Programmatische Verkenning Rijnenburg
Tekst van het document
Programmatische verkenning Rijnenburg Op weg naar een Uitgangspuntennotitie september 2024
utrecht.nl/rijnenburg
Inhoud
1
Voorwoord
3
Samenvatting
5
1.
Opgave en proces
11
1.1
Verstedelijkingsopgave Groot Merwede en Rijnenburg
11
1.2
Opgave gebiedsontwikkeling Rijnenburg
12
1.3
Gezond stedelijk leven voor iedereen als leidraad voor ontwikkeling Rijnenburg
13
1.4
Proces en producten
15
1.5
Leeswijzer
18
2.
Ruimtelijke inventarisatie
19
2.1
Ligging
19
2.2
Gebiedskenmerken
20
2.3
Opgaven en ontwikkelingen in en om het gebied
26
3.
Thematische uitgangspunten
28
3.1
Mobiliteit
29
3.2
Programma
32
3.3
Gezonde leefomgeving
37
4.
Groenblauw raamwerk als basis
43
5.
Rijnenburg: landschapsstad
49
5.1
Schets van Rijnenburg
49
5.2
Vervolg richting Uitgangspuntennotitie
52
Bijlagen
53
Colofon
54
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
Figuur 1: Luchtfoto van de Nedereindseweg met op de achtergrond polder Rijnenburg en aan de horizon De Meern, bedrijventerrein Oudenrijn en Strijkviertel. Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
2
Voorwoord Toekomstbestendig, aantrekkelijk en levendig Rijnenburg, het kan! Terwijl er in de Merwedekanaalzone nog volop gebouwd wordt aan duizenden nieuwe Utrechtse woningen werken we samen met het Rijk en de regio aan nieuwe woningbouwplannen voor de toekomst. In het hart van het land, aan de zuidwestkant van Utrecht liggen Groot Merwede en Rijnenburg als unieke mogelijkheden om nieuwe, aantrekkelijke gebieden te ontwikkelen. In Utrecht spreken we al jaren over het bouwen van woningen in Rijnenburg. Dat brengt ook uitdagingen met zich mee, maar dit document dat voor u ligt is de eerste zorgvuldige verkenning van de mogelijkheden. Het resultaat is een inventarisatie van bodem-, water-, archeologie-, flora- en fauna-onderzoeken, en onderzoeken naar mobiliteit en wonen, werken en voorzieningen. Hieruit blijkt wat er mogelijk kan zijn in Rijnenburg. Er is hier de ruimte en kans om de broodnodige woonruimte te maken voor rond de 50.000 mensen. Daarnaast moet er ook gelegenheid zijn om te werken in het gebied, te sporten, naar school te gaan, te recreëren, uit te gaan, zorg te krijgen en samen te leven in een groene en waterrijke omgeving. Veel ambities moeten samenkomen door slim om te gaan met de beschikbare ruimte. Op deze grond, waar tweeduizend jaar geleden al mensen leefden, is plek voor een compacte, stadse wijk, waar mensen klimaatbestendig en duurzaam wonen.
Met gebruik van duurzaam opgewekte energie, in een omgeving die inspireert tot gezond gedrag. Rijnenburg wordt een gebied waarin landschap en stad onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Door de van oudsher aanwezige waterlopen te versterken en natuurlijk groen terug te brengen kan de biodiversiteit een waanzinnige groeispurt maken.
3
De ontwikkeling van Rijnenburg is een puzzelstuk in de mogelijke groei van de hele zuidwestkant van Utrecht. Rijnenburg kan alleen ontwikkeld worden als er een goede ontsluiting komt met hoogwaardig openbaar vervoer, waarmee andere delen van de stad en de regio dichtbij komen. Want als meer wonen leidt tot meer autoverkeer, dan loopt het verkeer rond Utrecht vast. Een investering in het openbaar vervoer door Rijk en regio is dan ook een voorwaarde voor de ontwikkeling van het gebied. De ontwikkeling van Rijnenburg is een complexe opgave en een uitdaging die wij willen aangaan. Dat kan en moet in één keer goed. Dat lukt alleen als we het samen doen. Met onze samenwerkingspartners hebben we de kennis en innovatiekracht om hier een prachtige nieuwe wijk van te maken, die een geweldige meerwaarde gaat opleveren voor stad en regio.
Toekomstbestendig, aantrekkelijk en levendig Rijnenburg, het kan!
Eelco Eerenberg Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling, Groot Merwede, Onderwijs en Volksgezondheid.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
1
2
3
4
5
6
7
8
Veldhuizen
Me N22 ern 8/ dij Lange k Vliet Ringk ade
Rijnenburg
nd
12
Ned
se
ere
inds
se
IJs er et
lw
el IJss
11
g
15
ewe g 10
in
13
8
Heyco
4
Ho ll a
pperk ade
ing
2
11
N228
Knoopunt Oudenrijn
lweter
Ringkade
A2
IJsselsteinse Bos
A12
Galecopperzoom Galecopperweterin
g
12
Galecop
14
Nieuwegein Batau
Polder Broek
16 13
15
l
Midde
Papendorp
10
aa
3
9
Hoogspanningsstation Oudenrijn
kan
7
de
Rijn
Reijerscop
Strijkviertel C.H. Le tscher tweg 1 6 5
N198/
pperka
m-
Heyco
A2
rda ste
scop
Am
Bedrijventerrein Oudenrijn
Af De Mreit ern
Reije r 9
Afrit Utrecht Langerak Utrecht
De Meern
A12
Ringkade
Afrit Harmelen
Groene Hart
14
Nedereindse Plas
16
IJsselveld Achterveld
IJsselstein
Afrit Nieuwegein
Doorslag
Figuur 2: Kaart van Rijnenburg en Reijerscop met enkele foto's van de huidige situatie Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
4
Samenvatting Aan de zuidwestkant van Utrecht werken we samen met Rijk en regio aan een veelbelovende toekomst van nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit doen we door de transformatie van Groot Merwede en de ontwikkeling van een nieuw stadsdeel Rijnenburg. Hiermee dragen we bij aan het opvangen van de groei in de Utrechtse regio. Op dit moment is de druk op de woningmarkt in Utrecht één van de grootste van Nederland. Om deze te verlichten worden tot en met 2030 alleen al in Utrecht Groot Merwede, het gebied tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein, ruim 25.000 woningen gebouwd samen met de gemeente Nieuwegein. Na 2030 gaat het om de bouw van mogelijk nog eens 15.000 tot 27.000 woningen in o.a. Westraven en Galecopperzoom en voor het nieuwe stadsdeel Rijnenburg wordt verkend om daar nog eens 22.000 tot 25.000 woningen te bouwen na 2035. Om deze ambitie waar te maken, is een aanzienlijke investering nodig voor OV-verbindingen en fiets- en weginfrastructuur. Ons doel is in te zetten op een hoogwaardige OV-verbinding tussen het Centraal Station en Rijnenburg met het realiseren van een Merwedelijn en een daarop aansluitende Rijnenburglijn1. In Westraven ontstaat een knoop, waar bestaande bus- en tramlijnen naadloos op elkaar aansluiten. Daarmee versterken we het regionale OV systeem.
