CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief Meicirculaire 2025

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Meicirculaire 20252.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

F. Verbakel

Datum

4 juli 2025

E-mail

freek.verbakel@utrecht.nl

Kenmerk

30642963

Type brief

Actualiteit

Onderwerp

Meicirculaire 2025

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Financiën

Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren we u over de financiële effecten van de Meicirculaire 2025. De meicirculaire is verschenen op 28 mei. Omdat de effecten van de meicirculaire op de gemeente Utrecht vervolgens nog berekend moeten worden, informeren we u hierover zoals gebruikelijk begin juli. Het grootste deel van onze inkomsten krijgen we, net als alle andere gemeenten, van het Rijk. Enerzijds uit het gemeentefonds (het grootste deel); anderzijds uit specifieke uitkeringen. Daarmee zijn we voor een groot deel afhankelijk van de ontwikkelingen die door het Rijk worden ingegeven. Door bezuinigingen vanuit het Rijk op het gemeentefonds, ontvangen gemeenten de komende jaren minder geld voor de taken die ze uitvoeren en worden ze onvoldoende gecompenseerd voor onder andere de stijgende kosten door inflatie, vergrijzing en stijgende kosten van de zorg. Driemaal per jaar actualiseert het Rijk het gemeentefonds op grond van de wijzigingen in het rijksbeleid. Het Rijk informeert de gemeenten hierover door middel van de zogenoemde gemeentefondscirculaires. De meicirculaire is gekoppeld aan de voorjaarsnota van het Rijk en de septembercirculaire aan de rijksbegroting op Prinsjesdag. In deze circulaires vindt ook bijstelling van het gemeentefondsaccres (de mate waarin het gemeentefonds meegroeit met de gemiddelde groei van de economie over acht jaren) plaats.

In de decembercirculaire vinden doorgaans kleinere aanpassingen plaats. De meicirculaire verwerken we conform de provinciale begrotingsrichtlijnen in de begroting, de financiële effecten van de overige circulaires landen in de eerstvolgende voorjaarsnota. In onderstaande analyse van de Meicirculaire 2025 zijn de effecten ten opzichte van de stand van de Voorjaarsnota 2025 berekend. In de Voorjaarsnota 2025 zijn de effecten van de september- en decembercirculaire 2024 meegenomen. Ook is een aantal stelposten opgenomen in de Voorjaarsnota 2025, vooruitlopend op de Meicirculaire 2025.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 juli 2025 30642963

1. Hoofdpunten uit de Meicirculaire 2025 De Meicirculaire 2025 heeft per saldo met name een incidenteel positief effect voor ons en niet structureel. Hierdoor blijft het meerjarenbeeld financieel uitdagend. De (structurele) bezuinigingen blijven noodzakelijk om een structureel sluitende begroting te realiseren. Onze inkomsten uit het gemeentefonds nemen toe door de actualisatie van de landelijke maatstaven. Daarnaast vindt er een opwaartse bijstelling plaats van de loon/prijsindex in het gemeentefonds voor het jaar 2025 die structureel doorwerkt naar latere jaren. Hier staan echter kortingen op de jeugdmiddelen tegenover, waardoor er zeker in de latere jaren, nauwelijks nog sprake is van groei van het gemeentefonds. De ontwikkelingen uit de voorjaarsnota van het Rijk zijn financieel vertaald in deze circulaire. Dit betreft met name de extra middelen voor gemeenten voor jeugd in 2026 en 2027. Hier hadden we in onze eigen Voorjaarsnota echter al rekening mee gehouden. We hadden echter geen rekening gehouden met het feit dat het Rijk vanaf 2028 nog forse taakstellingen op de jeugdmiddelen zou invoeren. Dat staat in schril contrast met de mededeling van het kabinet dat er de komende jaren ‘miljarden naar de gemeenten gaan voor jeugd’.

