Raadsbrief Beantwoording technische vragen RSU 2040.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Trix Aarts
Datum
28 juni 2021
Doorkiesnummer
14 030
Kenmerk
8272740/290622
t.aarts@utrecht.nl,
Onderwerp
Beantwoording technische vragen RSU 2040
Bijlage(n)
1 (onderaan bijgevoegd)
Beleidsveld
Ruimtelijke ontwikkeling
Geachte leden van de raad, Tijdens de behandeling van de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU 2040) op 10 juni jl., hebben wij u toegezegd om de vragen die meer technisch van aard zijn in deze brief beantwoorden (zie bijlage 1). Sommige vragen zijn niet puur technisch dan wel politiek te noemen. Toch hebben we er voor gekozen om de beantwoording dan alsnog op te nemen in deze brief. Verder verwijzen we bij verschillende vragen naar de RSU zelf of brieven die u al reeds heeft ontvangen. Dit is bedoeld als leeswijzer en geeft u meer inhoud en context in aanloop naar het debat op 1 juli aanstaande.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
Beantwoording technische vragen uit de eerste termijn raadscommissie RSU 2040 op 10 juni jl. ChristenUnie 1. Vraagt hoe we zo’n het stadsprofiel als van de Vertraagde stad tot uitdrukking brengen in een verdichtende stad. En of hieraan in de RSU 2040 al richting gegeven zou moeten worden. Bij de uitwerking van de RSU 2040 zullen we hier meer handen en voeten aan kunnen geven. De ruimte voor initiatief, het ontwerpen van de wijken die passen bij het profiel waar dit kan en waar mogelijk het principe van rust, ruis en reuring toe te passen. De RSU legt de contouren vast voor de ontwikkeling van de stad, de uitwerking biedt ruimte om de stadsprofielen vol door te ontwikkelen en te realiseren. 2. Mist bij dubbelgebruik de mogelijkheid voor overkluizing van wegen, zoals bv bij het plan voor de Einsteindreef. Overkluizing van wegen voor functies erboven is een vorm van dubbelgebruik die niet wordt uitgesloten in de RSU. Sterker nog, wij vinden het een zeer interessante ontwikkeling. Technisch en financieel gezien gaat het echter om ingewikkelde inpassingen. Dit betekent niet dat we dit in de verdere uitwerking van de RSU links laten liggen. 3. Kijkend naar Overvecht, constateert de CU dat grote ontwikkelingen daar pas in fase 4 aan de orde te komen, terwijl er juist nu heel veel geld is voor Overvecht.
Daarom vraagt hij zich af of het niet beter is om Overvecht naar voren te halen in de fasering en daarbij dan ook gebruik te maken van de ideeën die vanuit die wijk zijn aangedragen. Zie de raadsbrief van 3 juni: het is niet zo dat er in Overvecht niets gebeurt tot fase 4. We zijn wel degelijk bezig, ook met andere partijen die in Overvecht ontwikkelen. Graag verwijzen wij bv naar de wijkaanpak Overvecht waarin we samen met bewoners, ondernemers en professionals de wijkaanpak Samen voor Overvecht hebben ontwikkeld. Wij richten ons nu, vanwege ruimte en samenhang, voornamelijk op de zuidwest kant van de stad. Daar zullen we met het aanleggen van de Papendorplijn en de Waterlinielijn de eerste fase van het wiel met spaken ontwikkelen in relatie tot die grotere stadsopgave, zoals de Merwedekanaalzone. De keuzes die gemaakt dienen te worden na fase 3, zijn aan u als raad. 4. Geeft aan dat het plan van bewoners voor een Einsteinkwartier kan bijdragen aan de kracht van Overvecht en vraagt of ondertunneling gerealiseerd zou kunnen worden. Ondertunneling van de Einsteindreef zou de barrièrewerking van deze weg verminderen. We vragen ons echter af of een tunnel realistisch is, niet alleen vanwege de kosten maar ook vanwege de inpassing en de technische mogelijkheden om het dak goed in te richten.
Het omzetten van de Einsteindreef naar stadsboulevard’ (zie pagina 150 van de RSU 2040) is als opgave opgenomen in de RSU. Met de bewoners is en wordt gesproken over hun idee voor het Einsteinkwartier. Bij de verdere uitwerking van de plannen zullen we de realiseerbaarheid onderzoeken.
2/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
5. De barcode maakt zichtbaar wat de behoefte is. De vraag is alleen hoe ervoor gezorgd kan worden dat die voorzieningen ook ten goede komen van de bestaande stad. Met het realiseren van de barcode voor zowel de plancapaciteit uit het MPR als de programmering op de nieuwe knopen, zal de afstand tot deze voorzieningen voor de bestaande stad kleiner worden en zodoende voor meer mensen te gebruiken zijn. Dat geldt ook voor de toevoegingen van het groen op 5 schaalniveaus (zie vanaf pag. 79 in de RSU 2040) (van deur tot scheg waar flink in geïnvesteerd wordt). De mobiliteitstransitie en de herinrichting van straten en ondergrond zullen de bestaande stad een nieuw en op de toekomst gericht profiel geven. De barcode wordt uitgevoerd voor de hele stad. 6. Een zorgpunt is ‘hoogbouw’ (pag. 125) waar sprake is van een incidentele afwijking. Kunnen we incidentele afwijkingen regelen via een raadsbesluit? Ja. De hoogbouwvisie wordt als raadsvoorstel aan u voorgelegd. In de hoogbouwvisie worden locaties en hoogtes, en dus ook eventuele incidentele afwijkingen, vastgelegd. 7. Voor sport moeten een aantal voorzieningen nog worden gevonden. Kunnen we nu al besluiten waar dat zou kunnen? Het klopt dat voor 8 sportvelden nog een locatie gevonden moet worden. Waar, dat hangt mede af van de verdere uitwerking van de RSU. En ook in relatie tot de opgave die hier voor geldt in de regio (IRP).
