CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling3.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Kees-Jan Bandt

Datum

25 oktober 2023

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

11663500

E-mail

keesjan.bandt1@utrecht.nl

Onderwerp

Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Ruimtelijke Ordening

Geachte leden van de raad, Wij hebben tijdens het debat over de Voorjaarsnota 2023 motie 2023-216 ‘Versneld eisen in de ijskast’ overgenomen, waarin u ons vraagt om in overleg met de DNU en de STUW 5 tot 10 bovenwettelijke eisen in kaart te brengen die van grote invloed zijn op de haalbaarheid van projecten. Via deze brief informeren wij u over de eerste inventarisatie en geven wij invulling aan de overgenomen motie. Context De druk op wonen blijft hoog in Utrecht. De cijfers uit de rapportage Wonen in Utrecht, die uw raad in maart ontving, bevestigen dit. Uit het Meerjaren Programma Ruimte (MPR) blijkt dat de nieuwbouw van woningen helaas minder hard gaat dan we zouden willen, zoals ook gerapporteerd in de Peilstok 2023. Naast macro-economische factoren spelen ook de eisen die gesteld worden aan de woningbouwprojecten mee bij de financiële haalbaarheid van de projecten. We hebben daarom sinds begin dit jaar een aantal maatregelen genomen om de woningbouw op peil te houden: de Utrechtse aanpak: Bij de bespreking van de voorjaarsnota 2023 heeft u besluiten genomen om de woningbouw op gang te houden (de eerste tranche met projecten en maatregelen). De Utrechtse aanpak is kort samengevat: projectgericht, met maatregelen die voor specifieke projecten leiden tot het vlottrekken van het project (maatwerk)Gericht op betaalbaar wonen en er moet sprake zijn van wederkerigheid.

SBI: Vanuit de Rijksoverheid loopt daarnaast het subsidietraject van de Startbouwimpuls. De Startbouwimpuls is gepresenteerd als een laatste zetje om start bouw zoveel mogelijk te garanderen voor projecten die anders niet rendabel zijn. Binnen de Utrechtse aanpak en de Startbouwimpuls geldt dat ontwikkelaars inzicht in de business case moeten geven om in aanmerking te komen voor ondersteunende maatregelen. Over de aanvraag van de SBI bent u geïnformeerd via onze brief [link] van 13 oktober 2023.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

Regionale Woondeal: Samen met de regiogemeenten, provincie, Rijk en corporaties hebben we de regionale woondeal ondertekend. Deze deal wordt ondersteund door marktpartijen (bouwers, ontwikkelaars en beleggers). Gezamenlijk worden knelpunten geïnventariseerd en aangepakt. Samenwerking tussen overheid en (markt)partijen: Juist nu de woningmarkt in zwaar weer verkeert is het van belang om een vinger aan de pols van de woningproductie te houden met onze partners zoals beleggers, ontwikkelaars, bouwers en corporaties. Dit doen wij onder andere middels ambtelijke en bestuurlijke bijeenkomsten van het Development Network Utrecht (DNU). Onderzoek bovenwettelijke eisen: De uitvoering van de motie ‘eisen versneld in de ijskast’ is een goede aanvullende stap in onze integrale aanpak om de woningbouw op peil te houden. Aanpak De inventarisatie is door ons met de DNU (ontwikkelaars en beleggers) en de STUW (corporaties) besproken, wat heeft geleid tot een verdiepingsslag en tot een gedeeld beeld van de belangrijkste eisen die van grote invloed zijn. Er zijn heel veel factoren van invloed op de haalbaarheid van projecten. Macro-economische ontwikkelingen (stijging rente, bouwkosten, loonkosten) hebben daarbij de grootste invloed, welke leiden tot hogere kosten en lagere opbrengsten. De gemeente kan op verschillende manieren bijdragen aan de haalbaarheid.

