Raadsbrief Nadere informatie Integraal Programma van Eisen Ockhuizen
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Marije Arah
Datum
27 oktober 2023
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
11020784
marije.arah@utrecht.nl
Onderwerp
Nadere informatie Integraal Programma van Eisen Ockhuizen
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Energie en Klimaat
Geachte leden van de raad, Zoals toegezegd tijdens de bespreking van het Raadsvoorstel 'Vaststelling Integraal Programma van Eisen (IPvE) gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming algemene verklaring van geen bedenkingen (avvgb) voor zonne-energieproject OcK-Zon’ in de commissie EDVW van 5 oktober jl., sturen we u hierbij nadere informatie over de volgende drie onderwerpen: 1. 2. 3.
Kaders en procedures rondom bouwwerken (bijvoorbeeld batterijen); Zero-emissie-aanleg van het zonneveld (i.v.m. nabijheid Natuurnetwerk Nederland en depositienormering N2000-gebieden); Overwegingen bij de oriëntatie van de panelen.
1. De kaders en procedures rondom bouwwerken geldend voor het plaatsen van een batterij In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om de algemene verklaring van geen bedenkingen uit te breiden met het zonne-energieproject Ock-Zon. Voor dit project moet een omgevingsvergunningprocedure voor afwijking van het bestemmingsplan worden doorlopen. Indien de raad vooraf een verklaring van geen bedenkingen verleend, is het college bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen voor een zonneveld conform (de voorwaarden uit) dit IPvE. De procedure kan daardoor sneller worden doorlopen. Wanneer de initiatiefnemers batterijen bij het zonneveld willen plaatsen, moeten ze daarvoor ook een vergunning aanvragen. Die valt niet onder de algemene verklaring van geen bedenkingen. Voor het realiseren van een bouwwerk (bijv. een batterij) is doorgaans een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. Een aanvraag wordt getoetst aan de geldende regels in het bestemmingsplan (vanaf 1/1/2024 is dat het omgevingsplan). Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan “Haarzuilens” een bestemming ‘Agrarisch’ en een dubbelbestemming ‘Waarde-cultuurhistorie’. Voor gebouwen en bouwwerken, passend bij deze bestemming, zijn regels opgenomen wanneer een omgevingsvergunning nodig is. Als een aanvraag niet binnen deze regels past (zoals bij een batterij
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
27 oktober 2023 11020784
voor een zonneveld), dan kan een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan (binnenkort het omgevingsplan) worden aangevraagd. Deze aanvraag moet voorzien zijn van een onderbouwing, die door de gemeente wordt getoetst. Dergelijke bouwwerken vallen nu doorgaans onder de kruimelgevallenregeling en daarvoor is het college bevoegd om de vergunning te verlenen. Als de Omgevingswet per 1/1/2024 ingaat, dan is het college in alle gevallen bevoegd, tenzij de raad gevallen heeft aangewezen voor bindend advies. Op dit moment zijn batterijen niet aan de orde voor het initiatief bij Ockhuizen; de verwachting is dat er geen opslag nodig gaat zijn. Wanneer er een aanvraag op het gebied van opslag gedaan wordt, toetsen we de aanvraag aan de gestelde eisen voor ontwikkelingen in het gebied uit het IPvE. Voor batterijen is in het IPvE opgenomen (onder 5.3.3 op pagina 20) dat hiervoor waar mogelijk (rekening houdend met onderhoud- en veiligheidseisen) dezelfde maatregelen gelden als voor inkoopstations. Dat wil zeggen inpassing door middel van gebiedseigen klimplanten / bosschages en voorzien van nestkasten en vleermuisverblijfplaatsen. Ook de overige eisen uit het IPvE zijn van toepassing, zoals bijvoorbeeld behoud van de kavelstructuur. Het is mogelijk om bij het verlenen van een vergunning nadere voorwaarden te stellen.