Jaarlijks en vooruitkijkend zullen we dit goed en scherp monitoren. 8. Vraagt naar de samenhang tussen de knooppunten die in beslispunt 2 van het raadsvoorstel worden genoemd en de knooppunten in de RSU. Dat zijn andere knooppunten. Het gaat om dezelfde knooppunten. De gebieden zijn identiek (zie bv kaart op pagina 139). In het beslispunt wordt in het gebied Oost Amelisweerd expliciet benoemd als onderdeel van dit gebied. Dat betekent niet dat hier ontwikkeling is voorzien. SP 9. Hoopt dat die ‘tien-minutenstad’ niet al te letterlijk wordt genomen, want het is helemaal niet erg om iets verder te fietsen naar je sportclub of culturele voorziening. Niet alles kan overal en hoeft ook niet overal. Dat klopt. De tien-minutenstad gaat over dagelijkse ritme en wat je daar binnen 10 minuten in bereikt. Het gaat niet over de chrono van 10 minuten. In relatie tot wijk en stad: we lossen niet alles op binnen 10 minuten. Daarmee zullen ook niet alle elementen van de barcode in de wijk een plek krijgen. Stedelijke functies als theater(s), poppodia, sommige sporten, musea etc. zullen vaak op een aantal plekken zitten maar niet per sé binnen de 10 minuten. Dagelijkse voorzieningen als supermarkt, winkel, school, toegang tot het OV, veel sport en recreatie wel. 10. Vraagt welke plannen er liggen onder de inbreiding van 2100 – 3000 woningen in Kanaleneiland.
Hij vraagt waarom het nieuwbouwprogramma van het voormalig ziekenhuis Oudenrijn, dat al is opgeleverd, geplaatst wordt bij de ambities tot 2040.
3/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
In Kanaleneiland en Transwijk voorzien wij in meerdere ontwikkelingen een toename van ca 2000/3000 woningen. Deze ontwikkelingen liggen verspreid door het gebied, zoals Krachtstation (ca 500), Beneluxlaan 901 (ca 200), Marco Pololaan 111-115 (ca 200), Lomanlaan 103-105 (ca 215), Europalaan 33-45 (ca 80), Kanaleneiland Noord (ca 70), Woningen in de plinten (ca 90). De scope van de 2000/3000 woningen is voor de middellange termijn (komende 10 jaar). Wij zien naast de genoemde concrete ontwikkelingen kansen en mogelijkheden om binnen het gebied op verschillende locaties in de wijk woonprogramma toe te voegen. Op dit moment zijn dit nog geen concrete projecten. De woningen op het terrein van het voormalige ziekenhuis Oudenrijn tellen mee met de 60.000 te realiseren woningen die in de RSU 2040 staan. De peildatum voor het woningaantal is 1 januari 2019. 11. Met betrekking tot de harde plancapaciteit wijst de SP erop dat er nog projecten uit de Utrechtse opgave van het begin van deze eeuw op deze lijst staan. Hoezo is dit harde plancapaciteit? Graag een reactie van het college. Een aantal ontwikkelingen kent een te lange doorlooptijd. Tegelijkertijd zijn de redenen voor vertraging zeer uiteenlopend. Wij werken op verschillende manieren aan versnelling van planprocessen. Hierdoor is het mogelijk dat er nog plannen die begin deze eeuw als hard zijn gedefinieerd nog steeds er op staan.
12. Vraagt of de wethouder kan bevestigen dat de Jaarbeurs zich aan de Woonvisie houdt? In MPR is het uitgangspunt voor Jaarbeurs ook 35% sociaal 25% middensegment. Dat is ook ons streven. Het project zit nu nog in de planfase. De inzet is erop gericht om in deze fase de verdeling die in de Woon visie is gegeven er goed in te krijgen. 13. Geeft aan de bouwplannen in de hoek Merwedekanaalzone, Beurskwartier en Jaarbeurs belastend te vinden, ook voor wat betreft de doorsteek Papendorp die nodig is vanwege die plannen. Deze doorsteek is nodig om verkeer op de Europalaan te ontlasten. Het wordt weliswaar drukker op de Bevrijdingslaan maar het past goed binnen de capaciteit van de weg. Voor een groot gedeelte van de stad en omgeving geeft het ook verlichting. 14. Is van mening dat maximaal 300 plekken extra asielopvang, waarmee in de RSU rekening is gehouden, erg weinig is, gezien de diverse vluchtelingencrises die op ons afkomen. Graag een reactie van de wethouder. In de raadsbrief Toezeggingen Kadernota nieuwe grootschalige opvanglocatie asielopvang wordt ingegaan op hoeveel plekken er nodig zijn en waar deze zouden kunnen komen (ook in relatie tot de regio). Kortweg het volgende: Met het vaststellen van de kadernota Grootschalige opvanglocaties asielopvang heeft de gemeenteraad aangegeven open te staan voor een tweede opvanglocatie, op basis van een evenredige bijdrage.
