Raadsbrief Programmatische Verkenning Rijnenburg
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Tom van Nieuwenhuijze / Ben Norg
Datum
19 september 2024
Doorkiesnummer
030 2867098 / 14 030
Kenmerk
12708921
t.van.nieuwenhuijze@utrecht.nl / b.norg@utrecht.nl
Onderwerp
Programmatische Verkenning Rijnenburg
Bijlage(n)
Programmatische Verkenning Rijnenburg inclusief bijlagen
Beleidsveld
Rijnenburg
Geachte leden van de raad, Aan de zuidwestkant van Utrecht, centraal gelegen in de Randstad, werken we samen met Rijk, Provincie en regio aan de grootste woningbouwlocatie van Nederland. Dit doen we met de transformatie van Groot Merwede en de ontwikkeling van een nieuw stadsdeel Rijnenburg. Hiermee dragen we bij aan het opvangen van de groei in de Utrechtse regio. Op dit moment is de druk op de woningmarkt in Utrecht een van de grootste van Nederland. Om deze te verlichten worden tot en met 2030 alleen al in Utrecht Groot Merwede, het gebied tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein, ruim 25.000 woningen gebouwd samen met de gemeente Nieuwegein. Na 2030 gaat het om de bouw van mogelijk nog eens 15.000 tot 27.000 woningen in o.a. Westraven en Galecopperzoom (voorheen: A12-zone) en voor het nieuwe stadsdeel Rijnenburg wordt verkend om daar nog eens 22.000 tot 25.000 woningen te bouwen na 2035. Het gaat daarbij om binnenstedelijke verdichting, transformatie van werklocaties (Groot Merwede) en de ontwikkeling van uitleglocaties (Rijnenburg).
Ligging Groot Merwede en Rijnenburg
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
Om deze ambitie waar te maken, is een aanzienlijke investering nodig voor OV-verbindingen, fietsen weginfrastructuur. Ons doel is in te zetten op een hoogwaardige OV-verbinding tussen het Centraal Station en Rijnenburg met het realiseren van een Merwedelijn en een daarop aansluitende Rijnenburglijn. In Westraven ontstaat een knoop, waar bestaande bus- en tramlijnen naadloos op elkaar aansluiten. Daarmee versterken we het regionale OV systeem. Binnen deze context informeren wij u met deze brief over de volgende stap in de ontwikkeling van Rijnenburg tot een volwaardig stadsdeel in de regio Utrecht. In lijn met de oplegger op de RSU2040 werken wij voor Rijnenburg aan een compacte gemengde stedelijke wijk, met onder meer 22.000 tot 25.000 woningen, bijbehorende (groen)voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid. Een wijk met een duurzaam mobiliteitsprofiel, ontsloten door hoogwaardig OV. Met in het noordelijk deel een landschapspark voor stad en regio met ruimte voor permanente opwekking van energie, sport, natuur, waterberging en recreatie. In navolging van onze brief van 21 oktober 2022 ontvangt u met deze brief de Programmatische Verkenning voor Rijnenburg. De Programmatische Verkenning is een tussenproduct, bedoeld als startpunt van gesprek met uw raad, bewoners in en om het gebied en overige geïnteresseerden voor de planontwikkeling van Rijnenburg.
In deze Programmatische Verkenning beschrijven wij welke thematische uitgangspunten voor de onderwerpen Programma, Mobiliteit en Gezonde leefomgeving wij zien voor de ontwikkeling van Rijnenburg. De Programmatische Verkenning bevat geen onderlinge weging van de thema’s en stelt geen nadere kaders vast voor de ontwikkeling van Rijnenburg, ook zijn de effecten op de omgeving nog niet onderzocht; dit wordt onderdeel van de in de volgende fase op te stellen en door u vast te stellen Uitgangspuntennotitie (verwacht: 2026). Resultaten onderzoeken Programmatische Verkenning Gezonde leefomgeving Om een goed nieuw stadsdeel te realiseren is een gezonde leefomgeving randvoorwaardelijk. Het ruimtelijk borgen van thema’s als gezonde natuur/biodiversiteit, een gezond klimaat, schone lucht, stilte en energie, een gezonde bodem, gezonde beweging/mobiliteit, plekken voor rust en ontmoeting is minstens zo belangrijk als het gebouwde programma en mobiliteit. Daarom is een groenblauw raamwerk als hoofdstructuur van Rijnenburg ontwikkeld. Het groenblauw raamwerk is opgebouwd aan de hand van zeven vertrekpunten: • Bodem en water zijn sturend in de ontwikkeling van Rijnenburg. • Een groenblauw raamwerk op ieder schaalniveau brengen landschap en natuur tot aan de voordeur. • Het groenblauwe raamwerk staat niet op zich maar is altijd verbonden met de omgeving.
