CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma zon op dak en netinpassingen 2022-2026

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 15 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Huurders in de knel door kosten van zonnepanelen28.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programma Zon op dak & netoplossingen 2022-2026 juni 2022

Utrecht.nl/ Zonopdak

Samenvatting Het gaat goed met het opwekken van zonne-energie op daken in Nederland en in Utrecht. Het voorgaande Utrechtse college heeft de doelstelling behaald om zonnepanelen te hebben liggen op 20% van de Utrechtse daken. In de overgenomen Motie 169 'Nieuwe doelstelling voor zon-op-dak' werd gevraagd een voorstel te doen voor een nieuwe doelstelling en nieuw uitvoeringsprogramma. Ondertussen is het Coalitieakkoord 2022 – 2026 gesloten. Het voorliggende Programma zon op dak & netoplossingen 2022-2026 sluit aan op het nieuwe coalitieakkoord. De doelstellingen die in het akkoord zijn opgenomen zijn: om in 2030 168 GWh op te wekken met zonnepanelen op grote daken en 120 GWh op te wekken met zonnepanelen op kleine daken. De doelstelling voor zon op grote daken is onderdeel van ons RES 1.0-bod. In het voorliggende programma staat hoe wij deze doelstellingen willen gaan behalen en hoe ingespeeld wordt op huidige en te verwachte ontwikkelingen. De aanpak ervan verloopt langs twee sporen: ‘Spoor A Stimulering achterblijvende doelgroepen’ en ‘Spoor B Individuele & collectieve net-oplossingen’. Spoor A Stimulering achterblijvende doelgroepen De aanpak via spoor A is gericht op het stimuleren van zonne-energie op kleine en grote daken. Zon op kleine daken Bij kleine daken is beperkte gemeentelijke ondersteuning nodig om de doelstelling van 120 GWh te behalen.

Onder de groep particuliere huiseigenaren en sociale huurwoningen blijft het zon op dakaandeel naar verwachting flink stijgen. Dit komt door de salderingsregeling en de goed ontwikkelde markt die eigenaren ontzorgt. Alleen bij VvE’s, eigenaren van monumentale woningen en bij eigenaren met een kleine beurs groeit het zon op dak aandeel niet snel. Deze doelgroepen krijgen extra ondersteuning: zij worden geïnformeerd en geadviseerd over zon op dak en financieringsmogelijkheden. Zon op grote daken Om de doelstelling voor grote daken van 168 GWh in 2030 te behalen, is een uitgebreide gemeentelijke aanpak nodig. De doelgroepen zijn vooral bedrijven en grote parkeerlocaties voor solar carports. Een solar carport is een overkapping met zonnepanelen op een groot parkeerterrein. Solar carports kunnen aan meerdere doelen een bijdrage leveren: aan opwekdoelstellingen, aan verduurzaming van naastgelegen (gemeentelijk) vastgoed en aan het laden van voertuigen. Solar carports zijn een nieuw doelgroep in het programma. Deze doelgroep kent belemmeringen in financiële haalbaarheid en ruimtelijke inpassing. De ondersteuning van de gemeente zal zich hierop richten, te beginnen bij gemeentelijk vastgoed, om drie solar carports te realiseren in 2025. De bedrijfsdaken op bedrijventerreinen kunnen in theorie erg veel elektriciteit opwekken met zon op dak.

De ondersteuning die de gemeente deze doelgroep van ondernemers en pandeigenaren al biedt, gaat daarom door. Dit gebeurt onder andere met het Bedrijven Zonnepact, de zon op dak-aanjagers en de adviseurspool. Spoor B Individuele & collectieve net-oplossingen De aanpak via spoor B is gericht op het toepassen van lokale netoplossingen om zon op grote daken mogelijk te maken. Netcongestie bij zon op grote daken Bij zon op grote daken speelt een grote structurele belemmering: de beperkte netcapaciteit en de huidige netbeperking voor teruglevering als gevolg hiervan. Deze problematiek speelt ook in andere delen van Nederland. Voor kleine daken met een kleine verbruikaansluiting, vooral bij particuliere huiseigenaren en kleine ondernemingen, gelden er geen beperkingen voor teruglevering. Tennet schat dat in de provincie Utrecht er tot 2029 maar capaciteit is voor ongeveer 10 á 25% van

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

1/29

alle RES’en. Eigenaren van grote daken die zonnepanelen willen plaatsen kunnen niet meer uitgaan van netlevering (opwekken zonder terug te leveren is nog wel mogelijk). Het behalen van de doelstelling voor grote daken is grotendeels afhankelijk van de genoemde netverzwaringen door Tennet. Andere belangrijke oplossingen voor netcongestie zijn het toepassen van congestiemanagement door de netbeheerders en het toepassen van lokale alternatieve oplossingen. Bij dat laatste, bij de toepassing van lokale netoplossingen, daar kan de gemeente een rol bij spelen. Lokale netoplossingen Hieraan gaan wij als gemeente een bijdrage via ‘Spoor B Individuele & collectieve net-oplossingen’. In opdracht van Gemeente Utrecht heeft RHDHV-onderzoek gedaan naar alternatieve individuele en collectieve oplossingen en de rol van de gemeente bij de toepassing ervan (zie bijlage). Er zijn laagdrempelige en individuele oplossingen beschikbaar die ondernemers met een groot dak kunnen nemen. Voorbeelden zijn: een kleine zon op dak-installatie waarbij de opwek overeenkomt met het elektriciteitsgebruik van het bedrijf. Daarnaast zijn er ook nieuwe en innovatieve oplossingen mogelijk, zoals het koppelen met slim laden, een batterij, of een deelname aan een E-hub. Bij een E-hub wordt onder andere capaciteit voor teruglevering en afname onderling uitgewisseld.

Deze innovatieve oplossingen kunnen nog niet grootschalig uitgerold worden. Regelgeving, business cases, de samenwerking tussen netbeheerders en marktpartijen en desbetreffende contracten zijn nog in ontwikkeling. De ontwikkeling van deze oplossingen gaat de gemeente met pilots verder ondersteunen. Deze innovatie(s) kunnen uiteindelijk opgeschaald worden voor grootschalige inzet na 2025. De aanpak van spoor B bestaat uit het informeren van bedrijven over de netproblematiek en het adviseren van individuele en collectieve oplossingen. De gemeente stelt hiervoor een adviseur ‘netcongestie’ beschikbaar en werkt nauw samen met de provincie. De pilots vinden plaats bij bedrijfsdaken op bedrijventerreinen, gemeentelijk vastgoed (waaronder zwembaden), parkeerterreinen, en VvE’s. Er wordt gestart met haalbaarheidsstudies en onderzoek naar financiering. De acties bij gemeentelijk vastgoed worden uitgevoerd in samenwerking met Vastgoedorganisatie Utrecht (VGU). De ervaringen van de pilots worden gebruikt voor toekomstige opschaling. Ook worden de ervaringen gebruikt in de afstemming met netbeheerders, bij lokale overheden RESU16, G4 VNG en voor lobby richting het rijk.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

2/29

Programma Zon op dak & net-oplossingen 2022-2026 Het belangrijkste doel is om meer zonne-energie op te wekken met zonnepanelen op daken. Bij grote daken is netcongestie de grootste belemmering. De aanpak hiervan verloopt via Spoor B.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

3/29

Programma Zon op dak & net-oplossingen 2022-2026 - Spoor B Net-oplossingen om zon op grote daken mogelijk te maken. Het toepassen van basisoplossingen verloopt via het geven van advies. Het toepassen van complexere oplossingen verloopt via een pilot-aanpak.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

4/29

Inhoud Samenvatting Hoofdstuk 1

Beleidscontext 1.1 Aanleiding 1.2 De maatregel zon op dak 1.3 Coalitieakkoord 2022-2026 1.4 Doelstellingen 1.5 Monitoring

6 6 6 7 7 9

Hoofdstuk 2

Uitgangspunten nieuw programma 2.1 Evaluatie 2.2 Ontwikkelingen zon op dak: Terug & vooruit kijken 2.3 Instrumenten

10 10 11 19

Hoofdstuk 3

Nieuw programma ‘2022-2026’ 3.1 Hoofdlijnen programma 3.2 Spoor A stimulering achterblijvende doelgroepen Kleine daken - VvE’s & woningen met monumentale status Grote daken - Bedrijfsdaken op bedrijventerreinen Grote daken - Solar carports op parkeerterreinen 3.3 Spoor B Individuele & collectieve net-oplossingen Individuele oplossingen - advies Individuele oplossingen - onderzoek & pilot projecten Collectieve oplossingen - onderzoek & pilot projecten 3.4 Andere acties

20 20 23

RHDHV-onderzoek, netinpassing van grootschalige zon & wind

28

Bijlagen Bijlage 1:

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

24

26

5/29

1.

