Raadsbrief Beantwoording diverse toezeggingen naar aanleiding van commissiebehandeling Voorjaarsnota 2021.pdf
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door Doorkiesnummer E-mail
S.T.M. van den Bogaard 06 – 13541911 sebastiaan.van.den.bogaard@utrecht.nl
Datum Kenmerk Onderwerp
Bijlage(n)
1
Beleidsveld
2 juli 2021 8973765 Beantwoording diverse toezeggingen naar aanleiding van commissiebehandeling Voorjaarsnota 2021 Diversen
Geachte leden van de raad, Op 22, 23 en 24 juni jongstleden heeft de commissiebehandeling van de Voorjaarsnota 2021 plaatsgevonden. Op diverse onderwerpen is toegezegd om, voorafgaand aan het slotdebat in de raad op 8 juli 2021, een nadere toelichting te geven. In deze raadsbrief zetten we per onderwerp deze verschillende toelichtingen op een rij. Uitbreiding capaciteit Bibob onderzoeken In de voorjaarsnota wordt een uitbreiding van 2 fte voorgesteld voor de inzet op Bibob-onderzoeken en 1 fte voor specialistische persoonsgebonden aanpakken (PGA). Hierbij geven we een nadere onderbouwing op de uitbreiding: 2 fte Bibob-onderzoek Ondernemers worden hard geraakt door de crisis. De verwachting is dat na het wegvallen van de TOZO-regeling het aantal faillissementen en/of bedrijfsovernames gaan toenemen. Een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving uit december 2020 vraagt in dit verband aandacht voor de kwetsbaarheid van met name binnensteden. Dit zal ertoe leiden dat er in korte tijd meer aanvragen voor vergunningen (nieuw of overnames) worden ingediend. Om te voorkomen dat georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit profiteert van de kwetsbaarheid van deze ondernemers, door met crimineel geld bedrijven over te nemen of panden aan te kopen, zijn meer Bibob-onderzoeken nodig om te toetsen of er geen misbruik wordt gemaakt van de financiële kwetsbare positie van ondernemers.
1 fte PGA-expert polarisatie & radicalisering Het aantal signalen van radicalisering is toegenomen. De signalen zijn complexer van aard omdat sprake is van meervoudige problematiek, vaak ook GGZ-problematiek. Deze complexiteit maakt het ook lastiger om signalen te duiden op ideologische radicalisering en extremisme. De coronacrisis heeft hierin een katalyserende werking gehad, met een toename van complottheorieën en antioverheidssentimenten. Naar verwachting zullen deze effecten een langdurig effect hebben. In de raadsbrief ‘Voortgang Utrecht Zijn We Samen (UZWS)’ van 17 februari jl. bent u over deze ontwikkelingen geïnformeerd. Daarom is het van belang om op de korte termijn hier een extra casusregisseur / PGA- expert (persoonsgebonden aanpak) in te zetten, aanvullend op de maatregelen die in het actieprogramma UZWS, eerder genomen zijn.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
Onderzoek Fair Practice Code Het onderzoek dat de gemeente Den Haag heeft laten uitvoeren laat zien dat de meerkosten voor de Haagse cultuurnota instellingen (2021-2024) 4,2 miljoen euro bedragen. Rekening houdend met de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Den Haag (48%) en een proportionele bijdrage van de andere financiers – Rijk, provincie, private fondsen, sponsors, publiek, et cetera – heeft van het bedrag van € 4,2 mln. aan meerkosten voor de instellingen € 2,0 mln. betrekking op het door de gemeente Den Haag gesubsidieerde deel. Ook bij OC&W, de Raad voor Cultuur en de gemeenten Rotterdam en Amsterdam zijn vergelijkbare onderzoeken naar de kosten van Fair Practice uitgevoerd. Het lijkt ons verstandig ook in Utrecht hier onderzoek naar te verrichten. Wij verwachten eind 2021 een vergelijkbaar onderzoek voor de gemeente Utrecht te kunnen uitvoeren. Circulaire Economie: Mission Reuse Wij hebben u toegezegd meer informatie over Mission Reuse in Utrecht toe te zenden. In april 2020 is het project Mission Reuse van start gegaan. Dit project is een samenwerking tussen Natuur&Milieu, Recycling network en Enviu. In het project wordt de transitie van wegwerp naar hergebruik aangejaagd door pilots op te zetten en op te schalen, campagne te voeren, kennis te ontwikkelen en te delen en hergebruik te verankeren in nationaal en lokaal beleid.
Utrecht werkt inmiddels op een aantal fronten samen met Mission Reuse aan afvalpreventie. In eerste instantie vooral via pilots in het centrum van de stad, maar inmiddels ook in relatie tot haar eigen catering. In Utrecht is met de bedrijven Lebkov en Vers een pilot gedaan met herbruikbare koffiebekers. Met het bedrijf Broei is er tevens een pilot uitgevoerd ten aanzien van maaltijdcontainers. Met deze pilot zijn circa 3000 wegwerpbakjes bespaard. Verder heeft een eerste verkenning plaatsgevonden over een pilot hergebruik in koffiebars en take-away in samenwerking met de nieuwe cateraar van gemeente Utrecht (waar de aanbesteding net van is afgerond). Mission Reuse gaat nu vervolgens in gesprek met de cateraar zelf om samen nader te verkennen welke mogelijkheden er om afval te voorkomen en hergebruik te bevorderen. Informatiepunt studentenverenigingen Bij de bespreking van de Programmabegroting 2021 is de toezegging (20/T428) gedaan om, in het kader van een mogelijk op te richten studenteninformatiepunt, te onderzoeken wat studenten ingewikkeld vinden, wat hen helpt en hier specifiek studentorganisaties bij te betrekken. Dit onderzoek is deels uitgevoerd maar door de coronamaatregelen nog niet volledig afgerond.