De zoekopdracht wordt actueel wanneer er niet langer sprake is van een evenredige bijdrage aan asielopvang door de gemeente Utrecht. De halfjaarlijkse rapportage mate evenredigheid asielopvang geeft nu nog geen aanleiding om een zoektocht te starten.
4/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
15. Constateert dat het college het hoofd in de schoot heeft gelegd en gaat voor een verbreding van de A27. Het college zou duidelijk hun standpunt naar buiten moeten brengen. Het standpunt is duidelijk (zie ook de raadsbrief Uitvoering motie 342): wij verkiezen investeringen in duurzame vormen van mobiliteit, zoals een schaalsprong van het openbaar vervoer en een regionaal fietsnetwerk en oplossingen binnen de huidige bak van de A27, boven investeringen in de verbreding van de A27 op deze wijze. 16. Vraagt of het benodigde investeringsbedrag van 7,1 miljard euro rekening houdt met de stadsboulevards zoals de waterlinieweg en de Kardinaal de Jongweg. De investeringsgelden houden rekening met het maken van stadsboulevards, zoals op de Kardinaal de Jongweg. Het ombouwen van de Waterlinieweg naar stadsboulevard zit niet in het bedrag, want die is pas voorzien ná 2040 en is mede afhankelijk van de eventuele verbreding A27. 17. Constateert dat in het document staat weinig over energie opslag en vraagt waar dit in de barcode is opgenomen. Van een aantal van de benodigde duurzame warmtebronnen is het nog niet duidelijk welke locaties hiervoor beschikbaar kunnen zijn. Dat maakt meenemen van deze bronnen in deze RSU ingewikkeld. We hebben de inzichten van Eneco en Stedin meegenomen. Verder is de ruimte die nodig is inclusief locatie, erg afhankelijk van de bron. 18.
Wijst op een rare passage in paragraaf In par. 4.1.3: “in 2040 heeft 62% overgewicht”. Het gaat hier om een trend en het is natuurlijk nooit onze inzet. Onze inzet is er vooral op gericht deze trend tegen gaan door bijvoorbeeld in te zetten op sporten, spelen en bewegen. Student & Starter 19. Ziet graag ziet dat er in de RSU wordt gefocust op onzelfstandige huisvesting en ruimte wordt gezocht en geboden voor coöperatieve woonvormen. De RSU 2040 heeft de ambities van de woonvisie overgenomen (zie pag 88). Daarin staat onder meer dat woningen worden toegevoegd voor alle groepen (studenten, starters, ouderen, doorstromers etc). Binnen de gemeente is zeker aandacht voor onzelfstandige woonvormen. Denk bv aan de inzet van een kwartiermaker innovatieve woonconcepten en bewonersinitiatieven, die nu wordt geconcretiseerd. Of aan het convenant studentenhuisvesting. Tevens zoeken we in verschillende ontwikkelingen naar mogelijkheden voor friendswoningen. 20. Met betrekking tot creatieve woonvormen doet S&S een oproep om “verticale dorpen” te bouwen en de norm voor hoogbouw los te laten. De hoogtes en locaties leggen we in de hoogbouwvisie vast die ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de raad. Belangrijk is ook dat hoogbouw een middel is voor de verdichtingsopgave en niet per se het middel om hoge dichtheden te halen.
Dit kan zeker zo goed met gestapelde bouw tot ca 6 lagen (gesloten bouwblok) of andere vormen.
5/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
21. Vraagt om bouwen boven het spoor als ambitie mee te nemen. Er is een verkenning gedaan naar bouwen boven het spoor voor het stationsgebied. In een raadsbrief is hierover een terugkoppeling geweest. Conclusie: Op basis van de studie concluderen wij dat het bouwen boven het spoor ingewikkeld is en nog veel nader onderzoek vergt. We focussen ons eerst op de plannen voor de knooppunten en in het centrum op het Beurskwartier, Lombokplein en Merwedekanaal zone. Daarmee ligt het nu niet voor de hand hier nu al (grote) investeringen in te gaan maken. In de RSU (bij deelgebied Centrum) staat opgenomen dat we de flanken van het spoor bebouwen en vooral inzetten op groene verbindingen over het spoor om de twee helften van het centrum beter met elkaar te verbinden/ aan een te hechten. 22. Vraagt bij de inrichting van stadscentra aandacht voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte, plekken om te verblijven en voor ontmoetingen. We zorgen hiervoor door de openbare ruimte eigendom te laten zijn van de gemeente of goede afspraken te maken met derden over toegankelijkheid, bereikbaarheid, inclusiviteit, beheer en inrichting. Projecten worden hierop getoetst door de commissie Beheer, Inrichting en Gebruik openbare ruimte (BING). Het is ook een belangrijk punt bij de verdichtende stad. Er zullen meer mensen tegelijkertijd op een plek zijn.
