Raadsbrief Kostendelersnorm.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en Wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door Doorkiesnummer E-mail Bijlage(n)
T. Willemsen 030-2865708 t.willemsen@utrecht.nl -
Datum Ons kenmerk Onderwerp Beleidsveld
18 maart 2020 7369206 Kostendelersnorm Werk en Inkomen
Geachte leden van de raad, Bij de bespreking van de Programmabegroting 2020 in de raadscommissie Mens en Samenleving van 30 oktober is de toezegging (19/T429) gedaan de raad in het eerste kwartaal van 2020 te informeren over de kostendelersnorm, op hoeveel mensen deze norm van toepassing is, de problemen die hiermee worden ervaren en hoe vaak maatwerk wordt geleverd. Met deze brief informeren wij u over de resultaten van dit onderzoek. Wat is de kostendelersnorm
Wanneer meer mensen in een huis wonen, geeft de Participatiewet de opdracht het recht op bijstand aan te passen aan het aantal medebewoners in de woning. Hoe meer mensen samen in een huis
wonen, hoe lager de uitkering. Het uitgangspunt daarbij is dat deze mensen kosten kunnen delen en daarom minder bijstand voor hun algemene kosten van het bestaan nodig hebben. Bepaalde medebewoners tellen niet mee voor het bepalen van de hoogte van de kostendelersnorm: - Personen die jonger zijn dan 21 jaar; - Iemand die studeert;
- Wanneer er sprake is van een commerciële huur. Hoeveel mensen ontvangen de kostendelersnorm
Per 1 februari 2020 ontvangen 1047 huishoudens een uitkering naar de kostendelersnorm. Dit zijn
899 alleenstaanden/alleenstaande ouders. Er zijn 148 huishoudens waar sprake is van gehuwden of gezamenlijke huishouding met medebewoners.
In onderstaande tabel is de verdeling van deze 1047 huishoudens aangegeven naar de omvang van deze huishoudens. Medebewoners die niet meetellen voor de kostendelersnorm zijn buiten beschouwing gelaten. Huishoudtype
Aantal huishoudens
Hoogte norm per persoon per maand
per 1.2.2020
incl. vakantiegeld vanaf 1.1.2020
2-persoonshuishouden
474
€ 751,66
3-persoonshuishouden
394
€ 651,43
4-persoonshuishouden
131
€ 601,32
5-persoonshuishouden
35
€ 571,26
6-persoonshuishouden
9
€ 551,21
7-persoonshuishouden
4
€ 536,90
Burgemeester en Wethouders Datum Ons kenmerk
18 maart 2020 7369206
Ter vergelijking: de norm voor een alleenstaande van 21 jaar en ouder bedraagt € 1.052,32 per maand en voor gehuwden € 1.503.31 per maand. Ervaren problemen
De Participatiewet gaat er vanuit dat alle medebewoners kosten kunnen delen en dat deze
schaalvoordelen een lagere uitkering per persoon rechtvaardigen. Uit de praktijk is echter gebleken dat deze aanname niet altijd opgaat en in sommige gevallen de landelijk vastgestelde kaders zelfs zeer onredelijk uitpakken.
Hoewel bepaalde kosten te delen zijn, zijn er ook kosten die niet deelbaar zijn, zoals de
zorgverzekering, uitgaven voor kleding, mobiele telefoon enzovoort. Met name indien er sprake is van een groot aantal kostendelers in een huishouden, dan blijft er naast deze niet-deelbare uitgaven weinig geld over om bij te dragen aan zaken als huur en andere vaste lasten1.
Een ander probleem speelt vooral in gezinnen met jongvolwassen kinderen en voor jongvolwassenen
die op zoek zijn naar huisvesting. Het knelt vooral aan de kant van degene die de woonkosten voor zijn rekening neemt. De ouder(s) van de jongvolwassenen blijken namelijk niet of nauwelijks de jongeren te willen/kunnen aanspreken op het meebetalen van de lasten. Zij blijven daardoor voor de volledige
woonlasten verantwoordelijk, terwijl, wanneer zij zelf (ook) bijstand ontvangen, hun uitkering (ook) wordt verlaagd.
De kostendelersnorm maakt daardoor het aanbieden van een (leegstaande) kamer aan
jongvolwassenen die niet langer thuis (kunnen) wonen voor mensen met een uitkering niet
aantrekkelijk. Dit kan leiden tot dakloosheid onder of anderszins problematische woonsituaties onder kwetsbare jongeren.
Uitzonderingen mogelijk
De Participatiewet biedt zeer beperkte ruimte om ten aanzien van de inkomensvoorziening een eigen invulling te geven. Dit kan alleen in uitzonderlijke, individuele situaties en alleen voor een beperkte
periode. Dit wordt individualiseren van de bijstand genoemd en is in zijn mogelijkheden veel beperkter dan het vaak ook in dit verband gebruikte begrip maatwerk. Toch biedt individualisering mogelijkheden.