Bij de bespreking van de Voorjaarsnota 2021 hebben wij daarbij de toezegging gedaan om alvast terug te koppelen wat wij op basis van de eerste uitkomsten al kunnen doen in het kader van de aankomende UIT-weken. Als eerste de uitkomsten tot nu toe. Uit gesprekken met meerdere studentenverenigingen en studenten kwam naar voren dat niet zozeer studenten het ingewikkeld vinden om in contact te komen met de gemeente maar dat dit vooral bij studentenverenigingen speelt. Studentenverenigingen gaven in het onderzoek aan dat het vinden van de juiste informatie als moeilijk wordt ervaren. Daarnaast lieten zij weten vooral behoefte te hebben aan snelle, eenduidige en duidelijke antwoorden en gaven daarbij aan dat de gemeente daar op dit moment nog niet altijd aan voldoet. Zo zijn antwoorden niet altijd eenduidig en kost het relatief veel tijd om de juiste persoon te spreken. Op basis van gesprekken met deze studentenverenigingen is er een eerste inventarisatie gedaan naar de oorzaken. Hieruit kwam naar voren dat wij de afgelopen periode al goede stappen hebben gezet in het verbeteren van de relatie met studentenverenigingen maar dat er voor deze doelgroep nog wel een verbeterslag kan worden gemaakt. Geen exclusieve ingang voor studentenverenigingen, wel optimaliseren van de informatievoorziening.
Op dit moment zien wij geen meerwaarde om exclusieve ingangen specifiek voor studentenverenigingen te creëren omdat dat niet direct tot verbetering van de dienstverlening zal leiden. Studentenverenigingen mogen net als inwoners en ondernemers van ons verwachten dat zij via de reguliere kanalen antwoord krijgen op vragen. Waar wij wel meerwaarde in zien is om de inhoudelijke thema’s waar studentenverenigingen mee te maken krijgen beter te ontsluiten; met name de gemeentelijke website en bij het KlantContactCentrum. We zien dat vragen en antwoorden voor 2
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
deze doelgroep nog onvoldoende vindbaar zijn op onze website maar ook niet bij ons Klantcontactcentrum. Door het beter stroomlijnen van de klantvragen en de klantinformatie hebben wij tot doel de kwaliteit en snelheid van de eerstelijns beantwoording voor studentenverenigingen te verhogen. In deze verbeterslag betrekken wij uiteraard de studentenverenigingen. MBO: kaart met locaties mbo-instellingen De toezegging is gedaan in beeld te brengen hoe de spreiding is van de mbo-locaties in de stad Utrecht. De locaties op Lage Weide en Rijnsweerd zijn tijdelijke locaties van MBO Utrecht. Deze locaties verhuizen naar de definitieve locatie in Kanaleneiland. Voor meer informatie over de locaties in Utrecht verwijzen we naar de website van de MBO-Raad.
Bron: https://www.mboraad.nl/kaart-mbo-scholen Hoofdlocatie Locatie De gemeente Utrecht is in gesprek met de mbo’s over de huisvestingssituatie en neemt een actieve rol in het in beeld brengen van mogelijke locaties in Utrecht voor mbo-vestigingen. De mboinstellingen zijn echter zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting: daarom hebben wij geen locaties met reserveringen voor mogelijke mbo-instellingen in de stad. Nadere samenwerking van huisartsen en gezinswerkers in de rol van POH-jeugd Op basis van de bevindingen van de pilot praktijkvarianten (raadsbrief) hebben we in overleg met huisartsen en ziektekostenverzekeraar Zilveren Kruis ervoor gekozen om de samenwerking van gezinswerkers en huisartspraktijken verder te ontwikkelen. De pilot wees namelijk uit dat het vooral 3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
belangrijk is dát de huisarts ondersteund wordt. Resultaat van die gezamenlijke pilot was dat het weinig verschil maakte of die ondersteuning geboden werd door een POH-jeugd (Praktijk Ondersteuning Huisartsen; gefinancierd door het Zilveren Kruis) door een gezinswerker van het buurtteam óf een medewerker van – destijds – een @Extra team (nu KOOS of Spoor030). Het Zilveren Kruis is verantwoordelijk voor de financiering van de huisartsenzorg, inclusief de bekostiging van de praktijkondersteuners. Daarnaast financiert de gemeente, vanuit haar verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de jeugdwet, de inzet van gezinswerkers en medewerkers KOOS en Spoor030 en dus ook de gezinswerkers op de huisartsenpraktijk. De inzet van een gezinswerker als ondersteuner bij psychosociale vragen van en rond jongeren kan gelijkwaardig zijn aan die van een POH-jeugd werkzaam in dienst van een huisartspraktijk. De profielen van beide functies verschillen nauwelijks waar het gaat om voor deze rol benodigde kwaliteiten. Naast de rol van de gezinswerker in de samenwerking met de huisarts kan zij, vanuit haar opdracht, ook de andere leefgebieden van gezin en jongere goed in ogenschouw nemen en investeren in contacten met belangrijke anderen. De integrale werkwijze van gezinswerkers is aanvullend op het werk van de huisarts.
