Raadsbrief Dashboard Werk en Inkomen vierde kwartaal 2020.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
A.R. Boelens
Datum
17 maart 2021
Doorkiesnummer
030 - 28 61783
Kenmerk
8649241
a.boelens@utrecht.nl
Onderwerp
Dashboard Werk en Inkomen vierde kwartaal 2020
Bijlage(n)
3
Beleidsveld
Werk en Inkomen
Geachte leden van de raad, Werk en Inkomen ondersteunt Utrechters richting werk. We stimuleren actief meedoen als werken nog niet kan en we bieden financiële ondersteuning waar nodig. In deze Dashboardbrief informeren we u over de belangrijkste andere ontwikkelingen op het gebied van Werk en Inkomen in het afgelopen kwartaal. Bij deze brief ontvangt u standaard twee bijlagen: het Dashboard Werk en Inkomen en de Monitor Werk en Inkomen. In het Dashboard staan de belangrijkste indicatoren voor Werk en Inkomen over het betreffende kwartaal. De Monitor geeft in een infographic een beeld van de ontwikkelingen rondom het aantal bijstandsuitkeringen. Impact corona In het laatste kwartaal van 2020 steeg het uitkeringsbestand met 0,9%. Hiermee is het aantal bijstandsuitkeringen in 2020 opgelopen met 4,7%. Ondanks dit tegenvallende, maar ook te verwachten resultaat, sluiten we het bijzondere en zware jaar 2020 af met een gevoel van trots. De coronacrisis vraagt veel van Werk en Inkomen. De dienstverlening zoals we gewend waren is aangepast, nieuwe regelingen zijn onder hoge tijdsdruk ingevoerd en de situatie op de arbeidsmarkt is drastisch veranderd. Dit vraagt veel inzet en flexibiliteit, maar het is grotendeels gelukt. En ondanks deze moeilijke omstandigheden zijn er in heel 2020 1038 Utrechters uitgestroomd naar werk, vergeleken met 1150 Utrechters in 2019.
We zien in de cijfers van het Dashboard terug dat de dienstverlening (op afstand) aan de meeste werkzoekenden goed op peil is gebleven. Alleen voor de inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (arrangement 4) blijft de inzet van dienstverlening achter. Voor deze groep is het lastiger om de dienstverlening digitaal aan te bieden. Op dit moment verkeren we nog in een zware lockdown en we verwachten niet dat de situatie snel verbetert. Ook weten we niet wat de gevolgen voor de arbeidsmarkt op de langere termijn gaan zijn. Maar we weten wel dat, wat er ook op ons afkomt de komende tijd, we kunnen het aan. We zorgen ervoor dat inwoners en ondernemers kunnen blijven rekenen op onze ondersteuning. Beantwoording motie “Aandacht voor levens-lang-leren” (2019/M52).
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 maart 2021 8649241
In het kader van het rekenkamerrapport “Werken aan perspectief” is de motie “Aandacht voor levenslang-leren” (M19/52) door ons overgenomen. In deze motie wordt gevraagd in kaart te brengen waarom zo’n hoog percentage uitkeringsgerechtigden aangeeft behoefte te hebben aan een opleiding. Het gaat om 30% van de geïnterviewde mensen uit arrangement 3. Ook wordt gevraagd aandacht te besteden aan de verhouding tussen het aantal verzoeken van uitkeringsgerechtigden tot het volgen van een opleiding en het aantal plaatsingen op een opleiding. In onderstaand kader rapporteren we onze bevindingen. In de Dashboard van het eerste kwartaal van 2021 nemen we, zoals gevraagd, een bredere indicator ‘plaatsingen op scholing’ op. En tot slot, in de voortgangsrapportage Werkbeweging wordt u nader geïnformeerd over de begeleiding die vanuit Werkbeweging is geboden.
