CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

Gemeenteraad 6 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Programma Water en Riolering Utrecht 2025-202911.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

Rioolgemaal Kardinaal de Jongweg

22 april 2024 Kenmerk: 12286160

Colofon

In opdracht van Stadsbedrijven-BOR-groep Water, Riolering en Gemalen

Internet Visie water en riolering | Gemeente Utrecht – Omgevingsvisie

Fotografie Paul Witmer

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

2/33

Inhoud Samenvatting

5

1

8

2

3

4

5

6

Inleiding 1.1

Aanleiding

8

1.2

Ambitie

9

1.3

Leidende principes

9

1.4

Proces

10

1.5

Leeswijzer

10

Afvalwater

11

2.1

Belangrijkste ontwikkelingen

11

2.2

Financiën

15

Hemelwater

16

3.1

Belangrijkste ontwikkelingen

16

3.2

Financiën

19

Grondwateroverlast

21

4.1

Belangrijkste ontwikkelingen

21

4.2

Financiën

22

Oppervlaktewater

23

5.1

Belangrijkste ontwikkelingen

23

5.2

Financiën

25

Middelen

26

6.1

Personeel

26

6.2

Kostenontwikkeling 2025-2029

26

6.3

Inzet overschot egalisatiereserve riolering

28

6.4

Ontwikkeling rioolheffing

28

6.5

Voorziening GRP investeringen (Gemeentelijk Rioleringsplan)

30

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

3/33

Bijlage I Investeringsplanning riolering t/m 2030

31

Bijlage II Overzicht vaststelling investeringen

32

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

4/33

Samenvatting De gemeente heeft vanuit de wet een aantal zorgplichten en daarmee taken op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het jaarlijkse Programma Water en Riolering (PWR) beschrijft de voorgenomen activiteiten waarmee we invulling geven aan deze zorgplichten. Ook beschrijft het programma de activiteiten die wij uitvoeren om het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is gezond te houden. Tot slot beschrijft het programma de gevolgen van al deze activiteiten voor de ontwikkeling van de gemeentelijke rioolheffing voor perceeleigenaren met aansluiting op de openbare riolering en grootverbruikers. Het programma komt voort uit de Visie Water en Riolering Utrecht, waarin het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze zorgplichten en onze oppervlaktewater kwaliteitsdoelstellingen is vastgelegd. We streven hierbij naar een gezond, robuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem in Utrecht voor iedereen. Het programma wordt jaarlijks bij de Voorjaarsnota geactualiseerd en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Vaststelling van het programma is met ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een bevoegdheid van het college. Het programma wordt ter informatie aangeboden aan de raad. De geraamde kosten en kostendekkende tarieven in het programma zijn richtinggevend.

De rioolheffing wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld bij de Programmabegroting. Afgelopen jaren door de beperkte voorbereidingscapaciteit minder riool vervangen dan beoogd. Ook zorgt de financiële situatie van de gemeente ervoor dat er geen structurele extra financiële middelen beschikbaar zijn voor de integrale, wijkgerichte aanpak in Kanaleneiland, Hoograven en OvervechtNoord. Daarom achten we het verstandig een pas op de plaats te maken en de rioolvervangingsinspanning komend jaar niet verder te laten groeien en eerst onze vervangingsstrategie te herzien om de kwaliteit van de riolering op orde te houden. Vanaf 2026 zetten we weer stapsgewijs in op groei. Wel met de kanttekening dat een stijging van de rioolvervangingsinspanning vanaf 2026 alleen haalbaar is als de integrale aanpak met een herinrichting van gevel tot gevel wordt losgelaten nu hiervoor geen extra financiële middelen beschikbaar zijn én met als voorwaarde dat er voldoende personele voorbereidingscapaciteit beschikbaar is.

Doordat we volgens de filosofie van ‘ontwikkelend beheer’ bij rioolvervanging zo veel mogelijk inspelen op andere maatschappelijke opgaven heeft de keuze voor een meer sobere aanpak en het verlagen van de rioolvervangingsdoelstellingen voor de periode 2025-2029 ook invloed op het halen van de doelstellingen van andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatbestendigheid en circulariteit. Samen met het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) werken we aan het uitvoeringsprogramma Gezond Water. Het doel van het uitvoeringsprogramma is de waterkwaliteit in de gemeente Utrecht zodanig te verbeteren dat hiermee de vastgestelde waterkwaliteitsdoelen vanuit de Kaderrichtlijn Water voor de zogenaamde ‘overige wateren’ uit het beleid van het waterschap en de gemeente worden behaald. Om samen een start te maken met dit uitvoeringsprogramma is de benodigde financiële dekking voor 50% van de kosten verdeeld over de periode 2025-2028 opgenomen

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

5/33

in het PWR 2025-2029. HDSR en gemeente Utrecht willen na vaststelling van de Voorjaarsnota 2024 een samenwerkingsovereenkomst aangaan. Het verschaffen van duidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheden, financiën, organisatie, capaciteit en beheer en onderhoud zijn onderdeel van deze overeenkomst. Ongeveer 60% van de grond in de gemeente is niet in handen van de gemeente, maar van bewoners, instellingen en bedrijven. Om hen te stimuleren zo veel mogelijk hemelwater te scheiden van afvalwater en te verwerken op eigen terrein breiden we de activiteiten van het Programma Waterproof030 uit. We intensiveren onder andere onze communicatiecampagne, halen meer tegels op, organiseren extra geveltuinenburendagen en verbeteren de samenwerking met de belangrijkste stakeholders zoals woningbouwcorporaties. We verwachten hiermee ook een impuls te geven aan het gebruik van de subsidie Watervriendelijk Maatschappelijk vastgoed en de groene daken subsidie. De totale verwachte kostenstijging van 2024 naar 2025 bedraagt inclusief inflatiecorrectie € 2,5 miljoen, ofwel 5,1%. Deze stijging bestaat voor 2,2% uit inflatiecorrectie. De gevolgen van de inflatie blijven beperkt doordat we op de investeringen en groot onderhoud geen inflatiecorrectie hebben doorgevoerd. Bij het PWR 2023-2027 zijn nieuwe eenheidsbedragen vastgesteld die nog steeds toereikend lijken te zijn.

De kostenstijging exclusief inflatiecorrectie zit hoofdzakelijk op de posten oppervlaktewater (zowel dagelijks onderhoud als investeringen), personeelskosten, Waterproof030 en beleid & onderzoek. Deze kostenstijging blijft beperkt tot 2,9% doordat de rioolvervangingsinspanning in 2025 gelijk blijft aan 2024. Hiermee blijven we voor 2025 binnen de in de Visie Water en Riolering afgesproken bandbreedte voor de jaarlijkse kostenstijging (exclusief inflatiecorrectie) van 2-4%. Doordat het aantal rioolaansluitingen van 2024 naar 2025 naar verwachting met ongeveer 3.000 toeneemt, stijgen onze inkomsten met ongeveer € 0,8 miljoen. Om kostendekkend te blijven kunnen we volstaan met een lagere procentuele stijging van de rioolheffing ten opzichte van de kostenstijging. Voor de rioolheffing 2025 kunnen we behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen inzetten op een tariefstijging van 3,4% inclusief inflatiecorrectie ten opzichte van 2024 om volledig kostendekkend te blijven. De investering op rioolvervanging loopt achter op de planning, wat terug te zien is in de stijgende voorziening GRP investeringen. Daarom stellen we voor de rioolvervangingsinspanning in 2025 gelijk te houden aan 2024 en niet maximaal te indexeren op de overige budgetten. Hiermee beperken we de kostenstijging voor 2025 en verder met een bedrag van 3,3 miljoen euro.