In deze brief kijken we uitsluitend naar de bovenwettelijke eisen, welke gezamenlijk een significante invloed hebben op projecten in de stad. Dat neemt niet weg dat we ook op andere punten in gesprek zijn met corporaties, marktpartijen en de raad. Bijvoorbeeld over de versnelling van het planproces aangezien tijd een grote factoris met invloed op het financiële resultaat van een ontwikkeling. Ten tweede is zekerheid nodig om te durven investeren, zonder zekerheid investeren marktpartijen en corporaties minder en lopen projecten verder vertraging op. Marktpartijen en corporaties geven daarin aan dat er behoefte is aan slagkracht vanuit de gemeente en hebben de wens uitgesproken dat de gemeente op projectniveau versneld kan handelen om woningbouwprojecten doorgang te laten vinden. Een derde punt betreft leges, welke in Utrecht voor grootschalige bouwprojecten hoger zijn dan in veel andere steden, maar het totaal ligt in Utrecht lager dan in deze vergelijkbare grote steden, wat betekent dat kleinere projecten in Utrecht juist lagere leges kennen. Dit is bewust beleid. De mogelijkheden om op dit punt af te wijken worden nader onderzocht. De totale inkomsten uit leges zijn dekkend, maar mogen niet winstgevend zijn en eventuele afwijkingen moeten getoetst worden om te voorkomen dat de leges niet meer dekkend zouden zijn.

Een vierde punt is de grondprijs die gehanteerd wordt voor een project. Deze komt veelal residueel tot stand via een tenderprocedure, maar door wijzigende marktomstandigheden kan de prijs die eerder is afgesproken nu negatief zijn voor business case. Uitkomsten De belangrijkste bovenwettelijke eisen met een financieel en/of vertragend effect zijn hieronder uiteengezet met een korte toelichting van de door de gemeentelijke organisatie en de marktpartijen gesignaleerde en besproken eisen. Bovenwettelijke eisen kunnen kostenverhogend werken (bijvoorbeeld duurzaamheid of geluid), maar ook opbrengst verlagend (voornamelijk programma en ACM tarieven voor warmte). Het totaal aan kostenverhogingen en opbrengstverlagingen kan oplopen tot meer dan 50% ten opzichte van bouwbesluit door bijvoorbeeld aanpassingen in het programma in combinatie met aanvullende eisen voor duurzaamheid, parkeren en tarieven voor warmte. Daarnaast zijn bovenwettelijke eisen en het tussentijds aanpassen van eisen van invloed op het tijdsaspect.

2/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

Projecten kunnen daardoor vertraging oplopen, wat leidt tot hogere kosten. Bijvoorbeeld door meer inzet personeel, maar voornamelijk door kapitaalslasten. De volgende onderwerpen in volgorde van financiële impact hebben een grote invloed op haalbaarheid van projecten: Grote impact (> €10.000 per benoemde eenheid): 1. Programma 2. Duurzaamheid Middelgrote impact (€ 5.000 - €10.000 per benoemde eenheid): 3. Parkeren 4. Tarieven warmte lager dan ACM 5. Geluid Kleine impact (< € 5.000 per benoemde eenheid): 6. Houdbaarheid onderzoeken bij gebiedsontwikkeling 7. Gelijkwaardigheid

Het percentage van het totaal aan bouwkosten wordt ook weergegeven. Deze bandbreedte is ruim doordat er op projectniveau grote verschillen kunnen bestaan. Per onderdeel wordt dit samengevat weergegeven (dus niet per deelonderwerp). Het percentage is uitgedrukt in verhouding tot de bouwkosten. 1. Programma Programma is de belangrijkste eis die de haalbaarheid van projecten beïnvloedt. Programma wordt op drie manieren gestuurd, door de verdeling tussen sociaal/middensegment/vrije sector, de oppervlakte van woningen en door het Actieplan Middenhuur. Deze drie elementen hebben een grote invloed op de financiële haalbaarheid van projecten. a. De verdeling tussen sociaal, middensegment en vrije sector van 40/35/25. Hoe meer betaalbare woningen hoe lastiger de business case doordat er een lage of zelfs negatieve grondwaarde ligt onder betaalbare woningen. b. In Utrecht wordt daarnaast minimaal 65 m² g.b.o. gemiddeld geëist voor betaalbare woningen (sociaal en midden). Grotere woningen leveren minder op, waardoor het resultaat verslechtert. De huurbegrenzing beperkt de huren voor grotere woningen. c.

