Raadsbesluit Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 (toegevoegd op 10 juli 2023)
Tekst van het document
Raadsbesluit
Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Zaaknummer Jaargang en nummer Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Cora Bakker 11139558 2023, 90 6 juli 2023 Nee (artikel 3 lid 2 onder d Verordening raadgevend referendum) Ja
De raad besluit: 1. Het geactualiseerde financiële beeld ten opzichte van de Begroting 2023 vast te stellen, zoals
opgenomen in hoofdstuk 4 bestaande uit: • De financiële ontwikkelingen met een bedrag van 23,8 miljoen euro (voordeel) in 2024 en structureel 18,5 miljoen euro (voordeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.1. • De prijsstijgingen, bestaande uit een nacalculatie voor de cao 2023 en reguliere indexatie van de begroting voor het jaar 2024 met een bedrag van 30,5 miljoen euro (nadeel) in 2023 en structureel 29,8 miljoen euro (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.2 • De knelpunten met een bedrag van 6,8 miljoen euro (nadeel) in 2023 en structureel 27,0 miljoen euro (nadeel), zoals toegelicht in paragraaf 4.2.3. • Het bestemmen van de inkomsten voor groei van de stad voor de uitgaven van deze groei met een bedrag van 4,4 miljoen euro in 2023 en vanaf 2024 12,9 miljoen structureel, zoals toegelicht in paragraf 4.2.4.
2. In te stemmen met de extra inzet voor beleid (inclusief wensen van de raad) van 5,6 miljoen euro in 2023 en structureel 4,2 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.2.5 en 4.2.6.
3. In te stemmen met de financiële strategie met maatregelen om in deze voorjaarsnota te komen tot
een sluitend financieel beeld bestaande uit: • Het financiële uitgangspunt “verwachte rijksinkomsten" van 11,1 miljoen euro in 2023, oplopend naar 51,6 miljoen euro structureel, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.1, bestaande uit: • Te verwachten inkomsten Rijk voor 23,4 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 26,5 miljoen euro structureel • Bijstelling bestaand beleid gemeentefonds voor 11,1 miljoen euro in 2023, oplopend naar 19,3 miljoen euro structureel • De extra compensatie voor het effect van de inflatie 2022, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.2, bestaande uit: • Verhogen van de meerjarenbegroting met 16,8 miljoen euro in 2023 en structureel 10,3 miljoen euro • Dit vanaf 2023 voor 6,0 miljoen euro structureel te dekken uit de aangekondigde nacalculatie van het Rijk voor de inflatie 2022 • Dit voor 2,5 miljoen euro in 2024 en structureel 4,0 miljoen euro structureel te dekken uit de begrote middelen voor het na-ijl effect van prijsstijgingen uit de Begroting 2023
•
• Dit voor een bedrag van 0,7 miljoen euro incidenteel te dekking uit de verwachte compensatie voor het opzeggen van het Gazprom contracten • De reservering in de Begroting 2023 voor extreme prijsstijgingen te verlagen met 0,5 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025 Bijsturen op de huidige begroting door inkomsten te verhogen en te bezuinigen voor 8,6 miljoen euro in 2023 en structureel 8,9 miljoen euro, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.3, bestaande uit: • Inkomsten te verhogen met 0,3 miljoen euro in 2024 en structureel 3,7 miljoen euro • Bezuinigen op het huidige beleid met 7,8 miljoen euro in 2024 en structureel 4,0 miljoen euro, zoals toegelicht in bijlage 3 • Bijstellen van ambities uit het coalitieakkoord met 0,8 miljoen in 2023 en structureel met 1,2 miljoen euro
4. Om te komen tot een houdbaar stelsel Jeugdzorg en WMO het tekort van 5,1 miljoen euro in
2024, oplopend naar 15,4 miljoen euro structureel, binnen het brede sociaal domein op te lossen door inhoudelijke keuzes te maken volgens de volgende sporen: a. Een slagvaardig proces, waarbij i. In het najaar 2023 wordt besloten over een invulling en weging van de door te voeren maatregelen en de uitwerking daarvan ii. onze partners in stad en onze inwoners worden betrokken bij de uitwerking iii. en op de reguliere momenten van de begrotingscyclus de voortgang en ontwikkelingen worden gemonitord b. Op een duurzame en toekomstbestendige manier onze inwoners die dat het meest nodig hebben zo goed als mogelijk helpen door: i. Het richten van de inzet op het wegnemen van de oorzaken die leiden tot behoefte aan zorg en ondersteuning, waarbij zoveel als mogelijk de maatregelen en basisvoorzieningen die daaraan een bijdrage leveren zoveel mogelijk te ontzien ii. Met het vertrekpunt dat we een basis voor iedereen bieden de principes voor ongelijk investeren voor gelijke kansen te hanteren om ervoor te zorgen dat de beperkte middelen worden ingezet voor de inwoners en buurten die dit het hardst nodig hebben iii. Het vereenvoudigen van de organisatie van zorg en ondersteuning in de stad en in de wijk iv. Te stoppen met pilots, tijdelijke programma’s en regelingen die geen structurele bijdrage leveren aan de verbetering van de uitvoeringspraktijk. v.