Omdat de rioolheffing maximaal 100% kostendekkend mag zijn kunnen we de stijging van de rioolheffing eveneens met dit bedrag beperken. Er is in 2023 € 1,7 miljoen in de egalisatiereserve riolering gestort. Met deze storting zit er € 5,7 miljoen in de egalisatiereserve riolering. Bij vaststelling van het Programma Water en Riolering 2024-2028 heeft de raad besloten voortaan een maximumbedrag van € 4 miljoen in de egalisatiereserve riolering aan te houden en jaarlijks bij de Voorjaarsnota te bepalen hoe het bedrag boven het maximumbedrag wordt ingezet. De storting van € 1,7 miljoen kan dus volledig ingezet worden voor demping van de tariefstijging. In de Visie Water en Riolering is vastgelegd de jaarlijkse tariefstijging exclusief inflatiecorrectie binnen een bandbreedte van 1,5-2,5% te houden. Zonder inzet van de egalisatiereserve is de verwachte

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

6/33

tariefstijging voor 2026 en 2027 respectievelijk 3,8% en 2,7%. Daarom stellen we voor het uit 2023 beschikbare overschot van € 1,7 miljoen uit de egalisatiereserve riolering te reserveren om de beoogde tariefstijging van de rioolheffing in deze jaren te dempen. Hiermee blijft de verwachte tariefstijging exclusief inflatiecorrectie ook voor de periode 2026-2029 beperkt tot maximaal 2,5%. Bij de Verordening Rioolheffing 2025 leggen we dit voorstel ter besluitvorming voor aan de raad.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

7/33

1

Inleiding

Het Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029 beschrijft welke activiteiten in de periode 2025-2029 gepland staan om invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten en het beleid zoals verwoord in de Visie Water en Riolering Utrecht. Ook geeft het programma aan welke budgetten hiervoor nodig zijn en wat de verwachte gevolgen zijn voor de ontwikkeling van de gemeentelijke rioolheffing 1.1

Aanleiding

De gemeente heeft vanuit de wet1 een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van stedelijk waterbeheer namelijk, de inzameling en het transport van afvalwater, de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Voorliggend Programma Water en Riolering (PWR) Utrecht bevat de voorgenomen activiteiten voor de periode 2025-2029 om invulling te geven aan deze zorgplichten. Ook beschrijft het PWR de activiteiten die wij uitvoeren om het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is gezond te houden. Tot slot beschrijft het PWR de gevolgen van al deze activiteiten voor de ontwikkeling van de gemeentelijke rioolheffing. Het PWR komt voort uit de Visie Water en Riolering Utrecht, waarin het gemeentelijke beleidskader voor deze zorgplichten en onze oppervlaktewaterkwaliteitsdoelstellingen is vastgelegd. Conform de systematiek van de Omgevingswet bevat dit programma de maatregelen en middelen om uitvoering te geven aan dit beleid. De visie is als thematisch beleid onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie Utrecht. Voorheen vormden de visie en het PWR samen het verplichtte Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Met ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is deze wettelijke verplichting vervallen en is het PWR een vrijwillig programma.

Gemeenten blijven echter wél verplicht hun zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer te vervullen en de financiën te verantwoorden. Het PWR geeft voor de komende vijf jaar inzicht in de besteding van de gelden uit de rioolheffing en de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing. De jaarlijkse Programmabegroting geeft alleen inzicht in de totale inkomsten uit de rioolheffing en de kosten die daaruit gedekt worden. De verdeling van het budget is niet inzichtelijk. Ook is het lastig zicht te krijgen op de verwachte meerjarige kostenontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de rioolheffing. Het PWR geeft deze informatie wel en voorziet daarmee in een behoefte, zeker nu de rioolvervangingsinvesteringen steeds bepalender worden voor de mogelijkheden om de openbare ruimte te vernieuwen en te verduurzamen.

1 De gemeentelijke zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer zijn verankerd in Artikel 16 lid 1 van de Omgevingswet.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

8/33

1.2

Ambitie

Utrecht wil een gezonde stad zijn voor iedereen. Voor het water- en rioleringssysteem in Utrecht is daarbij onze ambitie om dit gezond, robuust en toekomstbestendig te houden voor iedereen. Dit betekent dat we streven naar: • De basis op orde, door het borgen van een robuust water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een toekomstbestendige stad via een klimaatbestendig en circulair water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een gezonde leefomgeving, door het realiseren van een gezond water- en rioleringssysteem voor zowel mens, plant als dier. Daarbij willen we dat iedereen (bewoners, bedrijven, gebruikers) hiervan profiteert en aan bijdraagt. Voor de verdere uitwerking van onze ambitie en de bijbehorende beleidskeuzes verwijzen we naar de Visie Water en Riolering Utrecht.

1.3

Leidende principes

Voor dit programma hanteren we de leidende principes uit de gemeentelijke Visie Water en Riolering, de Visie Klimaatadaptatie en de Nota Beheer Openbare Ruimte. Dit betekent dat we bij ingrepen in de openbare ruimte de volgende principes hanteren: • We houden stromen apart, ofwel we ontvlechten het afval- en hemelwatersysteem waar het kan. • We vergroten de sponswerking van de stad door hemelwater te verwerken waar het valt. Dit doen we via het principe “Groen tenzij”, ofwel inzet op bovengrondse verwerking van hemelwater door zo min mogelijk verharding en zo veel mogelijk groene maatregelen. We volgen hierbij de voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater. • We benutten alle ruimte. We streven ernaar zoveel mogelijk functies te combineren om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten. Denk hierbij aan het combineren van groen, isolatie en waterberging op een groen dak, waterinfiltratie en parkeerplekken via waterpasserende verharding, waterinfiltratie en groen via wadi’s, waterberging, natuur en recreatie via de aanleg van vijvers en andere waterpartijen. • We respecteren het natuurlijke systeem en zorgen conform de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water ervoor dat bij ingrepen het natuurlijke systeem niet verslechtert.

Om de door ons gewenste situatie te bereiken hanteren we de volgende leidende principes voor de realisatie; • We geven als gemeente het goede voorbeeld, ofwel we beginnen met de openbare ruimte en het eigen vastgoed. • We gebruiken zoveel mogelijk de natuurlijke momenten van nieuwbouw, grootschalige renovatie, herinrichting en vervanging om de gewenste systeemwijzigingen door te voeren. • We gebruiken het moment van rioolvervanging zoveel mogelijk om de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten en via werk met werk maken andere maatschappelijke ambities te realiseren (integraal tenzij; principe van ontwikkelend beheer).

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

9/33

•

We stimuleren bestaande bouw en openbare ruimte door voorlichting, facilitering en subsidiering om de gewenste transities te realiseren. Verplichting is alleen aan de orde bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen.

1.4

Proces

Het PWR wordt jaarlijks geactualiseerd bij de Voorjaarsnota en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Het PWR wordt opgesteld door de groep Water, Riolering en Gemalen, afdeling Beheer Openbare Ruimte van Organisatieonderdeel Stadsbedrijven. Voor het bepalen van de investeringsprojecten wordt nauw samengewerkt en afgestemd met de andere belangrijke gemeentelijke programma’s die invloed hebben op de openbare ruimte, zoals het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) en het Meerjaren Investeringsprogramma voor het beheer van de openbare ruimte (MJIP). Daar waar het gaat om het beïnvloeden van de andere eigenaren in Utrecht werken we vooral samen met de programma’s klimaatadaptatie, energie, circulair, groen en vastgoed. Daarnaast worden relevante activiteiten uit het programma afgestemd met de zuiveringsbeheerder (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en de waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerders (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat). Vaststelling van het Programma Water en Riolering is met ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een bevoegdheid van het college. Het PWR wordt gelijktijdig met de Voorjaarsnota ter informatie aan de gemeenteraad aangeboden. In de jaarlijkse Verantwoording en het Duurzaamheidsverslag blikken we terug op het afgelopen jaar.

