Raadsbrief Grip op investeringen - omvang gemeentelijke investeringsopgave
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Pieter van der Straaten
Datum
19 maart 2026
pieter.van.der.straaten@utrecht.nl
Kenmerk
34113806
Type brief
Voortgangsbrief
Onderwerp
Grip op investeringen – omvang
Bijlage(n)
-
gemeentelijke investeringsopgave Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, Utrecht is een gemeente die veel investeert. In deze brief bieden wij u inzicht in de omvang van huidige investeringsopgaven en toekomstige investeringsopgaven op middellange en lange termijn. Deze informatie is in beeld gebracht in het kader van het programma Grip op investeringen. In een tweede brief, die u tegelijkertijd ontvangt, informeren wij u over de voortgang van dat programma. De omvang van de investeringsopgaven vraagt om keuzes over ambitieniveaus, bekostiging en eventueel ook de toepassing van een investeringsplafond als nieuw sturingsinstrument. Met het oog op die keuzes informeren wij u graag over deze onderwerpen (conform toezegging ID 1018). Zoals voorzien in de brief waarmee we in november 2024 het programma Grip op Investeringen aankondigden, geeft de inventarisatie van investeringsopgaven aanleiding om inhoudelijke ambities en doelstellingen bij te stellen. 1. Vooruitblik: impact investeringsambities op gemeentefinanciën Utrecht Zoals aangekondigd in november 2024 hebben we de omvang van investeringsopgaven in kaart gebracht op middellange en lange termijn (2040). Ook hebben we de mogelijke impact van die opgaven op financiële kengetallen berekend, waarbij we aantekenen dat zulke berekeningen met veel onzekerheid zijn omgeven.
De komende jaren staat de gemeente voor vijf grote investeringsopgaven, die samen nagenoeg alle gemeentelijke investeringen omvatten. Die investeringsopgaven zijn de volgende: • Instandhouding van de openbare ruimte. Dit gaat onder andere om straten, wegen, fietspaden, bomen, parken en ander groen, bruggen, tunnels en sluizen. • Instandhouding en verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Dit omvat onder meer onderwijsgebouwen, sport- en cultuuraccommodaties, vastgoed dat wordt verhuurd aan welzijnsinstellingen, gemeentelijke huisvesting en monumenten in gemeentelijk eigendom.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
•
• •
19 maart 2026 34113806
Transities in de bestaande stad. Hierbij gaat het om grote transities zoals het toevoegen van groen, klimaatadaptatie, energietransitie en mobiliteit (meer fiets en ov). Ook inbegrepen zijn: de mobiliteitsinvesteringen die randvoorwaardelijk zijn voor gebiedsontwikkelingen in GrootMerwede, Rijnenburg en Overvecht. Uitbreiding van voorzieningen. Door groei van het aantal inwoners zijn meer scholen nodig, meer sportvoorzieningen, meer buurtcentra, meer cultuurvoorzieningen etc. (Betaalbare) woningbouw en gebiedsontwikkeling. Realisatie van hoge percentages betaalbare woningen in gebiedsontwikkelingen vereist financiële bijdragen van de gemeente.
In deze brief ligt de focus op investeringen in bezittingen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt (zoals gebouwen, wegen, installaties of automatisering) die volgens regelgeving op de balans van de gemeente moeten worden opgenomen ofwel geactiveerd. Financiële bijdragen aan investeringen in (betaalbare) woningbouw en gebiedsontwikkeling (zoals voorzieningen voor onrendabele grondexploitaties) worden niet geactiveerd en zijn daarom niet zichtbaar in de investeringsoverzichten in deze brief. Over de omvang van die bijdragen aan woningbouw en gebiedsontwikkeling wordt jaarlijks besloten in de integrale afweging; de uitkomst wordt opgenomen in het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR). Als vertrekpunt van de inventarisatie van investeringsopgaven hebben we de investeringsstaten genomen uit de Programmabegroting 2026 (zie grafiek 1 hieronder): • In grafiek 1 is te zijn dat de gerealiseerde investeringsuitgaven in de periode 2017-2024 elk jaar zijn toegenomen. In die periode heeft de gemeente ieder jaar zo’n 10 à 15% méér investeringsuitgaven gedaan dan in het voorgaande jaar. Dit laat zien dat het uitvoerend vermogen van de gemeente gestaag toeneemt. • Vooral in 2026 en 2027 toont de grafiek een hoge piek aan geraamde investeringsuitgaven. Deze piek in investeringsuitgaven is het gevolg van investeringsbeslissingen uit de afgelopen jaren.
