CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Protocol ongewenst gedrag

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 11 januari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Gedragscode 2023615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Protocol ongewenst gedrag Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepaling 1. Dit protocol geldt voor ervaren ongewenst gedrag van raadsleden, commissieleden ex. art. 82 Gemeentewet, de voorzitter van de raad, de bestuurders van de Rekenkamer, de bestuurders van het Utrechts Ombudsloket en de bestuurders van de Referendumcommissie jegens raadsleden, commissieleden ex. art. 82 Gemeentewet, de voorzitter van de raad, bestuurders van de Rekenkamer, bestuurders van het Utrechts Ombudsloket, bestuurders van de Referendumcommissie, de griffier, de gemeentesecretaris en ambtenaren. 2. In deze regeling wordt verstaan onder: A. Gedragscode: Gedragscode voor raadsleden en commissieleden gemeente Utrecht B. Ervaren ongewenst gedrag: het gedrag zoals omschreven in artikel 5.1.1 van de gedragscode, dat als ongewenst ervaren is, maar waarvan niet is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van ongewenst gedrag. C. Betrokkene: het raadslid, het commissielid ex. art. 82 Gemeentewet, de voorzitter van de raad, de bestuurder van de Rekenkamer, de bestuurder van het Utrechts Ombudsloket en de bestuurder van de Referendumcommissie van wie gedrag als ongewenst wordt ervaren. D. Ambtenaar: medewerker in dienst van de gemeente Utrecht, hieronder zijn ook begrepen: ingehuurde medewerkers, uitzendkrachten en stagiairs werkzaam voor de gemeente Utrecht. E.

Vertrouwenspersoon: de persoon die door de gemeente is benoemd als (externe) vertrouwenspersoon of de persoon die door de persoon die ongewenst gedrag heeft ervaren of door het raadslid waarvan het gedrag als ongewenst is ervaren, gevraagd is op te treden als vertrouwenspersoon. Artikel 2 Ervaren ongewenst gedrag 1. De persoon die ongewenst gedrag ervaart of heeft ervaren kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon biedt een luisterend oor, adviseert en ondersteunt. 2. Wenst de persoon bemiddeling met de betrokkene wiens gedrag als ongewenst ervaren is, dan kan deze persoon zich tot de griffier wenden met het verzoek tot bemiddeling. 3. De griffier informeert de betrokkene over het verzoek tot bemiddeling. Als deze instemt met het verzoek tot bemiddeling, organiseert de griffier de bemiddeling. 4. De bemiddeling vindt plaats onder leiding van de voorzitter van de raad, of kan met instemming van de persoon die ongewenst gedrag ervaart of heeft ervaren en de betrokkene wiens gedrag als ongewenst ervaren is plaatsvinden onder leiding van een externe adviseur, zoals een mediator. Beiden kunnen zich hierbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. 5. Het doel van deze bemiddeling is het bespreekbaar maken van het ervaren ongewenste gedrag, en of en hoe een voor beiden gewenste situatie kan worden bereikt.

Het doel van de bemiddeling is niet om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van ongewenst gedrag. 6. Biedt deze bemiddeling geen oplossing of wordt door één van beide personen een andere afhandeling gewenst, dan kan het ervaren ongewenste gedrag aanhangig worden gemaakt bij een door beide personen geaccepteerd gezaghebbend persoon, die om een beoordeling wordt gevraagd. Beide personen zijn daarbij bereid zich aan deze beoordeling te committeren. Als geen overeenstemming wordt bereikt over de te consulteren persoon, dan kan de voorzitter van de raad een persoon aanwijzen. 7. De griffier draagt zorg voor de schriftelijke vastlegging van de melding, het verloop van het proces op hoofdlijnen, de uitkomst en afronding daarvan. De griffier kan de fractievoorzitters op de hoogte stellen van de afronding van de kwestie. 8. De persoon die het gedrag als ongewenst ervaart of heeft ervaren kan daarvan eveneens melding doen ingevolge het protocol melding vermoeden integriteitsschending. 9. In het geval de voorzitter van de raad of de griffier het ongewenste gedrag hebben ervaren of in het geval een persoon ongewenst gedrag door de voorzitter van de raad heeft ervaren, dan

worden hun werkzaamheden zoals omschreven in dit artikel uitgevoerd door hun plaatsvervangers. 10. In de Jaarrapportage Integriteit worden het aantal en de aard van de aanhangig gemaakte kwesties van ervaren ongewenst gedrag van raadsleden opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c88f8c29-5313-4061-a85e-e951e4898574