2/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 maart 2021 8649241
Motie 2019/M52, toelichting op de behoeftes ten aanzien van scholing bij werkzoekenden Het hoge percentage werkzoekenden die aangeven scholing nodig te hebben om een stap naar werk te kunnen zetten, is herkenbaar. Dit zien wij ook terug in de praktijk en in de informatie die we hebben opgehaald bij werkzoekenden en onze professionals in het kader van Werkbeweging. De behoefte komt voort uit de wens om zich persoonlijk te ontwikkelen en/of stappen te zetten richting de arbeidsmarkt. Werkzoekenden schatten in dat het volgen van een opleiding nodig is om een kans te maken op de arbeidsmarkt. Er zijn werkzoekenden die precies voor ogen hebben welk scholingstraject hen verder kan brengen. Voor een groot deel van hen geldt dat zij alleen een globaal beeld hebben van de sector of richting waarin zij zich zouden willen scholen. Verder verschilt de scholingsbehoefte per doelgroep. Zo is de scholingsbehoefte bij werkzoekenden die vallen onder de doelgroepen statushouders en alleenstaande ouders, en ook in mindere mate bij jongeren, groter dan bij de overige doelgroepen. Behoefte aan scholing groter dan daadwerkelijk scholing volgen In de praktijk zien wij dat, ondanks de grote behoefte aan scholing, het niet altijd mogelijk is om mensen ook daadwerkelijk scholing te laten volgen.
De precieze verhouding tussen de behoefte en het aantal plaatsingen hebben we niet kunnen opmaken, maar duidelijk is wel dat de inzet van scholing lager is dan de 30 procent die aangeeft hieraan behoefte te hebben. Daarvoor zijn verschillende redenen. In gesprekken over de opleidingen en trainingen zien we bijvoorbeeld dat mensen alsnog afzien van de hun gewenste scholing omdat het bij nader inzien niet overeenkomt met hun verwachtingen. Zoals de inzet die deelname aan scholing van hen vraagt en tot welke beroepen of functies zij daarmee worden opgeleid. Een andere reden is dat zij niet over voldoende leervermogen beschikken om hun gewenste scholing te kunnen volgen. Ook volgen mensen uiteindelijk geen scholing omdat de omstandigheden het (nog) niet toelaten, onder andere door financiële, persoonlijke of andere belemmeringen. Tot slot hebben we geconstateerd dat niet iedereen hun behoefte aan scholing kenbaar maakt. Breed palet aan scholing zodat we kunnen aansluiten bij de behoeftes van werkzoekenden Het scholingsaanbod waarvan inwoners gebruik kunnen maken is divers en breed: van heftruckcertificaat en -rijbewijs tot VCA en van verkoopmedewerker mbo2 tot monteur. Scholing wordt aangeboden op verschillende niveaus, er zijn cursussen, trainingen, branchegerichte en beroepsgerichte opleidingen en Geïntegreerde Taal (GT) opleidingen.