Deze omvatten naast vervangingsinvesteringen in openbare ruimte en vastgoed ook veel investeringen in de Merwedekanaalzone (middelbare school, parkeervoorziening, overige voorzieningen), in de Mobiliteitshub XL, in de Internationale school Utrecht en andere onderwijshuisvesting, en in vele andere projecten verspreid over de stad (denk aan: sport, cultuur, welzijn, mobiliteit, groenvoorzieningen). Dekking voor deze investeringen is in de afgelopen jaren geborgd in de begroting. Zelfs in financieel uitdagende tijden (ravijnjaar, kostenstijgingen) is het gelukt om te blijven investeren in vervanging en uitbreiding van de voorzieningen die de stad nodig heeft. • De timing van de investeringsuitgaven (gekleurde staafjes) is in grafiek 1 niet gecorrigeerd voor overprogrammering of planningsoptimisme. Alleen als alle investeringen zonder enige vertraging zouden kunnen worden uitgevoerd, komen de investeringsuitgaven uit op het niveau van de gele lijn. Dat is echter niet realistisch. In de praktijk treedt in grote investeringsportefeuilles altijd vertraging op bij een gedeelte van de investeringsprojecten. In de afgelopen jaren lag het gemiddelde realisatiepercentage volgens jaarrekeningen rond 65%.
• Verwacht mag worden dat de jaarlijkse investeringsuitgaven in komende jaren ongeveer uitkomsten op het niveau van het “zachte” plafond (grijze stippellijn), zoals is beschreven in de Voorjaarsnota 2025 en Programmabegroting 2026. Dit zachte plafond gaat uit van een realisatiepercentage van 65% tot en met 2027, en daarna van trendmatige groei.
2/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
Grafiek 1: Gerealiseerde en nog te realiseren investeringen, programmabegroting 2026
In welk tempo de huidige werkvoorraad aan investeringen uitgevoerd kan worden, valt niet met zekerheid te zeggen. Het uitvoeringstempo wordt beïnvloed door tal van interne en externe factoren, die per investeringsopgave verschillen. Factoren die uitvoeringstempo beïnvloeden zijn onder meer politiek gewenste scope-wijzigingen in projecten, juridische procedures, participatieprocessen, netcongestie, tekort aan capaciteit en expertise bij de gemeente en/of bij marktpartijen en afhankelijkheid van investeringen door derden (rijk, provincie, corporaties, andere ontwikkelende partijen). De relatie tussen planning en uitvoerend vermogen is schematisch weergegeven in onderstaande grafieken 3a en 3b. Links in deze grafieken zijn de gerealiseerde investeringsuitgaven te zien (grijze staafjes). Als het uitvoerend vermogen zich in een rechte lijn blijft ontwikkelen, volgt het uitvoerende vermogen de grijze stippellijn. Geplande investeringsuitgaven zijn geel weergegeven in de linker grafiek. In de eerste jaren zijn er meer investeringsuitgaven gepland dan we naar verwachting in die jaren kunnen uitvoeren. Het verschil is een combinatie van “overprogrammering” en “planningsoptimisme”; in de rechter grafiek is dit verschil rood gemaakt (A). In latere jaren wordt dit ingelopen (B). Na verloop van tijd ontstaat er ook weer ruimte om nieuwe investeringen uit te voeren (C).
Grafiek 3a en 3b: Schematische weergave van verwachte investeringsuitgaven in relatie tot uitvoerend vermogen
3/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
Toekomstige investeringsopgaven De omvang van de investeringsopgaven richting 2040 hebben we op twee manieren in kaart gebracht: • Op basis van beschikbare budgetten voor investeringen zoals deze nu in de meerjarenraming zijn opgenomen (“nul-scenario”); • Op basis van beleid voor investeringsopgaven dat door de raad is vastgesteld (“scenario beleidsambities”). Nul-scenario Bij voortzetting van huidige financiële kaders is er voor sommige investeringsopgaven wel budget beschikbaar en voor andere niet (zie grafiek 3 en de bijlage onder aan deze brief): ► Investeringsprojecten waarvoor reeds kredieten zijn geautoriseerd door de gemeenteraad, worden uitgevoerd (conform de investeringsstaten in de programmabegroting 2026). ► Er is beperkt budget voor instandhouding van de openbare ruimte, waardoor het beheer van de openbare ruimte tot onder het minimumniveau kan zakken. Hierdoor kan op termijn niet meer worden voldaan aan de wettelijke zorgplicht en ontstaan veiligheidsrisico’s. ► Er is beperkt budget voor vervanging van vastgoed (maar onvoldoende om te kunnen voldoen aan de strengere wettelijke duurzaamheidseisen voor vastgoed die vanaf 2033 gaan gelden). Voor enkele vastgoedobjecten (zoals zwembad De Kwakel) is er in dit scenario onvoldoende vervangingsbudget beschikbaar.