In de oplegger bij de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU2040) hebben wij de ambitie vastgelegd om Rijnenburg te ontwikkelen tot een compacte gemengde stedelijke wijk, met onder meer 22.000 tot 25.000 woningen, bijbehorende (groen) voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid. In het noordelijk deel komt een landschapspark met permanente energie. De volgende stap is het opstellen van een Uitgangspuntennotitie waarin de uitgangspunten voor de ontwikkeling van Rijnenburg worden vastgelegd. Deze Programmatische Verkenning is een tussenproduct op weg naar deze Uitgangspuntennotitie en bedoeld om de gemeenteraad en overige geïnteresseerden mee te nemen in hoe het college uitwerking geeft aan de opgave uit de oplegger bij de RSU2040. De Programmatische Verkenning beschrijft de resultaten van uitgevoerde onderzoeken naar mobiliteit, werken en voorzieningen, en welke thematische uitgangspunten worden gehanteerd. De Programmatische Verkenning 1
bevat geen onderlinge weging van de thema’s en stelt geen nadere kaders vast voor de ontwikkeling van Rijnenburg; dit wordt onderdeel van de Uitgangspuntennotitie (zie ook hoofdstuk 1). Uit de ruimtelijke inventarisatie (hoofdstuk 2) wordt duidelijk dat Rijnenburg een schakel is tussen het stedelijk gebied in Utrecht Zuidwest en de landschappelijke kwaliteiten van Reijerscop, het Hollandse IJsselgebied en het Groene Hart. Samen met het gebruik van de polder door de eeuwen heen (Romeinse nederzettingen op de stroomrug, het slagenlandschap van de 11e eeuw), biedt dit een uitgelezen kans om Rijnenburg te ontwikkelen op basis van een robuust groenblauw raamwerk. Tegelijk biedt de ligging van de polder ook de nodige uitdagingen voor het bodem- en watersysteem en de ontsluiting van het gebied. Inhoudelijk bouwt de Programmatische Verkenning voort op de eerder uitgevoerde Ontwerpstudie Rijnenburg (2021). Zo laat het mobiliteitsonderzoek (hoofdstuk 3.1) zien dat een toekomstvast Rijnenburg een sturend mobiliteitsconcept nodig heeft om in een compact gebied 22.000 – 25.000 woningen te bouwen. Daarbij speelt dat Rijnenburg tegen de snelwegen A2 en A12 aan ligt en op deze snelwegen is het momenteel al erg druk. Het vergroten van de capaciteit van de A2, de A12 en de ring Utrecht vraagt om grote investeringen en heeft veel impact op de omgeving.
Deze investeringen willen we zo veel mogelijk voorkomen, door onder meer in te zetten op nabijheid. De bandbreedte van 22.000-25.000 woningen is mede gebaseerd op het aantal woningen dat minimaal nodig is om hoogwaardig OV (lightrail) naar Rijnenburg mogelijk te maken. De belangrijkste ‘knoppen’ in het sturende mobiliteitsconcept zijn: •
nabijheid van voorzieningen;
•
aantrekkelijke, snelle en door programma begeleide fietsroutes in alle windrichtingen;
•
hoogwaardig en robuust OV met o.a. een snelle verbinding naar Utrecht CS;
•
auto op afstand en alleen voor extern gebruik.
Met Rijnenburglijn wordt de aftakking van de Merwedelijn naar Rijnenburg bedoeld.
5
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
Figuur 3: Ligging van Rijnenburg gezien vanuit het zuidwesten.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
6
De (kwantitatieve) programmatische opgave voor Rijnenburg (hoofdstuk 3.2) leidt samen met de beschikbare ruimte tot stedelijke dichtheden vergelijkbaar met Leidsche Rijn Centrum en Merwedekanaalzone. Rijnenburg kan een stadsdeel worden waar iedereen die zich bij dit ruimtelijk concept thuis voelt een plek kan vinden in duurzame, betaalbare en kwalitatief goede woningen. Een grootstedelijke ontwikkeling als Rijnenburg vraagt om een goed en volledig voorzieningenniveau voor de wijk, waar alle maatschappelijke en commerciële voorzieningen een plek hebben en binnen 10 minuten van de woning bereikbaar zijn. In Rijnenburg kan een levendig centrumgebied komen met een goede mix van wonen, stedelijke werkfuncties (zoals kleinschalige en creatieve bedrijvigheid) en maatschappelijke en commerciële voorzieningen (zoals retail en horeca). Het centrumgebied is gericht op de wijk Rijnenburg en daarmee qua omvang kleiner dan een centrum met stedelijke en/ of regionale uitstraling zoals Leidsche Rijn Centrum of Hoog Catharijne. Daarnaast zouden er één of meerdere satellieten kunnen komen waar wijkverzorgende functies zoals een buurthuis, gezondheidscentrum, onderwijs en kinderopvang een plek krijgen.
Zowel het centrumgebied als de satellieten worden gerealiseerd rondom de HOVhaltes en worden ingericht als ontmoetings- en gemeenschapsplekken waar mensen samenkomen en sociale contacten onderhouden.
Om een goed nieuw stadsdeel te realiseren is een gezonde leefomgeving randvoorwaardelijk (hoofdstuk 3.3). Het ruimtelijk borgen van thema’s als gezonde natuur/biodiversiteit, een gezond klimaat, schone lucht, een gezonde bodem, gezonde beweging/mobiliteit, plekken voor rust en ontmoeting is minstens zo belangrijk als het gebouwde programma en mobiliteit. Daarom is een groenblauw raamwerk als hoofdstructuur van Rijnenburg ontwikkeld. Het groenblauw raamwerk is opgebouwd aan de hand van zeven uitgangspunten:
Het onderzoek naar werken en voorzieningen bevestigt dat realisatie van minimaal 12.500 arbeidsplaatsen in Rijnenburg reëel is. Dit betreft met name wijkgebonden werkgelegenheid. De stedelijke behoefte voor een bedrijventerrein voor kleinschalige en middelgrote bedrijfsruimtegebruikers is netto circa 39 tot 52 hectare. Ruimtelijk kan Rijnenburg een deel van deze behoefte inpassen; dit moet nader afgewogen worden in relatie tot bereikbaarheid en ruimtelijke inpassing. Omdat Rijnenburg niet in de nabijheid van een OV-(trein)knooppunt is gelegen, is er alleen beperkte behoefte aan vooral wijkgebonden kantoorruimte. Het verwachte aantal arbeidsplaatsen is ongeveer een kwart van het verwachte aantal bewoners. Voorkomen moet worden dat Rijnenburg zich tot een monofunctionele wijk ontwikkelt, zowel vanuit het oogpunt van leefbaarheid als vanuit OV-exploitatie.
7
•
Bodem en water zijn sturend in de ontwikkeling van Rijnenburg;
•
Een groenblauw raamwerk op ieder schaalniveau brengt landschap en natuur tot aan de voordeur;
•
Het groenblauwe raamwerk staat niet op zich maar is altijd verbonden met de omgeving;
•
Compacte verstedelijking om ruimte vrij te spelen voor groen en landschap;
•
Het groenblauwe raamwerk is van en voor iedereen: mens, plant en dier;
•
Rust en ruimte krijgen hun plek in en om de wijk in het landschap;
•
Rijnenburg levert zijn bijdrage aan de stad en regio.
Het groenblauwe raamwerk (hoofdstuk 4) is de vertaling van bovenstaande uitgangspunten en bestaat uit zeven bouwstenen die elk hun eigen specifieke waarde vertegenwoordigen in de gezonde leefomgeving van het Rijnenburg van de toekomst: Landschapspark Rijnenburg, het Stroomrugpark, Lange lijnen, Historische linten, Hollandse IJsselgebied, Nedereindse Park en Reijerscop. Dit raamwerk legt de basis voor de ontwikkeling van Rijnenburg. Het borgt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied (gebruikerswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde) en draagt zorg voor (veelal zachte) waarden als identiteit, biodiversiteit, natuur, rust, gezondheid, klimaatbestendigheid, esthetiek, et cetera. Deze waarden zijn niet goed in euro’s of exploitaties uit te drukken, maar zijn cruciaal voor het goed functioneren van een gebied en het welbevinden van de bewoners of bezoekers (mens, plant en dier) en daarmee het gezond stedelijk leven voor iedereen.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
De thematische onderzoeken en uitgangspunten brengen het beeld naar voren van Rijnenburg als landschapsstad (hoofdstuk 5). Een landschapsstad waarbij stedelijkheid gecombineerd is met sterke landschappelijke waarden. Een landschapsstad waar alle dagelijkse voorzieningen te vinden zijn, maar die ook ruimtelijk en sociaal verbonden is met stad en regio. Een landschapsstad waar men bewust leeft, waar men rekening houdt met elkaar, met mens én natuur. Met de nabijheid van zowel stad als landschap kunnen we in Rijnenburg de landschapsstad van de toekomst vormgeven. De ontwikkeling van Rijnenburg naar landschapsstad ontstaat niet zomaar. Er is nog veel onderzoek nodig om van de thematische uitgangspunten uit dit document te komen tot integraal afgewogen en haalbare uitgangspunten en daarmee een antwoord te geven op de uitdagingen waar we met elkaar voor staan om dit gebied succesvol tot ontwikkeling te brengen. Uitdagingen zoals het creëren van een aantrekkelijk en leefbaar woon- en werkmilieu in relatie tot het hierboven geschetste sturende mobiliteitsconcept, het maken van goede verbindingen met omliggend stedelijk gebied zodat beiden elkaar versterken en Rijnenburg geen eiland op zichzelf wordt. Daarbij is ontwikkeling alleen mogelijk als we samen met Rijk en provincie een aanzienlijke investering maken voor OV-verbindingen en fiets- en weginfrastructuur.