Beleidscontext

1.1

Aanleiding

Vorig jaar (2021) lag op 24 procent van alle daken in de stad zonnepanelen, hiermee is de doelstelling om in 2025 op 20 procent te zitten ruimschoots behaald. In de overgenomen Motie 169 'Nieuwe doelstelling voor zon-op-dak' werd gevraagd een voorstel te doen voor een nieuwe doelstelling zon op dak. Een doelstelling die zowel lokaal als regionaal gebruikt kan worden. Ook werd gevraagd om een nieuw uitvoeringsprogramma op te stellen om die doelstellingen te realiseren. In de Raadsbrief Jaarplan 2022 Energietransitie is aangekondigd om u in Q2 het nieuw programma zon op dak toe te sturen. In het voorliggend programma Zon op dak & netoplossingen 2022 – 2026 nemen we u mee in hoe wij de komende collegeperiode uitvoering gaan geven aan de nieuwe doelstellingen. Hierin zijn o.a. de resultaten van het Rekenkamer onderzoek en het onderzoek naar netoplossingen in meegenomen.

1.2

De maatregel zon op dak

Zon op dak is een decentrale opwek maatregel. In het klimaatakkoord valt zon op grote daken zowel onder de sector gebouwde omgeving als onder de sector elektriciteit. Zon op kleine daken valt onder de sector gebouwde omgeving. De groei van zon op dak is in grote mate afhankelijk van beleid en subsidies vanuit de Rijksoverheid1. Ook spelen internationale ontwikkelingen en energieprijzen een rol bij die groei. We focussen ons in dit programma op de maatregel Zon op dak. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in grote daken en kleine daken. Daarnaast wordt binnen dit programma een koppeling gemaakt tussen zon op dak en maatregelen die de kans op zon op grote daken vergroten ondanks de huidige netbeperkingen. Deze maatregelen worden netinpassingsoplossingen of kortweg ‘net-oplossingen’ genoemd. De netbeperkingen zijn een structureel probleem en de koppeling tussen maatregelen, zien we als een van de oplossingen voor de verdere groei van zon op grote daken (c.q. nieuwe netoplossingen).

Dit programma is dus afgebakend op basis van de volgende maatregelen (of installaties): kleine PV-installaties (<15 KWp) op bestaande gebouwen (kleine daken) grote PV-installaties (≥ 15 KWp) op bestaande gebouwen en solar carports (grote daken) nieuwe oplossingen: de koppeling tussen zon op dak en energiegebruik (net-oplossingen) De ontwikkeling van zonnevelden, windparken, de maatregel zonneboilers en zon op dak bij nieuwbouw vallen buiten dit programma. Zon op dak bij nieuwbouw wordt via afspraken tussen de gemeente en ontwikkelaars gestimuleerd. Zonthermie valt ook buiten dit programma. In de raadsbrief Raadsbrief Uitvoeringsvraagstukken warmtetransitie van 24 mei 2022 is toegelicht wat de kansen zijn voor kleinschalige zonthermie. Dit programma focust zich op de maatregel zon-pv op dak bij bestaande bouw.

1

Overheid bevordert groei zonne-energie | Rijksoverheid.nl

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

6/29

Zonnewarmte vs zonne-elektriciteit De zon produceert energie. Deze energie kan omgezet worden in warmte met een zonnecollector of in elektriciteit met een pv-zonnepaneel. Een combinatie van beide is ook mogelijk via zogenaamde PVT-panelen. De uitdaging is om zoveel mogelijk van deze energie nuttig en kostenefficiënt te benutten. Het omzetten van zonne-energie naar warmte is efficiënter dan de omzetting naar elektriciteit. Toch worden pv-zonnepanelen op een veel grotere schaal toegepast dan zonnecollectoren. Dat heeft drie redenen. Een zonnepaneelsysteem is goedkoper dan een zonnewarmtesysteem (bestaande uit collector en een opslagvat). Bovendien vraagt een zonnewarmtesysteem meer ruimte en deze ruimte is vaak niet in een woning beschikbaar. De voornaamste reden is dat overtollige opgevangen warmte niet ingezet kan worden. Een vat dat op temperatuur is gebracht kan niet nog warmer worden gemaakt. Of deze warmte kan niet worden ingevoed op een warmtenet. Deze warmte gaat dan verloren. Een zonnepaneelsysteem is daardoor een goedkoper, compacter en flexibeler systeem.

1.3

Coalitieakkoord 2022-2026

Op 1 juni 2022 is het Coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’ gesloten. Het nieuwe programma zon op dak & net-oplossingen sluit op meerdere ambities aan uit het coalitieakkoord, onder onderdeel ‘Energie en klimaat’. De meest richtinggevende ambitie voor het programma zijn het behalen van de opgenomen doelstellingen. Specifiekere ambities die terugkomen in het nieuwe programma of waar het programma raakvlakken mee heeft zijn o.a.: het tempo maken van nieuwe energieproductie ondanks congestie (via Spoor B ‘net-oplossingen’), het juridisch onderzoeken om zon op dak te verplichten bij utiliteitsgebouwen, de verduurzaming van VvE’s, woningen met monumentale woningen en het gemeentelijk vastgoed (via het solar carport project), het onderzoeken van een mogelijke gemeentelijke energieontwikkelbedrijf, en elektrische auto’s die dienstdoen als batterij (via Spoor B ‘net-oplossingen). Energieambities die gericht zijn op de doelgroepen particulieren huiseigenaren, woningcorporaties, VvE’s en bewonersinitiatieven worden voornamelijk via het deelprogramma Wonen georganiseerd. De aanpak ervan wordt uitgewerkt onder het programma besparen.

1.4

Doelstellingen

Doelstelling zon op grote en kleine daken In het Utrechtse bod voor de Regionale Energie Strategie U16 (RES U16) 1.0 is voor zon op grote daken 168 GWh vastgesteld. Het realiseren van deze ambitie is een belangrijke doelstelling voor dit programma. De doelstellingen voor grote daken en voor de kleine daken zijn: 1. In 2030 wordt er in Utrecht 168 GWh opgewekt via zon op grote daken en carports 2. In 2030 wordt er in Utrecht 120 GWh opgewekt via zon op kleine daken Na het vaststellen van het nieuwe programma (eind juni), worden deze nieuwe doelstellingen in de nieuwe begroting meegenomen. De nieuwe indicator voor deze doelstellingen wordt GWh/jaar. Onderbouwing van de doelstellingen De doelstellingen zijn gebaseerd op de prognoses uit twee CE Delft-rapportages, een gericht op de groei van grote daken en het andere gericht op kleine daken. In deze onderzoeken zijn prognoses en scenario’s richting 2030 onder elkaar gezet. In deze studies is rekening gehouden met factoren als de verwachte investeringsbereidheid van eigenaren, het rendement van panelen en de ontwikkelingen in energieprijzen. In de raadsbrieven ‘Zon op dak - stand van zaken’ van november 2021 en de brief ‘Potentie zon op dak in RES conceptbod’ van maart 2021 zijn de keuze voor doelstellingen op basis van deze prognoses toegelicht en zijn de onderzoeken als bijlage meegestuurd.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

7/29

Zon op grote daken De studies gingen uit van drie scenario’s. In het ‘meest waarschijnlijke’ scenario voor grote daken, stijgt de opwek van 75 GWh/jaar (in 2020) naar 260 GWh/jaar in 2030. Bij het RES 1.0 bod is voor zon op grote daken uitgegaan van een minder optimistische groei richting 2030, namelijk 168 GWh 2. In Nederland kwam netcongestie voor, maar nog niet in Utrecht. Tennet is onlangs gestart met het netcongestiemanagement-onderzoek, waarmee zij kenbaar gaan maken welke capaciteit beschikbaar komt voor teruglevering in de Provincie Utrecht. Zon op kleine daken Ook bij de studie naar de groei van kleine daken zijn drie scenario’s opgesteld. In het ‘meest waarschijnlijke’ scenario in het onderzoek van CE delft, stijgt de opwek van kleine daken van 51 GWh/jaar (in 2020) naar 119 GWh/jaar in 2030. Op basis hiervan is gekozen voor een doelstelling van 120 GWh/jaar in 2030. Verwachte ontwikkelingen bij uitvoering van doelstellingen De doelstellingen hebben een horizon tot 2030, zie ook onderstaande tabel. Het programma heeft dezelfde horizon, maar de uitvoering ervan loopt tot einde van de huidige collegeperiode, van 2022 tot en met 2026. Het programma richt zich op zowel (1) de stimulering van zon op dak tot en met 2026 (korte termijn), als op (2) de nodige voorbereidingen richting 2030 (lange termijn).