Dit vraagt om een slimme openbare ruimte (zowel in het netwerk als op plekken) waar ontmoeting kan plaatsvinden. 23. Vraagt aandacht voor horeca (zowel buurt-horeca als nacht-horeca) bij de nieuwe centra. Deze aandacht is er zeker. Voor de barcode geldt dat horeca valt onder werkgelegenheid EZ. daarmee ook in de programmering op de knopen. Net als alle andere delen in de stad is het ook voor de levendigheid en gebruik van een nieuwe plek een belangrijk onderdeel. 24. Stelt dat als het college evenementen niet uit de stad wil verjagen dat dan daarvoor plek geboden moet worden op een manier dat er zo min mogelijk weerstand is. De locatieprofielen bevatten richtlijnen voor buitenlocaties. Hiermee kan dan in de verdere planvorming, bijvoorbeeld in bestemmingsplannen, plekken worden vastgelegd waar evenementen plaats kunnen vinden. Daarin bepalen we duur, frequentie, omvang en geluid. Partij voor de Dieren 25. Wil weten wat de volgorde is waarin de verschillende elementen in de barcode ontwikkeld worden. Kan de wethouder toezeggen dat groen vóór het rood uit ontwikkeld wordt en dat sport en maatschappelijke voorzieningen vanaf het eerste begin van nieuwe woningen gereed zijn? Groen en rood worden in samenhang ontwikkeld. We vinden het belangrijk dat voorzieningen er op tijd zijn, omdat ze belangrijk zijn voor de sociale cohesie.
Ook willen we voorzieningen in naastgelegen gebieden niet te veel te belasten. De ontwikkeling van voorzieningen moet wel in de goede verhouding met de ontwikkeling van een gebied zijn. De ene voorziening vraagt een grotere inzet dan de andere in de beginfase. Dat is ook afhankelijk van de locatie in de stad. In de uitvoeringsstrategie zullen we met de barcode, als middel om de vraag inzichtelijk te krijgen,
6/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
hier ook goed op kunnen sturen. Ook in de volgordelijkheid. 26. Kan de wethouder toezeggen om de functie van groen en de verhoudingen daartussen verder uit te werken, zodat het meer inzichtelijk wordt? Is er voldoende spreiding en fijnmazigheid van groen? Kan de wethouder ook toezeggen dat bij voorbeeld kanalen, picknickplaatsen en sportvelden, die geen bijdrage leveren aan de biodiversiteit niet als groen gelabeld gaan worden in het tellen van vierkante meters? Op verzoek van een motie M2019/336 (14 november 2019) van de gemeenteraad wordt er gewerkt aan een instrument of prestatie-indicatoren voor biodiversiteit. Dat komt binnenkort naar de raad. In de barcode hebben sport, mobiliteit en groen een eigen plek De vraag om bv kanalen, picknickplaatsen en sportvelden niet te labelen als groen, vinden wij te stellig geformuleerd omdat bijvoorbeeld fietspaden en sport nu al onderdeel zijn van de hoofdgroenstructuur. Voor sport werken we dat nu uit. De intelligente barcode gaat ook uit van dubbelgebruik. 27. Vraagt of de wethouder kan aangeven op welke wijze aan de invulling van de mobiliteitstransitie invulling gegeven wordt als de groei langzamer of kleiner is dan waar nu op ingezet wordt? Het gemeentelijk beleid zet zich al jaren stimuleren van gebruik ov, fiets, lopen, ten behoeve van de bereikbaarheid, luchtkwaliteit en kwaliteit openbare ruimte.
Het uitgangspunt van de RSU 2040 en van het mobiliteitsplan 2040 is geen groei autoverkeer, meer ruimte voor fietsen en lopen maar ook voor verblijven, bereikbaarheid voor iedereen vergroten en nabijheid te creëren. 28. Vraagt om een toezegging dat de aanleg van de tram en/of de aanleg van de fietspaden niet ten koste gaat van de schaarse natuurruimte. Uitgangspunt is dat de aanleg van infrastructuur niet ten koste gaat van groen. Soms is dit echter onvermijdelijk, maar zeker niet zonder voorwaarden voor compensatie. Op pagina 33 en 34 van het huidige Groenstructuurplan staan hiervoor uitgangspunten opgenomen. De groene normen moeten ervoor zorgen dat het groenareaal meegroeit en niet afneemt. 29. Vraagt of de barcode op orde is voor de bestaande stad (bijv. energie opwekking en groen). Nee voor een aantal onderdelen zullen we, in de eerste drie fasen van de uitvoeringsstrategie een inhaalslag moeten maken (zie ook antwoord op vraag 25). 30. Vraagt waarom de verbreding van de A27 is ingetekend. Het tracébesluit voor de aanpassing A27/A12 Ring Utrecht is op 17 november 2020 vastgesteld. Daarmee zijn de plannen vastgesteld. Dit tracébesluit is verwerkt in het verkeersmodel en dus ook in verschillende tekeningen. De Raad van State buigt zich nu over de beroepen die zijn ingesteld tegen het tracébesluit (zie ook antwoord op vraag 15).