Het derde punt is het Actieplan Middenhuur. De huren die gehanteerd worden in het Actieplan liggen onder de markthuren, maar liggen ook lager dan de WWS-punten die landelijk gehanteerd worden om de redelijke huur te bepalen. Het Actieplan heeft een grote invloed op de haalbaarheid van projecten.

Wij hanteren momenteel de Utrechtse aanpak, waarin projectspecifiek gekeken wordt wat nodig is om een project vlot te trekken. Andere gemeenten hanteren andere regels dan Utrecht, waarbij in

3/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

sommige gemeenten generiek wordt afgeweken van de regels (bijvoorbeeld door aan te sluiten op voorgenomen- landelijk beleid). Financiële impact (verschil in opbrengsten): Programma (40/35/25): Groot, per woning (projectafhankelijk) berekend op basis van het verschil tussen Coalitieakkoord en Woonvisie Minimaal 65 m² g.b.o.: Groot, per woning (projectafhankelijk) berekend op basis van verschil met huren volgens Actieplan Middenhuur, maar zonder oppervlakte-eis Actieplan: Groot, per woning (projectafhankelijk) berekend op basis van verschil met wetsvoorstel (186 punten) Procentueel effect: 20%-35% op basis van bovengenoemde vergelijkingen. Andere aannames kunnen leiden tot hogere/lagere percentages. 2) Duurzaamheid Marktpartijen onderschrijven breed het belang van duurzaamheid. Bij veel partijen is duurzaamheid een integraal onderdeel van de strategie en een vereiste om te investeren in projecten die worden ontwikkeld. De obstakels die gesignaleerd worden betreffen bijvoorbeeld het projectspecifiek moeten ontwerpen, waardoor bewezen concepten niet toegepast kunnen worden. Marktpartijen willen innoveren en ambities verhogen. Meer standaardisatie in de uitvraag kan de bredere toepassing van innovaties bevorderen.

In tenders zijn veel punten te behalen op duurzaamheid, waardoor uitblinken op dit onderdeel de kans op het winnen van de tender vergroot, maar de haalbaarheid gelet op de gewijzigde marktomstandigheden onder druk kan komen te staan. Met het convenant duurzame woningbouw zet gemeente Utrecht vanaf 2023 in op regionale / landelijke harmonisering van duurzaamheidsambities zodat dit probleem zoveel mogelijk wordt weggenomen. Duurzaamheidsmaatregelen en circulariteit zijn in dit overzicht financieel weergegeven, maar vertegenwoordigen ook een toekomstige waarde in de vorm van positieve bijdrage aan duurzaamheidsdoelstellingen en vermindering van bijvoorbeeld uitstoot en gebruik van grondstoffen. De genoemde kosten hebben betrekkingen op de investeringen, maar ook exploitatiekosten zijn relevant. Meer investeren aan de voorkant is minder uitgeven daarna, waardoor total cost of ownership wel lager is. a. Circulair bouwen Voor veel bedrijven is circulair bouwen een nieuw thema. Daardoor zijn processen nog niet ingericht op deze manier van bouwen, leidend tot hogere kosten. Afhankelijk van het project en ontwikkelaar leidt circulair bouwen tot significante stijging in kosten voor de bouw wanneer bijvoorbeeld volledig in hout gebouwd wordt (projectspecifiek).

We verwachten dat deze kosten in de toekomst dalen door leereffecten vanuit innovatie en opschaling van circulaire bouwconcepten zoals kenmerkend voor transitiepaden. Financiële impact: Midden, per woning b. Energieneutraal bouwen Bijna Energie Neutraal Gebouwd (BENG) is de methode hoe de energieprestatie / mate van energiezuinigheid van gebouwen getoetst wordt. Utrecht hanteert hogere ambities dan de wettelijke