• Compacte verstedelijking om ruimte vrij te spelen voor groen en landschap. • Het groenblauwe raamwerk is van en voor iedereen: mens, plant en dier. • Rust en ruimte krijgen hun plek in en om de wijk in het landschap. • Rijnenburg levert ook haar bijdrage aan de stad en regio. Het groenblauwe raamwerk is de vertaling van bovenstaande vertrekpunten en bestaat uit de volgende bouwstenen die elk hun eigen specifieke waarde vertegenwoordigen in de gezonde leefomgeving van het Rijnenburg van de toekomst: Landschapspark Rijnenburg, het Stroomrugpark, Lange lijnen, Historische linten, Hollandse IJsselgebied, Nedereindse Park en Reijerscop.
2/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
Dit raamwerk legt de basis voor de ontwikkeling van Rijnenburg. Het borgt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied (gebruikerswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde) en draagt zorg voor (veelal zachte) waarden als identiteit, biodiversiteit, natuur, rust, gezondheid, klimaatbestendigheid, esthetiek, et cetera. Deze waarden zijn niet goed in euro’s of exploitaties uit te drukken, maar zijn cruciaal voor het goed functioneren van een gebied en het welbevinden van de bewoners of bezoekers (mens, plant en dier) en daarmee het gezond stedelijk leven voor iedereen.
Collage van het landschapspark Rijnenburg Mobiliteit Rijnenburg ligt tegen de snelwegen A2 en A12 aan. Op deze snelwegen is het momenteel al erg druk en het is de verwachting dat zonder de ontwikkeling van Rijnenburg deze snelwegen de komende jaren hun maximale capaciteit al zullen bereiken. Het wegennet heeft daarnaast onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden om de mobiliteitsvraag uit Rijnenburg te faciliteren. Het vergroten van de capaciteit van de A2, de A12 en de ring Utrecht vraagt om grote investeringen en heeft veel impact op de omgeving. Deze investeringen willen we zo veel mogelijk voorkomen, door onder meer in te zetten op nabijheid. Daarom is voor de ontwikkeling van Rijnenburg gekozen voor het sturen op duurzame mobiliteit. Het Verdiepend mobiliteitsonderzoek (invulling van Motie 105) laat zien dat een toekomstvast Rijnenburg een sturend mobiliteitsconcept nodig heeft om in een compact gebied 22.000 – 25.000 woningen te bouwen. Belangrijkste ‘knoppen’ in dit sturende concept zijn: • Nabijheid van voorzieningen. • Aantrekkelijke, snelle en geprogrammeerde fietsroutes in alle windrichtingen. • Hoogwaardig en robuust OV met o.a. een snelle verbinding naar Utrecht CS. • Auto op afstand en alleen voor extern gebruik. Dit is een integraal pakket waarin alle maatregelen nodig zijn om het concept te laten slagen.
