Raadsbrief Beantwoording diverse toezeggingen raadscommissies Programmabegroting 2022.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
H.A.L. van Dijk
Datum
5 november 2021
Doorkiesnummer
030 - 28 62607
Kenmerk
9447036
h.van.dijk@utrecht.nl
Onderwerp
Beantwoording toezeggingen raadscommissies Programmabegroting 2022
Beleidsveld
Divers
Bijlage(n)
Geachte leden van de raad, In de commissies van 26 tot en met 28 oktober is toegezegd dat u op diverse onderwerpen voorafgaand aan het slotdebat over de programmabegroting op 11 november nadere informatie ontvangt. Hieronder vindt u een toelichting op de toezeggingen.
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (27 oktober) Besparing ondersteuning 7e wethouder Voor de extra kosten die samenhangen met de aanstelling van een 7e wethouder zijn tijdelijk (voor de 4 jaren van de huidige coalitieperiode) extra gelden toegekend. De salariskosten van de wethouder worden verantwoord in het programma Bewoners en Bestuur. De kosten voor de ambtelijke ondersteuning landen in het programma Overhead, onderdeel “Advies en Ondersteuning”.
Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (27 oktober) Diverse toezeggingen Maatschappelijke Ontwikkeling Ten aanzien van de toezeggingen gedaan over de volgende onderwerpen op het gebied van Maatschappelijke Ontwikkeling: - In de raadsbrief Beantwoording toezeggingen verordeningen WMO en Jeugd van 4 november 2021 bent u geïnformeerd over de eigen bijdrage (onder andere) informele zorg - In de raadsbrief Transitie hulp bij huishouden van 4 november 2021 en beantwoording SV 2021, nr. 247 over Hulp bij het huishouden bent u geïnformeerd over de transitie Hulp bij het huishouden - In de beantwoording SV 2021-261 brandbrief opvang daklozen van 5 november 2021 en raadsbrief Druk op de opvang incl. koudweerregeling van 5 november 2021 bent u geïnformeerd over de opvang daklozen Utrechtse stand van zaken rond uithuisplaatsingen bij gezinnen kinderopvangtoeslagaffaire Volgens berekeningen van het CBS zijn er landelijk tussen 2015 en 2020 1115 kinderen uithuisgeplaatst bij gezinnen die ook door de toeslagenaffaire gedupeerd zijn (voor zover bij de
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
Belastingdienst bekend). De cijfers van het CBS geven niet aan dat er een oorzakelijk verband is tussen de schuldenproblematiek als gevolg van de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsing. Eind 2020 waren er nog 420 lopende uithuisplaatsingen. Wij zijn geschrokken van deze cijfers. Het is ontzettend pijnlijk dat de kinderopvangtoeslagenaffaire heeft geleid tot schulden bij een aanzienlijk aantal gezinnen, en zeker als de hierdoor ontstane problemen uiteindelijk hebben geleid tot de uithuisplaatsing van één of meerdere kinderen. De landelijke aantallen roepen de vraag op of en bij hoeveel Utrechtse gezinnen dit speelt. Op dit moment beschikken wij niet over deze informatie. Het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn in gesprek met het CBS over het verstrekken van een overzicht per gemeente en jeugdregio. Op het moment dat wij beschikken over Utrechtse cijfers, weten wij naar verwachting nog niet concreet om welke gezinnen het gaat, omdat wij niet over de persoonsgegevens beschikken. Bij Samen Veilig Midden Nederland (SVMN) hebben zich nog geen gezinnen gemeld die met deze situatie te maken hebben. Dat is bij het buurtteam nu ook nog niet het geval. De buurtteammedewerkers zijn alert op dit vraagstuk bij gezinnen die zich naar aanleiding van de toeslagenaffaire hebben gemeld voor ondersteuning door het buurtteam.
Ook wordt dit komende week middels een (bredere) enquête onder gezinswerkers verder uitgevraagd. Het is begrijpelijk dat deze cijfers ook de vraag oproepen hoe de uithuisplaatsing van deze kinderen zo snel mogelijk kan worden teruggedraaid. Ons streven in Utrecht is dat kinderen met passende begeleiding zoveel mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Als een uithuisplaatsing toch nodig is, is het streven dit zoveel als mogelijk tijdelijk te doen, om intussen te werken aan een voldoende veilige thuissituatie voor het kind. Aan een gedwongen uithuisplaatsing gaat een rechterlijke beslissing vooraf, een beslissing die gemeenten niet zelf kunnen terugdraaien. Voor ons staat voorop dat we er willen zijn voor de betrokken ouders en kinderen. Het buurtteam is vanuit de gemeente Utrecht de eerste plek waar de door de opvangtoeslagaffaire gedupeerde ouders en kinderen terecht kunnen met hulpvragen. Dat geldt ook voor vragen over uithuisplaatsingen. Daarnaast kunnen ouders contact opnemen met hun gezinsvoogd van SVMN. Wij zijn in gesprek met Lokalis, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) in Utrecht en SVMN over een zorgvuldig proces voor het oppakken van dit soort vragen. We zijn met het Rijk in gesprek over de uitwerking van de ondersteuning voor gedupeerde ouders die te maken hebben met de uithuisplaatsing van hun kinderen. Zodra die uitwerking gereed en getoetst is, informeren wij u.
