Raadsbrief Monitoringbezoek aan buitenzwemwater in en om Utrecht.docx.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
A. Wetselaar
Datum
25 mei 2022
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
9874696
t.wetselaar@utrecht.nl
Onderwerp
Vaststelling rapport monitoring bezoek aan buitenzwemwater in en om Utrecht
Bijlage(n)
1
Beleidsveld
Sport
Geachte leden van de raad, December 2020 hebben we u geïnformeerd over het Onderzoek buitenzwemwater. In de betreffende Raadsbrief hebben we aangegeven dat - in lijn met de aanbeveling van het rapport van het Mulier Instituut – aanvullend onderzoek nodig was. Doel was om een scherper beeld te krijgen van de vraag en aanbod aan buitenzwemwater op een negental plekken in en om de stad. Het aanvullende onderzoek is door het Mulier Instituut in de afgelopen zomer uitgevoerd. In deze brief nemen we u graag mee in de uitkomsten van het onderzoek en geven we inzicht in onze vervolgstappen. In het aanvullende onderzoek stond de volgende vraag centraal: Is het op basis van het bezoek aan buitenzwemplekken in Utrecht wenselijk om het aantal officiële buitenzwemplekken in de stad uit te breiden en/of de (capaciteit/inrichting van) huidige officiële buitenzwemplekken aan te passen? Om een duidelijk beeld te krijgen van het aantal bezoekers, de ervaringen van bezoekers en de gebruikte dan wel beschikbare capaciteit is door het Mulier Instituut tussen 1 mei en 15 september 2021 veldwerkonderzoek gedaan op acht openbare locaties. Naast de acht openbare locaties zijn van locatie Strandbad Maarsseveense Plassen bezoekersgegevens verwerkt. De laatste locatie is een plek waarvoor entree betaald moet worden.
Voor het aanvullende onderzoek was ook de locatie Down Under (Laagravense Plassen) benaderd. Down Under heeft er echter voor gekozen geen medewerking te verlenen. Uitkomsten van het onderzoek In het rapport – dat als bijlage is meegestuurd - stelt het Mulier Instituut dat de monitoringsresultaten in 2021 geen overtuigend bewijs geven dat naast de onderzochte locaties in de stad extra zwemplekken gerealiseerd moeten worden. Mulier stelt hierbij dat het van belang is te realiseren dat de huidige onofficiële buitenzwemlocaties onderdeel waren van het onderzoek en in die zin dus ook een deel van het aanbod vormen. Ook is het volgens de onderzoekers van belang te realiseren dat: ▪ De niet-officiële buitenzwemplekken een belangrijk onderdeel van het totale aanbod zijn en dus minimaal beschikbaar moeten blijven om de huidige en toekomst vragen te kunnen accommoderen.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 mei 2022 9874696
De zomer van 2021 veel minder zomerse dagen kende dan gemiddeld over de periode 19912000: vijf zomerse dagen in juli en augustus 2021 tegenover zeventien gemiddeld in dezelfde periode in 1991-2000. ▪ De zomer van 2021 slechts één tropische dag kende (in juni), terwijl een gemiddelde zomer ongeveer vijf tropische dagen heeft en de zomers van 2019 en 2020 respectievelijk elf en twaalf tropische dagen hadden. ▪ De verwachting is dat door klimaatverandering de zomers in ieder geval niet koeler worden en er zelfs vaker hittegolven zullen voorkomen. Tot slot stelt Mulier dat bij meer zomerse dagen, zoals in een gemiddelde zomer, dit waarschijnlijk tot een andere conclusie had geleid, namelijk dat er behoefte is aan meer zwemplekken of uitbreiding van de onderzochte locaties in en om de stad. Dit is in lijn met de conclusie van het onderzoek dat u in december 2020 ontvangen heeft. ▪
Qua inrichting van de huidige buitenzwemplekken zijn door bezoekers diverse verbeteringen voorgesteld voor de inrichting van de (niet) officiële zwemlocaties. Hierbij moet gedacht worden aan toiletten, horecavoorzieningen, betere toegankelijkheid zwemwater, grotere ligweides en meer onderhoud aan de plekken. De voorgestelde verbeteringen verschillen sterk per onderzochte locatie. Tot slot hebben de zomerse dagen in juni laten zien dat het op die dagen op sommige locaties al erg druk was. Bij de Haarrijnse Plas had dit gelijk parkeerproblemen tot gevolg. Bij locatie De Munt (locatie Muntsluis) waren op die dagen al bijna 1000 bezoekers aanwezig. Aanbevelingen In het rapport formuleert het Mulier Instituut op een drietal onderwerpen aanbevelingen: ▪ De niet-officiële buitenzwemplekken zijn belangrijk in het totaalaanbod van buitenzwemwater. Vooral De Munt (locatie Muntsluis), de Kromme Rijn bij Amelisweerd en de Veilinghaven zijn bij de tellingen in 2021 naar voren gekomen als locaties waar mensen graag (en vaak) komen. Hoewel in 2021 het aantal bezoekers in Ruijgenhoek beperkt was, is bekend uit tellingen van het Recreatieschap dat de aantallen in 2020 veel hoger lagen. Het is aan te bevelen om te onderzoeken in hoeverre deze niet-officiële plekken in de toekomst als officiële locatie kunnen worden aangewezen, waarbij veiligheid en waterkwaliteit gecontroleerd moeten worden.