De strikte sturing op parkeren en autobezit is hierin het belangrijkste sturingsmiddel. De andere ingrediënten zijn nodig om in samenhang tot een goed functionerend mobiliteitsconcept te komen. Dit vraagt om investeringen in bijvoorbeeld OV-verbindingen (inclusief interne shuttle), verbindingen onder en over snelwegen, en realisatie van de mobiliteitshubs. Programma Vanuit de opgave om 22.000 – 25.000 woningen te realiseren, wordt het programma voor Rijnenburg voornamelijk bepaald door het mobiliteitsconcept en de beschikbare ruimte. Samen leidt dit tot
3/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
stedelijke dichtheden vergelijkbaar met Leidsche Rijn Centrum en Merwedekanaalzone. Rijnenburg kan een stadsdeel worden waar iedereen die zich bij dit ruimtelijk concept thuis voelt een plek kan vinden in duurzame, betaalbare en kwalitatief goede woningen. Een grootstedelijke ontwikkeling als Rijnenburg vraagt om een goed en volledig voorzieningenniveau voor de wijk, waar alle maatschappelijke en commerciële voorzieningen een plek hebben en binnen 10 minuten van de woning bereikbaar zijn. In Rijnenburg kan een levendig centrumgebied komen met een goede mix van wonen, stedelijke werkfuncties (zoals kleinschalige en creatieve bedrijvigheid), maatschappelijke en commerciële voorzieningen (zoals retail en horeca). Het centrumgebied is gericht op de wijk Rijnenburg en daarmee qua omvang kleiner dan een centrum met stedelijke en/of regionale uitstraling zoals Leidsche Rijn Centrum of Hoog Catharijne. Het onderzoek naar werken en voorzieningen bevestigt dat realisatie van minimaal 12.500 arbeidsplaatsen in Rijnenburg reëel is. Dit betreft met name wijkgebonden werkgelegenheid. Het verwachte aantal arbeidsplaatsen is ongeveer een kwart van het verwachte aantal bewoners. We onderzoeken in de volgende fase welk type werkgelegenheid het beste past voor Rijnenburg.
Voorkomen moet worden dat Rijnenburg zich tot een monofunctionele wijk ontwikkelt, zowel vanuit het oogpunt van leefbaarheid als vanuit OV-exploitatie. De stedelijke behoefte voor een bedrijventerrein voor kleinschalige en middelgrote bedrijfsruimtegebruikers is netto circa 39 tot 52 hectare. Ruimtelijk kan Rijnenburg een deel van deze behoefte inpassen, dit moet nader afgewogen worden in relatie tot bereikbaarheid en ruimtelijke inpassing. Omdat Rijnenburg niet in de nabijheid van een OV-(trein)knooppunt is gelegen, is er beperkte behoefte aan (vooral wijkgebonden) kantoorruimte.
Collage van het Stroomrugpark Rijnenburg Schets van Rijnenburg De thematische onderzoeken en uitgangspunten brengen het beeld naar voren van Rijnenburg als landschapsstad. Een landschapsstad waarbij stedelijkheid gecombineerd is met sterke landschappelijke waarden. Een landschapsstad waar alle dagelijkse voorzieningen te vinden zijn, maar die ook ruimtelijk en sociaal verbonden is met stad en regio. Een landschapsstad waar men bewust leeft, waar men rekening houdt met elkaar, met mens én natuur. Met de nabijheid van zowel stad en landschap kunnen we in Rijnenburg de landschapsstad van de toekomst vormgeven.
4/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
Collage van hoge stedelijke dichtheid in centrumgebied Rijnenburg
Collage lage stedelijke dichtheid aan de randen van Rijnenburg
Samenwerking met omgeving Grondeigenaren onderschrijven Programmatische Verkenning De Programmatische Verkenning Rijnenburg is tot stand gekomen in nauwe en constructieve samenwerking met het consortium van grondeigenaren. Om goed te kunnen samenwerken hebben we in de afgelopen twee jaar geïnvesteerd in de relatie met het consortium. Het consortium is eigenaar van circa 70% van de grond in Rijnenburg. Gemeente en het consortium onderschrijven samen de Programmatische Verkenning als vertrekpunt voor verder onderzoek naar de ontwikkeling van het gebied. Het consortium heeft tijdens de totstandkoming van de Programmatische Verkenning een zogenaamd Groeidocument gemaakt, welke wij ter informatie voor u in bijlage 5 hebben toegevoegd. Doel hiervan is om enerzijds te inspireren en anderzijds om de ambities en uitgangspunten van het consortium voor een compacte gezonde stadswijk te bepalen. Voor de Programmatische Verkenning en het Groeidocument van het consortium zijn door beide partijen onderzoeken uitgevoerd waar wederzijds in is geparticipeerd.