Zowel de aanvraag als het besluit worden gepubliceerd en tegen het besluit is bezwaar en beroep mogelijk. Omdat er nu geen concrete aanvraag ligt is het op dit moment niet mogelijk om concreet aan te geven welke procedure gevolgd gaat worden en welke eisen er naast de eisen vanuit het IPvE door de gemeente gesteld gaan worden. 2. Mogelijkheden voor zero-emissie-aanleg van het zonneveld vanwege de nabijheid van een Natura 2000 gebied Plangebied Ockhuizen grenst aan het NNN, maar ligt op grote afstand van Natura 2000-gebieden (N2000). Voor het NNN is het van belang dat er geen werken komen in het NNN-gebied. Het NNN heeft echter geen rechtsbescherming tegen uitstoot. N2000 heeft deze bescherming wel. Bij de vergunningaanvraag moet blijken of, en zo ja hoeveel, stikstof er wordt uitgestoten op N2000gebieden. Dit doen initiatiefnemers met de zogenaamde AERIUS-berekening. AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. We zijn niet in de positie om het zero-emissie aanleggen van het zonneveld als bovenwettelijke eis stellen (bv. in het IPvE), omdat het project op grote afstand van Natura2000 ligt. Bij dit zonneveldproject hebben wij een faciliterende, publiekrechtelijke rol. Wanneer we als gemeente zelf inkopen, bijvoorbeeld bij werkzaamheden aan wegen, kunnen we hier op sturen in de vorm van duurzaamheidsvoorwaarden.
Bijvoorbeeld door eisen te stellen aan emissies van werktuigen, herkomst van producten of vervoerskeuze. In dit geval zijn wij als gemeente zelf geen initiatiefnemer van de ontwikkeling, en kunnen we dit soort eisen niet direct stellen. Daarbij is het belangrijk om de ontwikkeling van het zonneveld voor de initiatiefnemers uitvoerbaar te houden, om ook daadwerkelijk te kunnen bouwen en daarmee de gestelde ambities voor het opwekken van schone energie te kunnen behalen in de gemeente. De bouwsector is volop in beweging en er is steeds meer elektrisch materieel beschikbaar. De inzet van deze zero-emissiewerktuigen is echter sterk afhankelijk van een beschikbaar laadpunt. Uitgaande van de ligging van het plangebied is het de vraag of dat hier mogelijk is. Er zijn in de buurt van het plangebied niet veel energiebronnen waar gebruik van gemaakt kan worden. We zullen met de initiatiefnemers in gesprek gaan om zo veel mogelijk te voldoen aan de wens van zero-emissie aanleg. Hierbij moet er rekening gehouden worden met de financiële en technische haalbaarheid van het project.
2/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
27 oktober 2023 11020784
3. Overwegingen bij de oriëntatie van de panelen In het IPvE stellen we de eis om de zonnepanelen in een oost-westopstelling te leggen, en komen de panelen maximaal 80 cm boven het maaiveld uit. De redenen hiervoor zijn: A.
B.
C.
We volgen hiermee de lijnen van de kenmerkende, verkavelingsstructuur in het gebied, die een hoge cultuurhistorische waarde heeft. Door de oost-westopstelling staan de zonnepanelen parallel aan de verkavelingsstructuur, waardoor die benadrukt wordt in plaats van doorkruist. Een oost-westopstelling is essentieel om de kavelstructuur herkenbaar te houden. In het IPvE is dit gevisualiseerd op pagina’s 3 en 18. Dat betekent dat de zonnepanelen worden geplaatst in de richting van het landschap, dus aflopend richting het noorden. De zonnepanelen volgen hierbij de glooiing van het landschap. Het karakteristieke polderlandschap blijft op deze manier beleefbaar. De RCE heeft in een vooroverleg aangegeven dat de verkavelingsstructuur herkenbaar moet blijven. Met een oost-westopstelling is het mogelijk om hieraan te voldoen omdat de zonnepanelen lager komen te liggen. Behoud van het karakteristieke polderlandschap is een belangrijke randvoorwaarde om in voldoende mate rekening te houden met de bestaande waarden van het rijksbeschermde dorpsgezicht. Een formeel advies van de RCE en de Commissie Omgevingskwaliteit vragen we aan op het moment dat er een aanvraag omgevingsvergunning is gedaan. Aanpassing van de oriëntatie geeft naar verwachting een groter risico op een negatief advies. De hoogte van 80 centimeter (onder ooghoogte) is nodig om de openheid van het gebied te behouden.
