CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Protocol ongewenst gedrag

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Gedragscode burgemeester en wethouders 2025701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Protocol herstel onderlinge omgang bij ongewenst gedrag Dit protocol geldt wanneer (mogelijk) sprake is van ongewenst gedrag van politiek ambtsdragers of van leden of bestuurders van de raadsorganen, en de intentie is om het gedrag bespreekbaar te maken en de verstandhouding te herstellen. Vertrekpunt van dit protocol is dat politieke ambtsdragers elkaar aanspreken en aanspreekbaar zijn op getoond gedrag wanneer over dat gedrag vragen, twijfels of irritaties bestaan. Een aanspreekbare en open houding draagt eraan bij dat makkelijker het gesprek kan worden aangegaan over gewenst en ongewenst gedrag. Soms is het niet eenvoudig om zelf dit gesprek aan te gaan. Dit protocol voorziet in de stappen die iemand kan zetten wanneer hulp of bemiddeling gewenst is. Denk bijvoorbeeld aan ondersteuning van de vertrouwenspersoon of het inschakelen van bemiddeling. Dit protocol is niet bedoeld voor klachten over ongewenst gedrag of vermoedens van niet-integer handelen. Bij dergelijke klachten of vermoedens is de insteek om te komen tot een onderbouwd oordeel over de gegrondheid van de klacht of het vermoeden. Bij dergelijke klachten en vermoedens kan op grond van het Protocol vermoeden integriteitsschending een melding worden gedaan. Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepaling 1.

Dit protocol is van toepassing op en voor raadsleden, commissieleden, burgemeester en wethouders, de bestuurders van de Rekenkamer, de (plaatsvervangend) Ombudsman van de gemeente Utrecht, de leden van de Referendumcommissie, de griffier en de medewerkers van de griffie. 2. In deze regeling wordt verstaan onder: A. Gedragscodes: Gedragscode voor raadsleden en commissieleden gemeente Utrecht en Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Utrecht. B. Ervaren ongewenst gedrag: het gedrag zoals omschreven in artikel 5.1.1 van de gedragscodes, dat als ongewenst ervaren is. C. Betrokkene: het raadslid, het commissielid, de burgemeester, de wethouder, de bestuurder van de Rekenkamer, de (plaatsvervangend) bestuurder van het Utrechts Ombudsloket, het lid van de Referendumcommissie en/of de griffier of de medewerker van de griffie van wie gedrag als ongewenst is of wordt ervaren. D. Verzoeker: het raadslid, het commissielid, de burgemeester, de wethouder, de bestuurder van de Rekenkamer, de (plaatsvervangend) bestuurder van het Utrechts Ombudsloket, het lid van de Referendumcommissie en/of de griffier of de medewerker van de griffie die ongewenst gedrag ervaart of heeft ervaren. E.

Vertrouwenspersoon: de persoon die door de gemeente is benoemd als (externe) vertrouwenspersoon of de persoon die door de persoon die ongewenst gedrag heeft ervaren of door de betrokkene waarvan het gedrag als ongewenst is ervaren, gevraagd is op te treden als vertrouwenspersoon. Artikel 2 Ervaren ongewenst gedrag 1. De persoon die geldt als verzoeker als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder D kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon biedt een luisterend oor, adviseert en ondersteunt. 2. Wenst de verzoeker bemiddeling met de betrokkene, dan kan de verzoeker zich tot de burgemeester wenden met het verzoek tot bemiddeling. De burgemeester kan zich laten ondersteunen door de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris. 3. De burgemeester informeert de betrokkene over het verzoek tot bemiddeling. Als deze instemt met het verzoek tot bemiddeling, geeft de burgemeester invulling aan of opdracht tot de bemiddeling. 4. De bemiddeling vindt plaats onder leiding van de burgemeester, of kan met instemming van de verzoeker en de betrokkene plaatsvinden onder leiding van een externe adviseur, zoals een mediator. Verzoeker en betrokkene kunnen zich hierbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. 5. Het doel van deze bemiddeling is het bespreekbaar maken van het ervaren ongewenst gedrag, en of en hoe een voor beiden gewenste situatie kan worden bereikt.

Het doel van de bemiddeling is niet om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van ongewenst gedrag. 6. De burgemeester draagt in geval van bemiddeling zorg voor de schriftelijke vastlegging van de aanleiding, het verloop van het proces op hoofdlijnen, de uitkomst en afronding daarvan. De burgemeester kan de fractievoorzitters op de hoogte stellen van de afronding van de kwestie. De burgemeester kan het college op de hoogte stellen van de afronding van de kwestie. 7. In het geval de burgemeester, de griffier of de gemeentesecretaris gelden als verzoeker of betrokkene, dan worden hun werkzaamheden zoals omschreven in dit artikel uitgevoerd door hun plaatsvervangers. 8. In de Jaarrapportages Integriteit worden het aantal en de aard van de op grond van dit protocol aanhangig gemaakte bemiddelingen opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6ecc5f81-7ff9-4616-a01c-92f44b92e187