Presentatie-RIB-Loten-Procedure-Naar-het-VO-2022-2023-GU.pdf
Tekst van het document
2022-2023
Procedure Naar het VO 2022 – 2023 | Utrecht Inhoud 1.
De procedure
2.
Wat doet de basisschool? 2 De basisschool geeft een bindend schooladvies Aanmelden bij het voortgezet onderwijs 3 Het onderwijskundig rapport Leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben 3 Leerlingen die kort in Nederland wonen 3 Overleg tussen basisschool en voortgezet onderwijs 4 Heroverweging en eventuele bijstelling van het schooladvies 4 Warme overdracht
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 3. 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3
Wat doet het voortgezet onderwijs? Aanmelding en plaatsing eerste ronde De school wijst de leerling af als de leerling niet toelaatbaar is Plaatsing De school loot bij overaanmelding 5 3.1.3.1 Voorrangsregels loting 3.1.3.2 De loting is openbaar en vindt onder notarieel toezicht plaats 3.2 Aanmelding en plaatsing tweede ronde 3.3 Bevestiging plaatsing 3.4 Leerlingen die niet geplaatst zijn 7 4. 4.1 4.2 4.3
5.
1
2
3
4 5 5 5 5
6 6 6 7
Informatie en communicatie De basisschool is het eerste aanspreekpunt voor ouders en leerlingen 8 Open dagen voortgezet onderwijs 8 Website voor informatie over de procedure 8 Wat te doen bij klachten 9
De procedure in zes punten
10
Noten
11
Ieder jaar maken zo’n 4300 Utrechtse leerlingen de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat die overstap goed verloopt, want dat bepaalt voor een deel het schoolsucces van deze leerlingen. Daarom hebben de Utrechtse schoolbesturen en de gemeente Utrecht afspraken gemaakt over de aanmelding en toelating tot het voortgezet onderwijs1. Deze afspraken vormen samen de procedure “Naar het voortgezet onderwijs”. In deze brochure leest u wat de procedure inhoudt. In verschillende wetten en richtlijnen is vastgelegd waar schoolbesturen en scholen zich bij de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs aan moeten houden. In richtlijnen is verder uitgewerkt hoe het schooladvies tot stand komt en welke gegevens de basisschool bij de overstap aan het voortgezet onderwijs overdraagt. Regionaal en lokaal kunnen hierover ook nog aanvullende afspraken worden gemaakt tussen basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Die afspraken moeten uiteraard wel passen binnen de wet- en regelgeving. Alle Utrechtse basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs werken volgens de procedure “Naar het voortgezet onderwijs”. De besturen van deze scholen stellen de procedure jaarlijks vast. Een werkgroep met vertegenwoordigers van schoolbesturen, de gemeente Utrecht en de uitvoeringsorganisatie bereidt de besluiten van de schoolbesturen voor.
De procedure geldt voor leerlingen die van het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs overstappen naar het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs in Utrecht. We gebruiken in deze procedure de term basisonderwijs voor de verschillende onderwijssoorten samen. In de handleiding staat meer informatie over de uitvoering van deze procedure 2. In de regio Utrecht worden de verschillende procedures en tijdpaden zoveel mogelijk afgestemd. Op naarhetvo.nl staan de contactgegevens van de omliggende regio’s vermeld.