In de volgende stap richting de Uitgangspuntennotitie wordt daarom door middel van (ontwerpend) onderzoek inzichtelijk gemaakt hoe de belangrijkste thematische uitgangspunten (groenblauw raamwerk, dichtheid, mobiliteit en type programma (wonen, werken, recreëren)) zich tot elkaar en tot de omgeving (stad, landschap en regio) kunnen verhouden. Daarbij weten wij ook dat niet alle beschreven ruimteclaims ingepast kunnen worden. Het is nodig om in de vervolgfase onderzoek te doen naar duurzaam ruimtegebruik en daarbij naar oplossingen te zoeken zoals dubbelgebruik van functies en het uitwisselen van functies met omliggend bestaand en toekomstig gebied. Dit onderzoek doen we niet alleen maar blijven wij doen in nauwe samenwerking en afstemming met het consortium van grondeigenaren, onze Rijks- en regiopartners (via het programma U Ned en het MIRT-onderzoek), het waterschap en netbeheerders. En met betrokkenheid van bewoners, ondernemers, gebruikers in en om het gebied en overige stakeholders zoals belangenorganisaties op het gebied van natuur en mobiliteit.
Figuur 4: Luchtfoto van Rijnenburg en Reijerscop gezien vanuit bedrijventerrein Oudenrijn
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
8
Wonen in Rijnenburg •
je woont in een wijk die is verbonden met het landschap, een combinatie van een stadse omgeving met veel appartementen, een autoluwe buurt en veel groen, water en natuur voor de deur en in de buurt.
•
je woont in een wijk waar voor iedereen een plek is: van alleenstaand tot gezinnen, van kinderen en studenten tot ouderen; met veel verschillende woningtypes, beschikbaar voor alle prijsklassen. Je woont in duurzame en toekomstbestendige woningen die klaar zijn voor het veranderende klimaat en de behoefte aan schone energie.
•
je kan werk vinden in de wijk, snel naar je werk reizen met fiets of OV of met de auto via de parkeerhubs aan de rand van de wijk.
•
je vindt in de wijk alles wat je in het dagelijks leven nodig hebt: van supermarkt tot café en restaurant, van sportvelden tot gezondheidscentrum, van kinderopvang tot school.
•
je komt overal in de wijk makkelijk lopend, fietsend of met het OV en via snelle fiets- en ov-verbindingen binnen een half uur naar het centrum van Utrecht, het station of andere centra. En als je de auto toch nodig hebt, maak je gebruik van een deelauto of haal je je auto op in een HUB aan de rand van de wijk.
•
je hebt wandel- en fietsroutes in de buurt die je zo leiden naar de parken aan de stroomrug, het grote (noordelijk) landschapspark met veel water, natuur en sport, de prachtige Hollandse IJssel of het Nedereindse park
•
je ervaart dat je woont in een gebied met rijke historie: van Romeinen tot middeleeuws landschap.
Kortom, je woont in een wijk die is verbonden met het landschap, waar men bewust leeft, waar men rekening houdt met elkaar, met mens én natuur.
Figuur 5: Sfeercollage van een mogelijke invulling van het nieuwe stadsdeel Rijnenburg ten noorden van de Nedereindseweg.
9
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
10
1. Opgave en proces 1.1 Verstedelijkingsopgave Groot Merwede en Rijnenburg De regio Utrecht is door haar centrale ligging en aantrekkingskracht economisch krachtig en gewild als woonplek. Er is daarom een groot tekort aan woningen en werklocaties. Om te voorkomen dat nieuwe generaties en de middenklasse niet meer in Utrecht kunnen wonen en over grote afstanden van en naar hun werk moeten reizen zal de stadsregio de komende halve eeuw aanzienlijk moeten kunnen groeien. Ook vanuit het Rijk wordt deze grote vraag naar nieuwe woningen en werklocaties gezien. Om de druk op de woningmarkt te verlichten worden tot en met 2030 alleen al in Utrecht Groot Merwede, het gebied tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein, ruim 25.000 woningen gebouwd samen met de gemeente Nieuwegein. Na 2030 gaat het om de bouw van mogelijk nog eens 15.000 tot 27.000 woningen in o.a. Westraven en Galecopperzoom (voorheen: A12-zone) en voor het nieuwe stadsdeel Rijnenburg wordt verkend om daar nog eens 22.000 tot 25.000 woningen te bouwen na 2035. Om deze ambitie waar te maken, is een aanzienlijke investering nodig voor OV-verbindingen en fiets- en weginfrastructuur. Het doel is in te zetten op een hoogwaardige OV-verbinding tussen het Centraal Station en Rijnenburg met het realiseren van een Merwedelijn en een daarop aansluitende Rijnenburglijn2.
In Westraven ontstaat een knoop, waar bestaande bus- en tramlijnen naadloos op elkaar aansluiten. Daarmee versterken we het regionale OV systeem. In de regio Utrecht is Groot Merwede en Rijnenburg, met potentie voor in totaal 60.000 tot 70.000 woningen, aangewezen als één van de 17 grootschalige NOVEX-gebieden. Rijnenburg maakt onderdeel uit van het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort ‘Gezond groeien in nabijheid’ (zie figuur 6).
Figuur 6: De ligging van het plangebied in het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort
2
Met Rijnenburglijn wordt de aftakking van de Merwedelijn naar Rijnenburg bedoeld.
11
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
1.2 Opgave gebiedsontwikkeling Rijnenburg R SU20 4 0
GEBIEDEN
2
/ Rijnenburg
voor de verdere uitwerking in deze Programmatische Verkenning. In figuur 7 is de De ontwikkeling van Rijnenburg is een mooie kans om met goede betaalbare woningen Belangrijkste ruimtelijke ingrepen: kaart met indicatieve uitwerking gebiedskaart Rijnenburg uit de OpleggerRijnenburg RSU 2040 in grote aantallen bij te dragen aan de woonopgave van de regio Utrecht. En tegelijk 1 grootschalige opwekking weergegeven. nieuwe natuur te ontwikkelen met onder andere een landschapsparkZoekgebied voor stad en zonne-energie in combinatie met natuur, In de Uitgangspuntennotitie en daarmee in deze Programmatische Verkenning wordt de regio. Het is dan ook opgenomen als locatie waar groei kan plaatsvinden in het sport, recreatie en waterberging. 3 polder Reijerscop meegenomen als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Rijnenburg. Coalitieakkoord 2022-2026 van de gemeente Utrecht. Vanuit het principe ‘bodem en 3 integrale benadering van het 2 Zoekgebied grootschalige opwekking Op deze wijze borgen we op Utrechts grondgebied een water sturend’ kiest Utrecht voor een concentratie van de verstedelijking op e hoger windenergie. hele gebied ten zuiden van de A12. Reijerscop,1 als onderdeel van het Groene Hart, is gelegen delen van Rijnenburg.
Deze keuze is tot stand gekomen na twee recente studies door de gemeente naar de ontwikkeling van Rijnenburg: de QuickScan 3 Nieuwe doorgaande wandel- en niet in beeld voor verstedelijking. In het gebied liggen wel kansen voor (stads)landbouw, 8 4 fietsverbindingen naar Nieuwegein, Leidsche groen, energie, etc. gerelateerd recreatie, aan de ontwikkeling van Rijnenburg. Verstedelijking (2020) en de Ontwerpstudie Rijnenburg (2022). De gemeenteraad heeft Rijn onder/over de A2/A12 en IJsselstein. de keuze om te bouwen in Rijnenburg vastgelegd in de Oplegger RSU2040 (maart 2 7 2023): Plangebied Nieuw groen-blauw netwerk aanleggen. Dit 4 verbindt het gebied met de Hollandse HetIJssel plangebied beslaat5 het totale gebied8van Rijnenburg inclusief Reijerscop (zie figuur en de Oude Hollandse Waterlinie. “Daarmee zetten we in op de ontwikkeling van Rijnenburg tot een compacte gemengde stedelijke 6). Het gebied heeft een omvang van circa 1.215 hectare en is onder te verdelen in: R SU20 4 0 G E B I E D E N / Rijnenburg 2 wijk, met onder meer tussen de 22.000 en 25.000 woningen, bijbehorende (groen)voorzieningen noordelijk deel Rijnenburg (360 hectare), 10midden en zuidelijk deel Rijnenburg (540 Uitbreiding IJsselbos als groene kraag om de 5 en ruimte voor werkgelegenheid, waarbij de mogelijkheid om een bedrijventerrein toe te voegen polder.
hectare), omgeving Nedereindse Park (95 hectare) en Reijerscop (220 hectare). wordt onderzocht. De wijk wordt bovendien circulair, klimaatneutraal, en natuurinclusief. Naast R SU20 4 0 R SU20 4 0
4
G E B I E D E N / Rijnenburg G E B I E D E N / Rijnenburg
Belangrijkste ruimtelijke ingrepen: de keuze voor compacte verstedelijking in Rijnenburg, maakt de raad ook deRijnenburg keuze om het wordt een stedelijke wijk met een 6 Belangrijksteruimtelijke ruimtelijkeingrepen: ingrepen: energielandschap in het noorden van Rijnenburg permanent te maken.” Belangrijkste eigen centrum.