In te zetten op 100% compensatie vanuit het Rijk op de “extra” Utrechtse inzet boven op het wettelijk minimum en de bezuinigingen primair te zoeken volgens de principes die omschreven worden in uitgangspunten 1 t/m 4. Wanneer toch bij uitgangspunt 5 wordt aanbeland, er ook breder in de begroting bezuinigd gaat worden, waarbij de 3 prioriteiten van het coalitieakkoord ontzien worden. In het geval dat er maatregelen binnen principe 5 worden genomen, behouden we de Utrechtse basis. In aanvulling op de tekst in de voorjaarsnota, houdt dit in: a. We handelen binnen uitgangspunt 5 conform de principes 1 t/m 4; b. We zetten in op preventieve en duurzame oplossingen die bewezen effectief zijn; c. We blijven mensen perspectief en kansen bieden om hun situatie te verbeteren; d. De maatregelen mogen niet in strijd zijn met mensenrechten; e. De bestaanszekerheid moet zo goed mogelijk geborgd zijn. c. Financiële uitgangspunten om het tekort inhoudelijk in te vullen: i. Een extra bijdrage van het Rijk voor de jaren 2024 en 2025 van in totaal 4,5 miljoen euro voor het creëren van een groeipad om de taakstelling vanaf 2026 te realiseren ii. Een verwachte extra bijdrage van het Rijk voor jeugd, waarbij we een risico inschatting maken van 35% wat leidt tot een extra inkomsten van 5,6 miljoen euro in 2026, oplopend naar 5,8 miljoen euro structureel vanaf 2027 iii.
een ingroei periode van twee jaar voor de Wmo (2024 en 2025) en om de maatregelen uit te werken en implementeren voor een totaal bedrag van 8,2 miljoen euro, en vanaf 2026 het tekort volledig op te lossen binnen het brede sociale domein iv. inzet van extra tijdelijke capaciteit om de opgave vorm te geven van in totaal 1,5 miljoen euro voor de jaren 2024 en 2025
2
5. Met het oog op het gang houden van woningbouwprojecten middelen binnen het ruimtelijke
domein beschikbaar te maken door: a. het bestedingsdoel van de reservering voor betaalbaar wonen te verbreden van “betaalbaar wonen” naar “betaalbaar wonen en het op gang houden van woningbouwprojecten”. b. Een bedrag van 3,3 miljoen euro te onttrekken aan de reservering voor betaalbaar wonen en dit te bestemmen voor investeringen in de openbare ruimte die nodig zijn om woningbouwprojecten op gang te houden, zoals genoemd in bijlage 4 (deels geheim)
6. De actualisatie van het Meerjarenperspectief Ruimte 2023 hoofdstuk 2, getiteld “Koers houden
in een veranderde markt”, zoals opgenomen in bijlage 5 vast te stellen overeenkomstig de uitgangspunten zoals toegelicht in bijlage 6 en toevoeging van de jaarschijf 2027, inclusief de onderstaande keuzes: a. Het tekort voor het pakket Groei in Balans in 2027 (3,9 miljoen euro) en het tekort in het structurele beeld (2,3 miljoen euro) te dekken door verlaging van budgetten uit het coalitieakkoord voor de schaalsprong groen, de schaalsprong fiets en “spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte” en van kapitaallastenbudgetten vanaf 2027 voor sportaccommodaties en cultuur volgens het principe “samen trap op, samen trap af” en deze in een volgende voorjaarsnota op basis van projectvoorstellen een inhoudelijke prioritering opnemen voor de toebedelen. b. Verlaging van het budget duurzame mobiliteit voor de schaalsprong fiets met 5 miljoen euro incidenteel verdeeld over de jaren 2023 tot en met 2027 en 0,85 miljoen structureel vanaf 2024, dit als onderdeel van het bijsturen (paragraaf 4.3.3) om de begroting sluitend te maken