Mogelijkheden rookvrije terrassen Sinds 1 april 2020 is het terras de enige plek in de horeca waar mag worden gerookt. Om op een buitenterras te mogen roken moet ten minste 1 zijde volledig open zijn. Deze open zijde mag ook de bovenzijde zijn. Wanneer een terras overkapt is met een parasol of luifel moet ten minste 1 zijkant volledig open zijn. Daarnaast mag het roken op het terras geen overlast geven in de horeca-inrichting. Dit is vastgelegd in landelijk geldende regelgeving: de afweging hierover is landelijk gevoerd, bepaald en vastgelegd. De gemeente Utrecht kan hier niet zelfstandig van afwijken met lagere (gemeentelijke) regelgeving. De landelijke (hogere) regelgeving gaat namelijk boven de plaatselijke (lagere) regelgeving. Alleen op basis van vrijwilligheid kan een horecaondernemer zelf overgaan tot het besluit het terras volledig rookvrij te maken. Uit de kamerbrief van demissionair staatsecretaris Blokhuis blijkt dat er wel een beweging aan de gang is, maar het besluit tot het eventueel wettelijk en landelijk verbieden van roken op alle terrassen wordt overgelaten aan een volgend kabinet. Update ASG-regeling Zoals eerder aangegeven worden er goede gesprekken gevoerd met VWS over de ASG-regeling, onder andere over incidentele financiering.
De GGDrU werkt nu aan een plan voor incidentele middelen voor 2022, waarin meer spreekuren en meer outreachend werken centraal staat. In december 2021 informeren wij u over de afhandeling van motie 228: Seksuele Gezondheid is een serieuze zaak.
2/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
Toelichting pilot zelftesten SOA 2016 De pilot over de “gratis” zelftesten in 2017 hield in dat de burger een zelftest kon ophalen zodat hij zich thuis kon testen. Dit werd gefinancierd uit de ASG-regeling. Deze pilot is niet voortgezet, omdat het geen tijdswinst opleverde voor de GGDrU. Er was geen ruimte voor een gesprek over preventie en vragen over seksualiteit. Ook was en is geen integratie mogelijk met het patiëntendossier. Het betekende veel administratieve rompslomp en leverde niet de beoogde tijdwinst op. Voor het thuistesten zijn flitsspreekuren in de plaats gekomen, waarbij de burger een doktersassistent spreekt. Het is laagdrempelig en biedt gelegenheid tot het stellen van enige aanvullende vragen te stellen en door te verwijzen naar het Sense/seksualiteitsconsult. De GGDru brengt momenteel in beeld wat de kosten destijds zijn geweest voor de testen en begeleiding. Voor de eerdere pilot was geen aparte begroting. Deze is destijds uitgevoerd binnen het bestaande ASG budget. Aandacht voor gezondheid in subsidieregelingen We werken inmiddels bij een aantal subsidieregelingen met bijzonder aandacht voor gezondheid bij de weging van de subsidieaanvragen. Dit doen we o.a. bij de subsidieregeling voor U900 en de subsidieregeling voor dierenweides waar rookvrij als eis in de nadere regel is opgenomen om in aanmerking te komen voor subsidie.
We hebben dus geen aanpak waarbij we stelselmatig bij alle subsidies de ontvanger verplichten dan wel stimuleren een significante bijdrage te leveren aan gezondheid. Dit zou wel mogelijk zijn maar vraagt uitzoekwerk om te bepalen wat de best (juridische) vorm is om dit doel te verwezenlijken.
Commissie Onderwijs, Werk en Economie (27 oktober) Pilot samenwonen in Tilburg We zien goede uitgangspunten en voordelen bij de proef in Tilburg, waarbij mensen onder voorwaarden ‘op proef’ mogen samenwonen zonder gevolgen voor de bijstandsuitkering. Niet voor niets is dit ook onderwerp van gesprek in de besprekingen over de aanpak van hardheden in de Participatiewet. We zullen de mogelijkheden onderzoeken hoe we uitvoering kunnen geven aan de Tilburgse pilot en u hierover in Q1 van 2022 informeren. Regeling stijgende energielasten en – zorgkosten voor financieel kwetsbaren Het kabinet treft reeds maatregelen om de stijging van energiekosten te verminderen. Het gaat om een extra belastingkorting op de energierekening en een verlaging van het belastingtarief op elektriciteit in 2022. Ook stelt het kabinet 150 miljoen euro beschikbaar om kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening en/of een slecht geïsoleerde woning te ondersteunen met isolatiemaatregelen via hun gemeente. Daarmee worden generieke maatregelen genomen om huishoudens te ondersteunen. Daarnaast wordt de lobby gevoerd voor een hoger minimumloon en de verhoging van het sociaal minimum. In de tussentijd willen wij wat kunnen betekenen voor mensen die acuut in de financiële problemen komen door de hogere vaste lasten op energie en zorgkosten.