De geraamde kosten en kostendekkende tarieven in het PWR zijn richtinggevend. De rioolheffing wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld bij de Programmabegroting. Conform de gemeentelijke Participatie- en inspraak Verordening 2019 is de Visie Water en Riolering ter inzage gelegd, waarbij tevens voldaan is aan de procedure voor vaststelling Omgevingsvisie onder de toekomstige Omgevingswet (3.4 Awb). Omdat het Programma Water en Riolering een uitwerking is van de visie en geen grote eigen beleidskeuzes bevat wordt het programma niet ter inzage gelegd.

1.5

Leeswijzer

Het PWR is evenals de visie thematisch ingedeeld volgens de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. In de hoofdstukken 2 t/m 5 worden achtereenvolgens de belangrijkste activiteiten en daarvoor benodigde middelen op afvalwater, hemelwater, grondwateroverlast en oppervlaktewater beschreven. Per thema wordt ingegaan op de activiteiten dagelijks onderhoud, groot onderhoud, investeringen en beleid & onderzoek. Daar waar deze onderdelen meerdere thema’s betreffen zijn ze beschreven bij het thema waar de activiteit de meeste aansluiting heeft. Hoofdstuk 6 gaat in op de benodigde middelen (personeel en financieel) en de gevolgen voor het rioolheffingstarief. De bijlage bevat een overzicht van de geplande rioleringsinvesteringen en de renovatieplanning gemalen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

10/33

2

Afvalwater

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de zuivering. Onder afvalwater verstaan we huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste ontwikkelingen voor de komende vijf jaar en de financiële gevolgen daarvan. 2.1

Belangrijkste ontwikkelingen

De basis op orde We zetten het beleid door om via kwaliteitsgestuurd beheer en het gebruik van data het beheer en onderhoud van onze riolen en rioolgemalen te optimaliseren. Hiertoe hebben we in 2020 het Water- en rioleringsinformatiesysteem (WRIS) in gebruik genomen en doorontwikkeld. Hiermee kunnen we het beheer en onderhoud baseren op alle beschikbare data en daarmee ons assetmanagement beter vormgeven. Momenteel stellen we voor alle assets beheer- en onderhoudsplannen op die de basis vormen voor het onderhoudswerk wat moet worden uitgevoerd. Ook gaan we meer reinigen & inspecteren als onderdeel van de invoering van kwaliteitsgestuurd beheer. Er wordt gewerkt aan de implementatie van een nieuw besturingssysteem voor de aansturing van onze gemalen. Dit systeem doet tevens dienst als onderhoudsmanagement systeem voor de opdrachtnemer die het onderhoud uitvoert, in 2024 wordt dit systeem operationeel. Voor verdere professionalisering zijn we gestart met het invoeren van een kwaliteitsmanagementsysteem. Met het introduceren van kwaliteitsmanagement zetten we in op continu verbeteren en transparantie. Ook investeren we samen met onze aannemers in data- en systeemanalyse, zodat we nog meer inzicht krijgen in het functioneren van het systeem, de oorzaak van meldingen en het effect van onderhoudsmaatregelen.

In 2025 nemen we een vernieuwd rioleringsmeetnet in gebruik om beter inzicht te krijgen in het functioneren van het rioolstelsel. Inspelen op de groei van de stad Naar verwachting blijft de stad minimaal tot 2040 met gemiddeld 3.000 woningen per jaar groeien. Dit betekent dat het aanbod aan huishoudelijk afvalwater de komende 20 jaar met circa 30% zal toenemen. Hoewel we in de Visie Water en Riolering hebben besloten om deze groei zoveel mogelijk op te vangen door hemelwater los te koppelen en lokaal te verwerken, moeten we bij elk groot onderhoud en vervanging de afweging maken in hoeverre we rekening moeten houden met toekomstige groei. Met name voor het geplande groot onderhoud aan de grote rioolgemalen kan de groei grote gevolgen hebben, omdat het de vraag is of het technisch mogelijk is met de huidige rioolgemalen in de toekomst veel meer afvalwater te verpompen. Gevolg kan zijn dat we in plaats van renoveren een gemaal beter volledig kunnen vervangen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

11/33

We gaan door met de al in voorbereiding genomen renovatie van 2 hoofdgemalen. De planning is dat uiterlijk in 2026 het gemaal Kanaalweg is gerenoveerd. Verder zetten we de aanpak voort om tien gemalen aan de Oudegracht te renoveren en toekomstbestendig te maken. In 2022 zijn we begonnen met het renoveren van de minigemalen. Het leidingwerk is verouderd waardoor er steeds meer defecten ontstaan die als gevolg hebben dat we niet in staat zijn om afvalwater te transporteren. De komende jaren renoveren we om en nabij de 70 minigemalen per jaar. De verwachting is dat in 2029 alle minigemalen zijn gerenoveerd. Een overzicht van de programmering t/m 2029 is opgenomen op kaart in bijlage 1. Voor de overige hoofdgemalen is kritisch bekeken welke ingrepen er nodig zijn. Deze zijn opgenomen in de begroting tot en met 2027. Voor de jaren daarna moet opnieuw gekeken worden welke maatregelen er nodig zijn. Bij het vaststellen van de Visie Water en Riolering hebben we besloten om de groei van het afvalwateraanbod zoveel mogelijk te compenseren door vermindering van het aanbod aan hemelwater op de zuiveringen. Mocht door de groei van het afvalwater tot aan de volgende renovatie van de zuivering toch uitbreiding van de zuiveringscapaciteit nodig zijn, dan bekijken we samen met HDSR of we afvalwater tijdelijk elders of via tijdelijke verwerkingscapaciteitsuitbreiding kunnen opvangen.

Specifiek voor de zuivering in Utrecht geldt dat het bij de volgende noodzakelijke renovatie van de zuivering onze intentie is de zuivering te verplaatsen naar een locatie die niet grenst aan woongebied. Hiertoe starten we samen met HDSR een locatieonderzoek op. Tot die tijd doen we geen investeringen in ons rioleringssysteem die volledige verplaatsing onmogelijk maken. Vervangingsinspanning opvoeren en integraal uitvoeren Zoals beschreven in de Visie Water en Riolering is het noodzakelijk om de komende jaren de vervangingsinspanning te verhogen om het gemeentelijke rioolstelsel op orde te houden. In de visie hebben we ervoor gekozen de jaarlijkse vervangingsinspanning in 15 jaar van 5 naar 18 km per jaar te laten groeien. Hierbij streven we ernaar om bij elke rioolvervanging zoveel mogelijk werk met werk te maken en gelijktijdig een impuls te geven aan de integrale vernieuwing van de openbare ruimte. We werken waar mogelijk integraal en gebiedsgewijs. Hiertoe plannen we de rioolvervangingen sinds 2020 veel verder vooruit, omdat integrale vernieuwing van de openbare ruimte een langere voorbereidingstijd vraagt. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de planvorming van integrale projecten minimaal 3 tot 4 jaar vraagt. Als gevolg hiervan hebben we afgelopen jaren niet zo veel riool vervangen als beoogd.

