Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
Tekst van het document
1
1
0
0
0
0
Beleid & onderzoek
0,4
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
Compensabele BTW
4,2
4,4
4,8
5,1
5,1
5,3
Bijdrage bedrijfsvoering gemeente
1,2
1,2
1,2
1,2
1,2
1,2
Bijdrage straatreiniging
4,7
4,9
5
5
5,1
5,2
Totaal
48,7
51,2
53,9
56,2
57,4
59,0
De totale verwachte kostenstijging van 2024 naar 2025 bedraagt inclusief inflatiecorrectie € 2,5 miljoen ofwel 5,1%. Deze stijging bestaat voor 2,2% uit inflatiecorrectie. We hebben hierbij de definitieve inflatietarieven overeenkomstig met de Voorjaarsnota 2024 van 4,5% GWW en 3,3% loonkosten gehanteerd. De gevolgen van de inflatie blijven beperkt doordat we op de investeringen en groot onderhoud geen inflatiecorrectie hebben doorgevoerd. Bij het Programma Water en Riolering 2023-2027 zijn nieuwe eenheidsbedragen vastgesteld die nog steeds toereikend lijken te zijn. De kostenstijging exclusief inflatiecorrectie zit hoofdzakelijk op de posten oppervlaktewater (zowel dagelijks onderhoud als investeringen), personeelskosten, Waterproof030 en beleid & onderzoek. De post beleid & onderzoek is in 2024 fors verlaagd. De verhoging die we vanaf 2025 structureel doorvoeren is een correctie hierop doordat we voor 2024 zien aankomen dat het begrote bedrag te laag is. De kostenstijging exclusief inflatiecorrectie blijft beperkt tot 2,9% doordat de rioolvervangingsinspanning in 2025 gelijk blijft aan 2024. Hiermee blijven we in 2025 binnen de in de Visie Water en Riolering afgesproken bandbreedte voor de jaarlijkse kostenstijging (exclusief inflatiecorrectie) van 2-4%.
Omdat we verwachten dat het aantal rioolheffing betalende eigenaren van 2024 naar 2025 met circa 3.000 stijgt nemen onze inkomsten met ongeveer € 0,8 miljoen toe. Hiermee zijn de geschatte lasten voor 2025 € 1,7 miljoen hoger dan de baten uit de rioolheffing.
Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
27/33
De kostenontwikkeling voor 2026 en 2027 ligt met respectievelijk 5,3 % en 4,3 % exclusief inflatiecorrectie boven de bandbreedte vastgelegd in de Visie Water en Riolering. Om de tariefstijging (exclusief inflatiecorrectie) wel binnen de afgesproken bandbreedte te houden reserveren we het overschot uit 2023 van € 1,7 miljoen euro in de egalisatiereserve riolering om in te zetten voor tariefdemping van de rioolheffing (zie voor een nadere toelichting paragraaf 6.3).
6.3
Inzet overschot egalisatiereserve riolering
Bij vaststelling van het Programma Water en Riolering 2024-2028 heeft de raad besloten voortaan een maximumbedrag van € 4 miljoen in de egalisatiereserve riolering aan te houden en jaarlijks bij de Voorjaarsnota voor te stellen hoe het bedrag boven het maximumbedrag wordt ingezet. Er is in 2023 ca € 1,7 miljoen in de egalisatiereserve riolering gestort. Dit betreft voor een belangrijk deel de gereserveerde bedragen voor de subsidies groene daken en watervriendelijk maatschappelijk vastgoed die niet zijn benut. Hier hebben we al deels op geanticipeerd door de subsidies in 2024 voor een lager bedrag in de begroting te zetten zonder daadwerkelijk het subsidieplafond aan te passen. Ook zit er een verwacht overschot op beleid en onderzoek, waarvoor we al een correctie hebben gedaan in de begroting 2024. We verwachten daarmee dat het overschot over 2024 aanzienlijk lager zal zijn. Met de € 1,7 miljoen extra in de egalisatiereserve wordt de hoogte van de egalisatiereserve riolering € 5,7 miljoen en kan de storting dus volledig ingezet worden voor demping van de tariefstijging of overheveling naar de algemene middelen. Besloten is het overschot van € 1,7 miljoen uit de egalisatiereserve riolering te reserveren voor demping van de tariefstijging rioolheffing in 2026 en 2027. Een voorstel voor inzet is weergegeven in tabel 6.2.
Hierdoor kunnen we ook 2026 en 2027 de tariefstijging beperken tot maximaal 2,5% exclusief inflatiecorrectie passend binnen de kaders van de Visie Water en Riolering (zie voor de ontwikkeling van de rioolheffingstarieven tabel 6.5) Tabel 6.2 Inzet van de uit 2023 beschikbare € 1,7 miljoen overschot in egalisatiereserve riolering (bedragen in miljoenen euro’s).