6
Rijnenburg
5
3 3 3 3
3 3
4 4
1
811 8 8 2 2
7 7
8 8
5 5
8
11
10 10 4 4
2 5 investeringen en heeft veel impact op de omgeving. Deze investeringen willen we zo HOV lightrail met aansluiting op het ’wiel met 7 10 Nieuwop groen-blauw netwerk aanleggen. Dit veel mogelijk voorkomen, door onder meer in te4 zetten nabijheid. Dit is conform spaken’. 8 verbindt het gebied met de Hollandse IJssel 5 onze Mobiliteitsstrategie U Ned die we als Rijk en regio hebben opgesteld. Mede en de Oude Hollandse 11 Waterlinie. Park voor sport en recreatie met 3 daarom vraagt de ontwikkeling van Rijnenburg om Hoogwaardig Openbaar Vervoer regionale functies. 10 Uitbreiding IJsselbos als groene om de 5 (bijvoorbeeld in de vorm van een lightrail) als volwaardig alternatief voor kraag de auto. polder. Om het HOV goed te kunnen exploiteren zijn voldoende reizigers nodig. Volgens de 4 6 Quickscan Rijnenburg (2020) gaat het om minimaal 25.000wordt woningen, waarbij Rijnenburg een stedelijke wijk metdit een 6 3 eigen centrum. moet worden bezien aantal in samenhang met de ontwikkeling van Groot Merwede 4 (zie ook paragraaf 3.1). Bovenstaande tekst uit de Oplegger RSU 2040 is het kader Figuur 7: 5 Kaart Rijnenburg uit de Oplegger RSU 2040 Laagstgelegen delen van de polder zijn 6 6
7 7
7
geschikt voor waterberging met een recreatieve functie.
6 6
Rijnenburg wordt een stedelijke wijk met een Rijnenburg wordt een stedelijke wijk met een eigen centrum. eigen centrum.
4 4
Laagstgelegen delen van de polder zijn Laagstgelegen delen van de polder zijn geschikt voor waterberging met een geschikt voor waterberging met een recreatieve functie. recreatieve functie.
8 8
Zoekgebied voor nieuwe roeibaan met Zoekgebied voor nieuwe roeibaan met zwemwater. zwemwater.
9 9
Drijvende zonnepanelen op Nedereindse Plas. Drijvende zonnepanelen op Nedereindse Plas.
10 10
HOV lightrail met aansluiting op het ’wiel met HOV lightrail met aansluiting op het ’wiel met spaken’. spaken’.
11 11
Park voor sport en recreatie met Park voor sport en recreatie met regionale functies. regionale functies.
3 3
5 5
Zoekgebied voor nieuwe roeibaan met zwemwater.
3 3
9
8 8
11 11
5 5
9 9
3 3
3 8
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
8
3
Rijnenburg Rijnenburg
4
Zoekgebied grootschalige opwekking 1 Zoekgebied grootschalige opwekking 1 Zoekgebied grootschalige opwekking zonne-energie in combinatie met natuur, zonne-energie in combinatie met natuur, zonne-energie in combinatie met natuur, delen van de polder zijn sport, recreatie en waterberging. Laagstgelegen sport, recreatie en waterberging. 7 De opgave van 22.000 tot 25.000 woningen is niet sport, alleen gekozen om grote aantallen recreatie en waterberging. 2 Zoekgebied grootschalige opwekking 3 geschikt voor waterberging met een 2 Zoekgebied grootschalige opwekking windenergie. windenergie. aan de woningvoorraad toe te voegen. Het huidige wegennet rond Utrecht heeft slechts recreatieve functie. 3 Nieuwe doorgaande wandel- en 2 Zoekgebied grootschalige opwekking 3 Nieuwe doorgaande wandel- en fietsverbindingen naar Nieuwegein, Leidsche een beperkte restcapaciteit, dit geldt ook voor de snelwegen rondom Rijnenburg fietsverbindingen naar Nieuwegein, Leidsche Rijn onder/over de A2/A12 en IJsselstein. windenergie. Rijn onder/over de A2/A12 en IJsselstein. Zoekgebied voor nieuwe roeibaan met 8 (A2 en A12). Als in Rijnenburg een traditionele woonwijk wordt ontwikkeld met veel Nieuw groen-blauw netwerk aanleggen. Dit 4 Nieuw groen-blauw netwerk aanleggen. Dit 4 zwemwater.
verbindt het gebied met de Hollandse IJssel verbindt het gebied met de Hollandse IJssel 3 Nieuwe doorgaande en overbelast. en de Oude Hollandse Waterlinie. autogebruik slibt het wegennet verder dicht en worden de op- en wandelafritten en de Oude Hollandse Waterlinie. 4 fietsverbindingen naar Leidsche 9 Nieuwegein, Uitbreiding IJsselbos als groene kraag om de 5 Drijvende Plas. Uitbreiding IJsselbos als groene kraag om de 5 Het vergroten van de capaciteit van de A2, de A12 Rijn en onder/over de ring de Utrecht vraagtzonnepanelen om grote op Nedereindse polder. polder. A2/A12 en IJsselstein. 1
2 2
12
1.3 Gezond stedelijk leven voor iedereen als leidraad voor ontwikkeling Rijnenburg Utrecht wil gebalanceerd groeien met als doel een gezond stedelijk leven voor iedereen. Daarvoor gebruikt zij de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU2040, inclusief de Oplegger uit 2022). De RSU 2040 geeft een beeld hoe de gemeente de stad in de toekomst voor zich ziet met aandacht en ruimte voor groen, wonen, werken, mobiliteit, energie en voorzieningen. Utrecht kiest voor een stad waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht dichtbij, de 10-minuten stad (zie figuur 8). De ambities uit de RSU2040 sluiten aan op de ambities zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie, de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en het Integraal Ruimtelijk Perspectief van de Regio Utrecht.
tot rust kom in het groen ik de natuur beleef
ik speel
ik werk ik mijn apparaten laat repareren
0 minute at 1 n a t s
aar... nw va
Mijn hu is
ik sport
ik op de trein/tram stap
ik mijn boodschappen doe
ik verkoeling zoek
ik naar een voorstelling ga
Om Rijnenburg in balans te ontwikkelen gebruikt de gemeente de Utrechtse barcode. De barcode is een stedelijk hulpmiddel en geeft een kwantitatief beeld van de hoeveelheid ruimte die nodig zou zijn voor allerlei functies en voorzieningen als de stad groeit. Door op deze manier naar de ruimte te kijken, groeit de stad gebalanceerd en integraal en wordt voorkomen dat extra woningbouw zorgt voor te hoge druk op bijvoorbeeld scholen of groenvoorzieningen. Voor Rijnenburg betekent dit dat niet alleen de woningbouwopgave, maar het totale palet aan functies vanaf het begin wordt meegenomen: wonen, werken, voorzieningen, groen, water, energie, mobiliteit, et cetera. Voor dit document zijn voor de verschillende onderdelen van de barcode onderzoeken uitgevoerd en thematische uitgangspunten geformuleerd (zie hoofdstuk 3). In de volgende fase, wanneer we werken aan het maken van de Uitgangspuntennotitie, komen de samenhang, tegenstellingen en afhankelijkheden tussen de onderdelen van de barcode aan de orde. Zodat duidelijk wordt welke functies gecombineerd kunnen worden tot een ‘intelligente barcode’ (zie paragraaf 3.3 van de Oplegger RSU) en waar ruimtelijke keuzes gemaakt moeten worden, zowel voor Rijnenburg zelf als voor stedelijke en waar mogelijk regionale vraagstukken (zie ook pagina 40).