7/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
PvdA 31. Vraagt zich af hoe realistische de tien-minutenstad is. Ja deze is zeker realistisch De tien-minutenstad gaat over dagelijkse ritme en wat je daar binnen 10 minuten in bereikt. Zie verder het antwoord op vraag 9. 32. Vraagt waarom onderwijs niet is meegenomen in de barcode? Onderwijs is meegenomen in de barcode onder “voorzieningen”. Zie RSU 2040 p 71 voor een afbeelding waar dit ook in is gevisualiseerd. 33. Ziet als een van de grootste redenen van de onbetaalbaarheid van de woningen in deze stad de grondspeculatie en roept het college op om bij nieuwe verdichtingslocaties het gemeentelijke voorkeursrecht toe te passen. De WVG wordt weinig in de praktijk gebracht, want het instrument voorkomt niet dat de waarde van potentiële ontwikkellocaties stijgt. De woningmarkt bepaalt nu de verkoopwaarde. Grondspeculatie is het gevolg van de woningmarkt en niet de oorzaak. Mede daardoor is de WVG niet geschikt om op alle verdichtingslocaties toe te passen. De gemeente krijgt een eerste recht van koop, maar moet wel een marktconforme waarde bieden, die wordt bepaald o.b.v. vergelijking/referenties. De grond is dan vaak al ‘warm’. Daarnaast moet de inzet van WVG voldoen aan diverse randvoorwaarden die in de praktijk in veel gevallen de haalbaarheid en toegevoegde waarde van dit instrument beperken. 34.
Vraagt of het college kan toezeggen dat de groei van de voorzieningen gelijk op zal gaan. Zie het antwoord op vraag 25. 35. Vraagt om het stadsprofiel Betaalbare stad toe te voegen. In het verlengde daarvan vraagt hij zich hierbij af wat het college, in het kader van dit document, heeft gedaan om voor de tweedeling in onderwijs, wonen en gezondheid een oplossing te vinden. De inclusieve stad is in de RSU 2040 samengevat als een stad waarin economische waarde, groei en efficiëntie van belang zijn, maar ook de maatschappelijke en culturele ontwikkeling, innovatie, creativiteit en de zorg voor inwoners. Een stad waarin iedereen welkom is en zich welkom moet voelen. Waar woningen, onderwijs, banen en voorzieningen betaalbaar en toegankelijk zijn. Waarin zowel de gebouwde voorzieningen als de openbare ruimte uitnodigen tot ontmoeting en verbinding. De RSU 2040 geeft antwoord op een mix van vraagstukken uit de samenleving die al dan niet in samenhang met elkaar hier samenkomen. In onze optiek is dat de betaalbare stad, en meer. De gemeente hecht waarde aan maatschappelijke en culturele ontwikkeling, aan innovatie en creativiteit en aan zorg en het voorkomen van sociale uitsluiting. 36. Is van mening dat bij afspraken die met ontwikkelaars gemaakt worden over sociale woningbouw dat daar dan 50 jaar aan moet worden gekoppeld. Vraagt om een reactie van de wethouder.
In de Woonvisie is als voorwaarde vastgelegd minimaal 20 jaar en primaat voor realiseren
8/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
kernvoorraad bij woningcorporaties. In de praktijk hebben corporaties woningen natuurlijk veel langer in bezit. Die brengen we ook meer in positie door afspraken in nieuwe selectie(tender)beleid. Hiermee is de sociale voorraad voor een echt lange termijn vastgelegd met daar bij ook de afspraken over de betaalbaarheid. 37. Mist in de paragraaf over werk voor iedereen het VMBO. Is de stad in staat straks voldoende banen te hebben? Met betrekking tot VMBO/MBO banen: Dit valt grotendeels samen met de behoefte aan bedrijventerreinen en ruimte voor het uitvoeren van meer op praktijk gerichte beroepen. Utrecht als stad zet in op intensiveren bestaande terreinen plus realiseren Strijkviertel. Samen met de regio wordt gezocht naar verdere uitbreidingsmogelijkheden om aan deze behoefte te kunnen voldoen. 38. Wijst op delen van de stad waar de participatie niet gewerkt heeft en vraagt de wethouder aan te geven wat de concrete inbreng van de bewoners is geweest? De leidraad voor participatie kent drie participatieniveaus: raadplegen, adviseren en co-creëren. Voor de RSU 2040 hebben we gekozen voor “raadplegen”. Naast een raadpleging van het burgerpanel (3800 deelnemers) hebben we in digitale bijeenkomsten en twee webinars bewoners en groepen (ca 350 deelnemers) geraadpleegd (zie reactienota). Alle reacties zijn van een antwoord voorzien.
Bij de verdere uitwerking van gebieden (omgevingsvisies en ruimtelijke plannen) en van beleid op thema’s vindt uiteraard ook participatie plaats. 39. Vraagt om een paragraaf over verkeersveiligheid toe te voegen. Verkeersveiligheid is een onderdeel van het mobiliteitsbeleid. De hoofdcontouren van het mobiliteitsbeleid met een ruimtelijk aspect zijn opgenomen in de RSU 2040. 40. Verder de oproep om na te gaan op welke wijze kleinschalig OV tussen de wijken gerealiseerd kan worden. Als men wil dat het station ontlast wordt, zal er nagegaan moeten worden hoe wijken op een andere manier met elkaar verbonden kunnen worden. OV tussen wijken betreft het basisnet OV (zie het mobiliteitsplan pag 91). Wij vinden een goede ov ontsluiting van de wijken ook van belang en blijven hierover in gesprek met provincie en de vervoersbedrijven onder andere op de thema’s kwaliteit en betaalbaarheid. 41. Stelt dat de RSU moet kiezen voor inclusieve stad en tegen ongelijkheid. Er zijn andere investeringen nodig om de ongelijkheid te bestrijden. Zie het antwoord op vraag 35. Aanvullend: Utrecht is een stad waarin iedereen welkom is en zich welkom moet voelen. Een stad met rijke contrasten en een grote diversiteit aan (betaalbare) woonmilieus, werkmilieus voor alle doelgroepen met voldoende voorzieningen die voor iedereen bereikbaar zijn.
