Raadsbrief Propositie Nationaal Groeifonds 8 december 2020
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Openbaar gepubliceerd op 16 april 2021
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Aldert de Vries
Datum
8 december 2020
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
8316154
aldert.de.vries@utrecht.nl
Onderwerp
Propositie Nationaal Groeifonds
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Mobiliteit
Geachte leden van de raad, Op 30 november jl. berichtten wij u over de propositie die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) mede namens gemeente en provincie Utrecht indient voor het Nationaal Groeifonds (NGF) bij de ministeries van Financiën (FIN) en Economische Zaken en Klimaat (EZK). U heeft daarop, bij monde van het presidium, verzocht inzage te krijgen in de procedure en de inhoud van het propositieformulier dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) heeft ingediend. In deze brief gaan wij eerst in op de aanleiding waarom deze brief onder geheimhouding wordt verstuurd. Vervolgens zetten wij uiteen hoe de propositie tot stand is gekomen en wat wij verwachten van de vervolgstappen op basis van de huidige informatie. Tenslotte geven wij een samenvatting van de inhoud van de propositie. Geheimhouding Op grond van artikel 55 lid 1, 86 lid 2 en 25 lid 2 van de Gemeentewet hebben wij om reden genoemd in artikel 10 lid 2 sub g van de Wob, tijdelijke geheimhouding opgelegd op deze raadsbrief.
De tijdelijke geheimhouding is van kracht tot het moment waarop het kabinet heeft besloten over de ingediende proposities voor de 1e tranche van het Nationaal Groeifonds, of zoveel eerder als wij uw raad (gedeeltelijk) in openbaarheid kunnen informeren Op deze manier kunnen we uw raad in kennis stellen van inhoud en proces rondom het Nationaal Groeifonds, maar ook gehoor geven aan het door de rijksoverheid aangegeven belang om hun interne procedure rond het Nationaal Groeifonds te doorlopen, voordat de concrete proposities bekend worden gemaakt. Het kabinet is leidend bij de besluitvorming over de eerste tranche van het groeifonds en doet vooralsnog geen mededelingen over ingediende proposities. Uit de kamerbrief van FIN en EZK van 1 december jl.: “Om de commissie onafhankelijk haar werk te kunnen laten doen, kiest het kabinet ervoor om de verschillende voorstellen niet eerder naar buiten te brengen: voor communicatie over ingediende voorstellen en de beoordeling daarvan ligt het voortouw bij de commissie. De inhoud van de voorstellen zal samen met het oordeel van de beoordelingsadviescommissie komend voorjaar worden gepubliceerd en aan het parlement worden verstuurd.”
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
8 december 2020 8316154
Proposities worden intern door departementen opgesteld en ingediend door middel van een propositieformulier bij de ministeries van FIN en EZK, als fondsbeheerders. De bereikbaarheidsproposities worden vanuit I&W opgesteld. Openbaar maken van het door I&W ingediende propositieformulier doorkruist het interne rijksproces van indiening bij de externe beoordelingscommissie dusdanig dat we onze kansen op een positief advies en selectie aanzienlijk verkleinen, zo stelt I&W. Wij hebben dan ook geen openbaarheid voorbereid van het propositieformulier waaraan gemeente en provincie hebben meegewerkt. Wel hebben wij er bewust voor gekozen om, in navolging van andere steden, de openbaarheid te zoeken met de grote lijnen van ‘ons verhaal’ door middel van een flyer die 30 november jl. aan uw raad is gestuurd. Om u toch de mogelijkheid te geven het propositieformulier met bijlagen onder geheimhouding in te zien, is hiervoor een mogelijkheid op donderdag 10 december tussen 10:00 uur en 16:00 uur op het stadhuis, kamer 2.71. Indien u op dat moment verhinderd bent, kunt u een afspraak maken met dhr. Aldert de Vries, programmamanager Verstedelijking. Zijn contactgegevens vindt u bovenaan deze brief.