Onder de nodige voorbereidingen valt bijvoorbeeld de pilot-aanpak t.b.v. de netbeperkingen. Verder op in het document wordt op de pilot-aanpak ingegaan. Flexibiliteit binnen het programma en binnen de pilots is van belang, omdat de ontwikkelingen rondom de netbeperkingen snel gaan. Het is lastig te voorspellen hoe de netproblematiek zich ontwikkelt en hoe de bestaande capaciteit verdeeld zal geworden. Tegelijkertijd kunnen zich oplossingen en ondersteunend Rijksbeleid aandienen, waar wij op dit moment nog onvoldoende zicht op hebben. Deze dynamiek zorgt ervoor dat zon op grote daken niet lineair zal doorgroeien richting 2030 3. Voor kleine daken geldt deze beperking niet en kennen geen andere grote belemmeringen. Kleine daken groeien wel lineair door 4. Tabel 1. Doelstellingen zon op dak 2030

2020 (GWh)1

2020

2030 (GWh)

Telt mee in RES

Indicator

+75% SDE’s2

Zon op kleine daken (≤15 kW)

40

n.v.t.

120

Nee

GWh/jaar

Zon op grote daken, incl. solar carports (>15 kW)

45

75

168

Ja

GWh/jaar

1CBS/Klimaatmonitor, 2022. 2 CE Delft rapport, 2021. Hier werd de huidige opwek + een schatte realisatiegraad van 75% van de huidige SDE-

beschikkingen genomen (ook wel de pipeline genoemd).

2

Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0 (oktober 2021) Ce Delft, 2021. Scenario’s zon op grote daken 4 Ce Delft, 2021. Scenario’s zon op kleine daken en solar carports 3

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

8/29

1.5

Monitoring

In lijn met de overgenomen Motie 169 'Nieuwe doelstelling voor zon-op-dak' kan bovenstaande doelstelling regionaal (via RES U16) en lokaal gehanteerd worden. Bij de toekomstige monitoring zal aangesloten worden bij de monitoring vanuit RES U16. De monitoring zal o.a. gebruik maken van de cijfers van de klimaatmonitor van het CBS, zie ook bovenstaande tabel (onder het jaar 2020). Er zijn nog geen actuelere cijfers beschikbaar dan van het jaar 2020. De publicatie van deze cijfers loopt meer dan anderhalf jaar achter, omdat na een volledig jaar de data nog verwerkt dient te worden. De monitoring in het voorgaande zon op dak-programma werd uitgedrukt in zon op dak-percentages. In dit nieuwe programma is de indicator in lijn met de doelstelling, namelijk de duurzame opwek van elektriciteit en dat uitgedrukt in GWh per jaar.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

9/29

2. Uitgangspunten nieuw programma In dit hoofdstuk benoemen wij onze uitgangspunten voor het nieuwe programma. Een van de uitgangspunten zijn de aanbevelingen van de Rekenkamer. Daarna volgt een paragraaf waar wij terugkijken op het oude programma en beschrijven daarin onze ervaringen. Op basis hiervan wordt beoordeeld welke acties worden doorgezet naar het nieuwe programma, omdat zij succesvol blijken en nodig blijven. Andere (afgeronde) acties kunnen worden stopgezet omdat zij niet meer nodig zijn of omdat zij niet meer passen bij de huidige opgaven en ontwikkelingen. Ook kijken we in dit hoofdstuk vooruit op basis van landelijke en lokale ontwikkelingen. Hierin komt het Rijksbeleid en de huidige netproblematiek aan bod. We eindigen dit hoofdstuk met de instrumenten die wij tot onze beschikking hebben om een nieuw programma uit te kunnen voeren. Op basis van deze uitgangspunten is een nieuw programma met acties en projecten opgesteld (hoofdstuk 3).

2.1

Evaluatie

In het Rekenkamer onderzoek ‘Grip op energietransitie’ is de ‘Zon op dak Aanpak 2019-2022’ geëvalueerd. De zon op dak-aanpak richtte zich op een aantal doelgroepen met een relatieve laag percentage zon op dak. De acties ter ondersteuning van die doelgroepen zijn inmiddels uitgevoerd en het voorgaande college heeft de doelstelling 20% zon op dak behaald. In het onderzoek van de Rekenkamer is een uitgebreid overzicht te vinden van de uitgevoerde acties. Het onderzoek van de Rekenkamer deed niet alleen onderzoek naar zon op dak. Het was breed opgezet, de Rekenkamer deed eerst onderzoek naar de Opgave Energie in brede zin. Zon op dak was vervolgens onderdeel van het onderzoek als een van twee concrete projecten. Onderstaand zijn een aantal belangrijke conclusies en aanbevelingen benoemd, en op welke manier de aanbevelingen zijn overgenomen in dit programma. Tabel 2 Overgenomen conclusies & aanbevelingen Rekenkamer – onderdeel zon op dak Conclusies & aanbevelingen Overgenomen ‘Het doel en de bijbehorende prestatie-indicator Een duidelijk prestatie-indicator (output) is kunnen specifieker worden geformuleerd’. vastgesteld, namelijk voor zon op grote daken 168 GWh en voor zon op kleine daken 120 GWh in 2030. “Het project neemt belemmeringen weg die Type aanpak wordt doorgezet. doelgroepen hebben en biedt hen producten aan om stappen te zetten”.

“Het beleid voldoet aan punten die Type aanpak wordt doorgezet, mede door het (ervarings)deskundigen hebben genoemd blijven betrekken van deskundigen. waaraan succesvol beleid moet voldoen”. Een compleet overzicht van de conclusies is in het Rekenkamer onderzoek zelf te vinden, onder Deel II Onderzoeksrapport, Hoofdstuk 2 Zon op dak 5. In de Raadsbrief ‘Plan van aanpak n.a.v. advies Rekenkamer opgave Energie’4 is een overzicht gegeven hoe de aanbevelingen zijn overgenomen in breder zin voor de gehele Energie-opgave. Deze algemene aanbevelingen zijn ook in dit programma overgenomen, met o.a.: Bij de acties en projecten wordt benoemd of zij onderdeel zijn van andere projecten en programma’s. Bij de acties worden benoemd op welke manier zij bijdragen aan de doelstellingen. Gaat om een uitvoerend project dat op de korte termijn bijdraagt aan de opwek doelstellingen. Of gaat 5 Raadsbrief Rekenkamer onderzoek, 2022

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

10/29

het om projecten en acties die bijdragen aan de doelstelling op een wat langere termijn, bijvoorbeeld of het gaat om beleidsvorming, een project dat nieuwe innovaties mogelijk maakt, of het netwerk in de stad stimuleert.

2.2

Ontwikkelingen zon op dak: Terug & vooruit kijken

Naast de aanbevelingen van de Rekenkamer, geven wij richting aan het nieuwe programma op basis van nieuwe ontwikkelingen. Dit zijn ook de ontwikkelingen die zich al voordeden tijdens de uitvoering van het voorgaande programma. We nemen in deze paragraaf ook ontwikkelingen mee die verwacht worden, op de korte termijn en die spelen richting onze doelstelling in 2030. We benoemen de ontwikkelingen voor zowel kleine als grote daken, en nemen daar ook de netproblematiek mee. De onderstaande beschrijving van de ontwikkelingen voor kleine en grote daken zijn mede gebaseerd op onze Zonnemonitor, op de eerdergenoemde CE- Delft onderzoeksrapportages en op het rapport van RHDHV over netcongestie. De algemene ontwikkeling van zon op dak In 2019, bij de start van het voorgaande programma, was het percentage zon op dak 13%. Zon op dak groeide, maar nog niet zo sterk als dat het vandaag de dag doet, zie onderstaande afbeelding. Destijds hadden een aantal doelgroepen een relatieve laag percentage zon op dak. De eerdere aanpak richtte zich daarom toen op een groot aantal kansrijke doelgroepen, namelijk: sociale huurwoningen, particuliere koopwoningen, bedrijven en kantoren, sportaccommodaties, onderwijsvastgoed en gemeentelijk kernvastgoed. Nu is zon op dak flink toegenomen naar 24% zon op dak in 2021. De sector rondom zon op dak is echt volwassen geworden.