► Binnen de investeringsopgave “Transities” is er in dit nul-scenario investeringsbudget beschikbaar voor de Merwedelijn (circa 65% van de investeringsuitgaven aan transities in de periode 2030-2040), voor overige investeringen vanuit het Meerjarenprogramma Bereikbaarheid (circa 25%), en voor investeringen vanuit het Meerjaren Groenprogramma (circa 10%). ► Er is géén budget beschikbaar voor toevoeging van nieuwe sport-, cultuur en welzijnsvoorzieningen, als huidige financiële kaders ongewijzigd worden voortgezet.
Grafiek 3: Nul-scenario: verwachte ontwikkeling investeringsbudgetten bij voortzetting van financiële kaders uit de programmabegroting 2026 600.000
500.000
Uitbreiding van voorzieningen
400.000
Transities in de bestaande stad Instandhouding van gemeentelijk vastgoed
300.000 Instandhouding van de openbare ruimte 200.000
Investeringsuitgavenraming PB2026 (alle opgaven tezamen)
100.000
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
0
Gerealiseerde investeringsuitgaven (alle opgaven tezamen)
Scenario beleidsambities Naast het nul-scenario hebben we ook in beeld gebracht welke bedragen nodig zijn om tot 2040 alle investeringsambities uit te voeren die voortvloeien uit gemeentelijke beleidsnota’s. Dit noemen we het
4/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
“Scenario beleidsambities”. In dit scenario is veel meer investeringsbudget nodig dan in het nulscenario. Grafiek 4 hieronder toont een actuele inschatting. De omvang van deze “investeringsopgaven conform beleidsambities” is aanzienlijk groter dan de gemeente kan uitvoeren, zelfs als het uitvoerend vermogen elk jaar blijf toenemen, zoals blijkt uit de grafiek. De beleidsambities in dit scenario omvatten: ► Reeds geautoriseerde investeringen: investeringen waartoe de raad al heeft besloten (conform de investeringsstaten in de programmabegroting 2026). ► Instandhouding van de openbare ruimte: Instandhouding op het huidige kwaliteitsniveau. ► Instandhouding en verduurzaming van gemeentelijk vastgoed: instandhouding van het huidige vastgoed in combinatie verduurzaming conform (steeds strengere) wettelijke eisen. ► Transities in de bestaande stad: niet alleen inzet op klimaatadaptatie, vergroening en energietransitie, maar ook op mobiliteits- en groeninvesteringen die voortkomen uit beleid voor specifieke gebieden (zoals de Omgevingsvisie Overvecht). Dit scenario omvat wel de Merwedelijn, maar is exclusief overige delen van het “wiel met spaken” uit de RSU2040. ► Uitbreiding van voorzieningen: investeringen in onderwijshuisvesting, sportaccommodaties, cultuuren welzijnsvoorzieningen conform gemeentelijk beleid.