In het verlengde hiervan is het bovendien mogelijk om snel te schakelen met medewerkers van KOOS of Spoor030. Inmiddels werken gezinswerkers in bijna 30% van de praktijken als een POH-jeugd (internet) en zetten we in op een groei naar 60%. Dat gaat nog niet altijd vlekkeloos. Zeker in het begin is er tijd nodig om elkaar te leren kennen, vertrouwen op te bouwen en passende afspraken te maken om de gezamenlijke verantwoordelijkheid vorm en inhoud te geven. In het afgelopen jaar waren de omstandigheden bovendien geheel anders dan tijdens de pilot periode. Er staat nu meer druk op de specialistische hulp, vanwege corona werd samenwerken bemoeilijkt, was er veel druk op huisartsen en zijn wachtlijsten langer. Daardoor lijkt er in ieder geval op sommige plekken meer complexe problematiek in de huisartsenpraktijken te blijven die daarmee zolang overbrugd wordt. Samen met de vertegenwoordigers van huisartsen en andere partners blijven we dit bespreken en bouwen aan de ondersteuning. Gezondheidsverschillen: zicht houden op het gemiddelde per wijk en de verschillen binnen de wijk De gemiddelde gezondheid in een bepaalde wijk (of stad) wordt voor een groot deel bepaald door bevolkingssamenstelling. Als de bevolkingssamenstelling verandert, bijvoorbeeld door ontwikkelingen op de woningmarkt of grootschalige nieuwbouw dan verandert ook de gemiddelde gezondheid.
Als het met een wijk in de loop van de tijd gemiddeld gezien beter gaat, doordat er meer gezonde mensen komen wonen, betekent dat niet per se dat het beter gaat met mensen die er al woonden. Het is algemeen bekend dat er een relatie is tussen gezondheid en opleiding, rondkomen en migratieachtergrond. Inwoners met basisonderwijs, lbo of vmbo, inwoners die moeite hebben met rondkomen of met een niet-westerse migratieachtergrond hebben over het algemeen een minder goede gezondheid. Omdat we voor deze groepen apart rapporteren hoe het met hun gezondheid en onderliggende oorzaken van gezondheid gaat, houden we ook zicht op hoe het met hen gaat. We kijken altijd naar verschillen tussen wijken in combinatie met verschillen tussen groepen inwoners om tot een juiste conclusie te komen over waar of wie er achterstanden hebben. Soms zal dat een wijk of gebied zijn en soms zijn het vooral de mensen die er wonen. Zo voorkom je een verkeerd beeld op basis van alleen wijkgemiddelden. Daarom onderscheiden we in de VMU speciale uitgave Gezondheidsverschillen en Kansengelijkheid groepen op basis van meerdere indicatoren, zoals geslacht, leeftijd, opleiding, rondkomen, migratieachtergrond en wijken. LHBTI-groep uitlichten in de monitoring Op dit moment hebben we geen informatie over de volwassen LHBTI-groep, omdat we daar niet naar vragen in ons vragenlijst onderzoek.
Het wordt steeds duidelijker dat seksuele oriëntatie iemands gezondheid mede bepaalt. Om ongelijkheid in gezondheid door seksuele oriëntatie tegen te gaan, is het belangrijk hier cijfers over te hebben; “als je ze niet telt, dan tellen ze niet mee”. De LHBTI-groep is relatief klein (1 op de 15 mensen; 7%) en we weten niet hoe zij vertegenwoordigd zijn in dit soort onderzoek. We streven ernaar in de Gezondheidspeiling 2022 onder Utrechtse volwassenen en ouderen aandacht te besteden aan deze groep. De resultaten daarvan komen najaar 2023 beschikbaar. 4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
We kunnen al wel een beeld geven van de psychische gezondheid van jongeren met homo- en biseksuele gevoelens op basis van informatie van de Jeugdgezondheidszorg. Deze informatie publiceren we voor de zomer op de website www.volksgezondheidsmonitor.nl. Toelichting berekening tarieven onroerendezaakbelastingen In de commissie op dinsdagavond is gesproken over de berekening van de tarieven ten opzichte van de waardeontwikkeling, wij hebben toegezegd nog kort toe te lichten hoe en wanneer de berekening van deze tarieven tot stand komt. Begin oktober 2021 is de meest actuele waardeontwikkeling van de onroerende zaken bekend. Pas op dat moment berekenen we tarieven voor het komende belastingjaar, rekening houdend met de extra opbrengst en de correctie voor de waardeontwikkeling. In november bieden wij zoals gebruikelijk de verordening onroerendezaakbelastingen 2022 met daarin de nieuwe tarieven aan uw raad aan. Overzicht van de instanties die verantwoordelijk zijn over de vaarwegen in Utrecht en de vergunningen die zij verstrekken Beherende instanties In bijgaande vaarwegenkaarten van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Amstel, Gooi en Vecht en in onderstaande tabel is een overzicht te vinden van de beheerders van de wateren. In de tabel wordt tevens aangegeven welke vergunningen zij uitgeven.
Vergunningen op hoofdlijnen Bij vergunningen voor varen zijn de hoofddoelen om de veiligheid op het water te beschermen (vaarbewijs, routes, vaarregels) en om de water- en bodemkwaliteit te beschermen (lozingen, baggeren). De beherende instanties stellen geen eisen aan vergunningverlening waarbij het doel is de luchtkwaliteit te verbeteren c.q. de uitstoot van schepen te beperken. In het gemeentelijk beleid zijn wel tarieven gedifferentieerd met als doel emissieloos varen te stimuleren. Water
Beherende instantie
Vergunningen
Stadsbuitengracht en de wateren daarbinnen: Oudegracht, Kromme Nieuwegracht, Nieuwegracht, Drift Plompetorengracht Gemeentelijke havens
Gemeente Utrecht
Voor het gebruik van gemeentelijke voorzieningen legt de gemeente tarieven op: De brug-, schut- en havengelden zijn lager voor emissieloze boten dan voor boten met emissies; Vergunning voor ligplaatsen voor kleine boten van particulieren, de tarieven zijn lager voor emissieloze boten; Vergunningen voor commerciële pleziervaart: er worden alleen nog nieuwe vergunningen afgegeven voor emissieloze boten. De grotere boten van de commerciële pleziervaart (de rondvaartboten): naar aanleiding van gederfde inkomsten door de coronamaatregelen zijn wij in gesprek met de ondernemers over de termijn waarbinnen ook deze vaartuigen emissievrij moeten varen.