Daarbij wordt gedacht aan het verlenen van individuele bijzondere bijstand voor hoge energiekosten die niet gedragen kunnen worden door de inwoner. De intentie is de regeling zo te maken, dat inwoners deze op een heel eenvoudige manier kunnen aanvragen. Voor de hogere zorgpremie wordt gedacht aan categoriale bijzondere bijstand. Beide vormen van bijstand leggen we vast in een beleidsregel. De komende tijd worden deze opties nader onderzocht en uitgewerkt. Intentie is dat de beleidsregels in januari 2022 in kunnen gaan en uitgevoerd kunnen worden. Inzet TONK budget Toegezegd is dat zal worden bekeken in hoeverre overgebleven TONK budget kan worden gebruikt voor bovenstaande regelingen. Het budget voor TONK is landelijk beschikbaar gesteld via de algemene uitkering in het gemeentefonds. Bij de 3e Technische wijziging is dit budget geplaatst onder bijzondere bijstand in de armoedebegroting van programma Werk en Inkomen. Hoewel het TONK budget in principe overal in de begroting geplaatst mocht worden, bijvoorbeeld bij algemene middelen, hebben we het TONK budget geplaatst daar waar de kosten voor TONK worden gemaakt. Dit is namelijk bij de bijzondere bijstand. Budget en de bijbehorende kosten vallen daarmee onder dezelfde doelstelling. Bij een onderbesteding van de TONK regeling zal het voordeel daardoor
3/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
zichtbaar worden in de jaarrekening van programma Werk en Inkomen. Conform de financiële spelregels worden voordelen bij de jaarrekening afgewogen bij de integrale afweging bij de Voorjaarsnota. Uw Raad wordt in de vierde dashboardbrief geïnformeerd over de stand van zaken. Toename baten en lasten evenementen In de programmabegroting 2022 (paragraaf lokale heffingen, blz. 425) zijn de baten en lasten van de evenementen abusievelijk omgedraaid. Op pagina 429 van de paragraaf lokale heffingen staan bij de kostenonderbouwing van de leges van evenement de juiste bedragen, namelijk 999k aan lasten en 491k aan baten. In het erratum van programmabegroting 2022 en 2e berap 2021 is deze fout hersteld (blz. 5). De opbrengsten evenementen 2022 in de paragraaf lokale heffingen zijn gebaseerd op een ‘normaal’ jaar, waarin door corona er geen beperkingen zijn voor de jaarlijkse evenementenkalender. In de risicoparagraaf van de programmabegroting 2022 is rekening gehouden met de gevolgen van corona, op basis van scenario C. Daarin is aangenomen dat mogelijk niet alle inkomsten voor de evenementen gerealiseerd worden.
Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (28 oktober) Recreatiefunctie Nedereindse Plas In het project Nedereindse Plas werken we aan een advies omtrent de verdieping van recreatieve mogelijkheden rondom de Nedereindse Plas. De werkgroep, bestaande uit adviseurs van de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein, van recreatieschap Stichtse Groenlanden en van de provincie Utrecht, onderzoekt vanuit de visie op recreatie de mogelijkheden voor bijvoorbeeld wandelen, fietsen, sporten, natuurbeleving en de thema’s behouden, versterken en vernieuwen. Deze thema’s staan benoemd in de raadsbrief Recreatieve functies Nedereindse Plas. De mogelijkheden voor horeca en evenementen zijn, net als het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden, onderdelen van de studie en van de participaties. Binnenkort start het participatieproces met de gebruikers en omwonenden en de uitkomst hiervan wordt onderdeel van het advies. De werkgroep beschrijft komend voorjaar in het uiteindelijke advies de recreatieve mogelijkheden, het behoud en de ontwikkeling van groen en natuur én de bijbehorende afwegingen. Het advies recreatieve ontwikkeling Nedereindse Plas wordt vastgesteld in het bestuursoverleg van de Nedereindse Plas en wordt daarmee richtinggevend voor de verdere ontwikkeling dus ook voor eventuele voor horeca en evenementen. Over de uitkomst wordt u geïnformeerd.
Initiatief Groene Kapel Máximapark Wij staan open om een bijdrage te leveren aan dit mooie initiatief. De Groene Kapel is een initiatief om brokstukken die vrijkomen bij de restauratie van de Dom te hergebruiken rondom de bomen die eerst op het Domplein stonden. Deze bomen zijn verplaatst naar het Máximapark. Met die stenen wordt een soort ondergrond met ornamenten gemaakt, waardoor een ‘groene kapel’ ontstaat. Er is vanuit het wijkbureau goed contact met de initiatiefnemers en het plan is eerder door hen gepresenteerd in het Parkberaad, het maatschappelijk-gemeentelijk samenwerkingsverband voor het Máximapark. Er zal door de initiatiefnemers een aanvraag worden ingediend bij het Initiatievenfonds (waar het uiteraard volgens de geldende richtlijnen beoordeeld wordt), of er wordt een aanvraag gedaan voor een bijdrage vanuit de speciale subsidiemogelijkheid Utrecht 900 jaar. Openbare verlichting Tijdens de commissiebehandeling werd melding gemaakt van defecte openbare verlichting. De herfst is voor de afdeling openbare verlichting de drukste periode van het jaar. November levert jaarlijkse zeker 1000 meldingen in de maand op. Tussen 21 en 28 oktober jl. zijn circa 250 meldingen binnengekomen die betrekking hadden op een grootschalige communicatiestoring met de verlichtingskasten die begon op 21 oktober.