Grafiek 4: Scenario “beleidsambities": naar verwachting benodigde investeringsbudgetten voor uitvoering van door de raad vastgesteld beleid 700.000
Uitbreiding van voorzieningen (raming obv scenario 'Alle beleidsambities')
600.000 Transities in de bestaande stad (raming obv scenario 'Alle beleidsambities')
500.000
Instandhouding van gemeentelijk vastgoed (raming obv scenario 'Alle beleidsambities')
400.000
Instandhouding van de openbare ruimte (raming obv scenario 'Alle beleidsambities')
300.000 200.000
Investeringsuitgavenraming PB2026 (alle opgaven tezamen)
100.000 0
Gerealiseerde investeringsuitgaven (alle opgaven tezamen) 2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039
De investeringen in de bestaande stad en in groei moeten gepaard gaan met houdbare gemeentefinanciën. Veruit de belangrijkste graadmeter daarvoor is dat de gemeentebegroting structureel en reëel in evenwicht is. Inkomsten en uitgaven zijn dan duurzaam in balans, zonder afhankelijkheid van incidentele middelen. Door te sturen op structureel en reëel begrotingsevenwicht worden tekorten voorkomen. Voor gemeentelijke investeringen betekent dit dat op termijn tientallen tot honderden miljoenen aan extra inkomsten nodig zijn, en/of dat er elders in de gemeentebegroting structureel moet worden omgebogen. Ook is er een grote impact op financiële kengetallen, vooral als inhoudelijke bijsturing in toekomstige investeringsambities uitblijft: • Investeringen leiden tot kapitaallasten en andere terugkerende lasten (exploitatie, handhaving, beheer, onderhoud), waarvoor dekking nodig is in de programmabegroting. Vasthouden aan alle beleidsambities voor toekomstige investeringen zou naar verwachting leiden tot circa 75 miljoen euro aan extra kapitaal- en overige lasten in 2030, oplopend naar circa 200 miljoen euro per jaar
5/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
•
•
19 maart 2026 34113806
in 2040. Dit is bij 2% rente; een hogere rente leidt tot hogere jaarlasten. Hierbij geldt bovendien voor uitbreidingsinvesteringen dat de kosten voor de baten uitgaan (eerst investeren; later pas inkomsten, wanneer nieuwe bewoners zich hebben gevestigd). Afzien van groei is niet geheel een beïnvloedbare keuze en zal forse impact hebben op de maatschappelijke opgaven van bijvoorbeeld het woningmarkttekort. De netto-schuldquote zou naar verwachting oplopen tot meer dan 170% in 2040, als vastgehouden wordt aan alle investeringsambities. Op dit moment ligt de verwachte nettoschuldquote tussen 80% en 90%. De landelijk gehanteerde signaalwaarde voor (te) hoge schuld ligt op 130%. Zonder maatregelen om het eigen vermogen te versterken zou de solvabiliteit dalen tot circa 10% in 2040. Dit is aanzienlijk lager dan de 19% à 20% die in de programmabegroting 2026 geraamd is voor de periode 2026-2029. De landelijk gehanteerde signaalwaarde voor solvabiliteit ligt op 20%.
Bijsturing in ambities voor toekomstige investeringen is onontkoombaar, gegeven de ontwikkeling van de gemeentelijke financiële positie en het belang van structureel en reëel begrotingsevenwicht. Een heroverweging van ambitieniveaus is nodig om lasten niet onnodig door te schuiven naar toekomstige generaties. Onderhandelingen over een nieuw coalitieakkoord lijken een passend moment voor die heroverweging. Ook is een nieuwe systematiek wenselijk voor bekostiging van de vijf grote investeringsopgaven.
2. Bekostigingssystematiek In de afgelopen twee raadsperioden heeft de gemeente Utrecht het zogenoemde groeikader gebruikt als voornaamste dekkingsbron voor investeringen die verband houden met de groei van de stad. Dit heeft een aantal jaar goed gewerkt. Extra inkomsten uit het gemeentefonds en ozb als gevolg van groei van de stad werden hiermee ingezet voor groei. Dankzij het groeikader kon de gemeente geld vrijmaken voor onder meer voor de ov-schaalsprong, ontwikkeling van de Merwedekanaalzone (plankosten), herinrichting Lombokplein, onderwijshuisvesting en sport. Behalve voor investeringen (“investeringsdeel van het groeikader”) werd het groeikader ook gebruikt voor de extra lasten die samenhangen met dienstverlening voor een steeds groter aantal inwoners (“referentiekader”). Tijdens de afgelopen raadsperiode bleek het mechanisme achter het groeikader niet langer houdbaar. Dat mechanisme ging ervan uit dat inkomsten uit het gemeentefonds evenredig zouden toenemen met het aantal inwoners van de stad. In de praktijk bleken inkomsten uit het gemeentefonds aanzienlijk minder snel te groeien. In de huidige verdeelsystematiek van het gemeentefonds leidt alleen een bovengemiddeld snelle groei van Utrecht tot een hogere uitkering (mits de scores op andere verdeelmaatstaven min of meer hetzelfde blijven). In de Voorjaarsnota 2025 (blz.