In 2021 had Nederland van alle Europese landen de meeste zonnepanelen (i.e. geïnstalleerd vermogen) per inwoner. In algemene zin kan gezegd worden dat zon op dak zal blijven doorgroeien, ook in Utrecht, richting onze nieuwe doelstellingen in 2030.

Afbeelding 1 Zonnemonitor 2021 Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

11/29

Ontwikkelingen rondom kleine daken De groei van zon op kleine daken zet zich de komende jaren nog flink door. In het ‘meest waarschijnlijke’ scenario in het onderzoek van CE Delft, stijgen kleine daken van 51 GWh/jaar (in 2020) naar 119 GWh/jaar in 2030. Onder de categorie kleine daken vallen de doelgroepen particuliere huiseigenaren, sociale huurwoningen van woningcorporaties en kleine vve’s. Kleine daken van particuliere huiseigenaren Het grootste deel van deze groei wordt geleverd door de groep particuliere huiseigenaren. Dat was bij de start van het voorgaande programma ook al het geval. Deze groep kent weinig belemmeringen, en zijn er veel marktpartijen actief die hen ontzorgen. De gemeentelijke (deel)programma’s wonen en energiebesparing, en projecten zoals de Jouwhuisslimmer avonden/webinars en de collectieve inkoopacties, richten zich ook op deze doelgroep. Zon op dak wordt meegenomen bij deze projecten. Kleine daken van corporatiewoningen Binnen de groep kleine daken behoren ook sociale huurwoningen. Woningcorporaties hebben voor hun sociale huurwoningen tegenwoordig een eigen zon op dak programma. Via deze programma’s worden huurders zonnepanelen aangeboden. Bij dat aanbod is rekening gehouden met huurders met een kleine beurs, de afbetaling van de panelen zijn tegen lage maandelijkse kosten, terwijl de opbrengsten hoger zijn.

De programma’s zijn meerjarig en in samenwerking met installateurs. Bij het opstellen van het eerdere programma ‘Zon op dak Aanpak 2019-2022’ was dit nog niet het geval, en waren zij een achterblijvende doelgroep. Onder het oude programma zijn er acties uitgevoerd om woningcorporaties te informeren over de mogelijkheden van zon op dak. Een inzet op corporaties ten behoeve van voortgang van zon op dak, is nu niet meer nodig gezien de zon op dak toename (zie de zonnemonitor). Vanuit het programma besparen (en deelprogramma wonen) wordt ingezet op ambitieuze verduurzamingsdoelstellingen en op de mogelijkheden om energiearmoede aan te pakken, o.a. via de prestatieafspraken. Kleine daken van VvE’s, monumentale woningen en woningeigenaren met een kleine beurs Binnen de groep kleine daken bevinden zich ook VvE's, woningen met monumentale status en woningeigenaren met een kleine beurs. Wij hebben geen goed inzicht waar deze doelgroep zich bevinden en welke percentage zon op dak zij hebben. Daardoor is de voortgang van zon op dak niet inzichtelijk te maken. Maar van woningen met een monumentale status weten wij dat zij zich vooral in het centrum bevinden. Het vermoeden is dat het vastgoed in het centrum voor een groot deel bestaat uit (kleine) VvE’s en woningen met monumentale status. Volgens onze zonnemonitor was het aandeel zon op dak voor de wijk ‘binnenstad’ klein, namelijk 9%6.

Inmiddels zijn door de afdeling erfgoed de richtlijnen voor zon op erfgoed aangepast, en zijn er nu meer mogelijkheden voor zon op dak. In het coalitieakkoord 2022-2026 is hiervoor het volgende opgenomen: ‘Reversibele (terug te draaien) energiemaatregelen maken we ruimhartig mogelijk bij erfgoed en monumenten’. Bij VvE’s dienen alle leden juridisch akkoord te gaan met zon op dak. In de praktijk gaan helaas vaak niet alle leden akkoord. Zeker bij grote VvE’s vormt dit punt een belemmering. Bij kleine VvE’s liggen er meer kansen. Om woningeigenaren met een kleine beurs te informeren en te overtuigen van verduurzaming is een uitdaging. Verduurzaming is logischerwijs niet de hoogste prioriteit bij deze doelgroep. Een andere belemmering is dat zij niet de middelen hebben om verduurzamingsmaatregelen, zoals zon op dak, te financieren. Om de bovengenoemde redenen, krijgen de doelgroepen VvE’s, monumentale woningen en woningeigenaren met een kleine beurs extra ondersteuning. Zij worden geïnformeerd en geadviseerd over zon op dak en de financieringsmogelijkheden ervan. De aanpak hiervan wordt uitgewerkt onder het programma besparen.

6

Zonnemonitor 2021, Utrecht

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

12/29

Kleine daken & financiering Er zijn ook ontwikkelingen in de financiering van kleine daken. Zon op kleine daken worden voornamelijk via de salderingsregeling gesubsidieerd. In 2019 kondigde het Rijk aan de salderingsregeling af te bouwen. Minister Jetten geeft laten weten dat de afbouw van de salderingsregeling uitgesteld wordt, naar 1 januari 2025. In het oorspronkelijke wetsvoorstel zouden zonnepaneeleigenaren per 1 januari 2023 stapsgewijs minder mogen gaan salderen. Nu is dus besloten om de afbouw 2 jaar uit te stellen. Direct gevolg daarvan is dat zonnepaneelbezitters per 1 januari 2025 direct 36 procent minder mogen salderen om de opgelopen achterstand op het oorspronkelijke wetsvoorstel in te lopen. In 2025 zal dus eenmalig een grotere afbouwstap gezet worden, waarna het pad vanaf 2026 weer wordt opgepakt zoals oorspronkelijk beoogd. Voor het overige deel dat niet door de salderingsregeling wordt gedekt, ontvangen kleinverbruikers een redelijke vergoeding van hun energieleverancier. Voormalig minister Wiebes maakte begin 2020 bekend dat die redelijke vergoeding 80 procent van het leveringstarief zal zijn, waardoor zon op dak een gunstige investering zal blijven. Ontwikkelingen rondom grote daken Voorafgaand aan Tennet’s netbeperkingen, was de verwachting dat zon op grote daken ook flink zou gaan toenemen.

Onder de categorie grote daken vallen de doelgroepen bedrijven op bedrijventerreinen, solar carports, gemeentelijk vastgoed en grote VvE’s. In het ‘meest waarschijnlijke’ scenario van Ce Delft voor grote daken, steeg de opwek van 75 GWh/jaar (in 2020) naar 260 GWh/jaar in 2030. Bij het vastgestelde RES 1.0 bod is voor zon op grote daken uitgegaan van een groei van 168 GWh/jaar7 richting 2030. De RES’en zijn opgesteld om in ieder geval het nationale doel van 35 terawattuur hernieuwbare elektriciteit op land in 2030 te behalen. De verwachting is dat deze nationale doelstelling eerder wordt behaald. Naar aanleiding van de verhoogde Europese doelstellingen (het Fit-for-55-pakket), maar ook door de verwachte hoge elektriciteitsvraag van mobiliteit en industrie, overweegt het kabinet of zij haar doelstelling gaat verhogen. Deze intentie is toegelicht in de ‘Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie’8 van mei 2022. Het kabinet zal bij een verhoging van haar doelstelling rekening houden met de RESprocessen en de problematiek rondom het elektriciteitsnet. Ook zal zij eind 2022 duidelijkheid bieden in de investeringszekerheid en desbetreffende instrumenten voor zon op grote daken. Grote daken van bedrijfsdaken Bedrijfsdaken hebben veruit de grootste opwekpotentie binnen de groep grote daken.