Een stad voor iedereen vraagt in eerste instantie om een betaalbare woning voor iedereen. Omdat de woningvraag en het woningaanbod in Utrecht sterk uiteen lopen, staat deze betaalbaarheid erg onder druk. Dat is ook de voornaamste reden waarom de gemeente tot 2040 60.000 nieuwe woningen wil bouwen. Hierbij kijkt de gemeente niet alleen naar het aantal woningen, maar ook
9/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
naar de kwaliteit van woningen, naar woonmilieus en naar het realiseren van gemengde wijken. Niet iedereen is hetzelfde, niet iedereen heeft dezelfde woonwensen en niet elke wijk hoeft hetzelfde te zijn. VVD 42. Vraagt naar de uitvoering van het verzoek van de raad om de plancapaciteit minimaal op 130% van de behoefte te hebben. Om de 60.000 woningen te realiseren is de afspraak gemaakt om te streven naar 130% plancapaciteit gemaakt op regionaal niveau (op dat niveau rapporteert het Rijk er ook over voor de U16). Dit om planuitval etc. op te kunnen vangen. Daarnaast gaat de RSU voor een aantal gebieden uit van de minimale stedelijke ontwikkeling van de knooppunten ook in relatie tot de barcode en de bestaande stad. We willen voorkomen dat er een te grote scheefgroei ontstaat in de ontwikkeling van de knopen, zeker in de wederkerige relatie die de knopen hebben met het omliggende stedelijk gebied. In de gebiedsuitwerkingen wordt de plancapaciteit nader onderzocht zodat we ook scherper hebben waar we mogelijkheden zien tot groter of ander programma op de knopen. Daarbij is het van belang om te kijken naar de integrale consequenties van het toevoegen van plancapaciteit aan de knooppunten voor de volledige barcode. Met andere woorden: het gaat om het vinden van de balans tussen verder verdichten en het consolideren van een prettige leefomgeving voor iedereen.
Verder is het goed te weten dat het MPR op dit moment stadsbreed een harde en zachte plancapaciteit van ruim 70k woningen heeft. Er is dus al sprake van een marge in overprogrammering in onze plancapaciteit. 43. Vraagt zicht af of de grote bouwopgaven binnen de bestaande contouren tot 2040 wel gaat lukken, gezien de complexiteit. Is er wel voldoende rekening gehouden met de bouwintensiteit en de gevolgen die dat de komende 20 jaar voor de stad heeft. De RSU zet in op verdichten én de leefbaarheid. De huidige bouwsnelheid van ca 3500 woningen zal een fractie moeten worden opgeschroefd om het aantal te halen in 20 jaar en ook de stad leefbaar te houden door het toevoegen van een aantal andere opgaven van de barcode. Mede door de ontwikkeling zal er een opgave rondom voorzieningen groen, mobiliteit en energie worden gerealiseerd. De opgave is om dit goed op elkaar af te stemmen zodat niet de hele stad open ligt en wel bereikbaar en leefbaar blijft. Dit doen we al heel lang en gaan er van uit dat we dat goed kunnen blijven doen. 44. Constateert dat veel van de woningbouw, maar ook van andere functies, gepland is op terreinen waarop nu nog bedrijvigheid is. Tegelijkertijd is er binnen het IRP nog een tekort aan bedrijventerreinen.
Hij krijgt graag de toezegging van de wethouder dat hij een deel daarvan binnen het Utrechtse grondgebied oplost en vraagt om de huidige terreinen niet om te zetten als er geen nieuwe locaties beschikbaar zijn. Utrecht draagt al met 70.000 banen substantieel bij de aan werk in de regio. De bestaande bedrijventerreinen blijven behouden en worden geïntensiveerd. 45. Constateert dat Leidsche Rijn een onderdeel van Noordwest is en verder komende 20 jaar geen opgaven aan de westkant van het kanaal zijn. Graag de RSU aanpassen, waarin er ook voor de wijken duidelijker is vastgelegd wat de opgaven zijn.
10/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
De RSU beschrijft de grote opgaven voor de gebieden en de samenhang daartussen. Bij de uitwerking, bv in het MPR, komen de opgaven in wijken aan bod. Overigens, de opgaven voor Noordwest (inclusief Leidsche Rijn Centrum) staan in paragraaf 6.2. De opgaven voor Leidsche Rijn en Vleuten de Meern staan in paragraaf 6.7. 46. Vraagt welk verkeersmodel is gebruikt en of dat model rekening houdt met de verbreding van de A27. Het verkeersmodel is VRU 3.4. Het tracébesluit voor de aanpassing A27/A12 Ring Utrecht is op 17 november 2020 vastgesteld. Daarmee zijn de plannen vastgesteld. Dit tracébesluit is verwerkt in het verkeersmodel en dus ook in verschillende tekeningen. De Raad van State buigt zich nu over de beroepen die zijn ingesteld tegen het tracébesluit. 47. Vraagt wat het effect is op de RSU 2040 als minder geld beschikbaar is dan 7,1 miljard euro? Als de externe fondsen achterblijven bij de verwachting, dan heeft dit consequenties voor de groei van de stad. Immers, een gezonde groei gaat gepaard met een evenwichtige barcode, en daar hoort ook de juiste infrastructuur bij. Blijven de investeringen achter dan stagneert een deel van de beoogde woningbouw en komt de realisatie van extra banen in de knel (zie ook de raadsbrief over het Groeifonds van 9 april). 48. Vraagt een toezegging van de wethouder dat er daadwerkelijk dekking is voor het realiseren van een roeibaan.