Op de bewuste avond van de commissievergadering (28 oktober) heeft de aannemer een groot aantal met elkaar samenhangende communicatiedefecten kunnen verhelpen, o.a. richting de Uithof. Tevens werd gevraagd naar het aantal meldingen dat nog open staat. Momenteel staan er 200 meldingen over defecte openbare verlichting geregistreerd in de Slim Melden App die de aannemer nog dient te verhelpen. Dit aantal meldingen is voor deze periode een normaal aantal. Tot slot moet elke melding m.b.t. de openbare verlichting binnen 24 uur opgepakt worden. Daarbij is de afhandeltijd
4/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
voor lampstoringen 5 dagen, Op kabelstoringen moet direct actie worden ondernomen. Helaas kunnen complexe storingen niet altijd binnen 5 dagen worden opgelost. Bomen De Meern Er werd gevraagd waarom er eerder dit jaar bomen in De Meern zijn omgezaagd en naar de stand van zaken omtrent de herplant van bomen op deze plekken. De betreffende bomen in de Meern (zoals genoemd in SV 2021, nr. 51) zijn gekapt vanuit veiligheidsrisico's en de aanwezigheid van boomziekten. Voor de herplant vindt op dit moment een aanbesteding plaats waarin het verwijderen van de boomstronken en het aanplanten van bomen is opgenomen. Als deze aanbesteding volgens planning verloopt kan het merendeel van de bomen dit plantseizoen nog worden geplant. De overige bomen zullen worden geplant in het volgende plantseizoen van november 2022 tot maart 2023. Dit heeft te maken met de doorlooptijd van de aanbesteding. Deze is naar verwachting afgerond aan het einde van het plantseizoen en hierdoor zullen waarschijnlijk niet alle boomstronken al verwijderd zijn. Daardoor kunnen niet alle bomen dit plantseizoen geplant worden Zwemmen werkspoorkwartier Tijdens de commissiebehandeling werd n.a.v. de lopende sanering ook gevraagd of op korte termijn gezwommen kan worden in De Werkspoorhaven.
De sanering van de werkspoorhaven heeft als primair doel om het vervangen van de oeverconstructie aan de zijde van de Werkspoorkathedraal mogelijk te maken. Na de sanering wordt door de Stichting Werkspoorkwartier, de eigenaar van de Werkspoorkathedraal en de aangrenzende gronden, de huidige verticale oeverconstructie vervangen door een trapvormige constructie, waardoor een aantrekkelijke verblijfplek ontstaat. Bij de sanering worden verontreinigde bagger en mogelijk op en in de bodem aanwezig puin en niet gesprongen explosieven verwijderd. Bijkomend voordeel van de sanering is daarmee dat het puin en eventueel aanwezige niet gesprongen explosieven geen risico meer vormen om in de haven te kunnen zwemmen. Het realiseren van officieel zwemwater is momenteel geen doel, maar na uitvoering van alle werkzaamheden zullen we nogmaals met de Stichting Werkspoorkwartier bespreken of het nastreven van officieel zwemwater op deze locatie wenselijk is. Deze afweging hangt mede af van het nieuwe gemeentelijke beleid m.b.t. het zwemmen in open water, wat we vormgeven in de Visie Stadswater die momenteel wordt opgesteld en die in de loop van 2022 ter besluitvorming wordt voorgelegd.
Groei Begroting Openbare Ruimte Naar aanleiding van de behandeling van de Programmabegroting 2022 in de raadscommissie van 28 oktober is de vraag gesteld waarom het niet zichtbaar is dat de groei van de stad leidt tot een toename van de lasten in de begroting. In de begroting onder de prestatiedoelstelling ‘Achterstallig onderhoud wegwerken’ is inderdaad geen stijging in budget te zien. Terwijl door de groei van de stad de onderhoudskosten in de openbare ruimte juist toenemen. Hier ligt de aanname aan ten grondslag dat een toename van het aantal inwoners resulteert in intensiever gebruik van de openbare ruimte. Om te voorzien in deze toenemende onderhoudskosten is het groeikader ontwikkeld. In de nota groeikader staat aangegeven dat jaarlijks bij de voorjaarsnota voor het eerstvolgende jaar de groei van de stad wordt vertaald in een structurele budgetverhoging. Bij de Voorjaarsnota 2021 deed zich echter de bijzondere situatie voor dat, mede als gevolg van de coronacrisis, de groei in negatieve zin is bijgesteld (VJN 2021 blz. 50 1e tabel ). Dit heeft geresulteerd in een correctie in 2022. Daarbij is voor 2023 en volgende jaren de groei ook nog niet opgenomen in de programmabegroting 2022. De groei voor 2023 en bijbehorend budget wordt bij de VJN 2022 bepaald.
