Participatieplan Omgevingsvisie Overvecht.pdf
Tekst van het document
PARTICIPATIEPLAN OMGEVINGSVISIE OVERVECHT
Aanleiding De omgevingsvisie Overvecht geeft een toekomstig ruimtelijk beeld van Overvecht in 2040 met kansen en concrete spelregels waarin de onder andere de thema’s groen, mobiliteit, verdichting en de klimaatopgave in samenhang behandeld worden. De omgevingsvisie Overvecht biedt een integraal kader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De omgevingsvisie maken we niet alleen, maar samen met de omgeving. De basis voor de participatieaanpak wordt gevormd door de Utrechtse participatieleidraad en het Wijkakkoord Overvecht. Dit Participatieplan laat zien hoe we de omgeving betrekken bij het maken van de omgevingsvisie Overvecht.
Doel Het betrekken van de omgeving bij het maken van de omgevingsvisie heeft meerdere doelen. In de eerste plaats om de omgevingsvisie beter te maken zodat deze zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en behoeften van Overvechters. Daarnaast is een doel om ervoor te zorgen dat, door deze betrokkenheid, de omgevingsvisie ook zo breed mogelijk gedragen wordt. De participatie moet iedereen die betrokken is bij Overvecht de mogelijkheid geven om deel te nemen en mee te denken aan de omgevingsvisie.
Opgave en context Met de Omgevingsvisie brengen we de kansen in beeld maar zal ook duidelijk worden waar keuzes nodig zijn. Een omgevingsvisie is een relatief abstract document. Eén van de uitdagingen voor het participatieproces is dan ook om dit abstractieniveau te vertalen naar de beleefwereld van Overvechters. En andersom de inbreng vanuit Overvechters te vertalen naar het abstractieniveau van de omgevingsvisie.
Ruimte voor participatie Om verkeerde verwachtingen te voorkomen, die tot teleurstelling en frustraties kunnen leiden, zijn we vanaf het begin van het proces helder over hoeveel ruimte er is voor inbreng en invloed en wat de rolverdeling tussen belanghebbenden is. De omgevingsvisie Overvecht geeft invulling aan de ambities uit de RSU en daarmee is de RSU een belangrijke basis voor de gespreksonderwerpen binnen het participatieproces. De ambities uit de RSU staan niet meer ter discussie, net zoals vastgestelde beleidsstukken als de wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’, het Wijkakkoord Overvecht en het Mobiliteitsplan 2040. In de Uitgangspuntennotitie omgevingsvisie Overvecht staan integrale doelen geformuleerd. We weten dat er spanning zal zitten tussen bijvoorbeeld het behouden van de hoeveelheid groen en de toevoeging van woningen of het inpassen van mobiliteitsoplossingen. Van belang is om die spanning tijdens het participatieproces goed in beeld te brengen zodat hierover meegedacht kan worden.
Context participatie omgevingsvisie In 2021 is een concept omgevingsprogramma Overvecht opgesteld. Voor dit concept omgevingsprogramma zijn al veel belangen, wensen, zorgen en ideeën uit de omgeving opgehaald. Dat is niet voor niets geweest; we gebruiken de inbreng uit deze gesprekken als inspiratie voor de participatie voor de omgevingsvisie.
In de participatie voor de omgevingsvisie wordt rekening gehouden met projecten die lopen en gaan lopen in Overvecht. Sommige projecten worden tijdelijk stilgelegd in afwachting van de omgevingsvisie of om gelijktijdig met de omgevingsvisie uitgewerkt te worden. Ook op het gebied van participatie wordt met deze projecten samengewerkt of vindt er in ieder geval afstemming plaats. Daarnaast kunnen deze concrete projecten een brug slaan naar het abstractieniveau van de omgevingsvisie. De belangen, ideeën, wensen en zorgen die spelen bij deze projecten kunnen ook meegenomen worden als inbreng voor de omgevingsvisie.
