Raadsbrief Eerlijkere afvalstoffenheffing.docx
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
O. Akyol
Datum
13 juni 2023
Doorkiesnummer
030 - 28 61421
Kenmerk
11151029
oya.akyol@utrecht.nl
Onderwerp
Eerlijkere afvalstoffenheffing
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Financiën
Geachte leden van de raad, Op 11 november 2022 heeft uw raad de motie 21/M360 Eerlijkere afvalstoffenheffing aangenomen. In deze motie roept u het college op een voorstel te doen tot een meer gedifferentieerde vorm van afvalstoffenheffing, en hierbij te werken met het ‘Eindhovense model’ met vier tarieven voor huishoudens: één persoon, twee personen, drie personen, en vier of meer personen. In de motie roept u ook op tot de wenselijkheid van een ingroeiperiode, waarin in enkele jaren naar een eindverdeling tussen de vier categorieën wordt toegewerkt. Daarbij vraagt u ons om goed te kijken naar de financiële draagkracht van - met name - gezinnen en in hoeverre de huidige kwijtscheldingsregels voldoen om te voorkomen dat zij in de problemen komen door gestegen woonlasten. In deze brief gaan we in op deze verschillende aspecten en kondigen wij aan op korte termijn een raadsvoorstel hiertoe voor te bereiden. Uitgangspunten berekening We gaan er bij de berekeningen van de tarieven vanuit dat de volledige kostendekkendheid bij de afvalstoffenheffing gehandhaafd blijft. Het aantal huishoudens dat wij hanteren is 158.177 die een aanslag voor de afvalstoffenheffing ontvangen. Qua gezinsgrootte hanteren we in deze berekening peildatum 1 januari 2023.
Voor de indeling van de nieuwe tariefklassen gaan we uit van de in de motie genoemde onderverdeling in vier huishoudensgrootte conform het ‘Eindhovense model’. De 158.177 huishoudens zijn als volgt nader onder te verdelen: Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer
Aantal huishoudens 59.319 51.329 18.544 28.985 158.177
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
13 juni 2023 11151029
Voorbeeldberekening conform motie In deze berekening is de omvang van de huishoudens, en de verdeling daartussen, gelijk aan de Eindhovense variant. Dit houdt in dat er voor het tarief voor de eenpersoonshuishoudens een afslag van 14,20% is genomen ten opzichte van het huidige tarief en als opslag tussen de verschillende persoonshuishoudens de methode van Eindhoven is aangehouden, te weten: - tussen een en tweepersoonshuishoudens van 24,5% - tussen twee en drie persoonshuishoudens van 19,7% - en vier persoonshuishoudens en meer van 21,8%. In de huidige situatie kent Utrecht twee tarieven, één voor eenpersoonshuishoudens en een voor huishoudens bestaande uit twee of meer personen. Door het uitbreiden van het aantal tariefklassen worden de totale kosten van de afvalinzameling anders verdeeld, waarbij het algemene uitgangspunt is dat de aangeboden hoeveelheid afval, en daarmee de kosten voor de inzameling samenhangt met de grootte van de het huishouden meer tot uitdrukking komt. Het tarief voor een eenpersoonshuishouden en tweepersoonshuishouden daalt daarmee ten opzichte van het huidige tarief. Het tarief voor drie- en vierpersoonshuishouden stijgt ten opzichte van het huidige tarief. Dit zien wij terug in de berekening: Omvang huishouden
Huidige tarief 2023
Voorgesteld tarief 2024
€ 314,50
€ 269,84 € 335,83 € 401,82 € 489,35
1 2 3 4 en meer
€ 366,25
Verschil € -
Verschil %
€ 44 € 32 € 36 € 124
-
14% 8% 10% 34%
Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel
Voorbeeldberekening Ingroeiperiode Het uitbreiden van het aantal tariefklassen en het overeenkomstig aanpassen van de tarieven ten opzichte van de huidige situatie heeft onvermijdelijk tot gevolg dat de verdeling van de lastendruk tussen huishoudens verschuift. We willen voorkomen dat de financiële consequenties voor met name grotere huishoudens te groot worden. Met een ingroeivariant kan hier geleidelijk naar toe gewerkt worden. Daarom kunnen wij ons voorstellen te kiezen voor een ingroeiperiode:
1 e jaar Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer
Verschil t.o.v. huidige tarief € -
Verschil % € 22 € 15 € 18 € 62
7% 4% - 5% - 17%
Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel
2/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
13 juni 2023 11151029
2 e jaar Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer
Verschil t.o.v. jaar 1 ingroeiperiode € -
€ 22 € 15 € 18 € 62
Verschil % 8% 4% - 5% - 14%
Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel
