CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 13 februari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht1.966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; - gelezen het initiatiefvoorstel van de gemeenteraad d.d. 09-01-2025; - gelet op de artikelen 147a, 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; - gezien de beleidsnota Samen stad maken; - overwegende dat het de Utrechters zelf zijn die de stad maken, hen die het meest geraakt worden door besluitvorming de meeste invloed verdienen, en maximale burgerparticipatie projecten beter maakt; Besluit de volgende verordening vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: • bestuursorgaan: het bestuursorgaan van gemeente dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van de gemeentelijke opgave is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester; • bewonersbod: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek bij een bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet; • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; • gemeentelijke opgave: het voorbereiden, vaststellen, wijzigen, uitvoeren of evalueren van projecten, visies, beleidsnota’s, uitvoeringsprogramma’s en andere plannen door het betreffende bestuursorgaan; • inspraak: het recht van inwoners om mondeling of schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; • inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; • kompas voor zeggenschap: het in het beleid Samen Stad Maken bedoelde afwegingskader dat bedoeld is als handvat voor gesprek om samen met Utrechters te komen tot de best passende samenwerkingsvorm; • maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen en andere organisaties zonder winstoogmerk die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving in de

gemeente Utrecht; • samenwerking: participatie, inspraak, bewonersbod en andere vormen van samenwerking tussen bestuursorganen en Utrechters in het kader van een gemeentelijke opgave; • samenwerkingsvorm: wijze waarop de gemeente met Utrechters samenwerkt middels overheidsmiddelen, overheidsparticipatie, samen aan zet, burgerparticipatie of peilen zoals verwoord in de Beleidsnota Samen stad maken;

• sociaal eigenaar: groep of individu die/dat zich verantwoordelijk voelt voor een (deel) van de uitvoering van een (overheids)taak en dit gedurende een lange aaneengesloten periode uit eigen beweging al dan niet met behulp van overheidsparticipatie kan uitvoeren; • stakeholders: groep of individu die/dat een belang heeft bij een gemeentelijke opgave en de mogelijkheid heeft hier op welke wijze dan ook aan deel te nemen; • Utrechters: inwoners, toekomstige inwoners, gebruikers, maatschappelijke partijen, rechtspersonen en andere organisaties in Utrecht. Artikel 2 Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op alle gemeentelijke opgaven en op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. 2. Deze verordening is niet van toepassing als een bestuursorgaan besluit van samenwerking met Utrechters af te zien. Dit is slechts mogelijk indien: a. er al in een andere vorm van samenwerking met Utrechters is voorzien; b. dit bij of krachtens wet- of regelgeving is uitgesloten; c. sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. er sprake is van ondergeschikte of juridisch-technische herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen of projectplan; e. het de vaststelling betreft van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; f.

er sprake is van interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; g. het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving, of; h. het gemeentelijke aangelegenheden betreft die dusdanig beperkt zijn in omvang, dat er voor samenwerking geen wettelijke ruimte, tijd en geld beschikbaar is. 3. Het bestuursorgaan onderbouwt de keuze om van samenwerking af te zien, tenzij het de toepassing van lid 2 sub h betreft.

Hoofdstuk 2 Samen stad maken Artikel 3 Doel van de verordening 1. Het doel van deze verordening is om een bijdrage te leveren aan meer zeggenschap en meer eigenaarschap voor Utrechters en een brede belangenafweging door bestuursorganen in de besluitvorming. 2. Het bestuursorgaan zal in de samenwerking met Utrechters de leidende principes voor houding en gedrag, zoals opgenomen in de Beleidsnota Samen stad maken, in acht nemen.