Openheid is, net als de verkavelingsstructuur, een belangrijke cultuurhistorische en landschappelijke waarde in dit gebied. Dit is afgewogen tot een (beperkt) verlies aan bodemkwaliteit en bodemleven, die gebaat zijn bij een hogere plaatsing van de panelen met meer lichtinval. De RCE en Commissie Omgevingskwaliteit hebben in een vooroverleg aangegeven dat behoud van openheid belangrijk is om in voldoende mate rekening te houden met de bestaande waarden van het rijksbeschermde dorpsgezicht. Met plaatsing op 80 centimeter wordt daaraan goed voldaan. Een formeel advies van de RCE en de Commissie Omgevingskwaliteit vragen we aan op het moment dat er een aanvraag omgevingsvergunning is gedaan. Aanpassing van de hoogte geeft naar verwachting een groter risico op een negatief advies. Door te kiezen voor een oost-westopstelling is de energieverdeling over de dag beter. Bij een zuid-opstelling ontstaat er een enorme piek in de opbrengst in de middaguren, terwijl bij een oost-westopstelling die piek beter wordt verdeeld. Er wordt namelijk verspreid over de dag energie opgewekt. Dat is weer gunstig voor het elektriciteitsnet, en om netcongestie tegen te gaan. In een oost-west-opstelling wordt bovendien meer energie per vierkante meter opgewekt, wat een positieve invloed heeft op de krappe business case.
In het Programma Netcongestie, dat we dit kwartaal aan uw raad zullen toesturen, zetten we in op het werken aan een netbewuste stad. Dat betekent dat we bij verschillende ontwikkelingen, waaronder het opwekken van duurzame energie, rekening houden met de capaciteit van het elektriciteitsnet. De keuze voor een oost-westopstelling in plaats van een zuid-opstelling is daar een voorbeeld van.
Aangescherpte voorkeursvolgorde zon Demissionair ministers De Jonge en Jetten hebben op 26 oktober jl. de Tweede Kamer geïnformeerd over het juridisch verankeren van de aangescherpte voorkeursvolgorde zon. In de aangescherpte voorkeursvolgorde worden zonnepanelen bij voorkeur op daken en gevels geplaatst en zijn zonneparken en -weides op landbouw- en natuurgronden alleen nog bij uitzondering mogelijk.
3/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
27 oktober 2023 11020784
Deze uitzonderingsgronden worden vastgelegd in de provinciale omgevingsverordeningen. Onze verwachting is dat het zonneveld in Ockhuizen past onder de volgende uitzonderingsgrond: “landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werk-bestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling.” Verder verwachten we dat de provincie bij een toekomstige wijziging van de verordening op dit punt rekening zal houden met het RES-bod inclusief zonnevelden. Onze analyse op dit moment is dus dat de nieuwe voorkeursvolgorde geen belemmering vormt voor het vaststellen van het IPvE Ockhuizen en de daaropvolgende stappen in deze gebiedsontwikkeling. Dit wordt op ambtelijk niveau bevestigd door de provincie. Binnenkort stuurt Gedeputeerde Staten een nadere duiding van deze afspraken tussen koepels en ministerie en de wijze waarop hier in de provincie Utrecht invulling aan wordt gegeven. Het halen van de RES-boden en de afspraken daarover in het provinciaal coalitieakkoord zijn hierbij uitgangspunt.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4/4