Dat is aan de ene kant juist, maar aan de andere kant is er niet bij verteld dat dezelfde bedragen vanaf 2028 weer gekort gaan worden op jeugd, zodat gemeenten per saldo hier niets aan overhouden. We blijven ons inzetten voor de middelen voor de taken die de gemeente namens het Rijk uitvoert en zullen verdere stappen hierin niet schuwen. 2. Samenvatting van de meicirculaire in cijfers De ontwikkelingen uit de meicirculaire leiden tot het volgende cijfermatige overzicht. Dit zijn de wijzigingen ten opzichte van onze Voorjaarsnota 2025. Een nadere toelichting op de effecten is onder de tabel opgenomen. Bedragen x 1.000 euro

Beginstand Gemeentefonds cf VJN 25

2025 1.080.126

2026 1.071.031

2027 1.065.075

2028 1.056.750

2029 1.063.509

A Totaal ontwikkeling accres B Totaal effect BCF C Totaal ontwikkeling uitkeringsbasis D Totaal effect Jeugd

8.028 -2.585 58 127

12.554 -1.100 5.373 -804

12.729 -1.100 5.992 -979

10.222 -1.100 5.925 -14.810

10.502 -1.100 6.605 -14.220

Totaal mutatie financieel beeld

5.628

16.023

16.642

237

1.787

E Totaal corresponderende posten

12.900

12.814

8.828

8.753

6.986

1.098.654

1.099.895

1.090.545

1.065.740

1.072.282

Eindstand gf cf meicirc25

Toelichting Effect op het Meerjarenbeeld A. Ontwikkeling accres Sinds een jaar is de groei van het gemeentefonds (accres) gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumegroei van het gemeentefonds is gekoppeld aan het voortschrijdend gemiddelde van de groei van de economie (uitgedrukt in het BBP: Bruto Binnenlands Product) voor acht jaar. Aangezien dit een gemiddelde is over acht jaren, is de groei hiervan beperkt. Voor 2025 levert dit geen extra middelen op. In 2026 krijgen we hierdoor structureel € 0,5 miljoen extra; de jaren erna is dat ongeveer € 1 miljoen structureel. Daarnaast ontvangen we aparte compensatie voor de loon/prijsontwikkelingen. Die zijn gebaseerd op de ramingen van het Centraal Planbureau van de prijsmutatie van het BBP. Voor het jaar 2025 heeft een opwaartse bijstelling plaats gevonden van deze raming met 0,92 procentpunt: van 2,61% naar

2/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 juli 2025 30642963

3,63%. Dat leidt voor ons tot een positieve bijstelling van het gemeentefonds in 2025 van structureel ongeveer € 8 miljoen. Aangezien de prijsmutatie van het BBP de komende jaren per saldo ook iets hoger geraamd is, leidt dit structureel ook tot een iets hogere uitkering uit het gemeentefonds. Per saldo betekent dit een voordeel van gemiddeld € 10 miljoen structureel. B. BTW-compensatiefonds Jaarlijks vindt afrekening plaats over de ruimte die er is binnen het BTW-compensatiefonds (BCF). Die ruimte is ten opzichte van de septembercirculaire neerwaarts bijgesteld. Hierdoor ontvangen we over de afrekening over 2024 die in 2025 plaats vindt, € 2,6 miljoen minder. De provinciale toezichthouder staat ons toe dat we laatst bekende ruimte onder het BCF structureel mogen ramen. Dit is € 1,1 miljoen minder dan waar we in eerdere ramingen rekening mee hadden gehouden. C. Actualisatie verdeelmaatstaven In onze Voorjaarsnota 2025 hebben we al rekening gehouden met de ontwikkeling van onze eigen scores op de verdeelmaatstaven. Op basis van landelijke groei van de scores op de verdeelmaatstaven leidt dat tot een bijstelling van het gemeentefonds. Landelijk is er sprake van een stijging van de WOZ-waarden. Dat leidt tot een verlaging van de rekentarieven in het gemeentefonds, wat positief uitpakt voor de gemeente Utrecht.