Procedure en ontwikkelingen bij de uitwerking van het Nationaal Groeifonds Hoewel de komst van het Nationaal Groeifonds (NGF) al op Prinsjesdag 2019 is aangekondigd, zijn de condities waaronder en spelregels voor het fonds nog steeds in ontwikkeling. In deze dynamische en onzekere context is de propositie voor de Utrechtse bereikbaarheidsopgave tot stand gekomen.. Met de miljoenennota 2020 kondigde het kabinet een investeringsfonds aan om het verdienvermogen van Nederland duurzaam te vergroten. Dit voornemen is op 13 december 2019 door de minister van EZK in de groeibrief bekrachtigd. Op 7 september 2020 volgde een kamerbrief met een toelichting op de vormgeving van het Nationaal Groeifonds, onder andere met het benoemen van scope (drie pijlers: kennis, innovatie en bereikbaarheid), omvang (20 miljard euro) en “toegangspoortcriteria”. Op 30 oktober jl. volgde een kamerbrief waarin duidelijk werd dat 1 januari 2021 de voorstellen uiterlijk ingediend moeten worden bij de beoordelingscommissie. Ook staat in de brief dat dit de indieners in staat stelt de propositie te “vervolmaken”. Op 1 december jl. kondigde het kabinet met een kamerbrief een aantal verdere specificaties van het NGF aan, zoals CO2 beprijzing, een generatietoets en budgetrecht van het parlement.
Tevens wordt gemeld dat over de ingediende voorstellen pas zal worden gecommuniceerd na beoordeling van de commissie komend voorjaar. Het ministerie van I&W is binnen het rijk indiener voor proposities op het gebied van bereikbaarheid. In februari 2020 sondeerde I&W voor het eerst bij haar partners in het land, waaronder de gemeente Utrecht, welk type projecten in aanmerking zouden komen voor het NGF. Aanvankelijk heeft I&W de Utrechtse opgave niet geprioriteerd en gaf men voorrang aan andere proposities. Daarop hebben wij diverse gesprekken met de ambtelijke top van het ministerie gevoerd, op basis van een eerste betooglijn ten gunste van een mogelijk voorstel om het nationale belang van de Utrechtse opgave te benadrukken. Op 23 september jl. gaf I&W ons te kennen dat het ministerie alsnog voornemens was een propositie rond de bereikbaarheidsopgave in de regio Utrecht in te dienen voor het NGF. Vanaf dat moment is met spoed een propositie opgesteld in samenwerking tussen het ministerie van I&W, gemeente, provincie en U10. Deze propositie heeft vorm gekregen in het propositieformulier van de ministeries van FIN en EZK. I&W moest dit propositieformulier voor 1 oktober jl. indienen bij de fondsbeheerders.
Op 10 oktober kregen wij van de fondsbeheerders (via I&W) enkele vragen van financieel economische aard met het verzoek deze te beantwoorden door middel van aanpassingen in het reeds ingediende propositieformulier.
2/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
8 december 2020 8316154
Aanvankelijk zouden fondsbeheerders FIN en EZK op 1 november bekend maken welke proposities voldoen aan de toegangspoortcriteria en naar de beoordelingscommissie doorgeleid zouden worden. In de kamerbrief van 30 oktober bleek dit moment te zijn uitgesteld. Met I&W is de handschoen opgepakt om de propositie te “vervolmaken”, daartoe aangezet door de ruimte die de kamerbrief bood. Deze definitieve versie is op 30 november door I&W bij fondsbeheerders FIN en EZK ingediend. De inhoud van de propositie is gebaseerd op openbare publicaties en achterliggende modeldoorrekeningen: OV-toekomstbeeld midden NL, Samenvatting en Achtergrondrapportage Quick Scan HOV Zuidlob, Utrecht Nabij (ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050) en het concept Mobiliteitsplan 2040. Gedurende dit proces hebben wij voortdurend bij I&W gesondeerd of en wanneer wij onze raden en staten konden informeren. Het is ons ernstig ontraden om hierover te communiceren, voordat ook de Tweede Kamer over de ingediende proposities geïnformeerd zou worden. Wij informeerden u in een raadsbrief op 16 oktober dan ook dat we samen met regio en I&W een propositie opgesteld hadden, in de verwachting dat we hierover op de raadsinformatiebijeenkomsten van 3 en 4 oktober over U Ned nader zouden kunnen informeren.