4/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

eis. BENG-1 (het primaire energieverbruik van de woning) wordt niet genoemd, mede doordat institutionele beleggers op dit vlak de lat ook hoger leggen dan landelijke normen. Voor BENG-3 (percentage hernieuwbare energie) geldt dat de meerkosten significant kunnen zijn met een beperkt effect. BENG-3 ziet toe op het percentage duurzaam opgewekte energie binnen het project. De landelijke norm voor meergezinswoningen is meer dan 40%, de ambitie in Utrecht is zoveel mogelijk energieneutraal bouwen (BENG-3 >100%). Niet ieder project kan tegen redelijke meerkosten voldoen aan de ambities met behoud van het bouwvolume, waardoor een installatie voor extra zonnepanelen evenveel kost als het toevoegen van een gehele woonlaag aan het gebouw. Deze kosten kunnen niet terugverdiend worden. Financiële impact: Midden, per woning c. Klimaatadaptief bouwen Het realiseren van voldoende waterberging en verkoeling d.m.v. groene daken, wateropslag, wadi’s en voldoende grote begroeiing leidt tot een beperkte kostenstijging. Projectspecifieke kenmerken zijn hierin bepalend. Financiële impact: Klein, per woning Beleggers, woningcorporaties en ontwikkelaars onderkennen het belang van duurzaamheid met oog op de toekomst en de kwaliteit van woningen.

Bij disproportionele kosten of tegenstrijdigheden tussen duurzaamheidsambities maken we een integrale afweging van de belangen (in lijn met de Utrechtse aanpak). Procentueel effect: 5%-15% voor duurzaamheid als geheel, op basis van bovengenoemde vergelijkingen. Op projectniveau kunnen grote verschillen ontstaan 3) Parkeren Gebouwde parkeervoorzieningen zijn een grote kostenpost en de eis dat bezoekersparkeren intern opgelost moet worden, komt bovenop de eisen voor bewonersparkeren. Technisch leidt het toevoegen van bezoekersparkeren er toe dat een parkeergarage aan aanvullende eisen moet voldoen die tot meerkosten leiden, zonder dat er significante opbrengsten tegenover staan. Bezoekers in een parkeergarage van een woongebouw leidt daarnaast tot meer kosten voor beveiliging en een ander toegangssysteem. Kans op diefstal neemt toe. Voor fietsparkeren geldt ook dat er additionele kosten zijn die niet tot meer opbrengsten leiden. Utrechts beleid is dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost zodat de extra parkeerbehoefte niet wordt afgewenteld op de openbare ruimte. In sommige gevallen is het deels mogelijk om bezoekers in de openbare ruimte te laten parkeren. In specifieke gevallen kan ook de parkeernormering een rol spelen, al zijn deze voor de meeste doelgroepen al flink verlaagd.

Binnen de Utrechtse aanpak wordt projectspecifiek gekeken welke afwijkingsmogelijkheden er zijn. Financiële impact: Groot, per parkeerplaats die extra gerealiseerd moet worden boven de vraag van de doelgroep Procentueel effect: +/- 5% op totale kosten per woning

5/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

4) Tarieven warmte lager dan ACM Het hanteren van lagere tarieven is in principe niet bovenwettelijk, er geldt alleen een prijsplafond van de ACM voor kleine aansluitingen. Utrecht streeft lagere tarieven voor gebruik en vastrecht na dan marktconform, waardoor de maandlasten lager worden, maar de eenmalige aansluitkosten stijgen daarmee. Dit zijn communicerende vaten. Deze eenmalige kosten worden door ontwikkelaars doorberekend aan de belegger/koper van woningen, waardoor de kosten voor deze partijen toenemen. Bij koopwoningen is er dus een verschuiving van maandlasten naar aankoopprijs, bij huurwoningen van huurder naar belegger. In het gereguleerde segment kan dit niet leiden tot huurverhoging, maar in de vrije sector leidt dit mogelijk tot hogere huurlasten in plaats van een hogere energierekening. Door een clausule in het Bouwbesluit kunnen ontwikkelaars kiezen voor een zelfstandig duurzaam systeem. Dit heeft een negatief effect op de business case van collectieve warmtesystemen op gebiedsniveau, zoals bijvoorbeeld Beursnet. Bijkomend risico is dat bij minder aansluitingen op een collectief systeem, de algemene kosten voor de overige gebruikers toenemen en een onderbenutting ook een negatief effect kan hebben op de duurzaamheid van het systeem.