Daarnaast is de landelijke groei van onder andere het aantal bijstandsontvangers kleiner dan eerder verwacht, wat (naast de aanpassing van de rekentarieven voor de WOZ-waarden) eveneens leidt tot een stijging van de landelijke uitkeringsfactor die weer leidt tot een hogere uitkering uit het gemeentefonds voor ons. Nog niet alle verdeelmaatstaven zijn geactualiseerd door het ministerie van BZK. Een aantal volgt in september. De verwachting is dat de uitkeringsfactor dan neerwaarts wordt bijgesteld. In onze raming hebben we daar al deels rekening mee gehouden. Alles bij elkaar verwachten we een voordeel van ongeveer € 6 miljoen structureel vanaf 2026. D. Jeugd In onze Voorjaarsnota 2025 hadden we al een voorschot genomen op extra jeugdmiddelen die zouden gaan komen op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk. Dat geldt zowel voor de nabetaling over de jaren 2023 en 2024 welke we nog in 2025 verwachten als ook structurele middelen vanaf 2026. In de meicirculaire is de vertaling gemaakt van de voorjaarsnota van het Rijk naar gemeenten. In 2026 en 2027 krijgen we incidenteel extra geld voor jeugd. Daarnaast rekent het (demissionaire) kabinet de structurele demping voor het financiële ravijn van €400 miljoen landelijk ook toe aan jeugd, wat eerder door het kabinet niet zo gecommuniceerd was.

maar zijn er ook behoorlijke kortingen op jeugd in 2028 en 2029, waardoor we er op grond van de meicirculaire per saldo niet op vooruit gaan. Ten opzichte van onze voorjaarsnota betekent dit een nadeel van ongeveer € 9 miljoen voor jeugd vanaf 2028. Daarnaast heeft het Rijk een korting opgelegd ten aanzien van jeugd, die gemeenten terug kunnen halen via een eigen bijdrage van de inwoners. De korting is in het gemeentefonds verwerkt; indien er daadwerkelijk sprake is van een bate van de eigen bijdrage, dan verantwoorden we in het programma Kansrijk opgroeien. Het betreft een structureel bedrag van ruim € 4 miljoen vanaf 2028 waarvan het nog niet zeker is dat dit inderdaad als eigen bijdrage geïnd kan worden door ons. Daarnaast kort het Rijk ons voor ruim € 1 miljoen in het kader van het verkorten van de trajectduur, iets dat in Utrecht al in gang is gezet en wat dus geen aanvullende ruimte oplevert. Al met al is het structurele beeld met betrekking tot jeugd anders (veel negatiever) dan de eerste berichten over de voorjaarsnota van het Rijk ons deden vermoeden. De meicirculaire letterlijk volgend, betekent dit een financieel nadeel voor de jeugdmiddelen van per saldo ruim € 14 miljoen ten opzichte van onze Voorjaarsnota.

En dat in een tijd dat onze jeugdmiddelen al jarenlang onder druk staan en de Commissie Van Ark die zich nadrukkelijk heeft uitgesproken over het feit dat gemeenten te weinig geld hebben om de jeugdzorg naar behoren uit te kunnen voeren. We betreuren het dat dit

3/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 juli 2025 30642963

(demissionaire) kabinet vooralsnog geen gehoor geeft aan de Commissie Van Ark en de noodkreten van gemeenten. Voor de nabetaling van de jeugdmiddelen in 2025 over de jaren 2023 en 2024 gaan we er van uit dat we, op grond van de toezeggingen van het kabinet aan de Tweede Kamer en de VNG, de eerdere inschatting uit onze Voorjaarsnota 2025 wel handhaven dat hiervoor in 2025 nog incidenteel extra geld komt. Resumerend Per saldo resteert er een extra financiële ruimte van ongeveer € 15 miljoen voor de jaren 2026 en 2027. De jaren erna daalt dit (vanwege de wegvallende jeugdmiddelen) naar € 1,8 miljoen structureel in 2029. We betrekken deze financiële ruimte zoals te doen gebruikelijk bij de komende meerjarenbegroting. Tegenover deze extra plus staan echter ook nog een aantal andere actuele ontwikkelingen, zoals de (verplichte) ophoging van onderhoudsvoorzieningen, rente-ontwikkelingen, et cetera. Het is dus niet vanzelfsprekend dat de ruimte die de meicirculaire nu laat zien, direct ingezet kan worden. Een totaal financieel beeld ontvangt u bij de komende meerjarenbegroting. E. Corresponderende posten Ook worden in de meicirculaire de specifieke beleidsbudgetten bijgesteld of bekendgemaakt, de ‘taakmutaties’. Deze nemen we neutraal op in onze begroting, dit wil zeggen dat we verwachten dat de extra inkomsten worden geoormerkt voor de uitvoering van deze budgetten.