1
2.1 De basisschool geeft een bindend schooladvies De meeste kinderen zitten tot en met groep 8 op dezelfde basisschool. De leerkrachten van de basisschool weten daardoor veel over hun ontwikkeling, interesses, vaardigheden, talenten en mogelijkheden. Op grond van deze kennis en de toetsgegevens uit het leerlingvolgsysteem, komt de basisschool tot een schooladvies voor het voortgezet onderwijs. De basisschool is wettelijk verplicht om het schooladvies vóór 1 maart af te geven. Het schooladvies is bindend. Het voortgezet onderwijs moet dit advies overnemen en de leerling plaatsen op het onderwijsniveau dat de basisschool adviseert. Een gemengde brugklas met twee onderwijsniveaus (bijvoorbeeld een havo/vwo brugklas) geldt voor beide onderwijsniveaus als passend. Een leerling kan alleen worden aangemeld op een school die het onderwijsniveau van het schooladvies aanbiedt. In Utrecht is met alle schoolbesturen afgesproken dat het basisschooladvies enkelvoudig is waar dat kan en meervoudig waar dat nodig is3. Dat wil zeggen dat een basisschool één onderwijsniveau adviseert (bijvoorbeeld vmbo tl of vwo4) waar dat kan en een meervoudig advies geeft als het best passende onderwijsniveau niet enkelvoudig kan worden aangeven. Leerlingen met een meervoudig schooladvies mogen zich altijd aanmelden voor het hoogste van de twee onderwijsniveaus.
Maar uiteindelijk bepaalt de school in het belang van de leerling op welk niveau de leerling wordt geplaatst. Scholen die slechts één schoolsoort aanbieden, hoeven leerlingen met een dubbel advies niet verplicht te plaatsen. Het komt er dus op neer dat bij een meervoudig schooladvies het laagste niveau van het advies als bindend heeft te gelden5. De basisschool geeft naast het schooladvies ook een voorkeur aan voor een brugklastype/plaatsingsadvies. Voor een leerling met een schooladvies vmbo tl kan dat bijvoorbeeld een brugklas vmbo tl/havo zijn. Door deze voorkeur aan te geven kan de basisschool uiting geven aan de groeimogelijkheden van de leerling. Een voorkeur voor een brugklastype is niet bindend, de school voor voortgezet onderwijs probeert hier wel zoveel mogelijk rekening mee te houden. De schoolbesturen hebben de afspraak dat scholen voor voortgezet onderwijs leerlingen met een meervoudig advies aannemen als zij beide onderwijsniveaus van het meervoudig advies op hun school aanbieden. Als er geloot moet worden (zie onder 3.1.3), dan loten leerlingen met een meervoudig advies mee op het laagste niveau van het meervoudig advies.
2
2.2 Aanmelden bij het voortgezet onderwijs Het aanmelden6 en plaatsen van leerlingen verloopt in meerdere rondes. Per ronde bespreekt de basisschool met ouders7 en de leerling naar welke school/scholen voor voortgezet onderwijs de voorkeur uitgaat. De basisschool meldt de leerling bij de betreffende school/scholen aan8 via Onderwijs Transparant. Dit is een digitaal aanmeldsysteem 9. Van de aanmelding ontvangen de ouders via de mail een bevestiging, mits zij in het aanmeldformulier hebben aangegeven deze te willen ontvangen. Ouders hebben het recht om aan het begin van de aanmeldprocedure per ronde meerdere voorkeuren op te geven. De school van eerste voorkeur neemt als eerste de aanmelding in behandeling. Daarvoor dient de school van eerste voorkeur over het onderwijskundig rapport en eventueel andere relevante documenten te beschikken. Via een machtigingsformulier geven de ouders toestemming aan de leerkracht van de basisschool om de school van eerste voorkeur te informeren dat het de school van eerste voorkeur is en om het onderwijskundig rapport en eventueel andere relevante documenten naar de school van eerste voorkeur te sturen. Uiteindelijk volgt op iedere aanmelding een besluit omtrent plaatsing. De opgegeven voorkeuren geven geen garantie op plaatsing. In hoofdstuk 3 wordt uitgelegd hoe de aanmelding volgordelijk in behandeling wordt genomen.