Daarnaast is de systematiek dat bij grote gebiedsontwikkelingen beheergeld beschikbaar wordt gesteld bij de oplevering van (deel) gebieden. Ook is een deel van de verklaring dat in 2021 incidenteel geld is toegekend, zie hiervoor de toelichting in de 3e W bij de doelstelling achterstallig onderhoud wegwerken en voorkomen, dat in 2022 en verder niet in de cijfers van de begroting terugkomt. Opruimverplichting horeca (in brede zin) We kunnen handhavend optreden op als etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen binnen een straal van 25 meter daadwerkelijk herleidbaar zijn aan de onderneming (op basis van artikel 2.13 van het Activiteitenbeleid). Conform de Nota Basisaanpak Hotspots Zwerfafval, die uw raad op 21 juni jl. heeft ontvangen, zullen we in 2022 vaker met ondernemers in gesprek gaan om een beroep te doen op de opruimplicht. Handhaving vormt hierin een ultimum remedium.
5/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
We hebben kennisgenomen van het initiatiefvoorstel in Amsterdam om het bereik van de opruimplicht te vergroten naar 150 meter van de onderneming. We volgen de ontwikkeling in Amsterdam nauwgezet en zullen op basis van de ervaringen daar mogelijke een voorstel doen om ook in Utrecht de opruimplicht te verruimen, maar eerst willen we in eigen stad ervaring opdoen met de intensievere aanpak in 2022.
Commissie Ruimtelijke ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed (28 oktober) Vergroening en versmalling Daalsetunnel in project Kop Amsterdamsestraatweg – Oude Daalstraat Bij de behandeling van de begroting is gevraagd of het mogelijk is om de studie naar de vergroening en versmalling van de Daalsetunnel mee te nemen met het project Kop Amsterdamsestraatweg-Oude Daalstraat. In de eerste helft van dit jaar zijn twee scenario’s uitgewerkt voor de ontwikkeling van de Kop Amsterdamsestraatweg-Oude Daalstraat. Deze twee scenario’s voldoen beiden aan de door de raad gestelde drie randvoorwaarden: 1. Goede ruimtelijke inpasbaarheid in de bestaande omgeving 2. Een zo goed mogelijke groenkwaliteit 3. Voldoen aan de financiële doelstelling Het eerste scenario is een gesloten bouwblok met een groenstrook aan de Daalsetunnelzijde en het tweede scenario is een open bouwblok met een buurttuin. Deze studie is in samenspraak met de participatiegroep gedaan. Op dit moment is het concept startdocument gereed. Het aansluiten van de studie naar de versmalling en vergroening van de Daalsetunnel kan een aantal voordelen hebben. De voorgestelde integrale aanpak kan een meerwaarde hebben voor de gewenste groenkwaliteit van het gebied. Ook zou de bebouwing en de infrastructuur optimaal op elkaar kunnen worden aangesloten. Er zijn echter ook dilemma’s bij dit voorstel.
De realisatie van de vergroening en versmalling is niet eenvoudig. In de huidige situatie met de huidige plannen rijdt er tot 2040 nog te veel verkeer door de Daalsetunnel. De gewenste groene stadstraat met 2x1 rijstroken is pas rond 2040 mogelijk bij de uitvoering van het programma van de RSU en het mobiliteitsplan 2040. Wel zou er nu al een optimalisatieslag kunnen plaatsvinden naar 2X2 rijstroken op het deel tussen het spoor en de singel. Dat levert al aanzienlijk extra groen op. Deze optimalisatieslag sluit aan op het PvE/FO Lombokplein, waar uitgangspunt is dat de infra in de tunnel en aan de Lombokzijde al iets versmald wordt. Deze optimalisatieslag kan echter alleen uitgevoerd worden als daarvoor budget beschikbaar is. Dat is op dit moment nog niet het geval. Indien uw raad bovenstaande optimalisatieslag wenst kan er bij de besluitvorming over de startnotitie van de ontwikkeling Kop Amsterdamsestraatweg - Oude Daalstraat ook de scenariostudie over de uitwerking van de motie 30 km/u en minder asfalt in de Daalsetunnel worden toegevoegd. Dan kan duidelijk gemaakt worden wat de integrale aanpak kan betekenen voor voor groen en bebouwingsmogelijkheden en welke kosten hiermee gemoeid gaan. Op dit moment is het de verwachting dat in december het startdocument vrijgegeven wordt voor consultatie van de buurtbewoners.