Door het realiseren van (kleinschalige) plekken in de stad waar gezwommen mag worden, kan voorkomen worden dat ‘overal’ op (onveilige of overlast veroorzakende) plekken gezwommen gaat worden. Het is aan te bevelen ook bij dit soort plekken duidelijk aan te geven waar zwemmen dan mag (of gedoogd wordt). ▪ Uit het vragenlijstonderzoek zijn verbeterpunten voor de verschillende buitenzwemplekken naar voren gekomen. Hierbij moet gedacht worden aan toiletten, horecavoorzieningen, betere toegankelijkheid zwemwater, grotere ligweides en meer onderhoud aan de plekken. Het is aan te bevelen om voorgestelde verbeterpunten per buitenzwemplek te beoordelen en zo mogelijk uit te voeren. ▪ Door het lage aantal zomerse dagen afgelopen zomer is de mogelijke problematiek rondom te drukke zwemplekken niet duidelijk naar voren gekomen. Het tellen van mensen, zoals nu uitgevoerd, is een goede, maar arbeidsintensieve manier om inzicht in de drukte te krijgen. Het is aan te bevelen om de mogelijkheden van een monitoringsysteem te onderzoeken en eventueel in te zetten waarbij echt alleen op mooie en warme dagen geteld wordt en dan op alle locaties tegelijk. Zo ontstaat meer een totaalbeeld van de drukte bij de buitenzwemplekken in en om Utrecht en een beter beeld van waar de knelpunten het grootst zijn.
Vervolgstappen We hebben kennisgenomen van het meegezonden onderzoeksrapport van het Mulier Instituut en onderschrijvende genoemde aanbevelingen. We zullen evenals bij het behoefteonderzoek uit 2019
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
25 mei 2022 9874696
het rapport en onze vervolgstappen delen en bespreken met onze partners op dit onderwerp zoals omliggende gemeenten, RUD, provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en de waterschappen. De uitkomsten en aanbevelingen van dit en het voorgaande onderzoek naar buitenzwemwater maken ons duidelijk dat onze inwoners belang hechten aan het zwemmen in en recreëren bij en in het open water in onze stad. Binnen het Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen past het om dit waar mogelijk, in veiligheid en goede samenhang met de omgeving, te faciliteren. Concreet beleid hiervoor ontbreekt echter nog. We zien voor onszelf als gemeente Utrecht hierin een gedeelde verantwoordelijkheid met de andere autoriteiten en uitvoeringsorganisaties in het watervraagstuk. De aanbevelingen van het Mulier Instituut – zoals hierboven genoemd - nemen we daarom mee in de visie Stadswater welke momenteel uitgewerkt wordt en die we u in de tweede helft van 2022 ter besluitvorming zullen aanbieden. Onderdeel hiervan is een eerste verkenning – die we al richting de komende zomer van 2022 zullen starten - van de impact van het mogelijk omzetten van de in de aanbevelingen genoemde niet officiële zwemlocaties naar een officiële zwemlocatie. We vinden het van belang om daarbij vast aan te geven dat het omzetten van onofficieel naar officieel zwemwater de nodige implicaties heeft die een grondige uitwerking vraagt.
Het omzetten vraagt zorgvuldige afstemming met omwonenden aangezien er een openbare recreatievoorziening aan hun wijk wordt toegevoegd. Verder vraagt een officiële zwemlocatie afstemming met andere verantwoordelijke autoriteiten over de taakverdeling en benodigde middelen. Officiële zwemlocaties worden immers aangewezen door provincie Utrecht, die ook toeziet op de zwemwaterkwaliteit. Verder zijn de oevers in beheer van de gemeente Utrecht, maar valt het beheer van het water op de meeste locaties onder het beheer van Rijkswaterstaat of het waterschap. Hierbij betrekken we ook de mogelijke zwemlocatie Werkspoorkwartier waartoe u ons middels motie 386 hebt opgeroepen. Daarnaast monitoren we komende zomer binnen de bestaande middelen en organisatie (o.a. wijkbureaus, RUD) de situatie op de eerdergenoemde zwemplekken in stad en treffen we waar mogelijk maatregelen om gebruik veilig te faciliteren en overlast voor de omgeving te beperken. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3