We verwachten dat vanaf 2024 de toename van de rioolvervangingen in de stad daadwerkelijk zichtbaar zal worden als projecten als Oudegeinlaan, Bernadottelaan en Jutfaseweg in uitvoering gaan. Tegelijkertijd zien we dat het jaarlijks opvoeren van de integrale rioleringsprojecten door een langere doorlooptijd, gebrek aan personele voorbereidingscapaciteit (bij BOR, SI en Ruimte) en het ontbreken van stedelijke sturing meer tijd vraagt. Daarbovenop heeft de gemeente vanaf 2026 een mogelijke bezuinigingsopgave. Als gevolg daarvan zijn de benodigde structurele extra financiële middelen voor de nog te starten integrale, wijkgerichte aanpak in Kanaleneiland, Hoograven en Overvecht-Noord niet beschikbaar.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

12/33

We achten het daarom verstandig een pas op de plaats te maken en de rioolvervangingsinspanning komend jaar niet verder te laten groeien maar gelijk te houden aan 2024 (8,2 km) en komend jaar eerst onze vervangingsstrategie te herzien. Om de kwaliteit van de riolering op orde te houden zetten we vanaf 2026 wel weer stapsgewijs in op groei van de vervangingsinspanning. Wel met de kanttekening dat een stijging van de rioolvervangingsinspanning vanaf 2026 alleen haalbaar is als de integrale aanpak van gevel tot gevel wordt losgelaten nu hiervoor geen extra financiële middelen beschikbaar zijn én als er voldoende personele voorbereidingscapaciteit beschikbaar is. Doordat we volgens het principe van ontwikkelend beheer bij rioolvervanging zo veel mogelijk inspelen op andere maatschappelijke opgaven heeft de keuze voor een meer sobere aanpak en het verlagen van de rioolvervangingsdoelstellingen voor de periode 2025-2029 ook invloed op het halen van de doelstellingen van andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatbestendigheid en circulariteit. De nieuwe vervangingsdoelstelling is weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 Geprogrammeerde lengte te vervangen riolering periode 2025-2029

Geprogrammeerde lengte te vervangen riolering (km)

2025

2026

2027

2028

2029

Totaal

8,2

8,8

9,7

10,6

11,5

48,8

Voor de vertaling van het vervangingsprogramma in concrete projecten stemmen we vanuit het principe van ontwikkelend beheer uitgebreid af met de programma’s stedelijke ontwikkeling, mobiliteit, groen en beheer openbare ruimte. Een overzicht van alle projecten is opgenomen op de kaart en in de tabel in bijlage I. Ook zijn de rioolvervangingsplanning en de mechanische rioolvervangingsplanning digitaal te raadplegen en presenteren we onze investeringsprojecten in het Meerjaren Investeringsprogramma voor het beheer van de openbare ruimte (MJIP) 2025-2034. Op de lange termijn (t/m 2030) hebben we ca 20% over programmering in de planning staan. Zie bijlage II voor de investeringstabel overeenkomstig met de Programmabegroting. De gemiddelde eenheidsprijs is in de in de begroting van het Programma Water en Riolering 2023-2027 fors verhoogd van gemiddeld € 1.720,- naar € 2.000, - per strekkende meter riolering. Deze eenheidsprijs is vooralsnog toereikend. Het actualiseren van de te hanteren eenheidsprijs is daarom voor nu niet nodig. Wel blijven wij dit jaarlijks monitoren en meenemen in de jaarlijkse actualisatie van het programma. Het geprogrammeerde budget voor de rioolvervangingen is weergegeven in tabel 2.2.

Inspelen op maatschappelijke opgaven Zowel in ons dagelijks beheer en onderhoud als het groot onderhoud en de investeringen blijven we waar mogelijk inspelen op maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, de energietransitie, de circulaire opgave en de vergroeningsopgave. De belangrijkste activiteiten die we hiervoor ondernemen zijn: • We volgen het gemeentelijke energie- en inkoopbeleid t.a.v. de energievoorziening voor ons wagenpark en onze rioolgemalen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

13/33

•

•

• •

•

We streven naar het volledig ontvlechten van de afvalwater- en hemelwaterstroom bij de vervanging van onze rioolbuizen bij herinrichtingsprojecten (zie onderdeel groot onderhoud en vervanging riolering en hoofdstuk 3 over hemelwater). We streven ernaar om op termijn alleen nog maar huishoudelijk afvalwater (of afvalwater wat qua samenstelling hiermee vergelijkbaar is) via het riool naar de zuivering af te voeren. Hemelwater houden we zoveel mogelijk vast op de plek waar het valt én gebruiken we daar nuttig. Hiermee sluiten we zowel de afvalwater als hemelwaterkringloop. Dit doen we vooral door zoveel mogelijk niet functionele verharding te vervangen door groen (zie hoofdstuk 3). We volgen het gemeentelijke inkoopbeleid op het gebied van circulariteit en biodiversiteit en sluiten hiervoor aan bij het traject Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Om een duurzamer (meer circulair en fossielarm) water- en rioleringssysteem te realiseren starten we een onderzoek naar onze huidige milieu impact en brengen we maatregelen in kaart om deze te verlagen. Ook verkennen we bij rioolvervanging welke objecten we kunnen hergebruiken. We streven ernaar in 2025 een nieuw afwegingskader te hebben voor het materiaalgebruik van onder andere rioolbuizen en kolken. Circulariteit is hierbij een belangrijk criterium. Vanaf 2024 starten we met het amfibievriendelijk maken van nieuwe kolken.

Deze standaard nemen we bij actualisatie op in het handboek openbare ruimte op waardoor nieuwe kolken standaard amfibievriendelijk uitgevoerd worden. Daarnaast treffen we in bestaande kolken maatregelen op locaties waar amfibieën voorkomen (zie onderstaande foto’s). Om deze locaties in beeld te brengen en de best beschikbare oplossingen toe te passen zonder de water-afvoerende functie van kolken te verminderen werken we nauw samen met de paddengroep in Utrecht (vrijwilligers).

Figuur 1.1 Bestaande kolken in Lunetten worden amfibievriendelijk gemaakt met hoekprofielen (Bron: Willemsen Infra BV)

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

14/33

2.2

Financiën

De begroting voor het thema afvalwater is opgenomen in tabel 2.2. Tabel 2.2 Kosten thema afvalwater 2025-2029 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2025) Afvalwater Activiteit

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Dagelijks onderhoud afvalwater

6,9

7,2

7,3

7,4

7,6

7,7

Vervangingsinvesteringen riolering

16,4

16,4

17,6

19,4

21,2

23,0

Vervangingsinvesteringen gemalen

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Totaal

24,8

25,1

26,4

28,3

30,3

32,2

De stijging van 2024 naar 2025 in de post dagelijks onderhoud wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door inflatiecorrectie, areaalmutatie, meer reiniging & inspectie van onze assets en implementatie van het nieuwe besturingssysteem voor onze gemalen. Op de investeringen is geen inflatiecorrectie doorgevoerd doordat de bij het PWR 2023-2027 vastgestelde eenheidsbedragen nog toereikend zijn. Daarnaast laten we de rioolvervangingsinspanning in 2025 niet groeien ten opzicht van 2024. Hierdoor blijven de investeringsbedragen voor 2025 gelijk aan 2024. Voor 2026 voorzien we een groei van 0,6 km en vanaf 2027 weer een constante groei van 0,9 km per jaar.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

15/33

3

Hemelwater

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling en verwerking van overtollig hemelwater. Hiertoe richten we ons zowel op het voorkomen van wateroverlast bij hevige neerslag als het vasthouden van hemelwater waar het valt om schade door droogte te voorkomen. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in.

3.1

Belangrijkste ontwikkelingen

Voorkomen wateroverlast De uitgevoerde klimaatstresstest wateroverlast toont aan dat de openbare ruimte en het onderliggende hemelwatersysteem nog niet overal voldoen aan de nieuwe doelstellingen voor wateroverlast zoals geformuleerd in de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) is de afspraak gemaakt dat alle gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk 6jaarlijks een DPRA-stresstest uitvoeren. De tweede DPRA-cyclus start in 2025 en volgt op de nieuwe KNMI-klimaatscenario’s van 2023 en de uitvoering van de bovenregionale stresstesten (uitgevoerd onder regie van het Rijk en de provincies) voor wateroverlast en overstromingen in 2024. Momenteel wordt het rioolmodel geactualiseerd en verbeterd. Zodra dit is afgerond nemen we de aangewezen prioriteitsgebieden in de Visie Klimaatadaptatie prioriteitsgebieden opnieuw onder de loep. Door een gebrek aan validatiegegevens is het lastig om te bepalen of de modelmatig aangetoonde kwetsbaarheid ook in praktijk ervaren wordt en de modellering dus representatief is. Indien we weten dat een prioriteitsgebied in de praktijk kwetsbaar is, dan onderzoeken we of doelmatige maatregelen mogelijk zijn om het risico op wateroverlast sterk te verminderen.