Bovenop het verleggen van de kosten van gebruik en vastrecht naar de ontwikkelaar, legt de gemeente ook kosten voor contractmanagement bij de marktpartij neer. Deze kosten worden door andere gemeenten niet bij marktpartijen gelegd en werken kostenverhogend. De extra kosten worden door de ontwikkelaar doorgelegd naar de bewoner, dit leidt tot toenemende verschillen in lasten per energiesysteem. Kort gezegd kan de maatschappelijke doelstelling van lage tarieven voor gebruikers via een omweg leiden tot hogere kosten en een minder efficiënt systeem doordat een deel van de gebouwen die aan zou kunnen sluiten op een gezamenlijk systeem, dit vanuit kostenoverwegingen niet doet. Warmtesystemen zijn zeer afhankelijk van locatie, omvang en aard van ontwikkelingen, waardoor altijd sprake is van maatwerk bij de totstandkoming van voorwaarden voor levering van warmte. Financiële impact: Midden, per woning Procentueel effect: <5% op totale kosten per woning 5) Geluid In Utrecht komen veel functies samen en kan sprake zijn van een hogere geluidsbelasting dan wenselijk voor de gezondheid. Utrecht stelt eisen aan bouwen op dit type locaties. In principe betreffen deze geluidseisen van de gemeente geen bovenwettelijke eis, maar een voorwaardelijke afwijking van de landelijke normering (standaardwaarde) die wordt mogelijk gemaakt op basis van geboden beleidsruimte.

Daardoor kan je op meer plekken bouwen, maar zijn daar wel voorwaarden aan gesteld die kunnen leiden tot technische aanpassingen, welke een financieel effect kunnen hebben (maar beter is om het ontwerp zo te maken dat dit niet nodig is; hetgeen in Utrecht de afgelopen 40 jaar veelal is gelukt). Landelijk verschillen de eisen per gemeente (sterk) op dit vlak. In specifieke projecten kunnen deze eisen van invloed zijn op bijvoorbeeld de mogelijkheid om buitenruimtes te maken aan een bepaalde zijde van een gebouw.

6/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

Financiële impact: Klein, per woning met hogere grenswaarde binnen een project Procentueel effect: <5% op totale kosten per woning 6) Houdbaarheid onderzoeken bij gebiedsontwikkeling Onderzoeken naar bijvoorbeeld bodem, flora of fauna hebben niet altijd meer een wettelijk maximale houdbaarheidsduur. Gemeentelijk worden wel termijnen van 3 tot 5 jaar aangehouden. Doordat gebiedsontwikkeling een lange doorlooptijd kent, ontstaat het risico dat onderzoeken niet meer geldig zijn en opnieuw uitgezet moeten worden. Naast tijd en geld levert dit ook het risico op dat nieuwe eisen gesteld worden aan de onderzoeken en daarmee randvoorwaarden voor ontwikkeling veranderen. Dit kan leiden tot aanpassingen in de planvorming, welke tevens kostenverhogend werken en meer tijd kosten. De totale kosten van dit onderdeel vallen mee, maar het brengt vertraging en daarmee hogere financieringslasten met zich mee. We ondervangen een deel van dit risico door omgevingstafels te organiseren, daarnaast onderzoeken we of er afwijkingen zijn van landelijk beleid en of hier mogelijkheden zijn tot aanpassingen. Financiële impact: Klein, per woning Procentueel effect: <5% op totale kosten per woning 7) Gelijkwaardigheid In relatie tot het bouwbesluit is gelijkwaardigheid een mogelijkheid.

Bijvoorbeeld: De Amsterdamse bouwbrief biedt als mogelijkheid om op basis van gelijkwaardigheid een externe berging te vervangen door een interne berging wanneer er een inpandige fietsenstalling aanwezig is. Deze berging dient minimaal 2,7 m² te zijn. Utrecht heeft deze eis ook, maar vraagt 3,0 m². Een ontwerp van een plattegrond uit Amsterdam is daardoor niet te gebruiken in Utrecht. Dit staat conceptueel bouwen in de weg en leidt tot hogere kosten. Meer uniforme eisen, bijvoorbeeld in afstemming met andere gemeenten, kan de bouwkosten drukken. Met name tijdsaspect en repliceerbaarheid spelen bij dit onderdeel een grote rol. We hanteren eisen om kwaliteit van ontwikkelingen te waarborgen en is voorzichtig met het bieden van meer ruimte op dit vlak om kwaliteit te waarborgen. We onderzoeken in hoeverre uniformiseren mogelijk is. Financiële impact: Klein, per woning Procentueel effect: <5% op totale kosten per woning Overwegingen De benoemde belemmeringen voor ontwikkelaars betreffen een selectie van belemmeringen en een tijdsopname. Innovaties in de bouw leiden tot nieuwe mogelijkheden en standaarden, waardoor kostenverhogende eisen in de toekomst de standaard kunnen worden. Innovatie is en blijft van belang om de markt uit te dagen, maar niet ieder project kan een broedplaats voor innovatie zijn.

