Overzicht wijzigingen APV kapregels.docx
Tekst van het document
Bijlage: Was-wordt tabel
Overzicht van de wijzigingen in het Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, bomen of andere houtopstanden
Onderstaand de teksten van de artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:7 Omgevingsvergunning voor het
Artikel 4:7 Vergunningplicht aantasten bomen of
kappen van een boom of vellen van een houtopstand 1.
andere houtopstanden 1.
Het is verboden om zonder
omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een handeling te verrichten als is
2.
beschreven in artikel 2.2, eerste lid
Het is verboden zonder vergunning een
houtopstand te vellen, zoals het kappen van een of meer bomen.
Het verbod geldt niet in de volgende gevallen:
a.
onder g. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.
geldt niet voor houtopstanden buiten de
b.
bebouwde kom in de zin van hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming.
het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:11 en 4:12; het periodiek vellen van hakhout ter onderhoud;
d.
het periodiek knotten of kandelaberen
als cultuurmaatregel bij daarvoor
de stam tot maximaal 15 centimeter
f.
op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld;
f.
of jonger die zich bevinden in een tuin behorende bij een verhuurde woning
geschikte boomsoorten;
bomen die moeten worden gekapt op
grond van de Plantgezondheidswet of
deze verordening;
bomen die moeten worden gekapt vanwege een aanschrijving van de
gemeente op grond van onderdeel e van
bomen met een ouderdom van 49 jaar
bomen met een ouderdom van 49 jaar
als cultuurmaatregel bij daarvoor
college overeenkomstig artikel 4:12 van
bomen met een dwarsdoorsnede van
dan 300 m2;
het uitvoeren van regulier onderhoud;
vanwege een aanschrijving van het
geschikte boomsoorten;
kadastraal perceel van gelijk of minder
is dan 300 m2;
het periodiek vellen van hakhout voor
e.
het periodiek knotten of kandelaberen
of jonger die zich bevinden op een
die in een tuin staat op een
c.
uitvoering van het reguliere
e.
op een kadastraal perceel van 300
huurperceel die inclusief tuin kleiner
krachtens een aanschrijving of last van
d.
jaar:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of
c.
het kappen van een boom jonger dan 50
m2 of kleiner; of
geldt voorts niet voor:
b.
maaiveld;
Het in het eerste lid gestelde verbod a.
diameter kleiner dan 15 centimeter, gemeten op 1,30 meter boven het
Het in het eerste lid gestelde verbod
3.
het kappen van een boom met een
3.
dit artikel.
Voor tijdelijke natuur, botanische tuinen en bosplantsoenen kan het college een
vergunning met de strekking van een
jaarvergunning verlenen, waardoor het
verbod in het eerste lid niet geldt voor het
en, waarvan de grootte van de
afzonderlijk vellen van houtopstanden.
verhuurde eenheid inclusief tuin gelijk of minder is dan 300 m2.
Artikel 4:7a Indieningseisen voor een vergunning
De aanvrager levert bij de aanvraag de volgende gegevens aan: 1. 2. 3. 4. 5.
6.
Artikel 4:8 Vergunningvoorschriften en weigeringsgronden 1. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van: a. ecologische waarde; b. ruimtelijke waarde; c. milieuwaarde; d. cultuurhistorische waarde. 2. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren.
een identificatie met een nummer en de locatie van iedere te vellen houtopstand op een kaart, foto of tekening; de soort houtopstand; de locatie van de houtopstand op het voor-, zijdan wel achtererf; de diameter in centimeters van de te vellen bomen of struiken, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; een overzicht van de houtopstanden die als vervanging worden herplant, de locatie waar deze worden herplant en, als de locatie niet op of dichtbij de locatie ligt, een motivering waarom een andere locatie elders nodig is; in plaats van de gegevens onder 5, als vervanging niet mogelijk is, een motivering waarom vervanging alleen in de vorm van een financiële compensatie kan plaatsvinden.
Artikel 4:8 Beoordeling van de aanvraag
Het college kan de vergunning weigeren: 1.
als de Utrechtse hoofdbomenstructuur
2.
als een van de volgende waarden
onevenredig wordt geschaad;
onevenredig worden geschaad: a.
de ecologische waarde van een
b.
de cultuurhistorische waarde van een
c. d. e.
Artikel 4:9 Bijzondere vergunningvoorschriften 1. In de aan de vergunning te verbinden voorschriften wordt in ieder geval bepaald dat binnen 36 maanden vanaf het moment dat de kapvergunning is verleend en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen, op of zeer nabij de kaplocatie wordt herplant. De voorschriften kunnen onder andere de locatie en wijze van herplant,
houtopstand, houtopstand,
de ruimtelijke waarde van een houtopstand,
de milieuwaarde of de boomwaarde.
Artikel 4:9 Vergunningvoorschriften over herplant, vervanging of compensatie 1.