5/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
Betrokkenheid van medeoverheden De afgelopen periode hebben wij met onze medeoverheden (Rijk, Provincie en regio) goede gesprekken gevoerd hoe zij aankijken tegen de ontwikkeling van Rijnenburg. Rode draad hierin is dat onze buurgemeenten Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden kansen zien voor onder andere het versterken van draagvlak van voorzieningen in hun gemeenten, het aansluiten op de OVontsluiting van Rijnenburg en het versterken van recreatie en sport middels goede verbindingen. Zorgen zien zij met name op wat het effect van het gewenste programma voor Rijnenburg is op de leefbaarheid en mobiliteit (verkeers- en parkeerdruk) in hun gemeenten. Samen met Provincie en gemeente Nieuwegein zien wij dat de ontwikkeling van Rijnenburg nauw samenhangt met de ontwikkeling van Groot Merwede, zowel inhoudelijk als in fasering. In de oplegger RSU2040 heeft uw raad daarover vastgesteld dat de ontwikkeling van Rijnenburg de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden. Dit kan betekenen dat Rijnenburg mogelijk parallel aan de ontwikkeling van de andere verstedelijkingslocaties kan starten. Waterschap HDSR onderschrijft de keuze om vanuit het principe bodem en water sturend alleen te bouwen op de hoger gelegen delen van Rijnenburg. Het Rijk vraagt aandacht voor tempo op de planontwikkeling.
De aandachtspunten van onze medeoverheden hebben wij vertaald in onderzoeksvragen. Deze onderzoeksvragen gaan niet alleen over het gebied zelf en de onderlinge samenhang tussen de thema’s maar uiteraard ook over de samenhang met omliggend stedelijk gebied/ regio. De direct betrokken overheden weten elkaar goed te vinden bij de ontwikkeling van beide gebieden, gezamenlijk zoeken we de komende periode naar een vorm om deze samenwerking te bestendigen, bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedsalliantie. Keuzes in Rijnenburg kunnen alleen gemaakt worden in samenhang met ruimtelijke keuzes voor Groot Merwede (voorheen: A12-zone) op het gebied van wonen, werken en voorzieningen en de bereikbaarheid van beide gebieden zodat beide gebieden complementair aan elkaar ontwikkeld kunnen worden. In het MIRT-onderzoek ‘A12-zone in samenhang met Rijnenburg’ onderzoeken wij samen met Rijk, Provincie en regio de condities voor verstedelijking van Groot Merwede en Rijnenburg. Zoals verwoord in onze brief van 20 maart 2024 studeren wij ook zelfstandig op Rijnenburg omdat wij middels ontwerpend onderzoek ons een beeld willen vormen over de mogelijkheden en randvoorwaarden van de gebiedsontwikkeling en relaties en afhankelijkheden die er zijn.
Dit bereidt ons inhoudelijk voor op besluitvorming in het MIRT-onderzoek en geeft antwoord op grote vraagstukken zoals de mogelijkheden voor ruimtelijke inpassing van onder meer waterberging, energie, groen en recreatie. Ook helpt het ons om actuele opgaven in het gebied in te passen, zoals het windpark Rijnenburg en Reijerscop en een toekomstbestendige inpassing van het nieuwe hoogspanningsstation TenneT. Het MIRT-onderzoek heeft een ander abstractieniveau dan de Programmatische Verkenning. Wij stemmen met U Ned af welke vragen binnen het MIRT-onderzoek worden opgepakt en welke wij zelfstandig uitwerken om vervolgens in te brengen in het MIRT-onderzoek. Er is nauwe verwevenheid en onderlinge afstemming. Moties Met de Programmatische Verkenning Rijnenburg beantwoorden we twee moties van uw raad. Verdiepend Mobiliteitsonderzoek In Motie 105 Mobiliteitsonderzoek ontsluiting Rijnenburg (maart 2022) worden verschillende mobiliteitsonderzoeken voor Rijnenburg gevraagd. Voor het eerste deel van de motie zijn de Synthesestudie Mobiliteitseffecten Rijnenburg en Quickscan aanlegkosten OV-structuur van en naar
6/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
Rijnenburg uitgevoerd. Deze rapporten zijn bijgevoegd bij de raadsbrief ‘Invulling coalitieakkoord gebiedsontwikkeling Rijnenburg en mobiliteitsonderzoek ontsluiting Rijnenburg’ (oktober 2022). In het tweede deel van de motie wordt een Verdiepend Mobiliteitsonderzoek naar Rijnenburg gevraagd. Door Studio Bereikbaar (zie bijlage 3) is onderzoek gedaan naar de consequenties van het realiseren van Rijnenburg op de mobiliteitsnetwerken en de mogelijkheden om te sturen op (duurzame) mobiliteit over de volle breedte: ruimtelijke inrichting, mobiliteitsconcept (inclusief aspecten als parkeren, gedrag, beprijzing) en netwerkmaatregelen. Groen Rijnenburg In de Motie 223 Groen Rijnenburg (juli 2023) vraagt de gemeenteraad om in de Programmatische Verkenning expliciet de ambities en uitgangspunten vast te leggen voor natuur en landschap in de polder Rijnenburg en specifieke aandacht te schenken aan het noordelijk deel van de polder als gebied waar groen, energie en recreatie gecombineerd worden. Deze punten zijn meegenomen in paragraaf 3.3 en 4.2 van de Programmatische Verkenning. De motie vraagt verder om de mogelijkheden te onderzoeken om voor de stedelijke ontwikkelingen al te starten met de landschapsontwikkeling.