2.3 Het onderwijskundig rapport De basisschool is wettelijk verplicht om voor iedere leerling die overstapt naar het voortgezet onderwijs een onderwijskundig rapport in te vullen en ouders goed te informeren over de inhoud daarvan. Ouders krijgen een afschrift van het onderwijskundig rapport. Zij hoeven het onderwijskundig rapport niet goed te keuren of te ondertekenen. Als ouders het niet eens zijn met de informatie die de school in het onderwijskundig rapport opneemt, dan hebben zij het recht om hun zienswijze in het rapport of in een aan het rapport te hechten bijlage kenbaar te maken. 2.4 Leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben Sommige leerlingen hebben ondersteuning nodig, bijvoorbeeld op het gebied van leren of gedrag. Voor deze leerlingen wordt deze ondersteuning op de basisschool of in het voortgezet onderwijs georganiseerd. Dit kan vanuit de basisondersteuning of met een arrangement van het samenwerkingsverband. Scholen hebben zorgplicht voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Als een leerling meer ondersteuning nodig heeft dan de reguliere school voor voortgezet onderwijs op grond van het schoolondersteuningsprofiel kan bieden, dan zoekt de school waar de leerling zich heeft aangemeld met de leerling, de basisschool, ouders en betrokken samenwerkingsverbanden naar passende alternatieven.
Het kan dan bijvoorbeeld gaan om extra ondersteuning op de school voor voortgezet onderwijs of (tijdelijk) onderwijs in een andere setting, zoals het OPDC Utrecht of een school voor voortgezet speciaal onderwijs. Deze route start eind groep 7/begin groep 8 en geldt ook voor leerlingen die de overstap maken van het speciaal (basis)onderwijs naar het OPDC of het voortgezet (speciaal) onderwijs. 2.5 Leerlingen die kort in Nederland wonen Voor leerlingen die korter dan vier jaar in Nederland wonen baseert de basisschool het schooladvies op de informatie die is verzameld in de periode dat de leerling op school zit. Deze leerlingen kunnen ook gebruikmaken van de mogelijkheid voor extra onderzoek in januari van het uitstroomjaar. De uitslagen van deze onderzoeken worden opgenomen in het onderwijskundig rapport en zijn ondersteunend bij het formuleren van het definitieve schooladvies.
3
2.6 Overleg tussen basisschool en voortgezet onderwijs Om tot een goed onderbouwd advies te komen delen de scholen hun kennis en ervaring. Bijvoorbeeld door vroeg in het uitstroomjaar te overleggen over anonieme leerlingdossiers, het best passende onderwijsniveau en de best passende ondersteuning. Deze bijeenkomsten worden op initiatief van de scholen of de schoolbesturen georganiseerd. Scholen kunnen ook zelf contact met elkaar opnemen. 2.7 Heroverweging en eventuele bijstelling van het schooladvies In april/mei neemt de basisschool de verplichte eindtoets af. De eindtoets vindt plaats nadat de basisschool het definitieve schooladvies heeft gegeven. De uitkomst van deze toets is een zogenaamd ‘objectief tweede gegeven’ en een aanvulling op het advies van de basisschool. De wet stelt dat de basisschool het schooladvies moet heroverwegen als een leerling op de eindtoets ten minste een half niveau hoger scoort dan het schooladvies. Dit betekent niet dat dan het schooladvies ook altijd naar boven moet worden bijgesteld. De basisschool is immers op grond van een totaalbeeld van een leerling tot dit advies gekomen en is niet verplicht dat bij een hogere toetsuitslag aan te passen. Als een schooladvies na heroverweging wel naar een hoger onderwijsniveau wordt bijgesteld, dan kan het voorkomen dat ouders hun kind op een andere school willen aanmelden.