Bij vergunningvoorschrift wordt in ieder geval bepaald dat herplant:
a.
binnen 36 maanden vanaf het moment dat de kapvergunning is verleend, is
voltooid of, in het geval van langlopende of complexe projecten, binnen een door het college op te leggen termijn;
vervanging bij niet-geslaagde herplant betreffen. Hierbij wordt de volgende volgorde aangehouden: 1. Herplant op locatie, 2. Herplant dichtbij locatie, 3. Herplant elders. Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan in het uiterste geval worden overgegaan tot financiële compensatie waarbij de inkomsten worden geoormerkt voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Utrecht. 2. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen tevens behoren aanwijzingen ter bescherming van flora en fauna, met name het niet uitvoeren van velwerkzaamheden ter bescherming van broedende vogels. 3. In geval van noodkap wordt herplant overeenkomstig het bepaalde in lid 1. 4. Het bevoegd gezag kan, in omstandigheden die dit noodzaken, van het bepaalde in lid 1 en lid 3 gemotiveerd afwijken. Van noodzaak kan enkel sprake zijn in het geval van: onder- of bovengronds ruimtegebrek, onveiligheid, klimaat- of gezondheidsredenen. Artikel 4:11 Herplant-/instandhoudingsplicht 1.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling
volgens de door het college te geven
c.
op of zeer nabij de kaplocatie
d.
aanwijzingen plaatsvindt; plaatsvindt; en
binnen twee weken na voltooiing gereed wordt gemeld door vergunninghouder
bij het college met een melding die een dagtekening en locatie van de herplant 2.
bevat.
Bij het bepalen van een locatie voor herplant wordt de volgende volgorde aangehouden:
a.
herplant op locatie;
c.
herplant elders.
b. 3.
herplant dichtbij locatie; en
Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan, in afwijking van het eerste lid, worden bepaald dat de gevelde houtopstand
4.
financieel wordt gecompenseerd.
Bij vergunningvoorschrift, bedoeld in het eerste lid, kan de locatie en wijze van
herplant, vervanging bij niet-geslaagde 5.
herplant, worden bepaald.
De bepalingen van het eerste lid tot en met het derde lid gelden niet in geval van tijdelijke natuur, botanische tuinen,
bosplantsoenen en er een door het college goedgekeurd beheerplan is van de aanvrager.
Artikel 4:11 Herplantplicht 1.
Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 4:7 van
van toepassing is, zonder vergunning
toepassing is, zonder vergunning is geveld,
wel op andere wijze teniet is gegaan, kan
kan het college aan de zakelijk gerechtigde
gerechtigde van de grond waarop zich
bevond dan wel aan degene die uit anderen
van het bevoegd gezag is geveld, dan
dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
het bevoegd gezag aan de zakelijk
van de grond waarop zich de houtopstand
de houtopstand bevond dan wel aan
hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
degene die uit anderen hoofde tot het
herbeplanten overeenkomstig de door hen
treffen van voorzieningen bevoegd is, de
te geven aanwijzingen binnen een door hen
verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
2.
stellen termijn. 2.
b.
geslaagde beplanting moet worden
tevens worden bepaald binnen welke
worden vervangen.
eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens herbeplanting en op welke wijze niet-
eerste lid opgelegd, dan kan daarbij
wijze niet-geslaagde beplanting moet
Wordt een verplichting als bedoeld in het
worden bepaald binnen welke termijn na de
Wordt een verplichting als bedoeld in het
termijn na de herbeplanting en op welke
te stellen termijn.
3.
vervangen.
Indien een houtopstand waarop het verbod tot het vellen als bedoeld in artikel 4:7 van
3.
Indien een houtopstand waarop het
toepassing is, door uitvoering van
afdeling van toepassing is, door
wordt bedreigd, kan het college aan de
verbod tot het vellen als bedoeld in deze
werkzaamheden, in het voortbestaan ernstig zakelijk gerechtigde van de grond waarop
uitvoering van werkzaamheden, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd,
zich de houtopstand bevindt dan wel aan
gerechtigde van de grond waarop zich
treffen van voorzieningen bevoegd is, de
kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
degene die uit anderen hoofde tot het
de houtopstand bevindt dan wel aan
verplichting opleggen om overeenkomstig
de door hen te geven aanwijzingen binnen
degene die uit anderen hoofde tot het
een door hen te stellen termijn
treffen van voorzieningen bevoegd is, de
voorzieningen te treffen, waardoor die
verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. 4.
Degene aan wie een verplichting als
4.
bedreiging wordt weggenomen.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede aan diens
rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede aan diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:13 Voorrangsbepaling Afdeling 4.3 het bewaren van houtopstanden, met uitzondering van de artikelen 4:10, 4:12 en 4:14, is niet van toepassing voor zover artikel 20 van het Crisis- en herstelwet bestemmingsplan algemene regels Utrecht van toepassing is. Artikel 4:14 Overgangsrecht De bepalingen van afdeling 4.3 van deze verordening, zoals deze luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, bomen of andere houtopstanden’ zijn van toepassing: a.
op vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften die zijn verleend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, bomen of andere houtopstanden’, alsmede op een tegen een dergelijke vergunning ingesteld bezwaar of beroep;
b.
op aanvragen om vergunning die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ‘Besluit tot
wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, bomen of andere houtopstanden’, maar die na inwerkingtreding van dat besluit worden afgehandeld, alsmede op een tegen een beslissing op een dergelijke aanvraag ingesteld bezwaar of beroep.