Er zijn losse (opleidings)trajecten en combinaties van leren en werken. Ook zijn er scholingstrajecten voor specifieke doelgroepen zoals; anderstaligen (waaronder ook statushouders). Voor jongeren wordt scholing ook preventief ingezet zodat kan worden voorkomen dat zij afhankelijk worden van een uitkering. Scholing vergroot de kans op werk. We zien dat de helft van de mensen na scholing uitstromen naar werk of opleiding en de uitstroom is vaak duurzaam. Mede daarom blijven wij investeren in het bieden van scholing aan een zo breed mogelijke groep én de aansluiting bij de behoeftes van onze werkzoekenden zodat hun kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. Beschut werk In de tweede helft van 2020 hebben we een bestandsanalyse uitgevoerd. De dedicated werkmatchers hebben, op basis van een aantal kenmerken, het dossier van 100 mensen doorgenomen om te kijken of zij mogelijk in aanmerking komen voor beschut werk. Met ongeveer twintig mensen hebben we de mogelijkheden besproken, vooral telefonisch door de coronamaatregelen. Daarbij merkten we dat de impact hiervan lager is, wat resulteert in minder vaak de overstap maken naar werk. Vooralsnog zijn
3/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 maart 2021 8649241
er door deze actie vijf mensen gestart op het voortraject naar beschut werk. Wat opvalt, is dat bij veel mensen sprake is van zware voorliggende problematiek, zoals verslaving, zware psychische en/of lichamelijke klachten. Zij hebben een dusdanige beperking dat (minimaal twee dagen) werk (nog) niet haalbaar blijkt. Voor de mensen in arrangement 3 intensiveren we het contact via Werkbeweging, om in eerste instantie te werken aan de aanpak van voorliggende problematiek. Toezegging samenwerking UWV (20/T339) In de commissievergadering van 24 september 2020 over het onderzoek Weten wat werkt is toegezegd om terug te komen op de samenwerking met UWV. Zowel lokaal als in de arbeidsmarktregio werken we samen met UWV. In het kader van de BUIG Impulslijnen hebben we een succesvolle pilot gedaan, waarin werkzoekenden in de laatste fase van hun WW-uitkering intensief naar werk werden begeleid. De uitstroomcijfers hiervan waren goed. Er is daarom ook een vervolg gegeven aan deze pilot met een tweede groep. De begeleiding van deze groep liep tot het voorjaar van 2020 en ook hiervan waren de resultaten goed. Als gevolg van de coronacrisis is er geen derde groep gestart. Door de beperkingen door onder andere privacywetgeving kan deze vorm van samenwerking alleen op vrijwillige basis gebeuren. Ook is deze vorm van begeleiding arbeidsintensief.
De ervaring leert dat het hierdoor niet mogelijk is om grotere groepen te bedienen met deze vorm van samenwerking. We werken daarom lokaal en regionaal aan andere vormen van samenwerking om meer Utrechters te kunnen bedienen. Lokaal hebben we een gezamenlijke werkgeversbenadering met UWV; bedrijfsadviseurs van Utrecht en UWV werken samen in brancheteams om meer vacatures te kunnen delen en elkaars kandidaten op de vacatures te kunnen plaatsen. Steeds vaker lukt het om ook andere regiogemeenten hierbij aan te haken. In het regionale mobiliteitsteam wordt onder andere samengewerkt met UWV. Onderdeel van de dienstverlening die binnen het mobiliteitsteam ontwikkeld wordt is ‘ontschotte’ dienstverlening. Hierbij wordt de dienstverlening die is ingezet gecontinueerd als een werkzoekende bijvoorbeeld vanuit het UWV overgedragen wordt aan de gemeente. Uitgangspunt is goede en gecontinueerde dienstverlening, ongeacht tot welke doelgroep iemand behoort. Toezegging opbrengst inzet extra werkmatchers (20/T341) In de commissievergadering van 24 september 2020 over het onderzoek Weten wat werkt is toegezegd om terug te komen op de vraag wat de inzet van méér werkmatchers kan opleveren. Het onderzoek Weten wat werkt laat zien dat vooral werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt baat hebben bij intensievere begeleiding.
Het is echter niet mogelijk dit effect te kwantificeren in een financieel resultaat. Veel factoren spelen mee. Daarom zijn de uitstroomkansen niet te voorspellen. Uit de gegevens van het onderzoek blijkt wel dat de uitkeringslasten van de groep die extra hulp heeft ontvangen lager lag dan die van andere aanpakken. Dit verschil was echter niet significant en het was niet duidelijk in hoeverre dit verschil aan de aanpak kan worden toegeschreven. Ook landelijk is al gebleken dat het niet mogelijk is om een betrouwbare berekening te maken van de effectiviteit van re-integratie. Daarnaast zorgt de wijze waarop het BUIG-budget wordt vastgesteld ervoor dat het financiële voordeel dat de gemeente behaalt op de bespaarde uitkeringslasten niet zo eenvoudig is in te schatten. Toezegging informatie delen tussen Werk en Inkomen en Buurtteams, al dan niet via een convenant (2020/T335) Voor gegevensuitwisseling tussen partijen stelt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) als eis dat de partijen een zelfstandige grondslag moeten hebben om gegevens te verwerken en uit te wisselen. In de Wmo en in het bijzonder de Participatiewet zijn strenge restricties opgenomen over gegevensuitwisseling. Dit is ter bescherming van de privacy van onze inwoners.