Inzet egalisatiereserve riolering
6.4
2025
2026
2027
2028
2029
0,0
0,7
1,0
0,0
0,0
Ontwikkeling rioolheffing
Ontwikkeling eigenaren en grootverbruik De rioolheffing is in Utrecht opgebouwd uit een heffing voor eigenaren en een heffing voor gebruikers. De eigenarenheffing betreft een vast bedrag per jaar per aangesloten perceel (in 2024 € 245,77). De gebruikersheffing betreft een bedrag per kubieke meter water en wordt aanvullend op de
Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
28/33
eigenarenheffing gestaffeld opgelegd aan grootverbruikers die jaarlijks meer dan 250 m3 afvalwater op de riolering lozen (in 2024 gemiddeld € 1,80 per m3). De huidige toedeling van de kosten tussen eigenaren- en grootverbruikersheffing is gebaseerd op de jaarlijkse verdeling in hoeveelheid afgevoerd afvalwater door eigenaren en grootverbruikers. Daarbij worden alleen de kostenposten waarbij de kosten daadwerkelijk afhankelijk zijn van de hoeveelheid afgevoerd afvalwater naar rato toegerekend aan de grootverbruikersheffing. Dit zijn de posten dagelijks onderhoud, vervangingsinvesteringen riolering en de BTW. Kosten die geen relatie hebben met de hoeveelheid afvalwater, zoals de posten beleid & onderzoek, personeelskosten, bijdrage straatreiniging en bijdrage bedrijfsvoering gemeente worden volledig toegerekend aan de eigenarenheffing. De verdeelsleutel wordt jaarlijks aangepast op basis van het aantal inwoners, het gemiddelde jaarlijkse drinkwaterverbruik per inwoner en het verwachte grootverbruik. De verwachte ontwikkeling van het aantal aangesloten eigenaren en het verwachte grootverbruik is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6.3 Verwachte ontwikkeling lozingen in de periode 2025-2029 2024
2025
2026
2027
2028
2029
Aansluitingen
175.800
178.800
181.800
184.800
187.800
190.800
Lozing bewoners (m³)
16.400.000
16.680.000
16.960.000
17.230.000
17.510.000
17.790.000
Lozing grootverbruik (m³)
3.100.000
3.100.000
3.100.000
3.100.000
3.100.000
3.100.000
Lozing totaal (m³)
19.500.000
19.780.000
20.060.000
20.330.000
20.610.000
20.890.000
Voor de groei van het aantal aansluitingen is uitgegaan van 3.000 extra aansluitingen per jaar op basis van de langjarige bouwprognoses. We hebben ervoor gekozen een constante groei aan te houden om een ongelijkmatige tariefontwikkeling te voorkomen. De omvang van het grootverbruik is constant gehouden op 3,1 miljoen m³ per jaar. Indicatie ontwikkeling eigenaren en gebruikersheffing Bij volledige dekking van de kosten in tabel 6.1, inzet van de egalisatiereserve volgens tabel 6.2 en bij toepassing van de huidige verdeelsleutel tussen klein- en grootverbruik ontwikkelen de eigenaren- en gebruikersheffing zich conform tabel 6.4. Tabel 6.4 Indicatie ontwikkeling eigenaren- en grootverbruikerstarief in de periode 2025-2029 (2026 en verder zijn exclusief inflatiecorrectie) 2024
2025
2026
2027
2028
2029
Eigenarentarief
€ 245,77
€ 254,13
€ 260,55
€ 266,40
€ 272,65
€ 275,94
Verschil t.o.v. vorig jaar (in %)
3,8%
3,4%
2,5%
2,2%
2,3%
1,2%
Grootverbruikstarief
€ 1,76
€ 1,86
€ 1,86
€ 1,92
€ 1,99
€ 2,04
Verschil t.o.v. vorig jaar (in %)
5,6%
5,7%
0,0%
3,9%
3,9%
2,3%
Uit de tabel blijkt dat het lastig is om met de huidige systematiek van toedeling de tarieven van het grootverbruikerstarief en eigenarentarief met dezelfde percentages te laten stijgen. Dit lukt in de praktijk alleen door elk jaar verschillen op te vangen via de egalisatiereserve. Dit leidt voor 2025 voor beide Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
29/33
tarieven tot een voorgestelde tariefstijging van 3,4% (incl. inflatiecorrectie). Voor de jaren 2026-2029 ligt de jaarlijkse tariefstijging op maximaal 2,5% (exclusief inflatiecorrectie). Dit sluit aan bij de verwachte jaarlijske tariefstijging van 1,5-2,5% (exclusief inflatiecorrectie) vastgelegd in de Visie Water en Riolering. Conform besluit in de Visie Water en Riolering zijn we samen met de BghU een onderzoek gestart naar een nieuwe systematiek voor de kostentoerekening van de rioolheffing die robuuster en toekomstbestendiger is dan het huidige systeem, maar toch recht doet aan het principe van ‘de vervuiler betaalt’. We streven ernaar dit onderzoek eind 2024 af te ronden, zodat een eventuele nieuwe grondslag in 2026 ingevoerd kan worden.