In 2024 verwachten wij in combinatie met de herinrichting van de Amsterdamsestraatweg een knelpunt op te lossen door de aanleg van een nieuw hemelwaterriool en een ondergrondse hemelwaterberging. Daarnaast beoordelen we bij elke rioolvervanging en andere ingrepen in de openbare ruimte of de kans op wateroverlast niet toeneemt en kijken we of we door een andere inrichting of het verminderen van verharding de kans op wateroverlast kunnen verminderen en tegelijkertijd het water kunnen vasthouden. Sinds 2021 participeren we vanuit het thema water en riolering actief in alle gebiedsteams om o.a. te borgen dat bij gebiedsontwikkelingen voldoende ruimte wordt vrijgemaakt om wateroverlast door zware buien te voorkomen. Om de doelstellingen uit de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie bij nieuwbouw te verplichten werken we bindende regels uit. We streven ernaar deze in 2024 in het gemeentelijk omgevingsplan op te nemen. Hemelwater vasthouden waar het valt Conform de doelstellingen in de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie zetten we in op het vasthouden van minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag op de plaats waar het valt. Hiermee ontlasten we het bestaande rioleringssysteem, voorkomen we dat schoon afvalwater richting de

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

16/33

zuivering stroomt, verminderen we de hoeveelheid overstortwater uit gemengde stelsels wat goed is voor de waterkwaliteit, vergroten we de sponswerking van de bodem en voorkomen we schade door droogte. Openbare ruimte In de openbare ruimte willen we dit doel bereiken door bij alle rioolvervangingen het volledig ontvlechten van het afvalwater- en hemelwatersysteem als uitgangspunt te nemen. Om in beeld te brengen hoe het toekomstige rioleringssysteem er idealiter uit komt te zien en te onderzoeken of we minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag kunnen vasthouden waar het valt zonder grondwateroverlast te veroorzaken (nu en in de toekomst) werken we gebiedsplannen uit. Ook beoordelen we in deze plannen of het rioleringssysteem voldoende robuust en klimaatbestendig is in de nieuwe situatie (een herinrichting van de bovengrondse openbare ruimte is geen onderdeel van de gebiedsplannen) en beoordelen we of het toekomstige afvalwateraanbod van de verwachte groei van de stad past op locatie. We stemmen de plannen waar nodig af met de waterschappen. Het gebiedsplan Overvecht is gereed. Aan gebiedsplannen voor Zuidwest, Hoograven, Lage Weide en Tuindorp wordt momenteel gewerkt. Door rioolvervanging waar mogelijk integraal en buurtgewijs te doen kunnen we gelijk de openbare ruimte hemelwaterbestendig inrichten (zie hoofdstuk 2 over hoe we dit doen bij rioolvervangingen).

Omdat er niet voldoende financiële middelen zijn om de integrale, wijkgerichte aanpak in met name Kanaleneiland, Overvecht-Noord en Hoograven mogelijk te maken is het niet mogelijk onze investeringsdoelstellingen te halen zonder het principe integraal tenzij (een volledige herinrichting van gevel tot gevel) los te laten en te kiezen voor een sobere aanpak. Onze ambitie om werk met werk te maken blijft bestaan, maar een integrale herinrichting is met onvoldoende financiële dekking voor de extra investeringswensen in de praktijk bij veel projecten niet haalbaar. Daarnaast hebben we een bijdrageregeling om bij herinrichtingen in de openbare ruimte zonder rioolvervanging te stimuleren dat zoveel mogelijk verhard oppervlak wordt afgekoppeld of onthard. De voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater is leidend in de hoogte van de bijdrage. Maatregelen waarbij het hemelwater verwerkt wordt via natuurlijke weg (vergroening, infiltratie in groenstroken of aanleg van extra oppervlaktewater) krijgen de hoogste bijdrage per m2 af te koppelen oppervlak. Het beschikbare budget (1 miljoen per jaar) is opgenomen in tabel 3.2.

Grote projecten die gebruik maken van de regeling zijn de vergroening van Noordwest, de vergroening aan de Jutfaseweg, de vergroening van Rivierenwijk, het anders verwerken van hemelwater in het project Noordelijke Randweg Utrecht en het terugbrengen van de Leidsche Rijn in het Stationsgebied. De bijdrage van € 4 miljoen verspreid over 4 jaar aan het terugbrengen van de Leidsche Rijn overstijgt het jaarlijks beschikbare budget voor de regeling, vandaar dat we deze apart in de begroting hebben opgenomen (zie tabel 3.2). Vanwege stijgende kosten door o.a. inflatiecorrectie verhogen we de bijdrage aan het terugbrengen van de Leidsche Rijn van € 4 miljoen naar € 5 miljoen. Omdat het beschikbare budget voor de bijdrageregeling niet rioleringsprojecten openbare ruimte de afgelopen jaren nog geen één jaar volledig is benut sparen we de extra bijdrage van € 1 miljoen voor het opengraven van de Leidsche Rijn in het Stationsgebied voor 2026 in de komende 3 jaar (2024-2026) op deze post. Daarom nemen we deze extra bijdrage van € 1 miljoen niet apart op in de begroting.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

17/33

Particulier terrein 60% van het grondgebied binnen de gemeente Utrecht is in eigendom van derden. De opgave om in 2050 de stad klimaatadaptief te hebben ingericht, rust ook op dit grondgebied. We verwachten daarom dat ook particulieren een bijdrage leveren aan het vasthouden en verwerken van hemelwater. Zoals in de Visie Water en Riolering beschreven is verplichting alleen aan de orde bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen. We stellen omgevingsplanregels op om bij nieuwbouw en grootschalige renovatie voortaan niet alleen te kunnen verplichten dat de inzameling van afval- en hemelwater wordt gescheiden, maar ook dat het hemelwater wordt afgevoerd via de voorkeursvolgorde, waarbij minimaal 90% van de neerslag wordt vastgehouden en nuttig wordt gebruikt op het perceel of binnen de planlocatie. Ook bij rioolvervangingen, waarbij een nieuw hemelwatervoorziening wordt aangelegd, willen we de mogelijkheid hebben om eigenaren van zowel bestaande bouw als nieuwbouw te kunnen verplichten om de regenpijpen aan voorzijde van het pand aan te sluiten op de nieuwe hemelwatervoorziening. Bij bestaande gebouwen stimuleren we particulieren door voorlichting, facilitering en subsidiering om het hemelwater voortaan lokaal op eigen terrein te verwerken. We geven subsidie voor de aanleg van groene daken via de groene daken subsidie.