Ongeveer 70% van het totale dakoppervlak van grote daken in Utrecht is een bedrijfsdak. Bedrijfsdaken hadden bij het opstellen van het eerdere programma ‘Zon op dak Aanpak 2019-2022’ een achterstand. Gezien hun achterstand destijds en hun opwekpotentie voor de RES, is de aanpak zon op bedrijfsdak een omvangrijke aanpak geworden binnen de ‘Zon op dak Aanpak 2019-2022’. Op initiatief van de gemeente is er tussen o.a. bedrijventerrein-verenigingen en zon op dak adviseurs een Bedrijven Zonnepact gesloten. In gezamenlijkheid met de bedrijventerrein-verenigingen zijn vervolgens zon op dak-aanjagers voor de 4 grote bedrijventerreinen aangesteld. Er is een zon op dak adviseurspool opgezet dat in verbinding staat met deze aanjagers en het Energieloket zakelijk & maatschappelijk vastgoed. Daarnaast worden communicatie en bijeenkomsten met partners van het Zonnepact afgestemd. Deze acties hadden het doel om de ondernemers op bedrijventerreinen te bereiken, en vervolgens te informeren en adviseren over zon op dak (o.a. SDE-subsidie aanvragen). Om hiermee de groei van bedrijfsdaken te versnellen. Met deze aanpak hebben wij direct en indirect groot aantal ondernemers weten te ondersteunen. In totaal zijn er tussen 2019 en eind 2020 ca. 100 SDE-subsidies in Utrecht aangevraagd (actuelere cijfers zijn nog niet beschikbaar) 9.

7

Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0 (oktober 2021) Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie 9 RVO, 2022. Feiten en Cijfers 8

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

13/29

Nieuwe ontwikkelingen om rekening mee te houden op het gebied van Rijksbeleid worden beschreven in de eerdere genoemde Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie. Dit is een uitgebreide brief met aankondigingen van aanvullend rijksbeleid, normering en subsidiering om verhoogde nationale doelstellingen voor duurzame opwek te behalen. In de brief wordt de normering zon op dak voor utiliteitsgebouwen toegelicht. Er gaat een zon op dak-verplichting gelden voor utiliteitsgebouwen met dakoppervlakten van 250m2 en groter. Voor nieuwbouw gaat de verplichting in vanaf 2025 (nieuwbouw valt buiten deze aanpak, informatie over deze verplichting is intern gedeeld). Voor bestaande bouw kan er vanaf 2023 gebruik gemaakt worden van een zon op dak-verplichting (toezicht en handhaving valt buiten deze aanpak, informatie over deze verplichting is intern gedeeld). De verplichting voor bestaande utiliteitsgebouwen is complexer in uitvoering te brengen. Gemeenten kunnen vanaf de invoering van de nieuwe Omgevingswet, op basis van het nieuwe bouwbesluit, maatwerkvoorschriften instellen om hernieuwbare energie te verplichten (alleen bij utiliteitsgebouwen). Een andere zon op dak-verplichting verloopt via de Erkende Maatregelenlijsten voor energiebesparing. Zon op dak zal hier als maatregel worden toegevoegd. De verplichting geldt indien de maatregel zich binnen 5 jaar terugverdient.

Een ander thema dat in de kamerbrief wordt benoemd, zijn de constructief zwakke daken. Vanaf dit jaar (2022) is in de SDE++ regeling opgenomen dat bij de aanvraag moet worden aangetoond dat het dak constructief geschikt is (of wordt gemaakt) voor zon-PV. De kosten van het geschikt maken van het dak, zijn niet opgenomen in de SDE-bedragen. Het Rijk gaat aan de slag met de uitwerking van een ondersteunende regeling voor zwakke dakconstructies en zal de Tweede Kamer voor het eind van het jaar informeren over de stand van zaken hiervan. Wij houden deze ontwikkelingen in de gaten. Grote daken van solar carports Solar carports zijn een nieuwe doelgroep in dit programma. Het zijn zonnepaneel-overkappingen van parkeerterreinen. Zij sluiten goed aan op de Voorkeursvolgorde Zon (onderdeel van de Nationale Omgevingsvisie), waarin een volgorde van inpassing van zon-PV wordt aanbevolen. Hierin staan bovenaan zon-PV op gebouwen (en andere objecten) en onbenutte terreinen in de gebouwde omgeving, zoals solar carports. Vervolgens volgt zon-PV op ‘restgronden’ buiten de gebouwde omgeving en tot slot zon-PV op functionele gronden zoals landbouw- en natuurgronden. De potentie van solar carports is groot. Solar carports kunnen in Utrecht in theorie ongeveer 47,5 GWh opwekken. Wij zijn hierbij uitgaan van locaties met beperkte schaduwinval en groter zijn dan 1500 vierkante meter10.

De gemeente heeft een deel van deze locaties in eigendom. Voor eigenaren van parkeerterreinen kunnen solar carports een aanvulling zijn op de zon op dakinstallatie van het naastgelegen vastgoed, of een alternatieve oplossing zijn als dat vastgoed een zwak dak heeft. Maar er zijn nog weinig gerealiseerde solar carport projecten. De doelgroep kent namelijk belemmeringen, voornamelijk de financiële haalbaarheid en de ruimtelijk inpassing ervan zijn uitdagend11. Op dit moment is in Utrecht één grote solar carport gerealiseerd van ongeveer 0,8 GWh en is aangesloten op het naastgelegen kantoorpand van verzekeraar ASR. Met de huidige netproblematiek zijn solar carports niet overal kansrijk. Zij zijn kansrijk op locaties wanneer solar carports kunnen worden aangesloten aan nabijgelegen vastgoed met een hoog elektriciteitsverbruik en/of worden gecombineerd met elektrisch laden. Grote daken van gemeentelijk vastgoed Vastgoedorganisatie Utrecht (VGU) heeft 31% van haar vastgoed (exclusief erfgoed) benut met zonnepanelen, volgens de zonnemonitor uit 2021. Een belangrijke doelstelling voor de verdere voortgang van zon op dak, is de doelstelling dat het gemeentelijk kernvastgoed uiterlijk in 2040 energieneutraal is. VGU geeft uitvoering aan deze opgave door in investeringscyclussen van vier jaar het vastgoed projectmatig en op natuurlijke momenten te verduurzamen.

Zon op dak wordt dan meegenomen in nieuwbouw, renovatieprojecten en bij die natuurlijke momenten, waaronder dak 10 11

Park the Sun, een applicatie voor solar carport locaties RVO, 2021. De zonnige kant van parkeren

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

14/29

vervanging. In de Nota Kapitaalgoederen zijn gebouwen benoemd die VGU gaat verduurzamen. Over de voortgang van deze projecten wordt gerapporteerd via het Meerjarenperspectief Utrechts Vastgoed (MPUV). In het MPUV 2022 geeft VGU aan dat zij mede op basis van een Rekenkamer- rapport, een adviesrapport van Ecorys en praktijkervaring, tot een nieuwe strategie zal komen voor deze opgave. Ook geeft VGU aan dat netcongestie invloed heeft op de genoemde opgave en er gekeken zal worden naar oplossingsrichtingen, in samenwerking met Ruimte. Later in het document, in Hoofdstuk 3 paragraaf spoor B wordt hier verder op ingegaan. VGU geeft in het MPUV 2022 ook aan, dat het niet gelukt is om tot postcoderoos project te komen. De hoofdrede is dat vanuit regelgeving over de verduurzaming van vastgoed, de VGU zelf de installatie in eigendom dient te hebben. Bij andere vastgoedeigenaren speelt deze regelgeving ook. Onder het kopje ‘Grote daken & financiering via de postcoderoos’ gaan wij hier dieper op in. Grote daken van VvE’s Zoals eerder aangegeven bij kleine VvE’s, hebben wij geen goed inzicht waar grote VvE’s zich bevinden en welke percentage zon op dak zij hebben. Daardoor is de voortgang zon op dak niet inzichtelijk te maken.