6.5
Voorziening GRP investeringen (Gemeentelijk Rioleringsplan)
Het budget dat we begroten voor onze investeringen, storten we jaarlijks in een aparte voorziening GRP investeringen. Doordat we de afgelopen jaren minder riool hebben vervangen dan beoogd, is de hoogte van deze voorziening eind 2023 opgelopen tot ca € 24 miljoen. Op basis van de huidige investeringsplannen verwachten we dat we in 2027 de achterstand zullen inlopen en de beschikbare middelen uit de voorziening GRP investeringen volledig hebben benut.
Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
30/33
Bijlage I Investeringsplanning riolering t/m 2030 Tabel I.1 Overzicht van alle investeringsprojecten. Tot en met 2030 zit er een over programmering van gemiddeld 20% in de programmering. Gebied
Wijk
Aantal km te vervangen riolering in totaal
Waarvan 2024 t/m 2028
Start planvorming
Start uitvoering
Kanaalstraat / Damstraat
West
1,7
0,5
2015
2022
Lombokplein
West
2,2
2,2
2017
2025
Welgelegen
West
2,7
2,7
2020
2025
Nog in te plannen Lage Weide
West
10,9
2,5
2023
2026
Overige projecten west
West
0.5
0.5
2027
2029
Overige projecten noordwest
Noordwest
2,1
1,3
2021
2023
Amazonekwartier
Overvecht
3,2
3,2
2020
2026
Taagdreef e.o.
Overvecht
2,1
2,1
2017
2025
Nog in te plannen Overvecht
Overvecht
59,0
17,0
2023
2027
Overige projecten Overvecht
Overvecht
0,1
0,1
2020
2025
Tuinwijkroute
Noordoost
1,9
1,6
2023
2026
Relinen Kardinaal de Jongweg e.o.
Noordoost
3,3
3,3
2023
2025
Overige projecten Noordoost
Noordoost
1,3
1,3
2022
2025
Breitnerlaan e.o.
Oost
1,2
1,2
2024
2026
Homeruslaan e.o.
Oost
1,2
1,2
2024
2027
Koningsweg
Oost
1,2
1,2
2023
2025
Maliebaan / Snellenlaan
Oost
1,7
1,7
2019
2025
Wolter Heukelslaan e.o.
Oost
1,6
1,6
2023
2025
Overige projecten Oost
Oost
0,7
0,7
2024
2027
Projecten Binnenstad
Binnenstad
1,5
1,2
2022
2024
Oudegeinlaan e.o.
Zuid
1,3
0,5
2020
2024
Nog in te plannen Zuid
Zuid
22,8
5,0
2023
2027
Afrikalaan e.o.
Zuidwest
2,7
2,7
2023
2026
Bernadottelaan e.o
Zuidwest
2,6
2,3
2019
2024
Van Heuven Goedartlaan e.o.
Zuidwest
4,3
4,3
2023
2027
Vasco da Gamalaan e.o.
Zuidwest
2,1
2,1
2021
2026
Kanaleneiland Zuid-midden
Zuidwest
4,7
3,7
2024
2028
Overige projecten Zuidwest
Zuidwest
2,1
2,1
2023
2025
Mereveldlaan e.o.
Vleuten - De Meern
1,9
1,9
2026
2028
Nijevelt e.o.
Vleuten - De Meern
4,0
0,6
2017
2021
Castellumlaan e.o.
Vleuten - De Meern
0,7
0,7
2022
2027
148,8
72,5
Totaal
Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
31/33
Figuur I.1: kaart met de investeringsplanning riolering t/m 2030.
Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
32/33
Bijlage II Overzicht vaststelling investeringen Bij de Programmabegroting wordt de investeringsstaat voor het programma ‘aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed’ geautoriseerd en vastgesteld door de raad. Hieronder valt de begrotingsdoelstelling ‘Water en rioleringssysteem’, waaronder enkel het PWR valt. Om beter aan te sluiten bij de programmabegroting is voor deze begrotingsdoelstelling de verwachte financiële vertaling van de programmering (investeringen) op dezelfde manier weergegeven in onderstaande tabel. Deze verwachte programmering kan nog wijzigen in de periode tussen de Voorjaarsnota en vaststelling van de begroting 2025.
Tabel II.1 verwachte investeringen in PWR in 2025 Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed x 1.000 euro Bijstelling Verwacht te Verwacht te autoriseren in Af te sluiten bestaande autoriseren in Begroting Geautoriseerd investeringen investeringen Begroting 2025 t/m Begroting Jaarstukken in Begroting Nieuwe Realisatie Begrotingsdoelstelling 2024 2023 2025* investeringen t/m 2023 2025 2026 2027 2028 2029 e.v. Water- en Rioleringssysteem 40.675 0 0 21.400 12.228 21.400 pm pm pm pm
Programma Water en Riolering Utrecht 2025-2029
33/33