4/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 maart 2021 8649241
Het uitgangspunt van Werk en Inkomen en de Buurtteams is dat de inwoner leidend is en eventuele uitwisseling van gegevens moet bijdragen aan de bedoeling, namelijk ondersteuning die past bij de wensen en situatie van onze inwoners. Om beter zicht te krijgen of en zo ja welke gegevens noodzakelijk zijn om onderling uit te wisselen om de inwoner beter te ondersteunen, nemen we deze vraag mee in de pilot 3-gesprekken. U bent over deze pilot geïnformeerd in de Raadsbrief van 13 oktober 2020 (kenmerk 7957794). Aan de hand van de uitkomsten van de pilot zullen we nagaan of en zo ja op welke wijze we de gegevensuitwisseling formeel gaan organiseren. We zullen de raad hierover informeren via een Dashboardbrief. Verder was de vraag of een convenant helpend kan zijn bij het uitwisselen van gegevens. Een convenant kan helpend zijn bij de uitvoering, omdat daarin de onderlinge, rechtmatige (werk)afspraken over gegevensuitwisseling staan vastgelegd. Het is dus geen alternatieve basis om gegevens uit te kunnen wisselen. Er moet dus nog steeds een zelfstandige grondslag zijn om gegevens uit te mogen wisselen. Vergoeding kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) Op 26 juni 2020 zijn schriftelijke raadsvragen gesteld over de vergoeding van de kosten kinderopvang op grond van een Sociaal Medische Indicatie (SV 2020 nummer 145). De aanvraagprocedure is versimpeld.
Het is niet meer nodig om eerst telefonisch contact te leggen. Er is direct een online aanvraagformulier beschikbaar om de SMI-regeling aan te vragen. Uiteraard is Werk en Inkomen telefonisch bereikbaar voor overleg en acuut handelen als dat nodig is. Voor het beoordelen van de aanvraag vragen wij bewijsstukken die minimaal nodig zijn om het recht op SMI vast te stellen en de hoogte van de vergoeding te kunnen berekenen. Als bepaalde documenten niet meteen bij de aanvraag kunnen worden ingediend, zoals de offerte van het kinderdagverblijf, nemen wij de aanvraag wel alvast in behandeling. Dan kunnen we snel handelen, zodra een plek bij de kinderopvang beschikbaar is. De wijziging van dit proces is gecommuniceerd met partners in de stad. Toezegging actielijn 3 Werkbeweging (20/T174) In het debat over vooroordelen en discriminatie van 25 juni 2020 en in het debat over de programmabegroting op 18 november 2020 is toegezegd de Raad te informeren over de expertmeeting over de inzet van mystery guests in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, voor het tegengaan van discriminatie. Deze toezegging wordt behandeld in de Raadsbrief over de voortgang van de anti-discriminatie agenda die in januari aan de Raad wordt verzonden. Onderzoek naar betere samenwerking op Bewindvoering Zoals toegezegd in de beantwoording van de schriftelijke vragen ‘Zorg voor een beter Beschermingsbewind’ (2020 nr.
