Raadsbrief Kritisch op claims van verbonden partijen.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
S.T.M. van den Bogaard
Datum
19 januari 2021
Doorkiesnummer
14 030
Kenmerk
8462254
sebastiaan.van.den.bogaard@utrecht.nl
Onderwerp
Kritisch op claims van verbonden partijen
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, In de commissie Mens en Samenleving van 1 juli 2020 is gesproken over de kosten voor de gemeente aan verbonden partijen. In deze commissievergadering heeft de portefeuillehouder toegezegd kritisch te blijven kijken naar claims in begrotingen van verbonden partijen en dit ook onder de aandacht te brengen van het bestuur van verbonden partijen en de gemeenteraad (20/T183). Conform de toezegging informeren wij u door middel van deze brief voor over de uitkomsten. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. De paragraaf verbonden partijen in de programmabegroting en jaarstukken geeft een overzicht van de verschillende verbonden partijen. Kritische grondhouding ten aanzien van claims Zoals bij u bekend is er sprake van onzekerheid rond de financiële context van gemeenten. De onvoorspelbare ontwikkeling van de coronacrisis en de economische crisis die hieruit voortvloeit vergroot deze onzekerheid nog meer. Wij hadden, en hebben, een kritische grondhouding als het gaat om claims van verbonden partijen. Bovenstaande toezegging treft specifiek de gemeenschappelijke regelingen (GR), omdat de grootste deelnames van de gemeente Utrecht naar deze organisaties gaan.
GR’en zijn ontstaan bij wet of als het gevolg van het idee dat taken slimmer en goedkoper zijn uit te voeren door ze samen met andere overheden op te pakken. GR’en staan op een zekere afstand van de overheden die erin deelnemen. De claims in de begroting van een GR kunnen leiden tot extra bijdragen van de overheden. Zoals gezegd heeft het college een kritische grondhouding op deze claims. Twee niveaus om kritisch naar claims te kijken Bestuurlijk zijn er twee niveaus om kritisch te kijken naar claims in begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Als lid van een (dagelijks of algemeen) bestuur geeft een
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
portefeuillehouder mede sturing aan een GR-organisatie en stelt ze de begroting vast. Daarnaast is ook de gemeenteraad in positie doordat zij haar zienswijze inbrengt bij cyclusproducten van de betreffende gemeenschappelijke regeling. Omdat de omstandigheden verschillen van GR tot GR, verschilt ook de wijze waarop wij kritisch zijn op claims in hun begroting. Voor de gemeenschappelijke regelingen geven wij hieronder weer hoe wij de afgelopen periode onze kritisch grondhouding hebben getoond. Recreatieschappen De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht Het recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht werken op basis van gemeenschappelijke regelingen met als partners de provincies Noord-Holland en Utrecht en 10 gemeentes. De gemeente Utrecht draagt op basis van een percentage van de deelnemerskosten bij aan De Stichtse Groenlanden en met een gelimiteerd bedrag bij aan Het Plassenschap. Beide bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. De beide gemeenschappelijke regelingen zijn deelnemer in de gemeenschappelijke regeling van de uitvoeringsorganisatie, recreatie Midden-Nederland (RMN). Door de besturen van Plassenschap loosdrecht en van het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden is geconstateerd dat de organisatie met drie gemeenschappelijke regelingen op de huidige wijze niet efficiënt is.
De uitvoeringsorganisatie is klein en dat heeft relatief hoge overheadkosten tot gevolg,zie ook de Raadsbrief "Transitie recreatieschappen en RMN" van 15 september jl. Op basis van deze gedeelde conclusies is door de beide besturen een aantal ’richtinggevende uitspraken’ opgesteld om de aansturing en de uitvoering anders te organiseren. Deze uitspraken zijn inmiddels door de recreatieschappen, met verzoek om te reageren, aan u voorgelegd. De transitie heeft als doelen een vereenvoudiging van de organisatievorm van het collectief, een heldere relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer van de uitvoering, een doelmatige uitvoering en op wat langere termijn: een positieve begrotingsontwikkeling door verbetering op de drie genoemde aspecten. Zoals in het raadsvoorstel Zienswijzen recreatieschappen begroting en kadernota 2022 (kenmerk 7169912) is de kadernota van Het Plassenschap Loosdrecht en de ontwerpuitgangspunten begroting 2022 van het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden, als gevolg van de transitie, beleidsarm geformuleerd. Vanuit een kritische grondhouding heeft u in de zienswijze aangedrongen op het opnemen van een bedrag voor bovengenoemde transitie, in plaats van deze als PM post op te nemen. De recreatieschappen hebben daarop aangegeven dat zij helaas niet in staat zijn om de kosten van de transitie te ramen en een vast bedrag daarvoor aan te geven.