Een belemmering bij deze groep ligt voornamelijk bij de benodigde interne besluitvorming onder een groot aantal leden, en hierbij kan de gemeente maar een beperkte rol bij spelen. Grote daken & financiering Er zijn ook ontwikkelingen in de financiering van de genoemde grote daken. Grote daken en solar carports worden voornamelijk gesubsidieerd via de SDE++ regeling. De SDE++ stopt in 2025, maar het Rijk doet onderzoek naar een overgangsregeling. Volgens de ‘Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie’12 van mei 2022 blijkt uit een eerste onderzoek dat een overgangsregeling “waarschijnlijk niet de meest logische keuze is”. In deze brief wordt wel vermeld dat het kabinet gaat onderzoeken hoe zij wel investeringszekerheid kan bieden en welke instrumenten daar passen. Zij realiseert zich dat de ambities voor meer zon-PV op daken gecombineerd met transportschaarste op het elektriciteitsnet en de daarvoor benodigde oplossingen, zullen leiden tot meerkosten. Het Rijk gaat onderzoeken hoe hieraan (gedeeltelijk) tegemoetgekomen kan worden. Over investeringszekerheid en eventuele stimulering zal het kabinet uiterlijk eind 2022 uitsluitsel geven, zodat het beleid hier uiterlijk begin 2024 op zal aansluiten. Ook deze ontwikkelingen houden wij in de gedachten.

Naast de SDE-regeling, is de SCE-regeling (nieuwe postcoderoos regeling) te gebruiken voor de financieren voor grote daken. De regeling is vooral bedoeld om windparken en zonnevelden (of een zeer groot zonnedak) via een energiecoöperatie te financieren. Voor zon op grote daken blijken dakeigenaren in de praktijk te kiezen voor de SDE++ regeling. Dakeigenaren willen de installatie graag in eigendom hebben, omdat dit vaak een voorwaarde is bij regelgeving en beleid. Ook als panelen worden geleased, tellen zij niet mee in het energielabel van het pand. Grote daken & financiering via de postcoderoos In Utrecht zien wij deze trend ook, waardoor er nauwelijks meer gebruik wordt gemaakt van de gemeentelijke subsidieregeling ‘Collectieve Zonne-energieprojecten’. In zowel 2020 en als 2021 zijn twee goedkeurde aanvragen binnengekomen. In de Raadsbrief Jaarplan 2022 Energietransitie is de evaluatie en de conclusies van de nadere regels (subsidieregelingen) ‘Collectieve zonneenergieprojecten’ en ‘Zonneboilers’ opgenomen, naar aanleiding van een toezegging bij de raadsvergadering van de Voorjaarsnota 2021. Beide subsidieregelingen worden niet of nauwelijks gebruikt door bewonersinitiatieven en bewoners, omdat daken op andere manieren worden benut.

Volgens Klimaatmonitor en de Lokale Energie Monitor wordt het overgrote deel van de daken gesubsidieerd via de volgende rijksregelingen: SDE (46 %), Saldering (53%) en de Postcode roos (1%). De gemeente heeft de afgelopen jaren de regelingen via communicatie en bijeenkomsten (Jouwhuisslimmer -bijeenkomsten) herhaaldelijk onder de aandacht gebracht. De grootste belemmering bij de collectieve daken is dat dakeigenaren andere vormen verkiezen boven de 12

Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

15/29

postcoderoos regeling. Hierover is met initiatieven en energiecoöperaties gesproken, om vervolgens te ondersteunen in het werven van daken, o.a. bij woningcorporaties, maatschappelijke instellingen, de gemeente en bedrijven. Maar daar is gebleken dat eigenaren andere vormen verkiezen boven de postcoderoos regeling. De grootste belemmeringen bij de zonneboiler regeling zijn, is dat bewoners pv-panelen verkiezen boven zonneboilers, en wanneer een beperkte groep toch kiest voor zonneboilers zij subsidieaanvragen via de rijkssubsidie ISDE. Energiecoöperaties en bewonersinitiatieven hebben nog steeds de mogelijkheid om postcoderoos projecten te organiseren en het te financieren via de nieuwe postcoderoos regeling. De verwachting is dat dat zij hier beperkt op zullen inzetten. Als gemeente blijven wij de optie voor een postcoderoos in samenwerking met lokale initiatieven benoemen richting dakeigenaren. Energiecoöperaties en bewonersinitiatieven zijn bij andere kansrijkere trajecten betrokken, bij collectieve inkoop acties van zonnepanelen en isolatiemaatregelen. Zij worden ondersteunt via het loket Buurtidee13 en worden betrokken bij de (financiële) participatie rondom wind- en zonneparken. Financiële deelname en participatie door bewoners is financieel wel haalbaar bij (zeer) grootschalige opwekprojecten bij zonnevelden en windturbines.

Participatie wordt bij deze projecten door de gemeente zelf georganiseerd of uitgevraagd als criteria bij een tender en vervolgens ondersteund 14. Onze conclusie hieruit is dat de subsidieregelingen ‘Collectieve zonne-energieprojecten’ en ‘Zonneboilers’ niet meer passen bij deze tijd. Door het college is daarom besloten om de regelingen stop te zetten. Ontwikkelingen rondom netcapaciteit De toename van duurzame opgewekte elektriciteit op decentraal niveau, zorgen voor pieken op het net. Vooral de momenten wanneer de zon schijnt (overdag) en er beperkt energieverbruik is, bijvoorbeeld als bedrijven gesloten zijn (op zondagen), geven pieken op het net. Netcapaciteit voor teruglevering aan het net door grootschalige duurzame opwek is een structureel probleem in Nederland. Volgens de ACM zullen Tennet en de regionale netbeheerders de komende 10 jaar de transportschaarste niet volledig kunnen oplossen. De transportbeperkingen die zijn ingesteld naar aanleiding van die schaarste, gelden alleen voor nieuwe projecten die terugleveren via een grootverbruikaansluiting. Dat is vastgoed met zon op grote daken, denk o.a. aan bedrijfsdaken, groot maatschappelijk vastgoed en hoogbouw van woningcorporaties. Dat zijn vaak SDE++ gefinancierde daken en tellen mee in de RES-opgave en in onze grote daken-doelstelling.

Vastgoed met een kleinverbruikaansluiting, typisch een aansluiting van 3x80 Ampère en kleiner, zoals particuliere huiseigenaren, scholen en kleinere bedrijfspanden, hebben geen last van de netbeperkingen. Daken met minder dan 60 panelen (15 KWp) tellen niet mee in de RES. Daken met een kleinverbruiksaansluiting, en een dak met meer dan 60 zonnepanelen (>15 kW) tellen wel mee in de RES-opgave. Daken met een kleinverbruikaansluiting kunnen in theorie opwek tot maximaal 200 panelen terugleveren. Oplossingen voor netcongestie Het behalen van de doelstelling voor grote daken is grotendeels afhankelijk van netverzwaringen door Tennet (en Stedin). Andere belangrijke oplossingen voor het behalen van de doelstellingen zijn Tennet’s congestiemanagement en het toepassen van lokale alternatieve oplossingen. Tennet kan met congestiemanagement toch beperkte capaciteit vrijmaken voor grootschalige opwek. Uit Tennet’s congestiemanagement-onderzoek is gebleken dat er beperkte capaciteit is voor nieuwe opwek tot 2029. Tennet gaat deze capaciteit de komende jaren vrijmaken door afspraken te maken met grote gebruikers en opwekkers, om op bepaalde tijden meer elektriciteit te gebruiken en bepaalde tijden tijdelijk minder op te wekken. Die afspraken worden gemaakt op basis van de onlangs (mei 2022) vastgestelde Codebesluit congestiemanagement 15.

Dit was een belangrijk besluit voor de aanpak van netcongestie. Met dit besluit krijgen netbeheerders namelijk meer mogelijkheden om de 13 Buurtidee energie | Gemeente Utrecht 14 Beantwoording van de schriftelijke vragen 235 15 Codebesluit congestiemanagement | ACM.nl

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

16/29

transportschaarste aan te pakken. Zij kunnen nu contracten sluiten met marktpartijen die congestiemanagement proposities aanbieden. Bij de aanpak in dit programma, bij het onderdeel pilots, is rekening gehouden met deze nieuwe mogelijkheid. Of TenneT capaciteit vrij kan maken, hangt af van het aanbod van marktpartijen en van de bereidwilligheid van grote gebruikers en opwekkers om eraan mee te werken. Nog niet duidelijk is hoeveel capaciteit hierdoor vrijkomt voor de gemeente Utrecht en haar daken. In algemene zin, geldt voor zon op grote daken, dat er tot 2029 niet meer uitgaan kan worden van netlevering. Bedrijven kunnen kiezen om te wachten met zon op dak tot 2029, maar de ontwikkelingen in netcapaciteit zijn lastig te voorspellen. Ook na 2029. Daarnaast dienen bedrijven te verduurzamen, mede op basis van regelgeving dat nu geldt en wat gelden op de korte termijn. Een zon op grote dak installatie is wel mogelijk, als deze installatie op geen enkel moment in de tijd teruglevert aan het net. Dat kan door alle opgewekte elektriciteit zelf te gebruiken (en op te slaan). In de eerdergenoemde ‘Kamerbrief over rol zonne-energie in energietransitie’ wordt ook aandacht besteed aan de netcapaciteitsproblematiek en de oplossingen ervan. Het kabinet erkent de uitdagingen hierin en onderzoekt momenteel of er in brede zin aanvullend beleid nodig is.