228) informeren wij u over het onderzoek dat de Hogeschool Utrecht heeft uitgevoerd naar betere samenwerking op Bewindvoering. Een van de acties uit de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij is het versterken van de samenwerking met bewindvoerders. De Hogeschool Utrecht (HU) heeft onderzocht hoe het proces met betrekking tot schulden bewinden verloopt en welke verbeteringen mogelijk zijn. Vragen die daarbij spelen zijn: door wie worden mensen verwezen naar bewindvoering(kantoren), welke keuzes worden daarbij gemaakt en hoe werken verschillende partijen vervolgens met elkaar samen bij schuldenbewind? En hoe werken partijen aan een eventuele doorstroom en uitstroom van de onder bewindgestelden? Door middel van dit onderzoek, waarbij het gesprek aangegaan is met zowel bewindvoerders als ketenpartners, kunnen we toewerken naar (betere) afspraken met verschillende belangrijke partijen rondom dit onderwerp. Het uiteindelijk doel is dat Utrechters met financiële problemen zo vroeg mogelijk de passende hulp krijgen en daardoor zo snel mogelijk weer schuldenvrij zijn. De aanbevelingen uit dit
5/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
17 maart 2021 8649241
rapport dienen als startpunt voor de samenwerkingsafspraken met bewindvoerders en ketenpartners, waarmee we dit jaar starten.
Beantwoording SV 2020, nr. 228 - Resultaten en vervolg HU-onderzoek bewindvoering Het onderzoek laat zien dat er een prettige samenwerking is in Utrecht tussen zowel bewindvoerders, ketenpartners en de gemeente. De gemeente heeft hier een groot aandeel in: er wordt snel en duidelijk gewerkt, waardoor de samenwerking bevorderd wordt. Ook is meerdere malen benoemd dat de gemeente Utrecht een grote bereidheid heeft om buiten de kaders te denken en maatwerk te leveren. De bewindvoerders ervaren dit als zeer positief. De bijeenkomsten die voor bewindvoerders in het verleden zijn georganiseerd, zijn ook enthousiast ontvangen. De ketenpartners geven aan dat de bewindvoerders steeds meer klantgericht werken en aandacht hebben voor de cliënten. Ook verloopt de communicatie tussen hen en de bewindvoerders over het algemeen goed. Naast de positieve punten noemt het onderzoek verbeterpunten én aanbevelingen voor onder meer OP kennis, bereikbaarheid, verwachtingen en samenwerking voor alle drie de partijen. De aanbevelingen richten zich op de instroom naar bewind, ondersteuning tijdens het traject en de samenwerking tussen de organisaties. Vervolg Het rapport van de Hogeschool Utrecht geeft ons handvatten om met bewindvoerders en onze ketenpartners het gesprek te vervolgen en te verkennen hoe we concrete afspraken kunnen maken, ten behoeve van de ondersteuning van onze kwetsbare inwoners.
Wij informeren u via de jaarlijkse voortgangsrapportage van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij over de voortgang van het uitvoeren van de aanbevelingen uit het onderzoek.
Toezegging 20/T365 De wethouder zegt toe dat ze in de Dashboardbrief van Q4 terugkomt op de vragen van D66 over zakgeld, onderzoek gezinstegoed, de gesprekken over de kostendelersnorm, het netwerk bij de gemeente om armoederegelingen onder de aandacht te brengen bij Utrechters die de Nederlandse taal niet of minder beheersen, verschillende mogelijkheden van bewijs inkomen en de samenwerking BgHu vwb zwart lakken van bankafschriften Hieronder puntsgewijs de afhandeling van bovenstaande toezegging: - Zakgeld meenemen in berekening MER: In de MER 2020 maakt het zakgeld geen onderdeel uit van de vaste lasten die meegerekend zijn voor de huishoudens met kinderen. Bij een volgende MER, in 2022, zullen wij het Nibud vragen zakgeld weer op te nemen in de berekeningen. - Onderzoek naar gezinstegoed: Het onderzoek naar de varianten van gezinstegoed is afgerond. Met ingang van het nieuwe U-pasjaar, 1 juli 2021, willen wij gezinstegoed invoeren voor de kinderen binnen één gezin. Inmiddels heeft uw raad daarvoor al een raadsvoorstel en bijlagen voor ontvangen. Daarin staat alle inhoudelijke informatie over de invoer van gezinstegoed en het loslaten van schotten, conform toezegging 20/T452. Met de invoer van gezinstegoed geven wij het realistisch begroten vorm, conform Toezegging 20/T604, Toezegging 19/T327 en overgenomen motie 19/M221 Onderbesteding U-pas.