Uitgangspunten -
-
-
-
-
-
De participatie is navolgbaar en transparant over proces en inhoud; we laten zien hoe het proces eruitziet en wat ieders rol daarin is. Maar ook welke inbreng is opgehaald (verslaglegging en open informatie), welke afwegingen en keuzes worden gemaakt en waarom (verantwoording en feedback) en welke besluiten al zijn genomen; De participatie is open en vindbaar; we doen ons best om zoveel mogelijk Overvechters te betrekken op manieren en momenten die bij hen passen. We volgen hierbij motie 2021/20 (Begin bij Overvecht, verzilver het goud). Bijvoorbeeld door kennis en expertise uit de wijk in te huren voor de participatie en het bereiken van een meer diverse groep Overvechters; We zetten in op jongerenparticipatie en volgen hierbij motie 2021/227 (Jongeren doen mee). We zorgen voor een goede balans tussen offline en online participatie. We volgen hierbij de motie 2020/430 (Altijd digitale participatie).
De participatiemomenten zijn zowel synchroon (live momenten) als asynchroon (tijd- en plaats onafhankelijk); De participatie en communicatie is gedurende het hele proces gericht op de al aangehaakte deelnemers én nieuwe geïnteresseerden die nog weinig tot geen voorkennis hebben; De communicatie is proactief, waarbij updates worden gegeven en wijzigingen in inhoud of proces zo snel mogelijk worden gecommuniceerd; De vraagstelling in gesprekken is toekomstgericht en is daarmee open en gericht op meedenken, in plaats van alleen reageren; De participatie van projecten die lopen of gaan lopen in Overvecht worden betrokken bij de participatie voor de omgevingsvisie, of vindt tenminste afstemming mee plaats. Deze projecten zijn het ’hier-en-nu’ in het verhaal van Overvecht en kunnen in de participatie een brug slaan naar het abstractieniveau van de omgevingsvisie; De participatie houdt rekening met het participatieverleden van het concept omgevingsprogramma door deze inbreng als vertrekpunt te gebruiken en nieuwe stakeholders hierover bij te praten; De participatie heeft, net als de omgevingsvisie, een integraal karakter waarbij we niet alleen over afzonderlijke thema’s spreken, maar juist ook over de samenhang van deze thema’s.
Betrokkenen Overvecht is een diverse wijk. Het aantal betrokkenen en belanghebbenden bij de omgevingsvisie is dan ook groot. Voor een geslaagd participatieproces is het nodig dat de deelnemers met verschillende belangen niet alleen bij ons, maar ook bij elkaar aan tafel komen. Dan horen ze hoe ieder in het verhaal zit en ontstaat het respect dat een gezamenlijk idee of oplossing naderbij brengt.
In onze participatie richten we ons op de volgende belanghebbenden: -
-
-
Bewoners Wijkplatform Overvecht Bewonersplatform Overvecht Woningcorporaties, ontwikkelaars en beleggers: o Verenigd in de werkplaats o Overige initiatiefnemers Jongeren en jeugd via scholen, sportverenigingen, JoU Senioren/ouderen Ondernemers en winkeliers o Verschillende winkelcentra o Bedrijventerrein Overvecht Sociale partners in de wijk zoals Dock, sociaal makelaars, wijkambassadeurs, sleutelpersonen en woonconsulenten Religieuze instellingen zoals kerken en moskeeën Zorginstellingen Gezondheidscentra Belangenverenigingen mobiliteit, zoals fietsersbond, verkeerswerkgroep en Solgu Belangenverenigingen groen, zoals Utrecht Natuurlijk, Natuur- en milieu Overvecht, beheergroep parken, volkstuinen Nutspartijen zoals Stedin, Vitens, Eneco Overige overheden zoals het Rijk, provincie, buurgemeenten, recreatieschap, Staatsbosbeheer, Hoogheemraadschap, Omgevingsdienst, veiligheidsregio, etc. Nieuwe Overvechters (bewoners, ondernemers en gebruikers), bijvoorbeeld via woningzoekenden bij de woningcorporaties Belanghebbenden rondom Overvecht
Waarden en belangen Voor effectief omgevingsmanagement en een gedegen participatie van de omgeving is het nodig om waarden en belangen die betrokken stakeholders hebben te identificeren. Vaak is men geneigd om het gesprek te voeren op standpunten: een punt waarop met staat bij het beschouwen van een zaak (zienswijze, gezichtspunt), in dit geval bij de ruimtelijke toekomst van Overvecht. Een belang is iets dat iemand raakt, doordat zijn voordeel, zijn voorspoed ermee gemoeid is. Standpunten kunnen op basis van voortschrijdend inzicht veranderen, belangen niet. Het is daarom effectiever om in gesprek te gaan op basis van waarden en belangen. Om van standpunt naar waarden en belangen te komen is de ‘waarom-vraag’ nodig. De eerdergenoemde betrokken stakeholders hebben elk hun eigen belangen. Maar zij kunnen ook de waarde inzien van het belang van de ander of in algemene zin en hiervoor opkomen. Ook delen de betrokkenen dezelfde belangen, zoals sociale veiligheid of bereikbaarheid. Tijdens de participatie richten we ons op de aanwezige waarden en belangen. Sommige waarden en belangen conflicteren met elkaar. Hierbij zullen afwegingen gemaakt moeten worden en oplossingen worden gezocht gedurende het proces.