7. In te stemmen met een kasschuif van de resultaten van de jaren 2023 tot en met 2027, zoals
opgenomen in het financiële beeld in paragraaf 4.1, via de Algemene dekkingsreserve om het saldo van de begroting vanaf 2024 in evenwicht te laten zijn.
8. De mutaties uit de Eerste Bestuursrapportage 2023 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk
5 bestaande uit: • De majeure afwijkingen op de Programmabegroting 2023 voor een bedrag van 0,8 miljoen euro (positief), zoals toegelicht in hoofdstuk 6 • Het instellen van nieuwe reserves: • reserve Betaalbaar wonen en woningbouwprojecten met als doel het realiseren van meer betaalbare woningen in het sociale en middenhuursegment en het op gang houden van woningbouwprojecten, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 8 • reserve Armoedebestrijding en schuldhulpverlening voor een periode van vier jaar met doel eventuele incidentele ruimte voor armoedebeleid en schuldhulpverlening beschikbaar houden voor inzet armoederegelingen en het opvangen van overschrijdingen, overeenkomstig het instellingsbesluit in bijlage 8 • De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 7 • De budgettair neutrale bijsturingsvoorstellen, zoals opgenomen in bijlage 7 Totaaloverzicht budgettair neutrale wijzigingen • De wijzigingsvoorstellen bij de investeringsprojecten, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 • De investeringskredieten 2023 (vervangings- en uitbreidingsinvesteringen) vrij te geven van in totaal 203,9 miljoen euro, zoals toegelicht in hoofdstuk 9 • Het opheffen van de reserve Re-integratiefonds Werk en Inkomen
9. Hiermee de Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 vast te stellen en de
Begroting 2024 op te stellen en de Begroting 2023 aan te passen, met dien verstande dat: 1. De voorziening voor de AMEV milieuprijs wordt opgeheven en de vrijvallende middelen worden besteed aan de ondersteuning van zelfbeheerders via Buurtnatuur030, en deze middelen te spreiden over jaren 2024-2025 en hiertoe het Reglement jaarlijkse toekenning gemeentelijke AMEV-milieuprijs in te trekken. 3
2. De eerste Groene Verantwoordingsdag wordt georganiseerd in 2024, bij voorkeur gekoppeld aan de begrotingscyclus, in lijn met de ideeën die staan beschreven in de eerdere motie (M163/2022) en hiertoe het vrijgekomen budget van 10.000 euro van het fractiebudget van CDA Utrecht in te zetten. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 juli 2023. De griffier,
De voorzitter,
Merel van Hall
Sharon Dijksma
Signed By: Dijksma, Sharon A.M. <s.dijksma@utrecht.nl> 10/07/2023 09:12:47 CEST ID: d508b923-00df-460f-a362-fcc2c8d70391
{{Signer1}} Auth: Scribble
Signed By: van Hall, Merel <m.van.hall@utrecht.nl> 07/07/2023 11:01:36 CEST ID: d508b923-00df-460f-a362-fcc2c8d70391
{{Signer2}} Auth: Scribble
4