Nb. De vaarroute NieuwegrachtPlompetorengracht is voorlopig niet open voor gemotoriseerde vaartuigen (tijdelijke maatregel begin 2021).
Bij verschillende aanlegvoorzieningen heeft de gemeente laadvoorzieningen/ walstroom aangelegd. De gemeente heeft zeven vaartuigen waarvan er drie emissievrij zijn. Wij streven ernaar dat de overige vier in 2025 emissievrij gemaakt zijn.
5
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
Amsterdam-Rijnkanaal, Merwedekanaal, Vaartsche Rijn
Rijkswaterstaat (RWS)
Vergunning/ontheffing voor activiteiten: Aanleg van een steiger Slaan damwand Bouwen op of in buurt waterstaatswerk Onttrekken grondwater (aanleggen bodemenergiesysteem, drinkwaterwinning, bronbemaling) Lozen van water/stoffen op oppervlaktewater Aanleg drainage Aanleg van een waterbergingsgebied Dempen van een watergang, een sloot of een greppel Evenement organiseren op het water Voor varen (vaarbewijs)
Kromme Rijn, Leidsche Rijn
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR)
Vecht
Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV)
Vergunningen voor Het aanleggen of aanbrengen van kabels/leidingen Het aanleggen van een brug, een steiger, dam/duiker of beschoeiing Dempen of graven Onttrekken van grondwater Voor varen (vaarbewijs) Gelijk aan overzicht vergunningen HDSR
Stand van zaken met het versneld toegankelijk maken van bestaand vastgoed, het werk met werk maken tijdens regulier onderhoud bij 25 gebouwen Eerder hebben wij geconstateerd dat bij het verbeteren van toegankelijkheid van ons bestaand gemeentelijk vastgoed er nog een weg te gaan is. Ongeveer 19% van ons eigen bestaande vastgoed is op dit moment ontoegankelijk en 29% is beperkt toegankelijk. Als uitgangspunt, in de raadsbrief van 26 maart 2019 aan uw raad, hebben wij gehanteerd dat we binnen de huidige financiële kaders verbeteringen aan brengen. Concreet zou dit betekenen dat we tijdens normale vervangingswerkzaamheden, bijvoorbeeld als de entree of sanitaire ruimtes worden opgeknapt, tegelijkertijd de toegankelijkheid verbeteren. Werk met werk maken. Wij hebben daarbij toen aangegeven dat we op deze manier de komende jaren de toegankelijkheid van 25 gemeentelijke gebouwen, die ‘beperkt’ of ‘niet-toegankelijk’ zijn, kunnen verbeteren. In het Meerjarenperspectief Utrechts Vastgoed (MPUV) 2020 hebben wij hierover echter aangegeven dat het van belang is dat er extra middelen voor gereserveerd worden omdat we hebben ervaren dat er bij natuurlijke onderhoudsmomenten (dus niet renovaties) onvoldoende budget is om een kwaliteitsimpuls te geven aan de toegankelijkheid van een gebouw.
Het afgelopen jaar zijn er verschillende scenario’s verkend voor het versneld toegankelijk maken van bestaande ontoegankelijke gebouwen en stembureaus in gemeentelijk vastgoed. Het is helaas niet mogelijk gebleken om financiële middelen vrij te spelen om in deze opgave een versnelling te realiseren. Dit mede gelet op de huidige financiële omstandigheden als gevolg van de COVID19 crisis. Wanneer alleen geïnvesteerd zou worden in gebouwen die ingezet worden als stembureau en in gebouwen waarbij de kostenraming lager uitvalt dan € 25.000 euro zou het in totaal gaan om een éénmalige investering van € 466.322, -. Hiermee zou de invulling van de prestatie indicator ‘% gemeentelijke voorzieningen dat fysiek niet-toegankelijk is’ wezenlijk verbeterd worden.
6
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
De opbouw van de kostenraming in relatie tot de verschillende programma’s is daarbij als volgt:
Programma Vastgoed Programma Sport*
Investeren beperkt toegankelijke gebouwen die ingezet worden als stembureau € 22.500, € 157.700, -
Investeren in ontoegankelijke gebouwen die ingezet worden als stembureau
Investeren in ontoegankelijke gebouwen met een kostenraming lager dan € 25.000
Totaal
€ 0,00
€ 33.000, -
€ 55.500, -
€ 106.000
€ 147.122, -
€ 410.822, -
Inzicht in de wijze waarop huurders van 19 sociale huurwoningen worden ondersteund De gemeente heeft in totaal 54 woningen in haar bezit, waarvan er 19 binnen de sociale huursector vallen. Voor deze 19 huurders volgen wij het huurprijsbeleid van de Rijksoverheid. Huurprijsbeleid Rijksoverheid In 2020 betekende dit dat de huurprijzen voor deze groep met 2,6% werden verhoogd (inflatie). Vanaf januari 2021 heeft de gemeente conform de richtlijnen van het ministerie de huurprijzen bevroren (0% huurverhoging). De nieuwe wet Tijdelijke Huurkorting, die vanaf 1 april 2021 in werking is, maakt het mogelijk om tijdelijke huurprijzen te bevriezen of te verlagen voor huurders die daarom vragen, bijvoorbeeld als gevolg van inkomensverlies. De achterliggende gedachten van de wet is dat verhuurders maatwerk kunnen leveren aan kwetsbare bewoners die het moeilijk hebben met een hoge huur. De wet is versneld gekomen omdat er meer aandacht is voor mensen in kwetsbare positie als gevolg van de coronacrisis en kan ook als zodanig toegepast worden als een vorm van maatwerk. De huurder moet aantonen waarom ze die korting nodig denken te hebben, vervolgens mogen woningcorporaties en huurdersorganisaties zelf bepalen of en welk vorm van maatwerk ze bieden.