We streven naar aanbieding van het startdocument ter besluitvorming door uw raad in Q1 2022. Update Roost Paardenveld De afgelopen dagen hebben wij overleg gehad met de ondernemer van Roost aan de Singel waarbij er begrip was voor de wederzijdse belangen. In die gesprekken heeft de ondernemer bevestigd dat hij bekend is met de afspraken over de beëindiging van de vergunningen en huurovereenkomst per 31 oktober 2021 (afgesproken maximale termijn van 5 jaar), maar hij vindt de huidige gang van zaken te betreuren. De afgelopen jaren sloot Roost op 31 oktober voor de reguliere exploitatie. Wel is er vanaf 2018 nog beperkt de mogelijkheid gegeven om in de winter gebruik te blijven maken van de locatie. Dit omdat in voorgaande jaren zicht was op mogelijke verlenging van de afspraken. Gezien de oproep uit uw raad om geen onomkeerbare zaken te doen, waren we bereid de geldende praktijk van de winterexploitatie beperkt en onder strenge voorwaarden toe te staan tot de raadsvergadering. De ondernemer heeft in goed overleg besloten hier geen gebruik van te maken. Na de raadsvergadering hebben we weer een gesprek met de ondernemer.
6/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
Toegankelijkheid bestaand gemeentelijk vastgoed Het is mogelijk om ervaringsdeskundigen te betrekken en mee te laten ontwerpen aan de benodigde maatregelen voor het toegankelijk maken van bestaande panden. Tot nu toe werden de werkzaamheden voorbereid in overleg met belangenorganisatie Solgu. Het werken met ervaringsdeskundige is een operatie die meer tijd en geld gaat kosten. Voor de werkzaamheden voorzien in 2022 is hier nog geen rekening mee gehouden. Voor de werkzaamheden in 2023 en 2024 kunnen deze nog in de voorbereiding van de werkzaamheden en de nadere uitwerking van de kostenraming worden meegenomen. De inzet van de ervaringsdeskundigen kan op twee manieren worden verwerkt. Optie 1: de inzet van ervaringsdeskundigen wordt budgetneutraal ingezet. Dat betekent dat we jaarlijks ongeveer 3 panden doorschuiven naar het volgende jaar. Aan het eind van 2024 zullen er dan nog enkele panden resteren die in 2025 aangepakt zouden moeten worden. Optie 2: we houden vast aan de gepresenteerde planning, het budget moet daarbij jaarlijks met 60.00 euro worden opgehoogd voor de inzet en ondersteuning met ervaringsdeskundigen. Versnellingsmogelijkheden verduurzaming Energieneutraal Kernvastgoed Hieronder schetsen we enkele mogelijkheden voor een versnelling van de verduurzaming energieneutraal kernvastgoed die wij op dit moment grofmazig in kunnen schatten.
Wij verwachten uit het lopende onderzoek van de Rekenkamer Utrecht naar de versnellingsopgave en de extern uitbestede evaluatie van de versnellingsopgave een scherper beeld te krijgen van de oplossing voor huidige belemmeringen en versnellingsmogelijkheden. Daarmee verwachten we ook duidelijker de opgave voor de volgende periode(n) in beeld te krijgen. Het is op deze termijn niet mogelijk gebleken om de precieze impact van de versnelling en financiële consequenties uit te rekenen. We verwachten een kwartaal nodig te hebben om u in meer detail te informeren indien u dit wenst.. Mogelijke Oplossing versnelling op Versnellingsopgave Energieneutraal Kernvastgoed 1.
Versnellingsopgave middelen inzetten om de te korten van de reguliere NKG-projecten (vervangingsinvesteringen) op te vangen.
2.
3. 4. 5.
Gevolg Geoormerkte middelen voor ander doel ingezet. Niet gedekte huur bij einde levensduur (nl. investering niet doorbelast in de huur).
Mogelijk staatssteun bij rendabele investeringen. Gemeente Utrecht betaalt dan gereduceerde energieVaste % Rendabel en Onrendabel meer loslaten bij nota voor gebruiker. Gebruiker heeft financiële baten de uitvoering van de NKG-projecten. (de besparing van minder energielasten en geen doorberekening daarvan in de kostprijs/huur.) Mogelijk kapitaalvernietiging door naar voren halen van Niet wachten op natuurlijk moment MJOP de vervangingsinvesteringen op onderhoud. Extra kosten voor huur voor tijdelijk vervangende ruimte Niet wachten op einde huurcontract voor natuurlijk voor de gebruiker. (N.B. Niet altijd mogelijk, gelet op de moment gebruiksfunctie) Meer inzetten op projectleiding met technische inhoudelijke kennis op E en W (elektrotechniek en werktuigbouwkunde) en minder B (bouwkunde) omdat er weinig in de gebouw structuur wordt
Expertise nu nog niet aanwezig in de organisatie en niet makkelijk om te scholen. Hoge inhuur kosten door specialisatie en krapte op arbeidsmarkt.
gedaan. Dit betekent gespecialiseerd personeel verwerven.
6.
Deze methode sluit niet aan op natuurlijk moment, maar geeft wel QuickWin qua Transitie (grote impact CO2Nu inzetten op de panden met hoogste impact . In reductie). Niet altijd het beste moment, hiermee schuif je de complexe vraagstukken door naar de volgende het bijzonder: de zgn. hoogovens aanpakken (hoog periodes, je wordt afhankelijker voor het oplossen daarvan dmv mogelijke innovaties in de techniek en E-verbruik per m2) over de jaren heen wordt de doelstelling halen steeds lastiger.