Hoofdstuk 3 Samenwerkingsvormen Artikel 4 Bepalen samenwerkingsvorm 1. Bij elke nieuwe fase, vraag of kwestie in een proces van een gemeentelijke opgave vindt een afweging plaats voor welke samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen wordt gekozen. Bij de afweging wordt het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken toegepast. 2. Voordat de in lid 1 bedoelde afweging wordt gemaakt, onderzoekt het bestuursorgaan of de gemeentelijke opgave een of meerdere sociaal eigenaren kent. In dat geval wordt onderzocht of een traject van overheidsparticipatie mogelijk is, waarbij het initiatief en beheer bij de sociaal eigenaar ligt. 3. De in lid 1 bedoelde afweging wordt waar mogelijk samen met Utrechters gemaakt. Wanneer het de initiërende fase van een gemeentelijke opgave betreft, wordt de afweging met de reeds bekende stakeholders gemaakt. In latere fasen wordt de afweging gemaakt met een vertegenwoordiging van alle stakeholders. 4. Wanneer er bij het bepalen van een samenwerkingsvorm twijfel is over de meest passende vorm en de beleidsnota Samen Stad Maken hierin niet duidelijk genoeg leidt tot één keuze, wordt teruggevallen op de samenwerkingsvorm burgerparticipatie. Artikel 5 Uitvoeren samenwerkingsvorm 1.

Als een bestuursorgaan gezamenlijk met (reeds bekende) stakeholders voor een of meer samenwerkingsvormen heeft gekozen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsplan, waarbij waar mogelijk relevante stakeholders zijn betrokken, voor iedereen inzichtelijk vast: a. welke vraag of kwestie aan Utrechters wordt voorgelegd; b. welke Utrechters daarin een rol hebben; c. welke partijen stakeholder zijn en voor zover mogelijk wat hun belang is; d. hoe het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken is doorlopen voor de eerstvolgende fase, vraag of kwestie; e. wat de eerstvolgende stappen zijn om invulling te geven aan de samenwerkingsvorm; f. hoe de leidende principes voor houding en gedrag uit de Beleidsnota samen stad maken worden toegepast in de eerstvolgende stappen; g. over welke elementen binnen de gemeentelijke opgave stakeholders zelfstandig kunnen beslissen; h. waarom niet voor overheidsparticipatie op grond van sociaal eigenaarschap is gekozen, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2.

i. hoe kosten voor eventuele alternatieve voorstellen en eventuele onafhankelijk begeleiding, zoals bedoeld in respectievelijk artikelen 8 en 9 van deze verordening, worden gedekt. 2. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor het opstellen van het samenwerkingsplan. Artikel 6 Samenwerkingsverslag 1. Na toepassing van de samenwerkingsvorm of de samenwerkingsvormen, legt het bestuursorgaan in een samenwerkingsverslag voor iedereen inzichtelijk vast: a. welke belangrijke inzichten zijn opgedaan uit de samenwerking met Utrechters; b. door wie deze inzichten zijn ingebracht; c. hoe deze inzichten zijn gewogen; d. wat deze inzichten hebben veranderd aan de gemeentelijke opgave; e. wat er geleerd kan worden van de toepassing van de samenwerkingsvorm of samenwerkingsvormen. f. of er verzoeken tot onafhankelijke begeleiding zijn gedaan zoals bepaald in artikel 9 van deze verordening, en wat er met deze verzoeken is gedaan. 3. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor het opstellen van het samenwerkingsverslag. Artikel 7 Gelijke informatiepositie Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat stakeholders gelijktijdig over dezelfde informatie van een gemeentelijke opgave beschikken als de eventueel betrokken marktpartijen en overheden.

Een en ander met inachtneming van hetgeen bepaald is in hogere wet- en regelgeving, zoals onder meer de Aanbestedingswet, Wet Open Overheid en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Artikel 8 Alternatief voorstel van stakeholders Wanneer een voorstel wordt ingediend voor de uitvoering van een gemeentelijke opgave worden stakeholders indien gewenst in de gelegenheid gesteld een alternatief voorstel in te dienen. Artikel 9 Onafhankelijke begeleiding 1. Indien er tijdens de uitvoering van het samenwerkingsplan een geschil tussen deelnemende partijen ontstaat kan door één van deze partijen een verzoek tot onafhankelijke begeleiding worden ingediend bij het bestuursorgaan. 2. Het bestuursorgaan kan een verzoek tot onafhankelijke begeleiding zoals bedoeld in het vorige lid slechts afwijzen indien de afwijzing grondig wordt gemotiveerd.