Landschapsontwikkeling is een belangrijk onderdeel van de planvorming voor Rijnenburg en we zullen onderzoeken op welke wijze de natuur- en landschapsontwikkeling van Rijnenburg bekostigd gaat worden. We kunnen hier pas definitieve afspraken over maken als er een Masterplan is vastgesteld en we een samenwerkingsovereenkomst met het consortium van grondeigenaren aangaan. Relatie met lopende ontwikkelingen in het gebied Voor Rijnenburg en Reijerscop is de Visie Energielandschap vastgesteld met zoekgebieden voor wind en zon ten behoeve van opwek van energie voor de stad. In de raadsvergadering van 6 juni jl. is het bestemmingsplan Windpark Rijnenburg en Reijerscop vastgesteld. Voor de eerste 4 windmolens is een vergunning aangevraagd door Rijne Energie. De locaties van deze 4 windmolens zijn meegenomen in de Programmatische Verkenning. Verdere invulling van de opgave voor opwekken van energie wordt integraal onderdeel van de gebiedsafweging. Voor de oplossing van (een deel van) de netcongestie is de realisatie van een nieuw 150kV hoogspanningsstation in de polder Rijnenburg noodzakelijk. Dit is nodig om nieuwbouw en duurzame energie in Utrecht en de buurgemeenten aan te kunnen sluiten op het elektriciteitsnet. TenneT heeft een verzoek ingediend voor de bouw van dit nieuwe hoogspanningsstation.
Er is een voorkeurslocatie bepaald direct ten oosten van het hoogspanningsstation van Stedin, deze locatie wordt verder uitgewerkt in een omgevingsplan. Voor initiatieven in Rijnenburg en Reijerscop is het uitgangspunt dat permanent inpassen/vergunnen alleen mogelijk is als het initiatief vanuit stedelijk belang nodig is en ook goed aansluit op de integrale gebiedsontwikkeling. Als dit niet mogelijk is kan tijdelijke inpassing middels een afwijkingsprocedure maar het mag de permanente ontwikkeling niet in de weg zitten. Vervolgproces en participatie De ontwikkeling van Rijnenburg naar de landschapsstad is er niet zomaar. Er is nog veel onderzoek nodig om van de thematische uitgangspunten uit dit document te komen tot integrale, haalbare uitgangspunten waarmee een aantrekkelijk en leefbaar nieuw stadsdeel kan worden gecreëerd. Wij zien de volgende uitdagingen: - Creëren van een aantrekkelijk woonmilieu in relatie tot ligging van het gebied, benodigd mobiliteitsconcept, hogere dichtheden en hoog aandeel betaalbaar woonprogramma.