7/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
7.
5 november 2021 9447036
Gebruik maken van toekomstige aanbevelingen onderzoeksrapporten (Zon op dak, Evaluatie
Methodiek sluit niet meer aan op tot nu gevolgde methodiek en zal opnieuw verantwoord moeten worden.
Versnellingsopgave Energieneutraal)
Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen (28 oktober) Hoger subsidiebedrag U-pas bij verwijdering rookkanaal en vervanging kachel Wanneer we U-pashouders een hoger subsidiebedrag geven voor het laten verwijderen van een rookkanaal of voor het vervangen van een oude, conventionele houtkachel door een moderne Ecodesign kachel, kunnen in totaal minder subsidies worden verstrekt. Dit heeft een lagere, maximaal haalbare emissiereductie tot gevolg. Subsidie aanvragen voor het laten verwijderen/onbruikbaar maken van het rookkanaal kan door de eigenaar van de woning. Bij het vervangen van een conventionele kachel door een moderne houtkachel of pelletkachel kan dit door de eigenaar óf de huurder van de woning (Nadere regeling; Art.3 Eisen aan de aanvrager van een subsidie). Vanwege deze voorwaarden en de bijkomende, relatief hoge kosten voor de aanvrager bij verwijdering of vervanging, verwachten we zeer weinig tot geen aanvragen door U-pashouders. De uitvoering van de subsidieregeling wordt door een bijkomende ‘indirecte’ inkomenstoets wel complexer. Niettemin ’geven wij u inzicht in twee scenario’s waarbij een hoger subsidiebedrag wordt verleend aan U-pashouders: Scenario 1: 50% extra subsidie voor U-pashouders Voor elke twee aanvragen van U-pashouders, kan één rookkanaal minder worden verwijderd/één kachel minder worden vervangen.
Scenario 2: 100% extra subsidie voor U-pashouders Voor elke aanvraag van een U-pashouder kan één rookkanaal minder worden verwijderd/één kachel minder worden vervangen. Elk rookkanaal dat niet verwijderd wordt vanwege deze hogere subsidie voor U-pashouders, geeft jaarlijks maximaal 56 kilo PM2,5 extra uitstoot. Elke kachel die niet vervangen wordt vanwege deze hogere subsidie voor U-pashouders, geeft jaarlijks maximaal 54 kilo PM2,5 extra uitstoot. Als het gehele subsidiebudget wordt aangesproken en 5% van de aanvragen door U-pashouders worden gedaan, dan leidt verdubbeling van het subsidiebedrag voor U-pashouders tot maximaal 2100-2500 kg meer fijnstof uitstoot (PM2,5) per jaar dan wanneer we één vast subsidiebedrag hanteren. Bij 50% extra subsidie is dit circa 1100-1300 kg1. In onderstaande tabellen is te zien welke emissiereductie bereikt kan worden – onder de aanname dat het gehele subsidiebudget wordt aangesproken - bij verschillende subsidiebedragen voor U-pashouders voor het verwijderen van een rookkanaal c.q. voor het vervangen van een oude kachel. Hierbij gaan we ervan uit dat 5% van de aanvragen door U-pashouders worden gedaan.
Subsidiebudget € 475.000 (t/m 2025) geheel aangewend voor verwijdering rookkanalen Bedrag Aantal te Maximale Percentage in euro verwijderen emissiereductie van totale rookkanalen [ton/jaar]2 uitstoot3 Standaard 2.000 Maximaal 237 13,4 3,5% subsidiebedrag Subsidiebedrag 3.000 Maximaal 232 13,1 3,5% U-pashouders (+50%) (221 + 11 U-pas) 1 De hoogste waarden gelden bij vervanging van een conventionele houtkachel door een pelletkachel. 2 De maximaal haalbare fijnstof (PM
2,5) emissiereductie is afhankelijk van het huidige gebruik van het rookkanaal dat wordt verwijderd. Deze kan in gebruik zijn voor een open haard of voor een conventionele kachel (in tabel vermelde waarde). 3 Maximaal te behalen emissiereductie als percentage van totale fijnstof uitstoot (PM ) door houtstook in de 2,5 gemeente Utrecht.