Omdat alle leerlingen dan al zijn geplaatst, is (her)plaatsing alleen mogelijk op de scholen die op dat moment nog plaats hebben op het betreffende onderwijsniveau. De Utrechtse schoolbesturen garanderen een plaats voor iedere leerling op zijn of haar onderwijsniveau op één van deze scholen binnen de gemeente Utrecht. 2.8 Warme overdracht Basisscholen hebben meestal ook informatie over leerlingen die niet nodig is voor het voortgezet onderwijs om een leerling te plaatsen, maar die wel waardevol kan zijn bij het volgen en begeleiden van de leerling. Ook hebben scholen voor voortgezet onderwijs soms behoefte aan een nadere toelichting op het onderwijskundig rapport. Deze informatie kan tijdens de ‘warme overdracht’ worden gedeeld tussen de basisschool en de school voor voortgezet onderwijs. Deze bijeenkomsten vinden jaarlijks aan het einde van het schooljaar plaats en worden centraal georganiseerd. Zowel de basisschool als de school voor voortgezet onderwijs kan bij aanmelding aangeven of zij een leerling ‘warm’ willen overdragen. In de voorbereiding zorgen de betrokken scholen voor aanvullende vragen en informatie. De basisschool mag alleen informatie delen met toestemming van de ouders.
4
3.1 Aanmelding en plaatsing eerste ronde De periode van aanmelding duurt ongeveer twee weken en de behandeling van de aanmeldingen ongeveer vier weken. De school van eerste voorkeur neemt de aanmelding in behandeling. Deze beoordeelt de aanmelding op toelaatbaarheid (zie 3.1.1) én op plaatsbaarheid (zie 3.1.2). 3.1.1 De school wijst de leerling af als de leerling niet toelaatbaar is Als de leerling niet toelaatbaar is, dan wordt de leerling afgewezen. Er zijn drie gronden waarop een school een leerling kan afwijzen. 1.
2.
Het enkelvoudige basisschooladvies of het laagste niveau van het meervoudige basisschooladvies komt niet overeen met het onderwijsniveau dat de school voor voortgezet onderwijs aanbiedt. De leerling voldoet niet aan de extra toelatingscriteria, zoals vooraf vastgesteld en kenbaar gemaakt door deze school10.
Als een leerling op een van de hiervoor genoemde gronden niet toelaatbaar is en daarom wordt afgewezen, dan maakt de school voor voortgezet onderwijs dit bekend aan ouders en aan de basisschool. Ieder jaar wordt afgesproken vóór welke datum deze afwijzing geregistreerd moet zijn. Als dit tijdig gebeurt, dan kan een leerling zich nog in de eerste ronde aanmelden bij een andere school voor voortgezet onderwijs. Deze nieuwe aanmelding wordt dan op dezelfde manier behandeld als alle andere aanmeldingen in de eerste ronde. 3.
Het ondersteuningsaanbod van de school waar de leerling zich heeft aangemeld is op grond van het schoolondersteuningsprofiel niet toereikend voor de extra ondersteuning die een leerling nodig heeft.
In geval van een afwijzing op de derde grond heeft de school waar de leerling zich heeft aangemeld, de plicht om dan samen met leerling, ouders en basisschool te zoeken naar passende alternatieven voor deze leerling. De samenwerkingsverbanden kunnen hierbij ondersteunen. 3.1.2 Plaatsing In uitzonderlijke gevallen een directe plaatsing bij specifieke ondersteuningsbehoeften In uitzonderlijke gevallen kan een school voor voortgezet onderwijs het besluit nemen om een leerling met specifieke ondersteuningsbehoeften al direct in de eerste ronde te plaatsen. Voor een dergelijke directe plaatsing dient aangetoond te zijn dat de betreffende school voor voortgezet onderwijs de enige school in Utrecht is die deze leerling dit passende onderwijs kan bieden. Het is goed om hierbij te realiseren dat dat elke school voor voortgezet onderwijs een verplichting heeft om passend onderwijs te bieden. Leerstoornissen zijn dan ook geen reden om te besluiten tot een directe plaatsing. Een directe plaatsing van een leerling met specifieke ondersteuningsbehoeften kan zich bijvoorbeeld wel voordoen wanneer er ernstige beperkingen zijn om naar school te komen en de leerling met de specifieke ondersteuningsbehoefte gezien de woonlocatie is aangewezen op de betreffende school.