Deze inkomsten hebben daarom geen effect op het financieel beeld. De grootste aanpassingen zijn: • Faciliteitenbesluit opvangcentra: voor 2025 is een bedrag van € 0,3 miljoen beschikbaar gesteld; • Begeleiding jongeren naar werk: voor 2025 krijgen we € 0,5 miljoen; • Alleenverdienersproblematiek: voor 2025 is een bedrag van € 0,9 miljoen beschikbaar gesteld; • Invoerings- en uitvoeringskosten omgevingswet: voor 2025 is een bedrag van € 1,1 miljoen beschikbaar gesteld; • Integratie Uitkeringen in het sociale Domein (Beschermd wonen en Participatie): vanaf 2025 ontvangen we een structurele prijsindexatie van € 6 miljoen. Daarnaast zijn er twee nieuwe uitkeringen toegekend: • Impulsbudget sociale infrastructuur, voor een bedrag van € 0,5 miljoen per jaar. Het impulsbudget betreft tijdelijke middelen voor een periode van 10 jaar en is bedoeld voor de inrichting van de sociale infrastructuur ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. • Impulsbudget arbeidsmarktregio's, voor een bedrag van € 1.0 miljoen per jaar. De arbeidsregio's ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget om samen slagkracht te bevorderen en gezamenlijk dienstverlening te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio.

4/5

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 juli 2025 30642963

3. Risico’s bij deze meicirculaire a. Ten tijde van het doorrekenen van de meicirculaire heeft het ministerie van BZK de rekenmodellen ‘teruggetrokken’ vanwege enkele fouten in de verdeelmodellen. Bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op het gecorrigeerde rekenmodel, dat kort op de constatering van de fout volgde. Hierdoor was het ook niet mogelijk om u eerder te informeren over de effecten van de meicirculaire. Het valt echter niet uit te sluiten dat er nog nieuwe foutjes bij BZK aan het licht komen. Indien dat het geval is, zullen we uw Raad daar zo spoedig mogelijk over informeren. b. Kort na het publiceren van de meicirculaire is het kabinet gevallen. Dat maakt het meerjarenbeeld onzekerder. Immers: na de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober kan een nieuw kabinet nieuwe keuzes maken ten aanzien van de bekostiging van gemeenten. Dat kan zowel positief als negatief uitpakken. c. De landelijke ontwikkeling van de aantallen van de verdeelmaatstaven kan in september nog tot een negatieve bijstelling van de landelijke uitkeringsfactor leiden waardoor we minder geld uit het gemeentefonds ontvangen. Hier hebben we reeds op geanticipeerd, maar de mutatie van het gemeentefonds kan in september groter of kleiner zijn dan onze huidige inschatting. d.

We gaan er van uit dat het kabinet zich aan de afspraken houdt ten aanzien van de nabetaling van de jeugdmiddelen over 2023 en 2024 en dat in de septembercirculaire de formele aankondiging komt van deze middelen. Het is echter niet zeker dat het kabinet dit geld over heeft voor de gemeenten. Dit is dus een risico voor ons. e. Er is momenteel nog sprake van een financiële ruimte binnen het BTW-compensatiefonds (BCF). Het valt niet uit te sluiten dat die ruimte de komende jaren minder wordt en/of tot een korting op het gemeentefonds gaat leiden. f. Het is niet zo dat de gepresenteerde financiële ruimte in deze brief direct beschikbaar is om uit te geven. Zoals te doen gebruikelijk betrekken we deze financiële ruimte bij de begroting. Het valt niet uit te sluiten dat er nog andere autonome ontwikkelingen zijn die in de komende begroting moeten landen. Vervolg De hierboven genoemde inzichten uit de meicirculaire verwerken we bij het opstellen van de Begroting 2026-2029. Daarbij betrekken we ook de overige ontwikkelingen (rente, indexering, voorzieningen, etc). Wij vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f36e4af0-9c23-4ddc-bc3a-2ecd1870d865