(bedragen zijn afgerond op hele euro’s, percentages zijn afgerond op hele getallen en zijn berekend t.o.v. tarief in 1e jaar)
Financiële draagkracht en kwijtschelding Het uitbreiden van twee naar vier tariefklassen doet recht aan het principe “de vervuiler betaalt” vanuit de gedachte dat meerpersoonshuishoudens ook meer afval veroorzaken. Ten opzichte van de oude situatie betaalden met name een- en tweepersoonshuishoudens in het oude systeem relatief veel. In de kwijtscheldingscijfers zien we dat het merendeel van verleende kwijtscheldingen (ruim 76%) verleend wordt aan een- of tweepersoonshuishoudens. Dit zijn tevens de huishoudens waar de nieuwe systematiek meer aan tegemoet gaat komen. In uw motie vraagt u tevens in de uitwerking van dit voorstel goed te kijken naar de financiële draagkracht en kwijtschelding. In de Minima-effectrapportage 2023 is onderzoek gedaan naar de algemene draagkracht van onze inwoners. Deze is niet specifiek gericht op enkel de afvalstoffenheffing, maar geeft een beeld van de draagkracht van verschillende typen huishoudens. Volgens deze rapportage zijn minima verdeeld in 13 groepen. Deze 13 groepen zijn onderverdeeld in 6 subgroepen op basis van inkomen (100% t/m 150% van het bijstandsniveau). Bij gemiddelde woonlasten gaan alle (sub)groepen er gemiddeld per maand op vooruit en zou een verhoging door tariefswijziging naar verwachting financieel dragelijk zijn.
Bij hoge woonlasten is dit ook het vrijwel ook het geval, met uitzondering van de subgroep paar met twee oudere kinderen. Wat betreft de kosten van kwijtschelding maakt het feit dat het merendeel van de kwijtscheldingen aan een- of tweepersoonshuishoudens wordt verleend dat de kosten van kwijtschelding bij het hanteren van vier tariefklassen redelijk in lijn zijn met de huidige kosten voor kwijtschelding bij twee tariefklassen. Rekening houdend met de gezinsgrootte op basis van de gegevens van de BghU, peildatum 1 januari 2023, en met het tarief vastgesteld voor het jaar 2023. Dit levert het volgend beeld op volgens de tarieven van 2023 met het huidige model (2 tariefklassen): Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer Totaal
Aantal huishoudens 7.369 2.354 1.224 1.773 12.720
Huidige tarief 2023 € 314,50 € 366,25
Kwijtschelding € 2.317.550,50 € 862.152,50 € 448.290,00 € 649.361,25 € 4.277.354,25
3/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
13 juni 2023 11151029
Eenzelfde berekening, ter vergelijking, maar dan met de tarieven volgens het Eindhovens model (4 tariefklassen), levert het volgende beeld op: Omvang huishouden Aantal huishoudens Tarief o.b.v. 4 Kwijtschelding klassen 1 2 3 4 en meer Totaal
7.369 2.354 1.224 1.773 12.720
€ 269,84 € 335,83 € 401,82 € 489,35
€ 1.988.458,33 € 790.549,59 € 491.832,46 € 867.623,00 € 4.138.463,39
Situatie andere gemeenten In 2022 heeft 55% van de inwoners van Nederland een tarief betaald dat afhankelijk is van de grootte van het huishouden. Van de 20 grootste gemeenten hanteren 14 gemeenten een tariefsysteem aan de hand van het aantal personen (huishoudgrootte). De gemeente Eindhoven hanteert vier tarieven. Gemeente Rotterdam, Den Haag, Groningen en Zoetermeer hanteren drie tarieven en de rest twee tarieven. Uitvoering BghU Het uitbreiden van tariefklassen brengt extra werk met zich mee voor BghU. Deze werkzaamheden omvatten bijvoorbeeld de noodzakelijke aanpassingen in programmatuur voor de aanslagoplegging en tevens dienen deze aanpassingen nog getest te worden. De extra werkzaamheden hebben naar verwachting geen grote weerslag op de capaciteit van BghU en worden er geen extra kosten door BghU in rekening gebracht. Desalniettemin kunnen de technische aanpassingen in de programmatuur pas worden doorgevoerd als er een raadsbesluit is genomen om de heffingssystematiek te wijzigen. Onze verordening is hierbij leidend voor BghU, daarin wordt namelijk de (gewijzigde) heffingssystematiek vastgelegd. Voorbereiding voorstel en bespreking in raad Op basis van deze informatie bereiden wij conform de motie een voorstel voor dat we verwachten voor de zomer te kunnen sturen.
Om een wijziging van de tariefklassen per 1-1-2024 te kunnen doorvoeren, en uitvoeren is uiterlijk eind september 2023 een besluit van uw raad noodzakelijk. Daarom hebben wij u verzocht dit mee te nemen in de overwegingen voor de behandelvoorraad van uw commissie, direct na het zomerreces. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4/4