8/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
Subsidiebedrag U-pashouders (+100%)
4.000
Maximaal 226 (215 + 11 U-pas)
12,8
3,4%
Subsidiebudget € 475.000 (t/m 2025) geheel aangewend voor vervanging oude houtkachel door moderne houtkachel Bedrag Aantal te Maximale Percentage in euro vervangen emissiereductie4 van totale [ton/jaar] uitstoot5 Standaard 500 Maximaal 950 43,6 11,5% subsidiebedrag Subsidiebedrag 750 Maximaal 927 42,5 11,2% U-pashouders (+50%) (881 + 46 U-pas) Subsidiebedrag 1.000 Maximaal 905 41,5 10,9% U-pashouders (+100%) (860 + 45 U-pas) Intern rentetarief van 2% bij Duurzaamheidsleningen Met het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) is afgesproken dat de rente-inkomsten (1,6%) op de duurzaamheidsleningen worden ingezet om de jaarlijkse beheerskosten (0,5%) te bekostigen, en het overige deel (1,1%) vormt een opbrengst op het programma Duurzaamheid. De rentekosten (2%) worden ook uit het programma Duurzaamheid bekostigd. Deze kosten zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten die ontstaan doordat de gemeente geld aantrekt. Deze methode is conform de gemeentelijke spelregels, waarbij uitgeleend geld met een interne rente wordt belast in de programma’s om de totale kosten voor leningen die de gemeente zelf is aangegaan te dekken. De hoogte van de interne rente wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de gemiddelde kosten voor het aantrekken van geld. Vanaf 2022 bedraagt deze interne rente 1,5%, omdat de gemiddelde kosten voor het aantrekken van geld zijn afgenomen.
De interne rentekosten hebben daarmee geen directe relatie met het rente-inkomsten. De renteinkomsten zijn daarnaast ook niet toereikend om alle kosten die gepaard gaan met de Duurzaamheidslening (0,5% beheerskosten, 2% interne rente, en personele kosten voorbeoordeling) te kunnen dekken. Als gemeente voeren we deze activiteit dus in algemeen belang uit, wat wil zeggen dat we de leningen onder de kostprijs aanbieden. (Bijlage Wet Markt en Overheid, onderdeel 16) Risicoreserveringen als reserve per programma Het huidige beleid (Nota reserves, pag. 9 en Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen, pag. 21) is dat risicoafdekking met de Algemene Reserve als uiterste risicoafdekking wordt ingezet, in die gevallen waar binnen het programma niet kan worden voorzien in risicoafdekking. Het uitlenen van middelen ten behoeve van duurzaamheidsleningen aan inwoners (Stichting Volkshuisvesting Nederland) of aan duurzame initiatieven van organisaties (Stichting EnergieTransitie Utrecht) is een beleidsmatige keuze, waarbij middelen vanuit het Programma Duurzaamheid in het verleden zijn ingezet voor risicoafdekking. Aantallen gerealiseerde en nog te realiseren zelfstandige en onzelfstandige studentenhuisvesting - Gerealiseerde studentenhuisvesting 2018 t/m 2020: 1.882 eenheden, waarvan 0 onzelfstandig.
- Start bouw studentenhuisvesting 2018 t/m 2020: ongeveer 2.300 zelfstandige eenheden, waarvan 0 onzelfstandig. - Geplande studentenhuisvesting 2021-2040 (opleveringen 2021 en verder): 10% van de totale harde plancapaciteit is studentenhuisvesting, waarvan 4% onzelfstandige studenteneenheden en 6% zelfstandige studenteneenheden. De totale harde plancapaciteit is 41.500 – 43.500, dus het
4 Vervanging van conventionele kachel door een moderne Ecodesign houtkachel (in tabel vermelde waarde). Bij
vervanging door een pelletkachel is de te behalen maximale emissiereductie 8,1-8,5 ton hoger. 5 Bij vervanging door een pelletkachel liggen de te behalen maximale emissiereducties als percentage van de totale uitstoot circa 2-3 procent hoger.
9/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 november 2021 9447036
gaat in de plannen dan in totaal om ongeveer 4.150-4.350 studenteneenheden. Hier zit deels een overlap met de eenheden waarvan de bouw is gestart in de periode 2018 t/m 2020. We zetten ons in om van deze geplande studenteneenheden, er in de periode 2021 t/m 2023 ongeveer 2.200 studenteneenheden van in aanbouw te laten nemen, waarvan 800 onzelfstandige eenheden.
Huurteam steekproefsgewijs (meer) controleren op huurprijzen Momenteel hanteert Huurteam Utrecht op kleine schaal al een actieve, huis-aan huis-benadering. We zien mogelijkheden voor meer controles maar we willen de haalbaarheid van deze opties nog wel verder onderzoeken. Een optie is om de adressen waar in het verleden woningopnames zijn uitgevoerd en waar de afgelopen jaren geen controles meer hebben plaatsgevonden steekproefsgewijs te controleren. Huurteam Utrecht voert al sinds 2012 woningopnames uit in de gemeente Utrecht. Na een woningopname zijn huurders bijgestaan en zijn de misstanden verholpen, maar dit laat onverlet dat de huurbaas bij nieuwe huurders wederom de fout in kan gaan. Omdat voor deze adressen eerder een huurprijsberekening uitgevoerd en een maximale huurprijs staat geregistreerd in de database kan het Huurteam snel handelen. Een andere optie is dat de inspecteurs van de gemeente en de huurteammedewerkers vaker gezamenlijk huisbezoeken afleggen. Het Huurteam kan huurders direct informeren over hun rechten. Daarnaast krijgen de inspecteurs en de huurteammedewerkers meer inzicht in elkaars werkzaamheden. We willen beide opties de komende tijd uitwerken Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
10/11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
de secretaris,
5 november 2021 9447036
de burgemeester,
11/11