Maatwerk kan op meerdere manieren: Huurbevriezing houdt in dat de huurprijzen met 0% geïndexeerd worden en de huurders zo een vorm van huurkorting ontvangen. Bij huurverlaging kan volgens deze wet gekozen worden voor: 1) tijdelijke huurverlaging voor periode van één maand tot maximaal 3 jaar, waar na deze periode de huur weer teruggebracht worden naar het oude bedrag plus een indexering over die periode, of, 2) een permanente huurkorting doordat na de periode van één maand tot maximaal 3 jaar de huur niet teruggebracht wordt naar het oude huurbedrag. Tot slot hoort buiten deze wet om een betaalregeling altijd onder de mogelijkheden van maatwerk. De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen voor al haar woninghuurders maatwerk te bieden vergelijkbaar met de aanpak van de woningcorporaties. Op deze wijze worden gelijke gevallen, gelijk behandeld. In ieder geval heeft de gemeente de huur reeds bevroren. Deze huurbevriezing biedt de bewoners ruimte om eventuele financiële tegenvallers tijdens deze coronacrisis op te vangen. We gaan de huurders zoals toegezegd een brief sturen om ze te wijzen op het maatwerk en de mogelijkheden. Wanneer zij zich melden voor aanvullende steun gaan we met hen in overleg voor een tijdelijke huurverlaging of een betalingsregeling.
Aankoopbudget Groen en Sport In de Voorjaarsnota (pagina 36 en 37) wordt voorgesteld om “financiële ruimte te bestemmen voor het opvangen van risico’s op anticiperende aankopen. Met deze financiële ruimte kunnen aankopen worden gedaan ten behoeve van het invullen van de ambities uit de (nog vast te stellen) RSU 2040. Het gaat dan om locaties waar grondpositie cruciaal is voor het realiseren van de gewenste ruimtelijke opgave (waaronder dubbel ruimtegebruik)”. Deze ruimte voor anticiperende verwervingen (binnen de Reserve Grondexploitaties) maakt het mogelijk om snel te kunnen handelen bij kansen die zich voordoen; de gereserveerde € 3 miljoen kan worden ingezet om een waardedaling als gevolg van veranderende marktomstandigheden op te vangen (marktrisico) bij gelijkblijvende bestemming.
7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
Op pagina 34 van de Voorjaarsnota wordt voorgesteld om aanvullend hierop een aankoopbudget voor groen en sport te reserveren. Dit budget kan gebruikt worden om de aangekochte grond om te kunnen zetten naar de bestemming groen of sport. Het gaat dan niet om een marktrisico, maar om het bekostigen van de waardedaling van de grond als de bestemming wordt omgezet van bijvoorbeeld wonen of bedrijven naar groen of sport. Bovendien kan het budget worden ingezet voor de inrichting van de grond. Het aankoopbudget zorgt er in combinatie met het budget van anticiperende verwervingen voor dat we niet alleen snel kunnen inspelen op actuele verwervings- en uitplaatsingskansen, maar ook dat we die grond kunnen herbestemmen en herontwikkelen naar groen en/of sport om bijvoorbeeld ook nieuwe openbare wandelroutes te realiseren. Ook kunnen we hiermee voorkomen dat de grond wordt verkocht aan andere geïnteresseerde partijen, waardoor de grond in particulier eigendom blijft en we mogelijk te maken hebben met hogere verwervingskosten bij later benodigde aankoop. We zien op dit moment bijvoorbeeld concrete kansen bij Maarschalkerweerd Noord en Lunettenpark om particuliere gronden te verwerven en met herverkaveling van functies een van de groene scheggen uit de RSU te realiseren en om sportterreinen meer open te stellen.
Daarnaast zien we een kans bij Park Bloeyendael en mogelijk in de omgeving van Amelisweerd om openbaar groen toe te voegen aan de stad. Over de besteding van de middelen rapporteren wij jaarlijks aan u via het Meerjaren Perspectief Ruimte (onderdeel investeringsimpuls RSU). Het College krijgt de mogelijkheid om gedurende het jaar snel te kunnen acteren binnen de door de Raad vastgestelde kaders. Zo heeft de Raad bijvoorbeeld omgevingsvisies of ontwikkelperspectieven vastgesteld die inhoudelijk aangeven waar wensen liggen om groen of sport uit te breiden. Als u de RSU 2040 vaststelt, is dat ook een kader van waaruit we opereren. Binnen het Grondbeleid heeft u vastgesteld dat strategische en anticiperende aankopen besloten kunnen worden door het College met een rapportage achteraf bij de verantwoording en het Meerjarenplan Perspectief Ruimte (onderdeel Reserve Grondexploitaties). Over de daadwerkelijke wijziging van de bestemming van de aangekochte grond en daarmee de inzet van de middelen voor groen en sport neemt u per geval een besluit. Dit kan zijn als onderdeel van het Meerjarenplan Perspectief Ruimte of als project specifiek voorstel. Recreatie In al onze ruimtelijke plannen werken we aan het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte zodat er dicht bij de woonomgeving aantrekkelijk ontmoetingsplekken komen. Daarmee spreiden we die drukte over meer gebieden in de stad.