Hoofdstuk 4 Inspraak Artikel 10 Inspraak 1. Een bestuursorgaan verleent inspraak als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht is gesteld. 2. Een bestuursorgaan kan ook kiezen voor het verlenen van inspraak bij een gemeentelijke opgave.

Hoofdstuk 5 Bewonersbod Artikel 11 Bewonersbod doen 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een bewonersbod doen. 2. Bij het bewonersbod verstrekt de inwoner of maatschappelijke partij informatie over: a. de taak van de gemeente waarop het bewonersbod betrekking heeft; b. de reden waarom het bewonersbod wordt gedaan; en c. de kosten of middelen die met het uitvoeren van het bewonersbod gemoeid zijn. 3. Het college kan naar aanleiding van het bewonersbod aanvullende informatie vragen. Artikel 12 Reactie bewonersbod 1. Het college stuurt het bewonersbod door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om hierop te reageren en informeert de inwoner of maatschappelijke partij hierover. 2. In aanvulling op artikel 2 kan het bestuursorgaan een bewonersbod in ieder geval afwijzen als het bewonersbod: a. geen betrekking heeft op een taak van de gemeente; b. betrekking heeft op een taak of bevoegdheid waarvan de aard zich tegen een bewonersbod verzet; of c. in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. 3. Het bestuursorgaan dat bevoegd is reageert op het bewonersbod binnen zes weken nadat het bewonersbod door hem ontvangen is. In de reactie geeft het bestuursorgaan onderbouwd aan of het bewonersbod wordt afgewezen of geaccepteerd. 4. Het bestuursorgaan kan de reactietermijn verlengen. Het bestuursorgaan informeert de inwoner of maatschappelijke hierover. 5.

Als de gemeenteraad bij een bewonersbod het bevoegde bestuursorgaan is, bereidt het college de reactie op het bewonersbod voor.

Artikel 13 Uitvoeren bewonersbod 1. Als het bestuursorgaan het bewonersbod accepteert, maakt het met de inwoner of maatschappelijke partij afspraken over: a. het proces, het resultaat, het budget, de financieringswijze en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; of c. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak. 2. Nadat het proces rond het bewonersbod is doorlopen en een bewonersbod is afgewezen of geaccepteerd, maakt het bestuursorgaan voor iedereen inzichtelijk: a. hoe het proces rond het bewonersbod is verlopen; b. wat de uitkomsten van dit proces waren; en c. waarom er voor die uitkomsten is gekozen. 3. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, draagt het college zorg voor de afspraken en het inzicht als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 14 Monitoring en evaluatie 1. De uitvoering van deze verordening wordt gemonitord en eenmaal per twee jaar geëvalueerd gezamenlijk met de leidende principes voor houding en gedrag en het kompas voor zeggenschap uit de Beleidsnota Samen stad maken. De eerste evaluatie wordt begin 2026 afgerond. 2. Het college zendt bij de evaluatie telkens een verslag over de mate waarin de verordening het doel uit artikel 3 bereikt en de effecten van de verordening in de praktijk aan de gemeenteraad. Artikel 15 Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, voor zover toepassing van deze bepalingen leidt tot onredelijke of onbillijke gevolgen voor Utrechters. Het bestuursorgaan motiveert een dergelijke afwijking schriftelijk. Artikel 16 Intrekking De Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht wordt ingetrokken. Artikel 17 Overgangsbepalingen

De Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht blijft van toepassing op een participatie- of inspraakprocedure die vóór de inwerkingtreding van deze verordening is gestart. Zodra deze procedure is afgerond of sprake is van een nieuwe fase of situatie in een proces van een gemeentelijke opgave, is deze verordening van toepassing. Artikel 18 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het Gemeenteblad. Artikel 19 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening samenwerking, participatie en inspraak gemeente Utrecht. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>. De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma De griffier, Miguel Israel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3709c60d-ed5b-46bf-accd-e0879d40cf1f