Een voorstel voor dekking van de roeibaan, op basis van een voorstel onder andere met betrekking tot de locatie voor de roeibaan, zal moeten landen in de voorjaarsnota die aan u ter besluitvorming wordt voorgelegd. D66 49. Sluit zich aan bij de vragen die zijn gesteld over de 130% plancapaciteit. Zie het antwoord op vraag 42. 50. Vraagt om meer ambitie voor bouwen in de A12 zone. Dit verkennen we in de gebiedsonderzoeken die nu in het kader van U Ned plaatsvinden. De hoeveelheid woningen staat ook altijd in relatie tot de totale inzet van de barcode. Dit hoeft niet altijd op gebiedsniveau te worden opgelost, maar zeker wel stedelijk / regionaal. De A12-zone betreft ook grondgebied van Nieuwegein en Houten, in de RSU is alleen het aantal woningen voor het Utrechtse deel opgenomen. 51. Vraagt of bij ontwikkelaars nog mogelijkheden zijn voor het realiseren van balkonnetjes en dakterrassen en of de wethouder dat in kaart kan brengen. Waar mogelijk zouden balkons, dakterrassen etc gerealiseerd (moeten) worden. Dit is een punt in de verdere uitwerking van de RSU en komt aan bod bij de bouwplannen.
11/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
52. Geeft aan dat de stad op ooghoogte mooi ontwikkeld moet zijn. Er wordt verwezen naar het CDAvoorstel voor het Beeldkwaliteitsplan en naar de D66-motie over de vierjarigentoets. Gaat dit onderdeel zijn van de standaard? De ambities daarvoor worden per ontwikkeling opgesteld via SPvE of Bouwenvelop. Bij ontwikkelingen hoger dan 30 meter zullen in de hoogbouwvisie kaders worden opgenomen. 53. Hecht belang aan nieuwe werkgelegenheid die passend met betrekking tot circulariteit en de maakindustrie. Daarnaast hoort hier een andersoortige scholing bij. Zou dat passen op Lage Weide en draagt de RSU hieraan bij? Juist om deze reden is Lage Weide is in de RSU2040 aangemerkt als werkgebied, daarbij worden de huidige milieucontouren behouden. Dit is nodig om maakindustrie en de transitie naar circulair mogelijk te maken. RSU schept randvoorwaarden waar domeinen als arbeidsmarkt en onderwijs een plek in (kunnen) krijgen. Dit is ook meegenomen in de barcode. De uitvoering als in deze vraag ligt bij andere domeinen. 54. Kan de wethouder iets zeggen over het toevoegen van stedelijke hardlooproutes die met elkaar in verbinding staan. En ziet de wethouder ruimte voor “zwemmen in open water” als het gaat om zwembaden? Zulke vragen komen aan bod bij de uitwerking van de RSU 2040. 55. Vraagt of de ruimtevraag voor opwekking duurzame energie (warmte) niet in de RSU moet staan.
En is hiervoor niet een verkenning nodig? Zie het antwoord op vraag 17. Van een aantal van de benodigde duurzame warmtebronnen is het nog niet duidelijk welke locaties hiervoor beschikbaar kunnen zijn. Dat maakt meenemen van deze bronnen in deze RSU ingewikkeld. We hebben de huidige inzichten van Eneco en Stedin meegenomen. Verder is de ruimte die nodig is inclusief locatie, erg afhankelijk van de bron 56. Vraagt of de wethouder bereid om jaarlijks de voortgang van de Barcode van de stad bij het MPR weer te geven en bij alle grote plannen de Barcode in relatie tot de buurt in kaart te brengen? Ja, zie paragraaf 7.4 van de RSU 2040. GroenLinks 57. Vraagt waarom er zo weinig woningen voor de A12 zone zijn geprogrammeerd. Zie antwoord op vraag 50 58. Is voorstander voor de aanleg van een groene ring aan de Zuidwestkant van de stad. Daar is groen hard nodig. Graag een reflectie van de wethouder. We doen dat vanuit de groene schaalsprong. De eerste uitwerking in ontwerp van de scheg in zuidwest.