Wij stellen u voor om nu de recreatieschappen op te dragen om eventuele transitiekosten in hun begrotingen zelf op te vangen in plaats van met een toekomstige begrotingswijziging als claim naar de deelnemende gemeente en provincies neer te gaan leggen. Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) De BghU volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling BghU. Het bestuur BghU stelt jaarlijks een (concept)begroting vast inclusief een meerjarenbegroting die aan de gemeenteraad voor zienswijze wordt aangeboden. Eventuele begrotingswijzigingen worden ook aan de gemeenteraad voor een zienswijze aangeboden. De jaarrekening wordt na vaststelling door het bestuur met de gemeenteraad gedeeld.
2/5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
De BghU is een uitvoeringsorganisatie met een hoge mate van cyclische, gestandaardiseerde processen. De BghU werkt aan het verder verbeteren van de efficiency van deze processen, onder meer door inzet van software en het combineren van processen. Door onze kritische grondhouding laat de begroting van de BghU een stabiel meerjarig beeld zien dat is gericht op de continuïteit van de organisatie. De meerjarenbegroting 2021-2024, waarover u in april 2020 een zienswijze heeft vastgesteld, past binnen de kaders die door de gemeente Utrecht zijn gesteld. Regionale Uitvoeringsdienst De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) is een wettelijk verplicht samenwerkingsverband (op basis van een gemeenschappelijke regeling) tussen 11 gemeenten en de provincie. De RUD voert de basistaken milieu uit voor deze organisaties en werkt met een hybride systeem van outputfinanciering op basis van een jaarlijks uitvoeringsprogramma (DVO) en een vaste kosten regeling. Jaarlijks wordt er een programmabegroting en een kadernota opgesteld, waarover de gemeenten hun zienswijzen kunnen geven. De kadernota biedt een beleidsmatig kader voor de daaropvolgende jaren. Door middel van bestuursrapportages wordt het gemeentebestuur geïnformeerd over de financiële stand van zaken. In het algemeen bestuur van de RUD wordt door de bestuurlijke eigenaren toezicht gehouden op de bedrijfsvoering.
Onze kritische grondhouding komt tot uiting bij bijvoorbeeld de recente gemeentelijke reactie/zienswijze op de eerste bestuursrapportage 2020 en de eerste begrotingswijziging 2020 waarbij wij de RUD Utrecht hebben verzocht: maatregelen te nemen om de voorraad door te schuiven werk (vanwege de coronamaatregelen) zo beperkt mogelijk te houden; bij controles voorrang te geven aan bedrijven met een groot milieurisico; de afname van de algemene reserves te beperken door optimaal gebruik te maken van de besparingsmogelijkheden binnen de RUD Utrecht. Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio VRU. De VRU overhandigt jaarlijks een kadernota en een programmabegroting aan de deelnemende gemeenten. De gemeenten worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen naar voren te brengen. De zienswijzen worden betrokken bij het opstellen van de programmabegroting. De programmabegroting wordt in het voorjaar van het voorgaande jaar opgesteld. Voordat het bestuur de programmabegroting 2022 definitief vaststelt, wordt deze eveneens voor zienswijzen aan de gemeenten aangeboden. De gemeenten hebben op deze manier twee gelegenheden om invloed uit te oefenen op de programmabegroting van de VRU (zienswijze op kadernota en zienswijze op programmabegroting).