Voor de toekomst willen we beter kunnen inspelen op de toenemende vraag naar stedelijke recreatie. In de aan u aangeboden RSU 2040 is een visie op de openbare ruimte aangekondigd waarin die uitwerking past. Daarbij gaan we niet alleen kijken naar drukke publieke locaties, maar ook juist naar de afwisseling tussen drukte en rust, zoals door insprekers is gevraagd in het profiel “vertraagde stad”. Die uitwerking is is voorzien voor de tweede helft van 2022. Ondertussen kijken wij hoe wij al eerder zaken kunnen laten landen in o.a. de Visie Stadswater (is nog in de maak, uiterlijk in september 2022 gereed), de realisatie van het Rondje Stadseiland en andere groenontwikkelingen, zoals het Lunettenpark. Wij zien ook de druk op veel plekken in de stad, de parken en aan het water, toenemen sinds Corona, maar ook daarvoor al. En daarvoor zijn de afgelopen jaren ook al locaties toegevoegd zoals Strand Oog In Al (SOIA) en Roost aan de Singel. Op specifieke populaire plekken vraagt dat natuurlijk om maatwerk, dat laat zich niet altijd in generieke afspraken vastleggen. Daarbij gaat het over de belangen van omwonenden en gebruikers in balans te brengen, zoals we nu gedaan hebben bij de Muntsluis en dat monitoren. Indicatoren groen/blauw In de Voorjaarsnota staat ten onrechte een indicatorwijziging groen/blauw vermeld, zowel in als rondom de stad (pagina 94 en 95).
Het gaat hier echter niet om een inhoudelijke wijziging, maar om een verduidelijking. Het water was al opgenomen in de indicatoren, maar was abusievelijk niet benoemd. Dit kunt u teruglezen op pagina 94 bij de reden van wijziging (“In de berekening wordt ook het aantal m2 water meegenomen, dat was eerder niet duidelijk”) en het argument (“Water werd al meegenomen in de indicator, maar was niet benoemd”). Wij kiezen ervoor om de indicatoren niet op te splitsen in groen en blauw, omdat deze samen kwaliteit vormen. De feitelijke verdeling tussen groen en blauw rapporteren wij in het Duurzaamheidsverslag op pagina 20. 8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
Dierenambulance In het contract dat wij vorig jaar met de Dierenbescherming hebben gesloten, is afgesproken dat de Dierenambulance, als onderaannemer van De Dierenbescherming, aan de volgende eisen moet voldoen: De Dierenambulance is dagelijks, te weten werkdagen en weekend, van 10:00 tot 22:00 uur telefonisch bereikbaar voor meldingen. En tijdens de overige uren via e-mail en voicemail bereikbaar. De meldingen dienen dezelfde dag afgehandeld te worden. Meldingen die tot 22:00 uur binnengekomen zijn, worden daadwerkelijk op die dag afgehandeld en verwerkt. Dit betekent dat de meldingen die voor 22:00 uur binnenkomen, afgehandeld worden. In de rest van de avond en nacht komen de meldingen op voicemail en mail binnen en die pakken ze dan de volgende dag op. Dit is in overeenstemming met de afspraken die in het vorige contract met De Dierenbescherming en de Dierenambulance waren gemaakt. Buiten deze afspraken om, reed de Dierenambulance inderdaad 24/7. Vanwege de eigen financiële huishouding van de Dierenambulance heeft men noodgedwongen moeten besluiten te moeten inkrimpen. Men is van drie vaste krachten naar twee vaste krachten gegaan. Daarnaast is er een vijftiental vrijwilligers actief. Daarmee krijgt men echter het rooster niet 24/7 gevuld en is de ambulance bereikbaar tot 22:00 uur. Nachtbezetting is een probleem dat voor meerdere dierenambulances in Nederland geldt.
Indicator toegankelijkheid bushaltes Het college zal de indicator Toegankelijkheid Bushalten opnemen in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage Programma Bereikbaarheid waarvan de eerste keer in het voorjaar 2022. Zie ook de toelichting in de brief Voortgangsrapportage Programma Bereikbaarheid van 25 juni jl. Pilot speed-pedelec Aanleiding en doel pilot Volgens de wet is een speed-pedelec een elektrische bromfiets met trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht aanhoudt als het voertuig de snelheid van 25 kilometer per uur overschrijdt. Sinds 2017 moeten brommers (inclusief speed-pedelecs) in Utrecht binnen de bebouwde kom bijna overal op de rijbaan. Over de ideale plek op de weg voor speed-pedelecs is al jaren discussie. Uit verschillende onderzoeken zoals van het CROW en enquêtes onder gebruikers, blijkt dat speed-pedelec berijders zich op de rijbaan vaak onveilig voelen en liever het fietspad kiezen omdat ze zich geen bromfietser voelen. Voornaamste argumenten zijn dat je op een speed-pedelec ook zelf moet fietsen, de speedpedelec in massa vergelijkbaar is met een e-bike en dat het snelheidsverschil met het overige gemotoriseerde verkeer groot is. Een speed-pedelec kent een maximumsnelheid van 45 kilometer per uur, maar in de praktijd blijken berijders deze snelheid meestal niet te halen.