12/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
59. Kan de wethouder de groene ommetjeskaart op nemen in de RSU en zorgen voor een uitvoeringsplan? Deze kaart is input voor het wandelnetwerk waaraan momenteel vanuit Mobiliteit aan wordt gewerkt. 60. Vraagt waarom het Werkspoorkwartier exclusief is aangewezen voor creatieve bedrijvigheid en dat het niet gemengd mag worden met woningbouw. De bestaande milieucontouren maken dat deze bedrijvigheid daar gevestigd is. Het toevoegen van woningen zal dit in de weg gaan zitten. Deze terreinen zijn ook hard nodig om een deel van de werkbehoefte te voorzien voor een (groot) deel van de Utrechtse bevolking. 61. Vraagt wanneer het omgevingsplan Overvecht verwacht mag worden en of de ideeën van bewoners (Einsteinkwartier) goed onderzocht worden. Het omgevingsplan zal naar verwachting in oktober aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming (zie raadsbrief van 3 juni). Met betrekking tot het Einsteinkwartier zie het antwoord op vraag 4. 62. Vraagt of de wethouder kan toezeggen om in Lunetten park-inclusief te bouwen. Wij volgen de vastgestelde omgevingsvisie Lunetten waar de ambities voor de wijk, inclusief het versterken van parken en groen, zijn vastgelegd. 63.
Vraagt met betrekking tot fonds bovenwijkse voorzieningen of we niet te voorzichtig zijn over de haalbaarheid zijn? Naar aanleiding van de bewuste passage in de RSU 2040 hebben wij onderzocht of een Fonds Bovenwijkse Voorzieningen ook interessant kan zijn voor Utrecht. De uitkomsten zijn positief. In de brief van 25 juni staat informatie over de uitwerking hiervan en de verwachte bijbehorende tijdlijn. 64. Wil weten of de bibliotheek wel in de Barcode zit en of er wel rekening is gehouden met één bibliotheek in elk knooppunt Bibliotheken zitten in de barcode. Er is geen standaard norm voor bibliotheken, maar de nabijheid van de bibliotheek blijft uitgangspunt in het huisvestingsbeleid van de bieb. Voor de langere termijn is onderzoek naar de mogelijkheden voor locaties gewenst. Samen met partners kijken we of er in nieuwe gebieden bibliotheken nodig zijn. 65. Vraagt waarom de motie Stadsbouwmeester nog niet is uitgevoerd en of dit kan worden toegevoegd? De verkenning omtrent het aanstellen van een stadsbouwmeester is meegenomen in het raadvoorstel voor het instellen van een integrale, onafhankelijke Commissie Omgevingskwaliteit voor een proefperiode in het kader van de Omgevingswet. Zie het raadsvoorstel proefperiode
13/14
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 juni 2021 7104105/060721
Commissie Omgevingskwaliteit. Voor dit voorstel is een aantal alternatieven onderzocht, ook die van een stadsbouwmeester. In argument 1.3 staat gemotiveerd waarom niet de voorkeur aan een stadsbouwmeester is gegeven. CDA 66. Vraagt hoe de RSU aansluit bij de bestaande stad. Blijft het karakter behouden? Veel bewoners zijn betrokken bij hun wijk. Daarom kun je al spreken van een tien-minutenstad. Doordat we een aantal centra met voorzieningen maken, blijft Utrecht een tienminutenstad.. Bij de uitwerking van de nieuwe centra wordt zorgvuldig gekeken naar hoe deze goed kunnen aansluiten op de bestaande stad.. Er zijn vijf majeure kwaliteiten van de stad benoemd in de RSU (zie hoofdstuk 3 p54). Deze kwaliteiten staan al of komen onder druk (te staan) bij de groei van de stad zonder dat die in goede banen wordt geleid. Om deze kwaliteiten niet verder onder druk te laten staan, maar juist te versterken, is gekozen voor nieuwe centra die een deel van de groei en druk opvangen, en die ergens anders wegnemen. Tegelijk kan er daarmee in de bestaande stad geïnvesteerd worden in groen, voorzieningen etc. We versterken dus graag het karakter in plaats van het onder druk te laten staan. 67.
Constateert dat bewoners zich afvragen wat de RSU betekent voor hun wijk en hoe zij kunnen meepraten, hun ideeën kwijt kunnen Bij de verdere uitwerking van gebieden en van beleid op thema’s vindt vanzelfsprekend ook participatie plaats, volgens de kaders die uw raad heeft vastgesteld. 68. Vraagt om meer inzicht van de barcode op wijkniveau. De Utrechtse barcode voor gezond stedelijk leven voor iedereen geeft schematisch weer wat de ruimtevraag is voor de stad. De barcode is de optelsom van alle (programma)elementen die de stad vormen: groen, wonen, werken, maatschappelijke voorzieningen, sport, energie, water en infrastructuur. De barcode is per functie opgebouwd uit normen, gebaseerd op het bestaande beleid, aangevuld met trends en ontwikkelingen. Deze elementen staan in een directe afhankelijkheid van elkaar. Meer van het één, betekent vaak ook meer van het ander (p71, H5). De barcode is geen absolute maatstaf voor elk schaalniveau is. Met toepassing ervan wordt concreet wat op stedelijk niveau de ambitie van de gemeente is (par 7.4). 69. Vraagt wat het stadsprofiel bestaande stad in de praktijk betekent. Zie het antwoord op vraag 1 70. Is van mening dat sport wordt weggedrongen, terwijl het onderdeel van de wijk zou moeten zijn. Hij vraagt de wethouder of een spreiding niet op een andere manier kan. Sport is zowel op wijk- als op stadsniveau bekeken.
Niet alle sport is noodzakelijk in elke wijk. In de RSU is al een invulling op een aantal locaties gegeven. Bij de uitwerking van de RSU zal dit nader uitgewerkt worden.
14/14