder UZWS wordt momenteel een Utrechtse Online Coalitie vormgegeven met als doel; bewustwording en deskundigheidsbevordering van Utrechters en Utrechtse professionals m.b.t. de effecten van desinformatie, complottheorieën en filterbubbels. Dit doen we met o.a. partijen als JoU (incl. schooljongerenwerk), DOCK (Sociaal makelaars), politie, Stichting Vreedzaam, Bibliotheek en Mediateam. Vanuit deze coalitie zullen we het voorstel voor bijeenkomsten in de buurt over online gedrag meenemen, waarbij we rekening houden met de mogelijkheden die er bij betrokken partijen zijn. Er zijn geen structurele financiële middelen om extra activiteiten op te pakken. We stellen vraagtekens over de effectiviteit en impact van een communicatiecampagne “hoe helpen we elkaar het meest”. Campagnes met algemene boodschappen, die niet direct te koppelen zijn aan een specifieke situatie, hebben over het algemeen beperkt effect. Om het bewustzijn te vergroten en gedragsverandering te bewerkstelligen is daarnaast brede, intensieve, langdurige inzet nodig. Het onderwerp leent zich daarmee meer voor een landelijke campagne dan een gemeentelijke.
Samenvattend Helaas moeten we het initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen ontraden omdat een gedegen financiële dekking ontbreekt en we daarnaast een aantal inhoudelijke bedenkingen hebben (zoals hierboven omschreven). Wij staan echter positief tegenover de intentie van het raadsvoorstel, zien wel mogelijkheden om met onderdelen van het voorstel aan de slag te gaan en bedanken het CDA voor het genomen initiatief.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3