Wanneer de toepassing van de kostendelersnorm in individuele gevallen tot onredelijke of onbillijke gevolgen leidt, kan mogelijk voor een beperkte periode de kostendelersnorm buiten beschouwing worden gelaten.
Uitzonderingen kunnen niet categoriaal worden ingezet. Dit vraagt altijd een individuele afweging
tussen gevolgen van de regeling en de mogelijkheden van betrokkene om een oplossing te vinden.
Bovendien is de uitzondering altijd tijdelijk om een definitieve oplossing binnen de kaders van de wet mogelijk te maken.
Bij deze afweging zijn drie zaken van belang, die volgen uit het wettelijk systeem, vaste jurisprudentie en richtlijnen vanuit het ministerie SZW: 1.
De bijzondere omstandigheden waarin deze uitzondering mogelijk is, zijn heel divers maar
kenmerken zich wel door zeer kwetsbare situaties waarin het als gevolg van een combinatie van verschillende factoren van een of meer medebewoners niet aannemelijk is dat deze mensen een
2.
bijdrage kunnen leveren in de gezamenlijke kosten van huisvesting. Dit kunnen crisissituaties zijn. De beoogde duur hangt samen met deze omstandigheden en van belang daarbij is vooral hoeveel tijd in redelijkheid nodig is om – samen met het sociale en/of professionele netwerk van de
kwetsbare persoon – deze bijzondere omstandigheden weg te nemen of een oplossing te bieden
1 Regioplan berekende in opdracht van de gemeente Amsterdam in 2015 dat deze niet-deelbare
uitgaven kunnen variëren van € 398 voor een alleenstaande en € 960 voor een echtpaar met twee kinderen. Rapport “Gevolgen Kostendelersnorm in Amsterdam” april 2015, publicatienr. 15186.
Burgemeester en Wethouders Datum Ons kenmerk
18 maart 2020 7369206
hiermee om te gaan. Regelmatig kan dan bekeken worden of deze omstandigheden er nog steeds 3.
zijn en of er de benodigde inspanningen zijn verricht.
Er moeten de benodigde inspanningen worden verricht om de bijzondere omstandigheden weg te nemen. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het meewerken aan het zoeken naar alternatieven.
Toepassing individualisering Binnen de hierboven aangegeven kaders maken we waar mogelijk gebruik van de uitzondering om de kostendelersnorm niet toe te passen. Dit gaat vaak om situaties waar iemand tijdelijk inwoont bij een
ander en waarin gezocht wordt naar een definitieve woonsituatie waarin de kostendelersnorm niet van toepassing is of (financieel) draagbare gevolgen voor betrokkenen heeft.
Het toepassen van de mogelijkheid tot individualiseren binnen de Participatiewet wordt niet
geregistreerd. Dit is ook systeemtechnisch niet mogelijk. We kunnen daarom alleen een inschatting maken in hoeveel situaties er met individualisering van de bijstand geen kostendelersnorm is toegepast. Gelet op de beperkte mogelijkheden, is de inschatting is dat individualisering met
betrekking tot de kostendelersnorm zo’n 10 keer per jaar wordt toegepast. Inschattingen van andere G4-steden laten een vergelijkbaar beeld zien. Landelijke aandacht
De beperkte mogelijkheid om bij de uitvoering van de kostendelersnorm binnen de Participatiewet uitzonderingen te maken, zorgt ervoor dat niet voor iedere situatie een passende oplossing is te
bieden aan de betreffende inwoner. Daarom heeft de gemeente Utrecht – onder meer vanuit onze rol in de pilot bij de landelijke aanpak van dakloosheid onder jongeren, maar ook in een breder perspectief en een grotere doelgroep - de negatieve gevolgen van de kostendelersnorm onder de aandacht gebracht van het ministerie en de Tweede Kamer. De kostendelersnorm werkt maatschappelijk
gewenste oplossingen voor huisvestingvraagstukken en dakloosheid tegen. Denk hierbij aan jongeren
die niet langer thuis bij hun ouders kunnen wonen maar ook aan de opvang van volwassen daklozen in hun eigen netwerk. We vragen daarom aan het ministerie om gemeenten op dit punt meer regelruimte te geven. Maar ook vanuit andere (G4-)gemeenten en belangenorganisaties is hier aandacht voor gevraagd.
Inmiddels is in de Tweede Kamer de motie van de leden Peters en Jasper van Dijk (35300 XCV, nr.85) aangenomen. Naar aanleiding van deze motie laat de Staatssecretaris de effecten van de
kostendelersnorm op de huisvesting van mensen onderzoeken. De Staatssecretaris van SZW wil met dit onderzoek op 2 vragen antwoord krijgen: 1. 2.
Welke belemmeringen ervaren bijstandsgerechtigden om hun woning te delen met andere mensen? Is de mogelijkheid van individualisering binnen de Participatiewet voldoende om eventuele belemmeringen bij het delen van woonruimte door bijstandsgerechtigden weg te nemen?
De resultaten van dit onderzoek worden in het 3e kwartaal van 2020 met de Tweede Kamer gedeeld. Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,