Om verder invulling te geven aan de barcode en de visie van ‘Utrecht dichtbij’, de 10-minuten stad heeft de gemeente Utrecht zes stadsprofielen ontworpen die van toepassing zijn voor het Utrecht van 2040. Utrecht koestert haar veelkleurigheid en diversiteit. Die variatie behoudt en versterkt Utrecht, ook in de ontwikkeling naar 2040. De Utrechtse gebieden, wijken en buurten spiegelen zich aan deze verschillende stadsprofielen en zo ook Rijnenburg. De stadsprofielen zijn:
ik zwem ik naar de dokter ga
mijn energie vandaan komt ik mensen ontmoet
ik naar school ga
Figuur 8: Het bouwen van een nieuwe wijk als Rijnenburg volgens de gedachte van de 10-minutenstad vraagt om meer dan alleen woningen: het hele palet aan functies is nodig in de nabijheid om het goed te laten functioneren (bron: RSU 2040)
13
De groene stad: een stad die innig verbonden is met het rijke landschap eromheen. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een randvoorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling. Niet alleen voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarom is het uitgangspunt dat groen, landschap en water niet het sluitstuk maar de start in het denken vormen bij de verstedelijking.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
De verbonden stad: een stad waarin sprake is van goede sociale, mentale en fysieke verbindingen. De compacte stad: een stad met meerdere kernen, die compact blijft door de ruimte multifunctioneel te benutten en door te zorgen dat wonen, werken, voorzieningen en groen in elkaars nabijheid liggen. De inclusieve en betaalbare stad: een stad waar economische waarde, groei en efficiëntie van belang zijn, maar ook de maatschappelijke en culturele ontwikkeling, innovatie, creativiteit en de zorg voor inwoners. Een stad waarin iedereen welkom is en zich welkom moet voelen. De toekomstbestendige stad: een stad waarin de ruimtelijke structuur robuust is en daarmee kan anticiperen op klimaatverandering, epidemieën, economische schommelingen, technologische vernieuwing, geopolitieke ontwikkelingen en de invloed van data. De belangrijkste dragers van deze structuur zijn het landschappelijk raamwerk van groen, water en cultuurhistorie en het netwerk van onder- en bovengrondse infrastructuur. Samen zorgen zij ervoor dat de stad haar wortels houdt in het verleden en haar omgeving en tegelijkertijd ook klaar is om te groeien naar een nieuwe toekomst. De vertraagde stad: naast dynamische plekken met reuring, zijn ook voldoende plekken nodig waar mensen even in de luwte kunnen zijn.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
14
1.4 Proces en producten Uitgangspuntennotitie Een integraal plan voor de gebiedsontwikkeling van Rijnenburg begint met het opstellen van een Uitgangspuntennotitie. Dit gebeurt in twee stappen (zie figuur 9). De eerste stap is de voorliggende Programmatische Verkenning. In de tweede stap komt de Uitgangspuntennotitie zelf tot stand. Het streven is om de Uitgangspuntennotitie te laten vaststellen door de gemeenteraad in 2026, in samenhang met besluitvorming over de
uitkomsten van het MIRT-onderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg (najaar 2025). Uitgaande van positieve besluitvorming start naar verwachting vanaf 2027 de aanbesteding voor de Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Rijnenburg en Reijerscop (vergelijkbaar met een Masterplan).
Figuur 9: Processchema gebiedsontwikkeling Rijnenburg
15
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
Programmatisch Verkenning De Programmatische Verkenning heeft tot doel om thematische uitgangspunten voor de onderwerpen Programma, Mobiliteit en Gezonde leefomgeving te beschrijven als basis voor de uitwerking naar de Uitgangspuntennotitie. De thematische uitgangspunten zijn gebaseerd op de RSU2040, een ruimtelijke inventarisatie van het gebied, de uitkomsten van het ‘Marktonderzoek werken en voorzieningen’ (bijlage 2) en het ‘Verdiepend mobiliteitsonderzoek’ (bijlage 3). De thematische uitgangspunten zijn een beschrijving van de elementen die in Rijnenburg van belang zijn maar ze zijn nog niet ten opzichte van elkaar gewogen. De Programmatische Verkenning is dus een tussenproduct op weg naar de Uitgangspuntennotitie, bevat geen onderlinge weging van de thema’s en stelt geen nadere kaders vast voor de ontwikkeling van Rijnenburg. Ook zijn de effecten op de omgeving nog niet onderzocht. Voor het thema Mobiliteit is de uitwerking van Motie 105 (maart 2022) gebruikt om inzicht te krijgen in de keuzeruimte voor mobiliteit en de consequenties daarvan voor Rijnenburg en de mobiliteitsnetwerken (zie paragraaf 3.1).
In de Motie 223 Groen Rijnenburg (juli 2023) vraagt de gemeenteraad om in de Programmatische Verkenning expliciet de ambities en uitgangspunten vast te leggen voor natuur en landschap in de polder Rijnenburg en specifieke aandacht te schenken aan het noordelijk deel van de polder als gebied waar groen, energie en recreatie gecombineerd worden. Deze punten zijn meegenomen in paragraaf 3.3 en hoofdstuk 4. In de volgende fase wordt de Uitgangspuntennotitie verder uitgewerkt. In deze fase geven wij door middel van ontwerpend onderzoek een antwoord op de onderzoeksvragen uit de Programmatische Verkenning waarbij de uitkomsten onderling worden afgewogen. Deze vertalen we vervolgens naar integrale leidende principes en uitgangspunten die daarmee de Uitgangspuntennotitie vormen.
Samenwerking met grondeigenaren De Programmatische Verkenning is tot stand gekomen in samenwerking met het consortium van grondeigenaren. Het consortium is eigenaar van circa 70% van de grond in Rijnenburg. Zij heeft tijdens de totstandkoming van dit stuk een zogenaamd Groeidocument gemaakt. Doel hiervan is om enerzijds te inspireren en anderzijds om de ambities en uitgangspunten van het consortium voor een compacte gezonde stadswijk te bepalen. Leidende principes in het Groeidocument (zie bijlage 5) zijn: •
Gezond leefbaar en duurzaam voor iedereen
•
Water en bodem sturend
•
Bereikbaarheid en mobiliteit
•
Programmamix en compacte buurten
•
Ruimte voor sport, recreatie en natuur
•
Klimaat, duurzaamheid en energie
GROEIDOCUMENT RIJNENBURG
S A M E N V AT T I N G A M B I T I E S E N U I T G A N G S P U N T E N
OPGESTELD NAMENS HET CONSORTIUM VAN EIGENAREN
Gemeente en het consortium delen bovenstaande leidende principes en veel inzichten daarbinnen over de ontwikkeling van het gebied. Voor de Programmatische Verkenning en het groeidocument van het consortium zijn door beide partijen onderzoeken uitgevoerd waar wederzijds in is geparticipeerd. Zo is bijvoorbeeld vanuit het consortium onderzoek gedaan op het thema bodem en water, in samenwerking met waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). De uitgangspunten voor het thema water zijn opgenomen in bijlage 1b van deze Programmatische Verkenning. Afstemming met Rijk en regio Met Rijk, regio (Provincie Utrecht, U10 en gemeenten Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden) en waterschap HDSR hebben we goede gesprekken gevoerd over de ontwikkeling van Rijnenburg en de samenhang tussen de Programmatische Verkenning en met andere onderzoeken. We blijven deze gesprekken voortzetten.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
16
Relatie met MIRT-onderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg Gelijktijdig met de Programmatische Verkenning loopt vanuit het Rijk-regioprogramma U Ned3 het MIRT-onderzoek ‘A12-zone in samenhang met Rijnenburg’ (2023 – 2025). Het doel van het MIRT-onderzoek is uitvoering van een integraal onderzoek naar de condities voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de A12-zone in samenhang met Rijnenburg en de bereikbaarheidsopgave van de gebieden en de regio. De A12zone beslaat het gebied aan beide zijden van de A12 tussen knooppunten Oudenrijn en Lunetten (zie figuur 10). Voor de A12-zone is vanuit de gebiedsonderzoeken (U Ned) een bandbreedte van 15.000 – 26.800 woningen meegegeven. Keuzes in Rijnenburg kunnen alleen gemaakt worden in samenhang met ruimtelijke keuzes voor de A12zone op het gebied van wonen, werken, voorzieningen en de bereikbaarheid van beide gebieden (zie kader) zodat beide gebieden complementair aan elkaar ontwikkeld kunnen worden.