In de praktijk komt het er nu op neer dat speed-pedelecs afhankelijk van de situatie binnen de bebouwde kom voor rijbaan of fietspad kiezen. In de provincie Utrecht zijn ongeveer 2400 speed-pedelecs geregistreerd, waarmee gebruikers afstanden tussen de 10 en 40 kilometer afleggen. Hiermee is de speed-pedelec voor het woonwerkverkeer een goed alternatief voor de auto en het gebruik draagt bij aan de bereikbaarheid van de stad. De Gemeente Utrecht wil het gebruik van de speed-pedelec stimuleren omdat het aansluit bij het collegeprogramma dat zero emissie en actieve mobiliteit stimuleert. Met een pilot wil de gemeente de speed-pedelec onder voorwaarden binnen de bebouwde kom toestaan op het fietspad. Inschatting van kosten In onderstaande tabel maken we een inschatting van de kosten voor de pilot, gebaseerd op referentieprojecten zoals de pilots in Rotterdam en Amersfoort en Utrechtse projecten. De inhoudelijke onderbouwing van de bedragen volgt in de volgende alinea’s. Opzet pilot Communicatie Monitoring en evaluatie Handhaving
€ 50.000,00 € 30.000,00 € 120.000,00 € 200.000,00 9
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
Insteek pilot De enige juridische mogelijkheid om de speed-pedelec binnen de geldende regelgeving lokaal toe te staan op het verplichte fietspad is met een individuele ontheffing. Om de situatie zo duidelijk mogelijk te maken voor de speed-pedelecers en voor andere weggebruikers, willen we in de pilot speedpedelecers keuzevrijheid geven om binnen de bebouwde kom op de rijbaan te rijden of onder voorwaarden op het fietspad. Het belangrijkste uitgangspunt van de pilot is dat de speed-pedelec welkom is op het fietspad, mits de berijder zich gedraagt als een fietser en zijn snelheid aanpast aan de andere fietsers. Als hij harder wil rijden, dan kan dat op de rijbaan. In de individuele ontheffing stellen we voorwaarden zoals een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur op het fietspad. De pilot is geslaagd als speed-pedelecers op het fietspad rijden met aangepaste snelheid, de objectieve en subjectieve veiligheid van speed-pedelecers tenminste gelijk is gebleven en voor fietsers niet is gedaald door de pilot. De opzet van de evaluatie op deze aspecten geven we nader vorm bij uitwerking van de pilot. Provinciale ontheffing De provincie Utrecht onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor provinciale ontheffing voor de speed-pedelec. Een nieuw onderzoek vanuit het programma Tour de Force vormt één van de aanleidingen voor deze provinciale ontheffing.
De conclusie van dit onderzoek is dat het wenselijk is om speed-pedelecs onder voorwaarden toe te laten op het fietspad, maar dat op korte termijn geen wijzigingen in wetgeving worden verwacht. Het is daarom wenselijk om ontheffingen op provinciaal niveau uit te geven, op basis van mandaten van wegbeheerders. Wij willen aansluiten bij deze provinciale ontheffing omdat veel speed-pedelecers gemeentegrenzen overschrijden in hun ritten. Monitoring, evaluatie en communicatie Tegelijkertijd is het (ook in de provinciale samenwerking) belangrijk om de stedelijke context mee te nemen en dit project als tijdelijke pilot vorm te geven. Voor de monitoring en evaluatie is relatief veel geld gereserveerd omdat we dit project uitgebreider willen monitoren dan eerdere pilots met de speed pedelec. We leren van de ervaringen van andere pilots, maar uit de verschillende onderzoeken naar de speed-pedelec komt nog geen éénduidige conclusie over de beste plek op de weg. Bovendien is de stedelijke Utrechtse context anders dan de context van de andere pilots. Het is daarom belangrijk om te zorgen voor een goede monitoring van de effecten voor de verschillende weggebruikers en een goede voor- en nameting. Uit de evaluatie van de pilot blijkt wat de effecten voor alle betrokkenen zijn en of we de aanpak kunnen continueren dan wel moeten terugdraaien.
De belangrijkste risico’s van de pilot zijn het gedrag van de speed-pedelecers en daarmee de verkeersveiligheid. Het is belangrijk dat zij zich gedragen als andere fietsers op het fietspad en hun snelheid ook daadwerkelijk aanpassen om de verkeersveiligheid van de speed-pedelecers zelf en andere weggebruikers niet in gevaar te brengen. Het meten van de snelheden van speed pedelecers is relatief ingewikkeld en kostbaar omdat het onderscheid tussen snelle fietsers en speed pedelecers niet eenvoudig te maken is met een sensor. Elke speed-pedelecer die op het fietspad wil rijden, moet een ontheffing aanvragen en bij deze aanvraag gaan we uitgebreid in op verkeersveiligheid en de gevolgen van hun gedrag. Daarnaast gaan wij ook fietsers over hun ervaringen nu en tijdens de pilot bevragen. Een lastig aspect daarbij is dat veel speed-pedelecers nu ook al (niet legaal) op het fietspad rijden. Om speed-pedelecers te informeren over de mogelijkheid om een ontheffing aan te vragen is inzet op communicatie belangrijk. Tegelijk met de pilot moeten we daarnaast de bekendheid van de speedpedelec vergroten, zodat andere weggebruikers het vervoermiddel kennen en weten wat ze kunnen verwachten. Handhaving Om gericht te kunnen handhaven tijdens de pilot speed-pedelec verwachten we ongeveer de helft van het budget nodig te hebben.