Indien ouders menen dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie en dat hun kind voor een directe plaatsing in aanmerking komt, dienen zij daartoe bij de rector of de directeur van de betreffende school voor voortgezet onderwijs een verzoek in te dienen. De procedure is als volgt: • Een verzoek tot directe plaatsing (inclusief de benodigde stukken) dient uiterlijk op 31 januari 2023 door de betreffende school voor voortgezet onderwijs te zijn ontvangen. Het verzoek dient per e-mail of per post te worden ingediend. • Bij het verzoek dient gemotiveerd te worden waarom de betreffende school voor voortgezet onderwijs de enige school is die hun kind passend onderwijs kan bieden. • Bij het verzoek dient bewijsmateriaal te worden overgelegd waaruit de speciale
• •
• •
ondersteuningsbehoefte blijkt. Dit kunnen medische gegevens zijn, testuitslagen of verklaringen van de basisschool. Ook de locatie van de woonplek kan hier een belangrijke rol spelen. De basisschool ondersteunt het verzoek en onderbouwt dit in een schriftelijke verklaring. Zo nodig wordt het verzoek door de rector of de directeur van de school voor voortgezet onderwijs (anoniem) besproken met één of meerdere van de volgende personen: - kernpartners (schoolarts, buurtteam, leerplicht, samenwerkingsverband); - de zorgcoördinator; - de afdelingsleider brugklas; De school voor voortgezet onderwijs besluit over de directe plaatsing. De school voor voortgezet onderwijs stelt de ouders uiterlijk op 8 maart 2023 schriftelijk op de hoogte van het besluit en maakt dit kenbaar in O.T.
Broertjes/zusjes regeling of andere voorrangsregel Het is mogelijk dat bepaalde leerlingen direct worden geplaatst, bijvoorbeeld omdat er op de school een broertjes/zusjesregeling van toepassing is. In dat geval zullen broertjes of zusjes direct geplaatst worden. Let op: of er een broertjes/zusjesregeling of een andere voorrangsregel van toepassing is, verschilt per school en per bestuur en kan ook veranderen. Raadpleeg daarom ook altijd de websites van de scholen voor voortgezet onderwijs en de website naarhetvo.nl. Uitzonderingsregel deelname procedure ‘Naar het voortgezet onderwijs’: 10-14 onderwijs Leerlingen die starten in de afdeling primair onderwijs (PO) van het Aurelius of Academie tien nemen niet deel aan de procedure ‘Naar het voortgezet onderwijs’ en hebben rechtstreeks toegang tot het deel voortgezet onderwijs (VO) van hetzelfde concept. We spreken over een 10-14 concept als er sprake is van: - leerlingen van 10 tot 14 jaar die een onderwijsprogramma volgen met een doorlopende leerlijn van de basisschool naar de school voor voortgezet onderwijs; - voor het onderwijsprogramma een basisschool en een school voor voortgezet onderwijs samenwerken (leerlingen staan ingeschreven op hetzelfde zogenaamde ‘brinnummer PO en aansluitend op hetzelfde brinnummer VO); - PO en (onderbouw)VO leerlingen het onderwijs op dezelfde locatie volgen.
Wanneer leerlingen kiezen om na het PO-deel niet door te gaan met het programma en willen overstappen naar een andere school voor voortgezet onderwijs of een andere richting bij de betreffende school voor voortgezet onderwijs, dan moeten zij wél aan de procedure “Naar het voortgezet onderwijs’ deelnemen. Zij volgen dan alle geldende afspraken voor overstapleerlingen. PO-leerlingen in een 10-14 concept worden voor de uiterlijke aanmelddatum van dat jaar in Onderwijs Transparant aangemeld bij de VO-afdeling van hetzelfde 10-14 concept. Deze school voor voortgezet onderwijs plaatst deze leerlingen direct. Plaatsing Als de school voldoende plaatsen heeft op het onderwijsniveau waarvoor leerlingen zich hebben aangemeld, dan worden de leerlingen die zich hebben aangemeld geplaatst. 3.1.3 De school loot bij overaanmeldingen Als een school meer aanmeldingen heeft dan plaatsen op het onderwijsniveau waarvoor leerlingen zich hebben aangemeld, dan kunnen niet alle leerlingen die zich hebben aangemeld worden geplaatst. Er zal dan moeten worden geloot. Er wordt geloot onder de leerlingen die zich voor het zelfde onderwijsniveau hebben aangemeld. Of er geloot moet worden, wordt bekend als de scholen voor voortgezet onderwijs alle aanmeldingen hebben behandeld, leerlingen die niet toelaatbaar zijn hebben afgewezen en toelaatbare leerlingen die direct geplaatst worden, hebben geplaatst.