De toezegging 19/T327 betreft de afhandeling van overgenomen motie 19/M221. Deze motie is overgenomen met de uitleg dat wij binnen de middelen die al beschikbaar zijn voor de U-pas, het realistisch begroten zullen vormgeven en er zorg voor dragen dat middelen voor kinderen in armoede ook bij hen terecht komen. Met de invoering van gezinstegoed geven wij gehoor aan deze
6/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
-
-
-
17 maart 2021 8649241
motie. Door gezinstegoed wordt de onderbesteding op de U-pas begroting tegen gegaan, specifiek ten aanzien van kinderen. Vanwege de invoer van gezinstegoed en het tegelijkertijd loslaten van schotten en bedragen verwachten wij een sterke toename in gebruik van de kindpassen. We verwachten dat de nog beschikbare financiële ruimte op de U-pasbegroting hierdoor benut wordt, waardoor het resterende beschikbare budget op de U-pasbegroting benut wordt ten gunste van kinderen in armoede. In dit budget zitten onder andere de Klijnsmamiddelen. Zo zorgen we ervoor dat de middelen voor kinderen in armoede ook bij hen terecht komen, conform overgenomen motie 19/M221. Gesprekken over de kostendelersnorm: Tijdens de commissievergadering van 8 oktober hebben we aangegeven met huishoudens in gesprek te gaan over de kostendelersnorm. Vlak na deze vergadering werden de coronamaatregelen vanuit het Rijk weer aangescherpt. Hierdoor was het niet mogelijk om gesprekken te organiseren. Wel hanteren we gedurende de tweede lockdown de al eerder toegepaste uitzondering om de kostendelersnorm niet toe te passen bij dak- en thuislozen en jongvolwassenen die vanwege corona tijdelijk weer thuis gaan wonen. Bij de beantwoording van SV2020_296 hebben we aangegeven te onderzoeken hoe we de mogelijkheden voor het toepassen van maatwerk bij de kostendelersnorm breder onder de aandacht kunnen brengen.
We zien het als een passende combinatie om bij deze verkenning het gesprek aan te gaan met gezinnen over de aanwezigheid van knelpunten bij het hanteren van de kostendelersnorm. Netwerk om armoederegelingen onder aandacht te brengen: Wij werken samen met diverse organisaties door de hele stad om de armoederegelingen onder de aandacht te brengen van alle Utrechters. Uiteraard hebben ook de buurtteams en U-centraal aandacht voor inwoners die de taal minder machtig zijn. Door de coronacrisis is het organiseren van bijeenkomsten op locatie niet tot zeer beperkt te organiseren. Zodra de maatregelen het toelaten, gaan we deze doelgroep extra benaderen via ons communicatieplan voor werkende armen. Onder meer met acties op locatie in samenwerking met U-centraal, zodat ter plekke ondersteuning is bij het aanvragen van regelingen. Daarnaast is er dit jaar binnen de U-pas specifiek aandacht voor de groep jonge ouders met kinderen van 0-3 jaar, onder wie ouders die de Nederlands taal minder beheersen. Doel is jonge ouders extra te wijzen op de mogelijkheden en gebruik van de U-pas. Daarin werkt U-pas samen met organisatieonderdeel Volksgezondheid voor het programma Kansrijke Start. Bewijs van inkomen bij BGHU in relatie tot het zwartlakken van bankafschriften.
Wij verkennen de mogelijkheid met de BGHU om via opt-out kwijtschelding toe te kennen, zodra een inwoner van ons een bijstandsuitkering krijgt. Met deze oplossing zou het zwartlakken van bankafschriften ook niet meer nodig zijn. In de Dashboardbrief Q1 informeren we u conform toezegging 20/T366 over de stand van zaken rondom de gegevensuitwisseling met de BGHU.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
7/7