31) heeft u daarom besloten de omvang van het budget voor investeringen die verband houden met de groei van de stad, los te koppelen van het groeikader, en dat groei-investeringen een zelfstandig onderdeel worden van de integrale afweging bij de voorjaarsnota. In een nieuwe bekostigingssystematiek kan een inschatting worden gemaakt van in hoeverre onze groei “bovengemiddeld” is, als basis voor een inkomsteninschatting. Eerste indicatieve schattingen wijzen in de richting van een bedrag van zo’n € 7 miljoen per jaar aan dekking voor investeringen. Hierbij gaan we uit van de verwachte groei van het aantal woningen en inwoners. Daarbij kunnen we vier jaar vooruitkijken (voorheen keken we één jaar vooruit). Hiermee is het mogelijk een inschatting te maken van extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb, in combinatie met jaarlijkse monitoring en bijstelling. Zo ver vooruitkijken is risicovol, want toekomstige groei laat zich lastig voorspellen en ook kunnen toekomstige aanpassingen in de verdeelsystematiek van het gemeentefonds tot andere
6/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
uitkomsten gaan leiden. De extra geraamde baten als gevolg van de groei van de stad kunnen beschikbaar worden gesteld voor de kapitaallasten die voortvloeien uit investeringen. Andere inkomstenbronnen die jaarlijks in de integrale afweging worden betrokken bij investeringen zijn de volgende: • Opbrengsten uit grondexploitaties en erfpacht, bijvoorbeeld als dekkingsbron voor gemeentelijke bijdragen aan (betaalbare) woningbouw en gebiedsontwikkeling; • Opbrengsten uit afspraken met ontwikkelende partijen (bijvoorbeeld uit kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen, zoals stedelijke groen- en mobiliteitsstructuren, die onderdeel uitmaken van het casco van de stad); • (Indien van toepassing) meeropbrengsten van de gefaseerde invoering van betaald parkeren in de stad. Behalve de hierboven genoemde dekkingsbronnen zijn ook rijksbijdragen onontbeerlijk. Voorbeelden daarvan zijn subsidies die de gemeente ontvangt uit de Woningbouwimpuls (WBI) en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In de komende jaren zal ook de landelijke regeling Realisatiestimulans Woningbouw tot extra inkomsten leiden. In 2021 heeft de gemeenteraad besloten dergelijke inkomsten telkens bij de investeringsstrategie te betrekken (vaststelling RSU2040).
Of aanpassing van gemeentelijke heffingen onderdeel gaat uitmaken van een nieuwe bekostigingssystematiek voor investeringen is een politieke keuze. De landelijk gehanteerde signaalwaarde voor een hoge belastingdruk is >105%. Op dit moment heeft Utrecht een gemiddelde belastingdruk van 124% ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Programmering van lopende projecten aanpassen om ruimte te maken voor nieuwe opgaven? Aanpassing van lopende investeringsprojecten (beëindiging of aanpassing van kwaliteitsniveaus van projecten die nog niet in een vergevorderd stadium zijn) kan in sommige gevallen leiden tot besparingen. Voorstellen hierover kunnen worden betrokken bij de integrale afweging. Dergelijke aanpassingen hebben vooral impact als deze worden gecombineerd met een beleidsaanpassing: bijstelling van het ambitieniveau dat wordt nagestreefd in de stad.
3. Investeringsplafond Bij de aankondiging van het programma Grip op investeringen (november 2024) schreven wij dat structurele bijsturing nodig is als het totaalpakket aan gemeentelijke investeringsambities op middellange en lange termijn uit de pas loopt met betaalbaarheid, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. Dat moment is nu gekomen, om de volgende redenen: • Uitvoering van alle beleidsambities voor investeringen leidt in 2030 tot € 75 miljoen aan extra lasten (zie paragraaf 1 van deze brief), terwijl volgens eerste indicatieve schattingen per jaar zo’n € 7 miljoen beschikbaar is (zie paragraaf 2). Er is dus een probleem met de dekking. • De netto-schuldquote (een maatstaf voor “financierbaarheid”) zou oplopen tot 170% bij uitvoering van alle beleidsambities. De landelijk toegepaste signaalwaarde voor (te) hoge schuld is 130%. De solvabiliteit zou dalen naar 10% (landelijk toegepaste signaalwaarde: 20%). • De beleidsambities zijn omvangrijker dan de gemeente kan uitvoeren. Zelfs als de uitvoeringskracht in de komende 12 jaar trendmatig blijft toenemen, zijn de investeringsambities in 10 van de komende 12 jaar begrotingsjaren hoger dan de uitvoeringskracht. Met een “hard” investeringsplafond kan het investeringsvolume meerjarig worden begrensd, op een manier die past binnen doelstellingen voor betaalbaarheid, financierbaarheid en uitvoerbaarheid.