Zo kijkt zij naar het stimuleren van flexibiliteit op het elektriciteitsnet. Hierbij kijkt EZK naar oplossingen zoals curtailment, opslag en uitgestelde levering. Het zijn dezelfde oplossingen die terugkomen in het RHDHV-onderzoek in de volgende paragraaf. EZK zal in het najaar de Tweede Kamer informeren over eventuele ondersteuning van deze oplossingen vanuit het Rijk. Wij houden deze ontwikkelingen in de gedachten. Lokale oplossingen voor netcongestie Er zijn alternatieve, innovatieve oplossingen waarmee nieuwe zon op grote dak projecten toch mogelijk worden. Deze oplossingen worden netinpassingsoplossingen, kortweg net-oplossingen genoemd, en kunnen worden toegepast onafhankelijk van de voortgang in netverzwaringen door de netbeheerders. Deze oplossingen zijn onderzocht door RHDHV in opdracht van de gemeente Utrecht. Dit rapport is als bijlage toegevoegd. In dit rapport is een uitgebreide beschrijving van de oplossingen terug te vinden en de mogelijke rol van gemeenten hierbij. Op basis van dit rapport hebben wij een aanpak gevormd en dat komt terug onder H3 Nieuw programma, spoor B ‘Individuele & collectieve net-oplossingen’. De oplossingen zijn te onderscheiden in individuele en collectieve oplossingen, en in basis oplossingen en complexere oplossingen. Individuele oplossingen bevinden zich achter een aansluiting (achter de meter) van enkel (bedrijfs)pand.

Collectieve oplossingen bevinden zich ook voor de meter, tussen een aantal (bedrijfs)panden, hun aansluitingen en de netbeheerder. De basisoplossingen, zijn laagdrempelige oplossingen die in een groot aantal situaties toepasbaar wanneer het huidige elektriciteitsgebruik overdag plaatsvindt. De complexere oplossingen gaan over de koppeling met een toekomstig energieverbruik en vragen grotere investeringen. De toepassing van complexere oplossingen is nu nog mogelijk in kansrijke cases en vastgoedeigenaren via pilots. De oplossingen zijn: ● Basis en individuele oplossingen Toepassing in veel situaties met eigen gebruik ○ Sluit een kleine zon op dak installatie op basis van geoptimaliseerd eigen gebruik met een energiemanagementsysteem en top pieken af (dynamische curtailment). Hierbij wordt niet teruglevert aan het net, ook op momenten wanneer er geen verbruik is. ● Complexere, individuele & collectieve oplossingen Toepassing (nu nog) in kansrijke cases of pilots. Verken waar mogelijk: ○ De combinatie zon op bedrijfsdak met toekomstig duurzaam (elektriciteit)gebruik, voornamelijk laden op bedrijventerreinen is kansrijk. ○ Het aansluiten van solar carports op kansrijk vastgoed; met hoog elektriciteitsverbruik. ○ Uitgestelde levering van opwek van zon op bedrijfsdak, door middel van een batterij.

○ Op bedrijventerreinen de mogelijkheden van de ontwikkeling van E-hub’s, een virtueel net waar de capaciteit voor teruglevering en afname onderling wordt uitgewisseld. ● Toepassing in geen of enkele situaties ○ De decentrale productie van waterstof is nog niet financieel kansrijk. Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

17/29

Programma Zon op dak & net-oplossingen 2022-2026 - Spoor B Net-oplossingen om zon op grote daken mogelijk te maken. Het toepassen van basisoplossingen verloopt via het geven van advies. Het toepassen van complexere oplossingen verloopt via een pilot-aanpak.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

18/29

2.3

Instrumenten

We hebben bepaalde instrumenten tot onze beschikking voor dit programma, waarmee we in kunnen spelen op de eerdergenoemde ontwikkelingen. Met een efficiënt gebruik van deze instrumenten, hebben wij als gemeente invloed op de verdere groei van zon op dak. Zoals eerder benoemd, krijgen gemeenten de mogelijkheid om zon op dak te verplichten bij nieuwe en bestaande utiliteitsgebouwen met dakoppervlakten van 250m2 en groter. Maar de mogelijke invoering ervan kent nog veel onzekerheid in de uitvoering en handhaving. In RES verband wordt verkend hoe gemeenten deze verplichting in de toekomst in kunnen gaan zetten en deze bevindingen worden gedeeld met de Utrechtse VTH. Over de mogelijkheid om te verplichten beschikt de gemeente nog niet, het voorliggend programma zon op dak is mede daardoor een stimuleringsprogramma. Onze instrumenten hierbij zijn: Het informeren en stimuleren van doelgroepen via communicatie, Het ondersteunen van doelgroepen via een aanbod van advies (quickscans) en haalbaarheidsstudies. Het stimuleren van innovatieve oplossingen via haalbaarheidsstudies. Het ondersteunen van het opzetten van samenwerkingen, en hierbij te ondersteunen in het leren en delen van ervaringen. De haalbaarheidsstudies en die samenwerkingen zijn nodig om pilotprojecten (bijvoorbeeld met bedrijven) uit te voeren en daarmee innovatieve oplossingen te stimuleren.

Het lobbyen richting het Rijk voor gunstige regelgeving en financiering, dat in afstemming met andere overheden en dat mede op basis van de ervaringen in de pilots.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

19/29

3. Nieuw programma ‘2022-2026’ 3.1

Hoofdlijnen programma

Op basis van het voorgaande hoofdstuk ‘Uitgangspunten nieuw programma’ is dit nieuwe programma met verschillende acties en projecten opgesteld. Dit programma is een gerichte aanpak, is verdeeld in twee sporen en heeft als horizon 2030. Spoor A stimuleert een specifieke groep van achterblijvende doelgroepen, zodat groei voor deze groepen mogelijk wordt. Voor grote daken is netcongestie een structurele belemmering in de verdere groei. Daarom richt Spoor B zich op oplossingen voor netcongestie voor grote daken en dat onafhankelijk van netverzwaringen. Spoor B richt zich dus op de toepassing van netinpassingsoplossingen. Deze twee sporen zijn nodig om onze doelstellingen voor kleine en grote daken in 2030 te behalen. Onderstaand worden eerst de hoofdlijnen van spoor A en spoor B toegelicht. In de twee opvolgende paragrafen zijn de acties en projecten van beide sporen omschreven. Spoor A Spoor A heeft dezelfde aanpak van informeren en adviseren van doelgroepen als het eerdere zon op dak programma. Spoor A richt zich op achterblijvende doelgroepen. Achterblijvende doelgroepen zijn groepen met een achterblijvende zon op dak percentages, vanwege structurele belemmeringen. Spoor A ‘Stimulering achterblijvende doelgroepen’ richt in dit programma op de volgende doelgroepen: Grote daken: bedrijfsdaken en solar carports, Kleine daken: VvE’s en woningen met monumentale status.

Via spoor A worden deze doelgroepen geïnformeerd en geadviseerd over zon op dak. Het informeren en adviseren voor kleine daken verloopt voornamelijk via andere energieprogramma’s van de gemeente, waaronder het Programma energiebesparing en verduurzaming van VvE’s. Bij grote daken verloopt de ondersteuning van bedrijfsdaken via de bestaande zon op bedrijfsdakaanpak. Voor solar carports komt er een nieuwe aanpak. Spoor B Spoor B is een nieuw spoor, met nieuwe acties en projecten. Spoor B ‘Individuele & collectieve netoplossingen’ richt zich op de oplossingen voor netcongestie, om nu en in de toekomst grootschalig zon mogelijk te maken. Het gaat hierover de toepassing van de eerdere genoemde netinpassingsoplossingen uit het RHDHV onderzoek. De structurele netproblematiek vraagt om acties en projecten die op een nieuwe en innovatieve manier grootschalige zon installaties toch mogelijk maken. Deze oplossingen kunnen nu nog niet grootschalig worden uitgerold via een stimuleringsprogramma, omdat de financiële haalbaarheid alleen nog in specifieke gevallen uit kan en vaak mede op basis van subsidies. Spoor B - Pilotprojecten Spoor B richt zich dan ook op de ondersteuning van pilotprojecten en initiatieven, die kansrijk zijn voor opschaling na 2025/2026 tot 2030. Binnen de pilotprojecten gaat het om maatwerk en zijn vaak uitdagend in de realisatie.