Dit laatste bleek naderhand met de uitstelbrief van FIN en EZK niet het geval. Eind november zijn andere regio’s één voor één naar buiten getreden met hun inbreng bij de I&W proposities. Noordelijke provincies (Lelylijn), Amsterdam (N-Z lijn en sluiten van de ring), Den Haag/Rotterdam (Oude Lijn) en Eindhoven (Brainportlijn) hebben allen de inhoud op hoofdlijnen gedeeld. Ook vanuit de regio Utrecht hebben we voorbereidingen getroffen om de inbreng van Utrecht bij het groeifonds bekendheid te geven en kracht bij te zetten. Op 30 november jl. is er een raadsbrief verstuurd over het Utrechtse mobiliteitsplan, met een koppeling naar het groeifonds, begeleid door o.a. een flyer met de inzet van Utrecht bij de I&W propositie. De Provinciale Staten zijn gelijktijdig en op dezelfde wijze geïnformeerd over de inhoud van de propositie. Gezien de context van verkiezingen en de kritiek van de Tweede Kamer op doel en procedure van het NGF is het hoogst onzeker hoe de verdere besluitvorming zijn beslag zal krijgen. Daar komt bij dat het fonds optelt tot een bedrag van 20 miljard euro voor 5 jaar, evenredig verdeeld over de pijlers kennis, innovatie en bereikbaarheid (dus 6,7 miljard euro voor de pijler bereikbaarheid). I&W heeft met de ingediende voorstellen dit bedrag enkele malen overschreden. De vraag is daarbij of een gelijke verdeling over de pijlers standhoudt.
Wij verwachten dat een eventuele toekenning vanuit het NGF voor bereikbaarheidsprojecten via de spelregels van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) zal verlopen. In dat geval zal uitwerking van de propositie worden vervat in een starbeslissing voor een MIRT-verkenning, die in dat geval ter besluitvorming aan uw raad zal worden voorgelegd. Een eventuele financiële bijdrage vanuit de gemeente zal onderdeel uitmaken van deze startbeslissing. Zoals voor de huidige MIRT-verkenning een reservering is opgenomen in het Meerjarenperspectief Bereikbaarheid uit de middelen voor schaalsprong OV, zal bij een eventuele toekenning van de propositie waar nodig de raad een besluit worden voorgelegd over verhoging van de reservering. Zodra meer bekend wordt over de besluitvormingsprocedure rond het Nationaal Groeifonds, zullen wij uw raad hierover informeren. Inhoud van de propositie De Metropoolregio Utrecht (MRU) ligt in het centrum van Nederland; een kennisintensieve, Europese topregio, met name gericht op ‘Life Sciences and Health’. De regio levert een belangrijke bijdrage aan het BBP, talentontwikkeling en de innovatiekracht van Nederland. De regio wordt doorkruist door de
3/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
8 december 2020 8316154
belangrijkste noord-zuid en oost-westverbindingen van Nederland (A2, A12, A27 en A28) en Utrecht Centraal is het grootste OV-overstappunt van Nederland. Goede doorstroming op deze wegen en op het spoor is van essentieel belang voor Nederland: het is de draaischijf van ons economisch verkeer. Door de aantrekkelijkheid van deze regio als vestigingsplaats voor inwoners en ondernemers wordt de druk op die doorstroming groter en ontstaan nog steeds knelpunten, ondanks al voorgenomen aanpassingen aan A12 en A27. Het is daarom voor Nederland en voor de regio Utrecht van groot belang ruimte voor groei in het mobiliteitsnetwerk te creëren. Een investering in twee lightrailverbindingen creëert die ruimte: de verbindingen ontlasten het zuidelijke en oostelijke deel van de Ring Utrecht, verminderen de druk op station Utrecht Centraal en verbeteren daarmee de bereikbaarheid van Nederland en Utrecht. Deze lightrailverbindingen zijn faciliterend aan innovatie en onderwijs op het Utrecht Science Park (inclusief satellietlocaties) en aan de grote verstedelijkingsdruk in Midden Nederland. Zo passen deze verbindingen binnen de groeistrategie van het kabinet, die het Nationaal Groeifonds ondersteunt. De beoogde effecten van de lightrailverbindingen in de periode tot 2040 zijn: 1.