Op naarhetvo.nl wordt aan het einde van de eerste ronde een overzicht van de (over)aanmeldingen geplaatst. 3.1.3.1 Bij loting voorrang voor Utrechtse leerlingen Wanneer er vanwege overaanmelding in de eerste ronde geloot moet worden, dan hebben leerlingen die wonen in de gemeente Utrecht 11 voorrang op Utrechtse scholen. Dit geldt voor alle Utrechtse scholen voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van de categorale gymnasia. De categorale gymnasia zijn uitgezonderd, omdat deze een regionale functie hebben. Op de categorale gymnasia wordt in de eerste ronde geloot onder het totaal aantal toelaatbare leerlingen voor het betreffende onderwijsniveau die niet direct geplaatst zijn, zonder onderscheid te maken tussen leerlingen die wonen in de gemeente Utrecht of in de regio. Let op! Voor niet-Utrechtse leerlingen die zich aanmelden bij een school in Utrecht (zijnde niet een van de Utrechtse categorale gymnasia) geldt dat wanneer er sprake is van overaanmelding, zij niet deelnemen aan de loting. Er wordt dan alleen onder de Utrechtse leerlingen geloot. Of er geloot moet worden is pas bekend nadat de aanmeldingen in de eerste ronde hebben plaatsgevonden. Niet-Utrechtse leerlingen worden dan in de eerste ronde afgewezen op grond van overaanmelding.
3.1.3.2 De loting is openbaar en vindt plaats onder notarieel toezicht De loting wordt centraal georganiseerd en vindt onder notarieel toezicht plaats. De lotingslijst kan op verzoek van ouders op afspraak worden ingezien bij de betreffende school voor voortgezet onderwijs. Ouders dienen zich hiervoor te legitimeren. De lijst kan ook op aanvraag van de school voor voortgezet onderwijs worden ingezien bij de uitvoeringsorganisatie of bij de notaris. Bij de loting is een vertegenwoordiging van scholen, schoolbesturen en de gemeente aanwezig. De loting is openbaar. 3.2 Aanmelding en plaatsing tweede ronde Leerlingen die niet geplaatst zijn in de eerste ronde, nemen deel aan een tweede ronde. Deze leerlingen dienen in de tweede ronde opnieuw hun voorkeuren op te geven. Vanzelfsprekend kan het dan alleen nog gaan om scholen die nog plaatsen beschikbaar hebben. Scholen met aanvullende toelatingscriteria kunnen deze in de tweede ronde handhaven als zij dit vooraf bekend hebben gemaakt. Informatie over de scholen die na de eerste ronde nog plaatsen beschikbaar hebben, wordt per school per onderwijsniveau bekend gemaakt op de website www.naarhetvo.nl. Scholen die in de tweede ronde nog plaats hebben organiseren extra informatiebijeenkomsten voor leerlingen in de tweede ronde.