Leidende principes Participatie op maat Belanghebbenden bij de ontwikkeling van Overvecht hebben een divers karakter met verschillende behoeften; oud en jong, vrije tijd overdag of ’s avonds, multicultureel. De middelen voor participatie met deze diverse mensen moeten hierbij aansluiten, om op die manier de participatie zo laagdrempelig mogelijk voor iedereen te laten zijn. Deze aanpak op maat brengt een breed palet aan participatie- en communicatiemethoden, maar is samen te vatten in de volgende 3 sporen: • • •
Gesprekken in de wijk (“wij komen naar u”) Bijeenkomsten in de wijk (“u komt naar ons”) Online participatie
De georganiseerde of verenigde belanghebbenden zullen worden uitgenodigd voor bijeenkomsten en online participatie. Met moeilijker bereikbare belanghebbenden, met name bewoners, zullen gesprekken in de wijk plaatsvinden. Om te bepalen wat hiervoor de meest geschikte aanpak is wordt samengewerkt met een groep professionals uit de wijk. Per stap uit het participatieproces wordt aangegeven hoe de belanghebbenden betrokken worden, via welk(e) spoor/sporen, hoe de communicatie verloopt en welke methoden en middelen hiervoor worden ingezet. Alle 3 de sporen komen op verschillende momenten – op zijn minst aan het eind van elke fase – samen om de samenhang van het totaalproces te borgen. De participatiemomenten gedurende het proces zijn zowel synchroon (live momenten) als asynchroon (tijd- en plaats onafhankelijk).
Breed-smal-breed Het participatieproces volgt het breed-smal-breed principe, waarbij breed wordt opgehaald, dan smal in een kleinere vertegenwoordiging meer de diepte wordt opgezocht, om deze vervolgens weer breed te toetsen. We doen ons best om ‘breed’ zo breed mogelijk te laten zijn, kortom: zoveel mogelijk mensen betrekken binnen beschikbare tijd en budget. De kleinere vertegenwoordiging (‘smal’) wordt gevormd door de ‘visiedenkers’. We streven ernaar om zoveel mogelijk waarden en belangen in deze groep vertegenwoordigd te hebben. Bewoners worden door middel van loting hiervoor uitgenodigd. De ervaringen bij het maken van de omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk waren hier positief over. Daarnaast worden overige (verenigde en georganiseerde) betrokkenen gevraagd deel te nemen aan de visiedenkers. We stellen geen minimum of maximum aan het aantal visiedenkers. Wel zal de werkvorm op de groepsgrootte en samenstelling worden aangepast.
Integraal De participatie heeft, net als de omgevingsvisie zelf, een integraal karakter waarbij we niet alleen over afzonderlijke ruimtelijke thema’s in gesprek gaan, maar juist ook over de samenhang van deze ruimtelijke thema’s en de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden.
Keuzes en belangenafweging Zoals al eerder gesteld hebben betrokkenen verschillende waarden en belangen bij het maken van een omgevingsvisie, die elkaar soms aanvullen of versterken, maar soms ook tegenstrijdig zijn. In het laatste geval is het nodig om een belangenafweging te maken. Een belangenafweging start met het identificeren en analyseren van conflicterende belangen. Vervolgens wordt met de betrokken belanghebbenden gezocht naar gezamenlijke waarden en oplossingen voor deze conflicterende belangen. Deze oplossingen kunnen binnen de projectscope liggen, maar ook daarbuiten. Wanneer het niet lukt om gezamenlijk een oplossing te vinden voor conflicterende belangen zonder bepaalde belangen te schaden is het belangrijk om dit te benoemen: we hebben geprobeerd er
samen uit te komen, maar dat is niet gelukt: “we agree to disagree”. Gezamenlijk wordt geconstateerd dat de belangenafweging op een ander niveau gemaakt wordt: het college doet hierin een voorstel, de gemeenteraad neemt het besluit.