Vermindering van congestie op de ring Utrecht van 5 tot 14 procent minder motorvoertuigen in de ochtendspits ten opzichte van een autonoom groeiscenario, mede afhankelijk van flankerende beleidsmaatregelen. De Waterlinielijn zal een aantrekkelijk alternatief zijn voor de autoritten binnen de regio waar in veel gevallen gebruik wordt gemaakt van de Ring Utrecht, en door een overstap te bieden op hubs langs snelweglocaties wordt bewerkstelligd dat forenzen en bezoekers van de stad voor de ring op het OV overstappen. 2. Groeiruimte op het spoor en op Utrecht Centraal voor (inter)nationale reizigersstromen doordat 20 procent van de regionale bus- en tramreizigers niet meer in- of uitstapt op Utrecht Centraal. De lightrailverbindingen bedienen meer dan 100.000 OV reizigers. 3. Ruimte voor groei van het USP als nationale innovatie- en onderwijshub voor life science and health voorbij de huidige, door bereikbaarheidsproblemen beperkte, groeiruimte van 4.000 science gerelateerde arbeidsplaatsen. 4. Gezonde verstedelijking realiseren met de bouw van 60.000 woningen en de groei van 50.000 banen in de directe invloedssfeer van de lightrailverbindingen in Utrecht Zuidwest, A12 zone, Nieuwegein, Lunetten-Koningsweg, USP/Rijnsweerd en Zeist. Een investering in de lightrailverbindingen draagt bovendien bij aan duurzame economische groei van Nederland.
Groei en verdichting van de stedelijke regio Utrecht leidt tot een grotere agglomeratiekracht van Nederland; in contante waarde is het effect 1,9 miljard euro. Daarnaast leiden lightrail verbindingen tot reistijdwinst voor OV reizigers, en vermeden voertuigverliesuren op de weg, juist voor nationale vervoersstromen. Deze effecten zijn berekend op 1,6 miljard euro contante waarde. Tenslotte betekenen de lightrailverbindingen een positief effect op economische groei omdat kennisinstellingen en bedrijven letterlijk de ruimte krijgen. Als de Utrechtse kracht op gebied van gezondheid, duurzaamheid en voedingstechnologie voluit benut wordt door middel van investeringen in publieke en private R&D, leidt dit tot verhoging van de nationale BBP groei van 0,2 procent per jaar. De lightrailverbindingen zijn een fundamentele stap in de schaalsprong die de regio doormaakt: Van van het huidige monocentrische model met Utrecht Centraal als enige hoofdknoop naar een polycentrisch model met meerdere hoofdknopen. Hiertoe hanteert de regio het concept ‘Wiel met Spaken’: een netwerk van snel en hoogfrequent OV als fundament voor de afwikkeling van metropolitane en regionale mobiliteitsbewegingen. De meest urgente stap richting dit polycentrische model bestaat uit de aanleg van een lightrail netwerk in het zuidelijke en oostelijke deel van de MRU.
4/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
8 december 2020 8316154
Dit netwerk bestaat uit drie onderdelen: 1. De realisatie van de Waterlinielijn vanaf knooppunt A12 Westraven, via het USP, naar Zeist. Deze verbinding halteert bij de nieuwe knoop Lunetten-Koningsweg en ontlast hoofdknoop Utrecht Centraal. Voor OV-reizigers ontstaat een “short cut” tussen Lunetten-Koningsweg en het USP, zodat niet alle reizigers die vanuit andere delen van Nederland naar het USP willen op Utrecht Centraal hoeven over te stappen. 2. De versnelling van de huidige SuNij-lijn onder de noemer Merwedelijn, waaronder een aftakking naar Papendorp, aansluitend op de verstedelijkingsslag in Utrecht Zuidwest, A12 zone en Nieuwegein. Omvangrijke binnenstedelijke woningbouwontwikkeling in Utrecht Zuidwest en Nieuwgein wordt met deze verbinding mogelijk. 3. De realisatie van dubbelstation Lunetten-Koningsweg als overstappunt van het nationaal spoornetwerk naar het lightrail netwerk. Het gaat hierbij tezamen om een eenmalige investering van 2,43 miljard euro (incl. BTW). De geraamde kosten voor de drie onderdelen van deze propositie zijn respectievelijk 1.256 miljoen euro voor de Waterlinielijn, 870 miljoen euro voor de Merwedelijn en 300 miljoen euro voor dubbelstation Lunetten-Koningsweg. In het propositieformulier is een kosteninschatting per deeltracé opgenomen.