Alle Utrechtse leerlingen die in de eerste ronde toelaatbaar waren maar door loting niet geplaatst konden worden op een school in of buiten de gemeente Utrecht, zijn voor hetzelfde advies toelaatbaar in de tweede ronde. Ook de tweede ronde wordt centraal uitgevoerd. In de tweede ronde worden zoveel mogelijk leerlingen geplaatst op de school van hun eerste voorkeur in deze ronde. Als ook in de tweede ronde op een bepaald onderwijsniveau op een school meer aanmeldingen zijn dan plaatsen, dan wordt opnieuw geloot onder notarieel toezicht. Ook bij deze loting is dan een vertegenwoordiging van scholen en schoolbesturen aanwezig. Ook deze loting is openbaar. Ook in de tweede ronde hebben Utrechtse leerlingen voorrang op Utrechtse scholen. Als een leerling ook in de tweede ronde wordt uitgeloot, wordt hij of zij op een van de scholen van volgende voorkeur in de tweede ronde geplaatst. 3.3
Bevestiging plaatsing
6
Ouders worden door de school voor voortgezet onderwijs per brief geïnformeerd over het plaatsingsbesluit én - als zij dat willen - ook per e-mail. Dit besluit wordt door de school voor voortgezet onderwijs digitaal geregistreerd, zodat de basisschool op de hoogte is. Als een leerling wordt geplaatst, dan vraagt de school voor voortgezet onderwijs aan de ouders om een inschrijfformulier in te vullen en te ondertekenen. 3.4 Leerlingen die niet geplaatst zijn Is een leerling na de tweede ronde nog niet geplaatst, dan zal de basisschool met ondersteuning van de uitvoeringsorganisatie, het samenwerkingsverband VO en leerplicht zoeken naar een andere passende school in of buiten de gemeente Utrecht die nog plaats heeft.
7
4.1 De basisschool: aanspreekpunt voor ouders en leerlingen De basisschool informeert en adviseert ouders en leerlingen over de overstap naar het voortgezet onderwijs en de procedure die hiervoor geldt. De basisschool besteedt hierbij ook extra aandacht aan aspecten in de procedure die voor de aanmelding belangrijk zijn om te weten, zoals het aanmelden in meerdere rondes en voorrangsregels bij overaanmelding. De basisschool informeert ouders ook actief over de leerlinggegevens die worden gebruikt, aan wie deze worden overgedragen, op welk moment en met welk doel. 4.2 Open dagen voortgezet onderwijs Alle Utrechtse scholen voor voortgezet onderwijs organiseren open dagen of informatiebijeenkomsten. Leerlingen kunnen zich in deze periode nog niet aanmelden op een school, maar zich al wel oriënteren. Informatie over open dagen is te vinden op de websites van de scholen voor voortgezet onderwijs. Ook kunnen leerlingen uit groep 8 een open lesmiddag op een school voor voortgezet onderwijs bezoeken. Ouders melden hun kind hiervoor aan. Informatie hierover is eveneens te vinden op de websites van de betreffende scholen. 4.3 Website met informatie over de procedure Alle informatie over de Utrechtse procedure en belangrijke data zijn te vinden op naarhetvo.nl. Op naarhetvo.nl/ouders is ook extra informatie voor ouders te vinden.
Basisscholen kunnen de website gebruiken als aanvulling op hun informatie aan ouders. De school kan in de periode van aanmelding en plaatsing (februari - juni) contact opnemen met de uitvoeringsorganisatie voor advies en informatie. Buiten deze periode kunnen zij met vragen terecht bij een vertegenwoordiger van hun eigen bestuur. Informatie hierover is te vinden op naarhetvo.nl. De uitvoeringsorganisatie is uitsluitend bereikbaar voor scholen.
8
Bij klachten over een basisschool of een school voor voortgezet onderwijs geldt de klachten- en bezwaarregeling van de betreffende school of het betreffende bestuur. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook klachten over de afwijzing van een leerling of over het schooladvies. Ontevredenheid over of suggesties voor verbetering van de procedure ‘Naar het voortgezet onderwijs’ kunnen schriftelijk kenbaar gemaakt worden aan het bestuur van de betreffende school. Het bestuur kan deze inbrengen in het bestuurlijk overleg van Naar het VO.