Beschrijving A12-zone in Kerndocument Gebiedsonderzoeken U Ned (2022): “Het sleutelgebied Westraven maakt kwalitatieve ontwikkelingen van de A12-zone en op termijn Rijnenburg mogelijk. Het gebied kent grote opgaven op het gebied van (auto)bereikbaarheid, milieucondities en leefkwaliteit. Door de ontwikkeling van Westraven worden Utrecht en Nieuwegein ruimtelijk én programmatisch veel beter met elkaar verbonden. Omliggende ontwikkelingen sluiten hierdoor fysiek (via OV, auto en fietsverbindingen) in programma en leefkwaliteit beter op elkaar aan. Het gebied karakteriseert zich door een mix van wonen en werken: zakelijke dienstverlening, kantoren, detailhandel en voorzieningen. Ontwikkeling van de A12-zone bouwt verder op bestaande ontwikkelingen in de Merwedekanaalzone en de aanleg van de Merwedelijn. Een snelle Merwedelijn is nodig om de geplande woningen tot 2030 mogelijk te maken en programma in de A12-zone toe te voegen met een sterke OV-as als drager van het gebied. Westraven kan met een hoge dichtheid worden ontwikkeld vanwege de knoopwaarde in het OV-netwerk. Het gebied zal de verbinder worden van de groenstructuren aan de oostkant (Laagraven) en de westkant (Rijnenburg), waarbij de kanalen als groenblauwe dragers de scheg richting het centrum van Utrecht en de Nieuwe Hollandse Waterlinie vormen.
Op termijn maakt ontwikkeling van de A12-zone een ontwikkeling van Rijnenburg mogelijk. Rijnenburg kan zich als nieuw stuk stad complementair aan de A12-zone ontwikkelen met nadruk op stedelijk wonen en maatschappelijke voorzieningen. Belangrijkste ruimtelijke randvoorwaarde vanuit de A12-zone voor Rijnenburg is het doorlopen van de groenblauwe structuur inclusief langzaam verkeer verbindingen vanuit Galecopperzoom richting Rijnenburg waardoor een groene recreatieve verbinding met Hollandse IJssel ontstaat en ruimte voor waterberging. Andersom heeft Rijnenburg van de A12-zone nodig dat de OVbereikbaarheid op orde is (doortrekken van de Merwedelijn lijkt kansrijk maar moet nog bevestigd worden in het vervolg op de Mobiliteitsstrategie). De ruimtelijke en programmatische samenhang tussen Rijnenburg en A12-zone, inclusief de rol van auto(infrastructuur) en effecten op nationale en regionale ontsluiting, is nader te onderzoeken.”
Figuur 10: Deelgebieden A12-zone en Rijnenburg In het programma U Ned werken Rijk en regio samen aan maatregelen voor de regio’s Utrecht en Amersfoort op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. 3
17
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
1.5 Leeswijzer In 2024 richt het MIRT-onderzoek zich op het voorleggen van structurerende keuzes in de ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg, oplossingsrichtingen voor de bereikbaarheidsopgave, en een eerste inschatting van de bijbehorende investeringsopgave. Besluitvorming over de eerste fase vindt plaats in het Bestuurlijk Overleg (BO) MIRT 2024, dat in november 2024 plaatsvindt. In 2025 volgt een nadere uitwerking van de gemaakte structurerende keuzes en de afronding van het MIRTonderzoek, zodat het BO MIRT 2025 besluiten kan nemen over de ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg, de verdere uitwerking van mobiliteitsmaatregelen, en de benodigde investeringen. De gemeente Utrecht studeert zelfstandig op Rijnenburg omdat zij middels ontwerpend onderzoek een beeld wil vormen over de mogelijkheden en randvoorwaarden van de gebiedsontwikkeling en relaties en afhankelijkheden die er zijn. Zo bereidt de gemeente Utrecht zich inhoudelijk voor op besluitvorming in het MIRT-onderzoek en kan zij antwoord geven op grote vraagstukken zoals de mogelijkheden voor ruimtelijke inpassing van onder meer waterberging, energie, groen en recreatie. Ook helpt het om actuele opgaven in het gebied in te passen, zoals het windpark Rijnenburg en Reijerscop en een toekomstbestendige inpassing van het nieuwe hoogspanningsstation TenneT.
Het MIRT-onderzoek heeft een ander abstractieniveau dan de Programmatische Verkenning. Gemeente Utrecht stemt met U Ned af welke vragen binnen het MIRTonderzoek worden opgepakt en welke de gemeente zelfstandig uitwerkt om vervolgens in te brengen in het MIRT-onderzoek. Er is nauwe verwevenheid en onderlinge afstemming.
Hoofdstuk 2 beschrijft de ruimtelijke inventarisatie van Rijnenburg op het gebied van ligging, gebiedskenmerken en lopende opgaven in en om het gebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de thematische uitgangspunten voor programma, mobiliteit en de gezonde leefomgeving. In hoofdstuk 4 is het groenblauw raamwerk beschreven als drager voor de verstedelijking en identiteit van Rijnenburg. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de eerste bevindingen beschreven: wat kan Rijnenburg zijn en welke vragen brengt dat met zich mee voor de uitwerking naar de Uitgangspuntennotitie. De teksten in de ruimtelijke analyse, de thematische uitgangspunten en het groenblauwe raamwerk zijn gebaseerd op de informatie uit de bijlagen: 1.
a) Themakaarten gezonde leefomgeving: water & klimaatadaptatie, archeologie & cultuurhistorie, energie, ecologie, recreatie, bodem & ondergrond, integrale duurzaamheid & circulariteit, sport en milieu; b) Uitgangspunten water;
2. Marktonderzoek werken en voorzieningen (Sweco); 3. Verdiepend mobiliteitsonderzoek (Studio Bereikbaar). 4. Onderzoeksvragen Uitgangspuntennotitie Verder is in bijlage 5 het Groeidocument van de grondeigenaren opgenomen. Hieruit is ook geput voor het opstellen van de Programmatische Verkenning.
Een ander raakvlak met U Ned is de MIRT-verkenning OV en Wonen. Hierin worden o.a. varianten onderzocht voor het beter bereikbaar maken per OV van nieuwe woonen werklocaties in Utrecht Zuidwest en Nieuwegein in 2030 en verder. De keuzes in deze MIRT-verkenning zijn bepalend voor de mogelijkheden en kansrijkheid voor onder andere het doortrekken van OV-verbindingen naar Rijnenburg. Belangrijke stappen in de MIRT-verkenning, het MIRT-onderzoek en de planontwikkeling Rijnenburg worden daarom in samenhang bezien.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
18
2. Ruimtelijke inventarisatie De gebiedsontwikkeling van Rijnenburg vertrekt vanuit een bestaande context. Om deze in beeld te brengen komt in dit hoofdstuk het gebied aan aan de orde aan de hand van de ligging, de aanwezige gebiedskenmerken en lopende opgaven in en om het gebied.
2.1 Ligging Rijnenburg en Reijerscop liggen in de zuidwesthoek van de Metropoolregio Utrecht (zie figuur 11). Aan de noordzijde van de polders liggen De Meern, de woonbuurt Veldhuizen en bedrijventerreinen Oudenrijn en Strijkviertel (in voorbereiding). De A12 ligt tussen de polders en dit stedelijk gebied en zorgt via de N228 en afrit De Meern voor een belangrijke ontsluiting van het gebied. Aan de oostzijde ligt de A2 tussen Rijnenburg en Nieuwegein. De Nedereindseweg is de enige doorlopende structuur en verbinding tussen beide gebieden. Aan de zuidzijde ligt de stad IJsselstein. IJsselstein heeft weinig verbindingen met Rijnenburg, alleen via een fietspad door het Nedereindse Park. Aan de zuidwestzijde ligt het stroomgebied van de Hollandse Ijssel die vanuit de Lek via de zuidwestkant van Rijnenburg het veenweidegebied van het Groene Hart instroomt. De polder Reijerscop ligt ten westen van Rijnenburg en ligt ook deels in de gemeente Woerden (geen onderdeel van het plangebied). Tussen beide polders ligt de Meerndijk (N228) die De Meern met onder andere Montfoort, Oudewater en Gouda verbindt.