Voor het ontharden, vergroenen en het vasthouden van hemelwater op percelen van maatschappelijke voorzieningen is er de subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. Voorlichting en facilitering doen we ook met ons bewustwordingsprogramma Waterproof030 (o.a. onze eigen invulling van operatie Steenbreek). Eén van de doelen van Waterproof030 is deze eigenaren bereiken, bewustwording realiseren, handelingsperspectief bieden en faciliteren in het watervriendelijk inrichten van de directe omgeving met als doel regenwater nuttig te gebruiken en te verwerken op de plek waar het valt. Hierbij richten we ons op gebouwen, tuinen en openbare ruimte. Daarnaast willen we op plekken waar afvalwater en hemelwater nog via dezelfde leiding worden ingezameld het regenwater apart gaan inzamelen, het zogenaamde afkoppelen. Als we dit laatste alleen doen bij rioolvervanging dan is in 2050 circa 65% van de nog af te koppelen percelen in Utrecht bereikt. Een intensivering van het programma Waterproof030 is nodig om de overige 35% van de nog af te koppelen percelen te bereiken en eigenaren voorzieningen te (laten) treffen. Door het programma te intensiveren spelen we in op de toename van de opgave. Dit doen we door o.a.

de tegeltaxi en de geveltuinburendag uit te bereiden, meer aandacht aan het NK-tegelwippen te besteden en de communicatie rond de subsidieregelingen voor groene daken en watervriendelijk maatschappelijk vastgoed te intensiveren. Hiervoor hebben we in de begroting vanaf 2025 structureel meer budget opgenomen voor Waterproof030. Het uitwerken van een aanpak voor het afkoppelen van particulier terrein (zowel gekoppeld als niet gekoppeld aan rioolvervangingsprojecten) werken we momenteel uit en dient als basis voor het vervolgonderzoek van voor particulier terrein. Conform de Visie Klimaatadaptatie onderzoeken we of we de campagne kunnen verbreden tot alle klimaatadaptatie doelstellingen en kunnen combineren met de verdere vergroening van de stad (de

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

18/33

groene schaalsprong). Ook richten we ons niet alleen meer op bewoners, maar ook op maatschappelijk vastgoed en woningbouwcorporaties. Doelstelling afkoppelen We verwachten via de bijdrageregeling Niet-rioleringsprojecten en de subsidieregelingen jaarlijks 5 ha te kunnen afkoppelen, bij voorkeur via vergroening. Daarnaast streven we ernaar om per meter rioolvervanging minimaal 12,5 m2 (voorheen 10 m2) verharding af te koppelen. Voor het afkoppelen via sloop-nieuwbouw hebben we geen concrete doelstelling opgenomen, omdat momenteel het inzicht ontbreekt om hiervoor een goede inschatting te maken. Dit leidt tot de jaarlijkse afkoppeldoelstelling zoals weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Doelstelling af te koppelen oppervlak 2025-2029 2025

2026

2027

2028

2029

Totaal

Via rioolvervangingen (ha)

10,3

11,0

12,1

13,3

14,4

61,0

Via bijdrageregeling en subsidieregelingen (ha)

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

25,0

Totaal (ha)

15,3

16,0

17,1

18,3

19,4

86,0

3.2

Financiën

De begroting voor het thema hemelwater is opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Kosten thema hemelwater 2025-2029 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2025) Activiteit

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Waterproof030

0,4

0,6

0,7

0,7

0,8

0,8

Subsidie groene daken

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Subsidie watervriendelijk maatschappelijk vastgoed

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

Bijdrageregeling niet rioleringsprojecten openbare ruimte

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

Bijdrage terugbrengen Leidsche Rijn

1,0

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal

3,3

3,5

2,6

2,6

2,7

2,7

De kosten voor het dagelijks onderhoud van de hemelwatervoorzieningen zijn dermate beperkt dat ze niet apart zijn toegedeeld. Ze zijn onderdeel van de begroting voor dagelijks onderhoud bij het thema Afvalwater. De kosten voor de genoemde onderzoeken worden gedekt uit het budget voor beleid en onderzoek. Voor intensivering van het Programma Waterproof030 hebben we vanaf 2025 structureel meer budget opgenomen in onze begroting. Voor de subsidie groene daken hebben we vanaf 2024 structureel minder budget opgenomen in de begroting. Het subsidieplafond blijft wel gelijk aan eerdere jaren (0,7 miljoen), maar we nemen op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren met ingang van 2024 minder op in de begroting. Mocht er meer aan subsidie worden aangevraagd dan begroot, dan dekken we het tekort uit de egalisatiereserve riolering. Daarnaast hebben we de kosten voor afhandeling

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

19/33

van de subsidie van het budget voor beleid en onderzoek verplaatst naar de post subsidie groene daken. Het beschikbare budget voor de subsidieregeling Watervriendelijk Maatschappelijk vastgoed blijft gelijk. De € 1 miljoen extra bijdrage aan het opengraven van de Leidsche Rijn in het Stationsgebied sparen we in de komende 3 jaar (2024-2026) uit de bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten. Daarom nemen we deze extra bijdrage van € 1 miljoen niet los op in de begroting.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

20/33

4

Grondwateroverlast

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om structurele grondwateroverlast te voorkomen. Onder structurele grondwateroverlast verstaan we zowel grondwateroverlast door te hoge als door te lage grondwaterstanden. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste activiteiten voor de komende 5 jaar. 4.1

Belangrijkste ontwikkelingen

Grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden Het optreden van grondwateroverlast wordt sterk bepaald door het weer. De grondwaterstanden komen het hoogst in winters met veel neerslag, zoals in de eerste helft januari en het najaar van 2023. Sinds het begin van de metingen van het KNMI in 1901 is het niet eerder zo nat geweest als in 2023. Als gevolg hiervan ontvingen we 182 meldingen over grondwateroverlast. Veelal zijn bouwkundige gebreken of de waterhuishouding op het particuliere perceel de oorzaak en is de eigenaar zelf aan zet. Van de 182 meldingen was bij 70 meldingen het functioneren van de ontwatering in de openbare ruimte onvoldoende ten tijde van de melding. Het aantal meldingen waarbij de grondwateroverlast veroorzaakt wordt door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte fluctueert mee met het weer, maar lag de afgelopen jaren rond de 5 per jaar. In 2022 lag het aantal meldingen met 12 hoger, maar daarvan waren 10 meldingen afkomstig van één locatie (de Cremerstraat). In 2023 lag het aantal meldingen door het natte jaar dus significant hoger. Op overlastlocaties in de Cremerstraat, Transwijk en Hoograven is extra monitoring geplaatst om de ontwatering van de openbare ruimte verder te onderzoeken. Omdat de klimaatscenario’s van het KNMI aangeven dat de winters natter worden is dit thema een speerpunt voor de komende jaren.

We zullen als onderdeel van het Systeemoverzicht Stedelijk Water (opvolger van het basisrioleringsplan) onderzoek naar doen en in kaart brengen of er eventuele investeringsmaatregelen genomen moeten worden. Conform het beleid in de Visie Water en Riolering nemen we bij voorkeur alleen preventieve maatregelen als we de aanleg van drainage kunnen combineren met rioolvervanging zoals in Hoograven, De Meern en Veldhuizen, tenzij sprake is van onomkeerbare schade. In 2024 willen we in ieder geval de overlast in de Cremerstraat gaan oplossen. Tegelijkertijd proberen we de overlast op locaties waar al drainage ligt in eerste instantie op te lossen met extra reiniging. De invoering van de Omgevingswet maakt het mogelijk om de criteria voor grondwateroverlast ook vast te leggen in omgevingsplanregels. We gaan na of het zinnig is ten behoeve van nieuwbouwontwikkelingen om regels vast te leggen die ervoor zorgen dat bij nieuwbouw zodanig gebouwd en bouwrijp gemaakt wordt dat de kans op grondwateroverlast in de toekomst minimaal wordt. Bij het uitwerken van de gebiedsplannen kijken naar de effecten van extra infiltratie op de grondwaterstand, ook houden we rekening met de gevolgen van klimaatverandering op de grondwaterstand.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

21/33

Grondwateroverlast door te lage grondwaterstanden Grondwateronderlast ofwel schade en overlast door te lage grondwaterstanden is in Utrecht tot op heden geen groot probleem. De droge zomers van 2018 en 2022 hebben duidelijk gemaakt dat vooral het groen schade kan oplopen als de grondwaterstanden te ver uitzakken en de toplaag van de bodem uitdroogt. Daarnaast zijn bij de gemeente de afgelopen jaren een handvol meldingen binnen gekomen over scheurvorming in panden als gevolg van de extreme droogte. Via het beleid om hemelwater vast te houden waar het gevallen is en het afkoppelen en ontharden door bijvoorbeeld de aanleg van infiltratieriolen en wadi’s stimuleren we de sponswerking van de stad. Hiermee bouwen we meer buffer op voor droge periodes. Het uitgebreide grondwatermeetnet helpt ons om dit te kunnen onderzoeken. We onderzoeken in de gebiedsplannen waar en hoe we in Utrecht hemelwater het beste kunnen infiltreren zo dat het vasthouden van hemelwater niet tot grondwateroverlast leidt. Waar nodig voor uitwerking van deze vraag in de gebiedsplannen breiden we het grondwatermeetnet verder uit. Daarnaast onderzoeken we of we analoog aan de maximaal toelaatbare grondwaterstand een minimaal toelaatbare grondwaterstand moeten vastleggen in omgevingsplan regels waarbij panden en bomen nog geen onomkeerbare schade oplopen.