9
1.
De basisschool geeft vóór 1 maart 2023 een bindend schooladvies.
2.
De basisschool meldt, samen met ouders, de leerling digitaal aan bij de scholen voor voortgezet onderwijs die de voorkeur hebben.
3.
De school van eerste voorkeur neemt als eerste de aanmelding in behandeling. Via een machtigingsformulier geven de ouders toestemming aan de leerkracht van de basisschool om de school van eerste voorkeur te informeren dat het de school van eerste voorkeur is en om het onderwijskundig rapport en eventueel andere relevante documenten naar de school van eerste voorkeur te sturen.
4.
Leerlingen die in Utrecht wonen hebben in de eerste en tweede ronde voorrang op scholen voor voortgezet onderwijs in de gemeente Utrecht. Deze voorrangsregel geldt niet voor de Utrechtse categorale gymnasia.
5.
Er wordt geloot als er op een bepaalde school op een bepaald onderwijsniveau meer aanmeldingen zijn dan plaatsen. Leerlingen uit Utrecht die zijn uitgeloot kunnen in de tweede ronde in de gemeente Utrecht kiezen uit scholen die op hun onderwijsniveau nog plaats hebben.
6.
De uitvoeringsorganisatie ondersteunt in de periode van 1 februari tot 1 juli scholen bij de uitvoering van de procedure. Meer informatie hierover is te vinden op naarhetvo.nl
1 De Utrechtse procedure bevat de afspraken die in de gemeente Utrecht gelden. De omliggende regio’s hebben hun afspraken over de overgang van PO naar VO vastgelegd in een eigen procedure. 2 Beschikbaar op naarhetvo.nl. 3 Op grond van de Wet Eindtoetsing Primair Onderwijs mag een basisschool een enkelvoudig of een meervoudig advies geven. 4 Gymnasium valt conform de wet onder een vwo-advies. Er wordt dan ook aangemeld, geplaatst en eventueel geloot op vwo niveau. De basisschool kan wel een voorkeur voor brugklastype gymnasium aangeven. 5 Zie ook vanponaarvo.nl. 6 Onder ‘aanmelden’ dient te worden verstaan ‘het door ouders schriftelijk interesse tonen in de school voor hun kind (Brief d.d. 20 december 2016 van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). 7 Waar in deze procedure wordt gesproken over ‘ouders’ wordt tevens ouder, verzorger of verzorgers bedoeld. 8 Het kan voorkomen dat de aanmelding van een leerling door ouders/basisschool op de school van eerste voorkeur teruggetrokken wordt. Degene die verzoekt om het terugtrekken van de aanmelding draagt de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de leerling tijdig bij een nieuwe school van voorkeur wordt aangemeld.
9 Als ouders bezwaar maken tegen een digitale aanmelding of als een leerling zich wil aanmelden op een school die geen gebruikmaakt van dit digitale aanmeldsysteem, dan wordt de leerling aangemeld met gewaarmerkt papier. Dit kan door de basisschool worden aangevraagd bij de uitvoeringsorganisatie. 10 Twee scholen in Utrecht hebben aanvullende aanmeldcriteria: De Passie voor evangelisch bijbelgetrouw voortgezet onderwijs en XII, school voor grafimedia. Leerlingen moeten voldoen aan de aanvullende criteria van deze scholen om toegelaten te kunnen worden. Zie voor meer informatie de websites van deze scholen. 11 Een leerling kan op meerdere plekken woonachtig zijn. Om als Utrechtse leerling te worden aangemerkt dient minimaal één adres dat is aangegeven in het onderwijskundig rapport een adres in de gemeente Utrecht te zijn. Een leerling die voor de start van het volgende schooljaar verhuist naar Utrecht, maar daar gedurende de aanmeldperiode nog niet is ingeschreven, wordt ook aangemerkt als een Utrechtse leerling.