Legenda
In de provinciale omgevingsvisie is Rijnenburg benoemd als landelijk gebied met een optie voor verstedelijking op lange termijn. Rijnenburg en Reijerscop zijn in de omgevingsverordening op dit moment nog onderdeel van het landelijk gebied, specifiek het landschapsgebied Groene Hart.
veenweidegebied groenstructuur (historisch) centrumgebied woongebieden centrum (wijk) werkgebieden / bedrijventerreinen
Legenda veenweidegebied
rivieren en kanalen
groenstructuur
wegen
(historisch) centrumgebied
knooppunt/afrit
woongebieden
spoor
centrum (wijk)
tram
werkgebieden / bedrijventerreinen
sta�on
oppervlaktewater
tramhalte
rivieren en kanalen
19
oppervlaktewater
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op wegwegen naar een Uitgangspuntennotitie knooppunt/afrit
Figuur 11: De ligging van Rijnenburg en Reijerscop
2.2 Gebiedskenmerken De gebiedskenmerken staan hieronder thematisch beschreven. Onderstaande beschrijving is een selectie om een algemeen beeld te schetsen. Meer informatie over de diverse thema’s staan in bijlage 1a: themakaarten gezonde leefomgeving. Bodem Rijnenburg en Reijerscop liggen op de overgang tussen het rivierengebied en het veenweidegebied van het Groene Hart. Rijnenburg ligt op de kom- en stroomrugafzettingen van de Hollandse IJssel en de Leidsche Rijn. Het noorden en zuidwesten van Rijnenburg en heel Reijerscop maken hierbij deel uit van de rivierkom (zie grijze arcering op de kaart Bodem in bijlage 1a). Deze komgronden hebben een pakket van 4,0-5,0 meter bestaande uit klei en veen met daaronder een doorlopende
zandplaat (zie figuur 12). Deze zijn lager (ca. -1,0 m t.o.v. N.A.P.), natter en daarmee gevoeliger voor bodemdaling en hebben minder draagkracht om op te bouwen. De stroomrug loopt midden door Rijnenburg. Deze rug ligt hoger (ca. +1,0 m t.o.v. N.A.P.) en bevat zand en klei, waardoor deze niet gevoelig is voor bodemdaling en draagkrachtig is om op te bouwen. Speciale aandacht verdient de bodem onder en rondom de Nedereindse Plas. De lange geschiedenis van zandwinning (voor de snelweg), storten, en sanering heeft ertoe geleid dat er stortmateriaal aanwezig is in de plas en dat oevers instabiel zijn. Voor de plas geldt een nazorgplicht en zijn randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling van toepassing.
Figuur 12: Doorsnede van de huidige bodemopbouw van Rijnenburg. Bron: Aorta - Ontwerpen met erfgoed (2024) Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
20
Water Het watersysteem van de polders is kenmerkend voor een veenweidegebied: een fijnmazig patroon van langgerekte sloten en weteringen. Deze voeren het water af in de diverse peilgebieden, waarvan twaalf in Rijnenburg en vier in het Utrechtse deel van Reijercop. De waterafvoer uit het gebied vindt plaats in westelijke richting naar gemaal Bijleveld (in Woerden) en in oostelijke richting naar gemaal Galecop (dat afvoert op het nabijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal). Op twee locaties wordt water vanuit de omgeving afgevoerd naar Rijnenburg: het stedelijk gebied van Nieuwegein via de Nedereindse wetering en afvoer van stedelijk gebied van Leidsche Rijn (kern De Meern) via de Lange Vliet. Volgens de geschiktheidskaart woon- & werklocaties van het HDSR vraagt de ontwikkeling van Rijnenburg in het te verstedelijken deel om een substantiële inspanning op het gebied van bodem, water en klimaatverandering (Ja, mits; zie figuur 13). Dit geldt met name voor het lager gelegen zuidwestelijk deel. Naast de bodemaspecten is de geschiktheidskaart gebaseerd op huidige wateroverlast (regenwater, kwel en grondwater) en binnendijks overstromingsrisico. Daarbij geldt voor Reijerscop en de noordwesthoek van Rijnenburg een extra risico, omdat hier het binnendijks overstromingsrisico groter is en de bodemgesteldheid minder dan de rest van de polder.
In het noordelijk deel van polder Rijnenburg heeft HDSR de wens voor een waterbergingsgebied ten behoeve van piekwaterberging in het geval van een maalstop van het Amsterdam-Rijnkanaal.
Figuur 13: Geschiktheidskaart Woon- & werklocaties van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden (2023)
21
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
Archeologie & Cultuurhistorie Op de, nu niet zichtbare, Jutphase stroomrug woonden al sinds de Romeinse tijd mensen. Dit zorgt voor een rijkdom aan archeologie onder de grond (zie figuur 14). Sinds de ontginningen van de polders is er relatief weinig veranderd in Rijnenburg en Reijerscop. Het historische patroon van de ‘cope’ ontginningen4 is nog erg gaaf en bepalend voor de huidige inrichting en uitstraling. De Ringkade, de Nedereindseweg, de Lange Vliet en de IJsselwetering zijn hoofdstructuren van waaruit in de middeleeuwen de grootschalige ontginning in gang is gezet. Deze ontginningen en het daaropvolgende agrarische gebruik zorgen ervoor dat openheid en vergezichten nu het landschappelijk beeld bepalen. Daarnaast zijn er een paar bijzondere plekken in de open polder zoals een eendenkooi, een wiel, weteringen, enkele bomenrijen en bebouwingslinten met monumentale huizen en boerderijen. Momenteel voert de gemeente in samenwerking met kennisinstellingen en het consortium van grondeigenaren archeologisch onderzoek in Rijnenburg uit waarbij zoveel mogelijk van de voorraad aan (landschaps-) elementen met archeologische waarde in beeld wordt gebracht. Zo kan er bij de planvorming voor gekozen worden om vindplaatsen te bewaren en plekken met een hoge dichtheid aan archeologische vondsten in te passen in de nieuwe wijk.
Figuur 14: Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) met de contouren (in geel) van archeologische vindplaatsen op grond van booronderzoek uit 2008. Bron: Afdeling Erfgoed
Ontginning van een laagveengebied met een contract, men kreeg toestemming van een landheer om een bepaald gebied te ontginnen. Zo’n gebied was ongeveer 100 meter breed bij 1200 meter lang. 4
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
22
Flora & Fauna De dieren en planten die al van oudsher in het gebied voorkomen hebben zich aangepast aan de verandering die het landschap heeft doorgemaakt, van moeras naar cultuurlandschap. De vochtige weilanden zijn leefgebied voor weidevogels als de grutto, tureluur en kievit. Zij broeden verspreid in het gebied, maar voornamelijk in het noordelijke gedeelte. In de winter zijn op en rond de vaarten en bredere sloten grote aantallen smienten en andere watervogels te zien. De heikikker en de grote modderkruiper zijn soorten die ooit leefden in de overstromingsvlakten van de rivier en zich nu stand weten te houden in het kilometerslange slotenstelsel. Op en rond de boerenerven zijn steenuilen, kerkuilen en ringmussen te vinden en op het boerenland de bunzing. Agrarisch gebruik Het grondgebruik in beide polders is voornamelijk agrarisch. Door de grondverwerving in afwachting van eventuele ontwikkeling van de polder wordt in Rijnenburg veel grond verpacht voor grasteelt voor de veehouderij en het uitrijden van mest. In Reijerscop heeft geen grondverwerving plaatsgevonden en is de grond nog in eigendom van en gebruik door agrariërs. Ook hier is het overgrote deel grasland. Vormen van gesubsidieerd agrarisch natuur- en landschapsbeheer zijn niet in beide polders aanwezig. Recreatie De polders worden weinig gebruikt door recreanten en voor zover dat het geval is zijn het fietsers.