Participatieproces Op basis van de omgevingsanalyse, de kernwaarden, uitgangspunten en leidende principes wordt een participatieproces opgezet. Dit participatieproces omvat de volgende 5 fasen: 0. 1. 2. 3. 4.
Voorbereiding en analyse Dilemma’s en voorkeuren Onderzoek en ontwerp Toetsen en beoordelen Inspraak en besluitvorming
Hieronder volgt een toelichting op deze vijf fases en hoe de omgeving hierbij betrokken wordt.
Fase 0: Voorbereiding en analyse De voorbereiding voor de participatie bestaat uit de volgende onderdelen: - Overzicht in wat er leeft in de wijk en wat in eerdere participatie al is opgehaald - Participatieaanpak afstemmen met externe partij - Aanpak op maat bepalen met professionals uit de wijk - Participatieaanpak afstemmen met lopende projecten - Participatieplan checken en verder vormgeven met partijen Wijkakkoord - Communicatie en participatie fase 1 voorbereiden - Concrete kansen en dilemma’s te benoemen die onderwerp zijn bij de participatie. Tussenproduct en participatieniveau fase 0 Het tussenproduct dat volgt uit fase 0 is (naast de eerdergenoemde documenten) een set aan concrete kansen en dilemma’s, die als basis dienen voor fase 2. Deze kansen en dilemma’s worden samen met de partijen uit het wijkakkoord afgestemd. Het participatieniveau hierbij is ‘adviseren’.
Fase 1: Kansen, dilemma’s en voorkeuren In fase 1 gaan we breed de wijk in tijdens de ‘Samen maken we Overvecht’ week. Dit heeft 3 doelen: - Checken of de verzamelde informatie uit fase 0 klopt - Voorkeuren bij kansen en dilemma’s en de verschillende belangen die hierbij spelen inzichtelijk te maken - Deelnemers informeren over het totaalproces, wanneer zij betrokken zijn en waar en hoe de besluitvorming plaatsvindt.
Tussenproduct en participatieniveau fase 1 Het tussenproduct wat na fase 1 wordt opgeleverd is een overzicht van alle voorkeuren van de betrokkenen bij de kansen en dilemma’s (zoals geformuleerd in fase 0). Het participatieniveau in deze fase is ‘raadplegen’.
Fase 2: Ontwerp en onderzoek Fase 2 heeft als doel om door middel van ontwerp en onderzoek tot verschillende scenario’s te komen met kansrijke oplossingsrichtingen. De inzichten in verschillende voorkeuren en belangen uit fase 1 vormen hiervoor de basis. Het interne projectteam schetst de eerste scenario’s op hoofdlijnen, waarbij per scenario inzichtelijk wordt wat de consequenties zijn voor de verschillende belangen die er spelen. Vervolgens worden in ateliersessies met de visiedenkers de scenario’s besproken en verder uitgewerkt. De uitkomsten van deze ateliersessies worden online via een flitspeiling en via gesprekken in de wijk gecheckt. Tussenproduct en participatieniveau fase 2 Het tussenproduct van fase 2 zijn 3-5 scenario’s met kansrijke oplossingsrichtingen. Het participatieniveau van de visiedenkers is adviseren. Het participatieniveau van de flitspeiling is ‘raadplegen’.
Fase 3 toetsen en beoordelen In fase 3 worden de kansrijke scenario’s getoetst op haalbaarheid en betaalbaarheid. Het doel van deze fase is om tot een CONTOUR OMGEVINGSVISIE te komen (50-70% versie). Er moet nog veel worden onderzocht, maar de contour van de omgevingsvisie begint zichtbaar te worden. De scenario’s uit fase 2 worden door het projectteam getoetst en beoordeeld en er wordt verder onderzocht en ontworpen om tot een 50% versie van de omgevingsvisie te komen. Deze wordt vervolgens besproken en verder uitgedacht. Eerst met de visiedenkers, en vervolgens breed in de wijk tijdens een tweede ‘Samen maken we Overvecht’ week. De inbreng wordt door het projectteam verwerkt tot een 70% versie.
Tussenproduct en participatieniveau fase 3 Het tussenproduct van fase 3 is een 70% versie van de omgevingsvisie. Het participatieniveau in deze fase is raadplegen.