Het doel van deze pilot-aanpak is om te leren van ervaringen, door zowel de projectpartners als de gemeente zelf. Om vervolgens deze ervaringen in te zetten voor opschaling. Om ze te gebruiken voor lobby richting het Rijk en om met netbeheerders af te stemmen over mogelijke (balancerings-) overeenkomsten. Ook dienen de pilots ter inspiratie en als voorbeeld voor andere ondernemers en vastgoedeigenaren (via het zonnepact). Om uiteindelijk zo de netoplossingen gemeengoed te maken. Er zal gebruik gemaakt worden van ervaringen van de toepassingen van batterij- en (V2G) laad-oplossingen binnen projecten in Lombok, Kanaleneiland en Overvecht (o.a. bij ROBUST, IRIS en Inside-out).

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

20/29

Spoor B – Pilotprojecten & Doelgroepen De pilots zijn gericht op doelgroepen met grote daken, namelijk pilots bij: bedrijfsdaken op bedrijventerreinen, gemeentelijk vastgoed (waaronder zwembaden) en VvE’s. Er wordt gestart met haalbaarheidsstudies, er wordt ondersteund in de afstemming met Stedin, om vervolgens het onderzoek naar financiering en subsidieaanvraag te ondersteunen. Vaak dienen nieuwe overeenkomsten gesloten te worden met Stedin, en dat vraagt o.a. veel afstemming. De acties bij gemeentelijk vastgoed worden uitgevoerd in samenwerking met de VGU. Het is belangrijk dat Spoor B zich kan door ontwikkelen, want netcongestie is een relatief nieuw probleem. Inzicht in het probleem, regelgeving en oplossingen zijn in ontwikkeling. De gemeentelijke aanpak zal met deze ontwikkelen meebewegen.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

21/29

Programma Zon op dak & nieuwe ‘net’- oplossingen 2022-2026 Het belangrijkste doel is om meer zonne-energie op te wekken met zonnepanelen op daken. Bij grote daken is netcongestie de grootste belemmering.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

22/29

3.2

Spoor A stimulering achterblijvende doelgroepen

3.2.1. ●

Kleine daken – VvE’s & woningen met monumentale status Informatie en advies zon op VVE De huidige aanpak van de verduurzaming van VvE’s wordt geïntensiveerd. De aanpak ervan wordt uitgewerkt onder het programma besparen. Zon op dak-ondersteuning wordt onderdeel van dat nieuwe programma. VvE’s worden geïnformeerd en geadviseerd over zon op dak, o.a. via de Jouwhuisslimmer-informatieavonden. Binnen dit programma wordt verkend hoe wij als gemeente meer inzicht krijgen in de voortgang van zon op VvE (adressen van nietingeschreven VvE’s zijn namelijk lastig te achterhalen). Informatie en advies zon op woningen met monumentale status Binnen de bestaande reeks van Jouwhuisslimmer-informatieavonden komt de verduurzaming van woningen met monumentale status aan bod. Het informeren en adviseren van bewoners hier wordt aangevuld met zon op dak-advies voor VvE’s met monumentale status. De aanpak ervan wordt uitgewerkt onder het programma besparen.

●

3.2.2. ●

●

3.2.3. ●

●

Grote daken - Bedrijfsdaken op bedrijventerreinen Informeren en advies, via Aanjagers en Zonnepact De huidige zon op bedrijfsdak aanpak wordt doorgezet. Wij ondersteunen d.m.v. het aanbieden van informatie en advies aan MKB-ondernemers en bedrijven op bedrijventerreinen. We zetten daarbij onze zon op dak-aanjagers, pool van adviseurs, het Energieloket en Zonnepact-bijeenkomsten in. Bij deze aanpak gaan wij bewust ons aanvullend richten op de doelgroep bedrijven met een groot dak maar met een kleinverbruikaansluiting (tussen 60 en ca. 250 panelen). Deze tellen namelijk wel mee in de RES-doelstelling maar worden niet geraakt worden door netcongestie. Er komt meer aandacht voor deze groep in onze informatie en advies. De gehele zon op bedrijfsdak-aanpak richt daardoor op alle bedrijven op bedrijventerreinen. Doorontwikkeling informatie en advies t.b.v. oplossingen netcongestie Het bestaande advies binnen de huidige zon op bedrijfsdak-aanpak wordt aangevuld met informatie en advies over netcongestie en de oplossingen hiervoor. Zo informeren wij ondernemers hierover via onze Zonnepact-bijeenkomsten en zal de adviseurspool worden aangevuld met netinpassingsadvies. Een van de netinpassingsoplossingen is de koppeling tussen zon op dak en elektrisch laden. Wij gaan onze zon op dak kanalen inzetten om het programma laden te ondersteunen bij de aanpak van laden op bedrijventerreinen.

Grote daken - Solar carports op parkeerterreinen 1-3 solar carports realiseren op gemeentelijke terreinen De aanpak gericht op de ontwikkeling van solar carports is nieuw. Solar carports kunnen zowel een bijdrage leveren aan de doelstelling voor grote daken, als voor de verduurzaming van (gemeentelijk) vastgoed. Het eerste jaar is gericht op het onderzoeken van gemeentelijke locaties. Vanuit de energie-opgave gaan we samenwerken met de VGU in een uitgebreid haalbaarheidsstudie en studie naar financieringsmogelijkheden. In de studie houden wij rekening met netcongestie, solar carports zijn nu voornamelijk kansrijk bij vastgoed met een hoog elektriciteitsgebruik. Ook houden wij rekening met de benodigde exploitatietermijn van bijvoorbeeld 15 jaar of langer. In 2025 willen wij met de VGU 1 tot 3 solar carports realiseren. In het traject richting realisatie houden wij rekening met alternatieve ontwikkelingen, een zorgvuldige ruimtelijk inpassing en met de wensen en behoeften van omwonenden. Ondersteuning ontwikkeling carports op private terreinen Op basis van de ervaringen van het traject voor gemeentelijke terreinen, gaan we verkennen of en op welke manier wij private eigenaren kunnen ondersteunen in de realisatie van solar carports.

Meer Zon, minder netcapaciteit, hoe doen we dat? |

23/29

Spoor B Individuele & collectieve net-oplossingen 3.3.1. ●

●

3.3.2. ●

●

●

Individuele oplossingen - advies Advies over oplossingen netbeperkingen Wij stellen een adviseur beschikbaar voor bedrijven met grote daken op bedrijventerreinen, gericht op netcongestie en de oplossingen hiervoor. Met de Provincie verkennen wij of dit advies gezamenlijk in te kopen is. De adviseur wordt gekoppeld aan de zon op bedrijfsaanpak, met haar zon op dak-aanjagers en het zonnepact. Zon op dak advies koppelen met advies laden Een van de oplossingen voor netcongestie op bedrijventerreinen, is een koppeling tussen elektrisch laden en zon op dak. Op bedrijventerreinen wordt op korte termijn een snelle toename verwacht van de elektriciteitsvraag door de laadbehoefte van bestelbusjes en trucks. Wij gaan verkennen hoe wij het advies van zon op dak en elektrisch laden kunnen combineren. Die verkenning doen wij eerst op basis van pilots (zie onderstaande), om daarna de ervaringen te koppelen aan individueel gericht advies. Daarnaast gaan wij onze zon op bedrijfsdak communicatiekanalen inzetten om het programma laden te ondersteunen en wij gaan gezamenlijk een bijeenkomst organiseren t.b.v. het informeren van ondernemers over de combinatie van zon en laden op bedrijventerreinen. Individuele oplossingen - onderzoek & pilot projecten Onderzoek & pilots op bedrijventerreinen: zon en laden. In het combineren van zon op dak en laden liggen er een aantal uitdagingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7d510370-8f1a-4060-b259-745ed0ab6974