Hiermee kunnen we bij nieuwbouwplannen nieuw aan te planten bomen en groen toetsen of deze voldoende droogte bestendig zijn. Omgaan met functies die invloed hebben op de grondwaterstand Functies die invloed hebben op de grondwaterstand zijn bemalingen, warmte koude opslag (wko), infiltratievoorzieningen en ondergrondse bouwwerken. Het beleid ten aanzien van de gevolgen van bemalingen en wko ligt bij respectievelijk de waterschappen en de provincie. De provincie is de vergunningverlenende instantie voor de wko systemen, de waterschappen voor bemalingen. Dit maakt het ingewikkeld om invulling te geven aan onze zorgplicht om structurele grondwateroverlast te voorkomen. We werken daarom actief mee aan de Visie Ondergrond, waarin beleid wordt opgenomen waarbij de belangen van alle functies in de ondergrond ten opzichte van elkaar worden gewogen. Met name het belang van infiltratie van hemelwater en het tijdelijk kunnen bemalen om riolering te kunnen vervangen versus het functioneren van ondiep geplaatste wko systemen zijn hierbij van groot belang.

4.2

Financiën

Voor het thema grondwateroverlast zijn de kosten voor dagelijks onderhoud en investeringen dermate beperkt dat ze niet apart worden toegedeeld. Ze zijn onderdeel van de begroting voor dagelijks onderhoud en de investeringen bij het thema Afvalwater. Naar aanleiding van alle grondwateroverlastmeldingen in 2023 brengen we de knelpunten in beeld en onderzoeken we of en waar investeringen gewenst zijn. Indien nodig nemen we hier bij actualisatie van het PWR in de toekomst investeringsbudget voor op. De kosten voor de genoemde onderzoeken worden gedekt uit het budget voor beheer en onderzoek.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

22/33

5 Oppervlaktewater De gemeente heeft circa 250 km aan watergangen en 42 km aan duikers in onderhoud. We ondernemen een aantal activiteiten om de toestand van deze watergangen op orde te houden, te weten dagelijks beheer en onderhoud, groot onderhoud (baggeren), vervanging en verbetering van duikers en het verbeteren van de waterkwaliteit. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in. 5.1

Belangrijkste ontwikkelingen

Dagelijks onderhoud, maaien en schonen Het maaionderhoud is in 2020 opnieuw voor meerdere jaren aanbesteed. Dit contract loopt tot en met 2026 door. Financieel is er alleen sprake van inflatiecorrectie. Het gemeentelijke maaibeleid richt zich op het in stand houden en verbeteren van de biodiversiteit en het meer betrekken van de burgers bij het maaibeleid. Deze ambitie geldt ook voor de oevers van watergangen en de watergangen zelf. Met name bij rietoevers zien we dat de wensen van bewoners en gebruikers sterk kunnen verschillen en om maatwerk vragen. Vooralsnog kunnen we hierop inspelen binnen de financiële kaders. Op de langere termijn willen we nog steeds samen met HDSR komen tot één aannemer in een wijk voor het maaionderhoud van alle watergangen. Dit verhoogt de kwaliteit en uniformiteit van het onderhoud, vermindert de overlast voor burgers en zorgt naar verwachting voor totaal lagere kosten. Groot onderhoud: baggeren Het meerjaren baggerplan voorziet in het jaarlijks baggeren van 30 km aan watergangen (een achtste van het beheerareaal) met jaarlijks gemiddeld 30.000 m3 aan bagger. Het verwerken van bagger wordt steeds duurder door de strengere regelgeving en het beperkte aantal verwerkingslocaties, waardoor de eenheidsprijs voor het baggeren van een kubieke meter slib in 2023 is verhoogd.

Dit bedrag is nu nog toereikend, daarom hebben we voor 2025 alleen inflatiecorrectie toegepast. Waar mogelijk verwerken we bagger zo veel mogelijk ter plekke. Lokaal verwerken van de baggerspecie kan alleen als deze niet vervuild is en het gebied geschikt is voor het ontvangen van bagger waardoor we geen langdurige negatieve effecten verwachten. Het lokaal verwerken van bagger in plaats van de bagger afvoeren is de meest kostenefficiënte oplossing met zo min mogelijk koolstofdioxide (CO2) uitstoot. Voor het afvoeren van bagger zijn veel zware verkeersbewegingen nodig, wat zorgt voor een hogere CO2 uitstoot en de nodige overlast in een wijk met zich mee kan brengen. Utrecht heeft de ambitie een circulaire stad te zijn in 2050. Daarom gaan we verkennen hoe we bagger zo circulair mogelijk kunnen verwerken.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

23/33

Duikervervanging We brengen de toestand van de duikers in beeld door extra inspectie. Als vervolgstap werken we daarna een duikervervangingsprogramma uit waarin we vervanging vanuit technisch en hydraulisch oogpunt prioriteren. We proberen hier conform het principe van ontwikkelend beheer bij vervanging zoveel mogelijk aan te sluiten op andere initiatieven en die te versterken. Bij duikervervanging proberen we het oppervlaktewatersysteem meteen robuuster en natuurvriendelijker te maken en de waterkwaliteit te verbeteren, door bijvoorbeeld duikers te vergroten of zelfs te vervangen door een brug. Budget voor duikervervanging is onderdeel van de oppervlaktewaterinvesteringen. Verbeteren oppervlaktewaterkwaliteit Samen met het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) werken we aan het uitvoeringsprogramma Gezond Water. Het vertrekpunt hierbij is een maatregelenpakket opgesteld door Waardenburg Ecology in 2023. Het doel van het uitvoeringsprogramma is de waterkwaliteit in de gemeente Utrecht zodanig te verbeteren dat hiermee de vastgestelde waterkwaliteitsdoelen voor de zogenaamde ‘overige wateren’ uit het beleid van waterschap en gemeente (Visie Water en Riolering) worden behaald om te voldoen aan de inspanningsverplichting zoals opgenomen in het Programma Water en Bodem van de Provincie Utrecht.

Om samen een start te maken met dit uitvoeringsprogramma willen HDSR en gemeente Utrecht na vaststelling van de Voorjaarsnota 2024 een samenwerkingsovereenkomst aangaan. Het verschaffen van duidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheden, financiën, organisatie, capaciteit en beheer en onderhoud zijn onderdeel van deze overeenkomst. De uitvoeringsorganisatie van het programma wordt momenteel samen met HDSR opgezet. Vooruitlopend op de overeenkomst hebben we de verwachte financiële middelen voor de gemeente in het Programma Water en Riolering opgenomen. Zoals aangegeven heeft Waardeburg Ecology in opdracht van HDSR en gemeente Utrecht een maatregelenpakket opgesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit van alle ‘overige wateren’. Uit dit onderzoek bleek dat het ontbreken van voldoende en gevarieerde waterplanten in onze watergangen het grootste knelpunt is. Om hier verbetering in te krijgen moeten we onder meer de groeiplaatsen voor waterplanten verbeteren door het aanbrengen van meer onderwaterstructuur, meer lichtinval en flauwere taluds onder en boven water. Het aanbrengen van meer onderwaterstructuur heeft meer voordelen. Zo zorgt het ook voor meer schuilmogelijkheden voor vissen en vestigingsplekken voor schelpen en andere onderwaterdieren en planten. Verschillende type maatregelen worden al getroffen in de stad.