Fase 4 Inspraak en besluitvorming In fase 4 wordt de concept omgevingsvisie gemaakt. Deze wordt vervolgens door het college vrijgegeven voor inspraak, waarna de omgeving zienswijzen kan indienen. Nadat deze zijn beantwoord en de omgevingsvisie eventueel nog is aangepast, wordt deze door de gemeenteraad vastgesteld.
Tussenproduct en participatieniveau fase 4 Het tussenproduct van fase 4 is een concept omgevingsvisie. Deze wordt voor inspraak vrijgegeven. Hierbij is sprake van informeren en inspraak en niet van participatie.
Communicatie Communicatie speelt een belangrijke rol in het participatieproces. De communicatie wordt vormgegeven aan de hand van de volgende uitgangspunten: • • •
•
•
• • •
•
De communicatie tijdens het gehele participatietraject is proactief. We communiceren zo snel mogelijk over updates en wijzigingen in inhoud of proces. De vraagstelling in gesprekken is toekomstgericht en oplossingsgericht, en is daarmee open en gericht op meedenken, in plaats van alleen reageren. We zijn duidelijk over het schaalniveau van de omgevingsvisie, en waarover we wel en niet communiceren en participeren bij de omgevingsvisie. Wat we niet doen bij de omgevingsvisie is bijvoorbeeld de communicatie en participatie van specifieke projecten. De projecten die lopen of gaan lopen in Overvecht zijn het ‘hier-en-nu’ in het verhaal van Overvecht en kunnen in de participatie een brug slaan naar het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Het participatieproces moet gedurende het gehele proces toegankelijk zijn, ook voor nieuwe deelnemers. Dit vraagt van de communicatie dat deze altijd context biedt van de opgave, het totaalproces en welke plek de betreffende uiting in dat proces heeft. We zorgen voor heldere verslaglegging van gesprekken en bijeenkomsten. Deze zijn openbaar toegankelijk. We communiceren duidelijk over het hele proces, al genomen besluiten en toekomstige participatie. Onderdeel van de communicatie is een ‘terugkoppeldocument’ waarbij uitleg wordt gegeven over gemaakte afwegingen en keuzes, óók over welke inbreng niet is meegenomen met redenen waarom.
We maken een publieksvriendelijke samenvatting van de concept omgevingsvisie.
Rollen en verantwoordelijkheden Gezien de complexiteit van de opgave wordt externe expertise ingebracht voor het opstellen van de omgevingsvisie. Het participatieplan zal met de winnende partij verder worden vormgegeven. De gemeente houdt regie op de participatie en onderhoudt het contact met de omgeving. De rol van de winnende partij ligt met name bij het (in gezamenlijkheid met de gemeente) voorbereiden en uitvoeren van werkvormen bij participatiemomenten of -perioden, verslaglegging, terugkoppeling en uitleg van belangenafwegingen en keuzes. Ook zal de winnende partij een rol hebben in de organisatie van deze participatiemomenten en/of - perioden, waarbij de gemeente Utrecht uiteindelijk afzender is. Binnen het participatieproces zijn de volgende rollen te onderscheiden: -
Coördinerend Omgevingsmanager; verantwoordelijk voor participatieproces. Communicatieadviseur; adviseert op het gebied van communicatie tijdens het participatieproces Participatieadviseur externe partij; stemt af over werkzaamheden externe partij. Projectleider Omgevingsvisie; eindverantwoordelijk voor omgevingsvisie.
Planning Proces Fase 0: voorbereiding en basis op orde • Uitwerken participatieplan • Uitgangspuntennotitie • Aanbesteding externe partij Fase 1: dilemma’s en voorkeuren • Voorkeuren bij dilemma’s en de verschillende belangen die hierbij spelen worden inzichtelijk gemaakt. Fase 2: ontwerp en onderzoek • Uitwerking scenario’s • Participatie Fase 3: toetsen en beoordelen • Beoordelen scenario’s Contour Omgevingsvisie Fase 4: Inspraak en besluitvorming • Concept Omgevingsvisie • Inspraak • Collegebehandeling • Vaststelling Raad
planning 4e kwartaal 2022 en 1e kwartaal 2023
1e kwartaal 2023
2e kwartaal 2023
3e kwartaal 2023 4e kwartaal 2023 en 1e en 2e kwartaal 2024