Raadsbrief Onderzoek toevoegen standplaatsen woonwagens.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
H.M.M. van Opheusden
Datum
26 januari 2021
Doorkiesnummer
030-2864148
Kenmerk
8476304
h.van.opheusden@utrecht.nl
Onderwerp
Onderzoek toevoegen standplaatsen woonwagens
Bijlage(n)
1
Beleidsveld
Wonen
Geachte leden van de raad, Hierbij informeren wij u over ons voornemen in 2021 een onderzoek te laten uitvoeren naar de mogelijkheid om al dan niet een beperkt aantal extra standplaatsen voor woonwagens aan te leggen aangrenzend aan enkele bestaande woonwagenlocaties. Op de locaties zelf is niet voldoende ruimte voor extra standplaatsen, zo is uit een eerste behoefteverkenning gebleken. Uitbreiding van het aantal standplaatsen betekent een ingreep in de ruimtelijke structuur rond de locaties. Daarnaast moet rekening gehouden worden met aspecten van beheer, veiligheid en handhaving. Het onderzoek zal daarom worden uitgevoerd in nauw overleg met verschillende betrokken partijen. Achtergrond In 2017 heeft de Nationale Ombudsman naar aanleiding van het advies van het College van de Rechten van de Mens onderzocht in hoeverre gemeenten, die primair verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van woonwagenbewoners, ruimte geven aan woonwagenbewoners om te kunnen wonen zoals dat past binnen hun culturele identiteit. Het College stelt dat leven in een woonwagen een essentieel onderdeel is van de culturele identiteit van woonwagenbewoners en wijst erop dat het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties verplicht zijn om de culturele identiteit van woonwagenbewoners te beschermen en te faciliteren.
De Nationale Ombudsman beveelt gemeenten aan om de behoefte aan standplaatsen onder woonwagenbewoners en de toewijzingscriteria te inventariseren en het beleid, indien nodig, aan te passen. In juli 2018 heeft het Rijk een beleidskader uitgebracht met richtlijnen voor het woonwagen- en standplaatsenbeleid van de gemeenten als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Eind 2018 heeft een delegatie van raadsleden, een bestuurder, ambtenaren en woonwagenbewoners uit Utrecht het woonwagencentrum Beukbergen in Zeist bezocht. In vervolg daarop en naar aanleiding van aanbevelingen van de Nationale Ombudsman hebben D66, GroenLinks, SP en PvdA in februari 2019 schriftelijke raadsvragen gesteld over woonwagenstandplaatsen in Utrecht. In de Woonvisie (juli 2019) is over standplaatsen het
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
26 januari 2021 8476304
volgende opgenomen: ‘Wij willen samen met betrokkenen de mogelijkheden verkennen voor meer standplaatsen en eventuele aanpassing van de toewijzingsprocedure. Dat willen we doen vanuit drie invalshoeken: de behoefte aan meer standplaatsen, het beleidskader van BZK en het gegeven dat de ruimte in de stad schaars is en het ruimtelijk beleid gericht is op verdichting. Op basis van de resultaten van deze verkenning zullen wij nader bezien in hoeverre het beleid aanpassing behoeft en/of er mogelijkheden zijn om het aantal standplaatsen uit te breiden’. In de tweede helft van 2019 hebben wij een verkenning laten uitvoeren onder woonwagenbewoners naar de behoefte aan meer standplaatsen (zie bijlage). De belangrijkste conclusies waren: • Er is behoefte aan meer woonwagenstandplaatsen. Er staan op dit moment 115 personen op de wachtlijst; 81 van hen wonen in Utrecht, van wie 41 in een woonwagen (8 als hoofdbewoner, 33 als medebewoner). Er komen weinig standplaatsen vrij. • Het toevoegen van standplaatsen is binnen de bestaande locaties niet mogelijk. • Vergroting van woonwagenlocaties –om op die manier ruimte te creëren voor een beperkt aantal extra standplaatsen- zou op een paar locaties wellicht wel mogelijk zijn. Dat gaat ten koste van openbaar groen, de openbare ruimte of parkeermogelijkheden. Verder onderzoek is daarvoor noodzakelijk.
