Raadsbrief Reactie evaluatie referendumcommissie
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
R. Schukking
Datum
13 mei 2025
rick.schukking@utrecht.nl
Kenmerk
30252121
Type brief
Reactiebrief
Onderwerp
Reactie op evaluatie Referendumcommissie
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Bestuurlijke Zaken
Geachte leden van de raad, Op 6 februari ontvingen wij in afschrift de evaluatie van het inleidend referendumverzoek en advies inzake referendumverordening van de Referendumcommissie. In commissie VBF van 20 maart werd ons om een reactie hierop verzocht, ter voorbereiding op uw debat op 5 juni. Wij zijn blij dat u ons deze gelegenheid geeft. Algemeen De referendumverordening is in de huidige vorm in september 2023 door u vastgesteld. Het betrof een actualisatie van de verordening uit 2017. Deze actualisatie was nodig omdat de bedoeling en de juridische uitleg van de verordening uiteen liepen. Sinds september 2023 is er één inleidend verzoek voor een referendum ingediend, over het besluit ‘Wijziging van de Verordening Parkeerbelasting voor het heffen van parkeerbelasting stadsbreed’ (kenmerk 11334075). Dit was tevens de eerste keer dat de Referendumcommissie in huidige samenstelling heeft geadviseerd. Wij waarderen het dat de commissie naar aanleiding hiervan advies uitbrengt over de verordening. Hieronder treft u per adviespunt onze reactie. We vinden het belangrijk te benadrukken dat het referendum uw instrument is. Voor ons staat een goede uitvoerbaarheid van de verordening voorop zodat het ook het instrument referendum goed kan worden gebruikt. Reactie per adviespunt Adviespunt 1: Doorloop de verordening op logische samenhang en taalgebruik.
Hierbij bieden de VNG publicatie ‘100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever’ goede handvatten. Als u besluit de verordening aan te willen passen kan dit punt worden meegenomen. Belangrijk hierin is om aan te sluiten bij de communicatie op de website, waar al op duidelijke wijze wordt uitgelegd hoe het referendum werkt. Adviespunt 2: De Referendumcommissie adviseert bij een herziening van de verordening in de titel en in artikel 1:1 (definities) de term correctief raadgevend referendum te gebruiken zodat dit helder is voor de inwoners.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
13 mei 2025 30252121
Als u besluit de verordening aan te willen passen kan dit punt worden meegenomen. Adviespunt 3: De referendumcommissie adviseert de raad en het college om er scherp op te zijn dat tijdens een referendumprocedure geen onomkeerbare stappen worden gezet, hetzij in de voorbereiding van de uitvoering van een besluit, hetzij na de inwerkingtreding van een besluit. Dit om te voorkomen dat bij een afwijzend advies van de inwoners, de raad geen echte keuzemogelijkheid meer heeft vanwege aangegane verplichtingen die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden. Dit is staand beleid. Adviespunt 4: Neem in het raadsvoorstel standaard als ‘disclaimer’ op dat de waardering van het college over de referendabiliteit een eerste indicatie betreft en dat de mogelijkheid blijft bestaan om een inleidend verzoek in te dienen. Pas de communicatie naar buiten hierop aan. We zullen onderzoeken hoe we dit kunnen doen. Overigens zien we in de praktijk dat onze waardering er niet toe leidt dat mensen geen verzoek indienen: het inleidende verzoek is immers ingediend ondanks onze (correct gebleken) opmerking dat het onderwerp niet referendabel is. Adviespunt 5: De Referendumcommissie geeft in overweging om het oordeel over de toelaatbaarheid (uitzonderingsgronden) van een referendumverzoek in het vervolg te beleggen bij de gemeenteraad zelf in plaats van bij de voorzitter van het centraal stembureau.