Onder andere Reefsystems in de Catharijne singel bij de passantenhaven, plaatsing van de WaterQi bij de Veldhuizerplas om blauwalg te bestrijden, aanleg kokosrollen bij het Griftpark en de aanleg van een natuurvriendelijke oever bij de Langerakbaan. Het voorlopige uitvoeringsprogramma bevat circa 120 maatregelen met een financiële omvang van € 14,5 miljoen, waarvan € 14 miljoen is begroot in de periode 2025-2028. Uitgangspunt is dat iedere partij de helft van de kosten betaalt, daarom hebben we in het PWR een dekking van € 7 miljoen verdeeld over de periode 2025-2028 opgenomen (zie tabel 5.1).

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

24/33

Tabel 5.1 Kosten voorlopige uitvoeringsprogramma Gezond Water 2024-2028 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2023) 2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Gemeente Utrecht

0,25

1,25

2,25

2,25

1,25

7,25

Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden

0,25

1,25

2,25

2,25

1,25

7,25

Totaal

0,5

2,5

4,5

4,5

2,5

14,5

Voor het toetsen van de waterkwaliteit gebruiken we voor de zogenaamde ‘overige’ wateren sinds 2015 de ecoscan methode. Hiermee wordt eenmaal per drie jaar getoetst of het gewenste streefbeeld, minimaal zichtbaar, wordt bereikt. De ecoscan meting betreft kroos, doorzicht, waterplanten en zwerfvuil. In 2019 hebben we de metingen samen met HDSR uitgebreid met een participatief burgermeetnet (schoon water experiment). Bewoners meten hierbij de kwaliteit van het water. We rapporteren op de ecoscan resultaten in het jaarlijkse duurzaamheidsverslag. In 2024 zullen nieuwe ecoscan metingen worden uitgevoerd. Daarnaast blijven we op deze locaties de oppervlaktewatertemperatuur meten om meer inzicht te krijgen in de mate en snelheid van opwarming van het oppervlaktewater als gevolg hete periodes. Hiermee krijgen we meer inzicht welke wateren gevoelig zijn voor opwarming als gevolg van klimaatverandering.

5.2

Financiën

De begroting voor het thema oppervlaktewater is opgenomen in tabel 5.2. Tabel 5.2 Kosten thema oppervlaktewater 2025-2029 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2025) Oppervlaktewater Activiteit

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Dagelijks onderhoud oppervlaktewater (maaien en schonen)

0,5

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

Groot onderhoud (baggeren)

1,5

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Vervangings- en verbeteringsinvesteringen oppervlaktewater

1,3

1,5

3,0

3,1

2,1

1,5

Totaal

3,3

4,0

5,6

5,7

4,7

4,1

De kosten voor dagelijks onderhoud nemen toe doordat we meer duikers gaan reinigen & inspecteren. Ook neemt ons onderhoudsareaal toe door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, drijvende eilanden, het aanplanten van water- en oeverplanten en het plaatsen van wilgenteenbollen en kokosrollen waar waterplanten op kunnen groeien. De kosteninschatting voor het uitvoeringsprogramma Gezond Water is op basis van het onderzoeksrapport van Waardenburg Ecology (2023). De 120 maatregelen worden op moment van schrijven verder (technisch) onderbouwd en komen terecht in een uitvoeringsplan dat jaarlijks wordt geactualiseerd. De gemeente zal het jaarlijkse uitvoeringsplan als onderbouwing nemen bij actualisatie van het PWR. Het eerste uitvoeringsplan 2024-2025 is dus input voor het PWR 20262030. De overige investeringskosten die zijn opgenomen in de begroting zijn t.b.v. duikervervanging.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

25/33

6 Middelen De uitvoering van het Programma Water en Riolering is sterk afhankelijk van de beschikbare middelen. De belangrijkste zijn ons personeel en de benodigde en beschikbare financiële middelen. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in. 6.1

Personeel

De komende jaren voorzien we een verdere stijging van de personeelsformatie van de groep Water, Riolering en Gemalen. De extra formatie wordt ingezet voor het voorbereiden en aansturen van alle rioolvervangingen en het borgen van de inbreng vanuit water en riolering in gebiedsontwikkelingen en activiteiten richting particulieren zoals omschreven in het programma Waterproof030. Naast het reguliere beheer en onderhoud moet het water- en rioleringssysteem gezond, robuust en toekomstbestendig worden ingericht zodat we kunnen inspelen op de klimaatveranderingen en de groei van de stad. De extra personeelskosten zijn onderdeel van de post personeelskosten in de meerjaren begroting (zie tabel 6.1) met uitzondering van de personeelskosten voor het voorbereiden, het directie voeren en het houden van toezicht bij de vervangingen. Deze zijn niet apart zichtbaar in de begroting, ook omdat het per project kan verschillen of deze taken worden ingehuurd of worden uitgevoerd door eigen personeel. Deze kosten zijn daarom onderdeel van de investeringskosten. Ook voor het vakgebied water en riolering geldt dat het lastig is om geschikte mensen te vinden vanwege de krapte op de (arbeids)markt. Momenteel hebben we al diverse vacatures die lastig in te vullen zijn.

Het vinden van voldoende en geschikt personeel is dan ook een belangrijke voorwaarde om invulling te kunnen geven aan alle ambities uit de Visie Water en Riolering. Het streven is om in 2024 alle 45 formatieplaatsen bij de groep Water, Riolering en Gemalen te hebben ingevuld, bij voorkeur via vaste formatie en in de twee jaar daarna door te groeien tot 50 fte. We houden er sinds 2024 rekening mee dat niet de gehele formatie het volledige jaar is gevuld, daarom nemen we 90% van de formatiekosten op in de begroting (dit is een BOR breed uitgangspunt).

6.2

Kostenontwikkeling 2025-2029

De verwachte kostenontwikkeling in de periode 2025-2029 is weergegeven in tabel 6.1. Ter vergelijking is ook het jaar 2024 toegevoegd.

Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029

26/33

Tabel 6.1 Verwachte kostenontwikkeling in de periode 2025-2029. Bedragen x € 1 miljoen in prijspeil 2025, met uitzondering van 2024. Activiteit

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Dagelijks onderhoud afvalwater (inl. hemelwater en grondwateroverlast)

6,9

7,2

7,3

7,4

7,6

7,7

Dagelijks onderhoud oppervlaktewater

0,5

0,9

1

1

1

1

Personeelskosten

6,8

7,5

7,7

7,7

7,7

7,7

Waterproof030

0,4

0,6

0,7

0,7

0,8

0,8

Subsidie groene daken

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Subsidie watervriendelijk maatschappelijk vastgoed

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

Groot onderhoud (baggeren)

1,5

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Vervangingsinvesteringen riolering

16,4

16,4

17,6

19,4

21,2

23,0

Vervangingsinvesteringen mechanische riolering

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Vervangingsinvesteringen oppervlaktewater

1,3

1,5

3

3,1

2,1

1,5

Bijdrageregeling interne openbare ruimte projecten

1

1

1

1

1

1

Bijdrage terugbrengen Leidsche Rijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=caa1ce5c-6f64-4ad9-b736-de3096c472fa