Intern heeft er zowel vanwege de complexe ruimtelijke inpasbaarheid als vanwege sociale aspecten afgelopen jaar afstemming plaatsgevonden op ambtelijk en bestuurlijk niveau en is tot deze vervolgstap besloten. Overwegingen voor vervolgstap Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en de aanbevelingen in het rapport, hebben wij geconcludeerd dat in de stad Utrecht de omgang met schaarse (openbare) ruimte het afwegingskader moet zijn, met aandacht voor veiligheidsaspecten. Vanuit dat afwegingskader gaan wij na welke locaties ruimte bieden aan een extra standplaats. Daarnaast willen wij in gesprek gaan met de regio, om ook regiogemeenten op te roepen te onderzoeken welke mogelijkheden zij hebben om (meer) standplaatsen aan te leggen. Het ligt op basis van de uitgevoerde verkenning niet voor de hand om het aantal woonwagenlocaties uit te breiden. Het gaat om een manier van wonen met extensief grondgebruik (een standplaats in Utrecht is gemiddeld 262 m2), terwijl het beleid op dit moment juist gericht is op intensief en meervoudig grondgebruik. Ook het gebrek aan locaties op Utrechts grondgebied speelt mee. Op dit moment is de vraag naar locaties in Utrecht groot, voor veel verschillende doeleinden. Uit de RSU blijkt dat er behoefte is aan ruimte voor sport, maatschappelijke voorzieningen, groen, openbare ruimte, etc.
In alle gevallen wordt bekeken hoe de grond zo passend mogelijk kan worden gebruikt. Het extensieve grondgebruik voor een woonwagenlocatie is dan moeilijk te verantwoorden. Daar staat tegenover dat de druk op de bestaande standplaatsen toeneemt, net zoals de druk toeneemt op reguliere woningen, die in de stad wel worden bijgebouwd. In Utrecht zijn 137 standplaatsen, verdeeld over 34 locaties. De grootste locatie heeft 15 standplaatsen, de kleinste slechts één. 29 locaties hebben er twee tot vier. Uitbreiding van het aantal standplaatsen zal niet op alle locaties mogelijk of wenselijk zijn. Uit het stedelijk ondermijningsbeeld zijn woonwagencentra als kwetsbare locaties naar voren gekomen. Het vergroten van woonwagenlocaties zou kunnen leiden tot intensivering van problemen. Uit nader onderzoek zal moeten blijken op welke locaties het, mede vanuit veiligheidsoogpunt, niet mogelijk of wenselijk is standplaatsen toe te voegen.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
26 januari 2021 8476304
De stad Utrecht heeft naar verhouding veel standplaatsen. Volgens BAG-gegevens uit 2017 zijn er in de regio in zeven andere gemeenten standplaatsen: De Ronde Venen, De Bilt, Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Zeist en Vianen. In totaal zijn in deze gemeenten 200 standplaatsen, waarvan 140 in Zeist. Wij zullen in ons reguliere regio-overleg de regiogemeenten activeren om (meer) standplaatsen aan te leggen. Uit de verkenning onder woonwagenbewoners kwam naar voren dat zij niet specifiek een standplaats in Utrecht zoeken, zij hechten vooral aan het wonen in familieverband. Ook in vergelijking met de andere grote steden heeft Utrecht veel standplaatsen: Amsterdam telt 190 standplaatsen, Rotterdam heeft er 113 en Den Haag 233. Maar ook al heeft Utrecht in vergelijking met omliggende gemeenten en de andere grote steden relatief veel standplaatsen, we willen toch bekijken of het mogelijk is dat aantal iets uit te breiden. Vervolg Wij zullen het onderzoek naar de mogelijkheden van het aanleggen van extra standplaatsen dit voorjaar starten, wij zullen daarbij Woonwagenexploitatie B.V. en de corporaties Mitros, Portaal en Bo-Ex betrekken. Zij zijn verantwoordelijk voor de verhuur, het beheer en onderhoud van de standplaatsen. Het onderzoek zal zeker enkele maanden in beslag nemen.
Het zal zich niet alleen richten op waar een extra standplaats in ruimtelijke zin mogelijk is, maar zal een bredere afweging bevatten waarin ook concurrerende ruimtelijke belangen en sociale aspecten worden meegewogen. De resultaten van het onderzoek leggen wij, naar verwachting in de tweede helft van dit jaar, aan u voor, inclusief een onderbouwd voorstel voor het al dan niet aanleggen van extra standplaatsen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3