Dit sluit ook aan bij de VNGmodelverordening en het gegeven dat dit in de praktijk om een politieke-bestuurlijke afweging kan vragen. We adviseren u dit over te nemen en zien ook dat het onwenselijk is om de voorzitter van het Centraal stembureau in een politiek-bestuurlijke afweging te betrekken vanwege de beoordeling of een referendumverzoek toelaatbaar is (los van het beoordelen van het aantal geldige verzoeken). Hier komt bij dat de rol van de voorzitter van Centraal Stembureau stamt uit de tijd dat de Wet raadgevend referendum gold, die in 2018 is ingetrokken. We attenderen u er op dat de modelverordening van de VNG gaat over een referendum dat plaatsvindt vóór besluitvorming, in plaats van erna zoals in Utrecht. Het besluit over toelaatbaarheid past bij uitstek bij de rol van de raad. Tegelijkertijd brengt onze invulling het risico met zich mee dat het eerder gevoerde politieke debat over het onderwerp dan nog eens plaatsvindt, wat kan leiden tot onnodige of zelfs onwenselijke vertraging in de besluitvorming. Een besluit in deze lijn betekent namelijk ook iets voor de termijnen in de verordening. De huidige verordening kent immers een zeer strakke termijn voor het besluit over het inleidend verzoek. Binnen deze termijn van twee weken is ook nog een advies van de Referendumcommissie voorzien.
Naar onze mening kan dat niet sneller en zal uw raad deze termijn ook nodig hebben voor de voorbereiding van een besluit. Als het némen van een besluit vervolgens volgens de gebruikelijke termijnen in de raad loopt betekent dat dat een besluit gedurende nog eens (minimaal) 2-4 weken niet in werking kan treden (zie adviespunt 3). We geven u in overweging om hier bij aanpassing van de verordening rekening mee te houden. Adviespunt 6: Beperk de momenten waarop de Referendumcommissie kan adviseren over de toelaatbaarheid van een referendumverzoek tot één moment, namelijk wanneer een inleidend verzoek is ingediend bij de gemeenteraad. De mogelijkheid om het college te adviseren over de referendabiliteit van een concept-raadsbesluit komt hiermee te vervallen. Dit kunnen we goed volgen en is ook de praktijk. Artikel 4.2 zou duidelijker geformuleerd kunnen worden. Adviespunt 7: Vervang de kan-bepaling in artikel 4:2 door een standaard adviesrol over de toelaatbaarheid van een referendumverzoek om de positie van de Referendumcommissie op dit punt te verduidelijken. Het betreft een standaard taak van de commissie bij een inleidend verzoek .
2/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
13 mei 2025 30252121
Hier zijn we het mee eens. We voelen er echter niet voor om uit te sluiten dat we voorafgaand aan agendering in de raad extern advies aanvragen over referendabiliteit, we moeten er immers een standpunt over innemen. Vanzelfsprekend kan de referendumcommissie afwijken van dat advies. Adviespunt 8: De Referendumcommissie adviseert om de uitzonderingsgronden (artikel 2:1, tweede lid) te herzien en in ieder geval: • •
Artikel 1:2, lid 2.3e (belastingtarieven) in lijn te brengen met de VNG-verordening en Artikel 1:2, lid 2:3f (Ruimtelijke Ordening) te schrappen of te herzien naar het strikt noodzakelijke. Zowel bestemmingsplannen als omgevingsplannen worden bijvoorbeeld genoemd. Juist hier zullen onderwerpen spelen waar inwoners grote betrokkenheid hebben.