Hiermee kunnen we gedurende twee jaar met ongeveer dezelfde inzet handhaven als bij project Snorfiets naar de rijbaan. Boa’s kunnen een speed-pedelecgebruiker op het fietspad stilhouden om te controleren of de bestuurder een ontheffing heeft. Als hij deze niet heeft, begaat de bestuurder een verkeersovertreding uit het RVV en kan daar dan een bekeuring voor
10
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
krijgen. Als een bestuurder de voorwaarden van zijn ontheffing overtreedt dan kunnen we de ontheffing intrekken. Onderbesteding bij gladheidbestrijding De fractie van de PvdD stelde een vraag over het inzetten van de onderbesteding bij gladheidbestrijding voor andere klimaatadaptieve maatregelen. We zien de laatste jaren (2015-2020) een dalende trend in de kosten voor gladheidsbestrijding die neerkomt op circa 0,3 miljoen euro. Bij het bepalen van de gewenste besteding van deze middelen is gekeken naar de directe gevolgen van klimaatverandering en welke aanpassing dat vraagt in het dagelijks beheer van de openbare ruimte. Dat heeft ertoe geleid dat structureel 0,1 miljoen euro wordt toegevoegd aan het budget voor o.a. voor extra water geven en inboet (vervanging van groen). De bredere inzet op dit thema, inclusief de financiële strategie, staat beschreven in de Klimaatadaptatievisie die nu in de inspraak zit. De structurele verlaging van het budget met 0,2 miljoen euro op beide onderdelen samen is onderdeel van de financiële strategie die het college voorstelt om het financieel meerjarenbeeld sluitend te maken. Deze 0,2 miljoen euro kan niet worden gebruikt voor een ander doel, zonder dat daar alternatieve dekking voor wordt aangedragen.
Er zal dan een tekort ontstaan Doneercirkels bij afvalbakken In de commissiebehandeling is het idee van doneercirkels bij afvalbakken in de openbare ruimte/parken geopperd. Hoewel we doneercirkels een sympathiek idee vinden, raden we het aanbrengen van cirkels op de grond rond afvalbakken af. Door het plaatsten van flesjes in de cirkels worden de afvalbakken minder toegankelijk. Daarnaast nodigen de achtergelaten flesjes uit om ook ander afval naast de afvalbakken te plaatsen. Dit laatste zorgt voor verrommeling en extra werk voor onze schoonmedewerkers en heeft een aantrekkende werking voor ongedierte. Per 1 juli wordt het statiegeld op plastic flessen van minder dan een liter ingevoerd. We hopen dat dat leidt tot minder achtergelaten flesjes in de openbare ruimte. Watervogels en amfibieën in putten en wateroverstorten Er zijn vragen gesteld over watervogels en amfibieën in putten en wateroverstorten, meestal stuwen genoemd. Voor de volledigheid bespreken wij hierna de diverse objecten, te weten de stuwen (beheer waterschap), de duikers (beheer kleine watergangen bij de gemeente, bij grote watergangen waterschap), rioolputten (gemeente) en kolken (gemeente). De verdeling van de verantwoordelijkheid voor de objecten is relevant, want deze bepaalt welke mogelijkheden wij hebben om zelf maatregelen te nemen ten gunste van kleine watervogels en andere kleine dieren.
Stuwen Stuwen zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap. Met een stuw regelt het waterschap de waterstand in een watergang. Het waterschap zorgt op deze manier voor het juiste waterpeil in een gebied. Het waterschap is dan ook verantwoordelijk voor de bediening en inrichting van de stuw omdat het van belang is voor het peilbeheer. Als een stuw voor een duiker staat, kan het voorkomen dat kleine watervogels of andere dieren die worden meegevoerd door het water over de stuw klem komen te zitten in de achterliggende duiker. Sommige stuwen in Leidsche Rijn zijn daarom afgedicht met kippengaas. Nadeel is dat allerlei blad, takken en zwerfvuil achter het gaas blijft hangen, waardoor de waterstroom over de stuw beperkt wordt. Dit leidt tot verslechterde doorstroming wat waterkwaliteitsproblemen kan veroorzaken en wat niet goed is voor het waterleven. Daarom is het waterschap zeer terughoudend met deze oplossing. We hebben de problematiek ambtelijk al aangekaart in het reguliere overleg met het waterschap. Daarbij hebben we afgesproken met het waterschap in het veld de situatie in kaart te brengen, omdat een goed overzicht momenteel ontbreekt. We staan ervoor open om dit samen met geïnteresseerde partijen te doen. De beslissing om bij een stuw daadwerkelijk maatregelen te nemen ligt echter bij het waterschap als beherende partij. Duikers 11
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
2 juli 2021 8973765
Als gemeente proberen we om bij de aanleg of het vervangen van duikers (ten gevolge van projecten of vervangingsleeftijd duiker) deze altijd zo aan te leggen dat er boven het wateroppervlak voldoende lucht aanwezig is zodat watervogels altijd door kunnen zwemmen. Helaas is dit door kruisende kabels en leidingen niet altijd mogelijk. Het vervangen van duikers is zeer kostbaar. Als vervanging nog niet aan de orde is, terwijl de kans op dieren die klem komen te zitten zeer groot is, dan zullen we overwegen een rooster voor de duiker te plaatsen om te voorkomen dat watervogels klem komen te zitten. Maar zoals aangegeven bij de stuwen zijn wij hier terughoudend in vanwege de extra kans op verstopping door vuil wat achter het rooster blijft hangen. Rioolputten en kolken Rioolputten zijn putten in de straat en deze zijn altijd voorzien van dichte deksels en daarmee niet toegankelijk voor padden, kikkers en andere kleine dieren. Dit geldt niet voor de kolken die het regenwater vanaf de straat en de stoep inzamelen. Voor de kolken is in het verleden in samenwerking met vrijwilligers onderzoek gedaan naar paddentreklocaties. Op basis daarvan zijn in 2013 twintig uittreedvoorzieningen voor amfibieën in rioolkolken geplaatst. Ons beeld bij het kolkenonderhoud is dat we niet vaak padden en kikkers en andere dieren in onze kolken aantreffen.
Op basis van die ervaring hebben we sinds 2013 geen nieuwe uittreedvoorzieningen aangelegd. Naar aanleiding van uw oproep zullen we met RAVON, de kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen onderzoek Nederland overleggen of ons beleid op dit punt aangepast dient te worden. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en kijken uit naar de behandeling van de Voorjaarsnota 2021 in de raad op 8 juli 2021.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
12