Een uitzondering hierop is de omgeving rondom de Nedereindse Plas. Hier liggen enkele regionale sportfuncties als een wieler- en skeelerbaan en een skipiste. De paden rondom de plas worden veel gebruikt door wandelaars en hardlopers. Niet direct onderdeel van het plangebied maar wel een recreatieve bestemming voor de Rijnenburgers van de toekomst is het stroomgebied van de Hollandse IJssel: de uiterwaarden, dijken, oeverwalletjes en het IJsselbos zorgen voor een divers en aantrekkelijk landschap.
23
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
Figuur 15: De weilanden van Rijnenburg
Figuur 16: Huidige argrarische gebruik van de Polder
Figuur 17: De skipiste nabij de Nedereindse Plas
Mobiliteit en bereikbaarheid Rijnenburg ligt niet in de nabijheid van het spoorwegennet. Ook de afstanden tot stedelijke en regionale OV-verbindingen zijn relatief groot. Alleen aan de randen rijden nu bussen: de 107 van Gouda naar De Meern op de N228 en een aantal snelwegbussen op de A2. Langs het gebied liggen aan de Meerndijk twee bushaltes. De centrale ligging aan de kruising van twee belangrijke snelwegen (A2 en A12) maakt Rijnenburg met de auto, op nationaal niveau, in potentie goed ontsloten. Echter is dit deel van het snelwegennet nu al druk belast waardoor de bereikbaarheid onder druk staat. Dit gaat zowel om de aansluitingen en toeleidende routes (naar afslag De Meern en afslag Nieuwegein) als de snelwegen zelf en het knooppunt Oudenrijn. Op lokaal niveau zorgen de snelwegen ervoor dat Rijnenburg en Reijerscop beperkt bereikbaar zijn. Onder de A12 (noordzijde) liggen op twee plekken onderdoorgangen en onder de A2 (oostzijde) slechts één (zie figuur 19). Ook vanuit IJsselstein is de polder beperkt ontsloten. IJsselstein ligt bovendien met haar ‘achterkant’ naar de polder toe. Het knooppunt Oudenrijn belemmert een goede, directe verbinding met de binnenstad van Utrecht. De snelwegen zorgen ervoor dat de polder voor veel inwoners vanuit de regio ver weg voelt terwijl het dat hemelsbreed gezien lang niet altijd zo is.
Zoals figuur 18 laat zien is Rijnenburg momenteel beperkt ontsloten. Zo is bijvoorbeeld het midden van de Nedereindseweg voor fietsers vanuit IJsselstein en Nieuwegein beter bereikbaar dan vanuit de binnenstad van Utrecht of Leidsche Rijn Centrum. Met het toevoegen van nieuwe verbindingen en onderdoorgangen kunnen deze afstanden worden teruggebracht, maar daarmee ligt Rijnenburg nog steeds op een vergelijkbare afstand ten opzichte van de Utrechtse binnenstad als Houten, Nieuwegein, De Meern en Maarssen.
Figuur 18: Reistijden over bestaande fietsroutes van de Nedereindseweg tot de (nieuwe) centra van nabijgelegen steden en dorpen
Figuur 19: De drie locaties waar verkeer op dit moment Rijnenburg in en uit kan kan onder de twee snelwegen door: de Nedereindseweg (A2), Strijkviertel en de Meerndijk (beiden A12) Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
24
Energie Een andere belangrijke voorziening in het gebied zijn de hoogspanningsstations van Stedin en TenneT in het noorden van de polder die een groot deel van de gemeente Utrecht van stroom voorzien. Ook zijn in Rijnenburg en Reijerscop aardgasleidingen en een hoogspanningsleiding aanwezig met een belangrijke functie voor de distributie van gas en elektra in de regio. Samen met het hoogspanningsstation kunnen deze leidingen beperkingen opleggen aan de inrichting in de toekomst. Om eventuele beperkingen naar de toekomst te voorkomen wordt de situering van een nieuw hoogspanningsstation van TenneT en bijbehorende kabeltracés zoveel mogelijk vanuit de integrale gebiedsontwikkeling afgewogen. Milieu Langs de snelwegen ligt een zone waarin rekening moet worden gehouden met luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid bij het bouwen van nieuwe ontwikkelingen. In figuur 20 zijn de contouren weergegeven waarbij rekening is gehouden met de contouren van de 4 windturbines uit het bestemmingsplan voor het windpark Rijnenburg en Reijerscop.
Figuur 20: Themakaart milieu
25
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
2.3 Opgaven en ontwikkelingen in en om het gebied In en om Rijnenburg zijn diverse opgaven die de ruimtelijke context en daarmee de planvorming voor de gebiedsontwikkeling in de komende jaren beïnvloeden. Ruimtelijke initiatieven in Rijnenburg en Reijerscop Zo wordt momenteel in het noordelijk deel invulling gegeven aan diverse energieopgaven. Vanuit de netbeheerders wordt de energie-infrastructuur verzwaard zodat problemen met netcongestie worden opgelost. Stedin renoveert en breidt haar hoogspanningsstation uit en studeert op tracés voor nieuwe verbindingen van het hoogspanningsstation naar stations in de omgeving. TenneT is voornemens om een nieuw 150kV hoogspanningsstation aan te leggen en de bovengrondse hoogspanningslijn in het noordoosten van Rijnenburg ondergronds te brengen, hiervoor vindt locatieonderzoek plaats. Voor Rijnenburg en Reijerscop is de Visie energielandschap Rijnenburg en Reijerscop vastgesteld met zoekgebieden voor wind en zon voor opwek van energie voor de stad. Voor de eerste vier windturbines is het bestemmingsplan vastgesteld. De locaties van deze vier windturbines zijn meegenomen in de Programmatische Verkenning. Verdere invulling van de opgave voor opwekken van energie wordt integraal onderdeel van de gebiedsafweging.
De gemeente Utrecht werkt bij de Nedereindse Plas aan de doorontwikkeling van het Nedereindse Park als bovenlokaal recreatiegebied. In samenwerking met de Provincie Utrecht, Recreatieschap Stichtse Groenlanden, HDSR en gemeenten IJsselstein en Nieuwegein wordt gezamenlijk gewerkt aan de toekomst van het park in de veranderende context van Rijnenburg. Op korte termijn worden quick wins op het gebied van recreatie en sport gerealiseerd en heeft de gemeente het voornemen om zonnepanelen te (laten) realiseren op de oostelijke plas. Momenteel worden de leidende principes voor de doorontwikkeling van het park opgesteld. Deze worden integraal onderdeel van het groenblauwe raamwerk voor de ontwikkeling van Rijnenburg (zie hoofdstuk 4). Voor initiatieven in Rijnenburg en Reijerscop is het uitgangspunt dat permanent inpassen/vergunnen alleen mogelijk is als het initiatief vanuit stedelijk belang nodig is en ook goed aansluit op de integrale gebiedsontwikkeling. Als dit niet mogelijk is kan tijdelijke inpassing overwogen worden maar initiatieven mogen de permanente ontwikkeling niet in de weg zitten.
Programmatische Verkenning Rijnenburg - Op weg naar een Uitgangspuntennotitie
26
Ruimtelijke initiatieven om Rijnenburg en Reijerscop Ten noorden van Rijnenburg (ten noorden van de A12) wordt de komende jaren het circulaire bedrijventerrein Strijkviertel ontwikkeld. Dit bedrijventerrein is gericht op kleinere (MKB) bedrijven. Vaststelling van het bestemmingsplan is voorzien medio 2024. Ten zuidwesten van Rijnenburg werken Provincie, HDSR, Staatsbosbeheer en betrokken gemeenten in het kader van Groen Groeit Mee – Hollandse IJsselgebied aan het vergroenen van het gebied. Ook worden de verbindingen voor mens, water en natuur met de omliggende steden, dorpen en gebieden verbeterd en versterkt. Op korte termijn vinden diverse initiatieven plaats, voor de langere termijn is het noodzakelijk de relatie te leggen met de ontwikkeling van Rijnenburg (zie ook hoofdstuk 4). De polder Reijerscop ten westen van Rijnenburg maakt onderdeel uit van het NOVEXgebied Groene Hart5. Voor dit NOVEX-gebied wordt de komende periode door Rijk en regio een ontwikkelperspectief opgesteld. De ruimtelijke impact daarvan op de polder Reijerscop is nog onbekend. In een ruimere straal om Rijnenburg wordt het komende decennium gewerkt aan grote woningbouwlocaties uit het NOVEX-gebied Groot Merwede, onder andere in de Merwedekanaalzone, Papendorp/ Groenewoud en Nieuwegein City.