7/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
-
-
-
-
-
19 september 2024 12708921
Randvoorwaardelijk is onder andere dat inpassing van het beoogde programma en de benodigde infrastructuur voor mobiliteit en energie in balans is met de gewenste kwaliteit en omvang van het groenblauwe raamwerk; Het organiseren van het geschetste sturende mobiliteitsconcept, randvoorwaardelijk hiervoor is onder andere dat we samen met Rijk en Provincie een aanzienlijke investering doen voor OV-verbindingen en fiets- en weginfrastructuur; Voorkomen van een monofunctionele, saaie wijk waarbij inwoners in de ochtend de wijk verlaten naar hun werk en in de avond weer terugkomen. Dit vraagt om een goede invulling van het centrumgebied en juiste mix van wonen en werken rondom de OV-haltes; Haalbaarheid van het economisch profiel voor Rijnenburg in relatie tot mobiliteits- en woonconcept. Dit geldt zowel voor beoogd bedrijventerrein, het werken aan huis als overige stedelijke werkfuncties; Voorkomen dat Rijnenburg een eiland op zichzelf wordt, randvoorwaardelijk hiervoor is onder andere nabijheid van voorzieningen en goede verbindingen met omliggend gebied, zowel in programma (functies) als in sociaal veilige verbindingen; Inpassing van mogelijk conflicterende ruimteclaims voor bovenwijkse voorzieningen (sport, energie, evenemententerrein, roeiwater) in het noordelijk deel die moeten leiden tot een kwalitatief hoogwaardig landschapspark.
In de volgende stap richting de Uitgangspuntennotitie wordt daarom door middel van (ontwerpend) onderzoek inzichtelijk gemaakt hoe de belangrijkste thematische uitgangspunten (groenblauw raamwerk, dichtheid, mobiliteit en type programma (wonen, werken, recreëren)) zich tot elkaar en tot de omgeving (stad, landschap, buurgemeenten en verdere regio) kunnen verhouden. Daarbij weten wij ook dat niet alle beschreven ruimteclaims ingepast kunnen worden, er zullen dan keuzes gemaakt moeten worden. Dit geldt met name voor het landschapspark. Het is nodig om in de volgende fase onderzoek te doen naar duurzaam ruimtegebruik en daarbij naar oplossingen te zoeken zoals bijvoorbeeld dubbelgebruik van functies en het uitwisselen van barcode onderdelen met omliggend bestaand en toekomstig gebied, waaronder Groot Merwede. De eerste resultaten van de Uitgangspuntennotitie zullen wij tegelijk met de uitkomsten van het MIRTonderzoek met u delen, dit is naar verwachting najaar 2025. Het opstellen van de Uitgangspuntennotitie en de benodigde onderzoeken daarvoor doen we niet alleen maar blijven wij doen in samenwerking en afstemming met het consortium van grondeigenaren, onze rijks- en regiopartners (o.a. via het programma U Ned en het MIRT-onderzoek), het waterschap en netbeheerders.
En in gesprek met bewoners, ondernemers, gebruikers in en om het gebied en overige stakeholders zoals belangenorganisaties op het gebied van natuur en mobiliteit. Als startpunt van dit gesprek organiseren wij de komende weken diverse informatiebijeenkomsten, waaronder één besloten bijeenkomst specifiek voor de bewoners van Rijnenburg. Voor alle andere belangstellenden organiseren wij twee inloopbijeenkomsten op 1 en 3 oktober in La Place De Meern (Meerndijk 59) en een digitale bijeenkomst op 8 oktober. Doel van de informatiebijeenkomsten is om belangstellenden te informeren over de inhoud van de Programmatische Verkenning en daar hun reactie op te peilen. Op basis van de uitkomsten organiseren wij het vervolg van het participatieproces. Alle informatie is ook te vinden op de gemeentelijke website. Vanzelfsprekend bent u van harte welkom bij de bijeenkomsten. Daarnaast nodigen we u graag uit voor een technische sessie waarin wij meer toelichting kunnen geven op de gedane onderzoeken. In overleg met de griffie ontvangt u hiervoor een uitnodiging.
8/9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 september 2024 12708921
Tot slot, de ontwikkeling van Rijnenburg is een complexe opgave en een uitdaging die wij willen aangaan. Dat kan en moet in één keer goed. Dat lukt alleen als we het samen doen. Samen met uw raad en met onze samenwerkingspartners hebben we hebben de kennis en innovatiekracht om hier een prachtige nieuwe wijk van te maken, die een geweldige meerwaarde gaat opleveren voor stad en regio. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
9/9