Kosteninschattingen zijn gebaseerd op ervaringscijfers van aanleg per strekkende kilometer, inschatting van benodigde inpassingskunstwerken, vastgoed- en plankosten, en kosten proef- en testbedrijf. Hierbij is aangetekend dat het een zeer globale kosteninschatting van de meest waarschijnlijke varianten van de lightrail lijnen betreft. Deze kan nog variëren naar gelang de planvormingsfase tot keuze voor andere varianten met grotere of kleinere inpassingsmaatregelen leidt. Vanwege het structurele karakter zijn beheer, onderhoud en exploitatiekosten buiten deze aanvraag gehouden, maar hebben de nadrukkelijke aandacht van de indieners. Hoewel geprognosticeerde reizigersaantallen op de meeste tracés lijken te wijzen op een haalbare exploitatie, is dit onderdeel van nadere studie alvorens het definitief voorkeursbesluit genomen wordt. De meerkosten beheer, onderhoud en exploitatie zijn voor rekening van de regionale overheden (provincie Utrecht en gemeente Utrecht). Voor een deel van deze investering hebben rijk en regio in de ‘MIRT Verkenning OV en Wonen’ 380 miljoen euro gereserveerd (gestart zomer 2020). Daarmee komt het opgevoerde bedrag bij het Nationaal Groeifonds tot 2,05 miljard euro. De regio heeft aangegeven bereid te zijn tot een substantiële bijdrage.
Specifiek in het kader van deze propositie zullen regiopartijen in gesprek gaan met raden en staten over reserveringen in toekomstige budgetten; uiteraard in nauwe samenhang met een subsidie uit het Groeifonds om te komen tot een sluitende begroting. Voor planning en kasritme is uitgegaan van start planuitwerking in 2021 (MIRT-verkenning), start bouw in 2028 en oplevering in 2034. Ook hiervoor geldt dat nadere keuzes tot prioritering van één van de twee lightraillijnen kan leiden, of op onderdelen daarvan. Op dit moment bevindt het project zich in de voorbereidende fase. Daarmee is de samenwerking rijkregio en de formele besluitvorming langs de lijnen van het programma U Ned leidend. Hierin participeren de ministeries van I&W, BZK en EZK, provincie en gemeente Utrecht, U16 gemeenten, ProRail, NS en Rijkswaterstaat. Op het moment dat een voorkeursbeslissing is genomen, zal ook een projectorganisatie worden opgezet om realisatie van de afgesproken maatregelen planologisch
5/6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
8 december 2020 8316154
mogelijk te maken. Daarbij bouwen we voort op eerdere ervaringen met programma’s VERDER en Uithoflijn. Voor lightrail zal de samenwerking tussen provincie en gemeente de spil van de programmaorganisatie vormen. Voor het dubbelstation zal een samenwerking tussen ProRail, provincie en gemeente aan de orde zijn. De lightrailverbindingen raken veel belanghebbenden. Tussen overheidspartijen is in U Ned overeenstemming over noodzaak en urgentie tot realisatie van de meest prioritaire delen van het Wiel met Spaken bij rijk (ministeries van I&W, BZK en EZK) en regio (provincie Utrecht, gemeente Utrecht en andere U10 gemeenten). Op onderdelen zijn nog uitzoekvragen over de invulling. Voorbeelden zijn de mate van haalbaarheid van de IC status van Lunetten-Koningsweg, tracékeuzes en de mate van bundeling van OV vervoersstromen. ProRail, NS en Rijkswaterstaat zijn onderdeel van deze belangenafweging. Naast U Ned zijn de USP partners medeondertekenaar van de propositie. Wij vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
6/6