Dat kan op verschillende manieren worden uitgewerkt, zoals: • Maximering van het bedrag dat per jaar aan nieuwe investeringskredieten wordt geautoriseerd.
7/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
•
Maximering van het bedrag dat per jaar aan kapitaallasten wordt besteed, voor alle investeringen tezamen (oud en nieuw). • Maximering van investeringsuitgaven per begrotingsjaar. Elke manier om investeringen te maximeren heeft voor- en nadelen. Ook de voorbereidingstijd verschilt; de eerste variant is sneller in te voeren dan de tweede of derde, die meer tijd nodig hebben voor zorgvuldige invoering (denk aan: begrotingsjaar 2030). Bij zorgvuldige toepassing kan een investeringsplafond stabiliteit en voorspelbaarheid brengen in de investeringsplanning en programmering, en helpen om uitvoeringskracht en investeringsambities duurzaam met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij onzorgvuldige toepassing kan een investeringsplafond daarentegen ertoe leiden dat uitvoering van projecten nodeloos vertraagd moeten worden “omdat het plafond bereikt is”, dat noodzakelijke vervangingsinvesteringen niet uitgevoerd worden, of dat heel grote investeringsprojecten in prioriteringsbeslissingen telkens het onderspit delven. Bij een keuze voor de eerste optie (maximering van het bedrag dat per jaar aan investeringskredieten wordt geautoriseerd), kan een investeringsplafond op relatief korte termijn worden ingevoerd (Voorjaarsnota 2027). Tenminste, als de hoogte van het plafond vergelijkbaar is met de verwachte uitvoeringskracht van de organisatie.
Een keuze voor een veel lager plafond maakt prioritering en programmering aanzienlijk ingewikkelder. Dan is meer tijd nodig om een goed proces met bestuur en organisatie in te regelen voor de afweging van de te programmeren investeringen onder het plafond. Van een plafond dat veel hoger is dan de gemeente kan uitvoeren, gaat geen remmende werking uit. In grafiek 5 is een voorbeeld opgenomen van een investeringsplafond van € 300 miljoen per jaar vanaf 2028 (prijspeil 2026, jaarlijkse indexatie). Dit plafond is fors lager dan de ramingen voor het scenario “Alle beleidsambities”. In 2030 is de hoogte gelijk aan het uitvoerend vermogen, als dit vermogen in een rechte lijn blijft toenemen. Grafiek 5: Voorbeelduitwerking “hard” investeringsplafond 700.000 600.000 500.000
Investeringsambities (raming obv scenario 'Alle beleidsambities')
400.000
Investeringsuitgavenraming PB2026 (alle opgaven tezamen) Gerealiseerde investeringsuitgaven (alle opgaven tezamen)
300.000
Investeringsplafond (€ 300 miljoen per jaar, plus indexatie)
200.000
Uitvoerend vermogen; inschatting
100.000 0
2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039
Bij een investeringsplafond van € 300 miljoen euro per jaar neemt de netto-schuldquote richting 2040 naar verwachting toe tot ongeveer 120% (zie grafiek 6 hieronder). De solvabiliteit daalt in dit scenario tot circa 15% (zie grafiek 7). Hierbij is ervan uitgegaan dat jaarlijks € 10 miljoen euro (0,5% van de begrotingsomvang) in reserves wordt gestort voor het versterken van het eigen vermogen. (Om de
8/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
solvabiliteit op 20% te houden zouden stortingen in reserves nodig zijn van circa € 25 miljoen per jaar.)