De kritische grondhouding van de gemeente Utrecht is bij de VRU bekend. De VRU heeft daarom in de kadernota 2022 aangegeven zich te realiseren dat de gemeentefinanciën onder druk staan en binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders actief te zoeken naar mogelijkheden om de gemeentelijke bijdrage de komende jaren te beperken. De VRU heeft bijvoorbeeld aangegeven:
3/5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
in de huidige beleidsperiode (tot en met 2023) geen bijdrage te vragen voor nieuw beleid, maar in plaats daarvan structurele kosten voor nieuwe beleid te dekken uit besparingen door steeds efficiënter te gaan werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud); schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door het inzetten van egalisatiereserves.
GGD regio Utrecht De GGD regio Utrecht (GGDrU) volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU: jaarlijks legt de GGDrU een kaderbrief en een conceptbegroting voor zienswijze voor aan de raden van de 26 deelnemende gemeenten, indien van toepassing ook de begrotingswijzigingen. Het Algemeen Bestuur van de GGDrU stelt de begrotingen en jaarrekeningen vast. De coronabestrijding trekt een zware wissel op de GGDrU. De (meer)kosten van de coronabestrijding zijn voor rekening van het Rijk en hebben geen effect op gemeentebijdragen. Waar mogelijk probeert de GGDrU het reguliere werk zo goed als mogelijk in uitvoering te houden. Of dat geheel zal lukken zal ook afhangen van maatregelen en van de effecten van de epidemie, zoals bijvoorbeeld de behoefte aan reizigersvaccinatie. Dat is op dit moment niet goed te voorspellen. Onze kritische grondhouding is zichtbaar in het feit dat recent op uitdrukkelijk verzoek van Utrecht een scheiding is aangebracht in jeugdgezondheidszorg taken (JGZ-taken) en overige taken, zowel financieel als inhoudelijk. Reden is dat Utrecht geen JGZ afneemt. Geregeld is dat Utrecht gevrijwaard blijft van kosten of aanspraken op deze taak. Hiermee heeft een forse inperking van het risico plaatsgevonden voor de gemeente Utrecht. Ambtelijk wordt de doelmatigheid en kostenefficiëntie strak gevolgd en voortdurend kritisch bevraagd.
Een recente discussie over bezuinigingen op de bijdrage van gemeenten aan de GGDrU heeft geleid tot het voorstel van de directie en het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur om de GGDrU geen taakstelling op te leggen. Afval Verwerking Utrecht De Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) volgt voor de begrotingscyclus de bepalingen uit de Gemeenschappelijke Regeling. Jaarlijks legt de AVU een conceptbegroting voor zienswijze voor aan de raden van de 26 deelnemende gemeenten, indien van toepassing ook de begrotingswijzigingen. Het Algemeen Bestuur van de AVU stelt de begrotingen en jaarrekeningen vast. Het grootse deel van de begroting van de AVU bestaat uit de aangeboden hoeveelheid afval per gemeente maal een tarief per ton. Het AVU-bureau zelf is beperkt qua omvang (+/- 2fte en incidenteel beperkte inhuur). Kostenbeperkingen aan de AVU liggen vooral in het beperken van (grof)restafval. Het Utrechts Archief (HUA) Het Utrechts Archief (HUA) werkt op basis van een gemeenschappelijke regeling met als partners het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht. Eenmaal per vier jaar wordt een vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting opgesteld en jaarlijks een programmabegroting. HUA ontvangt een lump sum financiering, die ieder jaar geïndexeerd wordt.
4/5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 januari 2021 8462254
De kritische houding van de gemeente Utrecht is onder andere tot uiting gekomen in de recente herijking van de bestemmingsreserves. Het bestuur heeft besloten om de incidentele middelen die daardoor vrij zijn gevallen in te zetten voor de digitale ontwikkelingen, zodat de partners minder aan deze nieuwe taken hebben hoeven bij dragen. Verder is er aangedrongen op een verbetering van de meetbaarheid van de effectindicatoren en de bijbehorende doelstellingen. Hierdoor hebben deelnemende partijen een beter zicht op de resultaten van HUA en de besteding van de budgetten.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
5/5