Bij de totstandkoming van de verordening heeft de gemeenteraad uitgebreid gesproken over de uitzonderingsgronden en daar ook welbewust over besloten. We hebben hier verder geen voorkeur in, maar we willen er wel op wijzen dat juist bij de Ruimtelijke-Ordeningsonderwerpen veel inwoners betrokken zijn via Samen Stad Maken. Daarnaast hebben inwoners bij bestemmingsplannen al de mogelijkheid gehad bezwaren en belangen met college en raad te delen door middel van de zienswijzeprocedures en hebben college en raad hier al uitspraak over moeten doen. Adviespunt 9: Ontwikkel een gemeentelijk formulier voor de indiening van een inleidend verzoek en de ondersteuningsverklaringen en stel dit beschikbaar via de website van de gemeente. Houd er rekening mee dat het mogelijk is om op onderdelen van het besluit een referendumverzoek in te dienen. De Referendumcommissie kan hier desgewenst bij adviseren. Op onze website hebben we reeds een standaardformulier voor ondersteuningsverklaringen. Hiernaast zien we echter geen mogelijkheid om dit advies op een uitvoerbare manier vorm te geven. Ieder deelbesluit van de raad zou dan een eigen formulier moeten krijgen, waarbij overzichtelijkheid voor indieners lastig te waarborgen is. Bovendien is de indiener verantwoordelijk voor het verzamelen en bewaren van de ondersteuningsverklaringen; het lijkt ons niet wenselijk om dit bij de gemeente te leggen.
Indienen via petities.nl is wat ons betreft laagdrempeliger en gebruiksvriendelijker. Privacy is gewaarborgd door de verwerkersovereenkomst die de Griffie met petities.nl heeft afgesloten. We zijn het eens met de Referendumcommissie als het gaat over de vraagstelling. Het moet voor ondertekenaars glashelder zijn over welk raadsbesluit ze een referendum willen. Dit vraagt om een nader gesprek met petities.nl. Adviespunt 10: Om de verordening te vereenvoudigen is het advies om de steekproef (artikel 2:5) te laten vervallen, en alle ondersteuningsverklaringen te controleren op de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 2:3. Wij ontraden dit advies met het oog op de uitvoerbaarheid ervan. Als alle verklaringen gecontroleerd moeten worden, heeft dat grote impact op de dienstverlening vanuit Burgerzaken. Wat het ook lastig maakt is dat zo'n verzoek niet vooraf gepland kan worden maar naar zijn aard altijd op heel korte termijn bekend wordt. En de termijnen waarbinnen het tellen vervolgens plaats moet vinden zijn heel kort. Adviespunt 11: Pas de verordening zo aan dat de gemeenteraad zich altijd kan uitspreken over de uitslag van het referendum en de gevolgen voor de inwerkingtreding van het betreffende besluit, ongeacht de uitkomst van het referendum.
Dit om recht te doen aan de uitslag en het feit dat het referendum een niet-bindend advies aan de raad betreft voorafgaand aan een te nemen raadsbesluit. Als u besluit de verordening aan te willen passen kan dit punt worden meegenomen. Adviespunt 12: De Referendumcommissie adviseert om bij een toekomstige doorlichting van de subsidieregeling in ieder geval de criteria voor de beoordeling van de aanvragen mee te nemen en de termijnen van de subsidieprocedure.
3/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
13 mei 2025 30252121
De commissie stelt dat op basis van de huidige verordening de subsidie mogelijk naar ‘min of meer dezelfde activiteiten’ zou gaan, waardoor een deel van de kiesgerechtigden niet wordt bereikt. We kunnen dit niet goed plaatsen. In de nadere regel subsidie is namelijk expliciet opgenomen dat de regeling bedoeld is voor campagneactiviteiten van zowel voorstanders, tegenstanders als neutrale partijen. Daarnaast wordt bij de beoordeling gekeken naar inhoudelijke overlap en spreiding van activiteiten. De vraag is dus wat de commissie hier precies mee bedoelt, en waarop zij een andere inzet van de subsidie zou willen zien. Wat betreft de termijnen: die zijn op dit moment vier weken voor indienen en vier weken voor besluit. Alleen bij bezwaar ontstaat een langere doorlooptijd van zes weken, maar dit is wettelijk vastgelegd (Awb) en niet aan te passen. Er is dus nauwelijks tot geen ruimte om hierin iets te wijzigen. In theorie zouden aanvraag- en besluittermijnen ingekort kunnen worden, maar dat is niet wenselijk vanwege de uitvoeringsdruk. We zien dan ook geen ruimte om de termijnen aan te passen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4/4