Grafiek 6 en 7: Ontwikkeling netto-schuldquote en solvabiliteit bij een investeringsplafond-voorbeeld van € 300 miljoen per jaar
4. Vervolg Met de informatie in deze brief hopen wij bij te dragen aan goed geïnformeerde keuzes over de gemeentelijke investeringsstrategie in de komende raadsperiode. We bieden graag aan om de informatie in deze brief nader te laten toelichten, bijvoorbeeld in een technische sessie. De keuzes over investeringsopgaven zijn bepalend voor de manier waarop we met elkaar werken aan instandhouding van openbare ruimte en vastgoed, aan transities in de bestaande stad, aan uitbreiding van voorzieningen en (betaalbare) woningbouw en gebiedsontwikkeling. Wij geven deze opgaven met vertrouwen aan u mee, in de wetenschap dat u hiermee richting zult geven aan de ontwikkeling van onze stad voor de komende generaties.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
9/10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 maart 2026 34113806
BIJLAGE – Investeringsopgaven en dekkingsbronnen, een beknopt overzicht Hieronder wordt benoemd welke budgetten in de meerjarenraming van de Programmabegroting 2026 beschikbaar zijn voor investeringen. █ Budget voor Instandhouding van de openbare ruimte • Voor de uitvoering van de Nota BOR (beheer openbare ruimte) is dekking beschikbaar in de meerjarenbegroting. De afspraak is dat dit budget elk jaar met 0,95 miljoen euro toeneemt. Dit budget is onvoldoende voor de vervangingsinvesteringen waarvoor Stadsbedrijven verantwoordelijk is (onder andere civiele constructies, verharding, groen, speelobjecten, vri’s). █ Instandhouding (en verduurzaming) van gemeentelijk vastgoed • Voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed conform wettelijke eisen is extra budget nodig. De kosten van verduurzaming zijn hoger dan de besparingen die ontstaan door lagere energierekeningen. Die kosten worden doorberekend in de kostprijsdekkende huur. Deze komt voor het overgrote deel voor rekening van de gemeente zelf (ten laste van beleidsbudgetten voor diensten die door [of namens] de gemeente worden geleverd). █ Budget voor Transities in de bestaande stad • Deze investeringsopgave omvat de gemeentelijke investeringen in duurzame bereikbaarheid (onder meer om woningbouw en gebiedsontwikkeling mogelijk te maken), in groen en klimaatadaptatie en investeringen die verband houden met de energietransitie.
• Voor het Meerjarenprogramma Bereikbaarheid (onderdeel van het MPR) is structureel investeringsbudget beschikbaar in het begrotingsprogramma Duurzame bereikbaarheid. Dit investeringsbudget zit voor een groot deel “vast” in kapitaallasten en in bedragen die jaarlijks worden gespaard voor de schaalsprong ov (met name Merwedelijn). De huidige conceptprogrammering loopt tot en met 2030. Vanaf 2031 is er ruimte beschikbaar voor programmering van nieuwe noodzakelijke mobiliteitsinvesteringen. Die ruimte heeft tot 2040 een omvang van gemiddeld ongeveer 12 miljoen euro per jaar. Dat is onvoldoende voor de ambities die de raad heeft vastgelegd in de Agenda Mobiliteitsplan 2040. • Voor het Meerjaren Groenprogramma (MGP, onderdeel van het MPR) is structureel investeringsbudget beschikbaar in de meerjarenraming. Exclusief subsidies en bijdragen is er in 2029 7,5 miljoen euro ingezet voor groenprojecten. Een deel hiervan wordt gebruikt voor kapitaallasten van groene icoonprojecten. Deze en andere projecten lopen door in 2030 en latere jaren. De huidige programmering loopt tot en met 2030. • De investeringsbudgetten in het MPB en MGP spelen een belangrijke rol in de dekkingsmix die de gemeente hanteert voor kapitaallasten. De budgetten van het MPB en MGP worden gebruikt om activa-reserves te vormen waaruit toekomstige afschrijvingen worden gedekt.
Die reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen van de gemeente. Daarmee zijn ze van groot belang voor de gemeentelijke solvabiliteit (verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen van de gemeente). Verandering van de werkwijze met activa-reserves zal de solvabiliteit verslechteren. █ Uitbreiding van voorzieningen • Voor realisatie van nieuwe sport-, cultuur- en welzijnsvoorzieningen voor een groeiende bevolking is vanaf 2029 geen budget beschikbaar. █ (Betaalbare) woningbouw en gebiedsontwikkeling • Voor de komende jaren is de verwachting dat per saldo extra gemeentelijke bijdragen nodig zijn om nieuwe grondexploitaties te kunnen openen. Deze kunnen niet (of onvoldoende) worden gedekt uit inkomsten uit positieve grondexploitaties.
10/10