Anders kunnen innovaties nooit op grote schaal toegepast worden en blijven kosten voor ontwikkeling hoog. In de financiële impact zit niet het maatschappelijk belang verwerkt. Het tijdsaspect is daarnaast een belangrijk onderdeel waarin ook financieel belang schuilt doordat ontwikkelaars bij vertraging aanlopen tegen hogere kosten voor financiering. Een sneller proces richting een vergunning betekent

7/8

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 oktober 2023 11663500

niet alleen eerder woningen, maar ook lagere kosten van ontwikkeling. Naast de eisen aan een project spelen het planologische proces en gemeentelijke kosten hier een grote rol in. Ieder thema kent een eigen historie en complexiteit. Financieel en maatschappelijk belang kunnen daarin conflicterende belangen zijn, maar flexibiliteit in eisen kan ook leiden tot beperkte concessies op maatschappelijk gebied, maar een groot financieel effect. Dit komt veelal doordat de laatste stap de duurste is. Marktpartijen geven aan niet te zoeken naar lage eisen, maar naar ruimte om excessieve kosten te voorkomen. Marktpartijen hechten aan een kwalitatief hoogwaardig project en leefomgeving. Per thema kunnen de oplossingsrichtingen sterk verschillen. Dit komt ook terug in de huidige Utrechtse aanpak. Tot slot Zoals aangegeven vormt dit overzicht niet een maatschappelijke afweging van de verschillende eisen. Dit overzicht kan gehanteerd worden om op projectniveau tot een afweging van belangen te komen. De Utrechtse projectspecifieke aanpak blijft van belang om maatwerk te leveren. Op projectniveau is hier veel vraag naar vanuit het college om projecten op gang te houden. Marktpartijen vragen hier ook om. Naast projectspecifieke aanpassingen zijn er ook een aantal generieke onderwerpen om de woningbouw op gang te houden. Het programma is financieel verreweg het belangrijkste onderwerp.

De combinatie van verdeling sociaal, middensegment en vrije sector met een oppervlakte eis en Actieplan Middenhuur leidt tot een significante beperking van de opbrengsten voor ontwikkelende partijen. Aanpassingen hierin hebben op vrijwel ieder project een effect. De behoefte aan betaalbare woningen is echter groot en het college voorstaat niet om dit categorisch aan te passen, maar ook per project te bezien in samenspraak met uw raad. Hier geldt ook dat het per project/ontwikkelaar verschilt wat het meest van invloed is. Woningcorporaties zijn bijvoorbeeld vooral gebaat bij het laten vervallen van de oppervlakte eis, terwijl voor marktpartijen ook de verdeling en Actieplan Middenhuur een grote rol spelen. Op het gebied van de houdbaarheid van onderzoeken en gelijkwaardigheid kan geharmoniseerd worden met landelijke normen of elders gebruikelijke wijze om af te wijken om meer in lijn met andere gemeenten te handelen. Financieel hebben deze onderdelen weinig effect in directe zin, maar de snelheid is er wel mee geholpen. In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen om het Utrechts planproces te halveren in tijd. Op dit moment loopt de actualisatie van het Utrechts Plan Proces (UPP). U bent daarover geïnformeerd en een voorstel voor het nieuwe UPP wordt eerste kwartaal 2024 ter besluitvorming aangeboden.

Vervolg Hiermee heeft u het overzicht van de belangrijkste eisen die van invloed zijn op de haalbaarheid van projecten. De volledige inventarisatie volgt in 2024 en de Utrechtse aanpak per project wordt voortgezet om de woningbouw op gang te houden. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ad1a5411-a6b0-4481-a81d-7507f2a29b52